03 Collegebrief 4 oktober 2021 Toezegging evaluatie welstandsnota
Tekst van het document
gemeente Sch 1ed a fl1
gemeente
team vergunningen en Handhaving
•
Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501
Aan de gemeenteraad van Schiedam
3100 EA Schiedam
14010
schiedam.nl
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
datum
21UIT07501
4 oktober 2021
doorkiesnummer
14 010
contact@schiedam.nl
onderwerp
Toezegging evaluatie welstandsnota
Geachte leden van de gemeenteraad, Met het vaststellen van de Welstandsnota Schiedam heeft u in 2019 het besluit genomen om het welstandsbeleid te herzien. Het doel van deze nota is om te voldoen aan de verplichting in de Woningwet om een welstandsnota vast te stellen en daarin een goede balans vinden tussen reguleren en dereguleren van redelijke eisen van welstand en daarmee het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het uitgangspunt van deze Welstandsnota is om meer ruimte en vrijheid te bieden. Middels het besluit is toegezegd dat de Welstandnota geëvalueerd zal worden om te beoordelen of deze heeft geleid tot ongewenste of onvoorziene ontwikkelingen. De evaluatie is door Rho adviseurs uitgevoerd door via onderzoek en interviews inbreng op te halen bij professionals die met het beleid werken (WABO-regisseurs, monumentenadviseurs, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen van de gemeente Schiedam en de welstandsgedelegeerde) en die met het nieuwe beleid te maken hebben gehad (burger/aanvrager). Aantal aanvragen en negatieve beoordelingen 201$: 246 plannen waarvan 76 monumenten. 3 geweigerd o.b.v. negatief welstandsadvies. 2019: 194 plannen waarvan 86 monumenten. 3 geweigerd o.b.v. negatief welstandsadvies. 2020: 249 plannen waarvan 91 monumenten. 2 geweigerd o.b.v. negatief welstandsadvies.
Het aantal aanvragen fluctueert dus iets maar een sterke daling van het aantal plannen na vaststelling van het welstandsbeleid in 2019 lijkt niet aan de orde na de verruiming van de welstandsvrje gebieden. Dit komt doordat een groot deel van de aanvragen in beschermd stadsgebied liggen of monumenten betreffen. Hoe werkt de welstands- en monumentencommissie? De commissie bestaat uit drie leden. De kleine commissie (wekelijks) bestaat uit één persoon: de gemandateerde van welstand. Elke twee weken is de voltallige commissie bijeen, bestaande uit drie leden waarvan twee monumentenadviseurs. Commissieleden zetten zich in om goed benaderbaar te zijn en er wordt in zo groot mogelijke openheid geadviseerd.
1II N1 li i Uh IUI 1I 1 1 1 IN I IU 110111111111111111111
Door de werkwijze met conceptaanvragen, meedenken en bijsturing door welstand en monumentenadviseurs worden bij de definitieve aanvraag zeer weinig bouwplannen niet vergund op basis van een negatief welstands- of monumentenadvies. Plannen die in eerste instantie negatief zijn worden zo veel mogelijk in samenspraak tussen initiatiefnemer en commissie aangepast en aangescherpt en zo tot een betere passende uitvoering te komen. Dit toont aan dat de commissie bereid is om mee te denken met de behoeften van een initiatiefnemer. Aan de andere kant worden plannen soms teruggetrokken door initiatiefnemers voordat ze formeel worden ingediend. Het is dan reeds duidelijk dat een bepaald plan niet op een positief advies kan rekenen. Het aantal formele negatieve adviezen is daarom beperkt en bedraagt 2 â 3 per jaar. Dit betreffen vooral handhavingsverzoeken van mensen die niet op de hoogte waren dat hun initiatief vergunning plichtig is. Aan alle geïnterviewden is gevraagd of er sinds de invoering van het nieuwe beleid bouwwerken of verbouwingen zijn gerealiseerd waarvan zij vinden dat die ruimtelijk echt onacceptabel zijn. Alle geïnterviewden hebben aangegeven daar geen concrete voorbeelden van te hebben. Het nieuwe beleid lijkt in de eerste twee jaar na inwerkingtreding geen grote ‘ongelukken’ tot gevolg te hebben gehad.
Excessenregeling en handhaving Er is geen gebruik gemaakt van de excessenregeling door handhaving achteraf van een exces na invoering van het nieuwe welstandsbeleid. Dit is een zwaar middel en (nog) niet nodig gebleken. De excessenregeling is niet gebruikt (ook niet in welstandsvrje gebieden) maar wordt wel waardevol geacht als laatste achtervang binnen het welstandsbeleid. Een excessenregeling is echt alleen een vangnet als een initiatiefnemer echt misbruik maakt van de geboden vrijheid. Bestendig beleid en stof tot nadenken Uit onderzoek blijkt voor de afgelopen twee jaar vertrouwen in een voldoende evenwicht tussen de geboden vrijheid en de gewenste ruimtelijke kwaliteit in Schiedam. Er zijn geen ontwikkelingen geweest die hebben geleid tot misstanden of een onacceptabele situatie vanuit welstands- en monumentenoogpunt. In die zin werken de nota en de toepassing daarvan en is er sprake van bestendig beleid. Uit de interviews zijn wel een aantal aandachtspunten naar voren gekomen. Hieronder worden de aandachtspunten beschreven die kunnen leiden tot aanscherping van het beleid bij een volgende herziening en/of een andere wijze van advisering in de toekomst. i. Beetdkwaliteitsplannen
Beeldkwaliteitsplannen voor nieuwbouw werken goed, echter wanneer de ontwikkeling is afgerond vervalt de buurt of wijk in het welstandsregiem van dat stadsdeel (meestal welstandsvrj). Het zorgvuldig opgebouwde ruimtelijk beeld is dan onderhevig aan toevoegingen en kleine bouwwerken die na de bouw worden gerealiseerd en niet getoetst worden op welstand. Dit kan beeldbepalende woningbouwontwikkelingen kwetsbaar maken. Overwogen kan worden om welstandsadvisering nog enige tijd na realisatie te bestendigen, zodat de manier van op- en aanbouwen de goede richting in kan worden gestuurd. Zo krijgt een kenmerkende wijk een eigen bouwcultuur. Ook kan de raadpieegbaarheid van de beeldkwaliteitsplannen worden verbeterd door goede verwijzing (op de website), een update van de kaart in de welstandsnota is dan niet nodig.
2. Duurzaamheidsmaatregeten
De ontwikkelingen en toetsing rond duurzaamheidsmaatregelen vragen om een integrale afweging (belevingswaarde versus toekomstwaarde). Het realiseren ervan is vanuit duurzaamheidsoogpunt gewenst, maar er zou wel een mogelijkheid kunnen bestaan om enigszins te kunnen sturen. 3. Zichttzjnen De zichtljnen zijn een goede toevoeging in de nota. Deze belangrijke infrastructurele lijnen zijn als het ware een visitekaartje van Schiedam. Toetsing van initiatieven binnen de zichtljnen is soms lastig omdat de begrenzing van wat er binnen valt niet helder genoeg is. Scherper kaderen en concreter maken wat er binnen de zichtljnen valt, kan dit verbeteren.
4. Gebrullcsvriendetjkheid nota Initiatiefnemers pakken de nota er pas bij na een eerste negatieve reactie in concept fase. De nota lijkt niet toegankelijk genoeg en bevat veel jargon. Daarnaast is op de website alleen een tekstversie geplaatst zonder beelden en foto’s. Dit maakt raadpleging niet eenvoudiger of aantrekkelijk. De gebruiksvriendelijkheid kan mogelijk worden vergroot door vereenvoudiging en leesbaarheid. Onderdeel hiervan zou ook een straatnamenregister kunnen zijn, met het intypen van het adres kan zo direct duidelijk worden welk welstandsbeleid (gebied en regiem) er geldt. Dit maakt het beleid zowel voor burger als plantoetser toegankelijker. 5. Relevanhe excessenregeling De excessenregeling is (nog) niet gebruikt (ook niet in welstandsvrje gebieden) maar wordt wel waardevol geacht als laatste achtervang binnen het welstandsbeleid. Een excessenregeling is echt alleen een vangnet als een initiatiefnemer echt misbruik maakt van de geboden vrijheid. Dit stimuleert de balans van veel vrijheid voor de burger én het rekening houden met de omgeving. Een excessenregeling wordt ook in andere gemeenten maar zeer beperkt ingezet, maar er zijn wel situaties waar de regeling is ingezet waar met name omwonenden in opstand kwamen tegen een wanstaltig bouwwerk. Behoud ervan wordt aanbevolen.
Zonder excessenregeling is er geen enkele reparatiemogeljkheid bij een exces in de toekomst. 6. Conceptaanvragen, meedenken en bijsturen Uit het onderzoek en interviews blijkt dat men tevreden is over de commissie en de werkwijze waarbij in gesprek met de aanvrager plannen worden bijgestuurd. Daarbij wordt wel aangegeven dat er meer ruimte moet zijn voor interne afstemming met bijvoorbeeld een stedenbouwkundige om zo samen te streven naar meer kwaliteit. Er is ook aangegeven dat er meerwaarde wordt gezien in een verbrede samenstelling van de commissie, bijvoorbeeld met een duurzaamheidsadviseur en/of een burger- / lekenlid. Dit mede in het licht van het bevorderen van uitwisseling van verschillende inzichten en meer integrale afwegingen (ook wenselijk vanuit de Omgevingswet).
7. Periodieke evaluatie welstandsbeleid Ondanks de toezegging om na een periode van 2 jaar te evalueren kan gezegd worden dat deze periode te kort is voor het evalueren van welstandsbeleid aangezien het proces van ideevorming, uitwerking en uitvoering van een bouwplan vaak veel tijd in beslag neemt. Een periodieke evaluatie (bijvoorbeeld) elke 5 jaar geeft een beter inzicht in de doorwerking van het beleid in de stad.
Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen de toezegging hiermee als afgedaan. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemee er, t
4/’
,-
E. Bos
C.H.J. Lamers