Zienswijzennota definitief - anoniem
Tekst van het document
ZIENSWIJZENNOTA
Ontwerp raadsvoorstel aanwijzing artikel 2 en 5 Wvg Gemeente Schagen
1/9
Inhoud 1.
Inleiding..........................................................................................................................................................3 1.1 Algemeen............................................................................................................................................................3 1.2 Procedure............................................................................................................................................................3 1.2.1 Zienswijzenronde.........................................................................................................................................3 1.2.2 Vaststelling/aanwijzing................................................................................................................................3
2.
Zienswijzen ten aanzien van het ontwerp raadsvoorstel...............................................................................4 2.1 Zienswijze R.H.J. Glorie......................................................................................................................................4 2.2 Zienswijze S.J. Koopman en A.M.M. Stoop........................................................................................................5 2.3 Zienswijze J.A.G. Paauw.....................................................................................................................................6 2.4 Zienswijze M. Paauw-Bremer.............................................................................................................................7
3.
Conclusie.........................................................................................................................................................8
2/9
1.
Inleiding
1.1 Algemeen Het ontwerpraadsvoorstel en -besluit van de raad van gemeente Schagen strekkende tot aanwijzing van percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing worden verklaard met betrekking tot het gebied ‘Schagen Oost’ versterkt de gemeentelijke regierol bij de (plan)ontwikkeling, gaat grondspeculatie en prijsopdrijving tegen en verschaft de gemeente een betere positie op de grondmarkt. Het ontwerpraadsvoorstel en -besluit heeft van 23 juni 2021 gedurende vier weken (derhalve tot en met 21 juli 2021) ter inzage gelegen. Er zijn vier schriftelijke zienswijzen ingediend. Om een ieder over de voorgenomen ontwikkelingen te informeren is tijdens de terinzagelegging op donderdag 24 juni 2021 een informatieavond gehouden. Tijdens deze bijeenkomst is het plan gepresenteerd aan bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden. Voorliggende zienswijzennota maakt onderdeel uit van de voorbereiding ten behoeve van het ontwerpraadsvoorstel en -besluit. De nota bestaat uit twee hoofdstukken. Na deze inleiding bevat hoofdstuk 2 een overzicht van de ingekomen zienswijzen ten aanzien van het ontwerpraadsvoorstel en -besluit. Per zienswijze wordt aangegeven of deze gegrond, gedeeltelijk gegrond of ongegrond is. Hoofdstuk 3 bevat tot slot een overzicht van de wijzigingen die in het ontwerpraadsvoorstel en besluit zijn doorgevoerd.
1.2 Procedure 1.2.1 Zienswijzenronde Gedurende de zienswijzetermijn heeft een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze bij de raad kunnen indienen.
1.2.2 Vaststelling/aanwijzing Na de zienswijzeronde beslist de gemeenteraad over het raadsbesluit. Hierbij worden de ontvangen zienswijzen meegewogen. Het raadsbesluit wordt gepubliceerd in overeenstemming met artikel 7 van de Wvg.
3/9
2.
Zienswijzen ten aanzien van het ontwerp raadsvoorstel
Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpraadsvoorstel en -besluit zijn vier zienswijzen ingekomen. Deze zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en van een motivatie voorzien. De zienswijzen zijn ontvankelijk. In deze paragraaf wordt elke afzonderlijke zienswijze samengevat en van een beoordeling voorzien. Per zienswijze is in de conclusie aangegeven of er al dan niet wijzigingen in het ontwerpraadsvoorstel en -besluit zijn aangebracht.
2.1 Zienswijze 1 Bij schrijven gedagtekend 28 juni 2021 en ontvangen op 9 juli 2021, heeft xx, wonende aan de xx te xx, een zienswijze ingediend tegen voornoemd ontwerpbesluit. Samenvatting a.
Reclamant heeft niet persoonlijk een brief ontvangen waarin de voorlopige aanwijzing is bekengemaakt, hetgeen hem niet juist en zeer ongewenst lijkt.
b.
De voorlopig aangewezen gronden genieten bij de provincie Noord-Holland een beschermde status.
c.
De Lutjewallerweg en aanliggende polderweggetjes zijn volledig ongeschikt voor meer verkeer dan er nu langsrijdt.
d.
Reclamant is met betrekking tot het gebruik van zijn gronden bevreesd voor eventuele reacties/klachten van nieuwe bewoners.
Beoordeling a.
Reclamant is geen eigenaar of zakelijk gerechtigde met betrekking tot de aan te wijzen percelen en is - om voornoemde redenen - geen belanghebbende in de zin van artikel 1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Om deze reden is reclamant niet persoonlijk aangeschreven. Reclamant is om dezelfde reden niet ontvankelijk in haar zienswijze. Desalniettemin zal de gemeente de overige punten van reclamant inhoudelijk behandelen.
b.
De gronden hebben de aanduiding Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) in de Provinciale Omgevingsverordening NH 2020. 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Op deze gebieden zijn extra regels van toepassing vanwege hun bijzondere waarde voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn. Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw.
4/9
Als deze kernkwaliteiten niet aantast worden, is bijvoorbeeld woningbouw onder voorwaarden mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgesteld over hoe toegestane ontwikkelingen ingepast kunnen worden in deze gebieden. c.
Het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Uit dit besluit volgt niet dat de aangewezen gronden ontwikkeld worden zonder dat daarbij rekening zal worden gehouden met de overige aspecten van een dergelijke ontwikkeling. Indien overgegaan wordt tot ontwikkeling en daarbij blijkt dat de lokale infrastructuur aanpassing behoeft om de ontwikkeling mogelijk te maken, zal de gemeente hier zorg voor dragen in het betreffende planologische regime.
d.
Het gebruik van niet-aangewezen gronden, zoals de gronden van reclamant, wordt niet belemmerd door het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient.
Conclusie Als gevolg van de hierboven weergegeven beoordeling van de zienswijze, ziet de gemeente geen reden om het ontwerpraadsvoorstel en -besluit op deze punten aan te passen.
2.2 Zienswijze 2 Bij schrijven gedagtekend 22 juli 2021, hebben xx, wonende aan de xx te xx, een zienswijze ingediend tegen voornoemd ontwerpbesluit. Samenvatting a.
Reclamanten hebben met de gemeente gecorrespondeerd over een bouwvergunning aan de xx en zijn verbaasd dat een deel van hun gronden nu onderwerp zijn van een voorkeursrecht. Reclamanten moesten rekening houden met de Structuurvisie Noord-Holland 2040, waarin het gebied werd aangeduid als een gebied voor grootschalige land- en tuinbouw.
b.
Reclamanten nemen aan dat als Schagen nog groter wordt, het verkeer op de ontsluiting Zuiderweg een drama wordt, waardoor een ring Zuid tussen de N241 en N245 noodzakelijk is.
c.
De gemeente geeft aan dat het voor de provincie belangrijk is dat de afstand van de woonwijk naar het treinstation niet te ver mag zijn. Reclamanten geven twee alternatieve locaties en zijn van mening dat het verschil in reistijden tussen de verschillende locaties nihil is.
Beoordeling a.
De Structuurvisie Noord-Holland 2040 speelt in op de ruimtelijke vraagstukken voor de provincie Noord-Holland. De gronden rondom Schagen worden inderdaad aangemerkt als ‘gebied voor grootschalige landbouw’ (p.66), maar dit bevat geen verbod op ander dan agrarisch gebruik. In dit aspect is het vigerende bestemmingsplan leidend, waarvoor de gemeente het bevoegd gezag betreft.
5/9
b.
Het besluit waartegen reclamanten een zienswijze indienen, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Uit dit besluit volgt niet dat de aangewezen gronden ontwikkeld worden zonder dat daarbij rekening zal worden gehouden met de overige aspecten van een dergelijke ontwikkeling. Indien overgegaan wordt tot ontwikkeling en daarbij blijkt dat de lokale infrastructuur aanpassing behoeft om de ontwikkeling mogelijk te maken, zal de gemeente hier zorg voor dragen in het betreffende planologische regime.
c.
Het besluit waartegen reclamanten een zienswijze indienen, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Uit dit besluit volgt niet dat de aangewezen gronden ontwikkeld worden. De gemeente dient met betrekking tot de ontwikkeling van een locatie een afweging te maken op basis van verschillende aspecten. Hoewel de door reclamanten aangedragen locaties vergelijkbaar zijn met betrekking tot reistijd per fiets tot het treinstation, is de gemeente van mening Schagen-Oost de meeste potentie heeft om op de (middel-)lange termijn te kunnen worden ontwikkeld. Zie hiervoor de concept Ontwikkelvisie stad Schagen. Voor de korte termijn wordt gewerkt aan een aantal andere locaties in en om de stad Schagen, waaronder ook Muggenburg-Zuid.
Conclusie Als gevolg van de hierboven weergegeven beoordeling van de zienswijze, ziet de gemeente geen reden om het ontwerpraadsvoorstel en -besluit op deze punten aan te passen.
2.3 Zienswijze 3 Bij schrijven gedagtekend 19 juli 2021 en ontvangen op 22 juli 2021, heeft xx, wonende aan de xx te xx, een zienswijze ingediend tegen voornoemd ontwerpbesluit. Samenvatting a.
De gemeente heeft miskend dat er een sinds 2007 vastgelegd recht van eerste koop met betrekking tot een familielid in de eerste lijn bestaat op de gronden van reclamant.
b.
Reclamant wenst te weten waarom op een gedeelte van zijn perceel een voorkeursrecht wordt gevestigd, terwijl dat bij een aantal andere percelen in de omgeving niet gebeurt.
c.
De vestiging van een voorkeursrecht heeft gevolgen voor de exploitatiemogelijkheden en financieringsmogelijkheden van zijn gronden. Reclamant wenst een garantie van de gemeente dat zijn bouwplan niet in gevaar komt door het vestigen van het voorkeursrecht.
d.
De vestiging van een voorkeursrecht op zijn tuin maakt het voor reclamant onmogelijk om zijn particuliere woning vrij te verkopen. De lijn van het voorkeursrecht dient verschoven te worden naar de grens van de vergunning xx.
e.
Er staan vier woningen in het midden van de aangewezen gronden, die mogelijk te maken krijgen met een rommelig gebied met bouwwerkzaamheden. Hoe wil de gemeente dit compenseren?
Beoordeling
6/9
a. Artikel 10, tweede lid, onder a van de Wet voorkeursrecht gemeenten staat een vervreemding toe ingevolge een overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of met een pleegkind. Het recht van eerste koop, zoals vastgelegd in akte Hyp4/52794/73, wordt door de gemeente niet miskend noch beperkt door de aanwijzing. b. Overeenkomstig het gemeentelijke grondbeleid wordt bij ontwikkeling van uitleggebieden uitgegaan van actief grondbeleid. In een aantal gevallen vereist dit niet dat er een voorkeursrecht op gronden wordt gelegd. Hierbij kan worden gedacht aan gronden die in eigendom zijn bij de gemeente of andere overheidsinstanties, of gronden die niet nodig zijn voor de ontwikkeling van het uitleggebied. c.
Het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het besluit heeft geen invloed op een bouwplan waarvoor reeds een vergunning is verleend.
d. Reclamant is vrij om zijn onroerende zaken te verkopen waarop geen (voorlopige) aanwijzing is gevestigd op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Indien reclamant van mening is dat de onroerende zaken een samenhangend geheel vormen met onroerende zaken waarop wel een (voorlopige) aanwijzing is gevestigd op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten, kan hij eisen dat deze op grond van artikel 11, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten gezamenlijk worden betrokken in een mogelijke vervreemding aan de gemeente. e. Het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Uit dit besluit volgt niet dat de aangewezen gronden ontwikkeld worden zonder dat daarbij rekening zal worden gehouden met de overige aspecten van een dergelijke ontwikkeling. Conclusie Als gevolg van de hierboven weergegeven beoordeling van de zienswijze, ziet de gemeente wel reden om het ontwerpraadsvoorstel en -besluit op deze punten aan te passen.
2.4 Zienswijze 4 Bij schrijven gedagtekend 19 juli 2021 en ontvangen op 22 juli 2021, heeft xx, wonende aan de xx te xx, een zienswijze ingediend tegen voornoemd ontwerpbesluit. Samenvatting a.
De gemeente heeft miskend dat er een sinds 2007 vastgelegd recht van eerste koop met betrekking tot een familielid in de eerste lijn bestaat op de gronden van reclamant.
b.
Het voorkeursrecht valt onder andere op het erf en de stolp waarvoor al een ontwerpbestemmingsplan voor wijziging naar wonen bestaat. Hiermee wordt mijn belang geschaad, omdat het een nabetalingsregeling blokkeert die ik als eerder eigenaar daar nog heb.
c.
Reclamant voorziet een gevaar in een makkelijk toegankelijke al leegstaande stolpboerderij met rieten dak en aangrenzende astbestdaken.
7/9
Beoordeling a.
Artikel 10, tweede lid, onder a van de Wet voorkeursrecht gemeenten staat een vervreemding toe ingevolge een overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of met een pleegkind. Het recht van eerste koop, zoals vastgelegd in akte Hyp4/52794/73, wordt door de gemeente niet miskend noch beperkt door de aanwijzing.
b.
Het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Andere procedures, waaronder een ontwerpbestemmingsplan, worden hierdoor niet beperkt.
c.
Het besluit waartegen reclamant een zienswijze indient, strekt slechts tot aanwijzing van gronden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het besluit hoeft niet op grond van dit argument aangepast te worden.
Conclusie Als gevolg van de hierboven weergegeven beoordeling van de zienswijze, ziet de gemeente geen reden om het ontwerpraadsvoorstel en -besluit op deze punten aan te passen.
8/9
3.
Conclusie
Als gevolg van de ingediende zienswijzen is het ontwerpraadsvoorstel en -besluit op de volgende punten aangepast: Bijlage 1. Kaart Wvg o.b.v. art. 2 en 5 Wvg Lijn van het kadastraal perceel Schagen, K, 868 aangepast (op de kaart weergegeven als nummer 2) Bijlage 2. Perceellijst Oppervlakte van het aangewezen deel van het perceel Schagen, K, 868 aangepast van 5.666 ha naar 4.272 ha
9/9