Zandpolder fase 4 en 5 Bijlagen bij de toelichting vastgesteld
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen Bij De Toelichting
Zandpolder fase 4 en 5 Ontwerp
Bestemmingsplan Bijlagen Bij De Toelichting
Zandpolder fase 4 en 5 Ontwerp Fase: ontwerp Datum:
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Groene Quickwins voor de Zandpolder
7
Bijlage 2
Inrichtingsplan Zandpolder 4
25
Bijlage 3
Inrichtingsplan Zandpolder 5
69
Bijlage 4
Uitlandse Polder en Zandpolder (K5)
89
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek Zandpolder 4
99
Bijlage 6
Advies Archeologie West - Friesland inclusief Zandpolder 5
143
Bijlage 7
Bodemonderzoek Zandpolder 4
151
Bijlage 8
Bodemonderzoek Zandpolder 5
531
Bijlage 9
Partijkeuring Zandpolder 4
645
Bijlage 10
Partijkeuring Zandpolder 5
747
Bijlage 11
Ecologie Zandpolder 4
815
Bijlage 12
Ecologie Zandpolder 4 update
821
Bijlage 13
Ecologie Zandpolder 5
833
Bijlage 14
Maatregelen zoet zout
861
Bijlage 15
M.e.r.-aanmeldnotitie
871
Bijlage 16
Overlegreactie HHNK
881
Bijlage 17
Watervergunning
885
3
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
4
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
6
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
Bijlage 1 Groene Quickwins voor de Zandpolder
7
Groene quickwins voor de Zandpolder Voorstel van de gemeente Schagen en Landschap Noord-Holland Juni 2015
1
Colofon Opdrachtgevers: Landschap Noord-Holland en gemeente Schagen Projectleider: Gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA Schagen 0224-210400 Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE Heiloo 088-0064400 Ten Haaf en Bakker Scholeksterstraat 23 1875 HM Groet 072-5151467
2
Inhoudsopgave Colofon ............................................................................................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ................................................................................................................................................................ 3 Inleiding ............................................................................................................................................................................ 4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 4 Bestaand beleid, processen en ontwikkelingen ............................................................................................................. 5 Provinciaal niveau ............................................................................................................................................... 5 Gemeentelijk niveau ........................................................................................................................................... 5 Waterhuishoudkundig niveau .............................................................................................................................
5 Overig .................................................................................................................................................................. 6 De stip op de horizon ...................................................................................................................................................... 7 Belang voor de natuur......................................................................................................................................... 7 Belang voor de mens ........................................................................................................................................... 7 Huidige natuurwaarden ...................................................................................................................................... 8 Stip op de horizon voor natuur en recreatie ....................................................................................................... 9 Uitwerking van de deelgebieden .................................................................................................................................. 11 Overzichtskaartje met genummerde percelen .................................................................................................
11 Kansrijk op de korte termijn.......................................................................................................................................... 12 Kansrijk op de middellange termijn .............................................................................................................................. 14 Wensen op de langere termijn ..................................................................................................................................... 14 Recreatieve routes en voorzieningen ........................................................................................................................... 14 Globale kostenindicatie ................................................................................................................................................. 15 Verwerving gronden (eenmalige kosten) .......................................................................................................... 15 Inrichtingskosten (eenmalige kosten) ............................................................................................................... 15 Recreatieve voorzieningen (eenmalig) ..............................................................................................................
15 Beheerkosten .................................................................................................................................................... 15 Samenvatting quickwins ................................................................................................................................... 15
3
Inleiding Aanleiding voor dit voorstel is de memo van de provincie Noord-Holland met betrekking tot de quick wins uit het programma Groen in de Kop. Landschap Noord-Holland en de gemeente Schagen krijgen tot 31 december 2015 de mogelijkheid om een concreet inrichtingsplan voor Boskerpark in te dienen en een alternatief voor de NNN-opgaven voor het project Zijperzeedijk te Callantsoog. In deze memo wordt een gezamenlijk voorstel neergelegd voor de ontwikkeling van een deel van de Zandpolder tussen Callantsoog en Groote Keeten. De Zandpolder tussen Callantsoog en Groote Keeten is een scharnierpunt tussen een aantal natuurgebieden. De polder maakt de verbinding van de NNN/Natura 2000 duingebieden tussen het Zwanenwater en de duinen in de Noordkop robuust. Daarnaast vormt zij de ecologische verbinding via Boskerpark naar de Waddenkust. Tot slot is de Zandpolder ook de mogelijke schakel via het Kooibos en de Uitlandsche polder naar het Zwanenwater. Er is de afgelopen jaren veel bereikt in de Zandpolder: nieuwe natuur is gerealiseerd, in uitvoering of ligt klaar voor uitvoering. Naast het ontwikkelen van belangrijke natuurgebieden is hiermee ook een groen uitloopgebied voor eigen inwoners en de bezoekers van het kustgebied in ontwikkeling, van economische levensbelang voor de bestaande en nog nieuw te ontwikkelen verblijfsrecreatie in het gebied.
Bij de plannen wordt daarom ook aandacht besteed aan de beleefbaarheid en recreatieve waarde door middel van recreatieve routes en voorzieningen. Bij alle nieuwe ontwikkelingen is het de uitdaging zoveel mogelijk meekoppelkansen te benutten, zoals bijvoorbeeld mogelijke combinatie met taken van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op het gebied van veiligheid, waterkwaliteit (zout) en waterkwantiteit (waterberging). De tijd is rijp om vooruit te blikken door het hele plaatje weer in samenhang te bekijken: Wat is er gerealiseerd en welke kansen liggen er nog in het verschiet om te verzilveren? En hoe passen deze in het beleid? Dit rapport beoogt duidelijkheid te verschaffen over de quickwins voor de korte termijn en de visie en wensen voor de (middel)lange termijn.
Leeswijzer Eerst schetsen we kort het bestaande beleid en plannen die direct of indirect invloed hebben op de ontwikkelingskansen voor de Zandpolder. Met deze achtergrondinformatie schetsen we een wenselijk totaalbeeld voor de polder als stip op de horizon, zowel wat betreft de ontwikkeling van natuur en landschap als de daarbij behorende recreatieve voorzieningen, verblijfsrecreatie en routes. Vanuit de samenhang zoemen we vervolgens in het niveau van percelen en benoemen de kansen, die daar aanwezig zijn en wat er nodig is om deze kansen ook te verzilveren qua financiering en proces. We maken daarbij onderscheid tussen de quick wins en de mogelijkheden op de middellange of langere termijn. Tot slot geven we een samenvattend overzicht, inclusief kosten- en financieringsplaatje.
4
Bestaand beleid, processen en ontwikkelingen Provinciaal niveau Provinciale Ruimtelijke Verordening, Licht op groen/Agenda Groen, Natuurbeheerplan In de verordening is het hele gebied aangeduid als weidevogelleefgebied. Er zijn ook diverse NNN begrensde gebieden opgenomen. Langs Callantsoog en Boskerpark is een ecologische verbinding gepland richting Waddenkust. Kust op kracht/Proces ruimtelijke kwaliteit Dit proces bood en biedt kansen voor meekoppeling. Groen in de Kop Groen in de Kop pleit voor meer integrale gebiedsontwikkeling bij ‘Het Oog’, met quickwins voor de Zandpolder en Boskerpark voor afronding EHS in combinatie met recreatie. Hieraan draagt dit plan bij.
Gemeentelijk niveau Bestemmingsplan Buitengebied Zijpe (2013), in werking getreden De gewenste natuurontwikkelingsgebieden hebben deels nog een agrarische bestemming en hebben deels al een natuurbestemming. Gebiedsperspectieven Callantsoog (2007) Grontmij Dit rapport pleit voor versteviging van de natuur- en landschapswaarden in combinatie met waterberging en recreatieve routes. Gebiedsperspectieven Callantsoog vervolg (2010) Dit betreft een weerslag van overleg tussen de voormalige gemeente Zijpe en LNH over kansen in het gebied, die naar aanleiding van het rapport van Grontmij een verdere verdieping hebben gekregen. Veelkleurig Landschap (2009) De beleidsnota Veelkleurig Landschap pleit voor natuurontwikkeling en ecologische verbindingen in de Zandpolder, in combinatie met recreatieve voorzieningen. Ook wordt behoud van karakteristieke elementen als bijvoorbeeld nolletjes bepleit. Ook wordt sterk ingezet op behoud van de openheid. De natuurgebieden dragen hieraan bij. Nota verblijfsrecreatie In de nota Verblijfsrecreatie (Zijpe 2009) wordt aandacht gevraagd voor een kwaliteitsimpuls in de verblijfsrecreatie. Dit krijgt een goede plek in de huidige uitbreidingsmogelijkheden, met daaromheen kwalitatief hoogwaardig groen landschap.
Waterhuishoudkundig niveau Waterberging en watercompensatie In het kader van WB21 moeten maatregelen genomen ter bescherming tegen wateroverlast. Hiervoor wordt waterberging gecreëerd. Het uitgangspunt is deze te realiseren binnen het plan Boskerpark, in combinatie met de watercompensatie die gerealiseerd moet worden in verband met de uitbreiding met verblijfsrecreatie. 5
Compensatie in het kader van kustversterking De maatregelen die genomen zijn en worden in het kader van de kustveiligheid zet de (natuurkwaliteiten van de) zoute kwel In de Hargemer en Pettemer polder mogelijk onder druk. In de Zandpolder liggen langs de kust kansen om hiervoor compensatie te bieden, vanwege de aanwezige zoute kweldruk. Hiermee worden voorwaarden gecreëerd voor hoogwaardige natuurwaarden, zoals steenlopers, scholeksters en zoute kwel vegetatie.
Waterkwaliteit De zoute kweldruk maakt de zouteffecten in de Zandpolder voor de landbouw in de toekomst steeds sterker, terwijl er voor natuur grote kansen liggen.
Overig Toekomstvisie Groote Keeten (2015) Deze visie van de dorpsraad Groote Keeten pleit voor een versterking van de groene zone rond Groote Keeten als uitloopgebied voor dorpsbewoners en toeristen/dagrecreanten Ontwikkelingen Uitlandsche polder Natuurmonumenten is bezig met natuurontwikkeling in de Uitlandsche polder. Hiermee ontstaat op termijn ook een groene zone rond Callantsoog als uitloopgebied voor bewoners en toeristen/dagrecreanten. Begrenzingen bij de waterberging Zijperzeedijk De percelen tussen de nieuw aangelegde waterberging Zijperzeedijk en de campings kunnen bij nader inzien niet op korte termijn tot natuur ontwikkeld worden. Daarmee vervalt nut en noodzaak van begrenzing. Het voorstel is deze percelen (circa 8 ha) te ontgrenzen en de hectares begrenzing te verplaatsen naar de binnenduinrandzone, waar grote natuurontwikkelingspotenties liggen. Dit voorstel geeft hier verder invulling aan.
6
De stip op de horizon Op dit moment is de Zandpolder een lappendeken van landbouwpercelen, verblijfsrecreatie en natuur. De Zandpolder verschiet echter langzaam van kleur: met steeds meer groen door natuurontwikkeling, met daartussen bestaande en nieuw te ontwikkelen verblijfsrecreatie. Het aandeel landbouwpercelen neemt af. Dit past in het bestaand beleid zoals Veelkleurig Landschap en de Duinzoomplannen.
Belang voor de natuur Zoals in de inleiding al benoemd, is de Zandpolder een scharnierpunt en verbinding voor de omringende natuurgebieden. Hoe meer natuurontwikkeling in de Zandpolder, des te beter dit scharnierpunt zal functioneren. Als stip op de horizon zien we daarom in plaats van een groene lappendeken, robuuste groengebieden die met elkaar verbonden zijn en daardoor optimaal als ecologische verbinding functioneren. De bestaande en nieuw te ontwikkelen verblijfsrecreatie wordt daarbij geconcentreerd in een aantal hoogwaardige locaties met goede voorzieningen dichtbij. Dit is overigens in lijn met de verschillende beleidsdoelen.
Belang voor de mens Bijkomende winst is dat het gebied steeds aantrekkelijker wordt als groen uitloopgebied voor inwoners en toeristen van het kustgebied van Schagen (routes en voorzieningen). Een bijkomend aandachtspunt is dat het aantal landbouwpercelen steeds verder zal afnemen en deze als enclaves in een groengebied komen te liggen. Wellicht is het mogelijk door vrijwillige kavelruil voor deze agrariërs mogelijkheden elders te creëren. Op de volgende twee pagina’s is de huidige situatie en de stip op de horizon verbeeld.
Meekoppelkansen Bij alle plannen is het zaak zoveel mogelijk doelen te stapelen en kansen mee te koppelen, zoals SKNL/NNN afronding/Programma Groen Er komen binnen 1-2 jaar gronden op de markt beschikbaar Vrijvallende gelden Groen in de Kop, bij Zijperzeedijk Groei van verblijfsrecreatie biedt kansen Gronden van de gemeente Schagen (incl. Hoeve Africa), die grotendeels ook al vermeld staan als ‘groen’ Samenwerking met en inbreng van Boskerpark en Callassande bij realisering groen Uitvoering programma versterking recreatiemogelijkheden Zoutproblematiek Waterberging Ontgrenzen Zijperzeedijk en begrenzen nieuwe kansen. Compensatie van strandtenten bij HHNK (langere termijn)
7
Huidige natuurwaarden De dorpen Callantsoog en Groote Keeten worden omgeven door belangrijke natuurgebieden. Aan de zuidzijde het Zwanenwater en aan de westkant de Noordduinen en de zee. Ook in de polder vinden we van oudsher fraaie gebieden, zoals het Kooibos, Luttickduin en de Nollen van Abbestede. Het zijn restanten van het voormalige Waddeneiland Callantsoog, die stuk voor stuk een hoge natuurwaarde hebben. De zandgrond en het kwalitatief goede kwelwater vanuit de duinen vormen een ideale voedingsbodem voor de ontwikkeling van gevarieerde duinvegetaties en schraallanden met veel zeldzame planten, waaronder verschillende orchideeën. Deze gunstige uitgangssituatie biedt ook grote mogelijkheden voor natuurontwikkeling. In de afgelopen decennia zijn door Landschap Noord-Holland en Natuurmonumenten verschillende natuurontwikkelingsprojecten gerealiseerd, waaronder Het Nollenland bij Abbestede, Zandpolder fase 1 en 2 en de Uitlandsche Polder. Deze gebieden beschikken inmiddels over een rijk planten- en dierenleven. Ze zijn goed vanaf de bestaande wegen te overzien en hebben daardoor een belangrijke functie voor natuurgerichte recreatie. Huidige situatie Zandpolder
8
Stip op de horizon voor natuur en recreatie De recreatieve betekenis van Callantsoog en Groote Keeten neemt nog steeds toe. Er zijn plannen voor de aanleg van het omvangrijke Boskerpark en daarnaast zullen bestaande recreatieparken uitbreiden. Op deze toename kan worden ingespeeld met de ontwikkeling van meer toegankelijke natuur rond de dorpen. Met de inrichting van natuur in een strook langs de duinen wordt een belangrijke versterking van het Natura 2000 gebied De Noordduinen bereikt. De potenties voor natuurontwikkeling zijn hier groot, o.a. door het optreden van een combinatie van zoete kwel vanuit het duingebied en zoute kwel vanuit de Noordzee. De realisatie van zilte en zoete schraalgraslanden wordt hierdoor mogelijk. De ontwerpen voor natuurontwikkeling, die in deze fase indicatief zijn weergegeven, zullen zoveel mogelijk worden gebaseerd op de historische kenmerken van het voormalige Waddeneiland. Met de inrichting van de, aan het Boskerpark gekoppelde, Boskerpolder ontstaat een ecologische verbinding in oostelijke richting, die via Waterberging ’t Hoekje, Eendenkooi ’t Zand, Mosselwiel en het Oude Veer aansluiting geeft op het Amstelmeer. De realisatie van dit toekomstbeeld is een grote kans voor een gecombineerde duurzame ontwikkeling van natuur en recreatie in dit bijzondere gebied. De inrichtingsschets is indicatief voor het eindbeeld.
Uitwerking zal gefaseerd plaatsvinden, waarbij de inrichting per deelgebied zodanig zal worden ontworpen dat aaneenschakeling tot een geheel in de toekomst mogelijk is. Toekomstige situatie Zandpolder
9
Toekomstig beheer De huidige en toekomstige gebieden moeten ook duurzaam beheerd worden. De financiering hiervan staat onder druk, omdat SNL en pachtinkomsten lang niet altijd voldoende zijn om de kosten van beheer te dekken. Landschap Noord-Holland heeft als randvoorwaarde voor het zelf realiseren of in gebruik nemen van nieuwe natuurgebieden, dat de financiering van het beheer goed geregeld is. Om deze reden is bij de uitwerking ook een indicatie van de toekomstige beheerkosten opgenomen. Niet alleen inrichten kost geld, ook het beheer.
10
Uitwerking van de deelgebieden Bij de uitwerking van de deelgebieden maken we onderscheid tussen de volgende categorieën: 1. De quickwins. (lichtgroen) Percelen waarvan de verwachting is dat deze op korte termijn beschikbaar komen 2.
Kansrijke percelen in de nabije toekomst (geel) Te benoemen:
3.
Wensen voor de lange termijn, kansen nog niet concreet (oranje) Deze zijn nog niet verder uitgewerkt. Er is alleen een voorlopige inschatting van mogelijke toekomstige kosten gemaakt.
Tot slot zijn ook de recreatieve routes en voorzieningen opgenomen. Deze zijn in de kaart op de vorige pagina ingetekend.
Overzichtskaartje met genummerde percelen
11
Kansrijk op de korte termijn 1a. Gronden HHNK Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C19 (32.470 m2) en C 20 (29.440 m2) HHNK Kortlopend verpacht 6,1 hectare De gronden komen waarschijnlijk binnenkort te koop. Het is bespreekbaar dat de grond gekocht kan worden door LNH. De gronden zijn op dit moment nog niet begrensd. Voorstel is herbegrenzing van Zijperzeedijk ha hiervoor te benutten
1b. Gronden gemeente grenzend aan Zandpolder Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C674 (20.370 m2) en C679 (5.030 m2) Gemeente Schagen In gebruik bij Kager, doorlopende pacht. Pacht moet afgekocht worden. 2,5 hectare Belangrijke verbindende schakel tussen de natuurgebieden Zandpolder 2 en 3. De gronden zijn op dit moment nog niet begrensd. Voorstel is herbegrenzing van Zijperzeedijk ha hiervoor te benutten. Nuttig ook voor recreatieve verbindingsmogelijkheid.
1c. Gronden Noordermeer Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C513 (21.210 m2) en C121 (20.020 m2) Noordermeer (particulier) ? 4,1 hectare
1d. Gronden bij de Africahoeve Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C509 (430 m2) en C510 (12.033 m2) Gemeente Schagen Losse pacht 1,3 hectare Er wordt al lang gesproken over de wens hier natuur te ontwikkelen i.s.m. LNH. Hiervoor is ook al een inrichtingsschets beschikbaar Is al begrensd. Moet nog verworven (of in erfpacht) en ingericht worden.
12
1e. Gronden Boskerpark voor natuur, van gemeente en/of in contract Kadasternummers
Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C798 (50.581 m2), C67 (13.380 m2), C68 (7.650 m2), C69 (6.750 m2), C70 (6.990 m2), C66 (17.110 m2), C73 (5.460 m2), C74 (2.850 m2), C75 (7.180 m2), C76 (14.430 m2), C79 (11.230 m2), C698 (6.000 m2), C80 (3.880 m2), C79 (2.950 m2), C81 (18.620 m2), C89 (6.600 m2), C98 (10.950 m2) en C92 (12.050 m2) Deels is in eigendom van gemeente Schagen en deels moet nog contractueel worden overgedragen aan gemeente Schagen. In tijdelijk gebruik en afspraken zijn gemaakt over oplevering gronden. 18 ha hectare Planvorming is al rond. Bestemmingsplan is onherroepelijk. Door omstandigheden is een deel van de financiering van de inrichting weggevallen. Het voorstel is dit gat te dichten met gelden uit Groen in de Kop.
1f. Gronden Boskerpark voor natuur, nog particulier bezit Kadasternummers Huidig Eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C90 (10.180 m2) Erven van Scheijen (de heer Groen). Verpacht aan de heer R. Stam (Boskerpark BV) en afspraken gemaakt over oplevering gronden. 1,0 ha Planvorming is al rond Grond moet (en kan ook) nog verworven worden. Zit niet in de verrekening met Boskerpark. Over de verwerving en de financiering is een afspraak met de provincie gemaakt.
1g. Gronden particulier bij Zandpolder 3 Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C13 (14.850 m2), C10 (14.850 m2) en C17 (11.780 m2) Kager (particulier) Tot 2016 verpacht 4,1 hectare Mogelijk komen deze gronden te koop.
1h. Gronden particulier bij Zandpolder 3 (nieuw toegevoegd, niet op de kaart) Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C676 (14.770m2) Tas ? 1,4 hectare Mogelijk zijn deze gronden te koop
13
Kansrijk op de middellange termijn 2a. Grond van van Muyen Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
C127 (21.620 m2) Van Muijen (particulier, bollenteler) 2,2 hectare
2b. Grond van Vink Kadasternummers Huidig eigendom Huidig gebruik/pacht Grootte Bijzonderheden Randvoorwaarden en wensen
Diverse kleine kavels van C123 (w.o. 22.370 m2) tot C 506 (7.410 m2) Vink (particulier, bollenteler) … 7,9 hectare
Wensen op de langere termijn Percelen 3a 3b 3c
ha 2,5 2,7 1,9
Eigenaar Muyen Muyen Baken
3d 3e 3f
6,1 4,9 2,7 20,8
Haaster Schoon Gemeente Schagen
Totaal
Bijzonderheden
Belangrijk ontbrekend stuk in de verbinding, maar nu niet te koop
Maakt groene ring rond Groote Keeten compleet
Recreatieve routes en voorzieningen Op de kaart op pagina 9 zijn eveneens de bestaande en nog mogelijke nieuw gewenste recreatieve routes en voorzieningen opgenomen. Deze moeten nog begroot qua inrichting en beheer. Nieuw fietspad Nieuw wandelpad Nieuw ruiterpad Picknickfaciliteiten Nieuwe uitkijktorens Opwaardering toren Vink
pm pm pm pm 2 stuks 1 stuk
Bijv. Picknickbank en informatiebord Is aan renovatie en opwaardering toe
14
Globale kostenindicatie Verwerving gronden (eenmalige kosten) De kosten voor verwerving van gronden hangt van veel factoren af, zoals de kwaliteit van de aan te kopen gronden, marktsituatie op het moment van onderhandelen etc. Onderstaan dis daarom een globale indicatie: Quick wins: Kansen middellange termijn: Wensen langere termijn:
1,8 miljoen euro 0,5 miljoen euro 2,7 miljoen euro
Inrichtingskosten (eenmalige kosten) De kosten hiervan zijn globaal berekend aan de hand van ervaringscijfers van andere inrichtingsprojecten in de Zandpolder. Quick wins : Kansen middellange termijn: Wensen langere termijn:
1,9 miljoen euro 0,8 miljoen euro 1,7 miljoen euro
Recreatieve voorzieningen (eenmalig) Het voorstel is 140.000 euro te reserveren voor recreatieve voorzieningen zoals eventueel ontbrekende routeschakels, picknickfaciliteiten, informatie en uitkijktorens. (Dit is exclusief de recreatieve voorzieningen voor het Boskerpark die al elders begroot en gedekt zijn)
Beheerkosten Dit zijn jaarlijks terugkerende kosten voor het beheer van de natuurgebieden. Het is van belang voor verwerving en inrichting duidelijkheid te hebben over de financiële dekking van de beheerkosten. Quick wins Kansen middellange termijn: Wensen langere termijn:
39.000 euro 12.000 euro 17.000 euro
Samenvatting quickwins Eenmalige kosten (verwerving en inrichting) Jaarlijkse beheerkosten
3,7 miljoen euro 39.000 euro
15
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
24
bestemmingsplan Zandpolder fase 4 en 5
Bijlage 2 Inrichtingsplan Zandpolder 4
25
Inrichting Zandpolder 4
Juli 2017
Inrichting Zandpolder 4
2017
Projectleider Afdeling
Onderzoek en Advies
Opdrachtgever
Gebieden
Financiering Foto’s en afbeeldingen Wijze en citeren Rapportnummer Projectnummer
M-OA-17-50314
© Natuurlijke Zaken De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE Heiloo 088-0064400 www.natuurlijkezaken.nl
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................... 5 1
Inleiding ..................................................................................................... 7 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................. 7
1.2
Gebiedsbeschrijving .............................................................................................................. 9
2
Inventarisatie en analyse .......................................................................... 10 2.1
Ontstaansgeschiedenis ....................................................................................................... 10
2.2
Archeologie en aardkundige waarden ................................................................................ 11
2.3
Cultuurhistorie .................................................................................................................... 11
2.4
Ecologie............................................................................................................................... 12
2.4.1
Beschermde gebieden .................................................................................................... 12
2.4.2
Beschermde soorten ...................................................................................................... 12
2.4.3
Flora................................................................................................................................ 12
2.4.4
Vogels ............................................................................................................................. 14
2.4.5
Zoogdieren ..................................................................................................................... 14
2.4.6
Amfibieën ....................................................................................................................... 14
2.4.7
Reptielen ........................................................................................................................ 14
2.4.8
Vissen ............................................................................................................................. 14
2.4.9
Insecten .......................................................................................................................... 14
2.4.10
Effecten van de ingreep ............................................................................................. 14
2.4.11
Ecologische potentie voor zilte overstromingsgraslanden ........................................ 16
2.4.12
Mogelijkheden voor kustvogels: ................................................................................ 16
2.5
Hydrologie .......................................................................................................................... 17
2.6
Ruimtelijk beleid ................................................................................................................. 18
2.7
Recreatie en toerisme......................................................................................................... 18
3
Inrichting .................................................................................................. 18 3.1
4
Beheeraspecten .................................................................................................................. 19
Bijlagen .................................................................................................... 20 4.1
Zandpolder 4. Hydrologische uitgangspunten / randvoorwaarden ................................... 20
4.2
Zandpolder 4: Notitie Brak Grasland .................................................................................. 33
4.3
Bijlage inrichtingstekening .................................................................................................. 40
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
5
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
6
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De Zandpolder tussen Callantsoog en Groote Keeten is een scharnierpunt tussen een aantal natuurgebieden. De polder maakt de verbinding van de NNN/Natura 2000 duingebieden tussen het Zwanenwater en de duinen in de Noordkop robuust. Daarnaast vormt zij de ecologische verbinding via Boskerpark naar de Waddenkust. Tot slot is de Zandpolder ook de schakel via het Kooibos en de Uitlandsche polder naar het Zwanenwater. Er is de afgelopen jaren al een aardige slag gemaakt voor wat betreft nieuwe natuur. De natuurontwikkelingsprojecten Zandpolder 1, 2 en 3 zijn gerealiseerd. En onlangs is de grond voor Zandpolder 4 verworven.
Figuur 1.1 Ligging Zandpolder 4
Deze projecten maken deel uit van de gebiedsontwikkeling Polder Callantsoog zoals hieronder geschetst. De recreatieve betekenis van Callantsoog en Groote Keeten neemt nog steeds toe. Er zijn plannen voor de aanleg van het omvangrijke Boskerpark en daarnaast willen bestaande recreatieparken uitbreiden. Op deze toename kan worden ingespeeld met de ontwikkeling van meer toegankelijke natuur rond de dorpen. Met de inrichting van natuur in een strook langs de duinen wordt een belangrijke versterking van het Natura 2000 gebied De Noordduinen bereikt. De potenties voor natuurontwikkeling zijn hier groot, o.a. door het optreden van een combinatie van zoete kwel vanuit het duingebied en zoute kwel vanuit de Noordzee. De realisatie van zilte en zoete schraalgraslanden wordt hierdoor mogelijk. De ontwerpen voor natuurontwikkeling, die in deze fase indicatief zijn
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
7
weergegeven, zullen zoveel mogelijk worden gebaseerd op de historische kenmerken van het voormalige Waddeneiland. Met de inrichting van de, aan het Boskerpark gekoppelde, Boskerpolder ontstaat een ecologische verbinding in oostelijke richting, die via Waterberging ’t Hoekje, Eendenkooi ’t Zand, Mosselwiel en het Oude Veer aansluiting geeft op het Amstelmeer. De realisatie van dit toekomstbeeld is een grote kans voor een gecombineerde duurzame ontwikkeling van natuur en recreatie in dit bijzondere gebied. De inrichtingsschets is indicatief voor het eindbeeld. Uitwerking zal gefaseerd plaatsvinden, waarbij de inrichting per deelgebied zodanig zal worden ontworpen dat aaneenschakeling tot een geheel in de toekomst mogelijk is.
Figuur 2.2 Gebiedsontwikkeling Zandpolder
In deze gebiedsontwikkeling werkt Landschap noord Holland samen met provincie Noord-Holland, de gemeente Schagen en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
8
Naast het ontwikkelen van belangrijke natuurgebieden is ook een groen uitloopgebied voor eigen inwoners en de bezoekers van het kustgebied in ontwikkeling. Dit is van economisch belang voor de bestaande en nog nieuw te ontwikkelen verblijfsrecreatie in het gebied. Bij de plannen wordt daarom ook aandacht besteed aan de beleefbaarheid en recreatieve waarde door middel van recreatieve voorzieningen. Recent heeft Landschap Noord Holland binnen de gebiedsbegrenzing van de polder Callantsoog gronden verworven. Het gaat om de percelen kadastraal bekend gemeente Callantsoog, sectie C, nummer 19 en 20 ter grootte van respectievelijk 3.24.70 ha en 2.94.40 ha, tezamen groot 6.19.10 ha (zoals bij benadering aangegeven op figuur 1.1). De afdeling Gebieden heeft Natuurlijke Zaken gevraagd hiervoor een ontwerp en inrichtingsplan te maken. De randvoorwaarde hierbij is dat uitgegaan wordt van een inrichting voor de uiteindelijke ontwikkeling van het natuurdoeltype N12.04 Zilt overstromingsgrasland.
1.2
Gebiedsbeschrijving
De polder Callantsoog ligt iets ten noorden van Callantsoog. Het is een lappendeken van landbouwpercelen, verblijfsrecreatie en natuur. De polder Callantsoog verschiet echter langzaam van kleur: met steeds meer groen door natuurontwikkeling, met daartussen bestaande en nieuw te ontwikkelen verblijfsrecreatie. Het aandeel landbouwpercelen neemt af. Aan de zuidzijde het Zwanenwater en aan de westkant de Noordduinen en de zee. Het Kooibos, Luttickduin en de Nollen van Abbestede zijn restanten van het voormalige Waddeneiland Callantsoog, die stuk voor stuk een hoge natuurwaarde hebben. De zandgrond (zonder de humeuze bovengrond) en het kwalitatief goede kwelwater vanuit de duinen vormen een ideale voedingsbodem voor de ontwikkeling van gevarieerde duin en kweldervegetaties en schraallanden met veel zeldzame planten, waaronder verschillende orchideeën. Het plangebied Zandpolder fase 4 grenst aan de oostkant aan de Rietweg. De Rietweg is een niet doorgaande weg voor autoverkeer, wel voor fietsers en voetgangsers. Ten oosten van de Rietweg vinden we de bungalowparken Sandepark en Roompot Vakantiepark Callissande. De hoofdingangen van deze parken liggen niet aan de Rietweg, maar enkele uitgangen van de parken komen uit op de Rietweg.
Ook ligt er een openbaar wandelpad en een fietspad tussen de Voorweg en de Rietweg net ten noorden van het plangebied Verder wordt het plangebied aan de west- en zuidkant opgesloten door percelen die in agrarisch gebruik zijn.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
9
2
Inventarisatie en analyse
2.1
Ontstaansgeschiedenis
In het Holoceen (10.000 geleden) gaat de zeespiegel stijgen. De Noordzee, die tijdens de ijstijden droog viel. loopt voor de laatste keer onder water. De kustlijn krijgt te maken met erosie. Als de zeespiegel minder snel gaat stijgen worden de strandwallen gevormd. Tussen de strandwallen zijn openingen in de kustlijn waardoor het zeewater binnen kan stromen. Als het zeegat van Bergen tussen 1500 en 1200 voor Chr. gesloten is ontstaat achter de strandwallen een veenmoeras.
Figuur 3.1 Colomkaart 1639 , Bijzondere Collecties Universtiteit van Amsterdam
Het veen klinkt in, het maaiveld daalt en delen van het land overstromen (500-1000 na Chr). In de Middeleeuwen ontstaan de jonge duinen. Door stormen en stroming neemt de kustafslag toe. Het kustprofiel wordt steiler. De kust met strandwallen transformeert in een gebied van eilanden gescheiden door zeegaten. Het Heersdiep en de Zijpe stromen na de stormvloeden van 1170 en 1196 het binnenland in. Later zijn de zeegaten weer dichtgeslibd en in de 16e eeuw weer gesloten. In de strijd tegen het water worden al snel dijken aangelegd. De Westfriese omringdijk wordt in 1250 voltooid. In 1533 en 1572 worden de Zijperzeedijk en de Schinkeldijk aangelegd. Tijdens de Allerheiligenvloed In 1570 breekt de zee dwars door het voormalige Callantsoog, dat in die tijd ongeveer op de plek van Groote Keeten lag. Het Oogmergat ontstaat. In 1610 worden de Voordijk en de Van Oldenbarneveldsdijk (Zanddijk) aangelegd. Op de Colomkaart kaart van 1639 zijn de dijken en het Oogmergat goed te zien. De blauwgraslanden (een met veen gevuld wiel) in het Kooibosch Luttickduin en het Oud Hol (een plasje langs de Zijperdijk) zijn restanten van de overstroming in 1570. De Zandpolder heeft in deze tijd zijn huidige vorm gekregen en is, zoals op de historische kaart van 1900 te zien is, nauwelijks van vorm veranderd.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
10
Figuur 2.2. Historische kaart 1900, www.Topotijdreis.nl
2.2
Archeologie en aardkundige waarden
Op de de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie Noord-Holland is h et projectgebied is niet gelegen in aardkundig waardevol gebied. Bureau Raap heeft in 2009 bij de aanleg van Zandpolder 1 en 2 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Zij concludeerden dat de archeologische verwachtingen voor dit gebied laag waren en dat geen vervolgonderzoek nodig was. Het is aannemelijk dat deze verwachtingen ook gelden voor de percelen aan de Rietweg, omdat ze vlakbij het onderzochte gebied liggen en dezelfde ontstaansgeschiedenis kennen. De locatie valt echter buiten het door bureau Raap onderzochte projectgebied. Een afzonderlijk archeologisch onderzoek is hierdoor nog noodzakelijk.
2.3
Cultuurhistorie
De Zandpolder is een aandijking die al dateert uit het begin van de 14e eeuw. Begin 16e eeuw ontstond binnen die Zandpolder door de drooglegging van een wiel de Boskerpolder. En in 1536 werd de Jewel, ten noordoosten van 't Oghe, bedijkt. De Noord- en Zuid Schinkeldijk vormden de verbinding met de Zijper zeedijk. De tussen deze dijken gelegen grond werd hierbij ingepolderd en vormde zo de Uitlandsche polder. Alle genoemde polders tezamen vormden in 1612 de Polder Callantsoog, die 773 ha omvat. Bij de aanleg van die Van Oldebarneveltsdijk in 1610 werd een "bekwame keet" op de Helmdijk gezet. Deze keet was het begin van het buurtschap Groote Keeten. Het bestond van oudsher uit enkele boerderijen en arbeiderswoningen langs de Helmweg en de daaraan parallel lopende, maar door een duinregel gescheiden, Achterweg. In de 15e en 16e eeuw leefde met in Callantsoog van visserij en van de veeteelt. In het begin van de 19e eeuw waren de percelen aan de Rietweg als weiland in gebruik. Vanaf het begin van de 20 e eeuw worden er in toenemende mate ook bloembollen geteeld. De hoofdstructuur van de Zandpolder is al
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
11
sinds de 17e eeuw ongewijzigd. De wegen en middensloot van de polder zijn op de Colomkaart van 1639 aanwezig en nu nog grotendeels ongewijzigd. De cultuurhistorische waarden van deze structuren is daarom hoog. Voor de natuurontwikkeling binnen het plangebied heeft dit vooralsnog geen consequenties.
2.4
Ecologie
2.4.1
Beschermde gebieden
Het plangebied is aangewezen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het beheertype waar het voor is aangewezen is in de ambitiekaart aangegeven als N12.04 Zilt en overstromingsgrasland. Verder is het gebied onderdeel van een weidevogelleefgebied, maar niet van een weidevogelkerngebied. Op ongeveer 200 meterafstand ligt het Natura 2000 gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Van dit Natura 2000 gebied maakt ook het nollenland van Abbestede onderdeel uit.
Figuur 2. 3. NNN, Provincie Noord Holland
2.4.2 Beschermde soorten De beschermde soorten die er voorkomen en er voor kunnen komen zijn vastgesteld op basis van literatuurinformatie en een veldbezoek op 5-5-2017.
2.4.3 Flora In 2005 zijn bij de PNI flora kartering in en om het gebied holpijp, moerasrolklaver, zwanenbloem, sterrenkroos, beekpunge, veldlatyrus en groot moerasscherm. Sterrenkroos is nog steeds in de sloot aanwezig.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
12
Figuur 2.4 Ambitiekaart natuurbeheerplan, Provincie Noord Holland
Figuur 2.5. Het plangebied in de huidige situatie.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
13
2.4.4 Vogels Het gebied was bollenland en is hier ook mee omringd. Hier zijn soorten als torenvalk, houtduif en patrijs waargenomen. In 2005 broedden er gele kwikstaart, kievit, patrijs en veldleeuwerik. Tijdens het veldbezoek zijn op het terrein alleen een paartje scholekster en een bergeend gezien. In de sloot waren meerdere paartjes wilde eend aanwezig. Op de omliggende velden zijn gele kwikstaart en patrijs gezien.
2.4.5 Zoogdieren Mogelijk foerageren er vleermuizen boven het gebied, mat name aan de noordkant wat dicht bij bebouwing en struiken ligt. Mogelijkheden voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn niet op het perceel aanwezig. Muizen komen waarschijnlijk voor en mede daarom kan het deel uitmaken van het leefgebied van foerageergebied van wezel, hermelijn of bunzing. Vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten worden niet verwacht omdat er geen dekking is voor deze soorten.
2.4.6 Amfibieën In de omgeving zijn waarnemingen van rugstreeppad bekend. De sloten hebben echter te steile kanten om geschikt te zijn als voortplantingsgebied ook zijn er geen ondiepe wateren of oeverzones aanwezig. Wel kan de soort na inrichting zich voortplanten en verblijven in plangebied.
2.4.7 Reptielen Er zijn waarnemingen van zandhagedis bekend uit de duinen van het Zwanenwater. Het plangebied bestaat uit bollengrond en zandhagedissen worden daarom niet verwacht in het plangebied.
2.4.8 Vissen In de sloot komen mogelijk verschillende soorten vissen voor. Geen enkele soort is meer beschermd volgens de Wet natuurbescherming.
2.4.9 Insecten Alleen enkele vlinders libellen en kevers van specifieke habitats zijn beschermd. Deze habitats zijn veelal alleen in natuurgebieden aanwezig. Beschermde insecten worden daarom niet verwacht. zijn beschermd. Beschermde insecten worden in de huidige situatie niet verwacht.
2.4.10 Effecten van de ingreep Beschermde gebieden Onder voorbehoud van de bevindingen uit een nog te maken flora en fauna toets worden geen negatieve effecten op de Duinen Den Helder en Callantsoog verwacht. Dit omdat er geen werkzaamheden in het Natura 2000 gebied gaan plaatsvinden.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
14
De inrichting zal aansluiten op de aangrenzende gebieden van de Zandpolder. De polder maakt de verbinding van de NNN/Natura 2000 duingebieden tussen het Zwanenwater en de duinen in de Noordkop robuust. Daarnaast vormt zij de ecologische verbinding via Boskerpark naar de Waddenkust. Tot slot is de Zandpolder ook de schakel via het Kooibos en de Uitlandsche polder naar het Zwanenwater. Hydrologisch gezien draagt de inrichting van de Zandpolder bij aan het vasthouden van gebiedseigen water in de directe nabijheid van de eerder genoemde N2000 gebieden. Hiermee wordt de kans op verdroging in de N2000 gebieden kleiner naarmate de aankoop en inrichting van de Zandpolder vordert.
Beschermde soorten Mogelijk bevinden zich in het plangebied beschermde soorten, het gaat hierbij om broedvogels en de rugstreeppad. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen van vogels plaats te vinden. Op deze manier zijn er geen effecten op broedvogels. De rugstreeppad zal voor het overgrote deel overwinteren in de duinen. Het losse zand is een veel geschiktere plek voor zijn overwintering. Er wordt daarom geen effect verwacht op de rugstreeppad. Door de herinrichting van het gebied, van bollenland naar natuur kunnen soorten tijdelijk hinder ondervinden. Vaste rust en verblijfplaatsen van mogelijk beschermde soorten zullen geen effect op de populatie hebben. Er zijn voor alle soorten voldoende tijdelijke uitwijk mogelijkheden en na de inrichting wordt het gebied weer beschikbaar als leefgebied voor muizen. Het vossenraster dat geplaatst zal worden voorkomt dat kleine en grote predatoren het gebied ingaan en eieren en kuikens roven. Voor soorten als vlinders, libellen, vogels en amfibieën wordt het gebied aantrekkelijker. Een meer natuurlijke situatie met meer water zal meer soorten flora aantrekken en zo ook meer soorten insecten en vogels. De patrijs broed in de bollenvelden. Omdat het slecht gaat met de patrijs in Nederland is het aan te raden ook een deel geschikt te houden voor de patrijs. De patrijs voelt zich namelijk niet thuis in vochtige terreinen.
Patrijzen zijn gebonden aan halfopen tot open boerenland, met een voorkeur voor akkers. Ruige plekjes met overjarige vegetatie waar de patrijs zijn nesten bouwt, zijn nodig voor een goed broedsucces. Een nieuwe beschermingsmaatregel is recent over gekomen uit Engeland; Beetle banks, oftewel keverbanken. Deze bieden broedmogelijkheden en voldoende dekking en voedsel voor de kuikens. Keverbanken zien er ongeveer als volgt uit; Het is een verhoogde rand (40 cm) parallel in het perceel Deze rand is minimaal 3 à 4 meter breed (uitloop 8-10 m.) De keverbak wordt ingezaaid met polvormende grassen o.a, veldbeemdgras, beemdlangbloem, gewone kropaar of buntgras Het beheer bestaat uit eens in de twee jaar maaien.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
15
Figuur 2.6 Voorbeeld van een "Beetlebank"
2.4.11 Ecologische potentie voor zilte overstromingsgraslanden In het kader van dit ontwerp is onderzocht of de locatie mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van zilte overstromingsgraslanden. Het volledige verslag van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4.2. De belangrijkste conclusies zijn hieronder samengevat: Voor de ontwikkeling van zilt- en overstromingsgrasland komen vegetaties van het licht brakke zilverschoonverbond (12Ba3, 12Ba4) en de brakke Zee-asterklasse (26Ac1, 26Ac2), in aanmerking. De vegetaties van het zilverschoonverbond zijn kenmerkend voor permanent natte graslanden (veelal op klei). De vegetaties van de zee-asterklasse zijn kenmerkend voor verschillende type hoge kwelders en schorren (slibrijk zand). In het plangebied zelf is geen sprake van voldoende zoute kwel in sloten of op maaiveld niveau. De reden hiervoor is dat in de diepere ondergrond waterkerende grondlagen voorkomen. Op korte termijn is de inlaat van voldoende zout water voor snelle ontwikkeling van het gewenste natuurdoeltype complex. Dit komt met name door de verschillende eigenaren die mee moeten willen werken aan gestuurde boring of pijpleiding door de sloot. Al die eigenaren hebben eigen en soms strijdige belangen. Voor de korte termijn richten we ons in Zandpolder 4 op de ontwikkeling van vegetaties uit het Zilverschoonverbond (12Ba3 en 12Ba4).
Op de langere termijn, met een grotere grondpositie en de mogelijkheid gebieden op elkaar te laten aansluiten, kunnen we de zoute kwel beter vasthouden en benutten en worden de plantengemeenschappen die echt brak water indiceren haalbaar en daarmee de natuurdoeltype N12.04 Zilt overstromingsgrasland een realistisch doel.
2.4.12 Mogelijkheden voor kustvogels: Naast de vegetatie doelstellingen is het plangebied zeer interessant voor kustvogels zoals foeragerende steltlopers en strandbroeders. Op de stranden is momenteel vanwege de recreatie onvoldoende rust voor een succesvolle broedperiode voor kustvogels. Voor de strandbroeders in Zandpolder 4 eilandjes gecreëerd met een toplaag van schelpen. Dit deel van het gebied is afgesloten voor recreanten en grondpredatoren (vanwege het vossenraster dat wordt geplaatst), zodat de kustvogels hier op hun gemak kunnen broeden. De zeer geleidelijke overgangen van open water naar droge grond bieden mogelijkheden foeragerende steltlopers en bergeenden. In de
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
16
Zandpolders 2 en 3 zijn als compensatie voor de werkzaamheden bij de Hondsbossche zeewering extra overtijdings- en broedgelegenheden gecreëerd. Hoewel de Zandpolders 2 en 3 geen deel uitmaken van het N2000 gebied versterken ze met het bieden van broed en overtijdingsgelegenheid wel de mogelijkheden voor de vogels. De afgelopen jaren zijn er grote aantallen kustvogels waargenomen en in Zandpolder fase 3 is door de toepassing van een vossenraster ook een zeer groot broedsucces. De Zandpolder fase 4 zal met haar inrichting ook bijdragen aan de positieve ontwikkeling van de kustvogels in dit gebied.
2.5
Hydrologie
Figuur 2.7 Polderpeilen volgens de legger van HHNK
Het volledige hydrologisch onderzoek dat is uitgevoerd is als bijlage bij dit rapport gevoegd. Als belangrijkste conclusie is uit het rapport naar voren gekomen: In het projectgebied is geen zoute kwel aanwezig. De sterkste brakke kwel treedt op in het gebied direct achter de duinvoet, met een eerste zwaartepunt het gebied ten noorden van de hoeve Afrika. Daar weer ten noorden van ligt een tweede zwaartepunt: de beide meertjes aan de parkeerplaats
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
17
Voordijk aldaar waar Snavelruppia voorkomt. Voor het realiseren van zilte graslanden is vrijwel de enige mogelijkheid zout water uit deze plasjes aan te voeren Het idee om voldoende zout water op korte termijn in het plangebied te krijgen is losgelaten vanwege de complexiteit om die oplossing daadwerkelijk te realiseren. Op termijn als meer percelen in eigendom zijn verworven wordt de aanvoer van zilt water mogelijk eenvoudiger. Voor de korte termijn benutten we het in de sloten aanwezige en licht brakke polderwater. Hiermee realiseren we vegetaties die brakke elementen hebben.
2.6
Ruimtelijk beleid
Het projectgebied aan de Rietweg is begrensd als NNN. Nu heeft het nog de bestemming agrarisch met waarden. De gemeente wil meewerken om de bestemming om te zetten in natuur.
2.7
Recreatie en toerisme
Recreatie is binnen de gemeente Schagen een belangrijke economische pijler. De gemeente wil ontwikkelingen op dit gebied stimuleren. Er is behoefte aan uitloopgroen. Het gemeentelijk beleid is er op gericht om medegebruik van natuur zo optimaal mogelijk te maken binnen de randvoorwaarden van de bescherming van de natuurwaarden.
3
Inrichting
Het basisontwerp voor de Zandpolder 4 is een badkuip, met kades op de huidige maaiveld hoogte en naar het midden toe een maaiveldverlaging van ca 1 meter tot -80 NAP. Hier treffen we permanent open water en de broedeilanden. Naar de randen toe verloopt het maaiveld in het algemeen zeer flauw 1:10-20. Hier vinden we de overstromingsgraslanden en foerageerplaatsen voor steltlopers. De kades bieden mogelijkheden voor een onderhoudspad, nollen, beetlebanks en recreatieve beleving. De hoogteligging komt hiermee op hetzelfde niveau als in Zandpolder 3 zodat de twee gebieden op termijn verbonden kunnen worden. Het permanent open water met drie broedeilanden loopt van noord naar zuid midden door het plangebied. Zo wordt de afstand tussen voor recreatie toegankelijke routes maximaal gehouden en verstoring voorkomen. De eilanden hebben een harde funderingslaag (b.v. stelconplaten) om begroeiing te voorkomen. Daarnaast bestaat de oeverbescherming uit een stenen rand opgevuld met betongranulaat en wordt het eiland afgedekt met een laag (min 30 cm) van schelpen. Water wordt ingelaten door een stuw, maar kan ook worden opgepompt door middel van een elektrische pomp, wanneer een waterpeil van meer dan -0,10 m NAP gewenst is. De uitlaat bestaat uit een regelbare stuw. In het plangebied heerst een natuurlijk peil waarbij ’s winters water vastgehouden wordt en ’s zomers indroging plaatsvindt.
Voor het uitvoeren van beheerwerkzaamheden kan de waterstand verlaagd worden tot het peil van de omliggende sloten. De mogelijkheid moet er zijn om binnen van het omliggende water in het projectgebied een eigen en flexibel peil te hanteren, identiek aan Zandpolder 3.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
18
De toegankelijkheid van het plangebied wordt beperkt tot 1 gronddam met duiker aan de noordzijde. Dammen die niet als peilscheiding functioneren worden verwijderd. De kades worden gevormd door gebruik van grond uit het plangebied van zo groot mogelijke diepte om het humusgehalte zo laag mogelijk te houden. In het ontwerp is met recreatieve beleving gehouden door het schouw/onderhoudspad op de kades te leggen. Op deze ruimtereservering is de aanleg van beetle banks gepland. Aan de zijde van de Rietweg, ter hoogte van het wandelpad dat aan de zuidkant langs Callasande loopt en op de Rietweg uitkomt, wordt door het omleggen van de wegsloot een rustplek in de berm gecreëerd. Een bankje en informatiepaneel vormen mogelijke voorzieningen.
3.1
Beheeraspecten
De overstromingsgraslanden ontwikkelen zich het beste bij een regime van extensieve begrazing. Rondom zal dus een begrazingsraster geplaats moeten worden. Het raster moet gecombineerd worden met een elektrisch vossenraster om de pullen van de steltlopers te beschermen. Dit heeft in Zandpolder 3 goed gewerkt en stellen we ook op deze plek voor. De schouwpaden en kades zullen door het hogere humusgehalte inde grond meer last gaan krijgen van storingsvegetaties zoals brandnetel, zuring en akkerdistel. Hier is een maaibeheer gewenst naast de extensieve begrazing. Ten behoeve van beheerwerkzaamheden kan het waterpeil gereguleerd worden, in zoverre dat de uitlaat onder vrij verval werkt en de inlaat deels elektrisch.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
19
4
Bijlagen
4.1
Zandpolder 4. Hydrologische uitgangspunten / randvoorwaarden
Landschap Noord Holland (LNH) heeft ten noorden van Callantsoog een terrein in handen gekregen dat ingericht gaat worden als natuurgebied. In onderstaande figuur is de ligging van dit gebied en de relatie met de andere natuurgebieden weergegeven.
Door LNH is gevraagd om de mogelijkheden voor natuurontwikkeling te bezien en dan met name vanuit de hydrologie. De vraag die hierbij centraal staat is te bezien in hoeverre brakke / zilte natuurontwikkeling mogelijk is. Het doel is namelijk om op dit perceel zilte overstromingsgraslanden te realiseren.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
20
1. Geologie en brak / zoute kwel Geologie en landschap Voor een goed begrip van de hydrologische omstandigheden ter plaatse, en in het bijzonder ter verklaring van eventuele zoute/brakke kwel is kennis van de geologie onontbeerlijk. Stuyfzand en Lüers, 1992 geven een werkbaar overzicht van de geologische opbouw. In onderstaande figuur is het voorkomen van moeilijk doorlatende klei-veenlagen, hoog in de ondergrond, op een diepte van ca. 5 tot 10 m – NAP, weergegeven.
Figuur 1. Voorkomen van een slecht doorlatende laag op ca. 10 m – NAP in de omgeving van Callantsoog. (Bron Stuyfzand en Lüers, 1992) Samenhangend met de zeer dynamische kustontwikkeling alhier, is een deel van de oorspronkelijk aanwezige moeilijk doorlatende grondlagen weg gespoeld. Met name de ontwikkeling van het zogenaamde Oogmergat is van belang geweest. (Zie hieronder figuur 3 uit Ten Haaf en Bakker, 2008) De gevolgen hiervan zijn op bovenstaande figuur goed te zien, onder andere ter hoogte van Callantsoog. Daar ontbreekt deze laag of is deze slechts beperkt aanwezig. In een lengtedoorsnede, evenwijdig aan de kust (figuur 2) is duidelijk te zien dat de moeilijk doorlatende klei/veenlagen die luisteren naar de naam SDP 1G en 1C direct ten noorden van Callantsoog ontbreken. Het spoelgat van het Oogmergat heeft zich opgevuld met marine afzettingen die veel grilliger zijn, met een veel kleinschaliger patroon van moeilijk doorlatende lagen en watervoerende pakketten.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
21
Figuur2. Geologische doorsnede, evenwijdig aan de kust, direct ten oosten van de dorpskern van Callantsoog. (Bron Stuyfzand en Lüers, 1992)
Vooral op die plaatsen waar de moeilijk doorlatende grondlagen ontbreken en waar lage polderpeilen worden gehanteerd kan zich zoute kwel in het maaiveld manifesteren. Het beste voorbeeld is ongetwijfeld de noord-oost punt van de Boskerpolder waar, bij een polderpeil van om en nabij 1 m – NAP zeer zoute omstandigheden worden aangetroffen, met dan plantensoorten als: Zilte rus, Aardbeiklaver, Melkkruid, Stomp kweldergras, Moeraszoutgras en Zilte waterranonkel. In ons studiegebied echter is dat allemaal veel minder duidelijk. De polderpeilen variëren hier van enkele decimeters boven tot enkele decimeters onder NAP en zijn daarmee veel hoger dan het hiervoor gememoreerde peil van 1 m – NAP. Mogelijk is ook de erosie van de moeilijk doorlatende grondlagen hier minder groot geweest en daardoor de weerstand tegen opkwellend diep zout grondwater, groter.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
22
Figuur 3. Ontwikkeling van het landschap rond Callantsoog in de 15 e en 16e eeuw. Waterkwaliteits gegevens uit de literatuur Het beeld van brakke en zoute kwel is dan ook nogal complex om niet te zeggen verwarrend. We halen hier een aantal gegevens uit de literatuur aan: In de grootschalige studie van Griffioen e.a. uit 2002 wordt voor het hele gebied, direct achter de duinen en tussen het Zwanenwater en de noord Schinkeldijk aangegeven dat er, zowel aan het eind van het zomerhalfjaar als gedurende het winterhalfjaar, geen of hoegenaamd geen sprake is van kwel of infiltratie. In een andere studie (Van Someren, 2001) wordt voor het onderzoeksgebied aangegeven dat kwel of infiltratie beide minder zijn dan 0.1 mm/dag en dus zeer gering in omvang. Beide bovengenoemde studies zijn grootschalig. Wanneer we wat meer in detail kijken, dan blijkt toch dat er lokaal wel degelijk sprake is van brakke kwel. (Zie ook hierna onder het kopje floristische gegevens.) Zo doen Stuyfzand en Lüers (1992) de volgende constatering: “De zoutste polderwateren zijn … te vinden boven Callantsoog en bezuiden Petten, in een smalle strook langs de smalle duinstrook ………, waar waarschijnlijk toch enige zoute kwel optreedt, ook al valt er …. geen opwaartse stroming af te leiden.” Met name de laatste opmerking is natuurlijk interessant.
Hoe dan ook er is in het gebied van Zandpolders lokaal sprake van zoute kwel. Echter niet in het gebied van Zandpolder 4. Gemeten waterkwaliteit
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
23
Veel meetgegevens over de waterkwaliteit van het studiegebied zijn niet beschikbaar. In 2008 hebben we een gesprek gevoerd met de toenmalige rayonbeheerder van HHNK, Klaas Bregman. Daarbij bleek dat er bij tijden in de sloten achter de duinen, en dan met name aan de binnenduinrand tussen de hoeves Afrika en Duinoord, hoge geleidbaarheid van het water en daarmee hoge chloridegehaltes worden gemeten. Het komt op een paar decimeter aan. Wanneer wordt over gegaan van het hoge zomerpeil (0.40 m +NAP) naar het lagere winterpeil (0.10 m +NAP) is dat onmiddellijk terug te zien in de dan (winter) veel hogere chloridegehaltes. Tijdens een meetrondje in februari 2008 werden aan de kopse kanten van de diverse sloten, op plekken dus vlak achter de duinen, chloridegehaltes gemeten van enige honderden tot enige duizenden mg/l. Dit geeft aan dat er sprake moet zijn van een kwel van zout/brak grondwater vanuit de diepere ondergrond naar het freatisch pakket. Stuyfzand en Lüers (1992) geven direct ten noorden van Callantsoog voor twee meetpunten een gemiddeld chloridegehalte in het oppervlaktewater van 267 mg/l en 534 mg/l aan. Het grondwater op een diepte tussen 0 en 3 m – NAP, classificeren zij direct ten noorden van Callantsoog als B2NaCl, ofwel brak. In een meetreeks van HHNK (zie bijlage 1) wordt voor 10 meetpunten tussen de duinvoet en de Nollen van Abbestede de EGV gemeten.
Voor een beperkt aantal meetpunten, met name 5, 6 en 7 en in veel mindere mate voor de punten 1 en 2, worden hoge EGV waarden gemeten, duidend op de aanwezigheid van brak water ter plaatse. Eveneens door HHNK, nu samen met de prov. NH en LTO, is nog een beperkt meetprogramma van de waterkwaliteit in sloten opgezet. Onderstaand is aangegeven waar in de omgeving van ons studiegebied is gemeten.
Figuur 4. Meetpunten van chloride in de periode 2015 – 2017. De drie meetpunten, op bovenstaande kaart aangegeven met 0,88; 1,8 en 12,15, zijn het meest interessant. Zij geven aan dat in de sloten rondom het gebied van Zandpolder 4 vooral zoet tot licht brak water wordt aangetroffen met een maximaal Cl-gehalte van 500 mg/l. Pas meer naar het oosten, in de Boskerpolder wordt de zaak echt brak met een Cl-gehalte van ca. 4000 mg/l.
Inrichting Zandpolder 4 - 2017 -
24
Floristische gegevens
Gelukkig beschikken we altijd nog over de direct waarneembare plantengroei. In figuur 5 is een overzicht gegeven van de verschillende aangetroffen plantensoorten. De meest opvallende brakke soort is Snavelruppia, die al tientallen jaren ter hoogte van de parkeerplaats in de sloot groeit. Ook in Zandpolder 1 komen verschillende brakke indicatoren voor. De duidelijkste zijn Zilte rus en Zulte. Heen en Ruwe bies zijn wat minder zout en indiceren zwak brakke omstandigheden. Op 4 mei 2017 is een inventarisatie uitgevoerd van planten van brakke omstandigheden langs de binnenduinrand en ter plaatse van het gebied Zandpolder 4. De inventarisatie is om verschillende redenen niet volledig. Zeker voor waterplanten was het te vroeg en verder konden de natuurgebieden i.v.m. met broedvogels (zoals Zandpolder 3) slechts kort of helemaal niet bezocht worden.