CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingen Reglement van orde versie 2

Gemeenteraad 19 september 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Aanpassen Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Schagen2.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 alinea's met “benoeming”: 1 3 5 7

Bijlage 2: Wijzigingen Reglement van orde september 2023 Artikel 10 Bestaande tekst: Artikel 10. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. Een integriteitsonderzoek, uitgevoerd door een gecertificeerd bureau in opdracht van de burgemeester, maakt onderdeel uit van de te overleggen stukken. 4. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Nieuwe tekst: Artikel 10. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouder(s) aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat verslag uit aan de commissie zoals genoemd onder lid 1. 4. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

Toelichting: Onder de oude wet was er de mogelijkheid om in het kader van het onderzoek door de commissie van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag te verlangen. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is een dergelijke verklaring nu verplicht. Dit hoeft dus niet in de verordening te worden opgenomen.

Een kandidaat-wethouder wordt voorgedragen door zijn of haar partij. In de verordening kan opgenomen worden dat voorafgaand aan de benoeming een kennismakingsgesprek plaatsvindt met de raad waarbij de raad vragen kan stellen over de achtergrond, ambities en inzet van de kandidaat en daarover in gesprek kan gaan. Dit kan ook als optie achter de hand gehouden worden. Dan kan in voorkomende gevallen hier wel of niet voor gekozen worden. In de praktijk zal er met betrekking tot lid 3 weinig veranderen. Het onderzoeksbureau levert een verklaring op met de eindconclusie voor de onderzoekscommissie. Dit is dan het verslag dat de burgemeester uitbrengt aan de onderzoekscommissie. De raad kan de risicoanalyse en de conclusies als een geheim document ontvangen. Hiervoor dient de burgemeester dan formeel geheimhouding op te leggen.

Artikel 14 Bestaande tekst: Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden elektronisch via het digitale raadsinformatiesysteem van de gemeente aan eenieder ter beschikking gesteld. 2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, respectievelijk 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Nieuwe tekst: Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden elektronisch via het digitale raadsinformatiesysteem van de gemeente aan eenieder ter beschikking gesteld. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. Toelichting: In het tweede lid, is artikel 25 van de wet omgezet naar nieuwe geheimhoudingsbepalingen in hoofdstuk Va (artikelen 87 tot en met 89) van de wet

Artikel 18 Bestaande tekst: Artikel 18. Spreekrecht inwoners, bedrijven en instellingen 1. Na opening van de vergadering kunnen inwoners uit de gemeente, groepen van inwoners door een vertegenwoordiger uit hun midden, of burgers die direct belanghebbende zijn, inspreken bij een geagendeerd of niet-geagendeerd onderwerp. Vertegenwoordigers van rechtspersonen uit Schagen kunnen inspreken, met inachtneming van lid 2. Inwoners van buiten de gemeente kunnen inspreken indien zij direct belang hebben bij een geagendeerd onderwerp. 2. Geen spreekrecht is mogelijk: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; 3. Het spreekrecht geldt niet voor die personen die eerder over hetzelfde onderwerp in een oordeelsvormende vergadering gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht, tenzij de inspreker nieuwe c.q. aanvullende punten inbrengt. 4. Aanmelden voor het spreekrecht kan door een mondelinge of schriftelijke melding aan de griffier tot vlak voor het begin van de vergadering. De gegevens van degene die van het spreekrecht gebruik maakt zijn zo mogelijk bekend bij de griffie, evenals het onderwerp van het spreekrecht. 5.

De spreker wordt verzocht de bijdrage op schrift, voorzien van naam en contactgegevens aan de griffier ter hand te stellen. 6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken. 7. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. In totaal is er voor de spreektijd maximaal dertig minuten beschikbaar. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzonder gevallen daarvan afwijken. 8. Het is de spreker niet toegestaan ambtenaren met naam en toenaam te noemen tijdens het inspreken. De portefeuillehouder is verantwoordelijk en die kan aangesproken worden. 9. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger. Nieuwe tekst:

Artikel 18. Spreekrecht inwoners, bedrijven en instellingen 1. Na opening van de vergadering kunnen inwoners uit de gemeente, groepen van inwoners door een vertegenwoordiger uit hun midden, of burgers die direct belanghebbende zijn, inspreken over een geagendeerd of niet-geagendeerd onderwerp. Vertegenwoordigers van rechtspersonen uit Schagen kunnen inspreken, met inachtneming van lid 2. Inwoners van buiten de gemeente kunnen inspreken indien zij direct belang hebben bij een geagendeerd onderwerp. 2. In de oordeelsvormende vergadering kunnen de raads- en steunfractieleden verhelderende vragen aan de inspreker stellen en mogen insprekers over een geagendeerd onderwerp aanschuiven bij de behandeling van dat agendapunt en ook het woord voeren. 3. Geen spreekrecht is mogelijk: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; 4. Het spreekrecht geldt niet voor die personen die eerder over hetzelfde onderwerp in een oordeelsvormende vergadering gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht, tenzij de inspreker nieuwe c.q. aanvullende punten inbrengt. 5.

Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12:00 uur op de dag van de desbetreffende raadsvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 6. De spreker wordt verzocht de bijdrage op schrift, voorzien van naam en contactgegevens aan de griffier ter hand te stellen. 7. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken. 8. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. In totaal is er voor de spreektijd maximaal dertig minuten beschikbaar. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen daarvan afwijken. 9. Het is de spreker niet toegestaan ambtenaren met naam en toenaam te noemen tijdens het inspreken. De portefeuillehouder is verantwoordelijk en die kan aangesproken worden. 10. Het is de spreker niet toegestaan om intimiderend personen aan te spreken en op te roepen tot wetsovertreding. 11. Wanneer een spreker iets wil overhandigen aan de voorzitter of de gemeenteraad, overlegt deze dit voorafgaand aan de vergadering met de griffier. 12. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger.

Toelichting: Lid 2 is toegevoegd naar aanleiding van de behandeling in het Presidium. Lid 5 is gewijzigd en lid 10 en 11 zijn nieuw. De wijziging van lid vier moet voorkomen, dat kort voor de vergadering spreektijd wordt ingekort als gevolg van veel insprekers en regelt dat er niet anoniem ingesproken kan worden.

Lid 9 en 10 zijn ten behoeve van de orde in de vergadering opgenomen.

Artikel 19 Bestaande tekst: Artikel 19 Spreekregels 1. De leden van de raad en overige aanwezigen, conform artikel 23, spreken vanaf hun plaats of van de spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. 2. In een raadsdebat wordt in de eerste termijn eveneens vanaf het spreekgestoelte gesproken. Voor interrupties wordt van de interruptiemicrofoons gebruik gemaakt. In de tweede termijn wordt het debat via de interruptiemicrofoons gevoerd. 3. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 4. Een interruptie is kort en bondig en vindt alleen plaats met toestemming van de voorzitter. Nieuwe tekst: Artikel 19 Spreekregels 1. De leden van de raad en overige aanwezigen, conform artikel 23, spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 3. Een interruptie is kort en bondig en vindt alleen plaats met toestemming van de voorzitter. Toelichting: Dit artikel is aangepast aan de bestaande praktijk. Bij de zitplaatsen zijn geen microfoons en we hebben geen aparte interruptiemicrofoon Artikel 20 Bestaande tekst: Artikel 20. Aantal spreektermijnen 1.

Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de oordeelsvormende/besluitvormende vergadering anders beslist. 2. Interrupties zijn mogelijk vanaf de tweede termijn, tenzij de raad beslist dat het ook in de eerste termijn kan. 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. De leden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

7.

De beeldvormende vergadering kent geen spreektermijnen.

Nieuwe tekst: Artikel 20. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de oordeelsvormende/besluitvormende vergadering anders beslist. 2. Interrupties zijn mogelijk vanaf de tweede termijn, tenzij de raad beslist dat het ook in de eerste termijn kan. 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. De beeldvormende vergadering kent geen spreektermijnen. Toelichting: Lid 4, 5 en zes worden geschrapt. Wanneer hier strikt aan gehouden wordt, is geen debat mogelijk. Artikel 34 Bestaande tekst: Artikel 34. Verslag besloten vergadering 1. Concept besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden uitsluitend voor de leden elektronisch beschikbaar gesteld via het digitale raadsinformatiesysteeem. 2. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Nieuwe tekst: Artikel 34. Verslag besloten vergadering 1. Concept besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.

Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Toelichting: In de nieuwe tekst is verduidelijkt dat concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen voor de hele raad berusten bij de griffier.

Artikel 35 Bestaande tekst: Artikel 35. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Nieuwe tekst: Artikel 35. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Toelichting: In dit artikel is de verwijzing naar de wet aangepast aan de wetswijziging. De raad hoeft de door het college opgelegde geheimhouding niet meer te bekrachtigen. Burgemeester en wethouders, de burgemeester en de commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie. Artikel 40 Bestaande tekst:

Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. 2. Na indiening bij de voorzitter: a. stelt deze het college zo spoedig mogelijk in kennis van het voorstel waarbij het college een termijn van zeven werkdagen heeft om aan te geven of het gebruik wil maken van de mogelijkheid tot het geven van wensen en bedenkingen; b. heeft het college een termijn van in totaal dertig werkdagen om eventuele wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar te maken aan de voorzitter. Indien het geven van wensen en bedenkingen niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de initiatiefnemer hiervan gemotiveerd in kennis, en geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het geven van wensen en bedenkingen zal plaatsvinden; c. en heeft de initiatiefnemer, in het geval van wensen en bedenkingen, eenentwintig werkdagen de tijd, vanaf het moment van ontvangst van de wensen en bedenkingen gerekend, om het voorstel in te trekken of (on)gewijzigd door te zetten. Indien de initiatiefnemer niet binnen eenentwintig werkdagen reageert wordt het voorstel als niet ingediend beschouwd. 3. Na antwoord van de initiatiefnemer plaatst de voorzitter het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de voorlopige agenda hiervoor al gepubliceerd is.

In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 4. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering gelijk met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld.

Nieuwe tekst: Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. 2. Na indiening bij de voorzitter: d. stelt deze het college zo spoedig mogelijk in kennis van het voorstel waarbij het college een termijn van zeven werkdagen heeft om aan te geven of het gebruik wil maken van de mogelijkheid tot het geven van wensen en bedenkingen; e. heeft het college een termijn van in totaal dertig werkdagen om eventuele wensen en bedenkingen schriftelijk kenbaar te maken aan de voorzitter. Indien het geven van wensen en bedenkingen niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de initiatiefnemer hiervan gemotiveerd in kennis, en geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het geven van wensen en bedenkingen zal plaatsvinden; f. en heeft de initiatiefnemer, in het geval van wensen en bedenkingen, eenentwintig werkdagen de tijd, vanaf het moment van ontvangst van de wensen en bedenkingen gerekend, om het voorstel in te trekken of (on)gewijzigd door te zetten. Indien de initiatiefnemer niet binnen eenentwintig werkdagen reageert wordt het voorstel als niet ingediend beschouwd. 3. Na antwoord van de initiatiefnemer plaatst de voorzitter het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij de voorlopige agenda hiervoor al gepubliceerd is.

In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. In overleg met de initiatiefnemer kan de voorzitter ook besluiten het voorstel voorafgaand aan de behandeling in de raadsvergadering te plaatsen op de agenda van een voorafgaande oordeelsvormende vergadering. 4. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering gelijk met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld. Toelichting: Aan lid 3 is de mogelijkheid van behandeling in de oordeelsvormende vergadering opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14642220/1