CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel APV 2023

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening Schagen30.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Wijzigingen aanpassing APV 2016 naar 2023 Artikel Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Onderwerp

Was

Wordt

artikel 1:1 artikel 1:1

Definities Definities

begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: -bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; -bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; -bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Schagen 2013 daaronder wordt verstaan; -bromfiets : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -college: het college van burgemeester en wethouders; -gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; -handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; -motorvoertuig : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; -openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; -parkeren : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap

heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; -voertuig : hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; -weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

definities In deze verordening wordt verstaan onder: -bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; -bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Schagen daaronder wordt verstaan; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -college: het college van burgemeester en wethouders; -gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; -handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; -motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; -openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; -parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens

eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; -voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; -weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Reden

Redactionele verbetering Redactionele verbeteringen. Definitie bouwwerk verwees naar de Bouwverordening Schagen 2013. De meest recente Bouwverordening is van 2017. Aangezien deze Bouwverordening regelmatig wordt aangepast is gekozen om het jaartal weg te laten.

Artikel artikel 1:6

Onderwerp Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Hoofdstuk 2 Openbare Orde

Was De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.

Wordt 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

Reden Redactionele verbetering, van indien naar als

openbare orde

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Redactionele verbetering Redactionele verbetering

afdeling 1

Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

bestrijding van ongeregeldheden

voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden

artikel 2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2.Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een Redactionele samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te verbetering (lid 3, 4 geven tot ongeregeldheden. en 5) 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 2.

betoging

Wijziging indeling (wordt weggelaten).

Artikel artikel 2:3

Onderwerp Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

Afdeling 3 artikel 2:6

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Afdeling 4.

Was 1.Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d.de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. afdeling 3 verspreiden van gedrukte stukken

Wordt 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Reden Redactionele verbetering: “48 uur” wordt “48 uren” en art 2:3 lid 2 sub d: "de route en de plaats van beëindiging" wordt "route".

Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Redactionele 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder verbetering: publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college • lid 2 "kan de werking aangewezen openbare plaatsen. van het verbod", 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. wordt "kan het 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het verbod." aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. • lid 4 "van het verbod 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. in het eerste lid" 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet wordt "kan ontheffing bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van verlenen van het toepassing. verbod".

Wijziging indeling (wordt weggelaten).

vertoningen e.d. op de weg

Wijziging indeling (wordt weggelaten).

artikel 2:9

Vertoningen op openbare plaatsen

Straatartiest e.d.

Vertoningen op openbare plaatsen

Afdeling 5 wordt afdeling 2

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Bruikbaarheid en aanzien van de weg

Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Redactionele verbetering (omschrijving van het artikel). Redactionele verbetering

Artikel artikel 2:10

artikel 2:12

Onderwerp Was Voorwerpen op of aan 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de de weg weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.[vervallen] c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.

situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening Noord-Holland. 5.De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6.De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7.De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Wordt Reden 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de Lid 4 sub b: weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke "terrassen" was functie daarvan. vervallen. Nu weer 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd opnemen, conform gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als model-apv. Voor bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen terrassen bij een omgevingsrecht. openbare inrichting 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden wordt dit gebruik van geweigerd: de weg of a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor weggedeelte geregeld de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, via de voorschriften in dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en de onderhoud van de weg; exploitatievergunning. b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving Ook zal in 2023 niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of worden gestart met c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers het maken van van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. terrassenbeleid. 4. Het verbod is niet van toepassing op: Toelichting APV: “Het a.

evenementen als bedoeld in artikel 2:24; in artikel 2:10 b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; bedoelde verboden c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; gebruik van de weg d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geldt niet voor geopenbaard; terrassen behorend bij e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; een horecabedrijf, f. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken waarvoor door de of de provinciale wegenverordening Noord-Holland. burgemeester 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing vergunning is verleend als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de op grond van artikel Wegenverkeerswet 1994. 2:28. Zo’n terras 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing maakt blijkens de op bouwwerken. definitie in artikel 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing 2:27, tweede lid, deel als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. uit van dat bedrijf. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Daarom is hier een wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet afbakeningsbepaling van toepassing.

opgenomen.” Maken of veranderen 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een • Lid 1: "college" van een uitweg maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande wordt aangepast naar weg. uitweg naar de weg. 2. In "bevoegd gezag". 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts • Lid 2: tekstuele geweigerd: geweigerd: aanpassingen van a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; "indien" naar "als". b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere d.

als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg niet noodzakelijk uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat is vanwege medische of bedrijfsmatige redenen. van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt

Artikel

Onderwerp

Afdeling 6 artikel 2:15

Was voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

Wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening

Reden

Veiligheid op de weg

(vervallen)

Wijziging indeling (wordt weggelaten).

Hinderlijke beplanting Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op of gevaarlijk voorwerp zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

artikel 2:19

Gevaarlijk of hinderlijk Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen) voorwerp

1.Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te dragen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende tot de categorieën I, II, III, en IV Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.

Afdeling 7

Evenementen

afdeling 7. Evenementen

Afdeling 3. Evenementen

Opname is gewenst volgens OOV, zodat de Boa's en Politie tegen het bezit van gevaarlijke voorwerpen op kan treden. (In de model-APV is dit artikel vervallen. Regionaal is deze bepaling ook opgenomen.) Tekstueel; indeling

artikel 2:24

Evenementen

Begripsbepalingen

Definities

Tekstueel

artikel 2:24

Evenementen

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. Bioscoop- en theatervoorstellingen; a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de en artikel 5:22; Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot tot dansen; dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. tweede lid, onder f.

artikel 2:18

Redactionele verbetering (de woorden “dat er op andere wijze” worden weggelaten). Rookverbod in bossen 1.Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in Redactionele en natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan: duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: verbetering, a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; • lid 2:"verboden" b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen wordt aangepast naar te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. "verbod" 2.De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door • lid 3: "de verboden" wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. wordt aangepast naar Strafrecht. 3.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing "Het verbod in het 3.De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. eerste lid, aanhef en in gebouwen en aangrenzende erven. onder a."

• Lid 1 sub a bioscoop wordt met een kleine letter geschreven. • Lid 1 sub d gewijzigde wetgeving (Drank- en Horecawet wordt Alcoholwet). • Artikel 2:24 lid 3 sub c is aangepast volgens voorstel model APV. Het aantal dbC is opgenomen voor vergunningvrije

Artikel

Onderwerp

Was 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3.In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 en 24:00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. de activiteiten geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object. 4.Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.

5.Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.

artikel 2:25

Evenementen

1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’. 3.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4.De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5.Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de

Wordt Reden 2. Onder evenement wordt mede verstaan: evenementen. Zo a. een herdenkingsplechtigheid; heeft de organisator b. een braderie; van het evenement c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; een maatstaf d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; waarbinnen het geluid e. een straatfeest of buurtbarbecue; dat wordt f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of - geproduceerd gala’s. acceptabel is. Het 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags aantal dbC kan via een evenement waarbij: app door de a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; organisator zelf b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 24.00 uur; gemeten worden. c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan • Art 2:24 lid 3 onder d wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB C op is aangepast van "geen de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; belemmering vormen d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of voor het verkeer" naar parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de "de activiteiten niet hulpdiensten; en plaatsvinden op de e.

slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder rijbaan, (brom)fietspad dan 20 vierkante meter per object. of parkeerplaats of 4.a De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning anderszins een aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking belemmering vormen Evenementenveiligheid in: voor het verkeer en de a. een regulier evenement (klasse A) hulpdiensten". b. een aandachts-evenement (klasse B) • lid 4 is aangepast. c. een risico-evenement (klasse C) b. Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken. c. Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken. 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de • Toevoeging artikel burgemeester een evenement te organiseren.

2:25 lid 3 en 4 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in (toevoeging termijn artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige indienen van de plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding aanvraag). Nu zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit ontbreekt een termijn brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’. voor het indienen van 3. Een aanvraag om een vergunning (regulier evenement) wordt ingediend in de aanvraag en wordt de periode van zes maanden tot acht weken vóór het tijdstip waarop de alleen genoemd dat aanvrager de vergunning nodig heeft. een evenement 4. Een aanvraag om een vergunning voor een B (aandacht)- of C (risico)aangemeld moet evenement wordt ingediend in de periode van zes maanden tot veertien worden voor de respectievelijk achttien weken vóór het evenement. evenementen5.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien de organisator kalender. Het is juist ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding van belang dat heeft gedaan aan de burgemeester. evenementen tijdig

Artikel

Onderwerp

Was Wegenverkeerswet 1994. 6.Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 8.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een evenement weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning dat evenement niet tijdig bij de burgemeester heeft aangemeld voor plaatsing op de regionale evenementenkalender van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

9.Onder “tijdige aanmelding” als bedoeld in het vorige lid wordt verstaan: een aanmelding via het daartoe door de gemeente beschikbaar gestelde formulier, waarbij de aanmelding wordt gedaan: a.voor aandachts-evenementen als bedoeld in artikel 2:24, lid 4: uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het evenement wordt gehouden maar niet minder dan 19 weken vóór de datum waarop het evenement wordt gehouden; b.voor risico-evenementen als bedoeld in artikel 2:24, lid 5: uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het evenement wordt gehouden maar niet minder dan 25 weken vóór de datum waarop het evenement wordt gehouden. 10.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Wordt 6.De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 8.Het zesde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 9.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 10.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een evenement weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning dat evenement niet tijdig bij de burgemeester heeft aangemeld voor plaatsing op de regionale evenementenkalender van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. 11.

Onder “tijdige aanmelding” als bedoeld in het vorige lid wordt verstaan: een aanmelding via het daartoe door de gemeente beschikbaar gestelde formulier, waarbij de aanmelding wordt gedaan in de periode van 1 september tot 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het evenement wordt gehouden. 12. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 tweede lid kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren als de volledige aanvraag daarvoor minder dan vijf weken voor de datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Als de vergunningaanvraag een evenement betreft dat volgens de risicoscan gekwalificeerd is als "aandacht" of "risico" geldt een termijn van twaalf weken. 13.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Reden worden ingediend. Zo kan de vergunningverlener tijdig advies opvragen bij de externe en interne partijen. Als een vergunning tijdig wordt aangevraagd dan kan deze ook tijdig verleend worden. Belanghebbenden kunnen dan eventueel bezwaar maken tegen de verleende vergunning of een voorlopige voorziening aanvragen. • Artikel 2:25 lid 9 is aangepast. Toevoeging van: ”in enig opzicht” van slecht levensgedrag. • Artikel 2:25 lid 11 is aangepast. De termijn voor het aanmelden van een evenement is aangepast . De reden hiervan is dat de evenementenkalender voor 1 november bekend moet zijn gemaakt bij de Veiligheidsregio. Dan kan in de maand oktober deze evenementenkalender worden opgesteld. • Toevoeging artikel 2:25 lid 12: Met dit voorstel kan een evenementenvergunning geweigerd worden als het als het minder dan 5 weken voor het evenement is ingediend. Nu kan het evenement geweigerd worden o.g.v. art. 1:8 lid 2 APV als het minder dan 3 weken

Artikel

Onderwerp

Was

artikel 2:26

Ordeverstoring

1, Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

afdeling 8

Toezicht op openbare Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen inrichtingen

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

tekstueel; indeling

artikel 2:27

Definitie openbare inrichting

Definitie

tekstueel

artikel 2:27

Begripsbepalingen

Wordt

Reden voor de beoogde activiteit is ingediend. n.a.v. rechterlijke uitspraak zijn lid 2 en 3 verwijderd.

1.In deze afdeling wordt verstaan onder: 1.In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: • Waterpijpcafé is a. openbare inrichting: a. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, toegevoegd in lid 1 i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het (overgenomen uit de buurthuis, clubhuis of strandpaviljoen; publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang Model-APV). ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden • Lid 1a onder i en ii bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe worden bereid of verstrekt. samengevoegd. consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; b. een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel • Drank- en Horecawet b.

terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen is aangepast naar deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe Alcoholwet in artikel vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2:27 lid 1 sub e en g. consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare •Tekstuele aanpassing c. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is. in lid 2. weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is. d. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk d. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand. bevindt op het strand. e. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt e. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; f. droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het f.

droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank gebruik ter plaatse. voor gebruik ter plaatse; g. paracommerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd g. paracommerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Drank- Alcoholwet. en Horecawet; h. bijzondere nacht: een door de burgemeester aangewezen, niet wekelijks h. bijzondere nacht: een door de burgemeester aangewezen, niet wekelijks terugkerende nachtelijke periode die door bijzondere omstandigheden terugkerende nachtelijke periode die door bijzondere omstandigheden gekenmerkt wordt door een relatief hoog aantal bezoekers van de natte gekenmerkt wordt door een relatief hoog aantal bezoekers van de natte horeca. horeca. 2.

Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar 2.Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. worden bereid of verstrekt. 3. In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan:

Artikel

Onderwerp

Was 3.In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan: a.de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b.de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht (hotelgasten en hun medereizigers); c.de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Wordt Reden a. de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad. b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers). c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 3.a.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting of het terras de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. b. Bij de toepassing van de onder a. genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: 1.het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; 2.de aard van de openbare inrichting; 3.de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie; 4.de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende(n) en 5.het levensgedrag van de exploitant of de leidinggevende(n). 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a.

een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of – restaurant; e. paracommerciële inrichtingen. 5.De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien a. zich in de zes maanden voorafgaande aan 1 maart 2016 geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b.de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan

1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant; 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

• Artikel 2:28 lid 4 sub e vervalt. Daardoor is het voor een paracommerciële inrichting weer verplicht om een exploitatievergunning aan te vragen. • Artikel 2:28 lid 3 is ingekort. Er is een tekstuele aanpassing gedaan: "onverminderd" is aangepast naar "in afwijking van". • In art. 2:28 lid 3 sub b is toegevoegd: "in enig opzicht" van slecht levensgedrag. • 2:28 lid 5 en 6 zijn verwijderd. De vrijstelling van het verbod om een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning vervalt. Daardoor moeten alle openbare inrichtingen beschikken over een exploitatievergunning. Als er in de openbare inrichting problemen voordoen, dan kan de exploitatievergunning direct worden ingetrokken, waardoor de inrichting niet geopend mag zijn.

Artikel

Onderwerp

artikel 2:29

Sluitingstijden van 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten: openbare inrichtingen a.Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie “natte horeca” 1.op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 04:00 uur en 06:00 uur; 2.op maandag tot en met vrijdag: tussen 02:00 uur en 06:00 uur; b.Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie “droge horeca”: 1.op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 04:00 uur en 06:00 uur; 2.op maandag tot en met vrijdag: tussen 02:00 uur en 06:00 uur; c.Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie “strandpaviljoens”: tussen 02:00 uur en 06:00 uur; d.Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie “paracommerciële horeca”: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens bijzondere nachten tussen 01:00 en 06:00 uur; e.Voor zover het terrassen betreft die behoren bij strandpaviljoens of zijn gelegen op (of direct grenzend aan) de openbare weg: 1.op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 02:00 uur en 06:00 uur; 2.op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur; f.Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur; 2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5.Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7.De burgemeester kan nachten aanwijzen die worden aangemerkt als “bijzondere nacht” als bedoeld in het eerste lid. 8.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horeca-ondernemers te treffen maatregelen. verboden Het is verboden in een openbare inrichting: gedragingen a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;

artikel 2:31

Was als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.

Wordt

Reden

1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: • Verschil met Modela. voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen apv: Onderscheid 02:00uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens bijzonder nachten tussen droge en natte tussen 04:00 uur en 06:00 uur. horeca weggelaten b. Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: omdat de tussen 02:00 en 06:00 uur. sluitingstijden gelijk c. voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële zijn. horeca’: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens bijzondere nachten tussen • Tekstuele 01:00 en 06:00 uur. verbetering in lid 6. d. voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens: 1. op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 02:00 en 06:00 uur; 2. op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. e. Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5.

Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. De burgemeester kan nachten aanwijzen die worden aangemerkt als “bijzondere nacht” als bedoeld in het eerste lid onder a, c en d. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horeca-ondernemers te treffen maatregelen.

Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Tekstuele aanpassing.

Artikel artikel 2:32

Onderwerp Was Handel binnen 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in openbare inrichtingen artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht . 2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Wordt De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Reden Tekstueel (lid 1 en 2 zijn samengevoegd).

Dit onderwerp wordt opgenomen in het horecabeleid wijziging indeling

afdeling 8A

Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet (vervallen)

afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet (vervallen)

afdeling 6

Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

tekstuele aanpassing

afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden

afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

wijziging indeling

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Redactionele verbetering: de definitie stond in artikel 2:39 eerste lid.

1.In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. Wet op de kansspelen of de speelautomatenhallenverordening. 2.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van vergunning als: toepassing op: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit of bevoegd is vergunning te verlenen; en b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend c.

speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine bestemmingsplan. kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder a, van de Wet op de van toepassing. kansspelen te verrichten. 3.De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

Volgens model APV, artikel 2:39 definities eruit gehaald opgenomen in artikel 2:38a + tekstuele aanpassingen van indien naar als.

artikel 2:35

Definitie inrichting

afdeling 7 artikel 2:38a

Definitie speelgelegenheid

artikel 2:39

Speelgelegenheden

Artikel

Onderwerp

Was Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

artikel 2:40

Kansspelautomaten

Artikel 2:40 Kansspelautomaten Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1.In dit artikel wordt verstaan onder: 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. a. Wet: de Wet op de kansspelen; 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet; c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Volgens model APV, artikel 2:40 definities eruit deze zijn opgenomen in artikel 2:38 a (hiermee is het artikel vereenvoudigd).

afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid

afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Wijziging indeling

afdeling 8

Wordt

Reden

artikel 2:48

Verboden drankgebruik

1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a.een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en b.een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Wijziging naam i.v.m. gewijzigde wetgeving (Alcoholwet). Dranken Horecawet wordt vervangen door Alcoholwet.

artikel 2:49

Verboden gedrag bij of in gebouwen

1.Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

1, Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

Tekstuele aanpassing

artikel 2:50a

Verbod op zichtbare Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (Vervallen) uitingen van verboden 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande organisaties gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Art. 2:50a wordt niet langer opgenomen i.v.m. rechterlijke uitspraak. De Hoge Raad oordeelde op op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in de

Artikel

Onderwerp

Was

Wordt

Reden APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. Dit artikel moet vervallen.

artikel 2:55

verbod op recreatief gebruik van lachgas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14651364/1