Was wordt tabel Algemene plaatselijke verordening Schagen 2026
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening Schagen met artikelsgewijze toelichting
Leeswijzer was-wordt-tabel wijziging Algemene plaatselijke verordening Schagen In de “bestaande” tekst staan geen woorden en leestekens waaraan iets verandert. In de “nieuwe tekst” zijn de opnieuw opgenomen artikelen, toegevoegde leden, en woorden vet gedrukt.
Artikel Gelet op de artikelen Artikel 1:1
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1
Onderwerp Verwijzing naar wetgeving Definities
Definities
Was
Wordt
Bestaande artikel gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3, eerste lid, en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, de artikelen 3, derde lid en 64, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, de omgevingswet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit;
Nieuwe artikel gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3, eerste lid, en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, de artikelen 3, derde lid en 64, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, de Omgevingswet, het omgevingsplan; de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; - bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Schagen daaronder wordt verstaan; -bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders;
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders;
Reden
Redactionele aanpassingen De Omgevingswet, was opgenomen met een kleine letter. Dit is gecorrigeerd. Ook werd er nog niet verwezen naar het omgevingsplan. Het Omgevingsplan is nu ook opgenomen, omdat in sommige artikelen verwezen wordt naar het omgevingsplan. Het woord Milieubeheer was weggevallen. Deze is nu toegevoegd, met als toevoeging “zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de omgevingswet. "
Inhoudelijke aanpassing Toevoeging van een definitie. Een definitie van openbaar water is nodig om duidelijkheid te scheppen over wat wel en niet onder openbaar toegankelijk water/gebied valt. Dit is nodig voor de handhaving van regels en het verlenen van vergunningen.
Artikel
Hoofdstuk 2 Openbare Orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Artikel 2:6
Afdeling 2
artikel 2:10
Onderwerp
Was - gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Wordt Reden - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage genoemd in artikel 1.1. van de Omgevingswet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbaar water: alle wateren die – al dan niet met enige beperking – voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Verspreiden geschreven en of gedrukte stukken
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Ieder, die op of aan de weg reclamebiljetten, promotiemateriaal of andere geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze, voorzover zij in de omgeving op de weg of op een ander voor het publiek toegankelijke plaats worden achtergelaten, terstond te verwijderen. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Inhoudelijke aanpassing.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven of ander gebruik van de openbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de
Redactionele aanpassing
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Voorwerpen op of aan de weg
Om te zorgen dat degene die flyert geen rommel achterlaat. En om op te kunnen treden als overlast er toch rommel wordt achtergelaten.
Het woordje “weg” is vervangen
Artikel
Artikel 2:13
Onderwerp
Verontreiniging van de weg
Was daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het bevoegd gezag kan ten aanzien van voorwerpen en gebieden nadere eisen stellen in het belang van: a. de openbare orde; b. de woon- en leefomgeving; c. de publieke functie van de weg of een weggedeelte, zoals omschreven in het eerste lid. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Provinciale verordening of waterschapsverordening. 5.
De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt openbare plaats of een gedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het bevoegd gezag kan ten aanzien van voorwerpen en gebieden nadere eisen stellen in het belang van: a. de openbare orde; b. de woon- en leefomgeving; c. de publieke functie van de openbare plaats of een gedeelte daarvan, zoals omschreven in het eerste lid. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Provinciale verordening of waterschapsverordening. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Reden door openbare plaats (of een gedeelte daarvan)
Artikel 2:13 Verontreiniging van de weg (vervallen)
Artikel 2:13 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Inhoudelijke aanpassing. Modder of klei op de weg is een dermate probleem dat het effectief daarop kunnen handhaven noodzakelijk is. Met name tijdens de campagnes van de land- en tuinbouwsector komt er modder of klei op het wegdek terecht. Dit kan zorgen voor gevaarlijke verkeerssituaties. Modder of klei op de weg dient dan onmiddellijk te worden
1. Het is verboden de weg te verontreinigen of te laten verontreinigen op zodanige wijze dat daardoor gevaar of hinder kan ontstaan voor weggebruikers of voor derden. 2. Degene die de verontreiniging heeft veroorzaakt of daarvoor verantwoordelijk is, is verplicht deze onverwijld te verwijderen en de weg schoon achter te laten. 3. Onder verontreiniging wordt in ieder geval verstaan het achterlaten van modder, aarde of andere stoffen door landbouwverkeer of werkzaamheden op of langs de weg. 4. Indien degene die verantwoordelijk is voor de verontreiniging niet voldoet aan de verplichting in lid 2, kan de gemeente de noodzakelijke schoonmaakwerkzaamheden uitvoeren en de daarvoor gemaakte kosten op
In lid 4 sub b werd verwezen naar artikel 2:27, tweede lid. Dit was niet juist. Er moet verwezen worden naar artikel 2:27, eerste lid.
Artikel
Onderwerp
Afdeling 3
Evenementen
2:24
Definities
Was
Wordt diegene verhalen. 5. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Reden verwijderd. Het onmiddellijk weer berijdbaar maken van de weg mag in alle redelijkheid van de vervuiler worden gevraagd.
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Het Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3. Het In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 24.00 uur; ; b.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB C op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; ; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object. 4.a De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in: a. een regulier evenement (klasse A) b. een aandachts-evenement (klasse B) c. een risico-evenement (klasse C) b. Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Het Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3. Het In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 24.00 uur; ; b.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB C op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; ; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object. 4. De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in: a. een regulier evenement (klasse A) b. een aandachts-evenement (klasse B) c. een risico-evenement (klasse C) 5. Onder een “regulier evenement” wordt verstaan: een evenement waarbij het onwaarschijnlijk is dat het evenement leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 6. Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk
Toevoeging extra lid met uitleg regulier evenement. Deze classificering was als enige niet opgenomen.
Artikel
Onderwerp
Was c. Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.
Wordt leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken. 7. Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.
Reden
Artikel 2:26
Ordeverstoring
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren. 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak en een herdenkingsplechtigheid.
Inhoudelijke aanpassing. Lid 2 en lid 3 zijn toegevoegd aan het artikel. Hierdoor is het niet alleen verboden de orde te verstoren, maar ook het in het bezit hebben van gereedschappen met het kennelijke doel de orde te verstoren zijn hierdoor verboden.
Afdeling 4
Toezicht openbare inrichtingen
2:27
Definities
Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. alcoholhoudende drank: dat wat daaronder verstaan wordt in de Alcoholwet; b. bijzondere nacht: een door de burgemeester aangewezen, niet wekelijks terugkerende nachtelijke periode die door bijzondere omstandigheden gekenmerkt wordt door een relatief hoog aantal bezoekers van de natte horeca. c. droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse; d. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. e. openbare inrichting: I. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; II. een afhaal- en of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide consumptie geschikte etenswaren en/of dranken plegen te worden verstrekt; III.
een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt; f. para commerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de
Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. alcoholhoudende drank: dat wat daaronder verstaan wordt in de Alcoholwet; b. droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse; c. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. d. openbare inrichting: I. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; II. een afhaal- en of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide consumptie geschikte etenswaren en/of dranken plegen te worden verstrekt; III.
een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt; e. para commerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; f. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand;
Inhoudelijke aanpassing. Het verwijderen van de definitie van een bijzondere nacht. Door het ontbreken van een aanwijzing niet handhaafbaard. Door de bijzondere nachten rechtstreeks aan te wijzen is een aanwijzing niet meer nodig. Het gaat om de bijzondere nachten “jaarwisseling” en “koningsnacht”. De rechtstreekse aanwijzing volgt uit artikel 2:29 sluitingstijden.
Artikel
Onderwerp
Was Alcoholwet; g. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand; h. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; i. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is; 2. In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan: a. de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad. b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers). c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Wordt g. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; h. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is; 2. In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan: a. de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad. b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers). c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Reden
Artikel 2:28A
Nadere regels openbare inrichting
Het college kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie.
Redactionele wijziging. Er stond het college, dit is niet juist. Is een bevoegdheid van de burgemeester.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: a. voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens bijzonder nachten tussen 04:00 uur en 06:00 uur. b. Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: tussen 02:00 en 06:00 uur. c. voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële horeca’: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens bijzondere nachten tussen 01:00 en 06:00 uur. d. voor zover het een afhaal en/of bezorgzaak betreft de tijden van de Winkeltijdenwet; e. voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens: 1. op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 02:00 en 06:00 uur; 2. op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. f. Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 6.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: a. voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00 uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens de jaarwisseling en koningsnacht tussen 04:00 uur en 06:00 uur. b. Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: tussen 02:00 uur en 06:00 uur. c. voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële horeca’: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens de jaarwisseling en koningsnacht tussen 01:00 uur en 06:00 uur. d. voor zover het een afhaal en/of bezorgzaak betreft de tijden van de Winkeltijdenwet; e. voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens: 1. op zaterdag en zondag en tijdens de jaarwisseling en koningsnacht: tussen 02:00 uur en 06:00 uur; 2. op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. f. Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 6.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Inhoudelijke aanpassing. Wijziging door het rechtstreeks opnemen van de bijzondere nachten: “jaarwisseling” en “koningsnacht” bij de weekendsluitingstijden. En het verwijderen van lid 7 de daadwerkelijke bevoegdheid tot aanwijzing van bijzondere nachten. Het rechtstreeks opnemen van deze twee bijzondere nachten scheelt ons administratieve handelingen (het nemen van een aanwijsbesluit). En het scheelt de horecaondernemers, een aanvraag om langere sluitingstijden als deze dagen.
Artikel
Onderwerp
Afdeling 5
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de alcoholwet (vervallen, zie horecabeleid) Tijdelijk verbod tot het Artikel 2:34e Tijdelijk verbod tot het verstrekken van alcoholhoudende drank verstrekken van 1.Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte in de alcoholhoudende drank hele gemeente, in een door de burgemeester aangewezen deel van de gemeente of in een door de burgemeester aangewezen pand of lokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken. 2.Een aanwijzing als bedoeld in lid 1 kan worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid. 3.De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Maatregelen ter voorkoming van overlast gevaar of schade Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b.
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:34e
afdeling 8
Artikel 2:48
Artikel 2:54
Verbod gebruik openbare plaats als
Was 7. De burgemeester kan nachten aanwijzen die worden aangemerkt als “bijzondere nacht” als bedoeld in het eerste lid onder a, c en d. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horecaondernemers te treffen maatregelen.
(vervallen)
Wordt 7. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horecaondernemers te treffen maatregelen.
Reden
Artikel 2:34e Tijdelijk verbod tot het verstrekken van alcoholhoudende drank 1.Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte in de hele gemeente, in een door de burgemeester aangewezen deel van de gemeente of in een door de burgemeester aangewezen pand of lokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken. 2.Een aanwijzing als bedoeld in lid 1 kan worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid. 3.De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
Redactionele aanpassing. In artikel 2:34e is de oude Drank- en Horecawet nog genoemd. Deze is nu vervangen door de Alcoholwet.
Artikel 2:48 Verboden gebruik van drank 1. Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of op een andere manier overlast veroorzaakt. 2. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of op openbaar water alcoholhoudende drank te nuttigen of bij zich te hebben in aangebroken flessen, blikjes en dergelijke. 3. Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt niet: a. op een terras als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid sub d. III, g en h; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. 4. De burgemeester kan plaatsen en tijden aanwijzen waarop het in het tweede lid bedoelde verbod niet geldt. 5. Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 45 van de Alcoholwet.
Inhoudelijke aanpassing. Het bestaande artikel wordt vervangen door een nieuw artikel. Met name het eerste lid is aangepast. Hierdoor is het mogelijk in de gehele gemeente in de openbare ruimte op te treden tegen overlast als gevolg van alcoholgebruik. Dit is slechts bedoeld in geval van overlast. Als er geen overlast is, wordt niet opgetreden. De mogelijkheid om een gebied aan te wijzen waarbij het in het bezit hebben en nuttigen van alcohol al verboden is blijft bestaan. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Paasvee, waarbij het gebied rondom het station wordt aangewezen. Inhoudelijke aanpassing Dit artikel wordt weer
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een
Artikel
Onderwerp slaapplaats
Was
Wordt openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van [artikel 5:25 of het omgevingsplan] is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
Reden opgenomen om overlast en hinder, brandgevaar en verontreiniging van de openbare ruimte en risico’s voor de volksgezondheid tegen te gaan. Als deze onderwerpen in het geding komen, kan door middels van dit artikel opgetreden worden indien nodig. Dit verbod helpt bij het tegengaan van de verloedering van de stad en het beheersen van het woon- en leefklimaat. Op basis van deze verbodsbepaling geldt tussen zonsondergang en zonsopgang dit verbod in gebieden die door het college kunnen worden aangewezen. Het college krijgt hiermee de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het zondermeer verboden is om ’s nachts op een openbare plaats te slapen. Het college kan gebieden aanwijzen, maar is daartoe niet gehouden. Het eventueel aanwijzen van gebieden vergt immers een zorgvuldige afweging van alle belangen en mogelijke effecten. In andere gevallen (’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag) is het verboden om een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken, als het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- of leefklimaat. De verbodsbepaling vormt daarmee een aanvulling op de huidige algemene hinderbepaling. De afgelopen periode hebben wij in Schagen meer te maken gekregen met dak/thuislozen/zwervers. Deze personen kunnen voor overlast zorgen wanneer ze in de openbare ruimte overnachten.
Deze personen hebben in eerste
Artikel
Onderwerp
Artikel 2:74
Artikel 2:74a
Was
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Openlijk drugsgebruik
2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Wordt
Reden instantie hulp nodig. Dit traject wordt ingezet met de verschillende ketenpartners. Door dit verbod op te nemen in de APV heeft de gemeente een stok achter de deur om deze personen door te verwijzen naar de nachtopvang zodat ze niet op straat hoeven te slapen. Artikel 2:74 Drugshandel op straat Inhoudelijke aanpassing Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een conform model Apv. openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen Met ingang van 1 juli 2025 is betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de artikel 2a (en lijst Ia) aan de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, Opiumwet toegevoegd. Daarin daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de Apv zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de Apvartikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen.
2:74a Openlijk drugsgebruik Inhoudelijke aanpassing Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor conform model Apv. publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen Met ingang van 1 juli 2025 is 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te artikel 2a (en lijst Ia) aan de dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat Opiumwet toegevoegd. Daarin gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de Apv zijn erop gericht hinder,
Artikel
Onderwerp
Hoofdstuk 3
Regulering prostitutie
Afdeling 2
Vergunning seksbedrijf
3:12
3:14
Was
Wordt
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers of prostituees geopend te hebben en daarin bezoekers of prostituees toe te laten of te laten verblijven dagelijks tussen 00:00 en 06:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers of prostituees geopend te hebben en daarin bezoekers of prostituees toe te laten of te laten verblijven dagelijks tussen 23:30 en 11:30 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk
Reden overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de Apvartikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen.
Inhoudelijke aanpassing. In lid 1 zijn de sluitingstijden aangepast en gelijkgetrokken aan die van de bestaande coffeeshop. De oorspronkelijke sluitingstijden waren gekoppeld aan die van de horeca. Een seksinrichting is niet vergelijkbaar met de reguliere horeca. Een koppeling aan de reguliere horeca is dan ook niet wenselijk. Leeftijd en verblijfstitel Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund Inhoudelijke aanpassing. prostitutiebedrijf prostitutiebedrijf Lid 1 is toegevoegd op verzoek 1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 van OOV. Hierdoor is prostitutie die: jaar heeft bereikt. in het algemeen alleen a. niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken toegestaan boven de leeftijd b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de die: van 21 jaar. In de oude regeling Vreemdelingenwet 2000. a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; was het beperkt tot de 2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan b.
in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de exploitant die geen wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. Vreemdelingenwet 2000. medewerkers in dienst mocht 3. Het is een prostituee verboden: hebben onder de leeftijd van 21 a. te handelen in strijd met het eerste lid; jaar. Lid 3 sub a is toegevoegd. b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor Dit is toegevoegd om bij een prostitutiebedrijf is verleend. handelen in strijd met het gestelde in lid 1 te kunnen handhaven.
Afdeling 4
Overige bepalingen
Hoofdstuk 4
Bescherming van het
Artikel
afdeling 1
artikel 4:5
Onderwerp milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Onversterkte muziek
Was aanzien van de gemeente
Wordt aanzien van de gemeente
Reden
4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen inrichtingen als bedoeld in paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan Schagen of diens rechtsopvolger, is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. De waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
Redactionele aanpassing n.a.v. In dit artikel zijn de verwijzingen naar de artikelen uit activiteitenbesluit Milieubeheer vervangen door verwijzingen naar artikelen uit het Omgevingsplan en het besluit kwaliteit leefomgeving. Hierdoor is het actueel en aangepast aal de omgevingswet.
2. Tabel 2. Tabel
3. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.
3. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het gehele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan Schagen of diens rechtsopvolger van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Artikel
Onderwerp
Was 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Wordt
Reden
Hoofdstuk 5
Afdeling 4
Andere voorwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Stanplaatsen
artikel 5:18
Standplaatsen
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, of; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang, of; 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, of; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang, of; c. op grond van het maximumstelsel zoals genoemd in het standplaatsenbeleid. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Inhoudelijke aanpassing. Er is een weigeringsgrond toegevoegd aan dit artikel onder lid 3 sub c. Het standplaatsenbeleid van de gemeente Schagen vormt ook een weigeringsgrond.
Hoofdstuk 6
Straf-, overgangs-, slotbepaling
Straf-, overgangs-, slotbepaling
Straf-, overgangs-, slotbepaling
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening, is niet van toepassing op het exploiteren van afhaal- en/of bezorgzaken, die op 1 januari 2025 in de gemeente Schagen reeds zijn gevestigd: a. gedurende de periode tot 1 juli 2025; b. in de periode na 1 april 2024: indien de exploitant binnen de onder a gestelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, heeft ingediend, tot het tijdstip dat het bevoegd gezag op die aanvraag heeft besloten. 3. Afhaal- en/of bezorgzaken die op 1 januari 2025 in de gemeente Schagen zijn gevestigd, behoeven geen leges te betalen voor het aanvragen van een exploitatievergunning, indien voor 1 juli 2025 een exploitatievergunning als bedoelt in artikel 2:28, eerste lid, bij het bevoegd gezag is aangevraagd.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Redactionele aanpassing. Lid 2 en 3 komen te vervallen omd i.v.m. het opnemen van de categorie afhaal- en bezorgzaken in de Apv alsmede het opnemen van de bepalingen van de Drank- en Horecaverordening 2014 in de Apv.
Artikel 6:7
Citeertitel
Artikel 6:7 Citeerartikel
Artikel 6:7 Citeerartikel
Redactionele aanpassing.
Artikel
Onderwerp
Ondertekening
Was Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Schagen 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 11 februari 2025.
Wordt Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Schagen 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 17 februari 2026.
Reden Het jaartal “2025” wordt gewijzigd in “2026”. Redactionele aanpassing. Het jaartal “2025” wordt gewijzigd in “2026”.