Vragen VVD over Huisvestingsverordening
Tekst van het document
Schriftelijke vragen Aan:
College van B&W van de gemeente Schagen
Onderwerp: Huisvestingsverordening Datum:
15 april 2025
1. Kan de gemeenteraad zomaar een huisvestingsverordening invoeren? Moet niet eerst bij de voorbereiding van een gebiedsgebonden huisvestingsverordening aangetoond worden dat de leefbaarheid in het desbetreffende gebied onder druk staat? En moet niet eerst onderbouwd zijn, waarom het invoeren van een huisvestingsverordening noodzakelijk en geschikt is, om de leefbaarheid in het desbetreffende gebied te behouden? Deze onderbouwing blijkt niet uit de stukken. Kunt u aangeven waarom deze onderbouwing ontbreekt en kunt u deze alsnog toevoegen? 2. Heeft u bij de voorbereiding van de verordening overlegt met andere gemeenten uit de woningmarktregio? Door dit op elkaar af te stemmen gaan vergunningsstelsels niet te veel van elkaar verschillen. En door regionaal in overleg te blijven kan ook geïnventariseerd worden of invoering van een huisvestingsverordening leidt tot eventuele waterbedeffecten bij andere gemeenten in de regio. 3. Zoals het voorstel het zelf al zegt: ‘We opereren onder de aanname dat de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting (WVRV) van kracht wordt.’. Welke regels in deze verordening zijn voor bezwaar en beroep vatbaar zolang genoemde wet niet van kracht wordt? 4. In de stukken staat: ‘Verhuur van sociale nieuwbouw huurwoningen door particuliere verhuurders (waar we geen prestatieafspraken mee hebben) wordt met deze regel verminderd’.
Is dit wat u wenst? Zo ja, waarom is dat uw wens? En kunt u specifieke aantallen noemen van het aantal woningen dat niet langer op deze wijze verhuurd wordt? 5. In de stukken staat: ‘In geval van een sociale koopwoning worden afspraken vastgelegd in een koopakte. De notaris kan de afspraken controleren. De gemeente kan steekproefsgewijs aan de hand van BRP-mutaties een nieuwe huurder of koper checken.’ Dit impliceert dat de gemeente aan de notaris voorschrijft om het inkomen van een koper te toetsen aan de huisvestingsverordening. Is dat juist? Zo ja, waarom legt de gemeente deze extra handeling aan de notaris op? Zo nee, kan de gemeente een procedure hanteren die deze handeling bij de notaris wegneemt? 6. Kan de wethouder duidelijkheid geven over wie de vergunning moet aanvragen: de woningzoekende of de verhuurder? Op wie worden de kosten verhaald?
7. Moeten (particuliere) verhuurders een inschrijfsysteem en allerlei extra administratie voeren, ook als zij daar op dit moment niet op zijn ingericht? Hoe ziet het college dat voor zich? 8. Welke gegevens moeten (particuliere) verhuurders aanleveren, en mag dat binnen het kader van de AVG-wet? 9. Hoe wil de gemeente omgaan met een huurvergunning voor arbeidsmigranten?