Vragen D66 Oude Rijksweg 106 t Zand
Tekst van het document
Schagen Technische vragen Aan
: het college dan wel de verantwoordelijk portefeuillehouder
Onderwerp
: Adviesrecht omgevingsvergunning Oude Rijksweg 106, ‘t Zand
Datum
: 20 februari 2025
Inleiding U vraagt een positief advies te geven op de aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van 18 appartementen. De achtergrond is artikel 6.15 van de Omgevingswet . De basis is het voorgelegde bouwplan en de Goede Onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GOFLO) van adviesbureau AMB van 8 oktober 2025. Krijgt de lezer aan de hand van de GOFLO op het aspect leefomgeving in brede zin een goed beeld van de effecten van de stedenbouwkundige ingreep, het straat- en bebouwingsbeeld, de ruimtelijke kwaliteit van de ingreep in de gevelwanden? Wat D66 betreft geeft de GOFLO geen volledig en toetsbaar beeld. Wat opvalt is dat in hst. 3 in zowel 3.1 ‘Huidige situatie’ als 3.2. ‘Toekomstige situatie’ bij de fotobeelden de beelden van de bestaande aansluitende bebouwing buiten het fotokader zijn gehouden. In de beschrijving in 3.2. wordt voornamelijk ingegaan op de aansluiting, de oriëntatie op de Oude Rijksweg en in het in beeldvorming aansluiten op de volumes aan de zuidzijde van het Molenpad die in opbouw overeenkomen met die op de locatie zelf; een hoog volume (hoofdgebouw/twee lagen met kap) gericht op de Oude Rijksweg en een lager volume gericht op het Molenpad. Dat lagere bestaande volume (één laag met lage kap) sluit in hoogte aan op de kleinschalige woonbebouwing langs het Molenpad (zie onderstaande beelden).
Wat daarvoor in de plaats komt is een bouwblok met zowel een grotere goot- als bouwhoogte, zo blijkt uit de bouwtekeningen. De afstand tussen dat bouwblok en de kadastrale grens c.q. de zijgevel van Molenpad 2 is beperkt. Vragen 1. Kunt u aangeven waarom in de GOFLO in beeld en tekstueel geen duidelijk in zijn ruimtelijke context toetsbare aandacht is besteed aan de ruimtelijke inpassing van het bouwplan/bouwvolume aan het Molenpad? 2. Kunt u aangeven waarom in de vormgeving van dat woonblok niet gekozen is voor een geleidelijke organische overgang in volume en hoogte naar wat toch het hoofdvolume is van het plan aan de Oude Kanaalweg?
3. Klopt het dat voor de raad in ieder geval inzicht gegeven moet worden, in beeld en tekstueel, hoe nieuwe bouwvolumes in bestaande gevelwanden worden ingepast? En zo niet waarom niet? 4. Kunt u voor het Molenpad als het meest kritisch op het punt van inpassing in een bestaand kleinschalig straat- en bebouwingsbeeld een straatbeeld (op schaal) geven met daarin de voorgestelde bebouwing. Voor de Oude Kanaalweg wordt het op prijs gesteld. Toelichting De raad hoort een goed beeld te krijgen aan de hand van de bij een casus overgelegde stukken. Daarbij horen beelden die de impact van de in te voegen bebouwing op de bestaande omgeving, het straat- en bebouwingsbeeld laten zien. Een ruimtelijke analyse van de locatie hoort ten grondslag te liggen aan het in te passen bouwvolume. Zoals ook de commissie Ruimtelijke kwaliteit Schagen (Mooi Noord-Holland) bij de beoordeling en feedback op de architectuur daarmee rekening houdt. Op grond van de overgelegde stukken wordt het antwoord op de gestelde vraag lastig.