Vragen D66 Koorndijk 14 Tuitjenhorn
Tekst van het document
Schagen Schriftelijk verzoek aan
het college
Onderwerp
Oordeelsvormende vergaderging 3 september Agendapunt 6. Vaststelling bestemmingsplan Koorndijk 14 Tuitjenhorn Harry Vogel 22 augustus 2024
Indiener van de vraag/vragen Datum indiening
Aanleiding/inleiding Er is niets tegen om, binnen de dan geldende planologische en stedenbouwkundige kaders, een andere op de toekomstgerichte invulling te geven aan niet meer relevante bestemmingen en de daarmee samenhangende (bebouwings-)regels. Uit het voorliggende raadsvoorstel blijkt dat er het plan is van een bedrijfsbeëindiging op termijn. Er wordt een termijn twee jaar aangegeven. Enige urgentie ontbreekt, terwijl er bij andere projecten wel sprake is van urgentie. Vraag 1. Kunt u nader toelichten waarom, in het licht van de beperkte ambtelijke capaciteit en andere mogelijke meer dringende ruimtelijke ontwikkelingen juist nu het plan voor de Koorndijk 14 Tuitjenhorn wordt voorgelegd? Het gaat daarbij – zo lezen we in de toelichting - vooralsnog om een toekomstige transformatie tot “wonen” van alleen het voorste gedeelte van de gronden met de bestemming “bedrijf”/ functieaanduiding “hovenier” en de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3.
Fragmenten 1 en 2
Uit een vergelijk tussen de bestemmingsplannen “Tuitjenhorn” en “Koorndijk14” op de site “ruimtelijkeplannen.nl” blijkt dat in relatie tot de aanleiding bedrijfsbeëindiging het merkwaardig is dat slechts een deel van de bedrijfsgronden een bestemmingsverandering krijgen. Vragen 2. Kunt u uitleggen waarom bij deze bedrijfsbeëindiging een gedeelte van het bestemmingsvlak “bedrijf” buiten een bestemmingsverandering is gehouden. 3. Moeten wij hieruit afleiden dat het beleid is of zou kunnen worden dat bij bedrijfsbeëindiging slechts een deel van het bedrijfsperceel een bestemmingswijziging krijgt, ook bij beëindiging van een agrarisch bedrijf met een bouwvlak van 1 tot 2 ha.? 4. Is het de bedoeling het bedrijf op die restlocatie na realisatie van het voorliggende plan voort te zetten of daar een ander bedrijf zich te laten vestigen?
5. Is het beoogde resultaat “voorkomen van (potentiële) overlast dan wel een reëel doel? Het gebruik van de gronden voor opslag en de aan- en afvoer blijft mogelijk en dat geeft veelal de meeste overlast. 6. Is met initiatiefnemer vastgelegd dat daar geen nieuwe bedrijfsontwikkeling mogelijk is? En zo niet waarom niet? 7. Zijn er afspraken gemaakt over een toekomstige ontwikkeling van de restgronden met de bestemming bedrijf (hovenier) en zo dat het geval is: hoe luiden die? En indien dat niet het geval is: waarom is dat niet gebeurd? Het bredere ruimtelijk kader Op ruimtelijkeplannen.nl valt de ontwikkeling op het aanpalende perceel volgens het wijzigingsplan Koorndijk 16a Tuitjenhorn op. Het gaat hierbij om een bestemmingswijziging van een naastgelegen perceel met de bestemming bedrijf (op fragment 1 aangegeven met een pijl). Op 21 december 2021 heeft het toenmalige college een wijzigingsplan voor drie woningen vastgesteld, waarvan er twee zijn gerealiseerd. In de toelichting op dat wijzigingsplan lezen we in figuur 2.3. (hfst 2 planbeschrijving) dat de gronden met de ontsluiting voor die woningen (Harenkarspel sectie I 5514) eigendom van de gemeente zijn/worden.
Vraag 8. Is het perceel I 5514 (inmiddels) in eigendom van de gemeente? En indien dat niet het geval is: waarom is dat (nog) niet het geval? Tussen gronden met de te handhaven bestemming bedrijf, de half vrijstaande woningen aan de Mosterdpot en de Watering ligt een perceel (sectie I 5515) met de bestemming agrarisch. Zeker na de ontwikkeling met het wijzigingsplan Koorndijk 16 a Tuitjenhorn is ook die bestemming feitelijk niet meer relevant te noemen. D66 ziet kansen dat gebied samen met de overblijvende gronden van initiatiefnemer voor een ontwikkeling met woningbouw in de vorm van sociale huurwoningen, goedkope koop en/of in de vorm van een CPO (rood omlijnde percelen op onderstaand kadastraal uittreksel). Totaal beslaan de gronden bekend als sectie I nrs. 5514, 5515 met de gronden met de bestemming bedrijf (hovenier) bekend als sectie I 5553, 5554 en 5555 een oppervlak van 9.875 m². Vragen 9. Heeft het college gedacht aan de ontwikkeling van woningbouw op de hiervoor aangehaalde gronden met een oppervlak van bijna 1 ha.? 10. Ziet het college ook de mogelijkheid op die gronden te komen tot een ontwikkeling met sociale woningbouw, goedkope koop of CPO en zo niet waarom niet? 11. Heeft het college met initiatiefnemer over een ontwikkeling als geschetst gesproken zo niet waarom niet? 12. Cruciaal is de vraag wie eigenaar is van het perceel met de agrarische bestemming.
Is het college bekend met wie de eigenaar daarvan is? Kan het college aangeven wie de eigenaar is? (Dat kan indien gewenst vertrouwelijk, hoewel het kadaster in feite openbaar is).
13. Is het college bereid om met partijen binnen het rood omrandde gebied overleg te voeren over een mogelijke ontwikkeling van woningbouw als hiervoor geschetst? En zo het college daartoe niet bereid is: waarom niet?
Een voorbeeld van een verkaveling: het spiegelen van de verkaveling met de half vrijstaande en de twee vrijstaande woningen aan de Mosterdpot past geheel binnen de rood omlijnde locatie. Verdichting is mogelijk. Kadastrale gegevens: Sectie I nr - 5514 1120 m² … gemeente? - 5515 4080 m² bestemming agrarisch Samen 5200 m² Eigendom initiatiefnemer - 5553 1595 m² - 5554 1535 m² - 5555. 1545 m² Samen 4675 m² Totaal 5200 + 4675 = 9.875 m²