Vragen D66 Kadernota 2026
Tekst van het document
SCHAGEN
Onderwerp
: vragen kadernota 2026
Datum
: 12 juni 2025
Met ingang van 1 januari 2028 worden de pensioenen van de wethouders ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel (Wet toekomst pensioen (Wtp). De pensioenen worden dan beheerd door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Daarvoor moet een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP plaatsvinden door de gemeente. In de aanbiedingsbrief bij het verslag van de account over de jaarrekening 2024 wordt geadviseerd dat de gemeente zich voor moet bereiden op de overstap naar het ABP. Er moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor de overdracht. Daarbij is het onder andere van belang dat de gemeente beschikt over een actueel overzicht van alle (ex-)politieke ambtsdragers met opgebouwde Appa-rechten, inclusief de exacte hoogte van hun pensioenaanspraken, hun leeftijd, diensttijd en eventuele eerdere overdrachten. Daarnaast is de rente een bepalende factor voor de hoogte van de voorziening: een dalende rekenrente vereist mogelijk een bijstorting, terwijl een stijgende rekenrente kan betekenen dat er meer dan nodig in de voorziening is opgenomen. Uit ander overleg over dit onderwerp weet de fractie van D66 dat het in vergelijkbare gevallen om grote bedragen gaat (bijvoorbeeld bij het Ministerie van Defensie wordt gesproken over een eenmalige kapitaalstorting van vele miljarden Euro’s). Vragen: 1.
Was het college op de hoogte van het feit dat de pensioenen van wethouders vanaf 1 januari 2028 moeten worden onderbracht bij het ABP? a. Zo ja, kan het college aangeven in hoeverre al uitvoering is gegeven aan het advies van de account zoals boven aangeven? en b. Is er al inzicht in de omvang van de eenmalige kapitaalstorting en kan het college deze aan de raad melden? c. Zo, nee waarom niet en wat gaat het college hieraan doen? In de kadernota zijn naaste grote ook (relatief) geringe bedragen opgenomen. Zoals aangegeven vermoed de fractie van D66 dat het bij de overgang van de pensioenen van wethouders naar het ABP (mogelijk) om een omvangrijke éénmalige kapitaalstorting gaat. Deze moet voor 31 december 2027 plaats vinden. De kadernota kijkt vooruit tot en met het begrotingsjaar 2029. 2. Is deze aanname van D66 correct dat de eenmalige kapitaalstorting aan het ABP voor 1 januari 2028 moet plaatsvinden? a. Zo ja kan het college aangeven of deze éénmalige kapitaalstorting in de kadernota is opgenomen en waar? b. Zo nee, waarom niet? c. Kan het college garanderen dat de volgende gemeenteraad niet wordt geconfronteerd met het figuurlijke “lijk in de kast”, als gevolg van een (voorzienbare) omvangrijke storting aan het ABP die niet op de kadernota 2026 zichtbaar was? F.N.J Jansen Fractievoorzitter D66 Schagen