CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen D66 Helmweg 10 Callantsoog

Oordeelsvormende vergadering 8 juni 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Helmweg 10 te Groote Keeten1.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schagen SCHRIFTELIJKE VRA(A)G(EN) AAN ONDERWERP

het college Vaststellen bestemmingsplan Helmweg 10, Groote Keeten/Callantsoog

INDIENER VRA(A)G(EN) Datum indiening

Harry Vogel 31 mei 2021

Inleiding c.q. aanleiding en vragen Bovenvermeld bestemmingsplan is in de raad van 27 oktober 2020 naar aanleiding van een amendement van D66, SP en Groenlinks op voorstel van het CDA aangehouden. In het betoog van het CDA werd terecht gewezen op draagvlak bij de bewoners van Groote Keeten voor de beoogde ontwikkeling van een hotel met 60 kamers, maar ook op de positie van de provincie in dit dossier, het provinciale draagvlak. Het college in casu de verantwoordelijk wethouder heeft in die raadsvergadering ook terecht gewezen op de positie van de provincie in relatie tot het voorgelegde bestemmingsplan dan wel tot de mogelijkheid van woningbouw op Helmweg 10. Overleg met de provincie over dat laatste is toegezegd. Overleg over dit dossier met gedeputeerde Loggen heeft nog niet plaatsgevonden, zo blijkt steeds weer uit de toezeggingenlijst en uit de voorliggende stukken. Vanwege Corona is de gedeputeerde in oktober 2020 in quarantaine gegaan. Hij voelt zich goed en werkt vanuit huis lezen wij op de site van de provincie. Ambtelijk overleg over dit dossier in relatie tot de regelgeving heeft ook niet plaatsgevonden. Volgens het raadsvoorstel lopen de gesprekken met de provincie nog. Zodra een reactie is ontvangen worden we op de hoogte gebracht! Kennelijk is dat na de vaststelling van het bestemmingsplan waarvoor de portefeuillehouder een meerderheid heeft geregeld.

D66 kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het de portefeuillehouder goed uitkomt dat bij de voortgang van de toezegging te overleggen met de gedeputeerde/provincie ziekte als excuus kon opvoeren. Vragen 1. Heeft/had de portefeuillehouder überhaupt belangstelling voor het antwoord van de provincie voor woningbouw op de locatie Helmweg 10? 2. Als de portefeuillehouder overleg over Helmweg 10 heeft gehad over de ontwikkeling van een hotel met 60 bedden, of als er namens hem ambtelijk overleg is geweest: welke vragen zijn dan gesteld, is van dat overleg verslag gemaakt en zo ja: is dat voor de raad beschikbaar? 3. Heeft de provincie daarbij geopperd dat ook woningbouw op die locatie mogelijk is, zijn alle opties voor een herontwikkeling in beeld gebracht/geweest? 4. Heeft hij zich inmiddels verzekerd van een meerderheid in de raad en weet hij dat hij kan wegkomen naar de indieners van het amendement en beseft hij dat daarbij het beeld van een zekere minachting naar een deel van de raad ontstaat? 5. Waarom heeft het college zich niet ingespannen inhoud te geven aan het aangehouden amendement door een ”prealabele” vraag aan GS te stellen met de strekking als hiervoor bedoeld? De actieve houding van de portefeuillehouder in andere dossiers missen we hier volledig. 6.

Is het toeval dat dit dossier na de raadsvergadering van 11 mei 2021 aan de raad wordt voorgelegd en dan nog zonder reactie van de provincie? Het doet ons denken aan een bewust. strategisch agenderen.

In het raadsvoorstel geeft u aan dat de provincie geen bezwaar heeft tegen de ontwikkeling van een hotel met 60 kamers en 70 parkeerplaatsen als het tenminste regionaal wordt afgestemd (zie vragen 2 en 3).. Kwaliteitsverbetering van het toeristisch product is het doel, lezen we. Nu is D66 niet tegen kwaliteitsverbetering van het toeristisch product. Maar daar gaat een vraag aan vooraf. 7. Kan het college aangeven waarom een uitbreiding met een hotel van 60 bedden de kwaliteit van het toeristisch product “an sich” verbeterd? 8. Is het niet zo dat juist verbetering van het bestaande aanbod nodig is en dat dit plan in feite de kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod in de weg staat. Er komt meer van hetzelfde meer hotelbedden – waarbij onbekend is of de bestaande hotels de functionele bezettingsgraad ook buiten het seizoen halen? Kan het college genoemde kwaliteitsverbetering nader onderbouwen? Hebben meer bedden wel een toegevoegde waarde in het toeristisch aanbod, vormen zij een niet aanvulling op het bestaande? Draagvlak onder de bewoners Het zoeken naar draagvlak heeft u (portefeuillehouder) aanvankelijk bij initiatiefnemers gelegd. In het raadsvoorstel schrijft u nu dat u op verzoek van de raad heeft geïnventariseerd hoe de bewoners van Groote Keeten over het plan voor de bouw van een hotel denken.

D66 kan zich geen verzoek van de raad aan u in die richting uit de raadsvergadering herinneren. Het is spijtig dat u dat zo heeft geïnterpreteerd en dat u dat vervolgens heeft gedaan met de voorgelegde enquête met twee vragen: 1. Bent u voor de bouw van een hotel met 60 kamers; 2. Bent u tegen de bouw om daarmee de huidige situatie voorlopig zo te laten. Met grote verbazing hebben wij de enquête-opzet bekeken en ons afgevraagd wat u nu aan de bewoners voorlegt. U kunt kiezen voor de door ons bekroonde rookworst van slagerij Klaver of een worst van Rodi diervoeding die ook nog eens over de datum is. Maak u keuze! Deze enquête is sterk manipulatief en van een zeer bedenkelijk en bestuurlijk onwaardig niveau. Het gericht op een gewenst antwoord en draagt verder bij aan een polarisatie in Groote Keeten. Het ingediende amendement ging in de richting van woningbouw, een alternatief dat binnen de provinciale omgevingsverordening NHN2020 kan vallen. U wekt alle schijn dat u vindt dat de raad in haar overwegingen ontwikkeling van woningbouw op de Helmweg 10 niet mag meewegen! “Nee” is ook een antwoord richting initiatiefnemer. Dat het antwoord dan laat komt en er al investeringen zijn gedaan ligt aan het besluitvormingsproces en niet aan de raad. Kortom argumenten in die richting zijn irrelevant en geven eigenlijk een beeld hoe u de relatie met( een deel van) de raad ziet.

De gang van zaken geeft aanleiding tot het beeld van initiatiefnemer dat hij in die situatie bewust een verpauperde en vervallen situatie zal laten ontstaan of die zelfs zal bevorderen. Dat leidt tot de volgende vragen: 9. Heeft initiatiefnemer aan de portefeuillehouder op enig moment aangegeven dat, als niet meegewerkt wordt aan de realisatie van een hotel met 60 bedden, hij niet actief iets zal ondernemen om de bebouwing in zodanige toestand te brengen dat het in vervallen staat gaat verkeren en/of dat hij niets zal doen om dat te voorkomen? 10. Heeft de portefeuillehouder dat op enig moment in zijn afwegingen om mee te werken aan het initiatief mee (moeten) laten wegen? 11. Als dat niet het geval is: waarom schept de portefeuillehouder dan het beeld in en buiten de “enquête” dat het een keuze is tussen verpaupering en een hotel? De portefeuillehouder heeft terecht gesteld dat de raad initiatiefnemer niet kan dwingen om woningbouw te realiseren. De wedervraag is dan: 12. Vindt de portefeuillehouder dat initiatiefnemer door een (dreigende?) houding de gemeente kan dwingen om wel mee te werken aan gewenste plan?

De vragen 8 tot en met 10 geven het voor gemeenten vaak opdoemende dilemma weer al dan niet aan de druk van initiatiefnemers toe te geven om verpaupering, een rotte kies in het bebouwingsbeeld te voorkomen of te herstellen. In dat kader willen wij het collegeprogramma in herinnering brengen. Wij lezen: • Ook in de ruimtelijke ordening belonen wij slecht gedrag niet. Wij mogen toch ook aannemen dat dit ook betrekking heeft op “toekomstig” en/of “voorspeld” slecht gedrag. Toegeven ondermijnt de positie van de gemeente in vergelijkbare dossiers. Geduld hebben, met afwachten komt er uiteindelijk een oplossing! Als duidelijk wordt dat de gemeente standvastig haar beleid.

Omgevingsverordening NHN2020 In de omgevingsverordening NHN2020 zijn de gronden aangewezen als “bijzonder provinciaal landschap”. In “ruimtelijkeplannen.nl” wordt bij die aanduiding een tweetal verwijzingen naar de regels gegeven. Het gaat over verbod om “stedelijke ontwikkelingen” waarbij in verwijzing 2 daar een nadere uitleg/invulling aan wordt gegeven. Wanneer is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Er moet dan sprake zijn van een zekere omvang en jurisprudentie legt die bij meer dan 11 woningen. De vraag die dan bij een ontwikkeling voor woningbouw op Helmweg 10 overblijft is of aan de “overige” voorwaarden van GS uit de NHN2020 kan worden voldaan. En daar had de portefeuillehouder voor deze vergadering/raad een antwoord op moeten hebben!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218697/1