Vast te stellen bestemmingsplan Groenvelderweg 15 Dirkshorn 20240702
Tekst van het document
Groenvelderweg 15, Dirkshorn
Bestemmingsplan
Status:
Vastgesteld
Gemeente: ID-code: datum
Schagen NL.IMRO.0441.BPGROENVELDERWEG15-VA01 2 juli 2024
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Het project ..................................................................................................................... 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5
Beleid ............................................................................................................................ 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 8 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 8 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 9 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ................. 9 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 9 Omgevingsvisie Schagen ............................................................................................. 9 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ................................................................................. 9 Parkeernota Schagen 2016 ........................................................................................
10 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 10
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 11 Archeologie ................................................................................................................. 11 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 11 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 11 Water ........................................................................................................................... 12 Natuur ......................................................................................................................... 12 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 13 Spuitzonering .............................................................................................................. 13 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 14 Geluid wegverkeer ...................................................................................................... 15 Luchtkwaliteit...............................................................................................................
15 Externe veiligheid ........................................................................................................ 16 Kabels en leidingen ..................................................................................................... 16 Duurzaamheid ............................................................................................................. 17 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 17 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 17
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 19 Algemeen .................................................................................................................... 19 Verbeelding ................................................................................................................. 19 Planregels ................................................................................................................... 19 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 21
6
Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 22
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 23
DNS Planvorming BV
2/41
7.1 7.2
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro ................................................................................. 23 Procedure bestemmingsplan ...................................................................................... 23
REGELS .................................................................................................................................... 24 Hoofdstuk 1
Inleidende regels ............................................................................................... 25
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels ........................................................................................... 30
Hoofdstuk 3
Algemene regels ............................................................................................... 35
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels .................................................................................. 40
DNS Planvorming BV
3/41
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om de voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Groenvelderweg 15 te blijven gebruiken voor particuliere bewoning. Dit gebruik vindt nu ook al plaats. Gelet op de eigendomssituatie van het bedrijf is geen behoefte meer aan een tweede bedrijfswoning. Bovendien is dit voor de bedrijfsvoering (bloembollenkwekerij) ook niet noodzakelijk. Het gebruik van de woning voor particuliere bewoning is niet mogelijk op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de woning als agrarische bedrijfswoning is aangemerkt. Het wijzigen naar een woonbestemming zou mogelijk kunnen leiden tot een beperking van de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen agrarisch bedrijf. Om die reden wordt de status ‘plattelandswoning’ aan de woning toegekend. Om de wijziging naar plattelandswoning planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied
De locatie ligt in het buitengebied van Dirkshorn en wordt tezamen met enkele agrarische bedrijven en woningen omgeving door een golfbaan. Het plangebied is in afbeelding 1.1 rood omlijnd.
Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied met kadastrale grenzen
DNS Planvorming BV
4/41
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor de locatie geldt het bestemmingsplan Landelijk Gebied Harenkarspel, zoals vastgesteld op 11 december 2013. De locatie is in het bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch met waarden’. Het maakt deel uit van het agrarisch bouwvlak dat is opgenomen in combinatie met Groenvelderweg 13, 13a en 12b. Zie afbeelding 2. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Ook geldt de gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle verkaveling’ ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatronen. Omdat uitsluitend sprake is van een gebruikswijziging en niet van ruimtelijke ingrepen, is het planvoornemen niet in strijd met deze dubbelbestemming en gebiedsaanduiding.
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Harenkarspel’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) met plangebied rood omlijnd In aanvulling op het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Harenkarspel’ geldt ter plaatse van het plangebied ook een het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ (vastgesteld op 7 november 2017) en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020). In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. In het paraplu-omgevingsplan 1e tranche zijn verschillende aanpassingen gedaan in alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Schagen, waaronder het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Harenkarspel’. Het planvoornemen is niet in strijd met het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche. Met dit bestemmingsplan wordt binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ een aanduiding ‘plattelandswoning’ toegevoegd voor de tweede bedrijfswoning.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.
DNS Planvorming BV
5/41
2
Het project
2.1
Huidige situatie
De woning aan de Groenvelderweg 15 vormt oorspronkelijk de tweede bedrijfswoning bij de bloembollenkwekerij van de familie Gootjes aan de Groenvelderweg 13a. De de woning wordt al jaren niet meer als bedrijfswoning gebruikt. Er is sprake van particuliere bewoning. Gelet op de eigendomssituatie van het bedrijf is geen behoefte meer aan een tweede bedrijfswoning. Bovendien is dit voor de bedrijfsvoering van de bloembollenkwekerij ook niet noodzakelijk.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie
2.2
Toekomstige situatie
Het voornemen is om de woning aan de Groenvelderweg 15 te verkopen. Met de agrarische bestemming kan de woning niet als burgerwoning worden verkocht. Particuliere bewoning is volgens het bestemmingsplan niet toegestaan, waardoor dit bij aankoop niet in aanmerking komt voor financiering. Het wijzigen naar een woonbestemming zou mogelijk kunnen leiden tot een beperking van de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen agrarisch bedrijf. Om de bestaande situatie te legaliseren wordt de status ‘plattelandswoning’ aan de woning toegekend. De Wet plattelandswoningen is op 1 januari 2013 in werking getreden en maakt omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning mogelijk, zonder dat het agrarische bedrijf waar de woning toe behoorde, wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Een plattelandswoning is een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond. Dit is juridisch-planologisch mogelijk omdat aan de plattelandswoning een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan aan een burgerwoning. De Wet plattelandswoningen geeft aan dat de planologische status bepalend is voor de bescherming van een plattelandswoning. Voorheen was het feitelijk gebruik bepalend.
DNS Planvorming BV
6/41
De bestemmingswijziging leidt tot een toekomstbestendige functie. Ruimtelijk gezien vinden er geen wijzigingen plaats. Uit paragraaf 4.6 en 4.7 komt naar voren dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onaanvaardbare beperkingen voor omliggende bedrijven. Het plan leidt wel tot een verkleining van het agrarisch bouwvlak van het naastgelegen bedrijf. Deze gronden zijn echter al in gebruik voor wonen en tuin. De eigenaar van het bedrijf heeft aangegeven het jammer te vinden dat het agrarisch bouwvlak wordt verkleind, maar heeft begrip voor de bestemmingswijziging, omdat de woning anders niet kan worden verkocht.
DNS Planvorming BV
7/41
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ is in de NOVI aangegeven dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ uit de NOVI. Met het plan wordt een nieuwe, toekomstbestendige functie gegeven aan een voormalige agrarische bedrijfswoning.
3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Met onderhavig bestemmingsplan is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging. Er worden geen extra bouwmogelijkheden toegevoegd. De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen.
DNS Planvorming BV
8/41
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Noord-Holland Noord – Landelijk gebied’.
In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan in dit werkingsgebied kan voorzien in een functiewijziging van een agrarisch bouwperceel naar wonen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden. Aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. De agrarische bestemming staat ter plaatse een bedrijfswoning toe. De functiewijziging naar een plattelandswoning leidt niet tot een onaanvaardbare beperking in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven (zie paragraaf 4.6 en 4.7). Binnen het plangebied is geen bedrijfsbebouwing aanwezig. De bedrijfsbebouwing staat op het naastgelegen perceel. Het bedrijf blijft behouden. Om die reden is de sloopverplichting uit lid c. niet van toepassing.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie. Met het plan wordt mogelijk gemaakt dat een voormalige bedrijfswoning een toekomstbestendige functie krijgt en voor particuliere bewoning in gebruik kan worden genomen. 3.4.2 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen.
DNS Planvorming BV
9/41
Betekenis voor het project De Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit is niet relevant voor dit plan aangezien er geen ruimtelijke ingrepen plaatsvinden. 3.4.3 Parkeernota Schagen 2016 In de Parkeernota Schagen 2016 zijn parkeernormen opgenomen. Het doel van de parkeernormen is de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de openbare ruimte te bevorderen. Door voldoende parkeerplaatsen te creëren wordt overlast van foutgeparkeerde auto’s voorkomen. De parkeernota geeft de kaders aan waaraan de planvorming moet voldoen om aantasting van de leefbaarheid en bereikbaarheid te voorkomen. De Parkeernota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Schagen, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van een functie. Betekenis voor het project In paragraaf 4.8 is ingegaan op de gevolgen van de Parkeernota Schagen 2016 voor dit plan.
3.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.
DNS Planvorming BV
10/41
4
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.
4.1
Archeologie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. Betekenis voor het project Op grond van de archeologische verwachtingskaart wordt geconcludeerd dat sprake is van een lage archeologische verwachting op basis waarvan archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen groter dan 10.000 m². Het bestemmingsplan maakt binnen het plangebied een wijziging van het gebruik mogelijk. Er worden geen bodemingrepen gedaan. Archeologisch onderzoek is om die reden niet noodzakelijk.
4.2
Cultuurhistorie
Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een gemotiveerde beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Betekenis voor het plan Binnen het plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle verkaveling’ ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatronen. De voorgenomen gebruikswijziging leidt niet tot wijzigingen in de verkaveling. Er zijn verder geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig die beschermd moeten worden. De gebruikswijziging leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.3
Bodemkwaliteit
In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is.
Pagina 11 van 41
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor de locatie geen aandachtspunten aan. In 1991 is de bouw van een tweede bedrijfswoning vergund. Na de bouw van deze woning zijn de gronden in gebruik geweest als woning met tuin. Gelet op de thans beschikbare informatie is er geen aanleiding om aan te nemen dat de resultaten een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.4
Water
Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet nodig. Het hoogheemraadschap geeft een positief wateradvies.
4.5
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Gebiedsbescherming De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’, ‘Abtskolk & De Putten’, ‘Schoorlse Duinnen’ en ‘Noordhollands Duinreservaat’ liggen op meer dan 7 kilometer afstand van het plangebied. De onderhavige ontwikkeling leidt niet tot extra stikstofdepositie. Het plangebied ligt ook niet in of in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland en het Bijzonder provinciaal landschap waar het weidevogelleefgebied onderdeel van uit maakt. Omdat slechts sprake is van een gebruikswijziging en geen sprake is van een toename aan verkeer, zijn effecten op deze gebieden uitgesloten. Soortenbescherming Er is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging. Er vinden geen activiteiten plaats die negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna met zich mee brengen. Het uitvoeren van een (verkennend) natuuronderzoek is om die reden niet noodzakelijk.
DNS Planvorming BV
12/41
Milieu- en omgevingsaspecten
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen de gevels van woningen en bedrijven met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Binnen gemengd gebied kan deze richtafstand (met uitzondering van het aspect gevaar) met één stap worden verkleind. Gelet op de verschillende functies in de omgeving is sprake van gemengd gebied.
De bloemenbollenkwekerij aan de Groenvelderweg 13a valt onder milieucategorie 2 met richtafstanden van 30 meter (geur), 10 meter (stof), 30 meter (geluid) en 10 meter (gevaar) ten opzichte van woningen in een rustig woongebied. Binnen gemengd gebied bedraagt de maximale richtafstand 10 meter. De afstanden worden volgens de systematiek van milieuzonering gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Voor Groenvelderweg 15 zijn er geen belemmeringen. De woning staat op meer dan 30 meter afstand van het kadastraal perceel 0250, waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Met het toekennen van de status plattelandswoning, wordt het agrarisch bedrijf waar de woning toe behoorde, niet belemmerd in de bedrijfsvoering.
4.7
Spuitzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van bestrijdingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de bestrijdingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Het uitgangspunt dat volgt uit jurisprudentie is dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en percelen waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Betekenis voor het project In de omgeving van het plangebied zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Er is onderzoek uitgevoerd naar spuitzonering1. De agrarisch bestemde gronden in de nabijheid bestaan uit een agrarisch erf van een bloembollenkwekerij. Er vindt hier geen teelt van gewassen plaats, enkel opslag en verwerking. Een ingrijpende wijziging waarbij het bedrijfserf wordt getransformeerd en er wel gewassen worden geteeld, ligt niet voor de hand. Omdat de bestemming wel een agrarisch gebruik toestaat waarbij gespoten kan worden met gewasbeschermingsmiddelen, dient rekening te worden gehouden met de effecten hiervan. Voor een goed woon- en leefklimaat kan, conform de gemeentelijke beleidslijn, worden volstaan met het hanteren van een buffer van 12,5 meter. Aanvullend hierbij is van belang dat een 1
Onderzoek spuitzonering Groenvelderweg 15 Dirkshorn, DNS Planvorming BV, 7 juni 2024
DNS Planvorming BV
13/41
Milieu- en omgevingsaspecten
plattelandswoning een lager beschermingsniveau geniet ten opzichte van de milieuemissie van de inrichting waartoe de voormalige agrarische bedrijfswoning behoorde, in vergelijking met een normale burgerwoning Met een aanduiding ‘milieuzone – spuitzone’ is in dit bestemmingsplan bepaald dat langdurig verblijf binnen de zone van 12,5m vanaf het bedrijfsperceel niet is toegestaan. Aanvullend is bepaald dat de groensingel binnen zone in stand moet blijven. Er is geen sprake van een situatie waarbij negatieve effecten op de gezondheid van bewoners binnen het plangebied zouden kunnen worden verwacht als gevolg van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
4.8
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project De gebruikswijziging zal niet leiden tot relevante effecten op het gebied van verkeer en parkeren. Er is momenteel al sprake van een agrarische bedrijfswoning. In de Parkeernota Schagen 2016 geldt voor een vrijstaande woning een parkeernorm van 2,4 in het buitengebied. Dit geldt zowel voor reguliere woningen en plattelandswoningen als bedrijfswoningen. Er is aldus geen sprake van een hogere parkeerbehoefte als gevolg van de bestemmingwijziging. Ook de CROW maakt voor parkeren en verkeersgeneratie geen onderscheid tussen een reguliere woning en een bedrijfswoning. Op eigen terrein is voldoende ruimte voor parkeren voor de plattelandswoning (zie onderstaande foto), waarmee kan worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm.
Afbeelding 4.1: Foto huidige situatie
DNS Planvorming BV
14/41
Milieu- en omgevingsaspecten
4.9
Geluid wegverkeer
In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Betekenis voor het project Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Omdat enkel sprake is van een gebruikswijziging en wonen ter plaatse reeds is toegestaan, is een toets aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Aanvullend wordt opgemerkt dat uit de geluidkaart van de website www.atlasleefomgeving.nl volgt dat sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting (zie afbeelding 4.1).
Afbeelding 4.2: Geluidbelasting wegverkeer (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
4.10
Luchtkwaliteit
Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:
DNS Planvorming BV
15/41
Milieu- en omgevingsaspecten
woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project De gebruikswijziging naar plattelandswoning leidt niet tot extra verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.8). Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.11
Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Betekenis voor het project Met behulp van de risicokaart op de website atlasleefomgeving.nl is een inventarisatie gemaakt van de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. Zoals uit de onderstaande uitsnede blijkt, zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. De locatie ligt ruim buiten het invloedsgebied van een propaantank op het adres Imkelanderweg 16. Ook zijn er geen hogedruk gasleidingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen in het plangebied en de directe omgeving aanwezig.
Afbeelding 4.2: Risicokaart (bron: www.atlasleefomgeving.nl) met plangebied in rode cirkel
Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.12
Kabels en leidingen
Bij het opstellen en de uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met kabels en leidingen die planologisch van belang zijn. Betekenis voor het project
DNS Planvorming BV
16/41
Milieu- en omgevingsaspecten
Er zijn geen leidingen in het plangebied aanwezig die planologisch van belang zijn.
4.13
Duurzaamheid
Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Bijna alle gemeenten in Nederland hebben een klimaatbeleidsplan en voeren klimaatprojecten uit. De doelen uit het Uitvoeringsprogramma Klimaat 2012 - 2020 van de gemeente Schagen zijn energiebesparing, vermindering uitstoot broeikasgassen met 20% en de opwekking van 22,5 % duurzame energie. De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Eén van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald. Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. Betekenis voor het project In het onderhavige geval is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging van bedrijfswoning naar plattelandswoning.
Er is geen sprake van een bouwplan waarbij eisen op het gebied van duurzaamheid kunnen worden afgedwongen.
4.14
M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. In dit geval is uitsluitende sprake van een gebruikswijziging. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het is daarnaast uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.
Terzijde wordt opgemerkt dat uit de voorgaande beoordeling van de verschillende milieuaspecten, zoals hiervoor beschreven, de conclusie volgt dat geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, wordt bevestigd.
4.15
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en
DNS Planvorming BV
17/41
Milieu- en omgevingsaspecten
omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
18/41
Juridische planbeschrijving
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden Waarde – Archeologie 5 Met de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – spuitzone’ is voor de zone tot 12,5 vanaf het agrarisch bouwperceel bepaald dat hier niet langdurig mag worden verbleven. Tevens is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen hier niet toegestaan. De gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle verkaveling’ geldt ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatronen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
DNS Planvorming BV
19/41
Juridische planbeschrijving
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen:
Artikel 3: Agrarisch met waarden De bestemming Agrarisch met waarden blijft gelden voor het plangebied, waarbij de regels zijn toegespitst op het gebruik als plattelandswoning. Het bouwvlak is beperkt tot de aanwezige woning. Met de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – spuitzone’ is voor de zone tot 12,5 vanaf het agrarisch bouwperceel bepaald dat hier niet langdurig mag worden verbleven. Tevens is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen hier niet toegestaan en is bepaald dat de bestaande groensingel in stand moet blijven. De gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle verkaveling’ is overgenomen ter bescherming van cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatronen. Artikel 4: Waarde – Archeologie 5 Conform het bestemmingsplan Landelijk Gebied Harenkarspel heeft een deel van het plangebied de bestemming Waarde – Archeologie 5. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van aanwezige archeologische waarden. Voor het realiseren van bouwwerken of werkzaamheden die de ondergrond verstoren over oppervlak van meer dan 10.000 m² is archeologisch onderzoek nodig. Hoofdstuk 2 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 5: Antidubbeltelregel Op grond van de anti-dubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 6: Algemene bouwregels Op basis van dit artikel zijn specifieke kleine overschrijdingen van grenzen in het horizontale vlak bij recht toegestaan. In de algemene bouwregels is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Artikel 7: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid.
DNS Planvorming BV
20/41
Juridische planbeschrijving
Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van geringe overschrijdingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.
Artikel 9: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.4
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het onderhavige bestemmingsplan, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
21/41
Financiële uitvoerbaarheid
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven. In het onderhavige geval is sprake van een gebruikswijziging, niet van een bouwplan. Een exploitatieplan is om die reden niet nodig. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de begeleiding van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in de legesverordening. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
22/41
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Vooroverleg met de provincie vindt op de gebruikelijke wijze plaats.
7.2
Procedure bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 28 december 2023 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er is één zienswijzen ingediend. De zienswijze van beantwoording voorzien in de reactienota die als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is de plangrens beperkt tot het kadastraal perceel behorende bij Groenvelderweg 15, is onderzoek uitgevoerd naar spuitzonering en is de aanduiding ‘milieuzone – spuitzone’ gewijzigd. Tevens zijn de artikelen 3.4.1 (bed & breakfast) en 3.5.1 (woningsplitsing en vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing) verwijderd.
Pagina 23 van 41
REGELS
REGELS
DNS Planvorming BV
24/41
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘Groenvelderweg 15, Dirkshorn’ met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPGROENVELDERWEG15-VA01 van de gemeente Schagen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bed & breakfast
een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw; 1.8
beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis
het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in Bijlage 1, dan wel een naar de aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat: a. het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt; b. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij: 1. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast;
DNS Planvorming BV
25/41
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
2. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is; 4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt; 1.10
bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan. 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwlaag
het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
DNS Planvorming BV
26/41
Hoofdstuk 1
1.21
Inleidende regels
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.24
huishouden
de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.25
mantelzorg
het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.26
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.27
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.28
plattelandswoning
een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, die (tevens) bewoond mag worden door een derde die geen functionele binding heeft met die inrichting, maar beschouwd blijft worden als onderdeel van die inrichting; 1.29
prostitutie
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.30
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
DNS Planvorming BV
27/41
Hoofdstuk 1
1.31
Inleidende regels
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.32
voorgevel
de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.33
wonen
het bewonen van een woning; 1.34
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.35
woningsplitsing
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.36
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
DNS Planvorming BV
28/41
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Inleidende regels
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
DNS Planvorming BV
29/41
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, anders dan ten behoeve van een volwaardig agrarische bedrijf, in een voormalige agrarische bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’, al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; en tevens voor: b. een paardenbak c. het hobbymatig houden van dieren; met de daarbij behorende: d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; g. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; h. waterlopen- en partijen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Plattelandswoning Voor het bouwen van een plattelandswoning gelden de volgende regels: a. een plattelandswoning mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 8 m, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van stolpvormige woningen niet meer mag bedragen dan 11,5 m; d. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt; e. de oppervlakte van de plattelandswoning mag niet meer bedragen dan 225 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; f. de breedte van de voorgevel van de woning, met uitzondering van stolpvormige woningen, mag niet meer bedragen dan 15 m, dan wel de bestaande breedte indien deze meer bedraagt. 3.2.2
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen op ten minste 4 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing, met inbegrip van het hoofdgebouw, mag niet meer bedragen dan 300 m² dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat: 1. het bebouwingspercentage op een bouwperceel niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen;
DNS Planvorming BV
30/41
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
2. de totale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw; c. de afstand van bijgebouwen tot het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 35 m, dan wel de bestaande afstand indien deze meer bedragen; d. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een paardenbak gelden de volgende regels: de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1200 m²; de paardenbak niet verder mag strekken dan 100 meter, berekend vanaf de achterzijde van het hoofdgebouw; de paardenbak is gelegen achter het hoofdgebouw, bezien vanaf de openbare weg, aansluitend aan het bouw- en/of bestemmingsvlak waarop het hoofdgebouw is gesitueerd; de bouwhoogte van de terreinafscheiding mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; de paardenbak moet worden gerealiseerd op een minimale afstand van 30 m tot de woning van een derde; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.