Uitgangspunten Kadernota voor de begroting 2026
Tekst van het document
Uitgangspunten Kadernota voor de begroting 2026 Algemene uitgangspunten 1.
We hebben een (meer jaren)begroting die structureel in evenwicht is.
2.
Bij alle keuzes wegen we af of de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten voor de samenleving.
3.
Voor dekking van een begrotingstekort benutten we alle mogelijke middelen waarbij een bezuiniging op bijvoorbeeld bibliotheken, zwembaden en sport- en speelvoorzieningen van kinderen de laatste optie zijn.
4.
Voor de kostenbudgetten passen we indien nodig een inflatiecorrectie toe. Budgetten die niet toereikend blijken zullen we in afstemming met de raad aanpassen.
Algemene reserve 5.
Het uitgangspunt is dat we financieel weerbaar willen zijn. Het instrument om deze weerbaarheid vast te stellen is het incidenteel weerstandsratio, dat gestuurd zal worden op een gezonde waarde van 1,5.
6.
Incidentele baten, zoals het jaarrekeningsaldo, voegen we toe aan de algemene reserve.
Investeringen/reserves en voorzieningen 7.
Conform de BBV worden investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd.
8.
Lasten schuiven we niet door naar de toekomst. Dit houdt in dat het bedrag wordt gestort in een bestemmingsreserve als dekking van de kapitaallasten van het maatschappelijk nut.
Lokale heffingen 9.
De belastingen OZB en precariobelasting volgen standaard de inflatie (het gemiddelde van CPI van mei (t-1) tot en met april (t)).
10. Voor de toeristenbelasting (met uitzondering van de belasting op mobiele standplaatsen die standaard de inflatie volgt) wordt jaarlijks een tarief vastgesteld voor het volgende jaar. De forensenbelasting volgt de stijging van de toeristenbelasting (tarief verblijf anders dan een toeristische plaats). 11. Voor leges, riool- en afvalstoffenheffing heffen we kostendekkende tarieven.