Uitgangspunten kadernota 2025 nieuw
Tekst van het document
Uitgangspunten Kadernota voor de begroting 2025 Algemene uitgangspunten 1. We hebben een (meer jaren)begroting die structureel in evenwicht is. 2. Bij alle keuzes wegen we af of de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten voor de samenleving. 3. Voor dekking van een begrotingstekort benutten we alle mogelijke middelen waarbij een bezuiniging op bijvoorbeeld bibliotheken, zwembaden en sport- en speelvoorzieningen van kinderen en personeel de laatste optie zijn. 4. Voor de kostenbudgetten passen we een inflatiecorrectie toe. Budgetten die niet toereikend blijken zullen we in afstemming met de raad aanpassen. Algemene reserve 5. Het uitgangspunt is dat we financieel weerbaar willen zijn en groeien naar een algemene reserve van 5% van het begrotingssaldo met een minimum van €8 miljoen. Hierdoor ontstaat een buffer voor het opvangen van incidentele tekorten en het afdekken van risico’s. 6. Incidentele baten, zoals het jaarrekeningsaldo, voegen we toe aan de algemene reserve. Investeringen/reserves en voorzieningen 7. Conform de BBV worden investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd. 8. Lasten schuiven we niet door naar de toekomst. Dit houdt in dat het bedrag wordt gestort in een bestemmingsreserve als dekking van de kapitaallasten van het maatschappelijk nut. Lokale heffingen 9.
Naast de door de gemeenteraad doorgevoerde verhogingen worden de OZB en overige belastingen (o.a. toeristen- en forensenbelasting) jaarlijks minimaal verhoogd met het inflatiecijfer (het gemiddelde van CPI van mei (t-1) tot en met april (t)). 10. Voor leges en riool- en afvalstoffenheffing heffen we kostendekkende tarieven.