CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels

Oordeelsvormende vergadering 20 juni 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Oostwal 60, Warmenhuizen'11.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oostwal 60, Warmenhuizen Bestemmingsplan

Status:

Ontwerp

Gemeente: ID-code: datum

Schagen NL.IMRO.0441.BPWAROOSTWAL60-ON01 13 februari 2023

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2 2.1 2.2

Het project ..................................................................................................................... 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 7

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5

Beleid ............................................................................................................................ 9 Inleiding ......................................................................................................................... 9 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 9 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 9 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 9 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 10 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ............... 10 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 11 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 .................................... 11 Omgevingsvisie Schagen ........................................................................................... 11 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ...............................................................................

11 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 11

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 12 Archeologie ................................................................................................................. 12 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 12 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water ........................................................................................................................... 13 Natuur ......................................................................................................................... 14 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 14 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 15 Geluid .......................................................................................................................... 15 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 15 Externe veiligheid ........................................................................................................

16 Duurzaamheid ............................................................................................................. 16 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 17 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 17

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 18 Algemeen .................................................................................................................... 18 Verbeelding ................................................................................................................. 18 Planregels ................................................................................................................... 18 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 20

6

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 21

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 22 Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro .......................................................... 22 Procedure bestemmingsplan ...................................................................................... 22

DNS Planvorming BV

2/40

BIJLAGE BIJ DE TOELICHTING:  Quickscan natuur REGELS .................................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 1

Inleidende regels ............................................................................................. 24

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels ......................................................................................... 29

Hoofdstuk 3

Algemene regels.............................................................................................. 35

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ................................................................................ 39

BIJLAGE BIJ DE REGELS:  Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

DNS Planvorming BV

3/40

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Het voornemen bestaat om de bestaande woning aan de Oostwal 60 te Warmenhuizen te slopen en op hetzelfde perceel een nieuwe woning terug te bouwen. De gronden van het perceel hebben een woonbestemming. Omdat in het geldende bestemmingsplan uitsluitend een bouwvlak is opgenomen voor de bestaande woning en het nieuwe hoofdgebouw buiten het bouwvlak is voorzien, is het voornemen in strijd met het bestemmingsplan. Omdat de nieuwe locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar is, is de gemeente bereid medewerking te verlenen aan het initiatief. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarbij de nieuwe woning op de locatie planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt achter de stolpwoning op het adres Oostwal 62 te Warmenhuizen. Het plangebied heeft betrekking op de kadastrale percelen Warmenhuizen F663, F664, F632 en F633. Het plangebied is in afbeelding 1.1 rood omlijnd.

Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied (rood omlijnd) met kadastrale grenzen

DNS Planvorming BV

4/40

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Warmenhuizen’, vastgesteld op 25 september 2012 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harenkarspel. In dit bestemmingsplan is voor de gronden de bestemming ‘Wonen – 1’ opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en mantelzorg. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ ten behoeve van de bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische waarden.

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’

Naast het bestemmingsplan ‘Warmenhuizen’ gelden ter plaatse van het plangebied ook het parapluplan Parkeren (vastgesteld op 7 november 2017) en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020 en herzien op 14 december 2021). De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan. Om die reden is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld waarbij ter plaatse van het nieuwe hoofdgebouw een bouwvlak wordt toegekend en het bestaande bouwvlak wordt wegbestemd.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.

DNS Planvorming BV

5/40

2

Het project

2.1

Huidige situatie

In het van oorsprong agrarische dorp Warmenhuizen, is na 1970 veel nieuwbouw gerealiseerd. Warmenhuizen was tot 1990 een zelfstandige gemeente. Het dorp heeft zich van oorsprong ontwikkeld langs de Dorpsstraat en Oostwal. Ten westen van de Dorpsstraat zijn in de jaren ’60 de eerste uitleggebieden ontwikkeld. In de jaren ’70 zijn een tweetal gebieden tot ontwikkeling gebracht: het gebied Dorp-West en een gebied ten noordoosten van het centrum. Ten oosten van het centrum is in de jaren ’80 een woongebied ontwikkeld rondom de Langedijker. Debbemeer-Noord en Debbemeer-Zuid zijn in de jaren ’90 van de vorige eeuw gebouwd. De laatste uitbreiding heeft plaatsgevonden aan de zuidzijde van Warmenhuizen. Het plangebied aan de Oostwal bevindt zich in het oudste gedeelte van Warmenhuizen. In dit gebied is een onregelmatige verkaveling aanwezig met zowel kleine als grote kavels. De noordzijde van de Oostwal wordt gekenmerkt door overwegend grote kavels met forse woningen. Het plangebied bevindt zich achter het perceel met de stolpboerderij op het adres Oostwal 60. De bestaande woning op het adres Oostwal 60 is deels verscholen achter de stolpboerderij en de beplanting in de tuin. Hier zijn ook meerdere bijgebouwen aanwezig. Beide woningen worden via één inrit aan de noordzijde van de stolpwoning ontsloten.

Afbeelding 2.1: Situatietekening huidige situatie

DNS Planvorming BV

6/40

Afbeelding 2.2: Foto huidige situatie

2.2

Toekomstige situatie

De bestaande woning en het bijgebouw ten noorden hiervan zullen worden gesloopt. De nieuwe woning wordt ten opzichte van de huidige situatie, meer noordelijk op het perceel gesitueerd. De woning blijft conform de huidige situatie nauwelijks zichtbaar vanaf de Oostwal vanwege de ligging achter de stolpboerderij en garage. Op afbeelding 2.3 is de situering van de bebouwing in de toekomstige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.3: Situatietekening toekomstige situatie

De hoofdvorm van de te realiseren woning bestaat uit twee bouwlagen met kap. Tevens wordt onder het hoofdgebouw een volledig ondergrondse kelder gerealiseerd. De goothoogte bedraagt circa 5,9 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt circa 8,5 meter. Aan de zuidzijde wordt een aanbouw van één bouwlaag gerealiseerd waarin de bijkeuken en garage worden ondergebracht.

DNS Planvorming BV

7/40

De bestaande inrit blijft ongewijzigd. In het voorerfgebied worden 3 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Afbeelding 2.4: Visualisatie toekomstig situatie (indicatief)

Op grond van de huidige erfbebouwingsregeling en de mogelijkheden die het Besluit omgevingsrecht biedt voor vergunningvrij bouwen, is maximaal 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan, dan wel het bestaande oppervlak dat legaal aanwezig is.

DNS Planvorming BV

8/40

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. . Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Het plan betreft de sloop van een verouderde woning en nieuwbouw van een woning op hetzelfde perceel. De woning zal voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de verplaatsing van een bouwrecht op hetzelfde perceel mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie volgt dat bij woningbouw pas sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij de bouw van meer dan 11 woningen (Uitspraak van de ABRS d.d. 1812-2013 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan

DNS Planvorming BV

9/40

ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Ondanks het feit dat de ladder niet hoeft te worden doorlopen, kan worden opgemerkt dat de ontwikkeling in lijn is met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik. Met het plan wordt via particulier opdrachtgeverschap voorzien in de bouw van een woning binnen de kern van Warmenhuizen.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor de onderhavige ontwikkeling relevant zijn.

Artikel 6.10 Kleinschalige woningbouwontwikkeling In artikel 6.10 zijn regels opgenomen voor woningbouwontwikkelingen die niet onder de reikwijdte van de Ladder uit het Besluit ruimtelijke ordening vallen. Het gaat dan om woninglocaties van 11 woningen of minder. Het uitgangspunt van de provincie is dat voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen altijd een plek is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Dit artikel biedt gemeenten in Noord-Holland Noord daar waar nodig de mogelijkheid tot maatwerk waardoor kan worden afgeweken van dit uitgangspunt voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen. De locatie maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Noord-Holland Noord - Landelijk gebied’. In artikel 6.10 is bepaald dat binnen dit werkingsgebied uitsluitend kan worden voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Hierbij geldt dat deze afspraken alleen van toepassing zijn voor locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. In het regionaal Woonakkoord (zie paragraaf 3.4.1) is afgesproken dat kleinschalige ontwikkelingen als deze niet meer regionaal hoeven te worden afgestemd. De gronden zijn gelegen aan een oud dorpslint in Warmenhuizen. Er is bovendien sprake van de verplaatsing van een bestaand bouwrecht.

Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied ‘landelijk gebied’ voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Er wordt met het plan aangesloten op de uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De kernwaarden van het ensemble West-Friesland West worden niet aangetast. Het betreft de verplaatsing van een bestaand bouwvlak waarbij in de huidige situatie al geen doorzicht op het achterliggende landschap aanwezig is.

DNS Planvorming BV

10/40

Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.

3.4

Regionaal en gemeentelijk beleid

3.4.1 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord is in maart 2022 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. Betekenis voor het project Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de verplaatsing van een bestaand bouwvlak binnen de kern van Warmenhuizen. Het plan is passend binnen het regionaal Woonakkoord. 3.4.2 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld.

In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Er is sprake van de sloop-nieuwbouw van een woning. 3.4.3 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘komgebied’. Voor het komgebied geldt een bijzonder welstandsniveau. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal het bouwplan door Welstand worden beoordeeld. Er wordt geen beeldkwaliteitsplan opgesteld. De Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit biedt voldoende toetingskader.

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

DNS Planvorming BV

11/40

4

Milieu- en omgevingsaspecten

In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.

4.1

Archeologie

Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. Betekenis voor het project Op grond van de (voormalige) beleidsnota kan de conclusie getrokken worden dat het om een gebied met een lage verwachting van archeologische waarden gaat. De beleidsnota geeft aan dat archeologisch onderzoek op deze locatie pas nodig is bij bouwwerken groter dan 500 m2 en waar graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm plaatsvinden. Deze verstoringsnorm wordt niet overschreden. De uitgangspunten van het beleid zijn niet veranderd en gelet op de grootte van het bouwplan en de bebouwing op de locatie is de kans op verstoring van archeologische waarden zeer klein. Hierbij geldt wel dat mocht er tijdens eventuele bouwwerkzaamheden toch onverhoopt archeologische resten aan het licht komen, er overeenkomstig de Erfgoedwet het bevoegde gezag hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld dient te worden.

Vanuit het oogpunt van archeologie zijn dan ook geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. De archeologische dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan.

4.2

Cultuurhistorie

Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het plan Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. De stolpboerderij aan de Oostwal 62 betreft een provinciaal monument. Er wordt op ruimere afstand van de stolp gebouwd ten opzichte van het huidige bouwvlak en de beeldkwaliteit van de nieuwe woning doet geen afbreuk aan de monumentale waarde van de stolp. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.3

Bodemkwaliteit

In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor

DNS Planvorming BV

12/40

gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor de locatie geen aandachtspunten aan. De gronden kennen reeds een woonbestemming. Met dit bestemmingsplan vindt geen wijziging in de planologische gebruiksmogelijkheden plaats. Het betreft de verplaatsing van een bestaand bouwvlak. Ten behoeve van de aan te vragen omgevingsvergunning(en) voor bouwen zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Gelet op de thans beschikbare informatie is er geen aanleiding om aan te nemen dat de resultaten een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Water

Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Voor het plan is advies aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl. Hierbij is door HHNK aangegeven dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de korte procedure worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Waterkwantiteit Het bebouwd oppervlak neemt niet toe. De bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt blijven wat betreft oppervlak gelijk.

Als gevolg van het bouwplan vindt mogelijk wel een beperkte toename aan erfverharding plaats (maximaal 100 m²). Bij een toename aan verharding van meer dan 800 m² is watercompensatie vereist. Dat is hier niet aan de orde. Waterkwaliteit en riolering Hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en afgekoppeld van het afvalwater. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Dit is hier het geval. Afvalwater wordt aangesloten op het aanwezige rioolstelsel.

DNS Planvorming BV

13/40

4.5

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Gebiedsbescherming In de nabijheid van het plangebied zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft Schoorlse duinen op circa 4,5 kilometer afstand. Het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten ligt op circa 5 kilometer afstand. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Er wordt een woning met gasaansluiting gesloopt en één woning zonder gasaansluiting teruggebouwd. Op voorhand kan daarom worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verhoogde stikstofdepositie in de gebruiksfase. Gelet op het vervallen van de woning met gasaansluiting in combinatie met de kleinschaligheid van het plan en de afstand tot Natura 2000-gebied is voldoende aannemelijk dat geen sprake is van verhoogde stikstofdepositie als gevolg van het plan in de aanlegfase. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap waarin het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied is opgenomen.

Soortenbescherming Door Elsken Ecologie is een ecologische quickscan uitgevoerd1. De resultaten zijn hieronder toegelicht. Door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn:  Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project Er zijn geen bedrijven of functies in de omgeving aanwezig die een goed woon- en leefklimaat ter plaatse in de weg staan danwel in de bedrijfsvoering worden beperkt door het verplaatsen van het bouwvlak van de woning. Op circa 35 meter afstand van de te realiseren woning zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze 1

Quickscan flora en fauna Oostwal 62 Warmenhuizen, Elsken Ecologie, 13 februari 2023

DNS Planvorming BV

14/40

gronden kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. De locatie heeft al een woonbestemming. Met de sloop van de bestaande woning en bouw van een nieuwe woning wordt de afstand tot de agrarische gronden vergroot. Met betrekking tot spuitzonering heeft dit aldus een positief effect.

4.7

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project De woning wordt via de bestaande in-/uitrit ontsloten op de Oostwal. Verkeerskundig zijn er geen veranderingen. In de Parkeernota Schagen 2016 is voor een vrijstaande woning in de categorie ‘koop’ binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen opgenomen. Aan deze parkeernorm wordt op eigen terrein voldaan met de realisatie van 3 parkeerplaatsen.

4.8

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen en spoorwegen op nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Betekenis voor het project De Oostwal heeft ter plaatse van het plangebied een maximum snelheid van 50 km/h en heeft op grond van de Wet geluidhinder een onderzoekszone. De woning wordt op ruime afstand van de weg, achter de stolpwoning gerealiseerd. Uit onderstaande uitsnede van de geluidkaart van Atlas Leefomgeving volgt dat sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting (onder de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder).

Afbeelding 4.1: Uitsnede geluidkaart Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl)

4.9

Luchtkwaliteit

Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

DNS Planvorming BV

15/40

De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een klein project welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van sloop-nieuwbouw van één woning. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.10

Externe veiligheid

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Betekenis voor het project Er wordt geen nieuw kwetsbaar object toegevoegd. Er is uitsluitend sprake van een verplaatsing. De Risicokaart geeft in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen aan die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Ook zijn er geen buisleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen aanwezig in de omgeving van het plangebied. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.11

Duurzaamheid

De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Eén van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald. Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. Betekenis voor het project De woning zal voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Dat is een nieuwe methode om de energieprestatie van gebouwen te berekenen. De woning wordt

DNS Planvorming BV

16/40

niet aangesloten op het gasnet, zal duurzaam worden verwarmd en er worden zonnepanelen toegepast.

4.12

M.e.r.-beoordeling

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. In dit geval is sprake van de sloop en nieuwbouw van één woning, waarmee ver onder de drempelwaarde wordt gebleven. Het is gelet op de hiervoor behandelde milieu- en omgevingsaspecten uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.

4.13

Conclusie milieu- en omgevingsaspecten

De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

DNS Planvorming BV

17/40

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.

5.2

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.

5.3

Planregels

In dit bestemmingsplan is uitsluitend de bestemming Wonen – 1 opgenomen. Binnen de regels is sprake van positieve bestemmingen. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels.  Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot. Er is aangesloten bij de begripsbepalingen van het Paraplu-omgevingsplan 1e tranche.

 Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.

DNS Planvorming BV

18/40

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Beschrijving van de bestemmingen:

 Artikel 3: Wonen - 1 Binnen de bestemming ‘Wonen - 1’ is een bouwvlak opgenomen. Binnen het bouwvlak is het hoofdgebouw van één vrijstaande woning toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte zijn respectievelijk 6 en 8,5 meter. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is verder aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Warmenhuizen. Bij de woning zijn aan huis gebonden beroepen en bedrijven toelaatbaar. Hiervoor geldt dat maximaal 40% van het bruto vloeroppervlak van de betreffende woning en de daarbij behorende aan-, en uitbouwen en bijgebouwen mag worden benut.

 Artikel 4: Waarde – Archeologie 3 Voor het gehele plangebied is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 opgenomen. Naast de andere in het plangebied voorkomende bestemmingen, zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 5: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.  Artikel 6: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen voor het overschrijden van bouwvlakken met ondergeschikte bouwdelen, het realiseren van kelders en plaatselijke verhogingen van gebouwen. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.  Artikel 7: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan.  Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Met deze bepaling kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels ten aanzien van het bouwen van gebouwen ten behoeve van het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.

 Artikel 9: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.

DNS Planvorming BV

19/40

 Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.4

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang:  voldoende kenbaarheid geven aan het plan;  voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan;  inzichtelijke en realistische regeling;  handhavingsbeleid.

DNS Planvorming BV

20/40

6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een planschadeovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten worden gedekt door de leges. Verder zijn er geen kosten voor de gemeente. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

DNS Planvorming BV

21/40

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

De buren aan beide zijden van het plangebied (Oostwal 56, 58 en 66) zijn door de initiatiefnemer over het plan geïnformeerd. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. Het perceel met de stolpwoning is in eigendom bij de initiatiefnemer. Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft afstemming plaatsgevonden in het kader van de watertoets. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 4.4. Het bestemmingsplan zal voorafgaand aan de terinzagelegging aan de provincie Noord-Holland worden toegestuurd.

7.2

Procedure bestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken. Na een beroepstermijn van zes weken treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

DNS Planvorming BV

22/40

REGELS

DNS Planvorming BV

23/40

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan

het bestemmingsplan ‘Oostwal 60, Warmenhuizen’ met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPWAROOSTWAL60-ON01 van de gemeente Schagen; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7

bed & breakfast

een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw; 1.8

beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in Bijlage 1, dan wel een naar de aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat: a. het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt; b. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij: 1. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is; 4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt.

DNS Planvorming BV

24/40

1.9

bestaand

a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan. 1.10

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.11

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12

bijgebouw

een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.15

bouwlaag

het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel; 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.20

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

DNS Planvorming BV

25/40

1.22

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.23

huishouden

de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.24

mantelzorg

het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.25

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.26

peil

1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.27

prostitutie

het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.28

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30

voorgevel

de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.31

wonen

het bewonen van een woning;

DNS Planvorming BV

26/40

1.32

woning

een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.33

woonhuis

een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

DNS Planvorming BV

27/40

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

afstand tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

DNS Planvorming BV

28/40

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met: 1. een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; 2. mantelzorg; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen, met daaraan ondergeschikt: c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen en straten; g. voet- en rijwielpaden; h. waterlopen en waterpartijen; i. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: j. tuinen, erven en terreinen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. de gebouwen zullen met ten minste 60% van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd; d. de goothoogte bedraagt ten hoogste 6 meter; e. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 8,5 meter; f. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 15° en ten hoogste 60° bedragen. 3.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal niet meer bedragen dan 100 m² dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is. b. ten hoogste 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd, dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is, met dien verstande dat de oppervlakte van het bouwvlak niet in dit percentage is begrepen; c. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw mag bedragen, dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is; d.

de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen, dan wel ten hoogste de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waar aan wordt gebouwd, indien deze meer is;

DNS Planvorming BV

29/40

e. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen zal ten hoogste 4,00 m bedragen; f. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 5,00 m bedragen; g. de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het woonhuis niet meer mag bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Bed & breakfast Bed & breakfast is toegestaan in of bij een bewoonde woning, met dien verstanden dat: a. de bed & breakfast functie zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen toegestaan, b. gebruik als bed & breakfast is ondergeschikt aan de hoofdfunctie, c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bed and breakfastfunctie bedraagt niet meer dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de hoofdfunctie, d. een bed & breakfast mag maximaal 9 slaapplaatsen aanbieden. 3.3.2 Strijdig gebruik Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van een hoofdgebouw voor meerdere woningen; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 40% van het bruto vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen; d.

het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel tenzij het detailhandel bij een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis betreft, in welk geval detailhandel is toegestaan die als nevenactiviteit beperkt blijft tot de verkoop van producten die een directe relatie hebben met het beroep of de bedrijfsactiviteit of die binnen het beroep of de bedrijfsactiviteit vervaardigd worden; e. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijdbak met de daarbijbehorende bouwwerken; f. het in gebruik hebben van de woning binnen het bouwvlak indien de bestaande woning die is gesitueerd buiten het bouwvlak, niet binnen 6 maanden na oplevering van de nieuwe woning, volledig is gesloopt. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1 Woningsplitsing en onzelfstandige woonruimte a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.2 sub a. en woningsplitsing toestaan, mits; 1. Het splitsen van een woning dient gerealiseerd te worden binnen de bestaande bebouwing; 2. De woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, hebben elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35m2; 3. De afwijking zoals bedoeld in dit artikel wordt slechts verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; 4. De woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing moet passen binnen het regionale woningbouwprogramma;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14683908/1