Toelichting
Tekst van het document
Afbeelding 6.1 Te verwerven grond Rijkswaterstaat
Afbeelding 6.2 bevat de te verwerven grond van Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Omdat de nieuwe brug noordelijk komt te liggen van de bestaande brug moet de grond eigendom worden van provincie Noord-Holland. Deze grond is momenteel van HHNK.
54 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Afbeelding 6.2 Te verwerven grond HHNK
6.3
Handhaafbaarheid
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in het bestemmingsplan ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Schagen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Uitvoering van bestemmingsplannen dient strikt te worden toegepast en gehandhaafd, omdat met het bestemmingsplan het waarborgen en verbeteren van het leefmilieu kan worden aangestuurd. Een recent bestemmingsplan met duidelijke en hanteerbare regels maakt handhaving eenvoudiger. Wat hierbij wel noodzakelijk is zijn eenduidige en eenvoudige bestemmingsplan-bepalingen die goed werkbaar zijn.
De doeleindenomschrijving is daarbij belangrijk. Een duidelijke uitleg in de toelichting van het bestemmingsplan van de voorkomende bestemmingen kan verwarring en interpretatieverschillen voorkomen.
55 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
7 PROCEDURE In dit hoofdstuk wordt de procedure van het plan beschreven. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de het vooroverleg, de ontwerpfase en de vaststellingsfase van het plan.
7.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Voor dit bestuurlijk vooroverleg heeft de gemeente Schagen het voorontwerpbestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld aan de provincie Noord-Holland, relevante leidingbeheerders en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
7.2
Ontwerpfase
Het ontwerpbestemmingsplan is de versie van het bestemmingsplan die de officiële voorbereidingsprocedure zoals voorgeschreven in de Wro ingaat. Gedurende deze periode wordt het plan voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd en kan eenieder zienswijzen indienen op het ontwerp bestemmingsplan.
7.3
Vaststellingsfase
Deze fase gaat over de vaststelling van het bestemmingsplan. Indien de zienswijzen uit de ontwerpfase van het bestemmingsplan daar aanleiding toe geven, passen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan aan. Dat kunnen zij overigens ook uit eigen beweging doen (ambtshalve). Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stellen burgemeester en wethouders het raadsvoorstel op. Daarin gaan zij onder meer in op de eventuele zienswijzen. Uiteindelijk beslist de raad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De raad kan op dat moment ook besluiten om het bestemmingsplan niet, dan wel gewijzigd vast te stellen. De indieners van de zienswijzen hoeven niet te worden gehoord. Desgewenst kunnen zij gebruik maken van het spreekrecht.
7.4
Beroepsfase
Het vaststellingsbesluit wordt samen met het vastgestelde bestemmingsplan na de vaststelling gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan kan eenieder beroep instellen. Wanneer geen beroep wordt ingesteld, is het bestemmingsplan na die zes weken onherroepelijk. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag dat de beroepstermijn is afgelopen en er geen schorsingsverzoek (voorlopige voorziening) is ingediend. Het bestemmingsplan is onherroepelijk als er door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak is gedaan over het ingestelde beroep.
56 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief