Toelichting bestemmingsplan Buitenvaert 1e herziening 211209 - kopie
Tekst van het document
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
21
Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. De Keur geeft vorm aan de inhoud van de Waterwet met concrete doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met (a) bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en (b) vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
In de Keur 2016 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het hoogheemraadschap te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/keur). Voor Buitenvaert is een watertoets opgesteld welke is afgestemd met het hoogheemraadschap. Gelet op de wijzigingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is een nieuw advies aangevraagd bij het hoogheemraadschap in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl (zie bijlage 1). In het concept wateradvies is aangegeven dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Dit overleg heeft in het kader van het bestemmingsplan Buitenvaert reeds plaatsgevonden. Regionale waterkering De planlocatie grenst aan boezemwater en aan een regionale waterkering. De ontwikkelingen in het plangebied kunnen gevolgen hebben voor de waterveiligheid in de omgeving. Met het hoogheemraadschap zijn in het verleden afspraken gemaakt ten behoeve van de waterveiligheid in het gebied.
De aan het boezemwater grenzende gronden, in ieder geval de strook tussen de geplande woningen en het boezemwater, worden opgehoogd tot tenminste NAP +0,4 meter, vanwege de waterkerende functie. Deze ophoging is voldoende om ook bij een eventuele toekomstige aanpassing van de beschermingsklasse te voldoen. Het gaat hierbij om de wijziging van beschermingsklasse ‘akkerbouw’ naar ‘stedelijk en industrie’ en de daaraan gerelateerde inundatienorm van 1 maal per 100 jaar en een wateroverlast norm van 1 maal per 25 jaar. Herberekening wateropgave In het vastgestelde bestemmingsplan is voldoende rekening gehouden met de watercompensatie-eis van het hoogheemraadschap. De zijdelingse kavelsloten zijn verbreed (tot resp. 6 en 9 m), en is er een waterbuffer (ruim 200 m2) tussen de lintbebouwing aan de Grote Sloot en de planlocatie Buitenvaert ingebracht. De watertoets is gemaakt met een slag om de arm qua invulling van de bebouwing. Immers is nog niet duidelijk hoeveel extra verharding definitief in het plan wordt gerealiseerd: het plan kent in een groot deel van het gebied in de bestemming Wonen 2 een flexibele invulling.
22
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
Op basis van het voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan met 57 woningen, ziet de balans er als volgt uit 6: Oppervlak
Huidige situatie (m2)
Buitenvaert 57 woningen
Gebouwen Tuinen/ erven (50% verhard) Openbaar gebied verhard Totale verharding Tuinen/ erven (50% onverhard ) Weiland / groenvoorziening Bestaand water
0
4.066 6.072 6.080 16.228
29.499 1.344
6.072 5.144 1.049
-
2.074
Nieuw water
267
Waterbuffer Totaal onverhard
30.843
14.606
Oppervlak plangebied Nieuw water nodig: (0,11x16.228)+ (1.344 – 1.067)=
30.843
30.834 2.080
Tabel 1.Tabel waterbalans woongebied Buitenvaert, 57 woningen (indicatief)
In het vigerende bestemmingsplan Buitenvaert wordt meer nieuw water gerealiseerd dan op basis van de eisen van Hoogheemraadschap noodzakelijk is. Om te bepalen of extra watercompensatie noodzakelijk is, is voor het stedenbouwkundige plan voor 17 extra woningen een nieuwe waterbalans gemaakt. De toename van verharding in het plan is beperkt tot extra dakoppervlak en verharding van tuinen. In de oorspronkelijke berekening is ruim rekening gehouden met verharding van het erf en parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Uit de berekening blijkt dat de huidige dimensionering van het water passend is voor een plan met 57 woningen. Een aanpassing of afwijking van het bestemmingsplan voor de 17 extra woningen voor wat betreft de waterbestemming is daarom vooralsnog niet noodzakelijk. Betekenis voor dit project: Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap en het aanleggen van ≥800 m² verharding is op basis van de Keur een watervergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap nodig. Voor het bestaande plan is een watervergunning verleend op 30 juli 2021. Hierin vinden vooralsnog geen wijzigingen plaats.
4.4
Bodem
6
Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat de voorruimte van het appartementencomplex groen wordt ingericht. Tussen de lintbebouwing aan de Grote Slooten de planlocatie is de ruimte als greppel ingericht. Daarom is deze ook in de berekening meegenomen. Demping wordt 1:1 gecompenseerd, watercompensatie is 11% van de toename aan verharding.
In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
23
Ook voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning is het dan ook noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Betekenis voor het project Ten behoeve van het bestemmingsplan Buitenvaert is voor de gronden van het plangebied een bodemonderzoek uitgevoerd 7. Hieruit volgt dat de gronden geschikt zijn voor het toekomstig gebruik. De gronden hebben reeds een woonbestemming. Na uitvoering van het bodemonderzoek hebben geen veranderingen plaatsgevonden, waardoor de sprake kan zijn van een andere bodemgesteldheid. Ten aanzien van het aspect bodemverontreiniging zijn er vooralsnog geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.
4.5
Cultureel erfgoed
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. 4.5.1 Landschap en cultuurhistorie Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. In de planopzet is rekening gehouden met de ontstaansgeschiedenis van het gebied en de kernwaarden van landschap en cultuurhistorie. Ambities en ontwikkelprincipes in de Leidraad Landschap en Cultuurhistoriegeven richting bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Het toepassen van de Leidraad bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied is vastgelegd in de omgevingsverordening, artikel 6.54 Ruimtelijke kwaliteitseis. Voor de planlocatie zijn deze ambities in een eerder stadium reeds verwoord in de 2 beeldkwaliteitsplannen voor het gebied. Met de herziening vindt geen aanpassing van de ruimtelijke structuur van het plan plaats. Er is niet sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, anders dan dat bestaande bouwvelden worden verdicht. Een nadere verantwoording van de ruimtelijke kwaliteit is niet noodzakelijk. 8 4.5.2 Archeologie Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. 7
8
24
Verkennend (water)bodemonderzoek, Landview BV, 14 december 2017 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage5V..ember2017.pdf) De ruimtelijke kwaliteit is uitgebreid verantwoord in hoofdstuk 4 en paragraaf 5.6.1 van het bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug. (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/t_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02.pdf#NL.IMRO.PT.17e9fe10e89f4e2a824521275fa02525)
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zonodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Vergunningen voor archeologische monumenten vallen onder het vergunningstelsel van de Monumentenwet 1988. Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland.Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Sommige onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaan over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen. Betekenis voor dit project: Het plan Buitenvaert sluit aan bij de ambities en ontwikkelprincipes in de Zijpepolder.
Ten aanzien van het aspect landschap en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor beoogde ontwikkeling. In 2017 is het archeologisch onderzoek voor de planlocatie Buitenvaert geactualiseerd 9 Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen vermoedelijk geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.
4.6
Natuurtoets
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). 4.6.1 Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming Op basis van verkennend natuuronderzoek zijn de effecten van het plan op beschermde natuurwaarden inzichtelijk gemaakt 10. Gebiedsbescherming De locatie ligt op afstand van Natura 2000-gebied(en) en NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Externe effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot de gebieden. Het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe 9
10
ArcheologischvooronderzoekplangebiedBuitenvaert, RAAP, 1 december 2017 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage6A..ember2017.pdf) Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 14 december 2017 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage7T..ember2017.pdf)
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
25
werking. Gebiedsbescherming is met betrekking tot de voorgenomen ruimtelijke ingreep m.b.t. bovengenoemde aspecten niet aan de orde. Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het bouwplan geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. Wel dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van de weidevogels. Een soort die wel als pioniersoort op kan duiken is de rugstreeppad. Hiervoor zijn geen recente waarnemingen in het gebied. Door gericht onderzoek kan de aanwezigheid van de soort worden beoordeeld. Voor andere beschermde soorten zijn geen potenties aanwezig. 4.6.2
Aanvullend onderzoek beschermde soorten
Aanwezigheid weidevogels De planlocatie ligt in voormalig weidevogelleefgebied. In dit kader zijn in de lente en zomer van 2016 en 2018 weidevogelinventarisatie uitgevoerd 1112. Uit de resultaten per ronde kan geconcludeerd worden dat op het perceel in 2016 en 2018 één paar Scholekster heeft gebroed. In 2018 heeft op het perceel ook een Kievit gebroed. Verder hebben geen weidevogels op het perceel gebroed of hun territorium gehad. Er mag geconcludeerd worden dat het perceel geen grote betekenis en waarde heeft in het kader van de functie van scholeksterleefgebied. In 2018 is ook de omgeving van de planlocatie geïnventariseerd, wat eenzelfde beeld heeft gegeven. Dit ligt in de lijn met en onderbouwt de eerdere, voorlopige veronderstelling dat het perceel als gevolg van de invloed van verstorende objecten als bomen en bebouwing waarschijnlijk geen hoge dichtheid aan Scholekster zal kennen en dat het woningbouwproject “netto geen verstoring” tot gevolg heeft. 13 Rugstreeppad Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad heeft plaatsgevonden in de periode april – juli 2018. Tijdens dit onderzoek zijn geen rugstreeppadden waargenomen en zijn er ook geen juvenielen, larven en eisnoeren aangetroffen 14.
Actualisatie In verband met een partiële herziening van het bestemmingsplan Buitenvaert zijn de ecologische onderzoeken in voorjaar en zomer 2021 geactualiseerd (zie bijlage 3).De resultaten van het onderzoek zijn als volgt: • Tijdens de bezoeken zijn geen Rugstreeppadden waargenomen. Hoewel in de wijdere omgeving aanwezig, is de Rugstreeppad op de onderzoekslocatie niet aangetroffen. • Tijdens de drie bezoeken werden geen nesten of territoria van weidevogels aangetroffen. De aanwezige weidevogels foerageerden op het perceel, zonder een nest op het perceel te hebben.
11
12
13
14
26
Weidevogelinventarisatiewoningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 7 juli 2016 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage11..7Juli2016.pdf) Weidevogelinventarisatie 2018 woningbouwlocatie “Achter de Grote Sloot” in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 1 augustus 2018 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage12..ustus2018.pdf) WoningbouwSchagerbrugenweidevogelleefgebied, Natuurbeleven, (2016) (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage10..enMei2016.pdf) InventarisatieRugstreeppadBuitenvaert in Schagerbrug, Groot Eco Advies, 9 juli 2018 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage9S..streeppad.pdf)
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
Ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk voor de beoogde woningbouwontwikkeling. 4.6.3 Aanvullend onderzoek stikstofdepositie In de quickscan worden effecten op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten. Desalniettemin dient de stikstofdepositie van het project op omliggend Natura 2000-gebied beoordeeld te worden. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS 2020. AERIUS 2020 berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden. Daarbij wordt uitgegaan van de cumulatieve situatie: 57 woningen in Buitenvaert. In de berekening is geanticipeerd op 1 juli 2021 in werking treden van een gedeelte van de Stikstofwet. Per 1 juli is er sprake van een partiële vrijstelling Natura 2000-vergunningsplicht (stikstofdepositie) voor de bouw- en infrasector. Dit betekent concreet dat voor woningbouwontwikkelingen alleen nog maar de eindfase doorgerekend moet worden, en niet meer de bouwfase. Op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten in de gebruiksfase is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 2). De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j.
Een ontheffing is dan niet nodig. Er zijn geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten. Betekenis voor dit project • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming (Wnb). • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. Een vergunning Wnbis niet nodig. Er zijn geen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten. • Er is ecologisch onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten, en deze zijn niet aangetroffen. Op deze wijze is voldoende rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden in het plangebied. Een ontheffing Wnb is niet nodig. • Te allen tijde dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.
4.7
Geluidhinder
In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht de hinder als geluid vanwege onder andere wegverkeerslawaai te voorkomen en te beperken. Deze wet is op 1 januari 2007 voor het laatst gewijzigd. In de Wgh is bepaald dat woningen een geluidsgevoelig object zijn. Daarom moet voor plannen waarin de bouw van een woning is voorzien, onderzoek worden gedaan naar mogelijke geluidhinder vanwege weg- en verkeerslawaai. In de Wgh is ook bepaald dat elke weg in beginsel een (geluids-)zone heeft. Dit met uitzondering van: - wegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; - wegen waarop een snelheid van ten hoogste 30 km per uur is toegestaan.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
27
Wanneer in een plan binnen een geluidzone nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige objecten zijn voorzien moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevel(s) van deze woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. Het plangebied ligt conform de Wet geluidhinder binnen de geluidszone van de Schagerweg. De Grote Sloot heeft een maximumsnelheid van 30 km/uur en heeft daarom geen geluidszone. Naast de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer wordt het plangebied niet belast door geluid ten gevolge van railverkeer of industrielawaai. Betekenis voor dit project Door middel van akoestisch onderzoek is de geluidbelasting van de Schagerweg inzichtelijk gemaakt 15. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting van de Schagerweg ter plaatste van de gevels van de woningen lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Een hogere grenswaarde als gevolg van de Wet geluidhinder is niet noodzakelijk; De gecumuleerde geluidbelasting (30 km/uur wegen meegenomen in de berekening) bedraagt op één woning meer dan 53 dB. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het aspect bouwen, dient te worden aangetoond dat de gevels van de te bouwen woning voorzien in voldoende geluidwering. De eisen hieromtrent zijn vastgelegd in hetBouwbesluit 2012.
Conform het Bouwbesluit 2012 mag de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een woning niet kleiner zijn dan de geluidbelasting (cumulatieve geluidbelasting conform tabel 5.1) minus 33 dB met een minimum van20 dB(A)bijwegverkeerslawaai.
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1 Verkeer De Schagerweg heeft een doorgaand karakter met daaraan gekoppeld een snelheidsregime van 50 km/uur. Het nieuwe woongebied zal als 30 km/uur gebied worden ingericht. Op basis van de Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van de CROW is er een verwacht aantal van 414 voertuigbewegingen per dag, alleen licht verkeer (zie tabel 2). De kencijfers gaan daarbij uit van de ligging in de rest bebouwde kom van weinig stedelijk gebied. Er wordt er vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen zich via de Schagerweg voor 50% richting het westen, Provinciale weg / De Stolpen bewegen, en voor 50% in oostelijke richting naar de dorpskern en Schagen. Na deze kruisingen is het verkeer niet meer te onderscheiden wat betreft rij- en stopgedrag. Vanwege aanwezige verkeerslichten en onoverzichtelijke kruisingen wordt rekening gehouden met 5% filevorming. Emissiebron
Kengetal
Verkeerssoort
Aantal voertuigbewegingen
Eindsituatie Koop, vrijstaand
13
8,2 / woning
licht verkeer
106,6
Koop, twee-onder-een-kap
18
7,8 / woning
licht verkeer
140,4
Koop, tussen/hoek
8
7,4 / woning
licht verkeer
59,2
Koop, etage, midden
18
6,0 / woning
licht verkeer
108
Tabel 2. Aannames voor de verkeersbewegingen per dag, eindsituatie met 57 woningen
15
28
BuitenvaertteSchagerbrug; akoestischonderzoek Wet geluidhinder, DPA Cauberg-Huygen, 8 december 2017 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage14..ember2017.pdf)
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
4.8.2 Parkeren Met de toename van het aantal woningen op de planlocatie zal de parkeerdruk op het openbaar gebied toenemen. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte nader berekend. De kencijfers parkeren van de gemeente Schagen gaan daarbij uit van de ligging in de rest bebouwde kom van weinig stedelijk gebied. Woningtype
Volgens parkeernota
Aantal woningen
Kengetal (per woning)
Parkeerbehoefte
Plaatsen op eigen erf
Vrijstaande woning, Buitenvaert
Koop, vrijstaand
12
2,3
27,6
12
Vrijstaande Schagerweg
Koop, vrijstaand
1
2,3
2,3
1
Twee-onder-eenkapwoning
Koop, twee-onder-een-kap
18
2,2
39,6
18
Hoekwoning
Koop, tussen/hoek
4
2,0
8
0
Rijwoning
Koop, Tussen/hoek
4
2,0
8
0
Appartement
Koop, etage, goedkoop
18
1,5
27
0
woning,
Totaal 57 112,5 (113) Tabel 3. Parkeerbehoefte woningbouwprogramma 57 woningen, rest bebouwde kom
31
Voor de 57 woningen zijn op basis van de nieuwe parkeerberekening 82 plaatsen in het openbaar gebied noodzakelijk. Hiervoor is binnen het bestaande bestemmingsplan voldoende ruimte binnen de bestemming Verkeer en verblijf. In het stedenbouwkundig plan zijn 82 parkeerplaatsen in het openbaar gebied ingetekend. Er is sprake van een sluitende parkeerbalans. Betekenis voor dit project: • Het plan sluit direct aan op regionale wegen. Deze wegen zijn zodanig gedimensioneerd dat dit geen overlast veroorzaakt op de omgeving. Nader onderzoek kan om die reden achterwege blijven. • Het parkeren wordt op eigen erf opgelost, of in de openbare ruimte. Er is sprake van een sluitende parkeerbalans.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De afstanden in de tabel van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
29
Milieuzonering bedrijventerrein De Trambaan De milieuzonering van enkele bedrijven op het bedrijventerrein De Trambaan is van invloed op de ontwikkeling van woningbouw op de gronden ten noorden van de Schagerweg. Het gaat om de volgende bedrijven: • ARLI Machine en Apparatenbouw B.V. (Nijverheidsweg 21 t/m 27 en 31 t/m 39); • Gebr. Ligthart, Carrosserie en Tankbouw B.V. (Nijverheidsweg 3-5). Deze bedrijven zijn door de Milieudienst Kop van Noord-Holland geclassificeerd als bedrijven in de milieucategorie 3.2. Ook het bestemmingsplan ‘Dorpen langs de Grote Sloot’ staat bedrijven in deze categorie hier toe. Voor dergelijke bedrijven geldt, volgens de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”, een richtafstand van 100 meter. Voor het grootste deel van de bedrijvigheid is deze afstand aanwezig. Bij de bedrijfsgebouwen gevestigd op Nijverheidsweg 21-39 is een potentieel knelpunt in de feitelijke situatie niet aanwezig. In het deel van het bedrijvencomplex grenzend aan de woningbouw vinden slechts werkzaamheden tot en met milieucategorie 3.1plaats.Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Op basis van de feitelijke situatie is de milieucirkel 50m (categorie 3.1) in plaats van 100 m (categorie 3.2).
16 De relevantie milieuzonering van de Trambaan ten opzichte van de planlocatie zijn op basis van het geldende bestemmingsplan in combinatie met werkelijke situatie in afbeelding 7weergegeven. IN het stedenbouwkundig plan Buitenvaert is rekening gehouden met deze hindercirkels door groene en parkruimte te situeren langs de Schagerweg. Binnen de zones wordt in het bestemmingsplan geen woningbouw mogelijk gemaakt. De uitvoering van het planwordt niet belemmerd door milieuhinder vanwege bedrijven.
afb.7Milieuzonering van 100 m en 50 m in relatie tot nieuwbouw (Bron: Indicatief matenplan van USP, verouderd verkavelingsbeeld)
16
30
Tussen de betreffende ondernemer en USP als ontwikkelende partij voor de Buitenvaert, is ook een privaatrechterlijke overeenkomst opgesteld waarin deze situatie is vastgelegd en voor een deel van het bedrijvencomplex milieucategorie 3.1 aangehouden dient te worden
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
Milieuzonering bedrijven langs Grote Sloot Aan de Grote Sloot, ten zuidoosten van het plangebied, zijn twee bedrijven gevestigd. Het betreft een aannemersbedrijf (Grote Sloot 355) en een snackbar (Grote Sloot 351). Het aannemers bedrijf wordt verplaatst en het perceel Grote Sloot 355 wordt bestemd voor wonen. De snackbar op Grote Sloot 351 valt volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering (2009) in milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. Daarmee vormt de snackbar geen belemmering voor de ontwikkeling van de woningbouw Buitenvaert. Situering woningen ten opzichte van spuitzones Aan de noord- en westzijde van Buitenvaert zijn diverse agrarische percelen gelegen. Op betreffende percelen wordt mogelijk gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Voor de beoogde ontwikkeling moet beoordeeld worden of er vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voldoende afstand kan worden gehouden tot de nieuw te bouwen woningen. Voor de woningbouw geldt dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig dient te zijn, maar ook de belangen van de agrariër dienen beschermd te worden. In het kader van het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moeten (nieuwe) gevoelige bestemmingen bescherming genieten tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen.
Drift is het verwaaien van spuitvloeistof tijdens de toediening van gewasbeschermingsmiddelen, en kan daarmee (onbedoeld) schade aan de omgeving aanbrengen. Sinds 2019 gelden er nieuwe milieuregels. Gelet op art. 3.78a van het Activiteitenbesluit moet sinds 2019 een techniek worden gebruikt die een driftreductie van 75% kan bereiken. In 2030 moet dat 95% zijn. n het algemeen wordt in de jurisprudentie aangenomen dat een afstand van 50 meter tussen de gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is.Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van dewoning. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Uit jurisprudentie blijkt dat richtafstanden spuitzones kunnen worden verkleind na locatie specifiek onderzoek. De verplichte driftreductie kan mogelijk een kortere afstand mogelijk maken dan 50 meter. Ligging woningen ten opzichte van de agrarische percelen De afstand van de (achter-)gevels van de woningen in het plan Buitenvaert tot omliggende agrarische percelen is minimaal 25 m.
Dit is vergelijkbaar met een deel van de woningen langs de Grote Sloot. In verband met de bepalingen in het Activiteitenbesluit en de aanwezigheid van waterlopen dient een teeltvrije zone te worden vrijgehouden van 1,50 m. Binnen deze zone mag niet gespoten worden en moet er voor het hele perceel een driftreducerende techniek worden toegepast, waarbij minimaal 75% driftreductie gehandhaafd moet worden. Dit betekent dat de (virtuele) afstand vanaf deze percelen tot de woningen wordt vergroot tot 26,50 m. Gebruik van bestrijdingsmiddelen De percelen worden door een brede sloot gescheiden van de planlocatie en zijn in gebruik als grasland en voor akkerbouwgewassen. De intensiteit van bespuitingen op grasland en in akkerbouwgewassen is minder dan in andere teelten, waardoor de emissie naar de nieuwe woningen beperkt zal zijn. Door een lage spuitboomhoogte aan te houden (ca. 50 cm) wordt efficiënt gespoten met minimale drift. Aanwezigheid water Tussen het nieuwe woongebied en de agrarische gronden ligt een sloot. Volgens het Activiteitenbesluit mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen. Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet bij het woonperceel kan komen en de agrarische bedrijfsvoering als gevolg van het bouwplan niet wordt beperkt.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
31
Aanwezigheid groensingel Bovendien worden rond de planlocatie bomen en struiken aangeplant in verband met de landschappelijke inpassing en deze beplanting zal voor een driftreductie zorgen. De meeste heersende windrichting in Nederland is zuidwest tot west. De ligging van de planlocatie aan de Schagerwegis dusdanig dat een eventuele drift van bestrijdingsmiddelen voor een belangrijk deel van de woningen af waait. Bovendien zal eventuele drift ook nog worden gereduceerd door de nieuwe beplantingssingel langs de rand van de planlocatie. Uit diverse onderzoeken van de WUR blijkt dat door een in de winter groenblijvende haag te planten er zo’n 70-90% driftreductie op kan treden. De groensingel is in het bestemmingsplan Buitenvaert planologisch verankerd in artikel 7.5.2 van de regels 17. Op de verbeelding is een zone tussen waterkant en woningen aangegeven waarbinnen op basis van een voorwaardelijke verplichting een groensingel moet worden gerealiseerd en in stand gehouden. Specifieke spuittechnieken, de overheersende windrichtingin het gebied, de aanwezigheid van brede randsloten en de realisatie van windsingels zorgen ervoor dat het mogelijk is om een aanvaardbaar woon-en leefklimaat te realiseren in de nieuwe woningen in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen op de omringende percelen.
Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg staat en agrarische bedrijven niet in hun mogelijkheden worden beperkt. Betekenis voor dit project: Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden niet belemmerd in het functioneren. Er is voor de nieuwe woningen sprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er bestaat vanuit milieu hygiënischeoverwegingen geen bezwaar tegen het plan. De aanwezige bedrijven binnen het plangebied komen voor op bedrijventerreinde Trambaan en op een locatie in het lint aan de GroteSloot. Voor de locatie in het lint geldt dat de uitbreidingsmogelijkheden,gelet op de situering in een overwegende woonomgeving, beperktzijn. Dit is ook de reden dat voor deze bedrijfslocatie in principe alleeneen bedrijf in de milieucategorie 1 en 2 is toegestaan.Voor de bedrijven op het bedrijventerrein geldt de maximale milieucategorie3.1. Hiermee vormt de bedrijvigheid geen belemmering voor dewoonfunctie.
Specifieke spuittechnieken, de overheersende windrichting in het gebied, de aanwezigheid van water en de borging van een groensingel in het bestemmingsplan zorgen ervoor dat het mogelijk is om een aanvaardbaar woon-en leefklimaat te realiseren in de nieuwe woningen in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen op de omliggende percelen.
4.10
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt “gevoelige bestemmingen”(zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden 17
32
Voorwaardelijke verplichting± het bouwen en gebruik conform het bepaalde in lid 7.1 aanhef en onder a en lid 7.2.1 is slechts toegestaan mits tenminste 70% van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'groen' is ingericht met opgaand groen en in stand gehouden wordt conform hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 van de plantoelichting.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing.De planontwikkeling beoogt de ontwikkeling van 17 extra woningen (totaal 57 woningen), waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft. Huidige luchtkwaliteit De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten in de omgeving (bij de Rijksweg N9) blijven onder de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Niet in betekende mate (NIBM-tool) Met het voorgenomen plan is er in beperkte mate sprake van extra personenverkeer. Het personenverkeer heeft gezien de beperkte omvang geen significante werking op de luchtkwaliteit.
Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vinden alleen verkeersbewegingen plaats die samenhangen met de woonfunctie. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Deze conclusie wordt door het invoeren van de basisgegevens in het project in onderstaande tabel volgens de NIBM-tool bevestigd: Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2021
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer
1,0%
NO2 in μg/m3
0,32
PM10 in μg/m
0,07
Maximale bijdrage extra verkeer
3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
414
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Betekenis voor dit project: Met de onderhavige ontwikkeling neemt het totaal aantal woningen beperkt toe ten opzichte van wat reeds planologisch mogelijk is. De ontwikkeling draagt niet bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van de planlocatie valt binnen de categorie ‘niet in betekende mate’. Een onderzoek in het kader van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
33
4.11
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) gaat over de kans om op een bepaalde plaats te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Met het plan worden geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied geïntroduceerd. Onderzoek In 2015 is het onderzoek externe veiligheid geactualiseerd. 18Voor het plangebied is gekeken naar het transport van gevaarlijke stoffen per spoor, weg en buisleidingen, en risicovolle bedrijven.
Risico vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 475 meter van de N248 en op circa 1.650 meter van de N9. Zowel de PR-contouren als het groepsrisico vormen geen beperking voor de ontwikkeling van het plangebied 19. Hoge druk gasleidingen Op een afstand van circa 1.000 meter is de dichtstbijzijnde hogedruk gasleiding gelegen, op een afstand van circa 4.2 kilometer is een leidingstrook van hogedruk gasleidingen gelegen. De aanwezige PR contouren zijn onbekend, echter ligt het plangebied ruim buiten de 1% letaliteitscontouren van de verschillende buisleidingen, derhalve is een berekening van het groepsrisico niet vereist. Risicovolle inrichtingen In de omgeving zijn diverse inrichtingen met gevaarlijke stoffen aanwezig. De dichtstbijzijnde inrichting betreft een LPG tankstation op een afstand van circa 1.100 meter. De maximale veiligheidsafstand van een LPG tankstation bedraagt 150 meter. Ook de overige inrichtingen bezitten beperkte PRcontouren. De aanwezige risicovolle inrichtingen vormen dan ook geen beperking voor de ontwikkeling van het plangebied. Betekenis voor dit project Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan. 18
19
34
Inventarisatie externe veiligheid, Cauberg Huygen, 8 december 2017 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage15..ember2017.pdf) De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord heeft het onderzoek als volgt aangevuld: “Bij de quickscan wordt oor de N248 uitgegaan van alleen transport van LF1 en LF2 transporten. Dit is gebaseerd op gegevens van de risicokaart welke weer gebaseerd zijn op telgegevens uit 2001 (opgenomen in de risico atlas 2003). Deze telgegevens zijn gebaseerd op 1 teldag waarbij hier alleen LF1 en LF2 transporten zijn geteld. Op basis van telgegevens van omringende wegen/wegvakken, en risicobronnen in de omgeving kan worden verondersteld dat over de N248 transport plaatsvindt van vloeibare brandstoffen (stofcategorie LF1 en LF2) en LPG/propaan (stofcategorie GF3). Maatgevend voor het groepsrisico en de omvang van het invloedgebied is het aantal GF# transporten (omvang invloedsgebied 355 meter). De geprojecteerde bebouwing in het plangebied is gelegen buiten dit invloedgebied waardoor de conclusie van de quickscan gelijk blijft.”
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
4.12
Kabels en Leidingen
In een bestemmingsplan/omgevingsvergunning dienen planologisch relevante leidingen te worden weergegeven die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De ontwikkeling van de woningbouwlocatie Buitenvaertblijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Betekenis voor dit project Ten behoeve van het bestemmingsplan Buitenvaert is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld en is door de gemeente besloten dat er geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld 20. Omdat de ontwikkelingen die met deze herziening worden mogelijk gemaakt niet leiden tot relevante milieueffecten zijn er geen nadere acties nodig in het kader van de m.e.r.-beoordeling.
4.14
Conclusie toets van de milieu- en omgevingsaspecten
Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Een m.e.r.-procedureis niet noodzakelijk. Gelet op bovenstaande blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van milieuhinder, archeologie, bodem, water, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie, ecologie en duurzaamheid om medewerking te verlenen aan verdichting van het plan Buitenvaert met 17 woningen.
20
Aanmeldingsnotitievormvrije m.e.r.-beoordeling, HzAstedebouw&landschap, 20 februari 2018 (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERTVA02/b_NL.IMRO.0441.BGZBPBUITENVAERT-VA02_Bijlage16..ruari2018.pdf)
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
35
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
5.1
Algemeen
Voorliggend bestemmingsplan is gericht op de herziening van het bestemmingsplan Buitenvaert, waardoor de realisatie van 57 woningen in het plan mogelijk wordt. De Wet ruimtelijke ordening geeft het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van de nabijgelegen gebieden. Deze partiële herziening is een aanvulling op het vigerende bestemmingsplan en vervangt een klein deel van de verbeelding. De planregels zijn beperkt aangepast. Voor wat betreft de overige planregels blijft het vigerende bestemmingsplan in stand. Om na te gaan welke regeling geldt, zal de herziening steeds in samenhang met het oorspronkelijke plan moeten worden gelezen.
5.2
Juridische vormgeving
5.2.1 Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Deze partiële herziening past binnen de wettelijke standaard. 5.2.3 Regels In artikel 1 is een aantal begrippen opgenomen, zodat duidelijk wordt wat onder het bestemmingsplan en de partiële herziening wordt verstaan. In artikel 2 is de verhouding tussen de partiële herziening en het bestemmingsplan vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan zijn onverminderd van toepassing voor de onderhavige partiële herziening, tenzij in deze partiële herziening anders wordt bepaald. In verband met de verdichting in het plan is in de bestemming ‘Wonen 1’ en ‘Wonen 2’ de bepaling over het maximum aantal woningen in het plan gewijzigd naar 57 woningen.
Er is een eigen antidubbeltelbepaling (artikel 4) opgenomen en eigen overgangsrecht (artikel 5). Het opnemen van deze bepalingen is volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor elk plan verplicht, dus ook voor een partiële herziening. De partiële herziening is van later datum dan het bestemmingsplan dat wordt herzien, waardoor niet teruggevallen kan worden op de soortgelijke bepalingen uit dat plan. De citeertitel staat tenslotte in artikel 6. Verbeelding Op de verbeelding is de maatvoering in het bouwvlak ten behoeve van het appartementengebouw gewijzigd naar maximaal 18 woningen toegestaan.
36
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug – gemeente Schagen
6.
HAALBAARHEID
6.1
Algemeen
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
Het bestemmingsplan Buitenvaert– 1e herziening maakt het mogelijk om 57 woningen te bouwen in Schagerbrug. Maatschappelijk draagvlak Tussen initiatiefnemer, gemeente en dorpsraad is regelmatig overleg over de invulling en totstandkoming van het plan. Op deze wijze is er een breed draagvlak ontstaan voor de beoogde ontwikkeling van Buitenvaert. Voor het bestemmingsplan Buitenvaert zijn geen zienswijzen ingediend (februari 2021). Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van de onderzoeksfase ex 3.1.1 Bro wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan de overlegpartners van de gemeente Schagen. Er zijn geen reacties binnengekomen die tot aanleiding van het plan hebben geleid. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 9 november 2021 voor een ieder gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.
6.3
Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie
Op 1 juli 2008 is Wet ruimtelijke ordening inwerking getreden. In deze wet is de Grondexploitatiewet opgenomen. Doelstelling van de wet is een goede regeling voor het kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Een van de belangrijkste items in de wet is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Een gemeente moet de kosten verhalen en mag er niet meer van afzien. Het verhalen van kosten kan op basis van de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke weg. De privaatrechtelijke weg heeft de voorkeur. Het voorliggende plan is een initiatief van USP Vastgoed BV, die op de planlocatie 57 woningen in een dorpse setting binnen de karakteristiek van de Zijper polder wil bouwen. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. De afspraken tussen de gemeente Schagen en USP Vastgoed BV zijn in een anterieure overeenkomst vastgelegd. Ook ismet de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten, zoals bedoeld in artikel 6.4a Wro. Hiermee is gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening komenvan de gemeente Schagen. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
Toelichting Partiële Herziening Bestemmingsplan Buitenvaert te Schagerbrug –gemeente Schagen
37