CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Bosweg 48 't Zand

Oordeelsvormende vergadering 6 maart 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bosweg 48 in 't Zand10.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

deze richtlijnen dat nieuwe woningen (milieugevoelige functies) op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd. Er is beoordeeld of de huidige bedrijven aan de oost- en westzijde van de planlocatie worden belemmerd door de ontwikkeling van het plan. In de VNG-brochure staan indicatieve richtafstanden vermeld voor recreatieparken ten opzichte van milieugevoelige functies. Voor het milieuaspect geluid is dit 50 meter en voor het milieuaspect geur en gevaar is dit 30 meter. Dit is ten opzichte van een rustige woonwijk, maar recreatiewoningen kunnen niet gelijk worden gesteld aan een rustige woonwijk, met name door de verminderde aanwezigheid. Daarom kan de omgeving rond de planlocatie worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’ en kan de richtafstand met een stap worden verlaagd. Dit betekent dat de naastgelegen bedrijven op een richtafstand van minimaal 30 meter moet zijn gelegen voor het milieuaspect geluid en 10 meter voor het milieuaspect geur. De werkelijke afstand van de naastgelegen bedrijven tot aan de recreatiewoningen is meer dan 30 meter en dit betekent dat de bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering door de ontwikkeling van het plan. Overigens wordt het bedrijf aan de westzijde van de planlocatie vanuit milieuoogpunt in de huidige situatie al beperkt door de aanwezigheid van de bedrijfswoning op de planlocatie. Hier treedt geen wijziging in op.

Aan de overzijde van de weg is op het perceel Bosweg 27 een particuliere woning aanwezig. In de huidige situatie zijn al permanente recreatieverblijven aanwezig in de nabijheid van de woning en hier treedt geen verandering in op. De afstand van de extra recreatiewoningen tot aan de particuliere woning is dusdanig groot dat deze woning niet wordt belemmerd door de ontwikkeling van het plan. Conclusie: De ontwikkeling van het plan vormt geen belemmering in het kader van de milieuzonering.

5.8

Spuitvrijezone

Rond het recreatiepark zijn agrarische percelen aanwezig. Beoordeeld moet worden of er voldoende afstand wordt gehouden tot het recreatiepark in verband met mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de betreffende percelen. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig te zijn, maar ook de belangen van de teler dienen beschermd te worden. In de huidige jurisprudentie wordt een richtafstand van 50 meter niet onredelijk geacht. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat er factoren kunnen zijn die (mits voorzien van een goede onderbouwing) een kleinere afstand rechtvaardigen. Opgemerkt wordt dat in deze jurisprudentie driftreducerende technieken nog niet zijn betrokken. Dit zou een rechtvaardiging zijn voor een kleinere afstand. Voor de herontwikkeling van het recreatiepark is een locatie specifiek onderzoek uitgevoerd (bijlage 8). Uit dit rapport komt naar voren dat het conform de huidige jurisprudentie mogelijk is om in de bollenteelt de genoemde richtafstand van 50 meter te verlagen tot 12,5 meter. Bij de herontwikkeling van het recreatiepark worden de percelen aan de west- en zuidzijde gebruikt door bollenbedrijven waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast met

28

een spuitmachine waarbij de drift wordt gereduceerd tot 99%. Ten opzichte van de vereiste driftreductie van 75% wordt de drift dus nog meer gereduceerd. De afstand tussen de grens van het bestemmingsvlak ter plaatse van het recreatiepark en de agrarische percelen aan de zuidzijde varieert in breedte van minimaal 19 meter tot aan 28 meter waar geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Aan de oostkant van de planlocatie is groot agrarisch bedrijf aanwezig met een bijbehorend bouwvlak. Het bouwvlak is volgebouwd met bedrijfsgebouwen en kassen en aan de zijde van het recreatiepark is erfverharding en een brede uitrit aangebracht. Hier zullen geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Tussen de agrarische percelen aan de noord- en westzijde wordt een groenstrook met een spuitvrije zone aangebracht. Deze strook wordt planologisch verankerd in de regels en op de verbeelding. Voor alle omringende agrarische percelen geldt dat de afstand tot aan het recreatiepark voldoende groot is om een goed woon- en leefklimaat binnen het park te waarborgen. Conclusie: De ontwikkeling van het plan vormt geen belemmering in het kader van de spuitvrijezone.

5.9

Milieueffectrapportage (MER)

Een m.e.r.- beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), Voor activiteiten in onderdeel C geldt direct een m.e.r.-plicht. Voor activiteiten in onderdeel D is het niet zeker of er belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Of een bepaalde activiteit in een bepaalde omvang belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, is afhankelijk van het soort activiteit, de omvang daarvan en het type procedure. De drempelwaarden waarbij een m.e.r.-plicht aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Op voorliggend plan is de drempelwaarde voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een recreatiepark van toepassing (D 10). In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: a. 250.000 bezoekers of meer per jaar; b. een oppervlakte van 25 hectare of meer; c. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.

Het voorliggende plan is niet van dusdanige aard en schaal dat deze drempelwaarden worden overschreden. Er geldt om die reden een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit bestemmingsplan zijn de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben.

29

Conclusie: De ontwikkeling van het plan vormt geen belemmering in het kader van de milieueffecten.

5.10 Duurzaamheid Bij de ontwikkeling het plan is het uitgangspunt om zoveel mogelijk duurzaam te bouwen. De nieuwe recreatiewoningen worden in één keer geplaatst en zijn circulair en energieneutraal met voorzieningen als zonnepanelen, zonneboiler en/of warmtepomp. Vanuit de recreatiewoningen zal geen stikstofemissie optreden door het gebruik van energie. Verder zullen de bestaande recreatiewoning en appartementen gasloos worden gemaakt. Om dit mogelijk te maken zullen de bestaande verblijven worden verduurzaamd.

5.11 Verkeer en Parkeren De Bosweg vormt een secundair lint in het buitengebied. Deze wegen spelen voornamelijk een rol voor het landbouw- en bestemmingsverkeer. De toegestane snelheid bedraagt hier 60 kilometer per uur en de weg bestaat uit één rijbaan. De huidige uitrit vanaf de planlocatie op de Bosweg blijft ongewijzigd. De uitrit is voldoende breed en het zicht op de weg is goed, zodat de verkeersveiligheid is gewaarborgd. Om het aantal benodigde parkeerplaatsen te bepalen is aansluiting gezocht bij de ‘Nota parkeernormen Schagen 2016’. Bij een recreatiewoning in het buitengebied dient 2,1 parkeerplaats per woning aanwezig te zijn (bungalowpark, niet stedelijk, buitengebied) en voor 6 appartementen geldt een norm van 6,8 parkeerplaatsen (3*** hotel, 10 kamers, niet stedelijk, buitengebied). Op de locatie worden 11 nieuwe recreatiewoningen gebouwd naast één bestaande recreatiewoning. In totaal betreft dit 12 recreatiewoningen. Daarvoor moeten 25,2 parkeerplaatsen op eigen terrein mogelijk wordt gemaakt. Voor de bestaande 6 appartementen zijn 6,8 parkeerplaatsen nodig (vergelijking). Dit betekent dat in totaal 32 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Op de planlocatie worden 42 parkeerplaatsen aangelegd en daarmee wordt voldaan aan de norm.

5.12 Kabels en leidingen Voor zover bekend bevinden zich binnen de plangebieden alleen huisaansluitingen voor gas, water, elektriciteit en datatransport ten behoeve van de aanwezige bebouwing. Er is geen sprake van de aanwezigheid van hoofdtransportleidingen. Bovengronds zijn ervoor zover bekend geen beperkingen. Conclusie: Er zijn geen kabels en leidingen aanwezig die de uitvoering van het plan belemmeren.

5.13 Cultuurhistorie Net als de gehele Noordkop heeft de omgeving van ’t Zand lange tijd onder invloed gestaan van de zee. Belangrijk bij de ontwikkeling van het gebied zijn de periodes waar in de zeespiegel rees en daalde. In een ver verleden bestond het grondgebied van de polder Zijpe 30

dus uit water. Door de aanleg van een dijk rondom de Zijpe is de polder in 1597 drooggelegd. De diverse windmolens binnen de polder herinneren nog aan deze tijd. Vrij snel na de drooglegging ontstonden de eerste dorpskernen zoals Oudesluis, Schagerbrug, Sint Maartensbrug en Burgerbrug die verbonden werden door de Grote Sloot, de eerste ontginningsas van de Zijpe. Daarnaast zijn bijvoorbeeld de Ruigeweg/Korte Ruigeweg en Bosweg/Korte Bosweg ook belangrijke ontginningsassen die van noord naar zuid door de Zijpe heenlopen. In een nieuwe polder werden de wegen over het algemeen in hetzelfde rationele patroon aangelegd als de verkaveling en de waterwegen. Het wegenpatroon is zeer kenmerkend, maar niet zeldzaam. Het patroon is nog goed te herkennen en heeft een samenhang met de verkaveling, afwatering en dijken. Door de vitalisering van het park en de bijbehorende landschappelijke inpassing zal de ruimtelijke kwaliteit op het perceel toenemen, waarbij de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan de verkaveling of waterlopen rond de planlocatie. Conclusie: Op de planlocatie worden geen wijzigingen aangebracht in de verkaveling of het slotenpatroon en zijn de cultuurhistorische waarden gewaarborgd.

5.14 Archeologie In het bestemmingsplan is een beschermingsregime opgenomen voor archeologische waarden, ‘Waarde – Archeologie 4’. Door Archeologie West-Friesland is een archeologische quickscan uitgevoerd (bijlage 9 ). Uit dit onderzoek blijkt dat: Algemeen De bodemingrepen door de ontwikkeling van het plan zijn beperkt van aard. De nieuwe recreatiewoningen worden op het maaiveld geplaatst. Het recreatiepark wordt landschappelijk ingepast door rond de recreatiewoningen en appartementen een duinlandschap aan te leggen. Archeologie Op basis van de geraadpleegde bronnen geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot de Late Middeleeuwen. Deze vindplaatsen zijn deels geërodeerd. Het recreatiepark bevindt zich langs de Bosweg. Voor bewoning en gebruik vanaf de definitieve bedijking van de Zijpe in 1597 geldt een hoge archeologische verwachting. Op de oudste kaarten van het gebied is echter geen bebouwing zichtbaar ter plaatse van Bosweg 48. Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie.

Cultuurhistorie en waardevolle houtopstanden Het plangebied ligt binnen het ensemble Bosweg en wordt aan twee zijden begrensd door een historische waterloop en waardevolle houtopstanden. De houtopstanden verwijzen naar 31

de boomsingels, die hier vanaf de bedijking aanwezig zijn om het stuivende zand vast te houden. De binnen het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast door het plan. Het landschappelijk inpassen door middel van het aanbrengen van duintjes (nollen) is een waardevolle toevoeging. Conclusie: De ontwikkeling van het plan heeft geen negatieve invloed op de archeologische waarden.

32

6

Juridische aspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische opbouw van de regels en de verbeeldingen (plankaarten) van het bestemmingsplan “Bosweg 48 ’t Zand”. De regels en de plankaarten vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een uitleg van de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken die hebben geleid tot de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Op de bij het bestemmingsplan behorende verbeeldingen zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. In dit bestemmingsplan is de bestemming ‘Recreatie - 1’ aanwezig. Deze bestemming is op de verbeelding zichtbaar gemaakt door middel van een kleur en is gekoppeld aan een artikel in de regels. De regels laten vervolgens zien op welke wijze de gronden binnen de bestemming gebruikt mogen worden. Tevens heeft de planlocatie een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’, waarvoor ook specifieke regels zijn opgenomen. Op de locatie wordt een maatvoering aangegeven van ‘maximum aantal recreatiewoningen: 19’.

6.1

Doelstelling

Het bestemmingsplan “Bosweg 48 ’t Zand” (verder het bestemmingsplan) maakt het volgende particuliere initiatief mogelijk: -

het wijzigen van de bestemmingen ‘Bedrijf ’en ‘Agrarisch’ naar ‘Recreatie – 1’; het toevoegen van een maatvoering ‘maximum aantal recreatiewoningen: 12’.

Het bestemmingsplan voorziet ook in een actueel juridisch-planologische situatie met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden en daarbij de bouwmogelijkheden, van grond en opstal. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de uit de Wet ruimtelijke ordening voortvloeiende digitale standaarden.

6.2

Relatie met het geldende bestemmingsplan

Het bestemmingsplan vervangt op de locatie aan de Bosweg 48 het bestemmingsplan “Buitengebied Zijpe”.

6.3

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en uit de regels. Deze elementen zijn direct bindend en vormen o.a. de toetsingsgrond voor een aanvraag om een omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting, die niet bindend is. Het bestemmingsplan biedt een directe bouwtitel. Dat betekent dat aanvragen om een omgevingsvergunning direct getoetst worden aan dit bestemmingsplan. Als de aanvraag past binnen dit bestemmingsplan en overigens ook voldoet aan de overige toetsingsgronden, kan de omgevingsvergunning direct verleend worden (reguliere procedure). Het 33

bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 6.3.1. Bestemmingsregels

De bestemmingsregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. In hoofdstuk 1, de Inleidende regels, zijn in artikel 1 de definities van de verschillende in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen en in artikel 2 de wijze van meten. De wijze van meten geeft aan hoe de oppervlakte, inhoud, goothoogte, nokhoogte e.d. van een bouwwerk moeten worden bepaald. Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Het tweede hoofdstuk bevat de Bestemmingsregels voor de bestemmingen ‘Recreatie - 1’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. In deze regels zijn het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven (bestemmingsomschrijving) en zijn diverse bepalingen over het bouwen opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat Algemene regels. Zo is een antidubbeltelregel opgenomen conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. In het vierde hoofdstuk zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen. In dit hoofdstuk is onder andere bepaald hoe om te gaan met het gebruik en het bouwen voor nu nog aanwezige functies die niet in overeenstemming zijn met het plan. Deze regels volgen uit de artikelen 3.2.1 en 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotbepaling is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald: het bestemmingsplan “Bosweg 48 ‘t Zand”.

34

7.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 6.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat regels voor het verhaal van exploitatiekosten. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.2, lid 1 Wro) bestaat alleen ten aanzien van gronden waarop een in artikel 6.2.1 Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen en alleen voor zover het kostensoorten betreft die in artikelen 6.2.3 en 6.2.4 zijn aangewezen. Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de planologische procedure. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, om in het geval van grondexploitatie door derden, diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waarin de (financiële) afspraken over het plan worden vastgelegd, inclusief kostenverhaal. Deze overeenkomst wordt aangemerkt als anterieure overeenkomst. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.

In de overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer wordt ook bepaald dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer zal komen.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan is opgezet conform de structuurbepalingen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen en is daardoor gemakkelijk te lezen. Daardoor is ook de handhaafbaarheid gemakkelijk vorm te geven: de regels zijn eenduidig zodat rechtsgelijkheid en -zekerheid zo groot mogelijk is. Op basis van de Wro zijn belangrijke overgangsbepalingen en strafbepalingen wettelijk vastgelegd waardoor op die manier de handhaafbaarheid vanuit dit bestemmingsplan goed is geregeld. 7.2.1

Vooroverleg

In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro wordt het bestemmingsplan aan verschillende overleginstanties toegestuurd. 7.2.2

Overleg belanghebbenden

Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd, zodat belanghebbenden de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze in te dienen. Met omwonenden heeft overleg plaatsgevonden en hierbij zijn geen opmerkingen naar voren gekomen. Men gaat akkoord met de ontwikkeling van het plan op de planlocatie.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14695594/1