Toelichting beheerverordening gemeentelijke gedenkparken Schagen 2022 aangepast na OV 13102021
Tekst van het document
TOELICHTING BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE GEDENKPARKEN SCHAGEN 2022 A. ALGEMENE TOELICHTING 1. De verordenende bevoegdheid bij een gedenkpark of begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad versterkt. De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid moet geven tot begraven. 2.
Gemeentelijk gedenkparkenbeleid De Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken Schagen 2022 bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke gedenkparken, voorheen gemeentelijke begraafplaatsen genoemd. De inwoners hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de gedenkparken (begraafplaatsen) en alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en procedures kort te houden. De administratie van de gedenkparken is aangewezen voor contacten met de inwoners, bijvoorbeeld voor het in ontvangst nemen van diverse aanvragen. Het college kan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden mandateren aan de beheerders en de administratiemedewerkers. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de gedenkparken kan worden vergeleken met de verantwoordelijkheid die zij heeft bij de zorg voor andere collectieve voorzieningen zoals wandelgebieden en fietspaden. De verschillende aspecten van de gedenkparken vragen in bestuurlijk opzicht om een speciale aanpak. Aangezien het dienstenaanbod van de gedenkparken ook sterk afhankelijk is van marktwerking is een oriëntatie op ontwikkelingen in de markt en afstemming daarop van belang.
Een nieuw crematorium of particuliere (natuur-)begraafplaats in de regio heeft immers directe gevolgen voor de exploitatie van de gemeentelijke gedenkparken. De waarde die aan de gedenkparken wordt toegekend maakt het nodig dat er een inventarisatie wordt gemaakt van de historische en culturele waarden die op de gedenkparken aanwezig zijn. Gestart is met het opstellen van een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere monumenten en gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de waarden van de gedenkparken als zodanig. De inventarisatie is in 2019 uitgevoerd door Bureau Funeraire Adviezen. Voor de dienstverlening op de gedenkparken geeft de beheerverordening een uitgebreid voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven, bestemmingen Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 1
voor as en gedenkplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan datgene waar de samenleving om vraagt. In deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om de voorzieningen te treffen. Dat wil dus niet zeggen dat alle voorzieningen daadwerkelijk op ieder gemeentelijk gedenkpark aanwezig moet zijn. Met het treffen van sommige feitelijke voorzieningen wordt gewacht tot de vraag zich aandient. Van belang is wel om vast te leggen en bekend te maken dat de gemeente in principe bereid is om deze voorzieningen te bieden zodra blijkt dat daaraan behoefte is. De als mogelijkheid aanwezige dienstverlening is dan in de volle breedte voor iedereen duidelijk. De beheerverordening geeft het college de bevoegdheid om de graven en urnennissen in te delen in categorieën. Daarbij worden niet in de eerste plaats de verschillende soorten graven als uitgangspunt genomen, maar wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de natuurlijke situatie van de gedenkparken en de daar aanwezige beplanting en kunstvoorwerpen. Op deze wijze kan een te strakke en starre inrichting worden voorkomen en behouden de gedenkparken hun aantrekkelijkheid voor veel inwoners van de gemeente. De introductie van een uitvaartagenda op de website maakt het voor uitvaartondernemers mogelijk om 24 uur per dag en 7 dagen per week begrafenissen te boeken.
Door mandaat van beslissingsbevoegdheid aan de gedenkparkmedewerkers en de administratiemedewerkers kunnen verzoeken voor de overschrijving van grafrechten en vergunningverlening voor gedenktekens door hen worden behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college. Gezien de snelle ontwikkelingen in de uitvaartbranche en de afhankelijkheid van marktwerking biedt deze verordening ruimte voor flexibiliteit en het snel inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Gekozen is voor een beheerverordening op hoofdlijnen en verdere uitwerking in nader vast te stellen regels. Nadere regels zijn snel aan te passen aan veranderende omstandigheden, aangezien die geen raadsbesluit vereisen en volstaan met een collegebesluit. 3. Wet- en regelgeving 3.1. Wet op de lijkbezorging Het juridische kader voor de lijkbezorging wordt voornamelijk bepaald door de Wet op de lijkbezorging (Wlb 2010) en het Besluit op de lijkbezorging (2013), aangevuld met Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014). De integrale teksten van de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging staan vermeld op de website www.overheid.nl.
De technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014) staan vermeld op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (www.vng.nl: https://www.vng.nl/onderwerpenindex/openbare-gezondheid/wet-op-delijkbezorging/brieven/technische-adviezen-voor-inrichting-begraafplaatsen-graven-enasverstrooiing). Deze verordening is een nadere invulling van deze regelgeving. Regels die al in de genoemde wetten en richtlijnen staan worden in deze verordening niet herhaald. Waar dat relevant is, wordt in deze toelichting naar de hogere regelgeving verwezen. Voor een volledig beeld van de regelgeving moet echter de betreffende wet- en regelgeving zelf worden geraadpleegd (www.overheid.nl en www.vng.nl). 3.2. Vermindering administratieve lasten Vele zaken zijn in de beheerverordening geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals het houden van plechtigheden (art. 6), het doen begraven en het doen bijzetten of doen verstrooien van as (art.8) en het plaatsen van een grafbedekking (art. 22). Een melding genereert weinig administratieve lasten.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 2
Slechts in twee gevallen dient een vergunning te worden aangevraagd, namelijk voor het oprichten van een keldergraf (art. 18, lid 4) en het plaatsen van een speciale grafbedekking (art. 22, lid 6). De vergunningsplicht voor het hebben van een grafbedekking is alleen van toepassing op grafbedekkingen die afwijken van de voorwaarden in de beheerverordening en nadere regels. Het college wil niet bij voorbaat alle grafbedekkingen die niet voldoen uitsluiten, maar per aanvraag beoordelen of de aanvraag een meerwaarde heeft voor het gedenkpark als geheel. Controle achteraf met als uiterste consequentie correctie is, juist bij grafbedekkingen, ongewenst. Het ontwerpen, de aanschaf en de plaatsing van een grafmonument gaat doorgaans met emoties gepaard. Wanneer achteraf blijkt dat het monument niet aan de eisen voldoet is het ondoenlijk om nabestaanden alsnog te vragen het gedenkteken aan te passen of te verwijderen. De beheerder heeft de bevoegdheid om direct op te treden tegen ongewenste praktijken. Dit leidt tot vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten. 3.3. Inwerkingtreding Artikel 36 van de beheerverordening betreft de inwerkingtreding van de verordening. Sinds 1 januari 2005 geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip is aangewezen.
In deze verordening wordt de inwerkingtreding vastgesteld op 1 januari 2022. B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE GEDENKPARKEN SCHAGEN 2022 Artikel 1. Begripsbepalingen Algemeen: De omschrijvingen zijn opgenomen zodat voor een ieder duidelijk is wat en wie met de diverse begrippen bedoeld wordt. Dit artikel is aangevuld met nieuwe begrippen die voortkomen uit de wetswijzigingen van 2010 en het Besluit op de lijkbezorging van 2013. Onderdeel a.: de gedenkparken, in de vorige beheerverordening aangeduid als begraafplaatsen, waarvan de gemeente de houder is. Bijzondere begraafplaatsen en gedenkparken, zoals kerkelijke begraafplaatsen binnen de gemeentegrond, zijn niet inbegrepen. Onderdeel b.: een particulier graf werd in het verleden vaak aangeduid als ‘eigen’ graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd. De nieuwe beheerverordening volgt echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging. Sinds 2010 is in de Wet op de lijkbezorging het begrip ‘particulier graf’ opgenomen voor een graf “met uitsluitend recht”. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf begraven worden en voor hoe lang deze overledene(n) begraven worden gehouden. Particuliere graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd werden vaak uitgegeven als ‘koopgraven”.
Particuliere graven kunnen ook bij voorbaat uitgegeven worden of gereserveerd worden, dat wil zeggen zonder dat er direct in het graf begraven wordt. Onderdeel c.: algemene graven hebben een gebruiksrecht en geen uitsluitend recht. De gemeente bepaalt dan als houder van het gedenkpark wie waar begraven wordt. Algemene graven worden uitgegeven voor een periode van 10 jaar en kennen geen recht van verlenging. Ze worden ook uitgegeven voor o.a. uitvaarten die op kosten van de gemeente plaatsvinden. Onderdeel d.: keldergraven zijn er in meerdere soorten en maten. Vanouds zijn het betonnen of gemetselde bouwwerken, deels ondergronds en deels bovengronds, ook wel grafkelders genoemd. De afmetingen konden afwijken van de gangbare afmetingen. De huidige generatie grafkelders betreft betonnen of kunststofkelders die ondergronds geplaatst worden en afgedekt worden met een afsluitplaat en/of gangbaar grafmonument. Een nieuwe variant Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 3
zijn wandgraven, die in populariteit toenemen maar vooralsnog in de gemeente Schagen niet beschikbaar zijn. Ook deze vallen onder de categorie keldergraven. Gezien veel voorkomende problemen met lekkage en de daarmee gepaard gaande slechte vertering worden in principe geen nieuwe keldergraven meer uitgegeven. Bestaande keldergraven blijven in gebruik, evenals de gemetselde keldergraven op de oudere delen van de gedenkparken. Op basis van oude rechten kunnen nieuwe keldergraven toegestaan zijn en vanuit historisch belang kunnen oude keldergraven heringericht worden en als nieuw graf uitgegeven worden. Voor de oprichting van een nieuw keldergraf is een vergunning vereist. Het college kan aan een vergunning nadere voorwaarden verbinden voor oprichting en gebruik en voor reeds uitgegeven vergunningen vergunningsvoorwaarden wijzigen of intrekken. Onderdeel e.: voor stoffelijke resten van kinderen zijn graven in aparte velden beschikbaar tegen een gereduceerd tarief. Er is voor ouders uiteraard geen verplichting om van een kindergraf gebruik te maken. Kinderen kunnen ook worden begraven in een ander particulier graf, maar dan tegen het volledige tarief. Onderscheid wordt gemaakt in graven voor kinderen van 8 tot en met 12 jaar, van 1 tot 8 jaar en jonger dan 1 jaar. Ook levenloos geboren kinderen vallen onder deze laatste categorie.
Voor kinderen jonger dan 1 jaar, levenloos geboren kinderen en foetussen zijn graven met kleinere afmetingen beschikbaar tegen een sterk aangepast tarief. Onderdeel f.: bij het begraven van een overledene kan gelijktijdig een aangrenzend graf worden uitgegeven, zoals bij partners vaak de wens is wanneer slechts op 1 laag begraven mogelijk is, en één grafbedekking toegestaan worden voor beide aangrenzende graven. Als deze beide graven, dubbelgraf genoemd, eenzelfde grafbedekking hebben dient de uitgiftetermijn van beide graven overeen te komen, evenals de termijn van verlenging van het grafrecht. Voor de grafrechten wordt een dubbelgraf gezien als twee aparte graven waarvoor rechten verschuldigd zijn. Onderdeel g.: steeds vaker is er de wens om nabestaanden te ontlasten van de zorg voor het graf en tevens de wens voor langere graftermijnen. Onderhoudsvrije natuurgraven voldoen aan beide wensen waarbij graven worden uitgegeven voor onbepaalde tijd. Als grafbedekking is slechts een verdiept geplaatste boomschijf met inscriptie toegestaan. De houder van het gedenkpark draagt zorg voor collectief onderhoud van het betreffende begraafvak. Onderdeel h.: voor het bijzetten van asbussen zijn aparte urnengraven beschikbaar. Het betreft speciale urnenkeldertjes en grondurnengraven of het begraven van asbussen in verteerbare urnen.
Onderdeel i.: urnenplaatsen voorzien in de behoefte aan bovengrondse asbestemmingen in een sierurn, kunstobject of zuil. Onderdeel j.: particuliere gedenkplaatsen voorzien in de behoefte aan gedenkplaatsen zonder begraving van een overledene of plaatsing van een asbus. Het betreft verzoeken van nabestaanden die een asbus verstrooid hebben en later alsnog een fysieke gedenkplaats wensen, bijvoorbeeld bij verhuizing van de nabestaanden, overlijden in het buitenland of bij vermissing. Onderdeel k.: op een aantal gedenkparken zijn naast urnengraven ook urnennissen aanwezig in een muur of staand object. De nissen worden uitgegeven onder uitsluitend recht, met het recht op verlenging. Onderdeel l.: een bus voor de berging van as, meestal door het crematorium verstrekt.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 4
Onderdeel n.: verstrooiingen van as zijn alleen op de algemene strooivelden mogelijk. Nabestaanden krijgen de mogelijkheid om in overleg met de beheerder een gewenst strooiveld te kiezen. De gemeente Schagen beschouwt alle openbare gedeelten van de gedenkparken als potentieel verstrooiveld. Verstrooiing op de gemarkeerde strooivelden wordt gestimuleerd. De mogelijkheid as te doen verstrooien in of op de particuliere graven is niet mogelijk. Bij particuliere graven zijn daarom alleen asbusbijzettingen mogelijk op of onder de grafbedekking. Onderdeel o.: een grafbedekking kan bestaan uit een liggende en of staande steen, maar ook uit grafbeplanting of een monument als gedenkteken. Onderdeel p.: een gedenkteken kan zijn een liggende zerk of staande steen, maar ook een sierurn of ander gedenkteken, zoals een beeld of kunstobject. r. en s.: Het college van de gemeente Schagen heeft de dagelijkse leiding van de gedenkparken en de gravenadministratie belast bij meerdere medewerkers van verschillende teams. Het college verleent mandaat aan de betreffende medewerkers. Onderdeel t, u, v en w.: De termen rechthebbende, gebruiker, eigenaar en belanghebbende zijn nader gedefinieerd. De gravenadministratie gebruikt de benaming rechthebbende voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen aan wie een ‘uitsluitend recht’ is verleend op een particulier graf.
Alle overige contactpersonen zijn belanghebbenden. Het betreft o.a. de gebruiker van een algemeen graf of urnennis, de aanvrager van een herdenkingsplaatje en overige contactpersonen met belangen voor zover deze niet de rechthebbende zijn. Onderdeel x.: De aanvrager zal meestal een nabestaande van de overledene zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Het kunnen bijvoorbeeld ook vrienden of buren zijn. Bij een begraving in een algemeen graf wordt de aanvrager als gebruiker van het graf of de nis aangemerkt. Bij een particulier (kelder)graf, urnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats is tevens tenaamstelling van de grafrechten vereist. De grafrechten kunnen ook gevestigd worden op naam van een andere (rechts)persoon dan de aanvrager. Niet de aanvrager, maar de rechthebbende van een particulier graf geeft toestemming voor het begraven of de bijzetting van een asbus in een reeds uitgegeven graf. Onderdeel y.: De huidige Wet op de lijkbezorging is in 1991 vastgesteld en heeft in 2010 en 2011 veranderingen ondergaan. In het Besluit op de lijkbezorging van 2013 zijn praktische zaken verder uitgewerkt evenals via Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven en voorschriften ten aanzien van asverstrooiing (2014). De Handleiding Opgraven en Ruimen is een publicatie van de brancheorganisaties.
Onderdeel z.: grafrechten voor particuliere graven worden uitgegeven als uitsluitend recht. De rechthebbende van dat graf bepaalt wie er in het graf begraven worden, voor welke termijn en de verlenging van het grafrecht. Algemene graven kennen een gebruiksrecht, waarbij de houder van het gedenkpark bepaalt wie wordt begraven en bijgezet en welke asbussen worden bijgezet in een nis. Indien het een nis voor 2 asbussen betreft zal de beheerder de gebruiker van de nis laten bepalen welke 2e asbus bijgezet kan worden. Opdrachtgevers voor een asbusbijzetting kunnen wel hun voorkeur kenbaar maken voor een nis, voor zover deze beschikbaar zijn. Gebruiksrechten kennen geen verlengingsrecht, maar kunnen na afloop van de termijn wel opnieuw worden uitgegeven aan dezelfde gebruiker indien de situatie dit toelaat.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 5
Onderdeel aa.: de grafakte is de schriftelijke bevestiging van alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het aangaan van een grafrecht, conform de geldende beheerverordening en nadere regels. Onderdeel bb.: De Wet op de lijkbezorging biedt drie mogelijkheden van lijkbezorging, namelijk begraven, cremeren en ter beschikking stellen van de wetenschap. Andere vormen van lijkbezorging, zoals resomeren, zijn nu nog niet toegestaan. De wet verstaat onder een lijk het lichaam van een overledene of doodgeborenen. Een doodgeborene is een na een zwangerschap van ten minste 24 weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht. Vanaf 24 weken geldt een registratieplicht. Voor een overledene of doodgeborene jonger dan 24 weken die begraven wordt, en daarmee geregistreerd wordt, gelden dezelfde voorwaarden als voor doodgeborenen ouder dan 24 weken, dus ook een verlof tot begraven en registratiedocument. Onderdeel cc, dd en ee.: Samenvoegen is een nieuw begrip, uitgewerkt in de Handleiding opgraven en ruimen van de brancheorganisaties. Voorheen was schudden de gebezigde term. Beide handelingen betreffen het verdiept begraven van stoffelijke resten. Samenvoegen geschiedt tot op de onderste laag, op verzoek van de rechthebbende, op het moment dat er nog een lopend grafrecht is en er meerdere begraaflagen zijn.
Ruimen betreft de verwijdering van het graf inclusief grafbedekking na afloop van de graftermijn. Ruiming vindt meestal plaats in twee fasen, bovengronds ruimen van de grafbedekking onmiddellijk na afloop van de graftermijn, waarbij de beheerder de bestemming bepaalt. Ondergronds ruimen vindt plaats op het moment dat het graf opnieuw wordt uitgegeven, waarbij de stoffelijke resten verzameld worden en overgebracht naar een verzamelgraf. In uitzonderlijke gevallen kunnen de stoffelijke resten ook verdiept worden begraven in hetzelfde graf. In dat geval wordt gesproken over schudden, een vorm van ruimen door de houder van het gedenkpark, waarbij stoffelijke resten worden samengebracht tot onder de onderste laag. Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf Dit artikel is opgenomen omdat met de wetswijziging van 2010 de begrippen particulier en algemeen graf zijn gewijzigd. Particuliere graven werden voorheen vaak koop- familie- of eigen graf genoemd. Algemene graven stonden vaak bekend als huurgraven. Per regio kunnen de benamingen verschillen. Voor een particulier graf, particulier kindergraf, particulier urnengraf, particuliere urnenplaats en particuliere gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De gemeente Schagen geeft algemene graven ook uit voor begravingen op kosten van de gemeente.
Artikel 3: Beheer Dit artikel is toegevoegd om de verantwoordelijkheden en taken ten aanzien van de werkzaamheden van de gedenkparken te verduidelijken. Het college van de gemeente Schagen heeft de eindverantwoording voor het beheer. Het college wijst meerdere verantwoordelijken aan voor het dagelijkse beheer, onder andere voor de begraafwerkzaamheden, de gravenadministratie, het groenbeheer en de vergunningverlening. Benodigde bevoegdheden worden gemandateerd. Artikel 4. Openstelling gedenkparken De openingstijden worden geregeld bij nadere regels om snel en adequaat in te kunnen spelen op maatschappelijke veranderingen en behoeften. Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk het gedenkpark geheel of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven of andere werkzaamheden noodzakelijk is.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 6
Artikel 5. Ordemaatregelen De beheerverordening geeft aan dat bezoekers, personeel en personen die werkzaamheden verrichten zich moeten houden aan de aanwijzingen van de beheerder. De ordemaatregelen zijn uitgewerkt in de nadere regels. Nadere regels zijn sneller aan te passen omdat ze geen raadsbesluit vereisen. Tegen overtreding van de voorschriften zijn strafbepalingen van kracht (zie artikel 36). De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken. Honden zijn alleen aangelijnd toegestaan, o.a. ter voorkoming van schrikreacties bij andere bezoekers, en uitwerpselen dienen onmiddellijk verwijderd te worden. Asverstrooiing op grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen is verboden vanuit esthetisch oogpunt ter voorkoming van ongewenst aanzicht voor bezoekers en vanuit ethisch en milieuoogpunt ter voorkoming van de verspreiding van as door wind en regenwater naar naburige graven en paden. Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en voor uitvaartplechtigheden. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden biedt, samen met de verbodsbepalingen van de nadere regels, voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te treden.
Aannemers kunnen gevraagd worden om ter controle een bewijs te overleggen dat men in opdracht van de rechthebbende van het graf aan het werk is. Artikel 6. Plechtigheden Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te geschieden. Uitzondering hierop is de termijn voor het melden van een buitenuitvaart, daarvoor geldt een termijn van twee werkdagen. Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen aangemerkt worden als een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen. Artikel 7. Opgraven, samenvoegen en ruimen Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam en bij samenvoeging of ruiming van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de werkzaamheden zijn belast. Dit ter voorkoming van ongewenste psychische belasting en ter voorkoming van hinder bij de werkzaamheden.
Samenvoeging van de resten van een overledenen tot op de onderste laag, conform de Handleiding Opgraven en ruimen van de brancheorganisaties, is alleen mogelijk bij graven waar op meerdere lagen begraven kan worden. Specifieke zaken worden uitgewerkt in de nadere regels, bijvoorbeeld dat per graf slechts één keer een samenvoeging kan plaatsvinden en dat slechts één keer geschud kan worden ter voorkoming van een ophoping van stoffelijke resten. Het Ruimingsprotocol (2018) blijft leidend voor de uitvoering van ruimingen. Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wie de opdrachtgever is, wat voor graf er wordt gevraagd en als het een bestaand graf betreft wie de (nieuwe) rechthebbende is die toestemming geeft voor opening van het graf. De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, bijvoorbeeld een urnennis. Gekozen is voor een aanmeldingstermijn van twee werkdagen om de beheerder voldoende tijd te geven om alle voorbereidingen zorgvuldig uit te voeren. Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 7
Samenvoeging van de resten van overledenen tot op de onderste laag, conform de Handleiding Opgraven en ruimen van de brancheorganisaties, is alleen mogelijk bij graven waar op meerdere lagen begraven kan worden. Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften Dit artikel bevat een verwijzing naar het Besluit op de lijkbezorging (2013) en de eerdergenoemde bijbehorende Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014). Het is voor een goede lijkvertering van belang dat lijkomhulsels een goede doorlatendheid hebben. Alleen zo kan er voldoende vocht en zuurstof toetreden die noodzakelijk zijn voor de lijkvertering. Dit geldt voor de kleding die de overledene draagt, maar ook voor de kist en de bekleding waarin deze begraven wordt of de lijkhoes waarin deze gewikkeld is. Voor het gebruik van lijkhoezen bestaan regels. Genoemde regels waren vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998 en zijn integraal overgenomen in het Besluit op de lijkbezorging. De lijkhoezen die voldoen aan de normen van het Besluit op de lijkbezorging, staan op de ‘witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB: www.begraafplaats.nl).
Het toepassen van verkeerde lijkhoezen of slecht doorlatende lijkomhulsels (kunststof kleding, lijkwaden) kan leiden tot het stopzetten van de lijkvertering waardoor vanuit milieu hygiënisch opzicht belastende situaties kunnen ontstaan en graven niet meer ter beschikking kunnen komen voor nieuwe, toekomstige begravingen omdat het hergebruiken van de ruimte problematisch is geworden. In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen dat geen vervuilende voorwerpen aan de grafruimte mogen worden toegevoegd, alsmede voorwerpen die de vertering van het lijk kunnen belemmeren of voorkomen. Artikel 10. Te overleggen stukken De Wet op de lijkbezorging eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Sinds april 2016 volstaat een digitale versie. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van het gedenkpark een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Tevens zal de uitvaartondernemer een registratiedocument moeten overleggen met een registratienummer dat overeenkomt met het registratienummer van het omhulsel van de overledene, ter voorkoming van een verwisseling van overledenen. Voor een asbus zal door degene die opdracht geeft voor de crematie een overdrachtsformulier van het crematorium moeten worden overlegd.
De bezorging van as omvat zowel het bijzetten van een asbus als de verstrooiing van as. Bijzetting van een overledene in een bestaand graf kan leiden tot verlenging van de lopende graftermijn. Dat kan betekenen dat de minimale grafrusttermijn van tien jaar moet worden gegarandeerd door het grafrecht met zoveel noodzakelijke termijnen van een jaar te verlengen of met de verlengingstermijnen zoals vastgelegd in de nadere regels. Lid 5 van artikel 17 regelt dat asbussen die later zijn bijgeplaatst en niet voldoen aan de termijn van tien jaar (artikel 66 Wet op de lijkbezorging) niet bewaard hoeven te worden tot de termijn van tien jaar verstreken is, en na afloop van de graftermijn direct verstrooid kunnen worden. Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag). Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de gedenkparken op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen worden opengesteld.
Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 8
asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om het gedenkpark alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een overledene binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding. Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen Dit artikel maakt duidelijk welke procedure er is voor het gebruik van speciale voorzieningen, zoals touwen voor het dalen van een kist of schep voor het dichten van een graf, voor zover deze beschikbaar zijn en door de gemeente worden geboden. Tevens ten aanzien van het gebruik van een aula of opbaarruimten voor zover in het beheer van de gemeente.. Artikel 13. Indeling graven en asbezorging Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van voorzieningen op de gedenkparken. Particuliere gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten, voor overledenen wiens as na crematie verstrooid is of als de persoon in het buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd. En ook voor foetussen jonger dan 24 weken. Artikel 14.
Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen Het Besluit op de lijkbezorging van 1 januari 2013 bevat in artikel 5 de bepaling dat er ten hoogste drie overledenen boven elkaar mogen worden begraven: “De afstand tussen de graven (niet de kisten) onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of elk ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Boven de (bovenste) kist of het (bovenste) omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.” Artikel 15. Volgorde van uitgifte Graven zijn alleen uit te kiezen en te reserveren als er bestaande graven zijn vrijgekomen door het vervallen of aflopen van grafrechten. Die vrijgekomen plekken kunnen opnieuw worden uitgegeven na ruiming van het graf. Urnennissen worden uitgegeven op basis van beschikbaarheid en zijn niet te reserveren. Artikel 16.
Categorieën Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil vaststellen voor het gebruik van de voorzieningen op de gedenkparken, bijvoorbeeld de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van een gedenkpark. In de nadere regels kunnen bepalingen worden opgenomen, o.a. voor Islamitische graven en onderhoudsvrije of natuurgraven zonder gedenkteken. In Waarland is begraven in graven op historische grafvelden niet meer mogelijk vanwege de bodemgesteldheid en hoge waterstand. In een aantal andere historische grafvelden zijn geen nieuwe begravingen en asbestmmingen mogelijk ter behoud van het historische karakter. Artikel 17. Termijnen particuliere en algemene graven, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen Door de wetswijzigingen van 2010 wordt het voor de gemeente mogelijk gemaakt grafrechten voor verschillende perioden uit te geven. Het uitsluitend recht voor het begraven en begraven houden van overledenen en een asbestemming in een urnengraf en urnennis werd in de beheerverordening versie 2018 verleent voor tien, twintig en dertig jaar. In de versie van 2022 worden de termijnen geregeld via de nadere regels voor tien, twintig, dertig, Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 9
vijftig en vijfenzeventig jaar. Uit onderzoek is gebleken dat er ook behoefte is aan langere termijnen. Vaststelling via nadere regels maakt toekomstige aanpassingen sneller mogelijk. Voor natuur(urnen-)graven is de uitgiftetermijn in de nadere regels vastgesteld voor onbepaalde tijd en algemene graven worden uitgegeven voor 10 jaar. Particuliere (urnen-)graven, urnenplaatsen en urnennissen en gedenkplaatsen hebben tevens de mogelijkheid om deze rechten te verlengen. De gemeente Schagen kiest in de versie van 2022 voor verlengingstermijnen van vijf, tien, vijftien, twintig, dertig, veertig en vijftig jaar. Ook deze zijn vastgelegd in de nadere regels, zodat ze in het geval van nieuwe ontwikkelingen snel aangepast kunnen worden. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf wordt begraven, dan wel welke asbus wordt bijgezet, en of er verlenging van het grafrecht plaatsvindt. Een grafrecht wordt verleend aan één persoon of een rechtspersoon. De verlenging dient tijdig te worden aangevraagd, voor afloop van de termijn. De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd.
Binnen een jaar na het begin van deze periode (dus uiterlijk een jaar voor afloop van de termijn) moet het college vervolgens de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief (als de rechthebbende bekend is), hetzij door plaatsing van een bordje bij het graf en aanplakking bij de ingang van het gedenkpark tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen (in het geval de rechthebbende niet bekend is of niet reageert op het verzoek het antwoordformulier te retourneren). Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de tweede begraving of bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 17, betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen. In het kader van de vermindering van administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van het gedenkpark wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de administratie van de plicht het BRP-netwerk (Basisregistratie personen) te (doen) raadplegen.
Wanneer niet binnen zes maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van het gedenkpark tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Indien er ten tijde van de opheffing van het gedenkpark nog rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen. Ten aanzien van asbestemmingen die achterblijven na afloop van de termijn is bepaald dat deze vervallen aan de houder van de begraafplaats en door de beheerder verstrooid worden. Artikel 18. Keldergraven Het college bepaalt aan welke voorwaarden door rechthebbenden moet worden voldaan om een particulier keldergraf in gebruik te mogen nemen. Tevens zijn er voorwaarden opgenomen voor het gebruik van bestaande keldergraven en het intrekken of wijzigen van bestaande vergunningen. Door problemen met het verteringsproces in keldergraven (onder andere als gevolg van onvoldoende stuurstoftoevoer en waterophoping) is het van belang dat het college bevoegdheden krijgt om snel en adequaat te handelen in dergelijke situaties. Artikel 19.
Overschrijving van verleende rechten Het recht op een particulier (urnen-)graf, urnenplaats, urnennis of gedenkplaats wordt verleend door een beschikking van het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om overledenen in een bepaald graf te doen begraven of as te doen bijzetten of te gedenken. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het recht om overledenen in een bepaald graf te begraven, as te mogen bijzetten of een gedenkplaats te mogen oprichten op een
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 10
persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander. In het verleden werd vaak bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden) rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of lastig te handhaven is en onvoldoende aansloot bij maatschappelijke veranderingen (bijvoorbeeld het toenemende belang van vriendenrelaties boven familierelaties). Bovendien veroorzaken ze extra administratieve lasten. Daarom is deze regel in 2010 geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon. Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het overlijden van de rechthebbende.
In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van. Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert. Artikel 20. Vervallen (graf-)rechten Dit artikel beschrijft wanneer grafrechten automatisch komen te vervallen en wanneer het college actief grafrechten mag beëindigen, bijvoorbeeld bij nalatigheid van de rechthebbende. Dit artikel geeft de gemeente meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden die in verzuim blijven een op grond van deze verordening op hen rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelen. Het laten vervallen van grafrechten kan ook een tijdelijke, juridische stok achter de deur zijn bij geschillen. De positie van de gemeente als houder van de gemeentelijke gedenkparken is hiermee versterkt. Artikel 21. Afstand doen van (graf-)rechten Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het (graf-)recht kan doen. Tevens dat geen terugbetaling plaats vindt van reeds betaalde rechten. Artikel 22.
Melding en vergunning gedenkteken en grafbedekking Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van gedenkparken chaotisch worden. Tevens dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Deze beheerverordening geeft de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking, urnenplaats en gedenkplaats moet voldoen. Volstaan wordt met een meldingsplicht die geldt voor de grafbedekkingen met meerjarige planten en/of gedenktekens op particuliere (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen. Het monument of gedenkteken zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de nadere regels. Indien de gewenste grafbedekking, urnenplaats of gedenkplaats niet voldoet aan alle voorwaarden maar wel een meerwaarde heeft voor het gedenkpark als geheel kan het college besluiten alsnog vergunning te verlenen. Het betreft veelal afwijkingen van de afmetingen van monumenten die geplaatst worden als grafbedekking, bijvoorbeeld kunstwerken of beelden.
De gemeente bepaalt middels dit artikel nadrukkelijk geen verantwoordelijkheid te dragen voor de zich eenmaal op het gedenkpark bevindende grafbedekkingen. Een gedenkteken of Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 11
andere grafbedekking wordt voor de uitvoering van deze verordening geacht het eigendom van de rechthebbende op een particulier graf, urnenplaats of gedenkplaats te zijn, tenzij anders is overeengekomen en in de administratie een andere belanghebbende als eigenaar is geregistreerd. Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen en voor medewerkers duidelijk is dat die plek niet uitgegeven kan worden. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is. Artikel 23. Aansprakelijkheid grafbedekking Middels dit artikel wordt de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door grafbedekking, waaronder schade ten gevolge van het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen en verwijderen van grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen nadrukkelijk bij de rechthebbende van het betreffende graf, urnenplaats of gedenkplaats gelegd. Ook indien de eigenaar van de grafbedekking niet de rechthebbende is, is de rechthebbende verantwoordelijk aangezien deze toestemming geeft aan de eigenaar. Artikel 24.
Onderhoud door de houder van de gedenkparken Het onderhoud dat door de gemeente wordt uitgevoerd bestaat uit het algemeen onderhoud van de gedenkparken, met de bedoeling dat de gedenkparken als geheel een verzorgd aanzien hebben. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen ligt bij de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens. Het geeft de gemeente de verplichting om de algemene uitstraling van de gedenkparken netjes en ordelijk te houden, maar ook de bevoegdheid om in te grijpen binnen de grafbeplanting wanneer deze de voor de grafbedekkingen bepaalde proporties dreigen te overschrijden. Tegen betaling van een extra vergoeding kan jaarlijks onderhoud van de grafbedekking verzorgd worden door de beheerder van het gemeentelijke gedenkpark. Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker De rechthebbenden op particuliere graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen zijn verplicht het grafoppervlak en de zich daarop bevindende grafbedekking en gedenktekens behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Bij nalatig onderhoud kan het college, na aanmaning, overgaan tot verwijdering van de grafbedekking en het gedenkteken. Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid van de rechthebbenden en gebruikers, c.q.
de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens uiteengezet, ook ten aanzien van te herstellen beschadigingen. Gedurende de tijd dat een graf niet geruimd mag worden (dat wil zeggen, gedurende de periode dat de wettelijk vereiste minimale grafrust van tien jaar niet is verstreken en tot het moment dat het grafrecht vervalt) is de duurzaam aan de ondergrond verbonden grafbedekking en de in het graf aangebrachte kelder in eigendom van de eigenaar (meestal de rechthebbende op het particuliere graf, maar het kan ook een andere persoon zijn als deze als zodanig geregistreerd is). Het natrekkkingsrecht is gedurende de genoemde periode niet van toepassing, maar wel erna. Dat betekent dat de grafbedekking en het keldergraf na die periode direct in eigendom komt van de gemeente (de houder van het gedenkpark) en dat deze erover kan beschikken, om bijvoorbeeld de steen te verwijderen of door een (kelder-)graf weer opnieuw uit te geven. Dit gegeven geldt met terugwerkende kracht en is van toepassing op alle, op de gedenkparken aangebrachte grafbedekkingen (monumenten, grafbeplantingen en keldergraven).
Omdat sprake is van een eigendom van een eigenaar, niet zijnde de gemeente, berust het onderhoud van de grafbedekking eveneens bij de eigenaar, waarbij er voor de uitvoering van de beheerverordening vanuit gegaan wordt dat de rechthebbende op een particulier graf en de gebruiker van een algemeen graf de eigenaar van de grafbedekking is, tenzij via de administratie anders aangegeven.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 12
Artikel 26. Grafbeplanting De rechthebbenden zijn verplicht het grafoppervlak en de zich daarop bevindende grafbedekking en beplanting behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. In de dagelijkse praktijk rijzen er vaak moeilijkheden over het verwijderen van bloemen en eenjarige planten. Omdat de bloemen en planten economisch eigendom zijn van de rechthebbende van de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbenden steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op een mededelingenbord op het gedenkpark doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld. Dit artikel geeft de beheerder van het gedenkpark meer mogelijkheden om een nette uitstraling van het gedenkpark te bereiken. Wanneer het onderhoud ten aanzien van nietblijvende beplantingen, losse bloemen et cetera nalatig is, kan de beheerder optreden en overgaan tot verwijdering ervan. Het is echter gewenst dat de beheerder verwelkte bloemen niet te snel verwijdert omdat zij passend kunnen zijn bij de sfeer van het gedenkpark. Artikel 27.
Tijdelijke verwijdering grafbedekking Dit artikel verduidelijkt dat het tijdelijk verwijderen van een grafbedekking, in het geval van een bijzetting of begraving in het betreffende graf, voor rekening en risico van de rechthebbende zijn, niet voor de gemeente als houder van de gedenkparken. Voorts geeft het de gemeente het recht om een op een graf aanwezige grafbedekking te verwijderen zodat tot bijzetting in een naburig graf kan worden overgegaan. Deze kosten en risico’s zijn uiteraard voor rekening van de gemeente. Dit artikel spreekt verder voor zich. Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn Dit artikel beschrijft de procedure die gevolgd wordt alvorens tot verwijdering van een grafbedekking wordt overgegaan. Beschreven is dat, wanneer de termijn van het (graf-)recht beëindigd is, het college bevoegd is de grafbedekking weg te nemen. Dit is een voortvloeisel uit de gewijzigde wet op dit punt. Het eigendom (ook van een grafbedekking) in het algemeen is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek). In de aangepaste Wet op de lijkbezorging (per 1 januari 2010) is bepaald dat gedurende de periode waarin een graf niet mag worden geruimd, dit artikel uit het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf geplaatst is.
Daarmee is het geplaatste gedenkteken eigendom ten aanzien van deze verordening van de rechthebbende. In dit artikel in de beheerverordening is dit als uitgangspunt genomen. Wanneer immers het grafrecht of het gebruik beëindigd is, treedt het natrekkingsrecht in werking en wordt alles dat duurzaam met de ondergrond verbonden is eigendom van de eigenaar van de grond, in dit geval de gemeente. De consequentie van deze natrekking is dat de gemeente dan als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid), indien dit niet goed geregeld zou zijn in de beheerverordening. De aankondiging van de voorgenomen verwijdering van de grafbedekking of het gedenkteken vindt plaats samen met de aankondiging van de afloop van het (graf-)recht. De rechthebbende heeft de keus om de grafbedekking en het gedenkteken zelf te verwijderen voor afloop van de termijn van het (graf-)recht, of dit over te laten aan de gemeente na afloop van de termijn van het (graf-)recht. Artikel 29. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen Ook ten aanzien van de losse voorwerpen dient bepaald te worden welk traject gevolgd wordt bij afloop van de grafrecht- of gebruikstermijn.
Het natrekkingsrecht is immers niet van toepassing op deze voorwerpen en zolang ze op de grafoppervlakken staan, is ook artikel 23 hierop niet van toepassing. Ter voorkoming van overlast en vervuiling door wegwaaiende voorwerpen, veiligheidsproblemen als gevolg van het stuk raken van glazen voorwerpen en ter preventie Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 13
van diefstal zijn losse voorwerpen niet toegestaan. Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as Dit artikel beschrijft de werkwijze na afloop van het (graf-)recht en het ruimen van graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen. Aan de rechthebbende op een particulier graf moet worden medegedeeld dat deze verlenging van de graftermijn kan vragen volgens artikel 28, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging. Aan de belanghebbende van een algemeen graf moet uiterlijk 6 maanden voor afloop van de termijn schriftelijk worden meegedeeld dat de termijn afloopt. De mededeling dat een grafrechttermijn of gebruikstermijn zal gaan verlopen, vaak gecombineerd met de mededeling dat het college voornemens is om de graven c.q. nissen te ruimen wanneer niet zal worden verlengd, wordt gedaan zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de gebruiker van een algemeen graf. Bij het ruimen van graven wordt in eerste instantie uitgegaan van bovengronds ruimen, het verwijderen van de grafbedekking. Bij een nieuwe uitgifte van het graf worden de nog aan te treffen stoffelijke overblijfselen verdiept begraven in dezelfde grafruimte (schudden) of overgebracht naar een verzamelgraf. Het op verzoek schudden van graven met het oogmerk de dan beschikbare grafruimte weer opnieuw in gebruik te nemen is ongewenst als de situatie ter plaatse de uitvoering problematisch maakt.
Hierbij is te denken aan een beperkte bereikbaarheid van het graf, te hoge grondwaterstand of andere cultuurtechnische knelpunten die op voorhand niet te voorzien zijn. Conform de handleiding Opgraven en ruimen van de brancheorganisaties wordt niet de term schudden, maar de term samenvoegen gebruikt. Artikel 31. Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen Gedenkparken zijn vormgegeven uitingen van rouw, zoals die door de eeuwen heen hebben plaatsgevonden. Door de informatie op grafstenen vormen gedenkparken daarnaast een stenen archief. Door het gezamenlijke beeld van de aanleg van het gedenkpark en de oorspronkelijke begraafplaats, het materiaalgebruik, de vormgeving en de symboliek van graftekens of van poorten of hekwerken, maar ook van eventuele lijkenhuisjes, muren en van het groen, wordt een beeld gevormd van de identiteit van een dorp, de stad of de gemeente. Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. Middels selectiecriteria worden maatregelen getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven.
Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken wordt een deskundige geraadpleegd. In 2019 is onderzoek gedaan en is de lijst door het college vastgesteld van gedenkwaardige graven en bijzondere monumenten en gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de waarden van de gedenkparken als zodanig. Voorafgaand aan het (achterstallig) ruimen van graven betrekt het college belanghebbenden bij het onderzoek of er nog meer graven cultuurhistorische waarde hebben. Bij het onderzoek wordt ook rekening gehouden met de beschikbare ruimte en het aanzien van het gedenkpark. Inwoners kunnen ook uit eigen beweging verzoeken om een graf voor te dragen voor de lijst van cultuurhistorisch waardevolle graven. Artikel 32. Voorschriften inrichting register en dossiers Dit artikel maakt duidelijk aan welke eisen de administratie volgens de wet moet voldoen en de toegankelijkheid ervan. Tevens wordt aangegeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan bij wijziging van de NAW-gegevens van rechthebbenden, gebruikers en overige belanghebbenden. Het vragen naar een BSN is vanuit de wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens juridisch niet toegestaan, maar het BSN kan via het BRP wel gekoppeld worden aan de interne administratie.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 14
Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid Er zullen zich altijd voorvallen voordoen waarin de beheerverordening en de nadere regels geen volledige duidelijkheid geven. Dit artikel geeft aan dat in die gevallen het college beslissingsbevoegd is. Het college laat zich adviseren door bij de gedenkparken betrokken medewerkers. Artikel 34. Intrekking oude regeling Dit artikel bepaalt dat de vigerende verordeningen met ingang van een nader te bepalen datum niet langer van kracht zijn behalve voor de graven met grafrechten die er onderhavig aan zijn. Alle oude verordeningen blijven van toepassing op verleende grafrechten. Grafrechten die in het verleden zijn verleend, vallen onder de verplichtingen, vereisten en bepalingen uit de verordening die van kracht was ten tijde van de uitgifte van het recht tenzij deze inmiddels in strijd zijn met de wet. Alleen door grafrechten te verlengen kunnen wijzigingen in sommige verplichtingen tot stand komen, bijvoorbeeld de mogelijkheid van afkoop van onderhoud of de toepassing van een begraaftarief. Aan de rechten kan niets gewijzigd worden. Van het ongeldig verklaren van oude beheerverordening, ook als die vastgesteld zijn door voormalige gemeenten, kan daarom geen sprake zijn. Artikel 35.
Overgangsbepaling Dit artikel bevestigt de intentie van het voorgaande artikel 34; oude besluiten blijven nog steeds van kracht (mits niet in strijd met de huidige wet) en blijven hun rechtsgeldigheid behouden alsof ze zijn genomen krachtens de nieuwe vigerende verordening. Voorts worden alle nog lopende vergunningsaanvragen alleen volgens de nieuwe vigerende verordening behandeld. Indien rechthebbenden oude rechten claimen die niet zijn terug te vinden in de gravenadministratie, dienen zij deze zelf aan te tonen met behulp van akten of betaalbewijzen. Het college is bevoegd om in het geval van onduidelijke communicatie over oude rechten een coulanceregeling aan te bieden. Artikel 36. Strafbepaling Zonder dit artikel kan geen sanctionering van de in de verordening gestelde verboden plaatsvinden. Terugkoppeling van deze bepalingen met het arrondissement waarbinnen de gemeente valt is hiervoor eerst noodzakelijk volgens artikel 143 van de Gemeentewet. Artikel 37. Inwerkingtreding Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip wordt aangewezen. Artikel 38. Citeertitel In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.
Toelichting Beheerverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 15