CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Keins 1 Schagen Vastgesteld (23-9-21)

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Keins 1 in Schagen21.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarom wordt voorgesteld dat er bij de sloop van de bestaande opstallen en de verharding een archeoloog ter plaatse dient te zijn om te monitoren of er archeologische resten BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld aanwezig zijn. Wanneer deze archeologische resten aanwezig zijn, moeten deze worden veilig gesteld door een archeologisch onderzoek indien de waarden niet in de bodem (in situ) bewaard kunnen blijven. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat dit plan in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning een voorwaarde wordt opgenomen dat gedurende het slopen een archeoloog aanwezig is om te monitoren of er archeologische resten aanwezig zijn. Indien dit het geval is dienen deze in situ (op de plek zelf) te worden behouden danwel te worden veilig gesteld door een archeologische opgraving. Voor de bovenbouw en de schuren die zijn onderkelderd geldt dat deze in eerste instantie zonder archeologisch toezicht kunnen worden verwijderd. Daar waar kelders aanwezig zijn is de bode namelijk al dusdanig verstoord dat dit archeologisch niet meer waardevol is. Mocht op de locatie waar archeologisch toezicht bij is waardevol materiaal worden gezien dan wordt een wijziging als mogelijkheid dat deze grond niet verder wordt afgegraven maar wordt afgedekt en de woningen iets naar voren op worden geschoven, zodat dit archeologisch materiaal ongeroerd en behouden kan blijven voor de toekomst. Het vorenstaande wordt vastgelegd in de koopovereenkomsten met kettingbeding die met de kopers worden gesloten. De locatie van de voormalige kapel kan mogelijk ingepast worden in de bouwplannen, zodat behoud in de bodem kan worden gerealiseerd. 5.8.4

Cultuurhistorie

5.8.4.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.4.2 Situatie plangebied Het plangebied ligt in het gehucht Keinse, een oude middeleeuwse nederzetting, die vermoedelijk als Kinloson in de geschriften voorkomt. Het behoorde tot een groter gebied, dat in de 12de en 13de eeuw grotendeels in zee is verdwenen. Het gehucht ligt op een uitstekende punt in de Westfriese Omringdijk. Keinse is vermoedelijk in die periode aan de rechtseenheid van Schagen (banne) toegevoegd. In 1519 is een kapel gebouwd met put ter ere van Maria. Deze kapel werd verwoest in 1585. De put (ook gelegen in het plangebied) bleef vrome bezoekers trekken. In 1956 is de huidige kapel gebouwd. De locatie van de eerste kapel heeft een zeer hoge archeologische waarde.

Zoals in hoofdstuk 3 omschreven, worden de cultuurhistorische kenmerken en karakteristieken van het gebied door dit plan versterkt. Ontsierende bebouwing wordt gesloopt, zodat de zichtlijnen op Keinse en achterliggende weilanden vanaf de Westfriese Omringdijk versterkt worden. De schuren staan nu namelijk ‘kaal’ in het landschap, waarmee ze de belevingswaarde verstoren. Ook komt de stolpboerderij in de nieuwe situatie, zonder verstorende aangebouwde bebouwing, beter tot zijn recht. De locatie van de voormalige kapel kan mogelijk ingepast worden in de bouwplannen, zodat behoud in de bodem kan worden gerealiseerd. Het plan draagt daarmee bij aan de cultuurhistorische waarde van het gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld 5.8.5

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect met borging van de voorgestelde maatregelen geen belemmering vormt en dat er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan);

Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. •

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op circa 6,4 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Uit de stikstofberekening (bijlage 3) is gebleken dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is geen sprake. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming is in verband met deze ontwikkeling dan ook niet noodzakelijk. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden (2000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling van een significant kleiner schaalniveau is. Van een directe m.e.r.plicht is in dit geval geen sprake. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieuen omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3

Provinciaal beleid

De Watervisie 2021 bevat het waterbeleid van de provincie Noord-Holland. In de Watervisie 2021 worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit is gedaan op basis van de thema’s veilig en schoon & voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners zorgt de provincie voor veilige dijken en keringen en met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. De provincie zorgt ervoor dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag. 6.1.4

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets van toepassing is. Dit betekent dat het waterschap akkoord is met het planvoornemen. Voor het volledige watertoetsresultaat wordt verwezen naar bijlage 7 bij deze toelichting. 6.2.3

Waterhuishouding plangebied

De planvorming is nog niet zover gevorderd dat de waterhuishouding in het plangebied definitief is vastgelegd. Hemelwater wordt waarschijnlijk binnen het plangebied geïnfiltreerd. Afvalwater wordt afgevoerd voor het onder de ontsluitingsweg aan te leggen vuilwaterriool. 6.2.4

Conclusie wateraspecten

Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt bij het maken van de keuzes voor het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels door aan te geven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld • • • • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Nadere eisen: bevoegdheid van burgemeester en wethouder om aanvullende eisen te stellen aan de bestemmingsregels; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming en/of specifieke gebruiksregels.

In paragraaf 7.3 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor het plangebied voor deze bestemming is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van (bijvoorbeeld) een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene bouwregels omtrent bestaande maatvoering en ondergronds bouwen (kelders) omschreven. De regels omtrent bestaande maatvoeringen zorgen ervoor dat de maatvoering voor de bestaande bebouwing in het gebied niet als strijdig kan worden aangemerkt. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel zijn vormen van toegestaan en strijdig gebruik opgenomen. Algemene aanduidingsregels (Artikel 11) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen, vanwege de aanduiding ‘karakteristiek’. Deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van de stolpboerderij (m.u.v. de te slopen aanbouw). De regels zorgen voor het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en landschappelijke en archeologische waarden. Aangezien de om te zetten plattelandswoning niet als karakteristiek wordt beschouwd, is de aanduiding daar niet opgenomen. Tevens is de aanduiding verwijderd van de aanbouw van de stolpboerderij.

Deze is immers niet karakteristiek, maar ontsierend en wordt gesloopt. Doordat de aanduiding daar verwijderd is, wordt de sloop niet langer als strijdig aangemerkt. Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van de regels in het bestemmingsplan te wijzigen. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van het realiseren van voldoende parkeergelegenheid opgenomen en de werking van wettelijke regelingen opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Agrarisch met waarden (artikel 3) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de gronden binnen het voormalige agrarische bouwvlak, die geen onderdeel uitmaken van de toekomstige woonkavels. Deze gronden zijn bestemd met een agrarische gebiedsbestemming, het bouwvlak is verwijderd. Dit betekent dat de gronden met name bedoeld zijn voor een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, het behoud en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en recreatief medegebruik. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Specifiek is bepaald dat ter plaatse van een daarvoor opgenomen zone een windhaag dient te worden gerealiseerd.

Deze windhaag is noodzakelijk in verband met de omliggende spuitzones en tevens als onderdeel van de landschappelijke inpassing. De realisatie van de windhaag is in de regels juridisch geborgd. Tuin (artikel 4) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de voortuinen van de compensatiewoningen. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor onbebouwde tuinen. Er zijn uitsluitend erf- en terreinafscheidingen mogelijk, met inachtneming van de opgenomen maatvoering. Wonen (artikel 5) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de twee bestaande woningen en de drie nieuwe kavels. De gronden zijn met name bestemd voor het wonen in een woning, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit of bed and breakfast. Voor elk van de nieuwe woningen is een bouwvlak is opgenomen. Deze bouwvlakken borgen de gewenste positionering van de woningen. Ten aanzien van de bestaande woningen is een bouwvlak niet wenselijk, aangezien er hier sprake is van een planologische verandering naar een reguliere woonbestemming. Voor de woningen zijn goot- en bouwhoogten, dakhellingen, oppervlakten en afstanden tot perceelgrenzen opgenomen. Deze bouwregels komen grotendeels overeen met de ‘standaard’ woonbestemming in het buitengebied van Schagen en passen bij het beoogde bouwplan. Een vorm van maatwerk betreft de goothoogte voor de meest rechter nieuwe woning.

Deze woning wordt namelijk in een vorm van een kapwoning uitgevoerd, waarbij de goothoogte van de woning hoger is dan de standaard 3,5 m. Middels een aanduiding op de verbeelding is dit planologisch geborgd. Een volgende vorm van maatwerk betreft dat de afstand tussen de woningen en de weg maximaal 20 meter mag bedragen. Dit wijkt af van de standaardnorm van 15 meter, maar is noodzakelijk om het bouwplan uitvoerbaar te maken. Tevens zijn er regels voor erfbebouwing (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde opgenomen. Deze regels sluiten aan bij de ‘standaard’ woonbestemming in het buitengebied van Schagen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld Er zijn afwijkingen van de bouwregels opgenomen om het plan op ondergeschikte punten aan te kunnen passen. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing opgenomen. Ook is een verplichting opgenomen om de woningen pas in gebruik te mogen nemen als de windhaag in de agrarische bestemming gerealiseerd is. Tot slot kan ook van de gebruiksregels afgeweken worden ten behoeve van mantelzorg. Waarde – Archeologie 1 en Waarde – Archeologie 3 (artikel 6 en 7) Deze bestemmingen zijn conform nu geldend bestemmingsplan overgenomen. Deze bestemmingen dienen ter bescherming van de daar te verwachten archeologische waarden. Een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden beschermt de archeologische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

HOOFDSTUK 9 9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

VOOROVERLEG EN INSPRAAK

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Noord-Holland

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro wordt voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Holland. 9.1.3

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van toepassing is op de in dit plan voorgenomen ontwikkeling. Het waterschap adviseert hiermee positief.

9.2

Inspraak en omgevingscommunicatie

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt direct een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het vooroverleg is daarmee positief afgerond. Wel is het plan wegens een aantal inhoudelijke wijzigingen ten aanzien van het aspect ‘archeologie en cultuurhistorie’ en het opnemen van een voorwaardelijke verplichting t.a.v. het aspect ‘bodem’ gewijzigd vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 1:

Beeldkwaliteitsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 2:

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 3:

Nader bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 4:

Geuronderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 5:

Stikstofberekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 6:

Quickscan ecologie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

63

Bestemmingsplan Keins 1 Schagen Vastgesteld

Bijlage 7:

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14660456/1