Technische vragen CDA jaarrekening 2025
Tekst van het document
Jaarrekening 2025 - vragen
•
Jaarrekeningen zijn, conform afspraak vrij van verwijzing naar politieke partijen. Kunt u hier kritisch op zijn, en zich aan deze afspraak houden?
Antwoord: Er staat inderdaad een verwijzing in naar een aangenomen motie door Wens4U. Wij zullen hier voor de toekomstige stukken op letten. •
Jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien, wat zich vertaalt naar een aanzienlijk bedrag in de algemene reserve. Toch toont het structureel weerstandsratio van 1,1 ons dat de gemeente ‘precies’ in staat is zijn structurele risico’s het hoofd te bieden. De toename van de algemene reserve in combinatie met dit weerstandsratio, wijst op het creëren van een spaarpot voor aanstaande uitgaven.
Vraag: Kunt u aangeven welke toekomstige uitgaven aanspraak maken op een bedrag uit de algemene reserve? Antwoord: In principe is de algemene reserve niet bedoeld om in te zetten voor toekomstige uitgaven. Of de algemene reserve ingezet kan worden is aan regels verbonden: In artikel 3.4 van de Nota reserves en voorzieningen 2024 staat beschreven waar de algemene reserve voor ingezet kan worden. 1. Inzet voor incidentele investeringen of lasten. In beginsel mag de reserve alleen worden ingezet voor het dekken van incidentele lasten. In de Nota reserves en voorzieningen 2024 is in artikel 2.1a opgenomen dat de algemene reserve ingezet kan worden voor de dekking van incidentele investeringen of incidentele lasten. 2. Inzet ter dekking van structurele lasten. Aanwending van de reserve voor het dekken van structurele lasten is niet toegestaan, omdat de begroting dan niet materieel in evenwicht is. Onder voorwaarden is het echter toegestaan middelen uit de Algemene reserve in te zetten ter verlichting van de exploitatie. Het gaat dan om maximaal 10% van het overschot (surplus) van de algemene reserve. Het overschot wordt berekend door de geïdentificeerde risico's (€ 2,5mio + €
2,9mio = € 5,4 mio) af te trekken van de algemene reserve (€ 22,9mio vóór resultaat bestemming). Dit komt neer op € 17,5mio aan surplus --> 10% = € 1,75mio. De solvabiliteit moet overigens minimaal 20% blijven. Bij een onttrekking van € 1,75mio vormt dit geen probleem. 3. Omzetten naar een bestemmingsreserve Een deel van de algemene reserve kan omgezet worden naar een bestemmingsreserve om de afschrijvingslasten van een investering mee af te dekken (artikel 3.2 Nota reserves en voorzieningen 2024). •
Toeristenbelasting inkomsten in de jaarrekening van 2025, zijn inkomsten uit 2024. Er heeft een naheffing plaatsgevonden en dit is dus een incidentele inkomst.
Vraag: kunt u een uitsplitsing maken tussen de incidentele en structurele inkomsten van de toeristenbelasting over inkomsten uit 2024? Antwoord: De incidentele inkomsten (naheffing) zijn € 422.875. En de structurele inkomsten €2.850.830,42. Vraag: kunt u de ontwikkeling van het aantal betaalde overnachtingen in kaart brengen vanaf 2020? Antwoord: Hieronder het aantal overnachtingen per jaar: 2020: 1.074.489 2021: 1.384.486 2022: 1.569.422 2023: 1.653.989 2024: 1.636.853 2025: 1.645.374 2025 is nog niet gerealiseerd, dit betreft een raming. •
Gemeente Schagen heeft een taakstelling voor de opvang van 333 Oekraïense ontheemden. In Schagen verblijven 528 Oekraïense ontheemden, waarvan 295 in gemeentelijke opvang.
Vraag: Is er een wijziging vanuit het Rijk dat er geen vergoeding meer komt naar gemeenten voor de particuliere opvang? Zo ja, heeft dit financiële consequenties daar er voor Oekraïense vluchtelingen in particuliere opvang ook gemeentelijke kosten worden gemaakt. Antwoord: Voor de particuliere opvang (POO) plekken wordt inderdaad geen normvergoeding meer verstrekt.
Er ligt een voorstel bij de ministerraad over de nieuwe Doelgroep flexibele regeling (DFR) die de bestaande financiële regeling (GOO en POO) vervangt. Deze DFR is 29 mei besproken. Daarbij moeten we afwachten of het advies van de VNG wordt overgenomen om de DFR voorlopig naast de BO te laten bestaan, dus de oude en nieuwe regeling naast elkaar. Binnen deze nieuwe DFR wordt er een normvergoeding toegekend voor gemeentelijke opvangplekken (GOO) die heel veel lager zal zijn dan de huidige normvergoeding. Daarnaast worden nu ook de werkelijke exploitatie kosten voor de GOO locaties vergoed. De totale vergoeding (Norm GOO en werkelijke kosten) die uiteindelijk aan de gemeenten op basis van de DFR wordt verstrekt, zouden ook de gemeentelijke kosten voor de POO moeten dekken. Of dat inderdaad het geval is en wat dat per saldo voor de gemeente Schagen betekent die veel POO plekken heeft, zullen wij moeten afwachten en monitoren. •
Mantelzorg- en Generatiewoningen zijn (gelukkig) in opkomst in onze gemeente. Vraag: Kunt u aangeven wat de toename is geweest in het afgelopen jaar, en wat het totaal aantal van deze woningen nu zijn in onze gemeente
Vraag: Deze woningen worden door de gemeente gezien als zelfstandig perceel voor gemeentelijke heffingen. Worden deze woningen conform onze gemeentelijke heffingen ook aangeslagen? Antwoord: De gemeente beschikt niet over een volledig en betrouwbaar overzicht van het aantal mantelzorg- en generatiewoningen binnen de gemeentegrenzen. Een belangrijke reden hiervoor is dat mantelzorgwoningen in veel gevallen vergunningsvrij mogen worden gerealiseerd. Hierdoor worden deze niet altijd geregistreerd via vergunningverlening of meldingen. Daarnaast worden mantelzorg- en generatiewoningen niet als zodanig geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Vanwege privacywetgeving (AVG) mag uit de adresregistratie niet worden afgeleid dat sprake is van een mantelzorgsituatie. Wel zijn er gegevens beschikbaar over verleende vergunningen voor mantelzorg- en generatiewoningen. Deze aantallen geven echter geen representatief beeld van het werkelijke aantal aanwezige woningen, omdat een aanzienlijk deel vergunningsvrij kan worden gerealiseerd.
Om die reden kan de gemeente geen betrouwbare uitspraak doen over de exacte toename in het afgelopen jaar of het totale aantal aanwezige mantelzorg- en generatiewoningen. Ten aanzien van de belastingaanslag: Dat hangt af van de feitelijke situatie. Wanneer een mantelzorg- of generatiewoning zodanig is ingericht dat sprake is van een zelfstandige woonruimte, bijvoorbeeld met een eigen toegang, keuken, sanitaire voorzieningen en de mogelijkheid om zelfstandig te functioneren, kan deze voor de Wet WOZ en de gemeentelijke heffingen als een afzonderlijk object worden aangemerkt. In dat geval kunnen daarvoor afzonderlijke gemeentelijke heffingen worden opgelegd. Wanneer geen sprake is van een zelfstandige woonruimte, blijft de unit onderdeel van het hoofdperceel en wordt geen afzonderlijke aanslag opgelegd. De beoordeling vindt plaats op basis van de feitelijke inrichting en omstandigheden van het individuele geval. We bekijken nog de wenselijkheid en haalbaarheid van beter inzicht en daarmee ook betere grip op een juiste belastingheffing •
RIM 019 informeert de raad over uitbreiding met 2,5 miljoen ten behoeve van startersleningen. Er wordt gevraagd om dit op te nemen in ‘de begroting’, zonder een jaartal te vermelden. De begroting voor 2026 was al klaar, dus verwijst dit naar 2027, terwijl er wel vraag naar starterleningen is.
Vraag: kunt u aangeven wat het saldo liquide middelen ultimo 2025 was? Wat is de directe vrije ruimte? Vraag: bent u voornemens om, vooruitlopend op een nader vast te stellen begroting, de 2,5 miljoen in lopend boekjaar 2026 ter beschikking te stellen? Antwoord: Per 1-1-2026 hadden wij bij SVN nog een vrije ruimte van € 25.755,29. Voor de starterslening was er nog € 170.000 beschikbaar om bij te storten. Geeft een totaal van € 195.755,29. Er was daarom niet voldoende budget opgenomen in de begroting 2026 voor starterleningen. Om wel voldoende de ruimte te hebben om starters te kunnen helpen, is de extra storting van 2,5 miljoen opgenomen in de 1e bestuursrapportage (dus om de begroting 2026 bij te stellen). Hiermee is het geld op korte termijn beschikbaar om het budget van de startersleningen aan te vullen.
•
Bij de organisatie kosten staat dat in 2025 een extra budget van 220.000 was opgenomen voor ICT projecten. Aan het eind van het jaar is er een budget over van 287.000 op de post organisatiekosten.
Vraag: is het ICT project niet volledig uitgevoerd? En heeft dit gevolgen voor de digitale veiligheid van informatie? Antwoord: In de 2e bestuursrapportage 2025 is, op basis van de toen beschikbare inzichten, een bijstelling van de ICT-budgetten opgenomen. Deze bijstelling bedroeg in totaal € 220.000 en had betrekking op de geplande overgang van BYOD naar CYOD (€ 150.000) en de implementatie van Notubiz en uitfaseren Besluitstraat (€ 75.000). De overgang naar CYOD en vervanging van de telefooncentrale waren voorzien voor 2025, maar zijn door omstandigheden niet in dat jaar gerealiseerd. De hiervoor geraamde middelen zijn daardoor in 2025 niet tot besteding gekomen. Als gevolg hiervan resteert over het boekjaar 2025 een totaal positief resultaat (271V). Dit heeft geen gevolgen voor de digitale veiligheid van onze informatie.