Spreektekst Anita Minkema
Tekst van het document
Geachte voorzitter, leden van de raad, leden van het college van B&W en andere aanwezigen, Wij, de standplaatshouders Nieuwstraat/Makado, zouden deze inspraakmogelijkheid willen benutten om te reageren op het aangepaste standplaatsenbeleid waarvan het college van B&W ons per mail van 21 december jongstleden in kennis heeft gesteld. De laatste keer dat dit beleid inhoudelijk met de raad is besproken was op 27 november jongstleden tijdens een besloten werkbijeenkomst. In die bijeenkomst is het rapport gepresenteerd en besproken dat de stichting Marktbeheer op verzoek van het college had uitgebracht. Naast de raad waren voor deze bijeenkomst ook de standplaatshouders, enkele omwonenden en vertegenwoordigers van Makado en andere betrokken belangenorganisaties uitgenodigd. De bijeenkomst werd voorgezeten door burgemeester Van Kampen-Nouwen. Ter vergadering heeft onze advocaat, in aansluiting op een eerder aan het college gezonden brief, de aandacht gevraagd voor het feit dat het advies van de stichting Marktbeheer zonder noemenswaardig overleg met ons was vastgesteld. Bovendien was dat advies heel kort voor de bijeenkomst uitgebracht. Wij zagen daarom liever dat de bespreking van het advies werd uitgesteld totdat dit overleg had plaatsgevonden en ook andere deelnemers aan de bijeenkomst waren die mening toegedaan.
Op uitdrukkelijk en herhaald verzoek van de voorzitter, burgemeester Van Kampen-Nouwen, heeft die bespreking echter toch plaatsgevonden. Zij achtte de input en het advies van de deelnemers aan de bijeenkomst van groot belang om het nieuwe standplaatsenbeleid vast te kunnen stellen. Vervolgens zijn de deelnemers in zes groepjes opgesplitst om de standplaatsopties te bespreken die de stichting Marktbeheer had geïnventariseerd. Tot ieders verrassing behoorde hiertoe ook een optie – optie 2 – die overeenkwam met de ons in april 2021 toegezegde plek voor Makado en waarvan de stichting in het rapport had vastgesteld dat die wegens bebouwingsplannen niet mogelijk zou zijn. Gevraagd naar die plannen, antwoordde de voorzitter dat die in de eerstkomende jaren niet zouden worden uitgevoerd, zodat de plek voorshands beschikbaar was als standplaatslocatie. De bespreking in de groepjes leidde tot het nagenoeg unanieme advies van de groepjes om voor optie 2 te kiezen, de locatie voor Makado dus die ons in april 2021 al was toegezegd. De andere voorgestelde locaties werden allemaal ongeschikt bevonden voor het innemen van een standplaats.
Met uitzondering van de gemachtigde van de projectontwikkelaar, de heer Jourik Pos, vonden de deelnemers die locaties ongeschikt om als standplaatshouder je brood te kunnen verdienen (nog afgezien van verkeerskundige bezwaren zoals de onttrekking van parkeerplaatsen). De voorzitter bedankte de deelnemers voor hun duidelijke advies en verwachtte dat het college binnen vier weken het nieuwe standplaatsenbeleid zou kunnen vaststellen. De vraag van de heer Riteco, fractievoorzitter van GroenLinks, of de raad dat aangepaste beleid kon worden voorgelegd voordat het werd vastgesteld, beantwoordde de voorzitter ontkennend. Pas nadat het beleid was vastgesteld zou de raad zijn controlerende taak kunnen uitoefenen.
Vervolgens ontvingen wij vlak voor Kerst een mail met het aangepaste standplaatsenbeleid. Het goede nieuws was dat de ons in april 2021 toegezegde plek – optie 2 - alsnog als voorkeurslocatie was aangewezen. En dat drie van ons daar de eerstkomende vijf jaar voor het aantal dagen mogen staan waarop we nu ook al een standplaats innemen, te weten twee dagen per week. Maar het slechte nieuws was dat de twee collega’s op de visbakplaats dagen moeten inleveren: Peter Ploeger gaat terug van 2 dagen naar één dag en Kees Bond moet van de huidige drie dagen twee dagen inleveren. De overige dagen moeten Peter en Kees naar het winkelgebied aan de Langestraat, maar van die plek was in de werkbijeenkomst al vastgesteld dat die volledig ongeschikt is als standplaats. Dat was dus geen leuke kerstboodschap voor Peter en Kees. Het argument voor deze gedeeltelijke verplaatsing naar de Langestraat is dat daarmee deels tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van omwonenden die hebben geklaagd over geuroverlast. Maar in de werkbijeenkomst was nu juist vastgesteld dat van geurhinder in het geheel geen sprake is. De heer Jansen, fractievoorzitter van D66, herinnerde de voorzitter eraan dat het college de raad een onderzoeksrapport had toegezonden waarin te lezen was dat, als gevolg van verplaatsing en aanvullende geurbeperkende maatregelen van noemenswaardige geurhinder geen sprake meer was.
En dat het college het bezwaar van de klagende omwonende om die reden ongegrond had verklaard. Hierbij komt dan nog eens dat die omwonende, meneer Kramer, tijdens de werkbijeenkomst in zijn groepje heeft verklaard dat hij de nieuwe plek, die nog verder van zijn woning verwijderd is, een kans wil geven (wethouder Kruijer zat ook in het groepje waarin meneer Kramer dat desgevraagd door onze collega Yvonne Kruk heeft verklaard). En toen de adviezen van de groepjes plenair besproken werden, heb ik dat namens de standplaatshouders ook nadrukkelijk aangehaald. Wij begrijpen dan ook niet waarom twee van onze collega’s nu nog maar twee van de huidige vijf dagen voor Makado mogen blijven staan. Als de klagende omwonende het een kans wil geven, waarom het college dan niet? En hoeveel gewicht komt het bezwaar van die ene omwonende toe als een onderzoeksbureau heeft vastgesteld dat al op de huidige plek geen sprake is van noemenswaardige geurhinder? In het aangepaste beleid wordt ook nog opgemerkt dat vijf dagen aaneengesloten exploitatie van de visbakplaats te lang is. Maar naast ‘mogelijke geuroverlast’ wordt daarvoor geen argument genoemd. En gedurende de bijna 20 jaren dat beide collega’s afwisselend dezelfde visstandplaats exploiteren, heeft zich hier nooit een probleem voorgedaan (afgezien van de geuroverlast op de huidige tijdelijke plek die dus volledig is weggenomen).
Wel heeft de heer Pos er tijdens de werkbijeenkomst geen misverstand over laten bestaan dat vijf dagen, of welke aantal dagen dan ook, hem veel te lang is, maar hij beriep zich daarbij op concurrentieverhoudingen. En daarvan heeft de stichting Marktbeheer in haar rapport al terecht opgemerkt dat die bij de vaststelling van standplaatsenbeleid geen rol mogen spelen. Zoals gezegd heeft de burgemeester in de werkbijeenkomst op 27 november desgevraagd geantwoord dat de raad zijn controlerende taak na vaststelling van het standplaatsenbeleid ter hand kan nemen. Wij willen deze inspraakmogelijkheid benutten om de raad te vragen die bevoegdheid uit te oefenen. Wij hopen dat het college het standplaatsenbeleid eigener beweging zal willen herzien zodat ook Peter en Kees als weleer - en in april 2021 ook toegezegd - weer twee, resp. drie dagen per week voor Makado kunnen staan. Maar anders willen wij hierbij de raad vragen zich uit te spreken over dat beleid en zo nodig
2
democratische instrumenten in te zetten om zijn controlerende bevoegdheid in de eerstvolgende besluitvormende vergadering kracht bij te zetten. Een ander punt dat ook in de werkbijeenkomst ter sprake is genomen, is de vergunningsduur. In de eerste conceptversie van het standplaatsenbeleid was een duur van 10 jaar opgenomen. Onze advocaat heeft gewezen op een uitspraak van de Raad van State uit 2021 waaruit blijkt dat 10 jaar te kort is om (lopende) investeringen terug te kunnen verdienen. De gemeente die het betrof in die zaak – Nijmegen – gaat nu uit van 15 jaar voor zittende standplaatshouders. En er zijn zelfs gemeenten, zoals Hilversum, die uitgaan van 20 jaar. Bij het aangepaste standplaatsenbeleid zit een bijlage waarin drie opeenvolgende tijdvakken van vijf jaar elk worden onderscheiden - vijftien jaar in totaal dus – maar op andere plaatsen in de tekst van het beleid wordt – evenals in de eerste conceptversie – uitgegaan van twee keer vijf jaar, tien jaar in totaal dus. Wij zouden graag duidelijkheid hebben hoe wij het beleid op dit punt moeten lezen. Ik dank u voor uw aandacht en geef nu graag het woord aan Liselotte Bond, namens de visstandplaatshouders.
3