Rapport Onderzoek BenO participatie definitief
Tekst van het document
Burger – en overheidsparticipatie gemeente Schagen februari 2020
Samenvatting De wereld is in transitie en de veranderingen volgen elkaar in rap tempo op. Zo wil de rijksoverheid de ontwikkeling van de doe-democratie stimuleren en heeft de gemeente Schagen zowel in het coalitieakkoord als de organisatievisie ambities opgenomen over Burger- en Overheidsparticipatie. Het uitwisselen van wederzijdse kennis, waarbij de inwoners de ervaringsdeskundigen zijn voor hun eigen dorp, buurt of wijk kan leiden tot de beste invulling van een plan, project of buurtgerichte veranderingen. Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of de methodes en participatieniveaus zoals wij die thans hanteren om onze ambities te behalen wel de meest wenselijke zijn. Hiervoor hebben we de volgende hoofdvraag opgesteld:
Hoe kunnen we in de gemeente Schagen zorgen dat we in alles wat we doen de hoogst mogelijke mate van participatie toepassen die past bij de rol in de betreffende situatie? Om antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag hebben we interviews gehouden met inwoners, raadsleden, collegeleden, MT-leden en ambtenaren. Ook hebben inwoners van ons online inwonerspanel via een online enquête hun mening gegeven. Uit de interviews en de enquête blijkt, dat zowel de gemeente als inwoners graag willen participeren. Er is aandacht voor participatie, er zijn ideeën over, er zijn voorbeelden van; kortom het leeft. Een opvallende uitkomst, is dat verschillende geïnterviewde groepen elkaar ervaren als belemmerende factor op het gebied van participatie. Men wijst naar elkaar, terwijl participatie van iedereen is; ‘participatie begin bij jezelf’. En ook op andere onderdelen zijn deze geïnterviewde groepen het met elkaar eens. Bijvoorbeeld dat participatie tijd kost, het gemiddelde participatieniveau ligt tussen raadplegen en adviseren (wat laag is, gezien onze ambitie)en dat er weinig variatie in de manier van participeren te zien is. Dit kan duiden op handelen vanuit gewoonte in plaats van handelen vanuit de visie om te streven naar de hoogst haalbare mate van participatie. Er is bewustheid omtrent de participatieparadox (participatie door steeds dezelfde mondige, actieve inwoners).
Een andere opvallende uitkomst is dat er bij de geïnterviewde groepen geen concrete ideeën zijn voor het realiseren van de visie op participatie. Inwoners geven aan graag invloed te hebben op plannen en projecten van de gemeente. Vooral daar waar het de directe leefomgeving betreft. Meedoen en werken bij de uitvoering van plannen en projecten is niet populair onder de inwoners. Tijdgebrek en geringe verwachtingen zijn vanuit de inwoners de belangrijkste redenen om niet te participeren. De 8 aanbevelingen uit dit rapport zien o.a. op het volgende: 1. ‘Weet wie je voor je hebt.’ Actorenanalyse: • stakeholders en belangen • sleutelfiguren • sociale belangen • participatiebehoefte ophalen
2
2. ‘Weet wat er speelt.’ • Activiteitenkalender • Dorpsvisie 3. ‘Maak digitaal participeren mogelijk.’ Zorg ervoor dat er zowel voor burger- als overheidsparticipatie een geschikte, digitale manier is om te participeren’. 4. ‘Neem de tijd.’ Een participatietraject kost tijd en het vraagt andere competenties om het gesprek met de omgeving aan te gaan. Mogelijk ontstaan hier andere functies. 5. ‘Blijf waarderend onderzoeken.’ Er is sprake van een lage score op het contact met de gemeente inzake initiatieven. Verder onderzoek kan uitwijzen hoe we hierin kunnen verbeteren. 6. ‘Implementeer organisatievisie op participatie.’ Neem een jaar de tijd om met elkaar tot een gezamenlijk standpunt te komen over politieke besluitvorming in participatief licht. 7. ‘Experimenteer.’ Experimenteer met een pilot participatie op basis van de participatietrechter 8. ‘Aandacht voor specifieke groepen.’ Tijd en geld vrijmaken om in specifieke doelgroepen te investeren.
3
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING .............................................................................................................................................. 5 AANLEIDING ......................................................................................................................................................... 5 1.2 HOOFDVRAAG ....................................................................................................................................... 6 1.3 DEELVRAGEN ............................................................................................................................................. 6 1.3.1 Huidige situatie .............................................................................................................................. 6 1.3.2 Wenselijke situatie ........................................................................................................................ 6
2.
THEORIE EN PRAKTIJK ......................................................................................................................... 8 2.1 ORGANISATIEVISIE ...................................................................................................................................... 8 2.1.1 Definitie burgerparticipatie ....................................................................................................... 8 2.1.2 Definitie overheidsparticipatie.................................................................................................. 8 2.1.3 Ambitie burger- en overheidsparticipatie ............................................................................. 8 2.2 PRAKTIJK .................................................................................................................................................... 9
3.
ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................... 11 3.1 PROCEDURE ................................................................................................................................................. 11 3.2 INSTRUMENT.............................................................................................................................................. 11 3.3 RESPONDENTEN........................................................................................................................................ 11 3.3.1 Interviews ...................................................................................................................................... 11 3.3.2 Online enquête ........................................................................................................................... 11
4.
RESULTATEN ....................................................................................................................................... 11 4.1 INTERVIEWS............................................................................................................................................... 12 4.1.1 Resultaat interviews per groep ............................................................................................... 12 4.2 RESULTATEN ONLINE ENQUÊTE ................................................................................................................... 15 4.2.1 Participatie in Schagen ............................................................................................................ 15 4.2.2 Redenen om NIET te participeren ......................................................................................... 16 4.2.3 Bij welke projecten betrokken ................................................................................................ 16 4.2.4 Participatie ervaringen ............................................................................................................. 16 4.2.5 Benaderen van inwoners .........................................................................................................
18 4.2.6 Welke manier van samenwerken? ........................................................................................ 19 4.2.7 Wanneer en waar participeren? ........................................................................................... 19 4.2.8 Initiatieven van inwoners .......................................................................................................... 21 4.2.9 Benaderen van doelgroepen................................................................................................. 23
5.
CONCLUSIES & AANBEVELINGEN .................................................................................................. 25 5.1 5.2
CONCLUSIES ............................................................................................................................................ 25 AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................... 26
6. BIJLAGEN ........................................................................................................................................... 29 BIJLAGE 1 RAPPORTAGE ONLINE ENQUÊTE ....................................................................................... 30
4
1. Inleiding In dit hoofdstuk staat de aanleiding van ons onderzoek beschreven en de onderzoeksvragen. Aanleiding Begin 2016 heeft de gemeenteraad het programma B&O participatie vastgesteld. Hierin stonden de ambities voor B&O participatie, waaronder de ambitie om B&O participatie vanuit de gemeente te stimuleren. In 2018 hebben we op dit programma teruggeblikt in het rapport ‘Stappen gemaakt in Burger – en overheidsparticipatie’. In het meerjarenuitvoeringsprogramma 2019-2022 staan de volgende ambities voor B&O participatie: • Inwoners zijn actief betrokken bij de vormgeving van hun leefomgeving en betrokken bij alle belangrijke beslissingen. Dit doen we door: o
De inzet van gebiedscoördinatoren
o
Het samen met inwoners bedenken en uitvoeren van belangrijke projecten in een dorp of wijk
o
Een bezoek van het college aan elk dorp en elke wijk tweemaal, in deze periode
o
Inwonersinitiatieven mogelijk te maken
Vervolgens is in het coalitieakkoord 2018 - 2022 aandacht besteed aan Burger en overheidsparticipatie. Een aantal ambities vanuit het coalitieakkoord inzake B&O participatie zijn: •
Het gemeentebestuur is benaderbaar, open, eerlijk en transparant.
•
Samen met inwoners bedenken en uitvoeren van belangrijke projecten in een dorp of wijk, het liefst in een project- of klankbordgroep.
•
Brainstormsessies met inwoners inzetten voor prioritering van gemeentelijk beleid.
•
Het voltallige college bezoekt in deze periode elk dorp en elke wijk tweemaal.
•
Inwonerparticipatie verder optimaliseren door instrumenten wijkbudgetten, dorpscontactpersoon en gebiedscoördinatoren.
•
Dorpsraden en wijkpanels ontvangen een eigen budget van twee euro per inwoner per jaar.
als
dorps-of
Sinds januari 2019 is een team gebiedscoördinatoren aangesteld en heeft het MT de organisatievisie vastgesteld. De ambitie vanuit deze visie voor participatie is ‘Alles wat wij doen, doen wij participatief. Hierbij streven wij steeds naar de hoogst mogelijke mate van participatie die onze rol toestaat (situationeel)’. Naast deze bestuurlijke en organisatorische ambities, zijn er ook maatschappelijke ontwikkelingen van B&O participatie. Actieve inwoners willen niet dat de overheid alles voor hen oplost met een standaardoplossing. Ze willen maatwerk en een overheid die met hen meedenkt. Zo ontstaat een nieuwe samenwerking tussen inwoners en overheid. Met nieuwe verhoudingen en werkwijzen tussen inwoners en overheid. Dit heet ook wel een doedemocratie. De Rijksoverheid wil de ontwikkeling van de doe-democratie stimuleren en ondersteunen1. 1
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/burgerschap/burgerparticipatie 5
Alle bovenstaande ontwikkelingen hebben er toe geleid dat de portefeuillehouder ‘B&O Participatie’, Joke Kruit, opdracht heeft gegeven voor onderliggend onderzoek. In dit onderzoek hebben we gekeken of de methoden en de participatieniveaus die we op dit moment gebruiken de meest optimale zijn om onze ambities te behalen. Het MT heeft vervolgens de volgende hoofd – en deelvragen vastgesteld. 1.2 Hoofdvraag Hoe kunnen we in de gemeente Schagen zorgen dat we in alles wat we doen de hoogst mogelijke mate van participatie toepassen die past bij de rol in de betreffende situatie? 1.3 Deelvragen De deelvragen betreffen de huidige situatie en de gewenste situatie op gebied van B&O participatie. Deze vragen geven inzicht in het huidige beeld en de gewenste verwachting van zowel inwoners, medewerkers, college als raad. 1.3.1 Huidige situatie 1. Op welke manier voelen de inwoners van de gemeente Schagen zich betrokken bij de werkzaamheden en plannen van de gemeente Schagen? 2. Zijn de inwoners tevreden met de huidige mate van participatie in de gemeente Schagen? 3. Op welke manier betrekken het college en de raad van de gemeente Schagen de inwoners bij hun werkzaamheden en plannen? 4. Op welke trede van de participatieladder zitten we volgens het college en de raad op dit moment? 5.
Op welke manier betrekken de medewerkers van de gemeente Schagen de inwoners bij hun werkzaamheden en plannen? Wat zijn op dit moment de ‘best practices’? 6. Op welke trede van de participatieladder zitten de medewerkers op dit moment tijdens hun werkzaamheden in het algemeen? Op welke manier bepalen zij op dit moment het participatieniveau? Let op: er is gekeken naar verschillende werkzaamheden en rollen. 1.3.2 Wenselijke situatie 1. Hoe zou volgens de inwoners van de gemeente Schagen bij de verschillende werkzaamheden de hoogst mogelijke vorm van participatie kunnen worden behaald en wat hebben zij daarvoor nodig? 2. Hoe zou volgens de raad en het college van de gemeente Schagen bij de verschillende werkzaamheden de hoogst mogelijke vorm van participatie kunnen worden behaald? 3. Wat is per rol of project de hoogst mogelijke vorm van participatie? 4. Wat hebben de medewerkers van de gemeente Schagen nodig om in hun functie de meest hoogst haalbare vorm van participatie toe te kunnen passen? Zijn er naast de huidige handreikingen, zoals de toolkit (hulpmiddelen/werkset) of ‘best practices’ (goede voorbeelden), andere behoeften? 5. Hoe moeten we volgens de inwoners, raad en college en medewerkers van de gemeente Schagen om gaan met de ‘participatieparadox’2? Hoe zorgen we ervoor 2 Definitie: veel inwoners participeren weinig en weinig inwoners participeren veel.
6
dat we iedere inwoner het beste kunnen bereiken zodat we niet alleen de meest actieve en betrokken inwoners laten participeren?
7
2. Theorie en praktijk Binnen onze gemeente is de ontwikkeling van B&O participatie in volle gang. We experimenteren bijvoorbeeld met verschillende vormen van participatie om zo te leren van wat goed en minder goed werkt. Overigens gebeurt dit niet alleen bij onze gemeente; deze ontwikkeling zien we door het hele land. In dit hoofdstuk staat welke ontwikkeling we als organisatie in dit kader al hebben doorgemaakt en nog steeds doormaken, in theorie en praktijk. 2.1 Organisatievisie Het MT heeft een organisatievisie3 ontwikkeld. In deze visie is participatie één van de vier pijlers die bijdraagt aan onze missie: alles wat we doen en laten draagt bij aan het geluk van onze inwoners en ondernemers. In deze organisatievisie staat beschreven dat alles wat we binnen de gemeente Schagen doen, participatief wordt gedaan. Hierbij streven we naar de hoogst mogelijke mate van participatie die onze rol toestaat. De overtuiging hierbij is, dat wanneer inwoners en gemeente samenwerken, dit bijdraagt aan het geluk van inwoners en ondernemers. In de visie maken we onderscheid tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Onderstaand de definities en ambitie vanuit de organisatievisie. 2.1.1 Definitie burgerparticipatie Wij spreken van burgerparticipatie als wij inwoners betrekken bij initiatieven van onze kant: beleid dat wij als gemeente ontwikkelen en projecten die wij initiëren.
We streven naar de hoogst mogelijke mate van participatie, afhankelijk van onze rol. Zo kunnen we in onze rol van beleidsmaker of projectleider een hogere mate van participatie toepassen dan bijvoorbeeld in onze rol van handhaver. 2.1.2 Definitie overheidsparticipatie Wij spreken van overheidsparticipatie wanneer wij als gemeente aansluiten bij initiatieven van inwoners of ondernemers, zonder de regie over te nemen. Wij stellen ons hierbij als gemeente stimulerend en faciliterend op. Dat betekent dat we de initiatiefnemers te allen tijde in regie laten. Onze inspanningen zijn er vooral op gericht om de autonomie van de inwoners te versterken en obstakels van overheidswege uit de weg te nemen. Andere vormen van faciliteren passen we alleen toe op verzoek van de initiatiefnemers. Dat gebeurt wanneer zij het echt niet met elkaar redden en ondersteuning van ons vragen. 2.1.3 Ambitie burger- en overheidsparticipatie Alles wat wij doen, doen wij participatief. Hierbij streven wij steeds naar de hoogst mogelijke mate van participatie die onze rol toestaat (situationeel).
3 http://visievanschagennl.hosting-cluster.nl/
8
2.2 Praktijk
Figuur 1 Participatieladder
In de praktijk gebruiken we op dit moment de participatieladder. Deze doet echter geen recht aan de complexe en diverse maatschappelijke opgaven die er zijn. De ladder wekt onbedoeld de indruk dat je per project of proces één dominant participatieniveau kunt kiezen als bestuursstijl. Deze benadering kan bij bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verkeerde verwachtingen scheppen en daardoor zorgen voor onvrede over het proces. Daarnaast kan de ladder leiden tot minder ruimte voor ideeën vanuit de samenleving, doordat vooraf is bedacht welke ruimte een doelgroep kan hebben.
9
Figuur 2 Participatietrechter
Inmiddels zijn er nieuwe inzichten en hebben studenten Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam via individuele gesprekken met bewoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en ambtenaren, aangevuld door creatieve sessies een alternatief op de participatieladder ontwikkeld; de participatietrechter. Dit is een iteratief procesmodel waarmee initiatiefnemers de participatie kunnen organiseren van eerste idee, via een gedeelde ambitie en verschillende plannen, tot uiteindelijk een zichtbaar resultaat. De aanpak maakt gebruik van actuele inzichten rond onder meer appreciative inquiry (het stellen van de juiste vragen - die energie en nieuwe ideeën genereren), design thinking(Unieke waarde creëren. Die waarde zit niet zozeer in de technologie, in het product of dienst, maar vooral in de ervaring van de klant/gebruiker) en deep democracy (een methode waarin zowel de stem van de meerderheid als van de minderheid mee wordt genomen in besluitvorming. In plaats van 'de meeste stemmen gelden', 'alle stemmen gelden'). Het model helpt om in een proces de juiste stappen te zetten, met elkaar een goede balans te vinden tussen richting geven en ruimte bieden, en op het juiste moment de juiste vragen met elkaar te bespreken.
10
3. Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk beschrijven we de procedure, de instrumenten waarmee we het onderzoek hebben uitgevoerd en de respondenten.
3.1 Procedure Rond maart 2019 is het team gebiedscoördinatie begonnen aan onderliggend onderzoek. Gaandeweg het onderzoek concludeerden we dat er te weinig inwoners hadden deelgenomen aan het onderzoek om als representatief te kunnen worden gezien. Immers, dit is de groep waar we het uiteindelijk allemaal voor doen: de inwoners. Gebruik maken van ons online inwonerspanel leek de meest efficiënte en effectieve manier om veel inwoners te bereiken. Medio oktober 2019 hebben we de deelnemers van het inwonerspanel gevraagd mee te doen aan een online enquête over participatie. De uitkomsten van deze enquête hebben we gebruikt voor dit onderzoek en verwerkt in de conclusies en aanbevelingen.
3.2 Instrument We hebben interviews gehouden onder inwoners, raadsleden, collegeleden, leden van het managementteam (MT-leden) en medewerkers. In deze interviews hebben we onder andere gevraagd naar de huidige situatie en de wenselijke situatie voor participatie. Vervolgens heeft I&O Research – de beheerder van ons online inwonerspanel - aanvullend op deze interviews een peiling onder het inwonerspanel uitgevoerd in de vorm van een online enquête. De vragen van de online enquête waren zowel open als gesloten. De panelleden zijn via e-mail uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen.
3.3 Respondenten Hieronder volgt een kort overzicht van de respondenten van het onderzoek, zowel van de interviews als van de online enquête. 3.3.1 Interviews Zoals aangegeven zijn de interviews gehouden binnen de gemeentelijke organisatie, het bestuur, de politiek en buiten de gemeentelijke organisatie. Hieronder kort het aantal geïnterviewde personen per groep. Inwoners: 4 Raadsleden: 4 Collegeleden: 5 MT – leden: 7 Teamleiders: 3 Ambtenaren: 23 3.3.2 Online enquête Alle 2.900 leden van het online inwonerspanel (allen inwoners van de gemeente Schagen) zijn per mail uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen en deel te nemen aan het onderzoek. Van de 2.900 leden namen uiteindelijk 1.266 leden deel aan het onderzoek. Dit is een respons van 44 procent en is hiermee ruim voldoende en representatief.
4. Resultaten
11
In dit hoofdstuk komen de resultaten van de interviews en de online enquête aan bod. Waar mogelijk geven we de verschillen tussen groepen aan. We maken hierbij onderscheid tussen de resultaten van de interviews en de resultaten van de online enquête. 4.1 Interviews
Aan iedere groep hebben we de volgende vragen gesteld: 1. Op welke trede van de participatieladder zit de gemeente Schagen volgens jou/jullie op dit moment (in het algemeen)? Op welke manier bepaal je/bepalen jullie het participatieniveau? 2. Hoe moeten we om gaan met de ‘participatieparadox’? Hoe zorgen we ervoor dat we iedere inwoner het beste kunnen bereiken zodat we niet alleen de meest actieve en betrokken inwoners laten participeren? 3. Wat kunnen jullie vanuit jullie rol doen om bij te dragen aan de visie op participatie? 4. Wat heb je/hebben jullie nodig om in je/jullie rol/functie de hoogst haalbare vorm van participatie toe te kunnen passen? 4.1.1 Resultaat interviews per groep De samenvatting van de antwoorden per geïnterviewde groep: Inwoners/dorpsraadsleden • Gemiddelde niveau van participatie is raadplegen; • Contact met de gemeente verloopt uitstekend: snel, korte lijnen en afspraken worden nagekomen; • Er is behoefte aan beeldvorming en onderbouwing van keuzes vooraf, tijdens en achteraf gedurende een participatietraject; • De kennis van de gemeente is van waarde in participatietrajecten.
Het advies is om participatie samen aan te pakken en je als gemeente niet volledig terug te trekken; • Er is onder deze inwoners geen zorgen over de participatieparadox (participatie door steeds dezelfde mondige, actieve inwoners): de dorpsraad zorgt ervoor dat de juiste mensen betrokken worden. Gemeenteraad • De raad zit op dit moment tussen informeren en raadplegen in. Op dit moment is de raad zelf niet actief bezig met participatie, al komen ze wel vaak met inwoners in contact tijdens dorpsraden, bedrijfsbezoeken etc; • De raad is geneigd om snel beren op de weg te zien, en vindt eigenlijk dat ze vaker zou moeten besluiten om dingen te laten gebeuren; • Wanneer is gekozen voor een mate van participatie, moet niet halverwege het traject gekozen worden voor een lagere mate van participatie; • De raad wenst dat ieder participatietraject maatwerk is, maar zou wel graag eerst zelf de kaders willen bepalen; • De raad heeft behoefte om vaker onderwerpen en plannen voorgelegd te krijgen in plaats dat dit via de wethouder of dorpsraad loopt; • Om de participatieparadox te voorkomen moeten inwoners goed geïnformeerd worden om in beweging te komen. De gemeente moet zich er wel bewust van zijn dat niet iedere inwoner daar ook behoefte aan heeft; • De dorpsraden zijn een belangengroep, niet iedere inwoner voelt zich door hen vertegenwoordigd. College van burgemeester en wethouders 12
• •
•
•
•
•
• •
Het college heeft op dit moment geen rol in het bepalen van het niveau van participatie; Het college wil een voortrekkersrol gaan vervullen om de gewenste manier van werken te stimuleren door net als de gebiedscoördinatoren en projectleiders te weten wat er leeft bij alle vraagstukken. Hiervoor is het nodig dat zij actief informatie krijgen vanuit de organisatie; De organisatie moet leren denken vanuit de bottom-up benadering. Medewerkers moeten het vertrouwen krijgen dat zij bepaalde zaken los kunnen laten. Het MT dient hier bewust mee aan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat participatie meer in de genen komt van de medewerkers; Participatie tot een succes maken kost tijd. Het niveau van participatie wordt mede bepaald door de tijd die wij ervoor vrijmaken en het succes van eerdere participatietrajecten; Het is bij participatie van belang dat er vooraf goed nagedacht wordt over de mate en de vorm. Inwoners dienen vanaf het begin meegenomen te worden in wat de gemeente van hen verwacht en wat de mogelijkheden zijn; Om alle inwoners bewust te maken van de mogelijkheid om te participeren is communicatie erg belangrijk. Enquêtes als instrument werken niet. De gemeente moet juist met de inwoners in gesprek gaan.
Dit gesprek kan ook gevoerd worden door de gebiedscoördinatoren en de wijkteamconsulenten; Ken als ambtenaar het dorp: weet wat er speelt en wie je kunt benaderen; In een participatietraject is het belangrijk dat alle kennis aanwezig is en dat zoveel mogelijk mensen op hetzelfde kennisniveau zitten.
Managementteam • Op dit moment zit de organisatie gemiddeld op informeren, raadplegen en adviseren. De hogere niveaus komen incidenteel voor. We doen het dus eigenlijk al behoorlijk goed. Hier zou meer bekendheid over moeten komen. • Op dit moment is het heel verschillend hoe een niveau van participatie bepaald wordt. Het is net aan wie je het vraagt en op basis van ervaring wordt nu meestal een keuze gemaakt. • Voordat een participatietraject wordt opgestart dient er een stakeholdersanalyse te worden gedaan. • Participatie is een kwestie van tijd en geld. Het MT heeft het gevoel dat het college hierin soms een vertragende factor is. • Het MT ziet in dat zij een belangrijke rol hebben in het uitdragen van de visie en overtuiging dat participatie toegevoegde waarde heeft. Zij willen de medewerkers hier ook meer bewust van maken en zien dit als een cultuurverandering, zowel intern als extern. • Het MT ziet de schotten binnen de organisatie als beperkend. Er kan meer samengewerkt worden. Dat betekent dat de medewerkers vaardigheden nodig hebben hoe een participatietraject aangepakt dient te worden. • Het is wenselijk als er ambassadeurs binnen de afdeling worden aangewezen om hiermee aan de slag te gaan. Daarnaast kunnen ervaringen en successen meer gedeeld worden, processen geëvalueerd en er kan geleerd worden van andere gemeenten.
• Om alle inwoners te bereiken moeten we af van de standaardroute. Er zou breder gekeken kunnen worden dan enkel de dorpsraden.
13
• •
Het is belangrijk om rekening te houden met de tijden die uitkomen voor de inwoners en om dezelfde taal als hen te spreken; Steek vooral geen energie in inwoners die niet willen participeren.
Medewerkers • Op dit moment wordt er al hard gewerkt om participatie vorm te geven. De mate van participatie wordt bepaald op basis van gewoonte, dit is vaak raadplegen; • De bewustwording en de wil van de medewerkers dat we hoger op de ladder willen komen wordt steeds groter, maar angst en gewoonte houden dit tegen; • De politiek wil vaak snelheid, maar participatie kost tijd, dus dit botst vaak. Misschien is de raad wel de grootste rem op participatie, aangezien veel van tevoren wordt dichtgetimmerd; • De medewerkers, het college en de raad zouden moeten worden gestimuleerd om een andere vorm van participatie te kiezen. Er is kennis en durf nodig om dit te doen. Niet alleen de inwoners hebben hierbij ondersteuning nodig bij het toepassen van participatie, maar ook de medewerkers. Kennis moet worden verbreed en gestimuleerd aangezien participatie andere competenties verlangt van medewerkers. De medewerkers willen het gevoel van vertrouwen krijgen van de bestuurders, opdrachtgever en de leidinggevende tijdens het aanleren en toepassen van deze nieuwe werkwijze.
4.1.2
Opvallende overeenkomsten
Hieronder volgen een aantal opvallende overeenkomsten tussen de geïnterviewde groepen. Overeenkomsten • Over het algemeen zijn de geïnterviewde groepen het er over eens dat participatie tijd en geld kost. • Het gemiddelde participatieniveau zit tussen raadplegen en advies vragen in. • Vooraf wordt over het algemeen niet bewust nagedacht over het gewenste participatieniveau. De mate van participatie is sterk afhankelijk van de situatie. • Bestuur en organisatie zijn zich bewust van de participatieparadox en spelen hier goed op in, bv. door andere vormen van participatie te kiezen en te accepteren dat er ook mensen zijn die niet willen participeren. Een goed voorbeeld van het anders doen, om meer en andere inwoners te bereiken, is de week van de Omgevingsvisie (jan 2020). De gemeente gaat hierbij actief naar de inwoners toe, waar ze bezig zijn met hun dagelijkse bezigheden. Denk aan scholen, supermarkten, markten, winkelcentra etc. • De vraag wat er nodig is om de visie op participatie te realiseren levert (nog) niet veel concrete ideeën op. • Verschillende geïnterviewde groepen ervaren elkaar als belemmerende factor daar waar het participatie betreft. Men wijst naar elkaar, terwijl participatie van iedereen is; ‘participatie begin bij jezelf’.
14
4.2 Resultaten online enquête In deze paragraaf staan de belangrijkste uitkomsten van de online enquête die is uitgezet onder ons online inwonerspanel. Het onderzoek, uitgevoerd door I&O research in opdracht van de gemeente Schagen, bestaat uit de volgende onderdelen: • Participatie in Schagen • Redenen om NIET te participeren • Betrekken bij projecten • Participatie ervaringen • Benaderen van inwoners • Welke manier van samenwerken? • Wanneer en waar participeren? • Initiatieven van inwoners • Benaderen van doelgroepen Per onderdeel zullen hieronder de resultaten uiteengezet worden4. 4.2.1 Participatie in Schagen Vrijwel alle inwoners vinden het belangrijk om invloed te hebben op de plannen of projecten van de gemeente. Slechts 1 procent zegt het onbelangrijk te vinden om invloed te hebben. In totaal vindt 86 procent van de inwoners het belangrijk of heel belangrijk om invloed uit te kunnen oefenen. Inwoners van 60 jaar of ouder geven vaker aan het belangrijk of zeer
Figuur 3 Belang van participatie
belangrijk te vinden om te kunnen participeren. Tussen de kernen zijn er geen verschillen. Genoemde redenen om met de gemeente mee te praten of denken zijn: • Om de gemeente op de hoogte te houden van wat er leeft bij inwoners: “Hierdoor krijgt de gemeente een beter beeld van de inwoners en hun behoeften.” “Het gaat dan vooral over zaken die ons dorp betreffen. Ik vind het belangrijk dat de
4 Volledige rapportage Bijlage 1
15
mening van de buurtbewoners gehoord wordt en medebepalend is voor beslissingen die het college van B&W en de raadsleden nemen.” • Om kennis te delen: “Omdat je als inwoner anders in zaken staat of dingen ziet die door de gemeentemedewerkers, zeker degene die niet hier vandaan komen, niet zo ervaren worden.” “Vanwege het praktische inzicht wat vele bewoners hebben.” • Uit betrokkenheid: “Om samen een goede, veilige leefomgeving te creëren.” “Zodat ik weet wat er met onze woonomgeving gebeurt.” 4.2.2 Redenen om NIET te participeren Tijdgebrek en geringe verwachtingen zijn de meest genoemde redenen. Ongeveer een kwart van de respondenten gaf aan niet mee te willen praten of denken over plannen of projecten van de gemeente. Een derde zegt geen tijd te hebben om te participeren en ruim een kwart zegt dat meedenken of meepraten geen zin heeft, omdat er toch niets mee wordt bereikt. Welke redenen genoemd worden, verschilt per leeftijd. Inwoners tot 44 jaar zeggen vaker geen tijd te hebben: 51 procent van hen noemt dit, ten opzichte van 27 procent van inwoners die 44 jaar of ouder zijn. Inwoners tot en met 29 jaar zeggen ook vaak hier geen interesse in te hebben (48%). Inwoners vanaf 44 jaar zeggen naar verhouding vaak dat het te ingewikkeld of moeilijk is (13%) of noemen een andere reden (32%).
4.2.3 Bij welke projecten betrokken Inwoners zijn vooral betrokken geweest bij herinrichting van de straat of buurt. Ruim een kwart zegt de afgelopen twee jaar wel eens betrokken te zijn geweest bij plannen of projecten van de gemeente. Projecten die te maken hebben met groenonderhoud of woningbouw wordt door 20% genoemd. Het maken van beleid is het meest abstracte en wordt door het kleinste aandeel inwoners genoemd. Een derde noemt andere onderwerpen, zoals de aanleg van glasvezel, het plaatsen van bloembakken of snelheidsbeperkers of de inrichting van een speeltuin. Vrijwel al deze genoemde onderwerpen hadden te maken met de openbare ruimte of met (verkeers)veiligheid. 4.2.4 Participatie ervaringen Naast de inhoud van de participatieprojecten is het proces van belang. Inwoners zijn redelijk positief over zowel het moment waarop ze door de gemeente betrokken werden als over de duidelijkheid van hun rol. Ongeveer de helft is het eens met de stellingen en een minderheid (respectievelijk 17% en 27%) is het ermee oneens. Inwoners buiten de kern Schagen zijn minder positief over de duidelijkheid van wat er van hen verwacht werd (43% eens) dan inwoners in Schagen (52% eens). Over hun invloed op het project zijn inwoners per saldo minder positief. Ongeveer vier op de tien zegt onvoldoende invloed te hebben gehad.
16
Figuur 4 Invloed op projecten
Positieve ervaringen Inwoners is gevraagd om voorbeelden te noemen van participatie waarover zij tevreden en ontevreden waren. Kunt u een voorbeeld noemen van een plan van de gemeente waarbij u betrokken was, en waarbij u tevreden was over de manier waarop u betrokken werd? Wat deed de gemeente in dit geval goed? • De herinrichting van centrum Waldervaart wordt vaak genoemd als goed voorbeeld: “Herinrichting park Waldervaart.” “Informatieavonden voor inwoners Waldervaart over de herindeling rond het winkelcentrum en de scholen.” “Bij de renovatie van winkelcentrum Waldervaart zijn de bewoners uitgenodigd en konden erbij betrokken worden.” • Enkele projecten m.b.t. verkeer: “Herinrichting doorvoer weg in Schagen en de aanleg van extra haaientanden.” “Aanleg drempel Sint Maartensweg. Gehele ontwerp was al besloten voor inspraakavond. Na ingrijpen wethouder zijn er rapporten van de aanliggende woningen gemaakt om eventuele trilling - schade later te kunnen bepalen.” • De ruimte voor terugkoppeling die de gemeente bood: “Mijn bezwaren die ik schriftelijk had ingediend mocht ik komen toelichten. Een drietal ambtenaren legden uit waarom dit zo was ontworpen.” “Ik kon mijn verhaal doen naar de provincie en gemeente.” “De gemeente heeft mij ruimte gegeven om mijn mening op tafel te leggen”.
Minder positieve ervaringen Inwoners noemen bij voorbeelden waarover ze niet tevreden zijn vooral dat de uitkomst al vast leek te staan, of dat er niets met hun inbreng leek te gebeuren:
17
“De wethouder had al duidelijk een koers bepaald en stond niet heel erg open om de plannen vanuit de klankbordgroep daarin mee te wegen.” “De gemeente trekt toch zijn eigen plan, bewoners worden wel gehoord, maar daar wordt weinig mee gedaan.” “Herinrichting bestrating van de gemeente Petten. Ik heb niet het gevoel dat er doordacht is gehandeld, en dat er veel al vast stond in de plannen.” “Herinrichting locatie Kievitlaan met scholen en appartementen. Inspraak bewoners 'nul' . Bijeenkomst een wassen neus.” “Het fietspad van Sint Maarten naar Warmenhuizen en de grastegels langs de Breelandsweg. In beide gevallen is er veel gepraat. Maar er is weinig van terecht gekomen.”
Figuur 5 Manieren van benadering
4.2.5 Benaderen van inwoners De brief is het populairste communicatiemiddel voor participatie. De meeste inwoners (58%) willen via een brief geïnformeerd worden dat ze mee kunnen doen. Daarna wordt de lokale krant door 43 procent van de inwoners genoemd. Inwoners ouder dan 60 jaar vinden de lokale krant een geschikt middel hiervoor: 51 procent van hen noemt de lokale krant. Inwoners tot 44 jaar zien daarentegen wel wat in Facebook: 44 procent van hen ziet Facebook als geschikt middel. Hoe te achterhalen wat inwoners vinden? Driekwart van de inwoners noemt een online enquête als een goede manier om te weten te komen wat de mening van inwoners over een bepaalde kwestie is. Al is deze optie waarschijnlijk extra populair omdat het onderzoek zelf via een online enquête is uitgevraagd. Directe manieren om de mening van inwoners op te halen, zoals een bijeenkomst of een werk-/ wijkbezoek, worden veel genoemd, door zowel jongere als oudere inwoners.
18
4.2.6 Welke manier van samenwerken? Bij de herinrichting van hun straat of buurt willen inwoners graag een actieve rol spelen: de helft van de inwoners zou graag meebeslissen over keuzes die betrekking hebben op hun straat of buurt. Bij andere onderwerpen, zoals groenonderhoud, woningbouw of het maken van beleid, is het aandeel van de inwoners dat mee wil beslissen ongeveer even groot als het aandeel van de inwoners dat informatie wil ontvangen en luisteren naar de plannen. Het meewerken aan de uitvoering wordt bij alle soorten plannen weinig genoemd. Bij het maken van beleid is het aandeel van de mensen dat hierover niet betrokken wil worden of geen mening heeft naar verhouding groot. Figuur 6 Manieren van samenwerken
4.2.7 Wanneer en waar participeren? Naast de eerder genoemde onderwerpen, zoals herinrichting van mijn straat/buurt, groenonderhoud, woningbouw en het maken van beleid, hebben inwoners ook ideeën over andere onderwerpen waarover zij willen meepraten of meedenken. De meest voorkomende thema’s zijn hieronder weergegeven:
19
Overlast: • “Aanpakken van mensen die hun hondenpoep niet opruimen.” Verkeer: • “De enorme hoeveelheid busjes en aanhangwagens welke dagelijks geparkeerd worden in de wijk. De verkeers(on)veiligheid op de Rijksweg t.h.v. de bebouwde kom Sint Maartensvlotbrug en daarbij ook de kruising Vlotbrug/Rijksweg N9/Zeeweg.” • “Handhaving van de snelheid in de 30 km zones.” • “Snelheid verkeer in de nieuwbouwwijk(en) en hieraan gekoppelde verkeersveiligheid (voor bv fietsers).” Toerisme: • “De balans tussen bewoners en vakantiegangers in Callantsoog.” • “De toename van toerisme in Callantsoog.” Huisvesting: • “Betaalbare woningen voor starters en ouderen die kleiner willen gaan wonen.” • “Ouderenwoningen.” • “Woningbouw, Tiny house lijkt mij een onderwerp dat je in een gemeente zoals Schagen niet kan negeren.” Duurzaamheid: • “Duurzaamheidsmaatregelen.” • “Duurzame energievoorziening” • “Energie besparing op de openbare verlichting.” • “Energietransitie. Na het vaststellen van de notitie(s) gebeurt er concreet.....? Beleid omzetten in daden!!” Gemeentebeleid: • “De begroting / uitgaven van gemeente.” • “Beleid, bv ten aanzien van sportfinanciering.” Daarnaast zijn er mogelijk plannen of projecten van de gemeente waarbij inwoners NIET geïnformeerd of betrokken hoeven worden. Respondenten is gevraagd of ze hier voorbeelden van konden noemen.
Hierbij werden over het algemeen geen concrete onderwerpen genoemd (bijvoorbeeld: groenvoorziening of verkeersveiligheid) maar meer algemene opmerkingen geplaatst: De gemeente als organisatie: • “De begroting en financiële kwesties.” • “Begroting en bedrijfsvoering van de gemeente.” • “Het beleid binnen het gemeentehuis m.b.t. de medewerkers die daar werkzaam zijn.” Het informeren van inwoners: • “De gemeente is er voor de inwoners. Betrokkenen moeten altijd geïnformeerd worden.” • “De bewoners moeten altijd info krijgen.”
20
•
•
“De inwoners moeten bij alle plannen betrokken worden. Wij zien jullie niet in de wijken lopen of fietsen dus de inwoners kunnen jullie veel informatie geven. Dit kan de gemeente een hoop geld besparen aan foute uitgaven.” “Inwoners horen altijd betrokken en geïnformeerd te worden.”
Wanneer het om projecten gaat die niet in de directe omgeving plaatsvinden: • “Als het niet over het eigen buurtje gaat.” • “Als het een ander dorp betreft”. Inwoners alleen betrekken of informeren bij onderwerpen waarmee zij direct te maken hebben. In andere gevallen heeft de politiek het primaat: • “Alles waarmee je niet direct wordt geconfronteerd, alleen dus ‘imby’ (in my backyard) We hebben de raad het vertrouwen gegeven en als ze dat niet waard blijken te zijn, dan kunnen we dat een keer in de vier jaar afstraffen.” • “Het beleid moet blijvend bepaald worden door de politiek die door ons als inwoner gekozen is om de juiste koers op te gaan binnen de regels van de overheid.” 4.2.8 Initiatieven van inwoners Een kwart van de inwoners heeft in de afgelopen twee jaar wel eens een plan voor de omgeving onder de aandacht van de gemeente gebracht.
Initiatieven die inwoners aandroegen waren bijvoorbeeld: • “Wonen met een Ztje, de ontwikkeling van een nieuw woonconcept gericht op een inclusieve manier van wonen.” • “Bloemenranden op pachtgrond gemeente.” • “Subsidie voor de bouw van een museum bij Molen De Hoop in 't Zand.” • “Verkeers-geluidsoverlast in Sint Maarten, het verfraaien en veiliger maken van straten.” • “Groen voor de deur van nieuwbouwwoningen vragen aan te laten pakken door ontwikkelaar.” Veel initiatieven die genoemd worden hebben te maken met de inrichting van de eigen buurt. Dit is het onderwerp waarop inwoners ook het meest aangaven actief betrokken te willen zijn. Het contact dat inwoners met de gemeente hadden over het initiatief wordt niet heel positief beoordeeld: inwoners geven het contact een 5,6 gemiddeld, 41 procent geeft het contact een onvoldoende. Inwoners tot 44 jaar geven het contact gemiddeld een 4,9, inwoners vanaf 44 jaar geven het contact een 5,9. Dit zijn lagere cijfers dan de cijfers uit ‘Waar staat je gemeente’. In de deze laatste is de volgende vraag gesteld: ‘Hoe waardeert u de communicatie en voorlichting vanuit de gemeente?’ Het contact met de gemeente werd hier gewaardeerd op een 6,7.
21
Figuur 7 Rol van de gemeente
De rol van de gemeente Het merendeel van de inwoners ziet een ondersteunende rol voor gemeente. Bijvoorbeeld bij de wens om een speelplek in de buurt opnieuw in te richten. Het merendeel van de inwoners vindt dat de gemeente een ondersteunende of faciliterende rol moet innemen bij een dergelijk plan. Een kleiner deel van de inwoners ziet de gemeente als meebeslisser of adviseur. Verder zien we verschillen naar leeftijd: inwoners ouder dan 60 zien de gemeente relatief vaak als adviseur (15%), inwoners tot 44 jaar zien de gemeente relatief vaak als meebeslisser (27%). Inwoners konden toelichten waarom ze vinden dat de gemeente een bepaalde rol in moet nemen. Een selectie van de antwoorden is hieronder weergegeven. Adviserende rol: “De bewoners weten vaak zelf wat het beste is omdat ze zelf het vaakst ondervinden, zien en meemaken.” “Inhoudelijke deskundigen horen op het gemeentehuis te zitten. De ervaringsdeskundigen zijn de burgers.” “De gemeente hoeft niet overal bij in te springen qua financiën, maar wel adviserend zijn.” Meebeslissend:
“Als de gemeente niet meebeslist kan er een janboel ontstaan. Bovendien moet het ook nog betaald worden, waarschijnlijk ook door de gemeente en daar moet wel een limiet aan zijn.” “De gemeente is budget beheerder en heeft het overzicht binnen de gemeente. Dus moet wel beslissend zijn in wijzigingen. Al betekent dit ook dat ze de ideeën die binnenkomen moet overwegen en afwegen.”
22
“Omdat de gemeente ook mensen die geen stem hebben kan vertegenwoordigen.” Ondersteunend/faciliterend :“Als bewoners met een plan komen dan is dit vaak al door meerdere partijen belicht. De gemeente kan bij dit plan ondersteuning/ advisering bieden omdat zij weten hoe de juiste routes moeten lopen e/o waar de juiste geldstroom is.” “Bewoners hebben vaak een klein zetje nodig om van idee tot uitvoering te komen.” “De mensen op de betrokken plek weten wel waar en wat er veranderd moet worden. Ze bevinden zich er meestal dagelijks in.” “Ik begrijp dat niet alles kan, maar als je dit wilt stimuleren, zal je ook over de brug moeten komen als gemeente en laten zien dat je ook echt wilt. Dit door ook te faciliteren, al is het maar gedeeltelijk.” “Voor bepaalde aanpassingen zal de gemeente toch financieel moeten bijdragen en faciliteren en prioriteren anders wordt het een ratjetoe.” 4.2.9 Benaderen van doelgroepen Deelnemers aan het onderzoek is gevraagd of zij een tip voor de gemeente hebben hoe de gemeente contact kan krijgen met inwoners die zij meestal niet of moeilijk bereikt, zoals jongeren. Een selectie van deze tips en opmerkingen is hier weergegeven: • “Aan jongeren ook jonge mensen koppelen, communicatiestijl aanpassen en afstemmen op de ander en eigenlijk gemeente ambtenaren hiervoor op training sturen.
• “Buitengebieden en jongeren kun je beter schriftelijk benaderen.” • “Ook bijeenkomsten met inspraak zullen invloed hebben. Het gevoel gehoord te worden is voor deze groepen erg belangrijk.” • “De lokale schrijvende, radio- en TV-pers moet hierin een informerende, politiek neutrale, rol spelen.” • “De gemeente Schagen moet geen werk zoeken waar geen werk is. Er zijn veel mensen die gewoon inwoner willen zijn en niet gedwongen willen worden een mening te hebben. Het is ook soms niet wenselijk een mening te vragen van mensen die geen mening willen hebben. Vandaar de wijze keuze mogelijkheid: geen tip, geen mening. Wil je toch met jongeren spreken, zoek ze dan op.” • “Een soort flessenpost zoals in Bergen.” • “Het gaat om alle bewoners en niet een bepaalde groep. Een (anonieme) enquête zou een oplossing kunnen zijn, zodat niet bepaalde groepen (bv de middenstand) op intimiderende projecten kapen.” • “Aansluiten bij wat bij jongeren leeft, jongeren stimuleren om met ideeën te komen en zoveel mogelijk in eigen beheer laten uitvoeren. M.a.w.: initiatieven belonen.” • “Schriftelijke vragenlijsten toesturen aan alle mensen, dan wordt respons veel groter dan alleen alles online te willen afhandelen.” • “Inspraakavonden voor doelgroepen organiseren, maar ook door loting.
Er zijn voorbeelden van gemeentes waar dat opgepakt is en toegepast wordt.” • “Kort en bondig op Facebook of Instagram, kortom online, benaderen.” • “Misschien een soort alternatieve jongerengemeenteraad. Waarbij de betreffende jongeren dan weer hun eigen achterban kunnen vertegenwoordigen.”
23
•
•
“Via de dorpsraden, en wijkcentra in Schagen, Dorps Ontmoetings-Punten, proberen om de jeugd mee te laten denken, over hun wensen en hoe daar iets aangedaan kan worden.” “Persoonlijk benaderen!”
24
5. Conclusies & Aanbevelingen In dit hoofdstuk allereerst de conclusies en in paragraaf 5.2 de aanbevelingen. 5.1 Conclusies De conclusies zijn geclusterd naar de onderwerpen vanuit de deelvragen. Betrokkenheid inwoners • Bijna 90% van de respondenten vindt het belangrijk om invloed uit te kunnen oefenen op plannen of projecten van de gemeente. De gemeente voorziet in deze behoefte door in te zetten en door te ontwikkelen op het gebied van B&O participatie. • Inwoners willen actief betrokken worden daar waar het de openbare ruimte (eigen straat/wijk), de directe woonomgeving, en de (verkeers)veiligheid betreft. Dit zijn dan ook de onderwerpen waarbij inwoners tot nu toe het meest hebben geparticipeerd. • Minder of niet populair onder inwoners is het meewerken aan de uitvoering bij de herinrichting van de straat/ buurt, het groenonderhoud, woningbouw en het maken van beleid. • Tijdgebrek en geringe verwachtingen zijn de meest genoemde redenen om niet te participeren. Participatieniveau • Het gemiddelde participatieniveau zit tussen raadplegen en advies vragen in. De hoogst mogelijke mate van participatie zoals de ambitie omschrijft wordt nog minimaal behaald. • Participatieniveau wordt vooraf niet bewust bepaald maar is situationeel. Toch leidt dit niet tot een grote verscheidenheid aan participatieniveaus.
Dit kan betekenen dat er vanuit gewoonte en ervaring niet gekeken wordt naar het hoogst haalbare maar naar het meest voorkomende. Vormen van participatie en het proces • Inwoners buiten de kern Schagen (43%) zijn minder positief over de duidelijkheid van wat er van hen verwacht werd tijdens een participatieproces dan inwoners uit de kern Schagen (52% eens). • De brief en de lokale krant zijn de populairste communicatiemiddelen om inwoners uit te nodigen voor participatie. • Directe manieren om de mening van inwoners op te halen, zoals een bijeenkomst of een werk-/ wijkbezoek, worden veel genoemd, door zowel jongere als oudere inwoners. Belangrijk om te beseffen is dat de voorkeur niet per definitie uitgaat naar digitaal en social media. Inwoners tot 44 jaar zien daarentegen wel wat in Facebook: 44 procent van hen ziet Facebook als geschikt middel. • Het contact dat inwoners met de gemeente hadden over een initiatief wordt niet positief beoordeeld: inwoners geven het contact een 5,6 gemiddeld, 41 procent geeft het contact een onvoldoende. • Inwoners noemen bij voorbeelden waarover ze niet tevreden zijn vooral dat de uitkomst al vast leek te staan, of dat er niets met hun inbreng leek te gebeuren. Het lijkt te maken te hebben met het vooraf duidelijk maken van de
25
verwachtingen over welke inbreng/invloed inwoners hebben. Zie ook paragraaf 2.2. over de participatieladder en het gebruik hiervan. •
De tips die door inwoners zijn gegeven om specifieke groepen zoals jongeren te benaderen zijn erg uiteenlopend. Geconcludeerd kan worden dat er geen specifieke goede of beste manier is om dit te doen. De tips lopen uiteen van persoonlijke benadering, schriftelijke vragenlijsten, tot social media. Hierbij is van belang dat 48% van de inwoners tot 29 jaar hebben aangegeven geen interesse te hebben om te participeren.
Behalen ambitie en wat is hiervoor nodig • Participeren vraagt van alle betrokkenen een tijdsinvestering. • Geen concrete ideeën bij realiseren visie op participatie. • Verschillende geïnterviewde groepen ervaren elkaar als belemmerende factor daar waar het participatie betreft. Men wijst naar elkaar, terwijl participatie van iedereen is; ‘participatie begin bij jezelf’. Participatieparadox Er is bewustheid omtrent de participatieparadox en hier wordt op ingespeeld door bijv. andere vormen van participatie te kiezen en te accepteren dat er ook mensen zijn die niet willen participeren. Verschillen per leeftijdscategorie Opvallend is dat er op bepaalde uitgevraagde onderwerpen verschillen in de antwoorden te zien zijn per leeftijdscategorie. Inwoners vanaf 60 jaar: o Vinden het belangrijk tot zeer belangrijk om te kunnen participeren; o Vinden de lokale krant het meest geschikte middel om hierover te communiceren; o Zien de gemeente vaak als adviseur. o Geven het contact inzake initiatieven een 5,9. Inwoners tot 44 jaar: o Geven aan vaak geen tijd te hebben om te participeren; o Vinden Facebook een geschikt communicatiemiddel; o Zien de gemeente vaak als meebeslisser; o Geven het contact inzake initiatieven gemiddeld een 4,9. Het kan tijd en geld besparen om aan de voorkant van het participatietraject te bepalen wat de doelgroep is.
Op deze manier kunnen communicatiemiddelen effectief worden ingezet.
5.2 Aanbevelingen Hieronder volgen de aanbevelingen. Betrokkenheid inwoners Aan tijdgebrek zelf kan de gemeente weinig bijdragen. Maar het is wel een duidelijke wens om de tijdsinvestering beperkt te houden en wellicht een ‘light’ versie aan te bieden. De geringe verwachtingen van de inwoners over het proces en resultaat geven aan dat er vanuit de gemeente meer aandacht kan worden besteed aan verwachtingsmanagement.
26
Mensen willen vooraf weten waar ze aan toe zijn, zodat ze niet achteraf teleurgesteld worden. Mooi uitgangspunt! Ook zien we dat niet iedereen wíl participeren en dat de participatiebehoefte per onderwerp kan verschillen. 1. Aanbeveling: om verwachtingen te kunnen managen en hiermee de betrokkenheid van inwoners te vergroten, is het belangrijk om te weten wat er speelt in een wijk of dorp, wie je doelgroep is en wat de meest effectieve manier van communiceren met deze doelgroep is. Een actorenanalyse per dorp/wijk, waarbij o.a. gedacht wordt aan: • Stakeholders inclusief belangen; • Sleutelfiguren/welke positie?; • Sociale belangen? • Participatiebehoefte ophalen. Heldere communicatie is essentieel bij verwachtingsmanagement; duidelijkheid over rollen, kaders, beslisruimte en dus het participatieniveau. 2. Aanbeveling: om als organisatie beter in te kunnen spelen op de behoeften vanuit de samenleving (van buiten naar binnen) kan per dorp of wijk een activiteitenagenda, of dorpsvisie worden opgesteld voor de komende drie jaar. 3. Aanbeveling: een deel van de geïnterviewden heeft aangegeven dat social media, waaronder Facebook, een goed middel kan zijn om bewoners te betrekken bij het participeren in burgerinitiatieven en gemeentelijk zaken. Dit kwam zowel bij de volwassen als jeugdige geïnterviewden naar voren.
Zorg ervoor dat er zowel voor burger- als overheidsparticipatie een geschikte, digitale manier is om te participeren. Vormen van participatie en het proces Belangrijk is om in een vroegtijdig stadium voldoende tijd in te plannen voor het participatieproces want participeren kost tijd. Hoe groter het project of initiatief, hoe groter het participatietraject. Dit participatietraject kan zo veel omvattend zijn dat het qua uitvoering los gezien kan worden van het technisch uitvoerende projectplan. Grote projecten of initiatieven kunnen tegenwoordig worden opgedeeld in twee fases; de ontwikkelfase en de uitvoeringsfase. In de praktijk lijkt het erop dat deze twee fases vragen om een ander functieprofiel van de medewerkers. De afdeling Openbaar Gebied onderzoekt de mogelijkheid om naast de projectleider een omgevingsmanager in te zetten om het gesprek met de omgeving aan te gaan over de specifieke projecten. Inwoners tot 44 jaar zien daarentegen wel wat in Facebook: 44 procent van hen ziet Facebook als geschikt middel. 4. Aanbeveling: zodra sprake is van het opstellen van een functieprofiel o.i.d. voor de omgevingsmanager is het belangrijk hierbij de gebiedscoördinatoren te betrekken. Dit om onderscheid in de functies te behouden/benadrukken en overlappende en complementaire werkzaamheden inzichtelijk te maken. 5.
Aanbeveling: gezien de lage score op het contact met de gemeente over initiatieven, verdient het aanbeveling dit verder te onderzoeken. Duidelijk zal moeten worden waar de schoen wringt, wat en hoe we hier als gemeente in kunnen verbeteren.
27
Behalen ambitie en wat is hiervoor nodig We willen voorkomen dat vanuit gewoonte steeds hetzelfde traject wordt doorlopen en we kansen missen op een hogere mate van participatie. De visie op participatie uitdragen en samen de richting van hóe we participeren bepalen dienen hierbij als uitgangspunt. Belangrijk hierbij is om een betere aansluiting tussen bestuur, politiek en organisatie als het gaat om het beeld van waar de gemeente nu staat en waar men samen heen wil en wat daar voor nodig is. Een eerste stap hierin kan worden gezet door gezamenlijke bewustwording. We zijn inmiddels ook bezig met De Quick Scan Lokale Democratie (QSLD). Deze scan geeft een beeld, een momentopname, van hoe het staat met de lokale democratie binnen de gemeente. 6. Aanbeveling: laat alle groepen actief met elkaar in gesprek gaan over waar men samen heen wil. Doorpakken op implementatie van de organisatievisie op participatie. Neem er een jaar de tijd voor om met elkaar tot een gezamenlijk standpunt te komen over politieke besluitvorming in participatief licht. Betrek hierbij waar mogelijk het proces en de uitkomsten van de QSLD. Ook de participatietrechter kan helpen om de belemmering van gewoonte tegen te gaan en de ambitie te behalen (zie aanbeveling 7). 7. Aanbeveling: experimenteren met een pilot participatie op basis van de participatietrechter.
Gezamenlijk met projectleiders bepalen welk initiatief of welke ontwikkeling zich hiervoor leent. Participatieparadox Hoewel we bewust zijn van de participatieparadox lijkt het er niet op dat we hier heel bewust keuzes in maken. De actorenanalyse (aanbeveling 1) kan ook in dit geval meer inzicht geven. Inmiddels weten we dat verschillende doelgroepen een verschillende benadering kunnen vereisen, bijvoorbeeld een andere manier van communiceren. Tegen de verschillen in doelgroepen lopen we als gemeente niet alleen aan bij participatie. Aangezien vanuit de online enquête is doorgevraagd op de doelgroep ‘Jongeren’, gaat de aanbeveling ook over deze doelgroep. Dat de gemeente minder jongeren ziet die deelnemen aan een participatietraject kan kloppen gezien de conclusie: ‘48% van de inwoners tot 29 jaar heeft geen interesse om te participeren’. Jongeren zijn op ieder gemeentelijk gebied een aparte doelgroep, denk aan jongeren en OOV, Jeugd en Samenleving, jongeren en politiek, zo ook bij participatie. Vanuit iedere invalshoek zijn we aan het bedenken hoe met deze doelgroep om te gaan of hoe ze te benaderen. 8. Aanbeveling: tijd en geld vrijmaken om in specifieke doelgroepen als geheel te investeren. Een eventueel gezamenlijk ‘project’, daar waar het jongeren en OOV betreft, en jongeren en politiek en jongeren en samenleving. Ontschotten, voeg het samen.
Als je meer van iets wilt, maak het dan groot. Denk hierbij ook vooral aan een LEAN traject samen met jongeren. Denk aan een werkgroep formeren waarin alle relevante afdelingen vertegenwoordigd zijn daar waar het ‘jongeren’ raakt en betrek hier ook jongeren vanuit de samenleving bij. Deze werkgroep kan zich dan richten op de specifieke doelgroep. Dit zelfde geldt voor andere doelgroepen, denk aan ouderen en arbeidsmigranten.
28
6. Bijlagen
29
BIJLAGE 1
Rapportage online enquête
30