CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

RAADSRAPPORTAGE GR VR.mei 22 D

Oordeelsvormende vergadering 16 juni 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Mededelingen in het kader van de Gemeenschappelijke Regelingen8.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSRAPPORTAGE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Regeling:

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Rapporteurs: Co Wiskerke en aspirant rapporteur Debby Burger - de Graaf --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Acties: Voorbespreking van de Jaarrekening 2021, Begroting 2023, Begroting 2023-2026, Indexering VNG, Bestemmingsreserve en Indexering decentralisatie uitkeringen Zorg- en Veiligheidshuis en Samenwerkingsafspraken risicobeheersing Als raadsvolgers hebben wij de informatie uit de verschillende documenten (ca. 200 blzn) in deze rapportage samengevat, die naar onze mening een weergave geeft over de belangrijkste zaken. Wilt u het zelf in detail lezen dan kan dat, omdat de documenten ook op GO. vergaderen worden geplaatst. N.B.: Het is een uitgebreide samenvatting vanwege de samenstelling nieuwe raad om in te lezen. Als raadsvolgers hebben wij met de portefeuillehouder en betrokken ambtenaren de stukken doorgenomen en daarbij enkele vragen gesteld. Deze zijn naar tevredenheid en helder beantwoord.

Inleiding

Het motto van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (ca. 650.000 inwoners) is ‘samen hulpvaardig’ om leed en schade bij incidenten te voorkomen en te beperken. Onze veiligheidsregio bestaat uit de regionale brandweer, ambulancezorg Noord-Holland Noord, Risico- en Crisisbeheersing, GHOR (geneeskundige hulpverlening), de Gemeenschappelijke Meldkamer en het Zorg- en Veiligheidshuis. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een gemeenschappelijke regeling van zestien gemeenten. Dus ook voor de inwoners en ondernemers van onze gemeente. De burgemeesters van de zestien gemeenten vormen het algemeen bestuur van de veiligheidsregio. Het algemeen bestuur stelt de financiële stukken vast. U heeft als gemeenteraad de mogelijkheid om uw zienswijze in te dienen op de jaarrekening 2021 en de begroting 2023. Deze raadsrapportage zal geagendeerd worden voor de RNN van 2 juni en in onze raad van 21 juni worden vastgesteld. Onze zienswijze moet voor 24 juni 2022 worden ingestuurd, zodat deze tijdig met een reactie geagendeerd kan worden voor de algemeen bestuursvergadering VR NHN van 8 juli 2021. In 2021 is een aantal bewegingen verder ingezet op het gebied van nieuwe crisistypen, veilig leven, de omgevingswet, de toekomst van de brandweer en de verbinding tussen zorg en veiligheid.

De coronacrisis heeft echter ook in 2021 impact gehad op de snelheid van het realiseren van de bestuurlijke en organisatorische speerpunten en daarom heeft de veiligheidsregio ook het afgelopen jaar alle zeilen bij moeten zetten in de strijd tegen het coronavirus. De coronacrisis heeft financieel geen negatieve impact gehad, omdat de gemaakte coronakosten in 2021 grotendeels in rekening zijn gebracht bij het Rijk. 1

Samenvatting Kaders begroting 2023

Het dagelijks bestuur heeft de kadernota 2023, die de kaders van de begroting omschrijft, zoals afgesproken in Noord-Holland Noord voor 15 december 2021 voor zienswijze aan de gemeenteraden aangeboden. Op 4 maart 2022 heeft het algemeen bestuur de kadernota 2023 vastgesteld. Het algemeen bestuur heeft besloten om af te zien van de taakstelling 2023 en een capaciteitsuitbreiding van 2 fte Nieuwe Crisistypen € 190.000 structureel op te nemen vanaf begroting 2023. Uit de zienswijzen bleek verder dat de gemeenten kunnen instemmen met de voorgestelde koers en richting van de veiligheidsregio. De gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023 is in overeenstemming met het besluit van het algemeen bestuur bij de kadernota voor 2023 vastgesteld op € 45.745.723.

Jaarrekening en resultaatbestemming 2021 Een bewogen jaar ligt achter de rug. Terwijl een groot deel van de medewerkers nog volop bezig was met de bestrijding van de coronapandemie, was het in 2021 tijd om ook andere belangrijke thema’s weer de aandacht te schenken die ze nodig hadden. Van de hulpverlening bij vele kleine en grote incidenten tot het realiseren van onze beleidsdoelen: we hebben afgelopen jaar weer veel crises het hoofd geboden, risico’s beperkt en ons voorbereid op uitdagingen die ons nog te wachten staan.

Op- en afgeschaald bijdragen aan de pandemiebestrijding

Aan het begin van het jaar keken we vol verwachting uit naar de uitrol van de coronavaccinaties. Maar voordat onze inwoners op grote schaal gevaccineerd zouden worden, werd het in maart toch nog even heel spannend. Noord-Holland Noord telde voor het eerste sinds het begin van de pandemie de meeste besmettingen van het land en een tijdje stonden we op het randje van de zogenaamde ‘code zwart’ in de ziekenhuizen. Samen met zorgpartners zorgden we voor goede afstemming en bereidden we ons voor op overbelasting van de zorg en de gevolgen die dit zou hebben. Wat een golf van opluchting ging er door ons heen toen in mei de besmettingen en druk op de ziekenhuizen weer afnamen. Ondertussen waren we al druk bezig met de voorbereidingen op het vaccineren. Brandweermedewerkers ondersteunden de GGD bij het opzetten van vaccinatielocaties en samen met GGD en zorgpartners maakten we video’s met antwoord op veel gestelde vragen over coronavaccinatie om inwoners te voorzien van goede en betrouwbare informatie. In de zomer schaalden we af van het landelijke crisisniveau GRIP 4. Daarmee verschoven steeds meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden naar de gemeenten. Maar ons werk zat er nog niet op, want leed en schade voorkomen en beperken bleef onze missie. We bleven ons inzetten om inwoners te helpen de maatregelen na te leven en een goed overwogen keuze over vaccinatie te maken.

En we faciliteerden de gemeenten om in regionaal verband knelpunten uit te wisselen, hun aanpak af te stemmen en als één op te kunnen trekken wanneer dat gewenst was.

Stabiele basis van hulpverlening en incidentbestrijding

Terwijl corona een onderdeel van het dagelijks werk bij VRNHN was geworden, ging ook het gewone werk door. Onze brandweercollega’s rukten in 2021 meer dan 4.000 keer uit en onze ambulancecollega’s verleenden hulp bij 37.289 spoedinzetten. Meerdere keren ging het om zeer grote incidenten met risico’s voor de omgeving, waarbij ook de bredere crisisorganisatie in actie kwam om de hulpverlening in goede banen te leiden. Ook onze ambulancemedewerkers zetten alle zeilen bij om hulp te verlenen, meerdere keren bij zware verkeersongevallen waarbij zwaargewonde of dodelijke slachtoffers te betreuren waren.

2

Nieuwe crisistypen in de praktijk met clusterbuien en extreme neerslag

Het jaar 2021 kende opnieuw extreme weersomstandigheden. In juni zorgden lokale clusterbuien voor problemen op meerdere plekken in onze regio. Op sommige plekken viel in 2 uur tijd meer regen dan er normaal in de hele maand valt. Wegen, straten, tunnels en kelders liepen onder en het riool kon de extreme hoeveelheid water niet meer goed verwerken. Bij onze gezamenlijke 112meldkamer kwamen meer dan 400 meldingen binnen en brandweervrijwilligers uit de wijde omgeving verleenden hulp bij de water- en stormoverlast. De Nationale Reddingsvloot, waarvoor we in april een samenwerkingsconvenant tekenden met Reddingsbrigade Nederland, kwam in actie. De nieuwe crisistypen door klimaatverandering die we in ons beleidsplan beschreven, waren nog niet eerder zó dichtbij.

Voorkomen is beter dan genezen

Ondertussen hadden ook andere beleidsthema’s en activiteiten die we wegens corona een tijdje niet konden uitvoeren, hun urgentie niet verloren. In 2021 pakten we ze daarom naast de pandemiebestrijding weer volop op. Zo stimuleerden we inwoners om hun huis veiliger te maken met activiteiten rondom brand- en valpreventie, zoals woningchecks, brandveiligheidslessen op scholen en voorlichtingsbijeenkomsten. We vonden daarbij creatieve oplossingen om veilig en binnen de coronamaatregelen toch inwoners te helpen bij de veiligheid in hun huis. Van woningchecks via videobellen tot voorlichting middels een webinar: we kunnen trots zijn op de flexibiliteit en creativiteit waarmee we onze doelen ondanks de omstandigheden hebben kunnen bereiken.

Brandweerzorg op maat

Daarnaast zetten we afgelopen jaar onze beweging naar risicogerichte brandweerzorg onverminderd door. Zo brachten we voor de hele regio de risico’s in kaart om te kunnen beoordelen welke brandweerzorg op verschillende plekken nodig is. Iedere gemeente is immers anders. En in de zomer haalden 21 nieuwe vrijwilligers hun diploma als brandweer assistent, de nieuwe functie waarmee vrijwilligers na een verkorte opleiding de meest voorkomende taken kunnen uitvoeren.

Speciale ambulance voor middencomplexe zorg

Ook in de ambulancezorg maakten we stappen om de mensen en middelen die we hebben nog slimmer in te zetten. Zo zijn we gaan werken met een speciale ambulance voor middencomplexe zorg waarmee we patiënten in niet-acute situaties vervoeren. Denk bijvoorbeeld aan het vervoer van patiënten tussen locaties zoals woning, ziekenhuis en zorginstelling. Deze patiënten hebben namelijk niet altijd alle voorzieningen en het hoogopgeleide personeel nodig waarmee een normale ambulance is uitgerust. Door die niet-acute ritten uit te voeren met de ambulance voor middencomplexe zorg blijven de reguliere ambulances beschikbaar voor de echte noodsituaties.

Persoonsgerichte aanpak verwarde personen structureel onderdeel interventie-aanbod

Tot slot stonden we afgelopen jaar ook op het gebied van Zorg en Veiligheid niet stil. Zo maakten we goede stappen met de aanpak van mensen met onbegrepen gedrag en een veiligheidsrisico. Onder regie van het Zorg- en Veiligheidshuis werden ruim veertig complexe casussen bij wijze van pilot langdurig en intensief begeleid met een persoonsgerichte aanpak. De aanpak bleek zo kansrijk dat we deze konden inbedden in het reguliere interventie-aanbod van het Zorg- en Veiligheidshuis. Terugkijkend op al deze momenten en prestaties zijn we trots op wat we met zijn allen voor elkaar hebben gekregen in een jaar dat voor velen van ons niet altijd makkelijk was. Ondanks onverwachte wendingen en soms moeilijke omstandigheden hebben we er weer alles aan gedaan om samen met gemeenten, partners en inwoners leed en schade te voorkomen en te beperken. We kijken ernaar uit om ook in 2022 ons weer volledig in te zetten voor een veilig Noord-Holland Noord voor alle inwoners. 3

Jaarrekening 2021

Het jaar 2021 is financieel afgesloten met een positief resultaat van € 3.145.000. Hierbij is al rekening gehouden met een mogelijke heffing van vennootschapsbelasting van € 208.000 vanwege het positieve resultaat op ambulancezorg.

Het door de zorgverzekeraars gefinancierde programma ambulancezorg heeft een positief resultaat van € 721.000. Het resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door een prestatiebonus van de ambulancezorg van € 190.000 en incidentele gelden voor de bouw van de ambulanceposten ten bedrage van € 77.500. Daarnaast zijn de salariskosten € 212.000 en de verlofreservering € 255.000 lager dan begroot. De opkomsttijd van de ambulancezorg voor spoedinzetten (binnen 15 minuten ter plaatse na melding bij 112) over 2021 van gemiddeld 94,2% (2020 gemiddeld 93,8%). Een knappe prestatie voor de regio met de langste rijtijden van Nederland en gezien de impact die corona had in 2021. Het resultaat van € 77.500 zal bestemd worden voor de nieuwe ambulanceposten en het restant van € 643.500 zal worden bestemd aan de algemene reserve ambulancezorg. Op de overige programma’s van de veiligheidsregio is een positief resultaat van € 2.424.000 gerealiseerd. Het positieve resultaat is met name het gevolg van positieve incidentele resultaten zoals een ontvangen decentralisatie-uitkering 2021 van het Rijk ontvangen in 2022 ten bedrage van € 327.000 voor het Zorg- en Veiligheidshuis die met terugwerkende kracht is uitgekeerd. Ook de vrijval van de post onvoorzien € 344.000 draagt bij aan het positieve resultaat.

Het programma Brandweer heeft lager dan begrote salariskosten € 535.000, voornamelijk vanwege vacatureruimte. Daarnaast heeft het programma brandweer lager dan begrote vergoeding vrijwilligers brandweer (minder vrijwilligers dan begroot) € 240.000, minder kosten in 2021 door de latere levering nieuwe uniformen € 150.000 en minder onderhoudskosten brandweermaterieel € 182.000. Verder vallen de salariskosten bij Risico- en Crisisbeheersing € 152.000 en meldkamer € 146.000 lager uit dan begroot door met name vacatureruimte. Brandweer 360 en ander organisatie-brede projecten vallen € 341.000 lager uit. Voorgesteld wordt om met het resultaat van € 2.424.000 de algemene reserve te verhogen met € 172.000, zodat deze op het afgesproken peil van 2,5% van onze lasten komt. Daarnaast wordt voorgesteld om een bestemmingsreserve Zorg- en Veiligheidshuis in te stellen voor de met terugwerkende kracht ontvangen POK-gelden uit het gemeentefonds voor 2021 € 327.000. De POK-gelden zijn bestemde middelen voor het Zorg- en Veiligheidshuis en zouden bij afwijzing van het voorstel niet terug vloeien naar de gemeenten. Het voorstel bestemmingsreserve Zorg- en Veiligheidshuis is onderdeel van de besluitvorming jaarrekening 2021 en begroting 2023. Het restant van het resultaat, € 1.925.000, wordt terug gegeven aan de gemeenten.

Het weerstandsvermogen

Dit is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten (na fusie Heerhugowaard en Langedijk op 1 januari 2022) vormen dus als het ware de weerstandscapaciteit. Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.407.500. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 2.804.000 / € 1.407.500 * 100% = 199%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen. 4

Corona crisis

N.B.: Het ministerie van VWS kan op basis van andere richtlijnen en/of interpretaties (achteraf) de opgevoerde coronacompensatie niet volledig honoreren, maar Veiligheidsregio Noord-Holland Noord schat dat risico als nihil in. Met uitzondering van Ambulancezorg, Zorg- en Veiligheidshuis en Heffing Vpb (Vennootschapsbelasting) laten de andere programma’s allemaal onderschrijdingen of minimale overschrijdingen van de begrote lasten zien, zodat een verdere toelichting voor die programma’s achterwege blijft. De overschrijding van lasten op programma Ambulancezorg worden volledig gecompenseerd door hogere baten.

Over- en onderschrijdingen van onttrekkingen uit en stortingen in reserves passen binnen het beleid. Deze worden “gestuurd” door de feitelijke mutaties binnen de exploitatie en liggen op voorhand niet vast. Daarom zijn deze als rechtmatig aan te merken.

Ambulancezorg Het betreft per saldo een storting van € 32.000 in de reserve verslaggevingsverschillen BBV-RJZ. De lagere dotatie is het gevolg van dat in kwartaal 4 meer verlof is opgenomen dan was ingecalculeerd, waardoor een hogere storting achterwege kon blijven. Brandweer Onttrekkingen ter dekking van frictiekosten zijn achterwege gebleven, omdat deze niet noodzakelijk waren door incidenteel aanwezige ruimte binnen het programma. Meldkamer In de reserve verslaggevingsverschillen BBV-RJZ is een storting van € 8.000 gedaan in het kader van het persoonlijk levensfasebudget voor meldkamer-medewerkers. Risico- en crisisbeheersing Onttrekkingen ter dekking van mobiliteitskosten zijn achterwege gebleven, omdat deze niet noodzakelijk waren door incidenteel aanwezige ruimte binnen het programma. Overhead Onttrekkingen zijn achterwege gebleven, omdat deze niet noodzakelijk waren door incidenteel aanwezige ruimte. Voor gedetailleerde informatie t.a.v. meer of minder uitgaven (baten en lasten) kijk in de jaarstukken van de VRNHN 2021.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio NoordHolland Noord te Alkmaar gecontroleerd. Naar ons oordeel: -geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord-Holland Noord op 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); -zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de 5

begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder interne verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord-Holland Noord van 3 december 2021.

Indexering rijksbijdrage VNG en POK gelden* aan Zorg- en Veiligheidshuis

Gemeenten financieren de werkzaamheden van het Zorg- en Veiligheidshuis Noord-Holland Noord (ZVH). Deels wordt het ZVH hierin ondersteund door structurele bijdragen die niet worden geïndexeerd. Dit betreft de bijdrage van het ministerie van Justitie en Veiligheid die via de VNG naar de centrumgemeente Alkmaar gaat sinds 2013 en de zogenaamde POK-gelden, die via het ministerie van Financiën naar de centrumgemeente Alkmaar gaan sinds 2021. Beiden betreffen zogenaamde decentralisatie uitkeringen. Decentralisatie-uitkeringen, zoals de decentralisatie-uitkering Veiligheidshuizen, maken net als de algemene uitkering, deel uit van het gemeentefonds. Door de bestuurlijk afgesproken normeringssystematiek (de ‘trap op trap af-systematiek’) wordt het gemeentefonds jaarlijks aangepast. Het gemeentefonds volgt op die manier de netto-uitgaven van de Rijksoverheid. Om te voorkomen dat loonkosten op termijn uit de pas gaan lopen door komende loonstijgingen stelt het dagelijks bestuur voor om deze decentralisatie uitkeringen gezamenlijk € 578.500 structureel te indexeren volgens de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen vanaf begrotingsjaar 2022. Voor 2022 betreft de indexering € 7.520.

POK-gelden - Extra geld voor versterking dienstverlening aan kwetsbaren

Gemeenten ontvangen structureel € 150 miljoen extra om de dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities te versterken. in elk geval voor de periode 2021 tot en met 2027. Uiterlijk in 2027 zal de inzet van de middelen samen met het Rijk geëvalueerd worden. De middelen zijn onder andere bedoeld voor het versterken van de wijkteams, de aanpak van meervoudige problematiek en (hoog) risicovol verward gedrag. Achtergrond: De middelen komen naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK). De toeslagenaffaire liet zien dat rechtvaardige dienstverlening en goede rechtsbescherming niet altijd vanzelfsprekend zijn. Gemeenten voelen de urgentie om hun dienstverlening te verbeteren, kwetsbare mensen meer te ondersteunen en het vertrouwen in de overheid te herstellen. In totaal is per jaar €150 miljoen beschikbaar.

Samenwerkingsafspraken risicobeheersing

Met de komst van de Omgevingswet krijgen veiligheid en gezondheid een volwaardige plek in de belangenafweging rondom de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de veiligheidsregio advies geeft bij ruimtelijke ontwikkelingen, bij de vergunningverlening en gemeenten ondersteunt in het toezicht op de fysieke leefomgeving. In 2021 is in een zorgvuldige dialoog met de gemeenten gekomen tot een omschrijving van de dienstverlening aan de gemeenten, die de veiligheidsregio risicogericht wil uitvoeren. Ook is in kaart gebracht dat voor deze activiteiten jaarlijks ruim 15.000 uur nodig is. Het dagelijks bestuur stelt voor de verdeelsleutel op basis van de aanwezige risico’s per verzorgingsgebied te baseren. In een transitieperiode van vier jaar wordt toegegroeid naar deze nieuwe dienstverlening. Gevolg van deze nieuwe verdeling is dat er een meer evenredige verdeling van de dienstverlening komt over de gemeenten ten opzichte van de huidige situatie. Sommige gemeenten zullen ten opzichte van de huidige situatie meer adviezen gaan ontvangen van de veiligheidsregio; de veiligheidsregio is daarmee ook beter betrokken bij risicovolle activiteiten in de fysieke leefomgeving. Sommige gemeenten zullen minder adviezen krijgen, dan in de huidige situatie.

Zij zullen het advies en toezicht op minder risicovolle activiteiten deels zelf (of samen) gaan organiseren als zij dat in stand willen houden. Deels komen deze inspanningen voor de gemeenten ook vanzelf te vervallen met de komst van de Omgevingswet (minder vergunning plichtige activiteiten) en de Wet kwaliteitsborging bouwen (privatisering). In de transitieperiode blijft overigens de mogelijkheid bestaan om aanvullende projectafspraken te maken. 6

De consequenties voor de financiële bijdrage voor de activiteiten risicobeheersing verschillen per gemeente. In de komende periode wordt van iedere individuele gemeente gevraagd om in te stemmen met het dienstverleningspakket. De verschillende besluiten (collegebesluit, dan wel besluit gemeenteraad) kunnen dan worden gebundeld en besproken tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 8 juli.

Het algemeen bestuur besluit over deze verdeelsystematiek en over de verdeelsleutel. Bij instemming van het algemeen bestuur wordt dit onderdeel van de gemeenschappelijke regeling. Het is echter aan de individuele gemeenten zelf om in te stemmen met de voorgestelde financiën en uren van het dienstverleningspakket van de gemeente. Met dit voorstel vervalt de mogelijkheid om individuele dienstverleningsovereenkomsten af te sluiten. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen maatwerkafspraken gemaakt worden. Het financiële dashboard laat op de risico’s na die geel is alles groen kleuren. Een goed resultaat. Alle financiële risico’s zijn gewogen naar de kans dat deze zich voordoen en de financiële impact die het voor de VR heeft. De financiële risico’s bij de reguliere bedrijfsvoering bedragen in totaal € 1.407.500, echter alle risico’s zullen zich nooit tegelijkertijd effectueren.

Samen met relevante partners zoals gemeenten, provincie, politie en het waterschap, dachten we na over de aanwezige risico’s in onze regio. In het regionaal risicoprofiel beschrijven we welke soorten rampen en crises zich in Noord-Holland Noord voor kunnen doen, wat de kans is dat dit zou gebeuren en wat de impact ervan zou zijn. Om beter in te spelen op de snelle ontwikkelingen in de samenleving die steeds weer tot nieuwe en onbekende risico’s leiden, hanteren we een risicoprofiel voor een periode van twee jaar. Het actuele, uitgebreide risicoprofiel is te lezen op publicaties vrnhn.nl/risicoprofiel

Begroting 2023 en het meerjarenbeleidsplan ‘Samen Hulpvaardig’ 2020-2023 het moment van schrijven voltrekt zich een humanitaire ramp in Oekraïne. De zestien gemeenten in Noord-Holland Noord hebben in no time opvangplekken voor meer dan duizend mensen geregeld. Particulieren en bedrijven bieden plaatsen aan. De veiligheidsregio coördineert de opvang, heeft de centrale doorstroomlocatie ingericht, regelt vervoer en stemt af met Rijk, gemeenten en andere partijen. De Oekraïnecrisis lijkt illustratief voor het feit dat risico’s en crises steeds onvoorspelbaarder worden. Dreigingen die zich voorheen slechts in de verte aftekenden, worden reëler: verstoring van de continuïteit van de energievoorziening, cyberaanvallen. We zagen in de afgelopen jaren ook al de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van clusterbuien in Noord-Holland die veel schade aanrichtten. We hebben samen met gemeenten, ziekenhuizen, huisartsen, verzorgings- en verpleeghuizen en de GGD twee jaar lang heel hard gewerkt om de gevolgen van de coronacrisis te beperken voor inwoners. Bij al deze risico’s en calamiteiten spelen verschillende partijen een rol. Zo is de veiligheidsregio in het geval van cybercriminaliteit niet van de aanpak en opsporing, maar wel van het bestrijden van de maatschappelijke ontwrichting die dit tot gevolg kan hebben.

Het voorkomen van leed en schade vergt nauwe samenwerking met de meer dan zeventig partners van de veiligheidsregio. Dat vraagt om elkaar leren kennen, afspraken maken, samen oefenen, expertise opdoen. En om hier voldoende capaciteit voor te houden, óók als een crisis langdurige inzet vraagt van professionals, zoals tijdens 7

de coronapandemie. Deze ontwikkeling vindt u terug in de begroting 2023 die nu voor u ligt. Onder meer onderbouwen we hierin verder waarom we investeren in capaciteit op het gebied van nieuwe crisistypen. U leest in deze begroting wat wij willen bereiken, welke ontwikkelingen we zien, wat we daarom gaan doen en wat dat gaat kosten. De begroting is gebaseerd op ons meerjarenbeleidsplan ‘Samen Hulpvaardig’ 2020-2023’. Dit plan is samen met gemeenten en andere partners tot stand gekomen. Hoofddoel in ons beleidsplan is het voorkomen van leed en schade. We doen dit door goede hulp te bieden en samen te werken met partners, inwoners en ondernemers. Ook zetten we steeds meer in op het voorkomen van incidenten. Dit komt onder meer terug in de veranderopgave van de brandweer. De maatschappij verandert door demografische, technische en infrastructurele ontwikkelingen (denk aan de vergrijzing, de energietransitie). De brandweer speelt op deze veranderingen in. We maken bijvoorbeeld een takenpakket op maat voor de brandweerposten, om zo gerichter in te zetten op de risico’s die er in een bepaald gebied zijn én brandweervrijwilligers niet onnodig te belasten. In de zienswijzen op de kadernota hebben gemeenten ons extra op het hart gedrukt alle betrokkenen goed mee te nemen in de veranderingen.

Dat advies nemen we ter harte, onder meer door postcommandanten van de brandweer en gemeenteambtenaren hier nauwer in te betrekken. We beseffen dat het soms voelt alsof er afstand zit tussen een gemeenschappelijke regeling als de veiligheidsregio en de gemeenten. In de praktijk zien we dat gemeenten en veiligheidsregio hecht met elkaar zijn verweven. Een groot deel van onze piketfunctionarissen werkt dagelijks bij gemeenten, onze specialisten van de brandweer voor risicobeheersing en Veilig Leven werken tussen de gemeenteambtenaren op het gemeentehuis en onze brandweervrijwilligers komen uit de lokale gemeenschap. Hoofddoelstelling van de Veiligheidsregio: De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord richt zich op het verkleinen van risico’s en het beperken van leed en schade bij incidenten en realiseert dit door het bieden van adequate hulp en het samenwerken met alle bij de veiligheid en hulpverlening betrokken partijen. Daarbij worden burgers en bedrijven gestimuleerd tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid en actief betrokken bij de hulpverlening. In het beleidsplan 2020-2023 wordt hier als volgt invulling aan gegeven. Wij willen ons doel bereiken door samen te werken. Niet alleen met gemeenten en andere ketenpartners, maar ook met inwoners en ondernemers. Samen gaan we aan de slag met voorkomen, voorbereiden, coördineren en hulpverlenen.

Speciaal over onze gemeente vindt u verhalen en cijfers op de website mijngemeente.vrnhn.nl. Ook ziet u in de dashboards hoe de speerpunten en ambities zijn ingevuld 8

Hieronder een toelichting op de verschillende onderdelen. Voor gedetailleerde informatie kunt u de gehele begroting tot u nemen.

Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Noord-Holland Noord

Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Noord-Holland Noord moet nadrukkelijk inspelen op de veranderende zorgvraag en de aanpassingen van de patiëntenstromen o.a. door de vergrijzing en de ontwikkeling dat mensen steeds langer thuis wonen. De zorgvraag neemt toe, maar wordt ook steeds complexer. Patiënten hebben steeds vaker meerdere chronische aandoeningen en wensen oplossingen op maat. NWZ ziekenhuislocaties (Den Helder en Alkmaar) en het Dijklander Ziekenhuis (Hoorn en Purmerend) spelen met specialisaties hierop in. Dit betekent onder andere meer overplaatsingen, langere rijafstanden, langere rijtijden en snellere ziekenhuisstops in onze regio. Voor het inspelen op dit soort ontwikkelingen is differentiatie door niet spoedeisende complexe ambulancevervoer, zoals midden en laag complexe ambulancevervoer, een noodzaak. En vanaf medio 2021 heeft die differentiatie in de vorm van middencomplexe ambulancezorg daadwerkelijk invulling gekregen. Het is inmiddels duidelijk dat hiermee in een behoefte wordt voorzien en er sprake is van een efficiëntere inzet van ambulance eenheden. Met business intelligence instrumenten zoekt en bewaakt de ambulanceorganisatie constant naar het optimale rendement van differentiaties binnen de ambulancezorg. De RAV investeert nadrukkelijk op vergroten van AED netwerk en burgerhulpverlening.

Als zodanig participeerde de RAV actief in het NHN project Hart aan de Slag dat zich hierop richt (afgerond in 2021). Innovaties zoals Electra Stroke zullen mogelijk in 2022/23 verder omarmt worden, maar dan voor de gehele RAV. Electra Stroke richt zich erop dat door het maken van een hersenfilm in de ambulance patiënten direct naar het juiste ziekenhuis kunnen worden gebracht waar de beste interventie kan worden uitgevoerd. Daarmee wordt belangrijke tijdswinst geboekt en verbetert de uitkomst voor de patiënt. De meldkamer ambulance is een belangrijke eerste schakel in de ambulancezorg. Vanaf 2022 is stapsgewijze invoer van applicaties als RescueTrack en Ambuplanner gestart. Deze geven nu al een stevige impuls geven aan snelheid en kwaliteit in het Meldkamerdomein. De RAV NHN mocht op basis van het meest recente referentiekader spreiding en beschikbaarheid van het RIVM wederom (2021 – 24, 2022 – 13) diensten uitbreiden in Noord-Holland Noord. Een meer duidelijke erkenning van de voor een ambulanceorganisatie complexe geografische kenmerken van onze regio. We zien dat mede hierdoor ook terug in duidelijk verbeterde ritprestaties. Uitdaging voor RAV Noord-Holland Noord, en dat geldt voor elke RAV in Nederland, is en blijft vooral om de uitbreiding van personeel op de ambulance voor elkaar te krijgen. Voor onze RAV lukt dat wonderwel.

Maar de RAV NHN vist voor de aankomende ambulanceverpleegkundigen uit de vijver van de ziekenhuizen. Dat was altijd al zo, maar in het licht van de algehele personele krapte in de acute zorg, blijft dat wrang voor de ziekenhuizen. De RAV NHN experimenteert deels al met combipersoneel ambulance – ziekenhuizen en wil dat verder uitbouwen. Al jaren zijn er knelpunten in de gedateerde ambulancehuisvesting van Den Helder en Hoogkarspel. Grootste struikelblok vormde de ontbrekende financiële middelen. In coproductie met de Zorgverzekeraars is een rapportage huisvestingsplannen RAV NHN met doorkijk naar 2025 tot stand gekomen en eind november 2020 financiering vanuit de Zorgverzekeraars verkregen. Het wettelijk budget Nza (Ned. Zorgautoriteit) stijgt door de uitbreiding van diensten en indexatie. Het inroosteren van de extra diensten is mede de reden van de stijging van de post salarissen. Positief effect is dat er minder inhuur wordt verwacht (HRM). Extra aanschaf van ambulances vanwege de uitbreiding van diensten en uitgestelde vervanging (vertraging in productie) zorgen voor groei in de kosten van het wagenpark. 9

De huisvesting stijgt qua kostenniveau nog niet naar het verwachte niveau door de later geplande oplevering van nieuwbouw dan in eerste aanleg was opgenomen in de begroting. Voor het overige is sprake van geringe trendmatige aanpassingen door prijsstijgingen gebaseerd op de CPB-raming.

Brandweerorganisatie

Bestrijden De brandweer richt zich in eerste instantie op het verzorgen en leveren van adequate hulpverlening na het zich voordoen van een incident. De belangrijkste en grootste taak van de brandweer is nog steeds de repressie, oftewel de uitruk door de tankautospuit voor brandbestrijding en hulpverlening bij ongevallen. 80% van de middelen en capaciteit richt zich op deze voor de burger zo belangrijke taak. Voor een goede uitvoering is vakbekwaam personeel en een goede technische uitrusting nodig. De brandweer richt zich met haar vrijwillige en beroepsmedewerkers voor een groot deel op activiteiten die dit mogelijk maken. Als er brand ontstaat zal de brandweer zich maximaal inspannen om de (maatschappelijke) effecten hiervan te bestrijden. Van bestrijden naar voorkomen De brandweer realiseert zich dat de grote investering die de incidentbestrijding vergt, eindig is. Het streven is om branden en ongevallen te voorkomen. Daarom wil de brandweer brand en ongevallen nog meer dan nu voorkomen. De brandweer kan dat niet alleen. Daarvoor is het gezamenlijk optrekken met ketenpartners noodzakelijk. Het is ook nodig dat burgers en bedrijven hun eigen rol in veiligheid onderkennen en hierin hun verantwoordelijkheid nemen. Hierbij richt de brandweer zich op de risico’s.

Daar waar de kansen en effecten het grootst zijn, zal de brandweer brandpreventieve, repressieve en risicobewustzijn verhogende maatregelen inzetten om het ontstaan van incidenten maximaal te voorkomen. Mocht zich toch een incident voordoen dan zullen door getroffen preventieve maatregelen en repressieve inzet de effecten zo klein als mogelijk worden gehouden. Hiervoor is een nauwe samenwerking met gemeenten, ketenpartners, burgers en bedrijven logisch en noodzakelijk.

Ontwikkelingen

Veranderopgave brandweer Tijdens de bestuurs-tweedaagse in november 2021 werd een eerste beeld gedeeld van de brandweerorganisatie van de toekomst. Deze is door meer aanpassingsvermogen beter opgewassen tegen maatschappelijke en demografische veranderingen die invloed hebben op werving en behoud van brandweervrijwilligers, de veranderende vraag naar het soort brandweerzorg, nieuwe crisistypen en de toenemende complexiteit van het werk. In de algemene bestuursvergadering van 4 maart 2022 is de concept-visie veranderopgave brandweer vastgesteld. Om de concept-visie te vertalen naar meerjarige organisatieontwikkeling zijn in samenspraak met het bestuur drie prioriteiten (sporen) benoemd. Deze drie sporen vormen de kern van de ontwikkelagenda van de brandweer en zullen de komende periode samen met de organisatie, onze omgeving en in samenspel met het bestuur, vertaald worden naar concrete en toepasbare veranderingen in onze brandweerpraktijk. 1. Doorontwikkeling van een gedifferentieerd operationeel model We organiseren ons op basis van het risicoprofiel en onze omgevingsvraag en maken onderscheid in type brandweerzorg. We ontwikkelen hierbij naar drie types kazernes en innovatieve incidentbestrijding.

Dit realiseren wij om in te spelen op een toenemende complexiteit met nieuwe specialismes en technologieën, om een sterke basis paraatheid te houden én ten behoeve van lokale slagkracht en het bieden van (buren)hulp over onze eigen regiogrenzen. Internationale wetgeving en landelijke kaders zorgen ervoor dat we ontwikkelen naar verdere flexibilisering van onze inzetconcepten en robuuste posten, waaronder; uniforme 24/7 beroepsposten en sterke vrijwillige posten. Ook kijken we naar de mogelijkheden om medewerkers structureel versneld en gedifferentieerd op te leiden en inzetbaar te maken. 10

2. Professioneel partner en (advies)expert in preventie en Veilig Leven Dat betekent dat we onze organisatie van risicobeheersing voorbereiden op de Omgevingswet en onze advies- en netwerkrol verder professionaliseren. Volgend ook op de prioriteiten en de landelijke strategie van Brandweer Nederland. Preventie en kennisontwikkeling wordt meer ingezet vanuit een dagelijks samenspel met partners, instellingen en burgers en op specifieke thema’s, zoals de energietransitie. Met sociale innovatie, hoogwaardige voorlichting en gericht samen oefenen, leren en ontwikkelen, vanuit het principe van een veerkrachtige samenleving. 3. Opbouw van een opschaalbare regionale crisiseenheid Nieuwe crisistypen creëren een grijs gebied tussen publieke en private partners. De coronapandemie laat zien wat de langdurige impact kan zijn van crises op de dagelijkse operatie van de brandweer en veiligheidsorganisaties. We bereiden ons voor op meer langlopende crisisvraagstukken, een opschaalbare regionale crisiseenheid is één van de maatregelen. De komende maanden wordt in kaart gebracht hoe een poule met medewerkers kan worden gevormd die straks kunnen meedraaien in onze regionale crisisorganisaties. Deze wordt opgebouwd vanuit lokale brandweerposten en verbonden met onze partners; van politie, het Hoogheemraadschap tot de kustwacht en het Rode Kruis.

Per ontwikkelfase zal een zorgvuldig proces worden uitgewerkt met heldere bestuurlijke mijlpalen en voor draagvlak een zorgvuldige interne afstemming gedaan worden. Zodoende hebben alle betrokkenen de gelegenheid tot inbreng en kan deze worden meegenomen in het bestuurlijk besluitvormingsproces. Tegelijk vraagt het veranderproces flexibiliteit om mee te bewegen met landelijke besluitvorming (taakdifferentiatie) en actuele ontwikkelingen en crisis. Het organisatieontwikkelingsplan zal vóór besluitvorming door het algemeen bestuur aangeboden worden aan de gemeenteraden voor zienswijze, omdat het onder andere zal gaan over opkomsttijden, de aanwezigheid van brandweerposten, overige voorzieningen en maatregelen (art. 14 lid 2f Wvr). De ontwikkelopgave in Noord-Holland Noord is niet uniek. Ook andere regio’s geven vorm aan ontwikkeling en vergelijkbare innovatieve experimenten. Met verschillende regio’s wordt nauw opgetrokken, zoals Haaglanden en Limburg-Noord, om samen te leren van kansen en uitdagingen in de praktijk. Daarnaast wordt samengewerkt met de omliggende regio’s, met brandweer Nederland en het lectoraat Brandweerkunde (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, kortweg NIPV), onder andere in een landelijke toekomstverkenning en vervolgstappen die hieruit voortvloeien, zoals pilot projecten.

De GHOR NHN stelt zich primair tot doel dat de gezondheidskundige hulpverlening in de regio,

onder regie van het openbaar bestuur, naadloos kan opschalen van dagelijkse naar grootschalige hulpverlening en dat de betrokken organisaties daarbij als samenhangende zorgketen kunnen optreden. De GHOR vervult hier als netwerkteam een faciliterende en (ver)bindende regierol. Immers, de daadwerkelijke uitvoering van de gezondheidskundige hulpverlening is een verantwoordelijkheid van de zorginstellingen en zorgverleners zélf. Deze ketenrol, ook op het vlak van risicogerichtheid, met balans tussen faciliteren en regisseren, krijgt de komende jaren nadrukkelijk aandacht en inhoud met huisartsen, ziekenhuizen, GGD, RAV, GGZ, Care instellingen (o.a. verpleeg- en verzorgingshuizen), etc..

De meldkamer Noord-Holland is belast met:

-het ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpvragen ten behoeve van incidentbestrijding en crisisbeheer van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening, de daadwerkelijke ambulancezorg, de politie, de gemeenten en andere partners in de hulpverlening; Op het bieden van een adequaat hulpaanbod; het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten. 11

Voor de meldkamer geldt des te meer dat zij vooral faciliterend is in het samenwerkingsproces tussen burger en hulpverlener en tussen hulpverleners onderling. Daarom levert de meldkamer een bijdrage aan deze maatschappelijke doelstellingen, maar effecten in de maatschappij zijn van meer factoren afhankelijk. Deze doelstellingen zijn echter wel richtinggevend voor alle inspanningen in de komende jaren.

Risicobeheersing

Doel van dit programma is het voorkomen van grootschalige incidenten, rampen en crises en het beperken van effecten door het nemen van maatregelen door overheid, burgers en bedrijven. Dit programma wordt uitgevoerd door verschillende partners waarbij de afdeling risico- en crisisbeheersing (RCB) primair een adviserende en regisserende rol vervult. De afdeling heeft een belangrijke netwerkfunctie: het fungeert als marktplaats voor partners die samenwerken binnen de risico- en crisisbeheersing. De doelstellingen van dit programma zijn benoemd op het niveau van maatschappelijke effecten. Deze effecten zijn niet in één jaar zichtbaar, maar vragen een perspectief op langere termijn waarbij verschillende partners een bijdrage leveren om deze te realiseren. Ontwikkelingen RCB richt in 2022 een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) in. Het VIK is het knooppunt voor informatie dat de aspecten van publieke veiligheid in de regio NHN monitort. Het is daarmee het fundament voor de uitbouw naar een landelijk veiligheidsbeeld in het project KCR2. De noodzaak voor een gedeeld veiligheidsbeeld bleek tijdens de coronacrisis. Landelijk en bovenregionaal, in NW4 coalitie en met andere veiligheidspartners is er behoefte aan een gezamenlijk beeld voor een schaalbare organisatie en capaciteit voor elke (crisis)situatie.

Een gedeeld veiligheidsbeeld ondersteunt VRNHN bij het uitoefenen van haar taken in samenwerking met partners. Dit is een doorontwikkeling van het proces, de infrastructuur en een verbreding van het doel en de doelgroep van het huidige veiligheidsbeeld. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s wordt landelijk een nieuw uniform kwaliteitsniveau bepaald voor bevolkingszorg. Landelijk wil bevolkingszorg een toekomstbestendige kolom zijn, we zien veel ontwikkelingen op ons af komen waar we met een landelijk meerjarenprogramma op anticiperen. Nieuwe crisistypen De veiligheidsregio is optimaal toegerust op de incidenten en crises met een lokaal of regionaal effect, maar de (maatschappelijke) ontwikkelingen vragen om voorbereiding op die ongekende crises, zoals digitale verstoringen, langdurige energie-uitval, grootschalige pandemieën en andere typen crises waar Nederland minder ervaring mee heeft. Dat betekent dat de veiligheidsregio’s in staat moeten zijn verschillende crises te beheersen met allerlei crisispartners. Daarom is “nieuwe crisistypen” één van de thema’s in het beleidsplan 2020-2023. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking met onze partners, tussen veiligheidsregio’s en met de nationale crisisbeheersingsorganisatie.

Dit heeft zich gemanifesteerd in het advies van de Evaluatiecommissie wet Veiligheidsregio en ook de coronacrisis onderstreept dat de gangbare crisisorganisatie niet volstaat. Crisisbeheersing moet meer worden vormgegeven vanuit netwerksamenwerking waarbij alle crisispartners zoveel mogelijk vanuit eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden bijdragen aan crisisbeheersing. Bij de samenstelling van het netwerk moeten de aard en de schaal van de specifieke dreiging of crisis leidend zijn. Omdat crises op verschillende manieren tot uiting kunnen komen, zijn telkens wisselende crisispartners en verschillende expertises nodig. Om dit te kunnen waarmaken, is het van belang alle partners in beeld te hebben en daar goede afspraken mee te maken. Op basis van het risicoprofiel, een terugblik op tien jaar GRIP-incidenten, het belang en de invloed van de verschillende partners en bestaande samenwerkingsovereenkomsten, zijn zeventig partners gedefinieerd waar een actieve netwerkrelatie mee moet worden opgebouwd. 12

De geschetste ontwikkelingen en het risicoprofiel van de regio vragen om meer urgentie en een versnelling op het beleidsthema nieuwe crisistypen. De veiligheidsregio heeft nu niet de capaciteit om de basis op orde te krijgen en heeft ook minder fte’s in vergelijking met ander veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur heeft besloten om de capaciteit uit te breiden met 2 fte in 2023, om invulling te geven aan de volgende 3 bestuurlijke beleidspeerpunten: - Intensivering van de samenwerking op de nieuwe crisistypen met de gemeenten en de andere 70 crisispartners op risico-en crisisbeheersing. - Een flexibele(re) crisisorganisatie en netwerksamenwerking om sneller en beter in te spelen op een (langdurige) regionale en grensoverschrijdende crisis. - Versterken van de regisseursrol van de veiligheidsregio om gemeenten en partners voor te bereiden op een éénduidig optreden tijdens nieuwe maar ook ‘klassieke’ incidenttypen (zoals branden met gevaarlijke stoffen).

Zorg- en Veiligheidshuis

Doel van het Zorg- en Veiligheidshuis is het terugdringen van criminaliteit en overlast, en het reduceren van veiligheidsrisico’s. Dit door het verbinden van zorg en veiligheid. Belangrijkste taken van het Zorg- en Veiligheidshuis liggen op het gebied van ketenregie. Dit als uitvoerende regie namens de gemeente. Daarnaast het borgen van de juiste deskundigheid van ketenpartners in een optimale aanpak van sociale veiligheidsvraagstukken. Het betreft regie op verschillende niveaus, zoals regie op de samenwerking, procesregie en casusregie. Het Zorg- en Veiligheidshuis NoordHolland Noord is de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur van VR NHN. De brede commissie Zorg en Veiligheid is verantwoordelijk voor de beleidskeuzes en effectiviteit, als stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis. Het Zorg- en Veiligheidshuis bedient alle gemeenten in de regio. Ontwikkelingen Zorg en veiligheid In de commissie Zorg en Veiligheid, werken burgemeesters, wethouders en vertegenwoordigers van de politie, justitie, VNG, GGD en GGZ aan vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid die regionale afstemming behoeven. Als Veiligheidsregio Noord-Holland Noord ondersteunen we de commissie en kunnen we in het organiseren van de afstemming en samenwerking een coördinerende rol vervullen.

Als veiligheidsregio met een groot netwerk aan ketenpartners opereren we op de gepaste schaal om verschillende partijen bij elkaar te brengen. De commissie werkt op basis van de vraag van de gemeenten. Wanneer gemeenten tegen problemen aanlopen die ze niet op eigen schaal kunnen oplossen, kunnen ze de commissie inschakelen. De besluitvorming over zorg- en veiligheidsvraagstukken blijft daarmee bij de gemeente zelf. Daarmee zorgen we voor een afbakening van taken van de commissie. De commissie begeleidt een aantal thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals momenteel mensen met onbegrepen gedrag, Geweld hoort nergens thuis, In control of Jeugd, Alcohol en Drugs. In 2021 is het thema re-integratie ex gedetineerden toegevoegd. Voor 2022 en verder bestaat de mogelijkheid nieuwe thema’s toe te voegen. Daarnaast is de commissie de stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis. Voor wat betreft secretariaat en ondersteuning van de commissie en het project personen met verward gedrag na 2022 is dit in personele zin geborgd. Vanuit het Rijk is 10 miljoen structureel toegezegd voor ondersteuning voor het Zorg- en Veiligheidshuis. Dit voor de implementatie van de ketenveldnorm, die nu door de Veiligheidsregio vanuit de projectgelden wordt gefinancierd. Voor het Zorg- en Veiligheidshuis NHN is dit € 327.000. Met deze financiële injectie is de basis op orde.

13

Beleidsplan 2020-2023 Ontwikkelingen Informatieveiligheid en digitale systemen We worden als samenleving steeds afhankelijker van digitale systemen. Als veiligheidsregio is het van groot belang om onze eigen omgang met data en de opslag hiervan op orde te hebben, ons goed voor te bereiden op een cyberincident en de kritische processen van de hulpverlening hierin inzichtelijk te maken. Voor iedere organisatie is ICT en de juiste, veilige en continue beschikking over data daarom steeds belangrijker, zeker in die van ons. De Veiligheidsregio moet net als de gemeenten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving zoals Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), verplichte certificeringen (o.a. NEN 7510 van Ambulancezorg), veranderende normenkaders zoals Baseline Informatiebeveiliging Overheid en eisen vanuit de Archiefinspectie. De accountant heeft dit ook aangegeven in het accountantsverslag. Gezien toenemende cyberdreiging door ontwikkelingen in de wereld, moeten we blijven aansluiten bij de jongste ontwikkelingen om veilig te kunnen blijven opereren. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) onderkent dit belang en heeft een uitgebreid programma op informatievoorziening ontwikkeld waar informatieveiligheid een belangrijke pijler is.

Daaruit vloeit ook het besluit van 16 april 2021 van de Raad van Commandanten en Directeuren voort om een versnellingsprogramma te starten om te voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid (BIO) een norm voor informatieveiligheid bij overheidsinstellingen, die volgt op de Baseline informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten. Alle veiligheidsregio’s en het NIPV zijn hiervoor verantwoordelijk. Veilig leven Het voorkomen van leed en schade is een belangrijke pijler van onze dienstverlening. In huis voelen we ons veilig, maar thuis is ook de plek waar zich de meeste ongelukken en branden voordoen. Met name onder ouderen veroorzaakt dit leed. We kunnen verschil maken door niet alleen gebruik te maken van de kracht van onze eigen medewerkers, maar ook door de samenleving te mobiliseren. We sluiten per gemeente en samen mét de gemeente preventiecoalities met organisaties die achter de voordeur komen. Medewerkers van deze organisaties krijgen een training van de brandweer, leren wanneer en hoe ze naar ons kunnen doorverwijzen. In het onderwijs laten we leerlingen zien waar ze thuis op kunnen letten én bij opa en oma of de oudere buren. Met communicatiecampagnes stimuleren we mensen om hun eigen huis en dat van hun naasten veiliger te maken, eventueel met behulp van slimme sensoren. We maken slimme combinaties.

Zo kan de brandweer bij het adviseren over een veilige vluchtweg, ook tips meenemen over het voorkomen van valongelukken op de trap. En zo kunnen zorg- en welzijnsorganisaties met hulp van de veiligheidsregio ook helpen branden te voorkomen. Het streven is om in alle gemeenten een op maat gemaakte aanpak voor brand- en valpreventie te implementeren, om zo goed aan te kunnen sluiten bij lokale initiatieven en behoeften. Doelstelling is om ieder jaar met maximaal drie nieuwe gemeenten deze aanpak te volgen. Door corona heeft dit vertraging opgelopen, onder andere omdat fysieke activiteiten niet konden worden uitgevoerd. Wel is hierdoor het online bereiken van inwoners in een stroomversnelling geraakt, door onder meer Webinars en Social mediacampagnes in te zetten. De gemeenten waar de aanpak al is geïmplementeerd zijn Alkmaar, Bergen, Drechterland en Schagen. Hollands Kroon en Texel sluiten in 2022 aan, met andere gemeenten is de veiligheidsregio in gesprek. Het streven is om eind 2023 de werkwijze in tien gemeenten doorgevoerd te hebben en daarna de overige gemeenten aan te sluiten. Naast de aanpak per gemeente zijn er ook regio brede activiteiten, zoals lessen op basisscholen, voorlichting na brand en mediacampagnes. Aanzetten tot gedragsverandering werkt, dat zien we in de praktijk en dat zien we in de resultaten van enquêtes. We investeren in data-analyse en effectmetingen.

Dat doen we niet alleen om te zien of we met onze activiteiten ons doel geraakt hebben, maar ook om steeds gerichter te werk te kunnen gaan en prioriteit te geven aan de mensen die het meeste risico lopen. 14

Vluchtelingen crisis Oekraïne Op 24 februari 2022 viel Rusland het buurland Oekraïne binnen. Sinds dat moment woedt er een bloedige strijd. Hierdoor is er een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen van miljoenen Oekraïners. Deze vluchtelingen worden door vele landen binnen Europa opgevangen, zo ook in Nederland. De Veiligheidsregio’s en de gemeenten hebben hierin een belangrijke rol: het opvangen van vluchtelingen op diverse doorstroomlocaties en het doorverwijzen naar meer permanente opvanglocaties. Hoelang dit gaat duren en hoeveel vluchtelingen moeten worden opgevangen, is onbekend Gemeentelijke bijdrage De begroting 2023 is geïndexeerd met 2,3% (2,3% loonindexatie en 2,3% prijsindexatie). De loonprijsindexatie 2023 is, in overeenstemming met de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel 2023 per gemeente is medio februari 2022 bekend geworden. Verdeling vindt plaats naar de draagkracht per gemeente. De bijdrage voor 2023 komt uit op een bedrag van € 45.745.723. De gemeentelijke bijdrage 2023 is op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde kadernota geïndexeerd met 2,3%. De loonindexatie en de prijsindexatie bedragen beiden 2,30%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen.

De indexatie van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2024-2026 is gebaseerd op de CPB Middellange Termijn Verkenning en zijn respectievelijk 1,7%, 2,0% en 2,0% De recente vaststelling van de verschillende cao’s laten een scherpere stijging zien dan waarmee vanaf 2022 is geïndexeerd, terwijl de huidige inflatie ook de nodige druk gaat genereren. Hierdoor kunnen de nu geraamde exploitatie uitkomsten onder druk komen te staan .

Bijdrage gemeente Schagen 2022 € 3.573.354 = 7,8% als een van de 16 gemeenten: Crisisbeheer en brandweer Openbare Orde & Veiligheid

€ 3.536.281 € 37.073,-

Ambulancezorg Schagen

€

2.896,-

De volgende zienswijze zijn door het college van Schagen afgegeven op de jaarstukken 2021, de begroting 2023, van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord: Zienswijze 1 - Jaarstukken 2021 De jaarrekening 2021 van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord sluit met een positief resultaat van €3.145.000, bestaande uit €721.000 Ambulancezorg en €2.424.000 uit de overige programma’s. Een deel van het positieve resultaat komt terecht in bestemmingsreserves en de algemene reserve. Het restant van €1.925.000 wordt teruggegeven aan de gemeenten conform de beleidslijn van het bestuur. Dit positieve resultaat komt door incidentele positieve resultaten, zoals lagere salariskosten en vrijwilligers vergoedingen en één van het rijk ontvangen decentralisatie-uitkering 2021 voor het Zorg- en Veiligheidshuis. Ook worden de kosten die door corona zijn gemaakt volledig vergoed. Bij de jaarstukken zitten twee voorstellen voor het AB over de ontvangen decentralisatie-uitkering 2021 voor het Zorgen Veiligheidshuis, de zogenoemde POK-gelden. Het eerste voorstel gaat om het instellen van een bestemmingsreserve voor de POK-gelden 2021. Het gaat hier om een decentralisatie-uitkering wat inhoudt dat het volledige bedrag niet persé voor dit doel ingezet moet worden. 15

Gemeenten hoeven het geld niet terug te betalen als ze minder geld nodig hebben om de taak uit te voeren, zolang de taak wordt uitgevoerd. Ook wel medebewind genoemd. Dit is een andere interpretatie dan die de veiligheidsregio geeft. Het bestedingsplan voor deze gelden die de veiligheidsregio wil reserveren in een bestemmingsreserve ontbreekt. Hierdoor is het onduidelijk waarvoor deze gelden gereserveerd moeten worden, ook dit jaar ontvangt de veiligheidsregio deze bedragen. Wij verzoeken de veiligheidsregio om te komen met een bestedingsplan voor de gelden uit 2021 en inzage te geven in de gestelde voorwaarden. Heeft het Zorg- en Veiligheidshuis deze gelden niet nodig, dan willen wij dat dit bedrag vrijvalt in het rekeningresultaat van 2022 om terug te vloeien naar de gemeenten. Het tweede voorstel gaat over het indexeren van de VNG bijdrage en de POKgelden. Het is niet aantoonbaar dat deze indexatie (één op één) in het zogenoemde accres algemene uitkering gemeentefonds zit. Het bedrag is relatief klein (voor 2022: €7.500 en voor 2023: €13.500) en indexatie is een logische stap. Er is dan ook genoeg draagvlak in de Noordkop om deze indexatie te gaan doen. Dit betekent wel een verzwaring van de gemeentelijke bijdrage voor de gemeenten. Zienswijze 2 - Begroting 2023 In 2023 moet de veiligheidsregio een aantal leningen herfinancieren.

In de (meerjarige) begroting is rekening gehouden met een rentepercentage van 1,5% voor de nieuwe financiering. Momenteel is dit percentage al achterhaald en leidt dit tot een nadeel in de exploitatie. Dit geldt ook voor de toenemende kosten door de cao-onderhandelingen, de oplopende inflatie en het energieverbruik waarvan de tarieven variabel zijn en niet meerjarig vastgelegd. Wat zijn de consequenties van de herijking van het gemeentefonds en de bovengenoemde mogelijke stijging van kosten voor de risicoparagraaf? Zienswijze 3 - Samenwerkingsafspraken Risicobeheersing Ten slotte nog een laatste opmerking over het AB voorstel over de samenwerkingsafspraken Risicobeheersing wat bij de stukken is gevoegd. Dit voorstel gaat over het wijzigen van een taak die op dit moment per individuele gemeente met de veiligheidsregio is overeengekomen, naar een algemene taak van de veiligheidsregio. Hierbij gaan alle deelnemers voortaan volgens een vaste verdeelsleutel een bijdrage betalen die losstaat van de diensten die zij afnemen van de Veiligheidsregio voor deze taak. Uit het AB voorstel blijkt dat de veiligheidsregio dit wenst te regelen via instemming van de individuele gemeenten. Onduidelijk in het voorstel is welk besluit op dit moment van de raad gevraagd wordt.

Wij begrijpen dat de veiligheidsregio door dit voorstel de kwaliteit voor onze inwoners en de continuïteit wilt borgen, maar dit voorstel is nog niet besluitrijp. Wij verzoeken de veiligheidsregio om geen besluit te nemen op 8 juli 2022, maar het voorstel verder uit te werken. In deze uitwerking de volgende punten mee te nemen: gemeenten hanteren op dit moment verschillende werkwijzen. Wat is het effect als een individuele gemeente niet instemt met deze fundamentele taakwijziging? Kan deze wijziging naar een algemene taak met een vaste verdeelsleutel dan wel of niet doorgaan? En als dit wel doorgaat, welke consequenties, bijvoorbeeld voor de financiën, heeft dit voor de andere gemeenten? Hoe is dit voorstel juridisch geborgd? Als raadsvolgers delen wij de voorgestelde zienswijzen van het college en adviseren u hiermee in te stemmen en, vragen u het advies in de Regionale Raadscommissie Noordkop te bespreken

in de vergadering van 2 juni alvorens in onze raadsvergadering van 21 juni vast te stellen Hartelijk dank Co Wiskerke en Debby Burger – de Graaf

Definitie/omschrijving zienswijze: Een zienswijze is het geven van een mening door een belanghebbende tegen een ontwerpbesluit van een bestuursorgaan. Door het indienen hiervan maken wij kenbaar dat wij het gedeeltelijk of geheel niet eens zijn met hun voornemen een bepaald besluit te nemen. 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14686378/1