CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-202931.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2,2 personen x 30 nachten x € 2,13 2,3 personen x 39 nachten x € 2,13 2,2 personen x 18 nachten x € 2,13 2,1 personen x 12 nachten x € 2,13

86

€ 140,58 € 191,06 € 84,35 € 53,68

En er zijn forfaitaire tarieven voor alle andere vormen van verblijf: Vaste jaarplaats 2,3 personen x 53,7 nachten x € 2,33 Vaste seizoenplaats 2,4 personen x 53,6 nachten x € 2,33 Seizoenplaats 2,4 personen x 52,9 nachten x € 2,33

€ 287,78 € 299,73 € 295,82

De totale opbrengst van de toeristenbelasting is geschat op € 3.394.000 Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven wanneer natuurlijke personen meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden zonder dat zij in de gemeente hun hoofdverblijf hebben. In onze gemeente zijn ongeveer 3.620 personen belastingplichtig voor de forensenbelasting. De totale opbrengst van de forensenbelasting is geschat op € 2.258.000. De forensenbelasting kent 2 tarieven. Één tarief voor stacaravans en één tarief voor woningen. Dit geldt ook voor recreatiewoningen. Het tarief voor stacaravans bedraagt in 2026 € 397,95. Het tarief voor woningen bedraagt in 2026 € 932,00. Grafrechten Grafrechten heffen we op basis van de Verordening op de heffing en invordering van grafrechten. In 2021 is de Beheersverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 vastgesteld. Naar aanleiding van deze Beheersverordening hebben we de tarieven in de verordening grafrechten onderzocht en bijgesteld met een inflatiecorrectie van € 3,56%. Voor het begraven of bijzetten van stoffelijke overschotten worden aanslagen grafrechten opgelegd. Dit gaat om het gebruik van de begraafplaats en om het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met het begraven en het bijzetten. De inkomsten voor 2026 worden geraamd op € 168.000,-.

Overzicht kostendekkendheid Kostendekkendheid Begraafplaatsen (x1000) Kosten taakveld riolering, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen

2025

2026 235

365

0

0

235

365

Overhead incl. (omslag)rente

200

165

A. Totale kosten

435

530

Opbrengst heffingen

-168

-168

Netto kosten Toe te rekenen kosten:

Kwijtschelding B. Totale opbrengsten

0

0

-168

-168

87

B-A

-603

362

Dekking

39%

32%

De hogere lasten in 2026 worden deels verklaard door inflatie, terwijl de baten niet meegroeien. Zelfs met inflatiecorrectie op de tarieven is er de afgelopen jaren een daling van de opbrengsten zichtbaar. Daarnaast zijn bepaalde kosten die in 2025 onder 'onderhoud groen' waren verantwoord, in 2026 correct toegerekend aan de begraafplaatsen en meegenomen in de tariefberekening. Leges Leges heffen we voor diensten die we als gemeente hebben geleverd. In de tarieventabel, die bij de verordening hoort, worden de bedragen genoemd die we voor diverse verleende diensten heffen. Voor een aantal diensten worden de tarieven door het Rijk voorgeschreven, bijvoorbeeld bij reisdocumenten. Bij het vaststellen van de tarieven gaan we er van uit dat deze 100% kostendekkend zijn. De tarieventabel leges is onderverdeeld in drie titels en is ingericht volgens de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten: • Titel 1 Algemene dienstverlening bijvoorbeeld: burgerlijke stand, reisdocumenten, winkeltijden et cetera; • Titel 2 Dienstverlening die valt onder de fysieke leefomgeving of omgevingsvergunning, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; • Titel 3 Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn: horeca, evenementen en dergelijke. Voor titel 1 en 2 mogen de opbrengsten van alle diensten binnen een titel niet hoger zijn dan de uitgaven.

Binnen een titel mag een dienst dus meer dan 100% kostendekkend zijn, zolang deze gecompenseerd wordt door een lagere kostendekking. Voor titel 3 geldt de kostendekking per dienst. De totale opbrengst aan leges is geschat op €2.649.668,- zoals te zien is in onderstaand overzicht:

Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Kostendekking Hoofdstuk 1 Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel

Directe Kostendek kosten Loonkosten Overhead Opbrengst kendheid 450.120 578.009 390.869 1.088.208 76,69% 1.254.679 1.123.258 1.760.000 74,01% 1.984 1.878 3.249 84,15% 450.120 1.834.672 1.516.005 2.851.457 75,02%

Titel 1 algemene dienstverlening Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen. De opbrengsten komen voornamelijk door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn op dit moment gelijk aan het maximale bedrag.

88

Onderwerp legesverordening Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Paragraaf 1.5 - Verstrekkingen uit het Kiezersregister n.v.t. Paragraaf 1.6 - Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens n.v.t. Paragraaf 1.7 - Bestuursstukken n.v.t. Paragraaf 1.8 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.9 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.10 - Gemeentearchief Paragraaf 1.11 - Huisvestingswet n.v.t. Paragraaf 1.12 - Leegstandswet Paragraaf 1.13 - Gemeentegarantie n.v.t. Paragraaf 1.14 - Marktstandplaatsen (voor weekmarkten e.d.), verplaatst Paragraaf 1.15 - Winkeltijdenwet, verplaatst Paragraaf 1.16 - Kansspelen Paragraaf 1.17 - Telecommunicatie Paragraaf 1.18 - Verkeer en vervoer Paragraaf 1.19 - Diversen Paragraaf 1.20 - Algemene plaatselijke verordening (diverse) Paragraaf 1.21 - Urgentie Totaal hoofdstuk 1

Directe kosten

295.737 113.883

40.500

450.120

Kostendek Loonkosten Overhead Opbrengst kendheid 54.325 36.204 268.797 179.171 161.813 107.858

52.943 609.940 286.936

58,48% 82,01% 74,81%

49.760

33.160

40.000

48,24%

10.593

7.060

32.757

56,33%

871

580

1.121

77,26%

24.516 7.334

21.948 4.888

57.783 6.728

124,36% 55,05%

578.009 390.869 1.088.208

76,69%

Titel 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning De kostendekking van titel 2 is onder de 100% kostendekking. Hoewel er getoetst wordt op de gehele verordening wordt u geadviseerd om onder deze grens te blijven. Het is namelijk goed mogelijk dat de jurisprudentie wijzigt met betrekking tot kruis subsidiëring. Dit kan gevolg hebben tot een toename in bezwaar- en beroepsprocedures.

Directe Kostendek kosten Loonkosten Overhead Opbrengst kendheid

Onderwerp legesverordening Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

428.923 383.993

89

218.086

26,83%

625.252 559.759 1.234.420

104,17%

Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven Paragraaf 2.12 - Modaliteiten Paragraaf 2.13 - Vermindering Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2

10.941 63.153

9.794 56.538

20.028 51.123

96,59% 42,71%

24.973 278

22.360 249

73.072 892

154,39% 169,26%

3.111 1.111 1.680 95.257

2.786 995 1.504 85.280

1.213 2.021 3.799 155.346

20,57% 95,96% 119,24% 86,05%

1.254.679 1.123.258 1.760.000

74,01%

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn Dit is een klein onderdeel van de legesverordening. Hij bestaat voor een groot deel uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend.

Directe Kostendek kosten Loonkosten Overhead Opbrengst kendheid

Onderwerp legesverordening Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca Paragraaf 3.2 - Prostitutiebedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 - Standplaatsen

1.931 53

Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet Paragraaf 3.7 - In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal hoofdstuk 3 Totaal 450.120

1.828 50

3.171 78

84,36% 76,47%

1.984 1.878 3.249 1.834.672 1.516.005 2.851.457

84,15% 75,02%

Overige gemeentelijke belastingen/heffingen Naast de genoemde verordeningen zijn er nog een aantal met een relatief lage belastingopbrengst. Deze verordeningen hebben betrekking op precariobelasting, marktgelden, staangelden, campergelden, havengelden en liggelden. Kwijtschelding Wij bieden aan inwoners met een minimum inkomen de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen. Er wordt in principe alleen nog kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De onroerendezaakbelasting voor gebruikers van woningen is afgeschaft.

90

Kwijtschelding voor de onroerendezaakbelastingen voor eigenaren is alleen mogelijk op de voorwaarde dat er geen overwaarde op de woning zit. De norm voor het verlenen van kwijtschelding is gesteld op 100% van de bijstandsnorm. Dit is het maximale dat is toegestaan. Inwoners die in aanmerking komen voor kwijtschelding hoeven niet ieder jaar opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Is er in 2025 kwijtschelding verleend? Dan toetsen we automatisch voor belastingjaar 2026 of de inwoner weer in aanmerking komt voor kwijtschelding. De inwoner krijgt automatisch kwijtschelding wanneer deze toets positief is. Gemiddeld 65% van de kwijtscheldingen wordt op deze manier verleend. Overzicht tarieven lokale heffingen In onderstaande tabel zijn de tarieven voor 2026 van de belangrijkste gemeentelijke belastingen opgenomen.

Soort heffing

Tarief 2025

Tarief 2026

StijgingsBaten 2026 percentage

Onroerende zaakbelastingen

Kwijtschelding

€ 14,262.000

€0

€ 8.363.000

€ 189.000

€ 6.487.000

€ 114.000

Woningen Eigenarenbelasting als percentage van de WOZ waarde

0.11%

nnb*

Eigenarenbelasting als percentage van de WOZ waarde

0.29%

nnb*

Gebruiker als percentage van de WOZ waarde

0.18%

nnb*

Niet woningen

Afvalstoffenheffing Eenpersoons huishouden

341

350

2.50%

Twee- en driepersoons huishouden

402

412

2.50%

Vier- en meerpersoons huishouden

435

446

2.50%

Extra container

218

223

Rioolheffing t/m 99.750 m3 bedraagt het tarief per 350 m3

228

245

11.30%

91

vanaf 99.751 m3 bedraagt 228 het tarief per 750 m3

245

11.30%

Toeristenbelasting Voorseizoenarrangement; 2,2 personen x 30 nachten 136 x € 2,13

141

3.56%

Verlengd voorseizoenarrangement; 185 2,3 personen x 39 nachten x € 2,13

191

3.56%

Naseizoenarrangement; 2,2 personen x 18 nachten x 82 2,13

84

3.56%

Maandarrangement; 2,1 personen x 12 nachten x € 52 2,13

54

3.56%

Vaste jaarplaats; 2,3 personen x 53,7 nachten x 278 € 2,33

288

3.56%

Vaste seizoenplaats; 2,4 personen x 53,6 nachten x 289 € 2,33

300

3.56%

Seizoenplaats; 2,4 personen 287 x 52,9 x € 2,33

296

3.56%

Forensenbelasting Stacaravans

384

398

3.56%

Woningen

900

932

3.56%

€ 3.394.000

€0

€ 2.258.000

€0

* De hertaxatie voor peildatum 1 januari 2025 is nog niet afgerond. Afhankelijk van de herwaardering kan het tarief stijgen of dalen omdat dit samenhangt met de hoogte van de WOZ waarden. Lastendruk Onder de woonlasten wordt verstaan het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een gemeente betaald aan OZB, rioolheffing en afvalstoffen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) doet jaarlijks onderzoek naar de ontwikkelingen met betrekking tot de gemeentelijke belastingen en heffingen. Bij de berekening van het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente aan gemeentelijke woonlasten betaalt, worden de OZB, rioolheffingen en reinigingsheffing/ afvalstoffenheffing betrokken. In vergelijking tot andere gemeenten, zit Schagen iets boven het gemiddelde. Dit is relatief omdat de woonlasten landelijk sterk uiteen lopen. In belangrijke mate wordt het veroorzaakt door de gemaakte keuzes van de gemeenten, zoals; uitbesteden afval, het 92

dekkingspercentage en waar de lasten worden neergelegd (eigenaar, gebruiker of beiden). In de tabel hieronder is zichtbaar hoe de woonlasten in 2025 van omliggende gemeenten zich verhouden tot de situatie in Schagen:

Gemeente

OZB aanslag woningen met gemiddelde Afvalstoffenwaarde heffing

Rioolheffing

Woonlasten 2025

Bloemendaal

1234

570

313

2117

Bergen NH

652

365

219

1236

Den Helder

303

499

200

1002

Dijk en Waard

364

289

315

968

Hollands Kroon

374

367

214

955

Medemblik

592

357

217

1166

Opmeer

592

477

274

1343

Schagen

466

402

228

1096

Bron: Coelo 2025. Gegevens over 2026 zijn nog niet bekend De gemeente Ameland is de gemeente met de laagste woonlasten (€ 680,-); de gemeente Bloemendaal heeft de hoogste woonlasten (€ 2.117,-). De gemiddelde woonlasten bedragen € 1.053,-. De gemiddelde woonlasten en de rangorde voor een meerpersoonshuishouden in de regiogemeenten bedragen volgens de Coelo-atlas voor 2025: Gemeente

Bedrag

Rangorde

Bloemendaal

2117

346

Bergen NH

1.236

311

Den Helder

1.002

135

Dijk en Waard

968

94

Hollands Kroon

955

82

Medemblik

1136

262

Opmeer

1343

328

Schagen

1096

235

93

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding risicobeheersing en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen betreft de mogelijkheid van de gemeente om financiële risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. In deze paragraaf staat beschreven met welke risico’s wij als gemeente op ons af zien komen, de berekening en de analyse van het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit en de verplichte kengetallen. Het weerstandsvermogen is onder te verdelen in een incidenteel weerstandsvermogen, voor het opvangen meer eenmalige risico’s, en een structureel weerstandsvermogen, voor het opvangen van meerjarige risico’s. In deze paragraaf is zowel een berekening gemaakt van de incidentele weerstandsratio als van de structurele weerstandsratio. Daarnaast is het totaal van de risico's afgezet tegen het incidentele weerstandsvermogen. Ontwikkeling risico’s Veel gemeenten lopen op korte termijn tegen de volgende risico's en ontwikkelingen aan: 1. Ravijnjaar verschoven Via de voorjaarsnota en de meicirculaire 2025 heeft het Rijk tot en met 2027 incidenteel extra middelen vrijgemaakt. Een deel daarvan betreft een compensatie op de jeugdzorgkosten. Deze extra middelen dempen het eerdere ravijnjaar van 2026, maar zorgen voor een nieuwe dip vanaf 2028.

Ook in de meerjarenbegroting van Schagen is deze dip in 2028 te zien. 2. Rijksbudgettaire onzekerheid Begin juni 2025 is het kabinet gevallen. Dit betekent dat er in 2025 nog verkiezingen plaatsvinden voor de Tweede Kamer en dat daarna een periode volgt van coalitievorming, nieuwe kabinetsformatie en nieuwe ministers en staatssecretarissen met nieuwe ambities die zich gaan inlezen op de dossiers. Deze ontwikkeling geeft niet alleen veel onzekerheid als het gaat om de onderhandelingen die de VNG voert met het Rijk over het gemeentefonds en de algemene uitkering voor gemeenten, maar ook op de beleidsinhoudelijke dossiers, zoals (jeugd)zorg, wonen, klimaat. Dit maakt dat, ondanks dat Schagen een sluitende meerjarenbegroting presenteert, lokaal beleid voor langere termijn lastiger wordt omdat de financiering via het gemeentefonds afhangt van de landelijke politieke ontwikkelingen. 3. Cyberdreigingen en digitale weerbaarheid Onze dienstverlening is nagenoeg volledig afhankelijk van onze IT-omgeving; we kunnen niet zonder onze systemen om zaken vast te leggen. En om onze systemen te bereiken hebben we stroom en internetverbinding nodig. Het aantal cyberaanvallen, ransomware richting gemeenten nemen toe. Als Schagen hebben we diverse maatregelen genomen om onze digitale weerbaarheid te vergroten.

Daarnaast stellen we een Business Continuity Management plan op, zodat onze belangrijkste dienstverlening in geval van nood door kan blijven gaan.

94

4. Stijgende kosten binnen het sociaal domein De verwachting is dat de kosten binnen het sociaal domein de komende jaren alleen maar zullen toenemen. Met name jeugdhulp en Wmo kosten de gemeenten veel geld. Binnen de jeugdhulp is een ontwikkeling te zien dat de problematiek complexer wordt en daarmee de zorg duurder. Tot nu toe ontvangen gemeenten voor jeugdhulp incidentele middelen om de tekorten op te vangen. Het vaste maandbedrag maakt dat veel mensen gebruik maken van de Wmo. Door het controversieel verklaren van het wetsvoorstel wordt de inkomensafhankelijke Wmo mogelijk uitgesteld tot 1 januari 2028. In Schagen monitoren we de ontwikkeling van de zorgkosten door middel van een dashboard. Daarnaast hebben we de laatste jaren nieuwe contracten afgesloten.

Inleiding weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is onder te verdelen in een incidenteel weerstandsvermogen voor het opvangen van meer eenmalige risico’s en een structureel weerstandsvermogen voor het opvangen van meerjarige risico’s. In de nota Vermogensbeleid 2024 die is vastgesteld in februari 2025, is opgenomen dat voor het incidenteel weerstandsvermogen gestreefd wordt naar een ratio van 1,5, met een minimum van 1,0. Aan de ratio weerstandsvermogen wordt de volgende betekenis gegeven: Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

2,0 < ratio

Uitstekend

1,5 < ratio < 2,0

Ruim voldoende

1,0 < ratio < 1,5

Voldoende

0,8 < ratio < 1,0

Onvoldoende

ratio < 0,8

Slecht

Incidenteel weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit die reserves waar nog geen verplichting op rust of waarvan de besteding nog kan worden gewijzigd. Dit komt neer op de stand van de algemene reserve. In eerdere jaren rekenden we de stille reserve ook tot de incidentele weerstandscapaciteit. De stille reserve ziet toe op het verschil tussen de werkelijke waarden van de gemeentelijke gebouwen en gronden en de boekwaarde zoals die in de administratie van de gemeente staan. Deze stille reserve kan niet direct worden ingezet; dan moet een pand of een stuk grond eerst verkocht worden. Om deze reden wordt bij het opstellen van de begroting 2026 de stille reserve niet meer tot de incidentele weerstandscapaciteit gerekend. De verwachte incidentele weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2026: Stand algemene reserve per 31-12-2024: € 16.670.000 voor jaarrekeningresultaat Storting jaarrekeningresultaat 2024 na bestemming: € 6.441.000 Storting algemene reserve 2025: PM Totaal: € 23.111.000

95

Incidentele risico's Wanneer een risico wordt onderkend, wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de impact die het heeft. Wij hanteren hiervoor de volgende normen. Staffel

Kans

Hoog

75%

Midden

50%

Laag

25%

Extra Laag

10%

Garantievermogen

1%

In onderstaand overzicht zijn de incidentele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000. Andere risico's zijn samengevat onder de overige risico's. RiRisico Omschrijving Maatregelen Kans Maximaal financieel gevolg Calamiteiten /ramp

Cyberrisico’s

Kosten ontwikkeling Sociaal Domein

Dit risico ziet toe op de situatie dat er sprake is van calamiteiten of een grotere ramp. Te denken valt aan betalen van kosten bij natuurrampen

Er is een Business Continuïteitenplan opgesteld waarin is opgenomen welke bedrijfsprocessen essentieel zijn en zo snel mogelijk doorgang moeten krijgen in geval van calamiteiten

Op basis van het Global Risk Report 2025 blijkt dat cyberrisico’s in de top 3 staat van de grootste risico’s voor Nederland op de korte termijn (komende 2 jaar)

Als gemeente hebben we de nodige maatregelen genomen om de kans op een aanval te verminderen, zoals bijvoorbeeld het continue monitoren van mogelijk verdachte activiteiten en is de toegang tot systemen beperkt. De kans op een cyberaanval hebben we ingeschat op laag.

De jaarlijkse kosten nemen toe. Deze toename komt enerzijds doordat meer mensen een beroep doen op de zorg en dat

Tot nu toe compenseert het Rijk jaarlijks incidenteel de hogere jeugdzorgkosten. Het risico bestaat echter dat de wijzigingen die volgen uit de

96

25%

€ 250.000

25%

€ 500.000

75%

€ 1.500.000

daarnaast de complexiteit van met name de jeugdzorg toeneemt.

Juridische risico’s

Fiscale risico’s

hervormingsagenda jeugd niet voldoende zullen zijn om op langere termijn te compenseren. Mede gezien er sprake is van een openeinde regelingen zullen we als Schagen toch de gemaakte kosten moeten vergoeden.

Dit betreft de mogelijk financiële gevolgen voor Schagen die voortvloeien uit de afwikkeling van een faillissement Dit betreft de mogelijk financiële gevolgen voor Schagen die voortvloeien uit een boekenonderzoek door de belastingdienst naar de juistheid van de aangiften BTW/BCF en de afdracht loonheffing over het boekjaar 2023.

25%

€ 500.000

Over eventuele bevindingen uit de controle op de loonheffing is nog geen inschatting te maken. Wel verrichten we op eigen initiatief extra onderzoek naar de juiste afdracht btw/bcf over 2022 en 2024. De uitkomsten van deze onderzoeken worden verwacht in Q4-2025.

PM

€ 2.750.000 Ratio incidenteel weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare en de benodigde incidentele weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen worden bepaald. Totale incidentele weerstandscapaciteit

€ 23.111.000

Totale incidentele risico’s

€ 2.750.000

= 8,4

De incidentele risico’s, afgezet tegen de beschikbare incidentele capaciteit, geven een ratio van 8,4. De streefwaarde op basis van de nota Vermogensbeleid bedraagt 1,5. De ratio ligt ruim boven de streefwaarde. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de onbenutte ozb-capaciteit gaan wij uit van het verschil tussen het artikel-12-norm-tarief en het laatst vastgestelde tarief.

97

Normtarief tarief 2025* verschil ozb woningen 0,1648 0,1097 0,0551 ozb niet woningen 0,1648 0,2494 -0,0846 ozb g niet woningen 0,1648 0,1796 -0,0148 * tarief 2026 nog niet bekend bij opstellen deze tabel, daarom tarief 2025 gebruikt Wanneer in 2026 het artikel-12-norm-tarief in Schagen wordt geheven, levert dit een geschatte extra opbrengst op van € 3,2 miljoen (2025: € 2,4 miljoen). De verwachte structurele weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2026: Onbenutte belastingcapaciteit: € 3.200.000 Structurele risico's In onderstaand overzicht zijn de structurele risico's gespecificeerd met een risico groter dan €100.000. Risico Omschrijving Maatregelen Kans Maximaal financieel gevolg Lening aan derden

Garantstellingen Open einde regelingen

Risico op oninbaarheid van leningen die aan derden verstrekt zijn

10%

€ 861.200

Risico op opeisbaarheid van afgegeven garanties

1%

€ 1.373.990

De openeinderegelingen in het sociaal domein

25%

€ 200.000 € 2.435.190

Ratio structureel weerstandsvermogen Totale structurele weerstandscapaciteit

€ 3.200.000

Totale structurele risico’s

€ 2.435.190

= 1,3

De structurele weerstandsratio bedraagt 1,3. Dit betekent dat de gemeente de structurele risico's voldoende kon opvangen met structurele middelen. Kengetallen

Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2026 2027 2028 2029

Netto schuldquote

2,04%

39.29%

41.98%

43.18%

42.20%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

6,60%

39.29%

41.98%

43.18%

42.20%

De Solvabiliteitsratio

59,25%

51.29%

51.00%

50.63%

51.29%

Structurele exploitatieruimte

14,36%

1.48%

2.04%

1.18%

2.15%

Kengetal grondexploitatie

-2,56%

4.45%

3.96%

4.99%

4.99%

Belastingcapaciteit

112%

104%

104%

104%

104%

€ 1.464

€ 2.414

€ 2.464

€ 2.507

€ 2.476

Netto schuld per inwoner o.b.v. alle schulden

98

Netto schuld per inwoner o.b.v .langlopende schulden

€ 933

€ 1.434

€ 1.502

€ 1.506

€ 1.473

Saldo van baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen

€ 22.687

€ 1.484

-€ 611

-€ 1.235

€ 135

van reserves als percentage van de inkomsten (inkomsten excl. Bijdrage reserves)

12,8%

0.9%

-0.4%

-0.8%

0.1%

onbenutte belastingcapaciteit ozb als percentage van de inkomsten

1,36%

1.90%

0.00%

0.00%

0.00%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager het percentage, hoe beter. Door de lasten niet naar de toekomst te schuiven maar een bestemmingsreserve te vullen is de netto schuldquote ruim onder de 90% en geldt dit als de minst risicovolle categorie. In de Nota vermogensbeleid Schagen is aangegeven dat de netto schuldquote voor ons 70% mag bedragen. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Een percentage van rond de 50% is voldoende. Het percentage waar wij op uitkomen is lager. Daarnaast is de begroting niet sluitend voor de jaren 2026, 2027 en 2028. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Ook geeft het aan of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Het kengetal structurele exploitatieruimte laat een dalende ontwikkeling zien. Dit is verklaarbaar door daling van de Algemene uitkering vanaf 2026.

Kengetal grondexploitatie Het financiële kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Oftewel de boekwaarde. Een norm bepalen voor dit kengetal is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Maatwerk is hiervoor van toepassing. Hierbij kijken we naar hoeveel woningen of m2-bedrijventerrein zijn gepland, het type en op welke plek. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. Dit vraagt meer onderzoek dan naar voren komt uit het genoemde kengetal. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer of een gemeente veel middelen heeft gestopt in haar grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden. Om boven genoemde redenen is geen norm verbonden aan het kengetal grondexploitatie. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in een gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Een percentage van 100% wil zeggen dat we op het landelijk gemiddelde zitten. Onze belastingdruk is dus hoger dan het landelijk gemiddelde.

99

Paragraaf kapitaalgoederen Inleiding Deze paragraaf gaat over het onderhoud van kapitaalgoederen in gemeentelijk bezit. Kapitaalgoederen zijn onderdelen van de openbare ruimte en accommodaties waarvoor langlopende investeringen nodig zijn. Denk hierbij aan wegen, wandel- en fietspaden, openbaar groen, bomen, speelplekken, riolering, oppervlaktewater, straatmeubilair en verlichting. Ook voorzieningen op het gebied van onderwijshuisvesting, sport en gemeentelijk vastgoed vallen hieronder. Het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is gericht op de duurzame instandhouding van de voorzieningen. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het beleidskader, het gewenste kwaliteitsniveau, de beheer- en onderhoudsplannen en de financiële consequenties per beleidsterrein. Beleidskader en Doelen De gemeente Schagen streeft in haar ruimtelijke inrichting naar een evenwichtige ontwikkeling van economie, wonen, natuur en recreatie, met oog voor kwaliteit. Het beheer van kapitaalgoederen – zoals wegen, riolering, groen, water en gebouwen – is hierbij een belangrijk instrument. Dit beheer is gericht op vijf kernpunten: duurzame instandhouding, sober en doelmatig onderhoud, participatie en tevredenheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie, en financieel evenwicht. Onderhoudsdoelen gaan daarmee verder dan een technische opgave.

Ze dragen bewust bij aan grotere maatschappelijke doelen, zoals veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en inclusiviteit. We beheren kapitaalgoederen functioneel en samenhangend voor een lange levensduur, op basis van landelijke wetgeving, gemeentelijke plannen en actuele trends. Het Integraal Beleidsplan Openbaar Gebied (2016) vormt de basis voor het beheer van wegen, riolering, groen en water (met uitzondering van gebouwen). Per kapitaalgoed gelden daarnaast specifieke beleidskaders: • • • • •

Wegen: volgens het Integraal Beleidsplan en landelijke regelgeving, zoals de Wegenwet. Riool: volgens het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) 2023–2027. Groen: volgens het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte, Beleidsplan Ecologie en Biodiversiteit en het Bomenbeleidsplan. Water: Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) 2023–2027 Gebouwen: volgens NEN 2767 (minimaal conditie 3) en landelijke richtlijnen voor onderhoud en duurzaamheid.

Kerncijfers Kapitaalgoed in beheer

aantal * (31-12-2024)

Afvalinzameling

aantal * (31-12-2023)

eenheid

268

268

stuks

Bebording en dragers

13.399

11.719

stuks

Bomen

35.656

35.616

stuks

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074591/1