CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 def raad 081122

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Begroting 202332.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

25 alinea's met “financiën”: 2 3 5 27 48 98 153 244 281 329 372 390 419 437 482 500 540 573 614 634 651 669 776 784 1378

Vastgesteld beleid

56

• • • •

VVTH beleid 2019-2022 APV Schagen 2016 Integraal meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2019-2022 (verlengd t/m 2023) Samen hulpvaardig, beleidsplan Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2020-2023

Indicator • Veiligheidsmonitor • Lokaal criminaliteit en veiligheidsbeeld (driehoek)

6.4 Bestuur Wat willen we bereiken We willen met de Bestuurlijke vernieuwing een goede bijdrage leveren aan verschillende (maatschappelijke) veranderingen. Wij willen dit doen met alle politieke partijen en daarom de bevoegdheid met een raadsthema volledig geven aan de gemeenteraad en niet aan het College. Het advies is om in deze raadsperiode thematisch te experimenteren/oefenen als gemeenteraad, griffie en organisatie. Het is een ontwikkeling die we nu kunnen inzetten en ook samen verbeteren. We zoeken samen naar een methode die bij de gemeente Schagen past, die bij de inwoners past en die bij raad, college en organisatie past. Daarnaast adviseren wij de gemeenteraad om in 2023 een Raadthema op te stellen om te komen tot een integraal ouderenbeleid. Om daarmee de vergrijzing als een kans binnen de samenleving aan te pakken. Het voortouw tot uitvoering van de Raadthema’s leggen wij bij de gemeenteraad. Dit moeten, wat ons betreft, echt projecten van de gemeenteraad worden. Voor het halen van doelstellingen en resultaten zijn wij afhankelijk van het overleg en de acties van de gemeenteraad. Wat willen we daar voor doen Bestuurlijke vernieuwing: • De gemeenteraad een commissie Bestuurlijke vernieuwing in het leven laten roepen. • De gemeenteraad een procedure laten opstellen om verder te gaan met raadsthema’s.

• De gemeenteraad gaat starten met het maatschappelijke onderwerp Bestuurlijke vernieuwing (2022 – 2023). • De gemeenteraad zal voor 2024 en 2025 op een later moment besluiten om nieuwe (deel) thema’s op te pakken. • Vergrijzing (integraal ouderenbeleid): de gemeenteraad stelt in 2023 een raadsthema op om te komen tot een integraal ouderenbeleid. Om daarmee de vergrijzing als een kans binnen de samenleving aan te pakken. • Het College benoemd een coördinerende wethouder voor het project Integraal ouderenbeleid. Doelstelling en resultaten Doelstelling: • Inwoners meer dan nu betrekken bij de politiek en de besluitvorming. Het vertrouwen van inwoners in de politiek vergroten.

57

•

Komen tot een integraal ouderenbeleid om inwoners zo lang mogelijk zelfstandig mee te laten doen in het dagelijks leven.

Resultaten: • Wij streven ernaar om, samen met de gemeenteraad, voor 2024 een methode te ontwikkelen om Raadthema’s op te stellen waarin dankzij samenwerking, de bestuurlijk en maatschappelijk gestelde doelen dichterbij komen. • Wij denken graag mee met de gemeenteraad over nieuwe (deel) thema’s in 2024 en 2025. • In overleg met de gemeenteraad willen wij komen tot een Raadthema integraal ouderenbeleid in 2023.

Vastgesteld beleid

Indicator

6.5 Organisatie Wat willen we bereiken Een belangrijke stap in het ontwikkelen van onze organisatie is het effectief en efficiënt opbouwen van de organisatie. Dit doen we op basis van onze besturingsfilosofie. Wat willen we daar voor doen Voor het zomerreces hebben we beslissingen genomen over hoe onze topstructuur eruit moet zien. In deze topstructuur zijn de managementfuncties en strategische functies opgenomen. Op dit moment wordt er voor deze posities gezocht naar geschikte kandidaten. Na het vormen van de topstructuur gaan de nieuwe teamleiders aan de slag met het vormgeven van de fijnstructuur. In de fijnstructuur wordt er op functieniveau gekeken naar teamindelingen. Het is de bedoeling dat alle teams volgens dezelfde besturingsfilosofie worden ingedeeld. Eén van de leidende principes is om werkprocessen van A tot Z in één team te organiseren. Op die manier willen we versnippering tegengaan. Ook wordt procesverbetering onderdeel van de teams. Dit wordt dicht bij de uitvoering geplaatst. Ook wordt er ingezet op integrale samenwerking. In de paragraaf 'Bedrijfsvoering' staat meer geschreven over de ontwikkeling van onze organisatie. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Het creëren van een stabiele en wendbare organisatiestructuur. Resultaten: Op 1 januari 2023 is de nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd.

58

Vastgesteld beleid

Indicator

Totaal Financiën Participatie, dienstverlening en organisatie Omschrijving Lasten Participatie Dienstverlening en organisatie Veiligheid Bestuur Organisatiekosten Totaal lasten Baten Participatie Dienstverlening en organisatie Veiligheid Bestuur Organisatiekosten Totaal baten Saldo van lasten en baten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Resultaat begroting

Bedragen x1.000

Rekening Begroting Begroting 2021 2022 na 2023 wijziging 199 621 4.768 2.069 40.428 48.085

238 621 4.867 1.918 42.552 50.197

388 466 5.138 1.969 43.001 50.962

0 555 355 50 1.739 2.699 -45.386 1.012 1.175 163 -45.223

0 492 72 27 748 1.339 -48.857 829 1.471 642 -48.215

0 439 79 0 1.013 1.531 -49.431 829 599 -230 -49.661

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

388 665 5.156 1.969 42.835 51.013

388 591 5.088 1.969 42.613 50.649

388 591 5.133 1.869 42.547 50.529

833 79

728 79

728 79

1.013 1.925 -49.088 829 720 -109 -49.197

1.013 1.820 -48.829 829 410 -418 -49.247

1.013 1.820 -48.709 829 538 -290 -49.000

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2023 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten: Participatie: In het coalitieakkoord is de ambitie uitgesproken voor het instellen van een jongerenraad en burgerberaad voor in totaal bedrag van € 150.000 Dienstverlening en organisatie: De lagere kosten in 2023 worden veroorzaakt doordat in 2022 bij de 1e rapportage het budget rechtskundige hulp eenmalig is bijgesteld voor een bedrag van € 50.000. Verder is ook in 2022 extra geld beschikbaar gesteld voor het organiseren van de verkiezingen voor een bedrag van € 68.000 en er zijn hogere kosten vanwege een benchmark voor de Gateway Review op het thema geluk van € 25.000. Veiligheid: De hogere kosten in 2023 hebben te maken met de jaarlijkse indexering van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio van € 158.000. Ook hebben deze te maken met meer noodzakelijk onderhoud, volgens het meerjaren-onderhoudsplan aan de huisvesting van de brandweerkazernes voor een bedrag van € 72.000. Daarnaast wordt in 2023 rekening gehouden met de afschrijvingslasten van de nieuwe huisvesting van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij en reddingsbrigade Petten.

59

Organisatiekosten: In de begroting 2023 is, vooruitlopend op de nieuwe af te sluiten collectieve arbeidsovereenkomst, oftewel CAO, rekening gehouden met een loonstijging van 2 % op de totale loonsom. Dit betreft een bedrag van € 690.000. Daarnaast is er in 2022 eenmalig meer geld opgenomen voor werving en selectie en artikel 213a onderzoeken, voor in totaal € 180.000. Deze kosten komen in 2023 niet terug. Baten: Organisatiekosten: In de begroting 2023 is rekening gehouden met extra baten voor werkzaamheden die op regionaal niveau worden uitgevoerd voor een bedrag van € 292.000. Reserves: Onttrekkingen: aan de reserve gemeentelijke gebouwen is in 2022 incidenteel meer onttrokken dan in 2023, op basis van het meerjaren-onderhoudsplan. Dit gaat om een bedrag van € 290.000. Daarnaast is in de begroting geen onttrekking meegenomen aan de reserve Bring Your Own Device, oftewel Byod. Dit wordt op basis van nacalculatie gedaan, wat een verschil oplevert van € 175.000. Investeringen bedragen * € 1.000 Omschrijving Informatisering & automatisering Reddingsmaterieel Totaal

2023

2024

2025

2026

168

168

168

168

168 263 431

168 342 510

Verbonden partij Veiligheidsregio Noord-Holland Noord: In het onderstaande schema wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de Veiligheidsregio in 2023 gaat doen.

60

Regionaal Historisch Centrum Alkmaar: Ze faciliteert en draagt actief bij aan de instandhouding van: culturele activiteiten, erfgoed en evenementen.

61

Programma 7 Financiën Inleiding We hechten waarde aan een stevige financiële positie. Beleid moet uitvoerbaar zijn, maar ook betaalbaar zijn en blijven. We gaan zuinig om met belastinggeld van onze inwoners. We begroten realistisch en passen zo nodig onze uitgaven aan naar onze inkomsten. De lokale belastingdruk wordt ingezet op een niveau dat past bij onze ambities.

7.1 Algemene uitkering Wat willen we bereiken Onze grootste bron van inkomsten is de Algemene Uitkering Gemeentefonds. Door de toenemende overheidsuitgaven, de hoge inflatie en de toegenomen zorgkosten, stijgt de Algemene Uitkering de komende jaren. Vanaf 2026 eindigt het landelijk coalitieakkoord, met een daling van de Algemene Uitkering als gevolg. In deze raadsperiode gaan we per circulaire een Raadsinformatiememo opstellen, waarin we de uitkomsten verwerken. In de reguliere Planning & Control documenten worden de circulaires financieel vertaald in de begroting. Wat willen we daar voor doen • We werken samen met de M50 om de jaarlijks lagere algemene uitkering om te buigen. • De kortingen op onze inkomsten uit het gemeentefonds zijn dusdanig groot dat we een actieve lobby op gang brengen naar de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de landelijke politiek. Doelstelling en resultaten Doelstelling: • Maximaal inzetten om de korting te minimaliseren via aansluiting bij de M50. • Maximaal inzetten om de korting te minimaliseren door aan te haken bij Lobby gemeenten, provincie en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Resultaten: • Lagere korting als nadeelgemeente.

Vastgesteld beleid

Indicator

7.2 OZB Wat willen we bereiken Zoals in het coalitieakkoord en de Kadernota 2022 is opgenomen, zijn de gemeentelijke inkomsten verhoogd met de standaard inflatie. Het gaat hier onder andere om de gemeentelijke belastingen. Voor de leges en heffingen geldt dat die maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Deze zijn dus uitgezonderd van de verhoging met de standaard inflatie. Dat geldt ook voor de begraafrechten. De toeristenbelasting en de forensenbelasting

62

zijn bij de vaststelling van de begroting 2022 reeds bepaald voor het jaar 2023. Deze zijn daarom niet verhoogd met de inflatie. Voor de indexatie van de gemeentelijke inkomsten zal de indexatie van het inflatiecijfer van september worden verwerkt. Wat willen we daar voor doen • De belastingen volgen standaard de inflatie. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Maximaliseren van de opbrengsten binnen de vastgestelde richtlijnen. Resultaten: Realiseren van de begrote opbrengst.

Vastgesteld beleid

Indicator

7.3 Reserves Wat willen we bereiken Algemene reserve: In de Kadernota 2023 en het raadsvoorstel bij de kadernota is opgenomen dat de algemene reserve van de gemeente Schagen wordt gevoed tot een bedrag van € 8 miljoen. Reserve Weerstandsvermogen: Bij de Kadernota 2023 is de reserve Weerstandsvermogen gecreëerd voor het geld dat nodig is voor het opvangen van risico's. Deze risico's worden inzichtelijk via de risicoanalyse, zoals opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Wat willen we daar voor doen • De algemene reserve wordt in de college periode gevoed tot een bedrag van € 8 miljoen. • De egalisatiereserve Weerstandsvermogen wordt aangewend wanneer een financieel risico zich voordoet. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Versterken van het eigen vermogen. Resultaten: Het eigen vermogen is toegenomen met € 1 miljoen ten opzichte van de balanspositie, tot en met de begroting 2022.

63

Vastgesteld beleid

Indicator

7.4 Venootschapsbelasting (Vpb) Wat willen we bereiken Vanaf 2016 moeten gemeenten en andere overheden vennootschapsbelasting, oftewel vpb, betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. De invoering hiervan leidt tot een fiscale afsplitsing van de ondernemersactiviteiten. De nieuwe wet bepaalt dat concurrerende en op winst gerichte ondernemingsactiviteiten van overheden vanaf 1 januari 2016 voortaan belastingplichtig zijn. Wat willen we daar voor doen Jaarlijks laten we een scan uitvoeren door een externe partij om de belasting verplichting te toetsen en te berekenen. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Uitvoeren van de fiscale verplichtingen conform wet en regelgeving. Resultaten: Als belastingplichtige geen discussie met de Belastingdienst over de Vpb aangifte

Vastgesteld beleid

Indicator

7.5 Overig Wat willen we bereiken De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van deze heffingen is belangrijk voor de raad. Deze heffingen zijn vaak de enige mogelijkheid om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken of dekken. Door het vaststellen van de begroting wordt het geld dat voortkomt uit belastingen en heffingen zoals retributies, rechten en leges bekrachtigd. Wat willen we daar voor doen • Leges, heffingen en andere tarieven zijn kostendekkend. Alleen voor grafrechten wordt een uitzondering gemaakt. • We focussen maximaal op het binnenhalen van subsidies voor alle mogelijke doelen. We tonen verhoogde inzet op het zoeken van andere inkomensbronnen. • We zijn voornemens een inkomensafhankelijke bijdrage op WMO-voorzieningen in te voeren. • Over iedere toeristische overnachting dient toeristenbelasting betaald te worden. 64

Doelstelling en resultaten Doelstelling: • De inkomsten te maximaliseren binnen de kaders van de raad. • Om de voorzieningen betaalbaar te houden, worden de lasten gedragen door de inwoners die de lasten kunnen dragen. Resultaten: • Binnen het product worden de kosten doorberekend in de tarieven. • Maximaliseren van het verwerven van derde geldstromen (subsidies). • De WMO-voorzieningen blijven beschikbaar voor de doelgroep die deze het meeste nodig heeft.

Vastgesteld beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen wij kunnen heffen. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 t/m 229d Gemeentewet. Verder zijn dit belastingen die wij heffen op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer. Indicator Geen Totaal Financiën Financiën Omschrijving

Bedragen x1.000

Rekening Begroting Begroting 2021 2022 na 2023 wijziging

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Lasten Algemene uitkering

0

0

0

OZB

150

194

159

159

159

159

Vpb

0

1

1

1

1

1

Overig

1.355

1.734

4.193

4.291

4.393

4.394

Totaal lasten

1.505

1.929

4.353

4.451

4.553

4.554

Algemene uitkering

76.188

80.596

84.783

86.350

88.414

81.916

OZB

10.660

10.827

12.030

12.240

12.450

12.660

Vpb

0

0

0

Overig

5.970

5.167

6.459

7.545

7.556

7.486

Totaal baten

92.819

96.590

103.272

106.135

108.421

102.063

Saldo van lasten en baten

91.314

94.662

98.919

101.684

103.868

97.509

Toevoeging aan reserves

1.417

75

1.362

3.075

3.175

75

Onttrekkingen aan reserves

3.801

2.095

79

0

0

0

Saldo mutaties reserves

2.384

2.020

-1.283

-3.075

-3.175

-75

Resultaat begroting

93.698

96.682

97.636

98.609

100.693

97.434

Baten

65

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2022 en 2023 groter dan € 100.000 lichten wij toe Lasten: Prijscompensatie: de hogere kosten zijn vooral toe te schrijven aan de gemelde reservering voor de verwachte prijsstijging van ongeveer € 2,5 miljoen. Dit is bij de Kadernota 2022 gemeld. Wij hebben deze post nog niet verdeeld over de budgetten, in afwachting van de toekomstige ontwikkelingen van de prijzen en de compensatie door het rijk. Baten: Algemene Uitkering Gemeentefonds: De Algemene Uitkering Gemeentefonds laat een stijging zien voor de jaren 2023 tot en met 2026. Dit is met name toe te schrijven aan de hogere uitgaven van het Rijk. Doordat een systeem wordt gehanteerd genaamd ‘samen de trap op, samen de trap af’ beweegt de algemene uitkering mee met de uitgaven van de rijksoverheid. De gemeenten worden gecompenseerd voor de hoge inflatiecorrectie. Daarnaast is er een compensatie voor de opgaven waar gemeenten voor staan. Dit is op het gebied van duurzaamheid en de stijgende kosten voor de jeugdzorg. Ten opzichte van het raadsvoorstel bij de Kadernota 2023 is er een positieve bijstelling van de cijfers. Dit wordt veroorzaakt door het bevriezen van het volumeaccres voor de jaren 2022 tot en met 2025. Dit voordeel loopt op van € 100.000 in 2022 tot bijna € 700.000 in 2025.

OZB: De hogere opbrengst van afgerond € 1,2 miljoen volgt uit de uitwerking van de uitgangspunten in het raadsvoorstel en de Kadernota 2022. De gemeentelijke inkomsten uit OZB zijn verhoogd met de inflatiecorrectie met 9%. Overig: Lokale heffingen: de hogere opbrengst van afgerond € 1,3 miljoen volgt voor € 200.000 uit de verhoging van de forensenbelasting met 10,5 % waartoe de raad besloten heeft bij de vaststelling van de meerjarenbegroting 2022. Voor afgerond € 1,0 miljoen betreft het de te realiseren inverdieneffecten voor 2023 waartoe in 2022 is besloten. Reserves: Stortingen: om de Algemene reserve weer op het gewenste niveau te brengen, is in het raadsvoorstel bij de Kadernota 2022 opgenomen dat er de komende jaren stortingen plaats gaan vinden. In de periode 2023 t/m 2025 wordt er in totaal € 7,1 miljoen gestort, tot het gewenste niveau van € 8,0 miljoen. In 2023 wordt de eerste tranche van € 1,0 miljoen gestort. Onttrekkingen: Bij de vaststelling van de begroting 2022 is besloten om in 2022 € 1,8 miljoen te onttrekken voor de dekking van raadsvoorstellen. Daarnaast heeft de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 besloten om in 2023 € 287.000 te onttrekken voor de dekking van raadsvoorstellen. Investeringen Niet van toepassing Verbonden partij NV Bank Nederlandse Gemeenten: De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang.

Volgens de statuten is de BNG "bankier ten dienste van overheden", zoals gemeenten,

66

provincies, gemeenschappelijke regelingen, politieregio's en met overheden verbonden instellingen en bedrijven op het terrein van volkshuisvesting, openbaar nut, onderwijs en gezondheidszorg. Door middel van zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening biedt de bank toegevoegde waarde aan haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. Alliander: Alliander is een energienetwerk. Dagelijks ondersteunt het ruim 3 miljoen klanten met toegang tot energie. Het zorgt voor een betaalbare, betrouwbare en bereikbare energievoorziening in en groot deel van Nederland. Als netwerkbedrijf is Alliander verantwoordelijk voor de regionale distributie van energie. Zoals elektriciteit, biogas en warmte. Alliander wil haar positieve invloed, zoals het welzijn van de klanten vergroten dankzij een betrouwbare, betaalbare en voor iedereen onder gelijke condities toegankelijke energievoorziening. Daarnaast wil Alliander haar negatieve invloed minimaliseren. Zoals de uitstoot van broeikasgassen.

67

Paragrafen

68

Paragraaf financiën Algemeen In deze paragraaf gaan we in op het treasurybeleid en de wijze waarop dit in de begroting is opgenomen. Treasury betekent letterlijk schatkist. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Het beleid voor treasury wordt vastgelegd in een Treasurystatuut. Naast de gemeentewet en het BBV is er nog aanvullende wet- en regelgeving met betrekking tot de treasuryfunctie. Dit is: • Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet geeft regels voor het financieringsbeleid bij de gemeente. • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (besluit Ruddo). • Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Zie hieronder voor toelichting. In deze paragraaf komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: a. Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en verplicht schatkistbankieren b. Gemeentelijk beleid; c. Financieringspositie; d. Renteontwikkeling; e. Risicobeheer; f. Renteresultaat A. Wet Hof en Wet verplicht schatkistbankieren De wereldwijde financiële crisis heeft ertoe geleid dat op Europees niveau maatregelen zijn genomen, om ervoor te zorgen dat de overheidsuitgaven houdbaar blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving.

Het gaat hierbij onder andere om de Wet Hof en het verplicht schatkistbankieren. Het doel van de Wet Hof is om ervoor te zorgen dat Nederland voldoet aan de binnen Europa afgesproken norm van maximaal 3% tekort van het bruto binnenlands product. Deze norm raakt ook de gemeenten. De gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten tellen mee in de overheidsschuld. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van de gemeenten in een jaar. In het Besluit Begroting en Verantwoording artikel 20 is de verplichting vastgelegd dat gemeenten het geschatte EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorige begrotingsjaar, het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden van de overheid op transactiebasis in een bepaald jaar. Dus geen afschrijvingen of bijvoorbeeld waarde mutaties. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan er in een jaar binnenkomt. Of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een aanwijzing voor de ontwikkeling van onze liquiditeitspositie en financiële positie, oftewel eigen vermogen en schulden.

69

De EMU-saldi voor 2023 t/m 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2026 worden als volgt Rekening Primaire Begroting Raming Raming Raming berekend: begroting Exploitatiesaldo vóór 458 -5.081 -1.483 2.392 4.754 -2.049 toevoeging aan/onttrekking uit reserves Mutaties (im)materiële vaste 606 6.034 21.531 30.147 -6.936 -6.112 activa (-) Mutatie voorzieningen (+) 545 -5.576 1.001 924 2.034 2.333 Mutatie voorraden (incl. 25 -907 -1.763 -4.741 1.127 -467 bouwgronden in exploitatie) (-) Verwachte boekwinst bij 0 0 0 0 0 0 verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa (+) EMU-saldi gemeente Schagen

397

-16.691

-22.013

-26.831

13.724

6.396

bedragen x € 1.000

Voor 2023 komt ons EMU-saldo uit op 22,0 miljoen negatief. Ook voor 2024 begroten we een negatief saldo. Beide jaren wordt dit veroorzaakt door de geplande en doorgeschoven investeringen tot en met 2024. In de prognosebalans is hier rekening mee gehouden. De komende 2 jaar zullen we aanvullende langlopende financiering moeten aanvragen. Wet verplicht schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten om hun overtollige middelen aan te houden bij de staat. Dit gaat om middelen boven een bepaald drempelbedrag. Deelnemen aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de hele sector. Doordat overtollige middelen in de schatkist worden aangehouden, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Alle bankrekeningen van gemeenten tellen mee. Overtollige middelen mogen op basis van deze wet dus alleen bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal, bij aanvang van het jaar. Het minimum drempelbedrag is ook verhoogd van € 250.000 naar € 1 miljoen. Wanneer wij meer liquide middelen bezitten dan de norm van € 2.826.420, moeten we dit bij de schatkist aanhouden.

B. Gemeentelijk beleid Ons beleid op het gebied van aantrekken en uitzetten van geld is vastgelegd in ons Treasurystatuut. Het laatste goedgekeurde statuut is van 2013. In dit statuut is opgenomen dat de gemeenteraad gekozen heeft om uit te gaan van een laag risicoprofiel. De belangrijkste uitgangspunten zijn: • Het uitzetten van gelden vindt plaats bij de Bank Nederlandse Gemeenten of andere financiële instellingen met ten minste een AA-rating. • Gelden aantrekken gebeurt in beginsel bij de laagste aanbieder, tenzij contractueel anders is afgesproken. • Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

70

C. Financieringspositie We hebben middelen nodig voor de financiering van vaste activa, de bouwgrondexploitatie en de lopende transacties. Oftewel uitgaven min ontvangsten. Deze financieringsmiddelen bestaan uit langlopende leningen, kortlopende leningen, debetsaldi in rekening-courant en crediteuren. Geldleningen Per 31-12-2021 is de stand van de langlopende leningen € 54.170.000 en een jaarlijkse aflossingsverplichting van € 3.205.000. Voor de begroting 2023 gaan we vooralsnog uit van € 11.000.000 aan extra langlopende financiering. D. Renteontwikkeling De rente op de geldmarkt en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank. Een onzekere factor is de inflatie. Deze is in 2022 fors gestegen. Dit heeft verschillende oorzaken. Bijvoorbeeld de grote vraag en een beperkt aanbod van goederen en diensten. Of de verstoring in de productieketen en transportketen vanwege de coronapandemie. Ook de geopolitieke ontwikkelingen in 2022 spelen mee. Deze omstandigheden leiden samen tot hogere rentepercentages. Na jaren van lage rente en soms zelfs gratis geld. Voor 2023 gaan we uit van een rentepercentage van 1,9% voor 10 jaar. E. Financieel Risicobeheer De risico's bij de gemeenten zijn: 1. Renterisico's op vaste schulden oftewel renterisiconorm; 2. Renterisico op de vlottende schuld oftewel kasgeldlimiet; 3.

Kredietrisico op verstrekte geldleningen en afgegeven borgstellingen.

E. 1. Renterisico-norm In de Wet FIDO is het sturingsinstrument ‘renterisiconorm’ gepresenteerd. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schulden. De norm geeft aan over welk bedrag per jaar er maximaal risico mag worden gelopen. Dit betreft onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden. Het gaat ook over de herfinanciering van aflossingen. Door aflossingen en herzieningen in de tijd te spreiden, wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20%. Dit betekent voor ons een renterisiconorm van afgerond € 28.264.000.

71

Berekening renterisiconorm en risico

1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (a-b) 3a Nieuwe aangetrokken vaste schuld 3b Nieuwe verstrekte lange leningen 4 Netto aangetrokken vaste schuld (a-b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Rente risico op vaste schuld (2+6)

Rekening 2021

Primaire begroting 2022

Begroting 2023

Raming 2024

11.000

36.000

Raming 2025

Raming 2026

3.20 5 3.20 5 3.20 5

3.20 5 3.20 5 3.20 5

11000 3.20 5 3.20 5 3.20 5

36000 3.57 2 3.57 2 3.57 2

4.77 2 4.77 2 4.77 2

4.77 2 4.77 2 4.77 2

126.76 7 20% 25.35 3

126.19 0 20% 25.23 8

141.32 1 20% 28.26 4

139.87 6 20% 27.97 5

137.31 5 20% 27.46 3

136.37 8 20% 27.27 6

25.35 3 3.20 5 22.14 8

25.23 8 3.20 5 22.03 3

28.26 4 3.20 5 25.05 9

27.97 5 3.57 2 24.40 3

27.46 3 4.77 2 22.69 1

27.27 6 4.77 2 22.50 4

Rente risiconorm 8 Begrotings- rekeningtotaal 9 Bij ministeriele regeling vastgesteld % 10 Renterisiconorm Toets rente risiconorm 10 Renterisiconorm 7 Renterisico op vaste schuld 11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7) bedragen x € 1.000

Toelichting tabel: De renteherziening op de vaste schuld is op 0 gesteld. Ons beleid is dat er alleen leningen worden afgesloten met een vast rentepercentage. Dit rentepercentage kan tijdens de looptijd van de lening niet worden herzien. Uit de tabel blijkt dat we een zeer laag renterisico hebben en zeer ruim binnen de wettelijke risiconorm blijven. E.2. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeente voor slechts een beperkt bedrag met kort geld mag financieren. Met kort geld wordt geld met een looptijd van minder dan 1 jaar bedoeld. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. De gemiddelde korte schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Wanneer je voor het derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt, moet dit aan de toezichthouder worden aangegeven. Hierbij moet je ook voorleggen hoe dit opgelost gaat worden. Voor het jaar 2023 is de kasgeldlimiet vastgesteld op € 12 miljoen. Wij mogen tot de kasgeldlimiet financieren met kort geld.

72

Berekening kasgeldlimiet

Rekening 2021

Primaire begroting 2022

Begroting 2023

126.769 8,50% 10.775

126.190 8,50% 10.726

141.321 8,50% 12.012

139.876 8,50% 11.889

137.315 8,50% 11.672

136.378 8,50% 11.592

1.163 5.861

19.764

7.679

7.679

7.679

7.679

14.504

12.522

32.850

20.642

14.805

12.847

21.528

32.286

40.529

28.321

22.484

20.526

1 9.233 23.583

24.304

20.549

14.825

2.427 15.952

1.302 15.485

32.817

24.304

20.549

14.825

18.379

16.787

-11.289

7.982

19.980

13.496

4.105

3.739

10.775 22.064

10.726 2.744

12.012 7.968

11.889 1.607

11.672 7.567

11.592 7.853

1) Toegestane kasgeldlimiet begrotingstotaal kasgeldlimiet in procenten kasgeldlimiet in bedrag 2) Omvang vlottende schuld schuld in rekening courant overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Overige uitstaande schulden < 1 jaar Totaal vlottende schuld 3) Omvang vlottende middelen contante gelden in kas tegoeden in rekening-courant overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen 4) Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (23) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-) bedragen * €1.000

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

De verwachting is dat in 2023 en 2024 de kasgeldlimiet zal worden benut. De komende periode zullen we per kwartaal de kasgeldlimiet goed in de gaten houden. Bij een voortdurende overschrijding moeten we dit melden aan de toezichthouder. Als blijkt dat de overschrijding aanwezig blijft, zullen we aanvullende langlopende financiering moeten aantrekken. Dit is sterk afhankelijk van de uitvoering van onze voorgenomen investeringen. E.3. Kredietrisico verstrekte geldleningen en borgstellingen Bij het bepalen van kredietrisico’s maken we een onderscheid tussen twee soorten risico’s die wij als gemeente lopen. Het ene risico lopen wij omdat wij geldleningen verstrekken of hebben verstrekt aan andere partijen. Het andere risico lopen wij omdat wij gemeentegaranties hebben afgegeven, oftewel een borgstelling. Het kredietrisico voor verstrekte geldleningen is gelegen in het mogelijk niet kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. Bij borgstellingen ligt het risico bij het claimen van de borg, waarna de partij waarvoor de borg is gesteld haar verplichtingen niet kan nakomen. Door de gemeente aan derden verstrekte leningen en deelnemingen. Hierbij is de stand vanuit de jaarrekening opgenomen. Omschrijving

2020

2021

Lening verenigingen/stichtingen

582

630

Duurzaamheidsleningen

1.647

3.076

Starters lening

1.393

1.914

Hypotheken

183

174

-

1.446

326

326

4.131

7.566

Obligatielening Alliander Deelnemingen Totaal Bedragen x € 1.000

73

*We verstrekken al geruime tijd geen nieuwe hypotheken meer. Aan waarborgen en garanties heeft de gemeente Schagen een bedrag uitstaan van € 105.118.000. Aan overige uitzettingen met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer is een bedrag van € 7.691.000 gemoeid. Renteresultaat Om een juist inzicht in de kosten van de taakvelden te geven, is in het Besluit begroting en verantwoording opgenomen dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend. Dit gebeurt met behulp van een renteomslag. Het bedrag dat toegerekend kan worden is berekend in onderstaande tabel. De renteomslag moet jaarlijks worden berekend. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% moet de gehanteerde omslagrente aangepast worden. Vanwege het verschil tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijk betaalde percentage ontstaat er een renteresultaat. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in: • de rentelasten; • het renteresultaat; • de manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. (x € 1.000) a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.598

b. De externe rentebaten

-

Saldo rentelasten en rentebaten

1.598

c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-

De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende taakveld moet worden toegerekend

-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

1.598

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente

1.598

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

1.755 -157

Het gepresenteerde renteresultaat van € 157.000 voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1,0% hoger is dan het gemiddelde van de werkelijke rentepercentages. Er wordt dus meer rente doorberekend naar de activa dan er wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil valt binnen de gestelde bandbreedte. Dit betekent dat er een reëel percentage wordt toegerekend aan de activa.

74

Paragraaf lokale heffingen Doelstelling Met dit overzicht van de lokale heffingen geven we een inzicht in welke heffingen er zijn. Ook laten we zien wat de tarieven zijn. Dit maakt duidelijk wat de financiële gevolgen zijn van eerder gemaakte beleidskeuzes. Het laat ook zien wat onze inwoners hiervoor moeten betalen. Gemeentelijk beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen door een gemeente geheven kunnen worden. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 tot en met 229d Gemeentewet. Ook zijn er belastingen die een gemeente heft op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer. Het algemene uitgangspunt is dat tarieven kostendekkend moeten zijn. Dit beleid komt neer op ‘de gebruiker betaalt’. Bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is het streven om 100% kostendekkend te zijn. Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen is kwijtschelding mogelijk. Dit is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en bij uitzondering voor de onroerendezaakbelastingen. Inflatiecijfer Voor de leges, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hebben we afgesproken dat we kostendekkende tarieven heffen. Voor zover dit mogelijk en acceptabel is.

De onroerendezaakbelastingen en overige heffingen verhogen we jaarlijks met een inflatiecijfer gelijk aan het consumenten prijsindex cijfer, oftewel CPI. Deze komt uit de Macro Economische Verkenning van september, oftewel MEV. In de belastingvoorstellen is, indien van toepassing, gerekend met een inflatiepercentage van 9%, gebaseerd op het Consumenten Prijsindexcijfer (CPI) van september. De belangrijkste belastingen, rechten en leges, die door ons worden geheven zijn: • Onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing, oftewel gebruikersheffing; • toeristenbelasting; • forensenbelasting; • grafrechten; • precariobelasting; • leges. Per soort treft u hieronder een toelichting aan. Onroerendezaakbelastingen Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet heffen wij onroerendezaakbelastingen, oftewel ozb. Voor gecombineerde panden wordt voor het woondeel een vermindering toegepast. Gecombineerde panden zijn panden waarbij een deel bedrijfsmatig wordt gebruikt en een deel als woning. De inkomsten voor 2023 zijn geschat op een totaal van € 11.992.000,-. Deze inkomsten zijn inclusief de inflatie van 9%, € 97.500 aan meeropbrengst ozb vanwege het realiseren van 300 nieuwbouw woningen, de afdracht van € 117.711,- voor het Ondernemersfonds Schagen en het compensatiebudget voor sport en cultuur.

Dit laatste gaat om de 3% extra opbrengst van sportcomplexen en culturele complexen.

75

De tarieven voor 2023 zijn nog niet bekend, omdat de hertaxatie naar peildatum 1 januari 2022 nog niet is afgerond. Uiterlijk in december 2022 komen we met een voorstel om deze tarieven vast te stellen. Bij de berekening van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitkomsten van de herwaardering. Bij een stijging van de WOZ-waarde daalt het tarief, zodat de herwaardering opbrengst neutraal uitpakt. Andersom zal bij een daling van de WOZwaarde het tarief stijgen. WOZ staat voor waardering onroerende zaken. Afvalstoffenheffing De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing regelt de heffing en invordering van de gemeentelijke afvalstoffen. Oftewel de kosten van het ophalen van het huishoudelijk afval. Afvalstoffenheffing kan worden geheven op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. De aanslag afvalstoffenheffing wordt vastgesteld aan de hand van het aantal personen dat op 1 januari van het belastingjaar bij een huishouden staat ingeschreven. De gemeentelijke afvalstoffenheffing wordt voor een groot deel bepaald door het tarief uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de Huisvuilcentrale (HVC).

Andere kostencomponenten van de afvalstoffenheffing zijn: inzamel- en afvoerkosten van openbare afvalbakken (inzet eigen gemeentelijke dienst en werkvoorzieningsschap PRO), inzet gemeentelijke veegmachines, kosten van invordering & verhaal & kwijtschelding, papiervergoeding aan verenigingen en instellingen, BTW en afvalstoffenbelasting aan het Rijk, etc. Verhoudingsgewijs wordt de afvalstoffenheffing voor 75% bepaald door het dvo-tarief van HVC en voor 25% door eigen toerekenbare kosten op het onderwerp afvalinzameling en verwerking.

Jaarlijkse inrekening van Consumenten Prijsindexcijfer (CPI) en ingroei-model dienstverleningsovereenkomst Het DVO-tarief van de dienstverleningsovereenkomst stijgt jaarlijks mee met de Consumenten Prijs- indexcijfer en loonkostencompensatie. Voor kalenderjaar 2023 wordt vermoedelijk een CPI van 3,3% ingerekend voor wat betreft de verwerkingskosten en 3,3% voor wat betreft de algemene kosten en de inzamelkosten. Hiernaast is bij aangaan van de dienstverleningsovereenkomst in 2017 een ingroeiregeling afgesproken voor de stijgende kosten van inzameling op glas en textiel, beheer en onderhoud inzamelmiddelen en collectieve kosten HVC voor de jaren 2017 t/m 2026, omgerekend 3% voor 2023. Daarnaast verwachten we hogere inkomsten op de afvalstromen. Door bovenstaande componenten stijgt het tarief voor 2023 met 5%. Afvalstoffenheffing 1 persoon 2 personen 3 personen ≥ 4 personen extra container

2022

2023 307,361,361,372,196,-

De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing is geraamd op € 7.500.000,-.

76

322,379,379,410,206,-

Rioolheffing De rioolheffing wordt door ons geïnd als retributie die wordt geheven wanneer een bouwwerk is aangesloten op riolering. Dit is volgens de definitie van de Leidraad Riolering. Percelen die niet zijn aangesloten op de riolering zijn niet heffing plichtig. Voor 2023 bedragen de tarieven: • tot en met 99.750 m3 waterverbruik een tarief van € 205,- per eenheid van 350 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 350 m3 naar boven word afgerond; • vanaf 99.751 m3 een tarief van € 205,- per eenheid van 750 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 750 m3 naar boven wordt afgerond. In december 2017 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Bij het monitoren van de investeringen is gebleken dat de aankomende jaren grote investeringen in het rioolstelsel staan gepland. Naast investeringen conform het GRP wordt een aantal grote rioolvervangingen versneld uitgevoerd. Vanwege deze investeringen is het noodzakelijk om het tarief te verhogen naar € 205,-. Het overschot de komende jaren wordt gestort in de reserve riolering. Toekomstige investeringen in het riool worden gedekt vanuit deze reserve riolering. Deze stijging is conform het vastgestelde GRP 2018-2022. Wij zijn bezig met het opstellen van een nieuw GRP voor de periode 2023-2026. Gezien de prijsontwikkelingen van de afgelopen periode kunnen hier wijzigingen uit voortkomen.

Wij leggen het GRP 2023-2026 in de raad van december aan u voor, met een eventuele eerste begrotingswijziging. In deze zelfde raad wordt het definitieve tarief vastgesteld in de belastingverordening. In de primitieve begroting is aan inkomsten uit de rioolheffing een bedrag van € 5.395.000 geraamd. Toeristenbelasting Het tarief per persoon per nacht bedraagt € 1,75. Hiervan is € 0,04 bestemd voor de Ondernemers Federatie Schagen voor het aanmoedigen van innovatie in het toerisme. De inkomsten uit de toeristenbelasting zijn vooralsnog geschat op € 2.256.000. Alleen voor kampeerplaatsen die toeristen voor een lange periode achtereen tot hun beschikking hebben, gelden forfaitaire tarieven. Bij campings met jaarplaatsen, seizoenplaatsen of maandarrangementen is namelijk een registratie per nacht niet uitvoerbaar. Daarom zijn de volgende forfaitaire tarieven voor 2023 opgenomen: Vaste jaarplaats Vaste seizoenplaats Seizoenplaats Voorseizoenarrangement Verlengd voorseizoenarrangement naseizoenarrangement maandarrangement

2,3 personen x 53,7 nachten x € 1,75 2,4 personen x 53,6 nachten x € 1,75 2,4 personen x 52,9 nachten x € 1,75 2,2 personen x 30 nachten x € 1,75 2,3 personen x 39 nachten x € 1,75

€ 216,14 € 225,12 € 222,18 € 115,50 € 156,98

2,2 personen x 18 nachten x € 1,75 2,1 personen x 12 nachten x € 1,75

€ 69,30 € 44,10

Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven wanneer natuurlijke personen meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden, zonder dat zij in de gemeente hun hoofdverblijf hebben.

77

In onze gemeente zijn ongeveer 3.650 personen belastingplichtig voor de forensenbelasting. De totale opbrengst van de forensenbelasting is geschat op € 2.072.000. De forensenbelasting kent twee tarieven. Een tarief voor stacaravans en een tarief voor (recreatie)woningen. Het tarief voor stacaravans bedraagt in 2023 € 325,30. Het tarief voor (recreatie)woningen bedraagt in 2023 € 761,85. Grafrechten Grafrechten heffen we op basis van de Verordening op de heffing en invordering van grafrechten. In 2021 is de Beheersverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 vastgesteld. Naar aanleiding van deze Beheersverordening hebben we de tarieven in de verordening grafrechten onderzocht en bijgesteld. Voor het begraven of bijzetten van stoffelijke overschotten worden aanslagen grafrechten opgelegd. Dit gaat om het gebruik van de begraafplaats en om het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met het begraven en het bijzetten. De inkomsten voor 2023 worden geraamd op € 288.000,-. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven op voorwerpen op, onder of boven voor de publieke dienst bestemde gemeentegrond. De inkomsten voor 2023 worden geschat op € 135.000. Leges Leges heffen we voor diensten die we als gemeente hebben geleverd. In de tarieventabel, die bij de verordening hoort, worden de bedragen genoemd die we voor diverse verleende diensten heffen.

Voor een aantal diensten worden de tarieven door het rijk voorgeschreven. Bijvoorbeeld bij reisdocumenten. Bij het vaststellen van de tarieven gaan we er van uit dat deze 100% kostendekkend zijn. De tarieventabel leges is onderverdeeld in drie titels en is ingericht volgens de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten: • Titel 1 Algemene dienstverlening bijvoorbeeld: burgerlijke stand, reisdocumenten, winkeltijden et cetera; • titel 2 Dienstverlening die valt onder de fysieke leefomgeving of omgevingsvergunning, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; • titel 3 Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn: horeca, evenementen en dergelijke. Voor titel 1 en 2 mogen de opbrengsten van alle diensten binnen een titel niet hoger zijn dan de uitgaven. Binnen een titel mag een dienst dus meer dan 100% kostendekkend zijn, zolang deze gecompenseerd wordt door een lagere kostendekking. Voor titel 3 geldt de kostendekking per dienst. De totale opbrengst aan leges is geschat op € 1.798.189, zoals te zien is in onderstaand overzicht:

78

Totaal opbrengsten Recapitulatie Titel 1, 2 en 3

Taakveld

Kostendekking Titel 1 Kostendekking Titel 2 Kostendekking Titel 3 Kostendekking totale tarieventabel

Overhead

€ 411.917 € 864.127 € 2.440 € 1.278.484

Totale Kosten

€ 162.436 € 560.066 € 1.872 € 724.374

€ 574.353 € 1.424.193 € 4.312 € 2.002.858

Totale KostenOpbrengsten dekking € 482.155 83,95% € 1.312.079 92,13% € 3.955 91,72% € 1.798.189 89,78%

Titel 1 algemene dienstverlening Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen. De opbrengsten komen voornamelijk door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn op dit moment gelijk aan het maximale bedrag. Titel 1 Algemene dienstverlening

Taakveld

Overhead

paragraaf

1

Burgerlijke stand

€ 32.772

€ 15.684

Totale Kosten Totale Opbrengsten Kostendekking € 48.456

€ 35.641

73,55%

paragraaf

2

Reisdocumenten

€ 153.167

€ 41.561

€ 194.728

€ 167.711

86,13%

paragraaf

3

Rijbewijzen

€ 154.867

€ 86.445

€ 241.312

€ 212.160

87,92%

paragraaf

4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

€ 4.381

€ 3.458

€ 7.839

€ 4.743

60,51%

paragraaf

5

Verstrekkingen uit het Kiezersregister

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

6

Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens n.v.t

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

7

Bestuursstukken n.v.t.

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

8

Vastgoedinformatie

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

9

Overige publiekszaken

€ 51.898

€ 8.902

€ 60.800

€ 51.722

85,07%

paragraaf

10 Gemeentearchief

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

11 Huisvestingswet n.v.t.

paragraaf

12 Leegstandswet

paragraaf

13 Gemeentegarantie n.v.t.

paragraaf

Marktstandplaatsen 14 weekmarkten e.d.)

paragraaf

€0

€0

€0

€0

0,00%

€ 721

€ 570

€ 1.291

€ 1.198

92,80%

€0

€0

€0

€0

0,00%

€0

€0

€0

€0

0,00%

15 Winkeltijdenwet

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

16 Kansspelen

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

17 Telecommunicatie

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

18 Verkeer en vervoer

€ 14.111

€ 5.816

€ 19.927

€ 8.980

45,06%

paragraaf

19 Diversen

€0

€0

€0

€0

0,00%

€ 411.917

€ 162.436

€ 574.353

€ 482.155

83,95%

Kostendekking Titel 1

(voor

Titel 2 dienstverlening die valt onder fysieke leefomgeving of omgevingsvergunning De kostendekking van titel 2 is onder de 100% kostendekking. Hoewel er getoetst wordt op de gehele verordening wordt u geadviseerd om onder deze grens te blijven. Het is namelijk goed mogelijk dat de jurisprudentie wijzigt met betrekking tot kruis subsidiëring. Dit kan als gevolg leiden tot een toename in bezwaar en beroepsprocedures.

79

Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning paragraaf

1

paragraaf

2

paragraaf paragraaf paragraaf

3 4 5

paragraaf

6

paragraaf

7

paragraaf

8

paragraaf

9

paragraaf

10

Begripsomschrijvingen Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Omgevingsvergunning Vermindering Teruggaaf Intrekking omgevingsvergunning Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten Gedoogbeschikking In deze titel niet benoemde beschikking Kostendekking Titel 2

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

€0 € 72.990

€0 € 47.306

€0 € 120.296

Totale Opbrengsten €0 € 87.330

Kostendekking

€ 761.456 €0 € 397 €0

€ 493.523 €0 € 258 €0

€ 1.254.979 €0 € 655 €0

€ 1.176.691 €0 € 630 €0

93,76% 0,00% 96,18% 0,00%

€ 251

€ 163

€ 414

€ 315

76,09%

€ 29.033

€ 18.816

€ 47.849

€ 47.113

98,46%

€0 €0

€0 €0

€0 €0

€0 €0

0,00% 0,00%

€ 864.127

€ 560.066

€ 1.424.193

€ 1.312.079

92,13%

0,00% 72,60%

Titel 3 Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening. Hij bestaat voor een groot deel uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend. Titel 3 Europese dienstenrichtlijn paragraaf

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

1

Horeca

€ 1.685

€ 1.291

€ 2.976

€ 2.937

98,69%

paragraaf

2

Organiseren markten en overige APV beschikking

€ 172

€ 133

€ 305

€ 219

71,80%

paragraaf

3

Prostitutiebedrijven

€ 53

€ 41

€ 94

€ 73

77,66%

paragraaf

4

Splitsingsvergunning woonruimte n.v.t.

€0

€0

€0

€0

0,00%

paragraaf

5

Leefmilieuverordening n.v.t

€0

€0

€0

€0

0,00%

€ 530

€ 407

€ 937

€ 726

77,48%

€0

€0

€0

€0

0,00%

€ 2.440

€ 1.872

€ 4.312

€ 3.955

91,72%

paragraaf

6

paragraaf

7

Brandbeveiligingsverordenin g In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Kostendekking Titel 3

Overige gemeentelijke belastingen en heffingen Naast de genoemde verordeningen is er nog een aantal met een relatief lage belastingopbrengst. Deze verordeningen hebben betrekking op marktgelden, staangelden, campergelden, havengelden en liggelden. Kwijtschelding Wij bieden aan inwoners met een minimum inkomen de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen. Er wordt in principe alleen nog kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De onroerendezaakbelasting voor gebruikers van woningen is afgeschaft. Kwijtschelding voor de onroerendezaakbelastingen voor eigenaren is alleen mogelijk op de voorwaarde dat er geen overwaarde op de woning zit. De norm voor het verlenen van kwijtschelding is gesteld op 100% van de bijstandsnorm. Dit is het maximale dat is toegestaan.

80

Inwoners die in aanmerking komen voor kwijtschelding hoeven niet ieder jaar opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Is er in 2022 kwijtschelding verleend? Dan toetsen we automatisch voor belastingjaar 2023 of de inwoner weer in aanmerking komt voor kwijtschelding. De inwoner krijgt automatisch kwijtschelding wanneer deze toets positief is. Gemiddeld 65% van de kwijtscheldingen wordt op deze manier verleend. Overzicht tarieven lokale heffingen In onderstaande tabel zijn de tarieven voor 2023 van de belangrijkste gemeentelijke belastingen opgenomen. Belastingtarieven per 1 januari 2023 OZB: Eigenaar woning Eigenaar niet-woning Gebruiker niet-woning Rioolheffing: t/m 99.750 m3 bedraagt het tarief per 350 m3 vanaf 99.751 m3 bedraagt het tarief per 750 m3 Afvalstoffenheffing: Eenpersoons huishouden Twee- en driepersoons huishouden Vier- en meerpersoons huishouden Extra container Overzicht geraamde baten en kwijtschelding Soort heffing bedragen * in € Onroerendezaakbelastingen (eigenaar/gebruiker) Afvalstoffenheffing/reinigingsheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Forensenbelasting Leges Precariorechten

81

n.n.b. n.n.b. n.n.b. € 205,00 € 205,00 € 322,00 € 379,00 € 410,00 € 206,00

Baten

Kwijtschelding 11.992.000 7.500.000 5.395.000 2.256.000 2.072.000 2.061.000 135.000

0 189.000 108.000 niet mogelijk niet mogelijk niet mogelijk niet mogelijk

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen betreft de mogelijkheid van de gemeente om financiële risico’s op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. In deze paragraaf staat beschreven met welke risico’s wij te maken hebben. Ook worden de berekening en de analyse van het weerstandsvermogen beschreven. Net als de weerstandscapaciteit en de verplichte kengetallen. Trends en ontwikkelingen Om ons weerstandsvermogen te bepalen, is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de financiële risico’s die wij lopen. Ook toekomstige financiële risico’s. Het is niet mogelijk de toekomst te voorspellen. Daarom maken we een inschatting op basis van trends en ontwikkelingen waar we als gemeente mee te maken hebben. Hierna volgt een toelichting op een aantal belangrijke risico's waar we nu en in de nabije toekomst mee te maken hebben. We hebben de risico's ingedeeld naar strategische, interne en externe risico's. Strategische risico's Wonen en ruimtelijke ordening In Nederland is sprake van een grote krapte op de woningmarkt. Er komen steeds meer éénpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens bij. Ook blijven ouderen langer thuis wonen. Bovendien nemen de huizenprijzen alleen maar toe. Hierdoor is het voor starters lastig om op de woningmarkt te komen.

Daarnaast hebben we te maken met een toestroom van vluchtelingen en statushouders die ook een beroep doen op het beperkte aantal woningen. In het coalitieakkoord staan grote ambities opgenomen om de woningnood in onze gemeente op te lossen. Creativiteit speelt hierbij een grote rol. Door creatief te zijn, kunnen soms oplossingen worden bedacht die grenzen aan wat mag of wat gangbaar is. Dit vormt daarom een strategisch risico. Duurzaamheid Eind 2019 hebben de Nederlandse gemeenten ingestemd met het Klimaatakkoord. Hiermee laten zij zien dat zij zich inzetten om de CO2 in Nederland te reduceren. Het bereiken van de klimaatdoelstellingen vraagt de komende jaren grote investeringen. Als gevolg van de stijgende energieprijzen hebben inwoners nu de behoefte om hun energielasten te verminderen. Energiearmoede wordt een steeds groter probleem. In het coalitieakkoord staat beschreven dat we in onze gemeente op grote schaal woningen willen isoleren. Daarnaast is de ambitie dat we nieuwe woningen toekomstbestendig maken. Betaalbaarheid van deze benodigde investeringen vormt een strategisch risico voor dit onderwerp. Sociaal domein Binnen het sociaal domein zien we dat vooral de kosten voor voorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, oftewel Wmo, de laatste jaren flink oplopen. Sinds de invoering van het abonnementstarief hebben we meer aanvragen gehad.

Ook neemt het aantal voorzieningen dat we verstrekken toe. Deze ontwikkelingen worden landelijk ook gezien. De komende periode wordt een wetswijziging van de Wmo voorbereid, waarin een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gevraagd wordt voor huishoudelijke hulp. Dit zal niet eerder ingevoerd worden dan 2025. 82

In het coalitieakkoord staat opgenomen dat we een inkomensafhankelijke bijdrage voor WMO-voorzieningen willen invoeren. Het is een strategisch risico om vooruit te lopen op landelijke ontwikkelingen. Interne risico's Grip op open einde regelingen sociaal domein Als gemeente hebben we te maken met diverse zogenaamde ‘open einde regelingen’. Vanuit onder andere de Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet is de gemeente verplicht de geleverde zorg te betalen. De gemeente ontvangt vanuit het rijk wel een bijdrage. Vanwege de open einde regeling loopt de gemeente het risico dat de bijdrage niet toereikend is. De constructie van een open einde regeling betreft een extern risico waar we als gemeente geen invloed op hebben. Bij ons als organisatie ligt de uitdaging om grip te krijgen op deze zorgkosten. Zodat niet alleen betere zorg wordt geleverd, maar ook zodat de kosten lager worden. Doordat we inzicht krijgen in dure praktijkgevallen, kosten per voorziening en bijvoorbeeld kosten per aanbieder zijn we in staat beter te sturen. Grip krijgen op de zorgkosten is iets wat wij zelf in de hand hebben. Dit betreft daarom een intern risico. Op orde krijgen van gemeentelijke organisatie Een belangrijke ontwikkeling, die sinds 2021 is ingezet, is het op orde krijgen van onze gemeentelijke organisatie. Dit is nodig om de wettelijke taken en de ambities van de gemeenteraad uit te voeren.

Het op orde krijgen van de gemeentelijke organisatie gaat niet alleen over het aannemen van de juiste mensen op de juiste posities. Het gaat ook over het op orde krijgen van processen. Daarnaast heeft het betrekking op het verbeteren van het niveau aan kennis en kwaliteit. Ten slotte gaat het om het helder hebben van taken en rollen. In 2022 hebben we de nodige stappen gezet om de juiste mensen aan te nemen. Naast personeel is het belangrijk om de processen op orde te hebben. Net als de informatie die nodig is om een organisatie te sturen. Dit zorgt ervoor dat we eerder inzicht hebben in risico’s. Hierdoor kunnen besluiten beter overwogen gemaakt worden. Vanaf 2023 komt onze focus meer te liggen op het op orde krijgen van de interne processen en het verbeteren van de kwaliteit van onze dienstverlening. Externe risico's Herijking gemeentefonds Gemeenten krijgen vanuit het rijk een bijdrage uit het gemeentefonds. Dit is voor gemeenten de grootste bron van inkomsten. Het gemeentefonds kent verschillende uitkeringen waarvan de algemene uitkering het grootste gedeelte is. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van verschillende maatstaven. Zoals het inwoneraantal. Ook de economische ontwikkeling in Nederland en het politieke beleid van de Nederlandse overheid hebben invloed op de hoogte van de algemene uitkering.

Inmiddels is bekend dat de opschalingskorting tot en met 2025 bevroren blijft. Alleen zal vanaf 2026 de opschalingskorting in zijn geheel in mindering op de algemene uitkering worden gebracht. Dit gebeurt zonder ingroeipad. Ook het accres voor de jaarschijf 2026 is naar beneden bijgesteld. Daardoor daalt de algemene uitkering voor ons vanaf dat jaar aanzienlijk. 83

Ontwikkelingen prijspeil De prijsontwikkeling in Nederland was in eerdere jaren heel stabiel. De prijsindexcijfers vanaf maart 2022 laten enorm afwijkende percentages zien. Dit is een ontwikkeling waar wij als gemeente geen invloed op hebben. We ondervinden er wel de gevolgen van. Prijsstijgingen worden doorgevoerd in diensten die wij van externe partijen afnemen. Dit gebeurt ook in projecten in het openbaar gebied en andere goederen die wij afnemen. Gemeenten worden via de algemene uitkering door het rijk gecompenseerd voor inflatie. Gezien de hoge inflatie in 2022 is het op dit moment nog onzeker of het rijk ons volledig zal compenseren. Inwoners en ondernemers zullen de landelijke prijsontwikkelingen ook terugzien in de diensten die zij van ons afnemen. In deze begroting verhogen we de gemeentelijke inkomsten met de Consumentenprijsindex van september 2022. Beleid weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s In de nota Vermogensbeheer staat opgenomen dat wij voor ons weerstandsvermogen streven naar een ratio van 1,5. Dit is vastgesteld in december 2019. Aan de ratio weerstandsvermogen wordt de volgende betekenis gegeven: Ratio weerstandsvermogen 2,0 < ratio 1,5 < ratio < 2,0 1,0 < ratio < 1,5 0,8 < ratio < 1,0 Ratio < 0,8

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Onvoldoende Slecht

Inschatting risico’s Wanneer een risico wordt onderkend, wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de impact die het heeft. Wij hanteren hiervoor de volgende normen. Kans: Staffel Hoog Midden Laag Extra laag Garantievermogen

Kans 75% 50% 25% 10% 1%

Voor de inschatting van de garantstellingen wordt een afwijkend percentage van 1% gebruikt. Financiële impact: ≥ € 1.000.000 > € 500.000 ≤ € 1.000.000 > € 250.000 ≤ € 500.000 > € 0 ≤ € 250.000

4 3 2 1

Incidenteel weerstandsvermogen De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit die reserves waar nog geen verplichting op rust. Of waarvan de besteding nog kan worden gewijzigd. Dit betreft in ons geval de Algemene

84

reserve en de post 'Onvoorzien'. Daarnaast wordt rekening gehouden met stille reserves. In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met de stille reserve die aanwezig is op gronden en gebouwen waarover de gemeente beschikt. De stille reserve waarmee gerekend wordt is per september 2022 € 4,5 miljoen. Incidenteel weerstandsvermogen Algemene reserve Stille reserve Onvoorzien Totaal

€ 1.870.000 4.500.000 18.344 6.388.344

Structureel weerstandsvermogen De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de onbenutte ozb-capaciteit gaan wij uit van het verschil tussen het artikel-12-norm-tarief en het laatst vastgestelde tarief.

ozb woningen ozb niet woningen ozb g niet woningen

norm 0,1809 0,1809 0,1809

tarief 2022 0,1130 0,2339 0,1610

verschil 0,0679 -0,0530 0,0199

* tarief 2023 nog niet bekend bij opstellen deze tabel, daarom tarief 2022 gebruikt Wanneer wij in 2023 het artikel-12-norm-tarief heffen dan zou dit een extra opbrengst opleveren van € 3,3 miljoen. Hierbij is al rekening gehouden met een stijging van de ozbtarieven met het inflatiecijfer van 9%. Structureel weerstandsvermogen Onbenutte belastingcapaciteit Totaal

€ 3.300.000 3.300.000

85

Schematisch 4 3

1

2,4

3

2

5

1

6

0

10

20

7

30

40

50

60

70

80

90 kans

100

Ratio weerstandsvermogen Op basis van de beschikbare en de benodigde incidentele weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen worden bepaald. De financiële risico’s, afgezet tegen de beschikbare incidentele capaciteit, geeft een ratio dat het weerstandsvermogen wordt genoemd (streefwaarde is 1,5). Naar verwachting bedraagt de algemene reserve ultimo 2022 € 870.000. Door de bij de kadernota voorgenomen bedrag van € 1.000.000 aan de algemene reserve toe te voegen, stijgt de algemene reserve naar € 1.870.000. De weerstandsratio komt dan uit op 1,19. Dit is lager dan de streefwaarde van 1,5. In 2024 en 2025 zullen we ook stortingen doen aan de algemene reserve, bestaande uit een vast bedrag van € 1.000.000 per jaar en het positieve exploitatiesaldo. Dit om de algemene reserve aan te vullen tot het gewenste niveau van € 8.000.000. Bij gelijkblijvende risico’s zal de weerstandsratio in 2024 ontwikkelen naar 1,75 en in 2025 naar 2,33. Kengetallen

Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 Netto schuldquote 25,9% 72,6% 43,3% Netto schuldquote gecorrigeerd voor 25,6% 70,4% 41,9% alle verstrekte leningen De Solvabiliteitsratio 43,4% 33,9% 38,7% Structurele exploitatieruimte 3,8% 0,03% -2,26% Kengetal grondexploitatie 3,8% 2,2% 2,1% Belastingcapaciteit 108% 116% 116%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14677136/1