CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan-MER Bijlage B Ontwerpkader t.b.v. Plan-MER

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling gecoördineerde bestemmingsplannen 'Pallas-Plot' en 'Partiële Herziening PALLAS-reactor, 2021'13.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel 4 Ruwe tijdsplanning hoofdfasering clusters bouwfase. Clusters bouw 1 Inrichting LDA en toegangsweg 2 Constructie secundaire koeling 3 Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw 4 Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur 5 Afronding LDA, inrichting terrein

8 mnd 9 mnd 18 mnd 4 jaar 6 mnd

73

5.2 Bouwactiviteiten De vijf bouwclusters zijn verdeeld in Figuur 217.1

Legenda

Locatie toegangsweg Locatie LDA/PALLAS-terrein Locatie bij NH-kanaal

1

2

Inrichting LDA en toegangsweg

Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw

Afhekken LDA

Afhekken toegangsweg

Grondverzet tbv LDA

Grondverzet tbv toegangsweg

Plaatsen tijdelijke kantoorruimte

Aanleggen toegangsweg

Maken diepwanden

3

Constructie secundaire koelleiding

Afhekken intredepunt

Ontgraven

Bouw pompput

Aanbrengen grondverbeteraar

Boren koelleiding landzijde

Storten onderwater beton

Trekken koelleiding landzijde

Boren en plaatsen palen

Boren koelleiding zeezijde Trekken koelleiding zeezijde

Bouw filterhuis

4

5

Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur

Afronding LDA en inrichten terrein

Bouw reactor & logistiekgebouw

Bouw supportgebouw

Bouw kantoorgebouw

Verwijderen LDA en tijdelijke kantoorruimte

Inrichten terrein

Figuur 21 De bouwactiviteiten van de bouwfase.

7

74

De toegangsweg zoals benoemd in het figuur is tijdelijk van aard en kent mogelijk in een later stadium een permanent karakter.

5.2.1

Cluster 1: Inrichting LDA en toegangsweg

l

De meeste verkeersbewegingen zullen over de Westerduinweg gaan richting het perceel van PALLAS en het werkterrein. Er wordt een toegangsweg aangelegd van de Westerduinweg N502 naar de PALLAS-site. Hiervoor moet een deel van de Zijperzeedijk worden afgegraven en een deel van het hoogteverschil dat dan nog resteert wordt met een damwand opgevangen.

l

l l l l

Wegen voor vrachtwagens en parkeerplaatsen bestaan uit granulaat. Pre-gefabriceerde onderdelen worden gefundeerd op betonnen voetstukken of betonnen platen. Constructie van een afvalwater- en regenwater riool. Verlichting. Nutsaansluitingen. Grondkerende constructies.

Op de EHC wordt een tijdelijk werkterrein/LDA aangelegd. Naast tijdelijke bouwketen, kantoren, kleedruimten en een kantine kan op dit gebied opslag van materiaal, materieel en grond plaatsvinden (in de open lucht). Op de smalle strook tussen de westzijde van de LDA en het PALLAS-terrein lopen ondergrondse leidingen. Dit gebied maakt daarom geen deel uit van de LDA. Op de EHC zal een weg worden rechtgetrokken, waarvoor NRG zorgdraagt. Dit ‘rechttrekken’ van de weg is gereed vóórdat de LDA wordt aangelegd. Dezelfde weg loopt door tot waar later het reactorgebouw komt te staan. Hier zal de weg meer zuidelijk dan nu een bocht maken.

Op het werkterrein wordt geen betonfabriek geplaatst, hetgeen ten tijde van het eerste plan-MER werd verondersteld, maar het beton zal van buiten direct worden aangevoerd. Op het werkterrein kunnen parkeerplaatsen voor (maximaal 400 personen) personeel worden geplaatst. De hoeveelheid en het type werkzaamheden bepaalt hoeveel personeel aanwezig is op het werkterrein. Dit kan oplopen tot 400 mensen per dag. De ontwikkeling van het tijdelijke bouwterrein bestaat uit de volgende onderdelen: l Afgraven deel van het dijklichaam. l Tijdelijke opslag van duinzand op de duinlocatie direct ten zuiden van de toegangsweg. l Aanleg halfverharding en voorzieningen werkterrein, met afvoer van regenwater naar een greppel met een overstort.

De LDA bevat de volgende hoofdcomponenten:

l

l

l

De fundering van de wegen en de LDA zal granulaat zijn. Een deel van de LDA zal geasfalteerd worden, net als de toegangsweg. Afhankelijk van het type opslag is een aanvullende fundering met geotextiel ook mogelijk.

l l l

Aanleg parkeerplaatsen en tijdelijke voorzieningen. Aanleg overige infrastructuur. Omheining met hekwerk. Aanleg van damwanden ter plaatse waar de waterkering wordt afgegraven en op diverse andere locaties aan de rand van de LDA.

Figuur 22 Overzicht Grondstromenplan: rood is afgraven en groen is ophogen (bron: Grondstromenplan TCF, (Arcadis, 12 juli 2019). Tabel 5 Inzet materieel tijdens de inrichting van de LDA en de toegangsweg.

Aantal uren inzet:

Voertuigbewe­ gingen

Graaf­ machine

Kraan

Beton­pomp

Trucks

Afhekken toegangsweg

10

80

Grondverzet t.b.v. toegangsweg

100

240

240

Aanleggen toegangsweg

100

640

1280

Afhekken LDA

20

Grondverzet t.b.v. LDA

2200

Plaatsen tijdelijke kantoorruimte

20

480 960

960

240 2880

120

Medium voertuig

120

160 1920

Licht voertuig

960 360

120

75

Het grondverzet is verreweg het meest ingrijpende onderdeel van dit cluster van bouwactiviteiten met de meeste inzet van materieel, zoals blijkt uit Tabel 5. Het plaatsen van de damwanden vindt plaats buiten het broedseizoen van de tapuit, dat loopt van maart tot augustus. Als niet kan worden voorkomen dat de plaatsing van de damwanden in het broedseizoen moet plaatsvinden, worden de werkzaamheden geluidsarm uitgevoerd. Al deze faciliteiten moeten zo worden vormgegeven dat ze het dagelijks bedrijf op de EHC en de omgeving zo min mogelijk beïnvloeden.

5.2.2

Cluster 2: Constructie secundaire koeling

Inname uit Noordhollandsch Kanaal naar de Canal Intake Building Aan de kanaaloever worden twee inname-constructies gemaakt, elk voorzien van een handgeruimd krooshek. Vanuit deze constructies worden twee leidingen (diameter 1720 mm) onder de rijksweg (N9) geboord naar de filterput. Deze leidingen komen op een voorgeschreven afstand onder de weg, door middel van GFT (Gesloten Front Techniek) boringen. Deze boormethode wordt gekozen, zodat de weg niet behoeft te worden opgebroken. In de Canal Intake Building worden twee bandfilters opgesteld. Ook wordt er een chloordoseerinstallatie opgesteld tegen mosselgroei in de leidingen naar de site. Via elektrolyse komt chloor vrij en dit wordt direct in de leiding gebracht. Naast de Canal Intake Building is een toegang (vanaf de parallelweg) voor een onderhoudswagen en leverantie van zout voor de dosering (maandelijks). Werkwijze uitvoering: l

l

In het veld (aan zijde filterput) en aan het kanaal wordt een pers- en ontvangkuip gemaakt met stalen damwanden. De materialen voor de aanleg worden nabij de boring (bij

Figuur 23 Visualisatie van de GFT-boring onder de N9 door.

76

l

filterput) aangevoerd en tijdelijk opgeslagen. De overtollige grond wordt afgevoerd via de parallelweg. Vanuit een perskuip wordt een buiselement met vijzels in de grond gedrukt. Aan de voorzijde zit een boorschild, die de grond uitboort. Wanneer een buiselement is weggedrukt, worden de vijzels teruggetrokken en kan een nieuw element worden aangekoppeld en weggedrukt.

Pijpleidingen van de Canal Intake Building naar PALLAS-site Vanaf de Canal Intake Building naar de site worden twee leidingen (diameter 900 mm) gelegd (en geboord tot -32 meter NAP) naar de PALLAS-site. Dit vindt plaats door middel van een HDD (Horizontal Directional Drilling) techniek. Het intredepunt van de boor is op de PALLAS-site. Het uittredepunt van de boor is op ca. 300 meter vanaf de filterput, vanwege de benodigde uitleg-lengte en de bocht in dit tracé. Het laatste deel vanaf het uittredepunt naar de filterput wordt in open ontgraving gelegd, waar omheen wanden worden geslagen om de hoeveelheid bemaling te beperken. Het dan nog bemalen water wordt opgevangen, bemonsterd, en bij voldoende kwaliteit geloosd naar het Noordhollandsch Kanaal. Indien de kwaliteit onvoldoende is, wordt het water afgevoerd door een erkende verwerker. Nadat het gat geboord is, worden de leidingen, die dan op het uitlegtracé geheel gelast en getest zijn, door middel van de boormachine in het boorgat getrokken. Het uitlegtracé is naar verwachting de parallelweg langs de N9 naar het zuiden. Bij het uittredepunt wordt een kwelscherm aangebracht om eventuele kwel vanuit de ondergrond te voorkomen. Daarna wordt een sleuf gegraven vanaf het uittredepunt tot aan de filterput. Daarin wordt dit deel van de leidingen gelegd en aangevuld en aan het geboorde deel gelast. Het geheel wordt op druk getest.

Samen voeren deze leidingen de volledige benodigde koelcapaciteit (in de zomer). In een deel van het jaar kan worden volstaan met één leiding in gebruik. In deze leidingen zitten vanaf de filterput tot aan de site geen open

putten; dit is een gesloten systeem. De leidingen kunnen (indien nodig) inwendig worden gereinigd met een prop. Op de site staat een pompstation, dat het water door de warmtewisselaars op de site pompt. In Figuur 24 is een impressie van de aanlegdiepte van de leidingen van de Canal Intake Building naar de PALLAS-site weergeven. Werkwijze uitvoering gelegd deel: l Voor het te leggen deel van de leidingen wordt een sleuf gegraven. De uitvoeringsmethode en sleufbreedte is gericht op het minimaliseren van de grondwateronttrekking. De grond zal op dezelfde wijze worden aangevuld als deze is uitgegraven. Eventuele bestaande drains zullen worden hersteld. Voor de ontgraving wordt een uitvoeringsplan gemaakt. Werkwijze uitvoering boringen: l Naast de parallelweg worden de leidingen aangevoerd. De leidingen worden daar uitgelegd, gelast en gekeurd. Kruisingen met toegangen naar percelen worden bereikbaar gehouden met (tijdelijke) overkluizingen. l De boorstelling staat op de PALLAS-site. Met de hydraulische boorunit worden boorstangen met een duwende en roterende beweging één voor één de grond ingebracht. De buizen zijn met een schroefkoppeling onderling verbonden tot een boorstreng. Het boortracé wordt verticaal (en eventueel horizontaal) gebogen uitgevoerd. Het boorproces gebeurt in twee of drie fasen. Als eerste vindt de pilotboring plaats, gevolgd door meerdere ruimeroperaties. De

l

pilotboringen kunnen, voor een goede positiebepaling, bij het intredepunt en het uittredepunt worden gemaakt. De uitgekomen grond van de boring wordt op site opgeslagen. Het boorgat is steeds gevuld met bentoniet (een kleimengsel, geschikt voor smering en steunvloeistof). Voor het aanmaken van bentoniet wordt circa 10.000 m3 water verbruikt. Daarna wordt de productleiding gekoppeld en ingetrokken. De verwachting is dat de aanleg van de leidingen van filterput tot site enkele maanden (2-3) duurt. Om de positie van de boring ondergronds goed te kunnen bepalen wordt op het maaiveld gemeten tijdens het boren.

Pijpleiding van PALLAS-site naar de Noordzee Vanaf de site wordt een leiding (diameter 1000 mm) gelegd (en geboord tot -35 m NAP) tot circa 650 meter uit de kustlijn in zee. Daar wordt het warme water boven de zeebodem via een uitlaat onder water uitgestroomd. Deze gesloten leiding gaat diep onder het duin en de zeebodem door. De leiding kan (indien nodig) inwendig worden gereinigd met een prop. Dit is een leiding (diameter 1000 mm) die door middel van een HDD (Horizontal Directional Drilling) techniek wordt geboord. Het intredepunt van de boor is op de site. Het uittredepunt van de boor is op de zeebodem. Nadat het gat geboord is, wordt de leiding, die op zee ligt en geheel gelast en getest is, door middel van de boormachine in het boorgat getrokken. Daarna wordt een sleuf gegraven vanaf het intredepunt tot aan de koppeling op de site. Daarin wordt dit deel van de leiding gelegd en aangevuld en aan het geboorde deel gelast. Het geheel wordt op druk getest.

Figuur 24 Impressie van de aanlegdiepte van de pijpleidingen van de Canal Intake Building naar PALLAS-site.

77

Werkwijze uitvoering gelegd deel: l Voor het te leggen deel van de leidingen wordt een sleuf gegraven. De uitvoeringsmethode en sleufbreedte is gericht op het minimaliseren van de grondwateronttrekking. De grond zal op dezelfde wijze worden aangevuld als deze is uitgegraven. Voor de ontgraving wordt een uitvoeringsplan gemaakt. Werkwijze uitvoering boring: l Op zee wordt de gelaste leiding aangevoerd. l De boorstelling staat op de PALLAS-site. Met de hydraulische boorunit worden boorstangen met een duwende en roterende beweging één voor één de grond ingebracht. De buizen zijn met een schroefkoppeling onderling verbonden tot een boorstreng. Het boortracé wordt verticaal (en eventueel horizontaal) gebogen uitgevoerd. Het boorproces gebeurt in twee of drie fasen. Als eerste vindt de pilotboring plaats, gevolgd door meerdere ruimeroperaties. De pilotboringen kunnen, voor een goede positiebepaling, bij het intredepunt en het uittredepunt worden gemaakt. De uitgekomen grond van de boring wordt op site opgeslagen. Het boorgat is steeds gevuld met bentoniet (een kleimengsel, geschikt voor smering en steunvloeistof). Daarna wordt de productleiding gekoppeld en ingetrokken. De verwachting is dat de aanleg van de leidingen van de site naar zee enkele maanden (1-2) duurt. l

Om de positie van de boring ondergronds goed te kunnen bepalen wordt op het maaiveld en op zee gemeten tijdens het boren.

Om verstoring van de schelpdieren etende watervogels

(zwarte zee-eend, eider, topper) te vermijden, wordt de koelwateruitlaat op de Noordzee aangelegd in een periode waarin geen of weinig foeragerende zeevogels (met name zwarte zee-eenden) aanwezig zijn. Daarnaast houden de schepen, volgens de voorschriften die in het Natura 2000-beheerplan Noordzeekustzone (Ministerie van IenM, Rijkswaterstaat, 2016) zijn opgenomen, 500 meter afstand van vogelconcentraties van de topper, eidereend en zwarte zee-eend. Bouw pompstation en surge tower Ten behoeve van het secundaire koelsysteem wordt op de PALLAS-site ten behoeve van de SCS Building en de surgetower een bouwkuip van 45,5 bij 31,5 meter aangelegd op een diepte van -9,3 meter t.o.v. NAP. De constructiemethode bestaat uit het in de grond aanbrengen van diepwanden met behulp van het Cutter Soil Mix Systeem (CSM). Dit is een methode waarbij met behulp van een freeskop met twee cutterwielen en de injectie van een cementspecie een homogene gemixte massa wordt gevormd, waar de freeskop door eigen gewicht in wegzakt. Als wapening worden stalen balken in de natte massa gedrukt. De wand wordt geheel trillingvrij en zettingsvrij aangebracht. Binnen de diepwanden wordt nat ontgraven, waarna er een bodem van onderwaterbeton gestort wordt. Deze bodem wordt met groutankers (GEWI) verankerd om opdrijven te voorkomen.

Als het beton uitgehard is, wordt de put drooggemalen en kan met de constructie van het bassin worden begonnen. Het CSM-Systeem (ook wel mixed-in-place genoemd) bestaat uit een freeskop met twee Cutter wielen. In het midden van de freeskop, tussen de wielen, wordt cementspecie geïnjecteerd.

CSM walls with HE reinforcement

temporary struts and girders

+3.500 +2.000

-8.200 -8.500 - -9.300 -9.800

GEWi micropiles

-16.500

3D view construction pit

Figuur 25 Schematische uitleg van de CSM-methode.

78

Figuur 26 Constructie bouwput voor pompstation.

horizontal directional drill hole Ø 1200 with a tolerance of +/- 300

Tabel 6 Inzet materieel tijdens constructie secundaire koeling.

Aantal uren inzet

Voertuigbewe­ gingen

Afhekken intrede

10

Bouw pompput

100

Boren koelleiding landzijde

50

Trekken koelleiding landzijde

50

Boren koelleiding zeezijde

40

Graaf­ machine

Kraan

Beton­ pomp

Trucks

40 560

280

Licht voertuig

Medium voertuig

Boor­­ Boor­­ installatie installatie landzijde landzijde

40 70

140 800

80 400

Trekken koelleiding zeezijde Bouw Canal Intake Building

150

600

Zo wordt er een homogeen gemixte massa gecreëerd, waarna de freeskop gemakkelijk op eigen gewicht in deze gemixte massa kan zakken. Nadat de freeskop uit de gemixte kolom (CSM-moot) gekomen is, kan deze gewapend worden. Type wapening is afhankelijk van de toepassing van de CSM-wand. Stalen IPE-balken zullen worden gebruikt als wapening voor de wand van het pompstation. De toe te passen wapening wordt boven de CSMmoot gehesen en zakt op eigen gewicht in het zojuist gemixte CSM-moot. Bij het frezen van een CSM-wand wordt gestart met de oneven moten. Nadat de oneven moten voldoende zijn uitgehard (ca. 1 dag) worden de even (tussen-) moten gefreesd. Op deze manier wordt een optimale kwaliteit verkregen van elke moot en zo wordt de stabiliteit van de omringende grondslag gegarandeerd8.1

5.2.3

Cluster 3: Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw

300

l

l

l

l

Het reactorgebouw wordt gebouwd met in situ gewapende betonnen wanden, vloeren en een dak van potentieel 1,5 m dik. Voor alle bouwmethoden geldt dat werkzaamheden in den droge worden uitgevoerd, er wordt dus geen grondwater onttrokken. l

Methode bouwkuip Een diepwand is een wand die gemaakt is van gewapend beton en in de bodem wordt geconstrueerd. De dikte van de wanden kan variëren van 0,5 tot 1,5 meter. In theorie is de diepte van de wand ongelimiteerd, dieptes van 40 meter beneden het grondoppervlak zijn geen uitzondering. De wand is opgebouwd uit panelen, waarvan de breedte afhankelijk is van het gebruikte materieel. De werkwijze voor het bouwen van de diepwand is geïllustreerd in Figuur 27. Het materieel bestaat uit één of meer graafmachines, betonpompen en een bentonietinstallatie. De opbouw is als volgt: l Voorbereiding: Als eerste wordt een frame (geleidewanden in Figuur 27) gebouwd op de plaats waar de top van de wand komt te liggen. Langs dit frame wordt een geul gegra-

ven. Het frame levert een goede geleiding voor de cutters en beschermt de rand van de geul. Uitgraven van de geulen: De geul wordt verder uitgegraven met speciale ‘cutters’ volgens de opgegeven diepte en breedte. De cutters hangen met een kabel aan de graafmachine. De speciale vorm van de cutter zorgt ervoor dat deze stabiel in de geul kan zakken. Om de geul te beschermen tegen instorten wordt bentoniet (een dikke vloeistof gemaakt van klei) in de geul gepompt. Installeren: Om een aaneengesloten waterdichte wand te maken, moeten de panelen waterdicht geassembleerd kunnen worden. Aan beide zijden van het paneel worden daarvoor rubberen of stalen elementen ingebracht. Versterking: Voordat het beton wordt gestort, wordt een kooiconstructie in de geul aangebracht. Deze constructie vangt de krachten op die op de wanden worden uitgeoefend. Storten van beton: Ten slotte wordt het beton in de geul gestort. Speciale methoden zorgen ervoor dat het beton aaneengesloten blijft en dat er niet te veel circulatie plaatsvindt. Gedurende dit proces wordt het bentoniet uit de geul gezogen en daarna gezuiverd voor hergebruik. De grond wordt hergebruikt bij de naastgelegen diepwand op de EHC locatie. Als de gehele diepwand voor de bouwput rondom klaar is, wordt het overgebleven bentoniet afgevoerd. Voor de toepassing van bentoniet is water nodig.

Dit water zal worden verkregen uit de pompkelder van de bestaande HFR (er zal geen grondwater worden gebruikt) op de locatie van de EHC.

Uitgraven van de bouwkuip Na het aanbrengen van de diepwanden wordt de bouwkuip uitgegraven. De eerste meters worden boven het grondwater afgegraven, maar het grootste deel van de put bevindt zich onder de grondwaterspiegel. In de constructie worden groutankers aangebracht om de stabiliteit van de wanden te zekeren. Het zand uit de bouwkuip zal tijdelijk worden opgeslagen op een vloeistofdichte vloer om de lozing van brak water op de onderliggende bodem en het grondwater te voorkomen. Als het schoon is, kan het ergens op het terrein in Petten in depot gaan.

8 Tekst en figuren overgenomen van: https://www.bodembouw.com/nl/cutter-soil-mixing.

79

Geleidingsmuur

Waterkerende voeg 1 2 3 4

Bentoniet suspensie

Geleidingsmuur constructie Ontgraving en toevoegen betoniet Aanbrengen wapening Paneel storten dmv betonspecie

Figuur 27 Werkwijze aanbrengen diepwanden.

Diaphragm wall C30/37

prefab anchor box mounted on the reinforcement cage of the diaphragm wall self-drilling grouted anchor Ø 101.6 x 30 E470 +3.200

-14.680 -16.180 -17.500

steel injection piles - grouted Ø610x18 S355 with lost screw head Ø711 after installation filled with concrete C20/25

existing soil layers

underwater concrete C30/37 h=1500

soil replacement h=1320

Figuur 28 Schematische weergave van geboorde palen en groutankers.

80

Aanbrengen geboorde palen en betonnen vloer De palen worden geboord vanaf een diepte van ongeveer 9 meter onder NAP. Binnen de diepwanden wordt de bouwput tot deze diepte ontgraven. Er worden stalen buizen in de grond geboord. Als alle palen erin zitten, wordt de bouwput met water gevuld en nat ontgraven tot de gewenste diepte. Als de diepte bereikt is, worden de diepwanden en palen schoongemaakt door duikers. Er wordt een stabiliserende zandlaag aangebracht. Daarna wordt een betonnen vloer van onderwaterbeton gestort. Als deze voldoende sterk is (na circa drie weken) wordt de put leeggepompt. Het oppervlak wordt schoongemaakt en er wordt een werkvloer op het onderwaterbeton gestort. Dan worden de palen voorzien van wapening en beton. De paalconstructie en de betonnen vloer bieden voldoende treksterkte tegen de tegendruk van het grondwater en voorkomen dat de bodem van de put barst. Dit vanwege de opwaartse grondwaterdruk. Constructie van het reactorgebouw Nu de bodem van de constructie is drooggelegd, kan het reactorgebouw worden gebouwd. Dit vindt plaats door middel van traditionele bekisting en beton dat van buiten wordt aangevoerd (geen betoncentrale op de LDA). Grondwater drain Om het huidige grondwaterniveau te handhaven worden op de locatie ten westen van het gerealiseerde reactorgebouw twee drains geplaatst.

Deze drains bevinden zich op een diepte van circa 0,0 meter NAP, en ten oosten van het reactorgebouw wordt een infiltratiedrain aangelegd.

 installeren diepwanden

 ontgraving

 plaatsen boorpalen

 installeren grondankers

 onderwaterbeton

 constructie reactorgebouw

 drainage bouwput

Figuur 29 De constructiefase.

Aanvullen omliggend terrein Het terrein rondom het reactorgebouw wordt opgebouwd door zand aan te brengen tot een hoogte van 6 meter + NAP. Hiervoor wordt zand toegepast dat afkomstig is uit de bouwkuip. Zetting De bouwfase kan invloed hebben op de direct naastgelegen nucleaire faciliteiten, het Hot Cell Laboratorium (HCL) en de Molybdeen Productie Faciliteit (MPF). Daarom zal als onderdeel van de vergunningverlening benodigd voor de bouw worden aangetoond dat eventuele additionele risico's voor nabije installaties acceptabel zijn. Dit wordt hieronder kort toegelicht. De bouwfase levert in het kader van stralingsbescherming mogelijk risico’s op voor de reeds aanwezige nucleaire installaties. Voor de realisatie van het reactorgebouw is een bouwput nodig omdat dit gebouw deels in de grond zit. Er is ten aanzien van deze risico’s een tweetal zaken te onderscheiden. Enerzijds is dat het inbrengen van de bouwputwanden, anderzijds is dat bij het ontgraven van de bouwput van zettingen in de omgevingen. Beide punten hebben invloed op het maaiveld en op de nabijgelegen gebouwen. Het inbrengen van de bouwputwanden heeft het risico van trillingsoverlast en van geluidsoverlast. Waarbij trillingen ook tot schade aan naastliggende gebouwen kunnen leiden.

Gezien de mogelijke gevoeligheid voor trillingen van de naastliggende metselwerk-gebouwen wordt voor een trillingsarme bouwmethodiek gekozen. Door de keuze van diepwanden als bouwput-

wand worden de trillingen voorkomen. De bouwputwanden worden dan geformeerd door het graven van een sleuf in de grond, die wordt gevuld met beton. Het ontgraven van de bouwput geeft zettingen in de omgeving. Het invloedsgebied van deze zettingen bedraagt 1,5 keer de diepte van de ontgraving (circa 30 m) waarbij vlak naast de bouwput de grootste zettingen optreden. Of de direct naastliggende gebouwen in dit invloedsgebied liggen, is nog sterk afhankelijk van de exacte locatie van de bouwput. In het ontwerprapport van de bouwput is berekend dat de gekozen wanden leiden tot een zettingsinvloed op maximaal 21 m afstand. De afstand tot de bestaande gebouwen is meer dan 50 m, dus die liggen niet in het invloedgebied. Tijdens de bouwfase treedt er eerst zout water vanuit de bodem in de bouwput, tot aan het moment dat de onderwaterbetonvloer is gelegd en de onderliggende grondwaterstroom geen contact meer heeft met de bouwput. Daarna vangt de bouwput gedurende de bouwperiode zoet hemelwater op. Het zoute water wordt terug in de bodem geïnjecteerd op het niveau waar hetzelfde zoutgehalte aanwezig is. Het zoete hemelwater wordt geïnfiltreerd op de bodem elders op het PALLAS-terrein. Het freatisch grondwater in de bovenlaag van deze bodem is ook zoet.

Om te voorkomen dat verontreinigingen uit de bouwput in de bodem terechtkomen, wordt het water eerst opgevangen in een tijdelijke voorziening. Het water uit deze tijdelijke voorziening wordt geanalyseerd alvorens het water wordt geïnjecteerd of geïnfiltreerd.

Tabel 7 Inzet materieel tijdens constructie bouwkuip en fundering reactorgebouw. Voertuigbewe­ gingen

Graaf­ machine

Kraan

Beton­ pomp

Trucks

Maken diepwanden

750

640

640

80

1280

Ontgraven

4000

640

320

Aanbrengen grond­verbeteraar

350

160

40

320

Storten onderwater­beton

300

40

40

40

Boren en plaatsen palen

900

1120

Aantal uren inzet

320

Licht voertuig

Medium voertuig

Pompbemaling

Betonietinstallatie

640 3000

560

500

81

Tabel 8 Inzet materieel tijdens constructie gebouwen, installatie en infrastructuur Aantal uren inzet

Voertuigbewe­gingen

Graaf­machine

Kraan

Beton­pomp

Trucks

Licht voertuig

Medium voertuig

480

3840

11520

7680

Bouw reactor­gebouw & logistiekgebouw

2000

Bouw kantoor­gebouw

750

1920

240

1920

5760

3840

Bouw support­gebouw

750

1920

240

1920

5760

3840

Beton­pomp

Trucks

Licht voertuig

Medium voertuig

Tabel 9 Inzet materieel tijdens afronding LDA en inrichting terrein. Voertuigbewe­gingen

Graaf­machine

Kraan

Verwijderen LDA en tijdelijke kantoorruimte

500

400

200

Inrichten terrein

4000

1920

480

Opheffen toegangsweg

100

80

Aantal uren inzet

5.2.4

Cluster 4: Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur

De gebouwen worden op een traditionele wijze gebouwd met materialen als staal, beton, hout, glas en steen. Toepassing van geprefabriceerde elementen is een optie. De gebouwen zullen op palen worden gefundeerd. Nutsvoorzieningen worden op gangbare wijze uitgevoerd door ingraven van benodigde buisleidingen en kabels. Wegen, verhardingen en parkeerplaatsen worden eveneens op gangbare wijze aangelegd d.m.v. asfalt of steenverhardingen. Daarnaast worden hekwerken, verlichting, bewakingscamera's en signalering aangebracht.

5.2.5

Cluster 5: Afronding LDA en inrichting terrein

De bouwfase betreft tijdelijke bouwvoorzieningen. Na afloop worden de voorzieningen weggehaald en ook het zand wordt weer teruggeplaatst. Verharding en grond die gebruikt is voor het tijdelijke werkterrein, en niet afkomstig is uit het gebied zelf, wordt afgevoerd na afronding van de werkzaamheden.

5.2.6

Testen

Testen omvat de activiteiten die plaatsvinden ná de bouw en vóórdat de reactor zijn volledige operationele capaciteit bereikt. Dit kan worden onderverdeeld in drie hoofdcomponenten: 1 Vereisten voor inbedrijfstelling. De eerste stap bestaat uit fabrieksacceptatietesten, ontvangstinspecties en acceptatietesten op locatie. Aan het einde van de bouw zal een geordende overgang naar inbedrijfstelling worden uitgevoerd. Daartoe wordt elk systeem onderverdeeld in een reeks subsystemen met duidelijk geïdentificeerde grenzen die bekend staan als "testpaden". Elk testpad zal een mecha-

nische voltooiingsinspectie ondergaan voordat het door de constructeur wordt geaccepteerd. Pre-commissioning is een proces van het voorbereiden van nieuw gebouwde systemen voor inbedrijfstelling en operaties, inclusief activiteiten zoals het vullen van leidingen en tanks, hydrostatisch testen en spoelen, elektrische integriteitscontroles, initiële werking van pompen en andere mechanische apparaten, het controleren van kleplekkage, het kalibreren van veiligheid van apparaten en instrumentatie. Operational control betekent dat het voor alle partijen in de PALLAS-reactor duidelijk is wie de bevoegdheid heeft om een bepaald systeem te opereren of te laten opereren, zodat tegenstrijdige operaties niet per ongeluk kunnen worden doorgevoerd. 2 Het inbedrijfstellingsprogramma, dat is opgezet om aan te tonen dat de gebouwde installatie voldoet aan de eisen en opzet van het ontwerp, zoals vermeld in dit veiligheidsanalyseverslag, bestaat uit Fase A – tests voorafgaand aan het laden van brandstof; Fase B1 – tests voor het laden van brandstof, initiële kritieke test en testen voor veilige en betrouwbare uitschakeling; Fase B2 – test met laag vermogen; Fase C – drukverhoging en druktesten. De Kew-vergunning betreft alleen Fase A. De vergunning voor de operationele inbedrijfstelling wordt over enkele jaren aangevraagd via een wijzigingsvergunning.

3 Activiteiten die plaatsvinden na de inbedrijfstelling en die verband houden met de voorbereiding van de installatie voor commerciële exploitatie, waarvoor de veiligheidsdemonstratie (inclusief demonstratie van organisatorische capaciteit) wordt bijgewerkt. De volgende activiteiten zullen naar verwachting worden opgenomen: prestatietests, continue bedrijfsperiode en aanloop naar commerciële activiteiten.

5.3 Grondwerk PALLAS-terrein Grondwerk omvat alle activiteiten en veranderingen in het grondwerk van het reactorgebouw, de bijbehorende gebouwen en infrastructuur, vergeleken met de huidige situatie. De belangrijkste aspecten en algemene uitgangspunten voor het

82

ontwerp en vergunningen zijn: l Het gebied met beperkte toegang zal worden verhoogd van 3,5 meter + NAP naar 6 meter + NAP. l Grondwerk omvat alle activiteiten en veranderingen in

het grondwerk van het reactorgebouw, de bijbehorende gebouwen en infrastructuur, vergeleken met de huidige situatie. Het belangrijkste is dat het gebied met beperkte toegang zal worden verhoogd van 3,5 meter + NAP naar 6

meter + NAP. Aan de westzijde van dit perceel zullen betonnen retentiewanden worden geplaatst over een lengte van ruim 300 meter.

5.4 Verkeer tijdens bouwfase Het verkeer tijdens de bouwfase bestaat uit vrachtverkeer ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal en het personenverkeer ten behoeve van de werknemers.

wordt nooit of zelden het maximale motorisch vermogen aangesproken. De gemiddelde belasting varieert voor het meeste dieselmaterieel tussen 50 en 60%.

5.4.1

5.4.2

Dieselmaterieel

Voor de genoemde bouwwerkzaamheden wordt dieselmaterieel ingezet. Hierbij gaat het onder andere om boorstellingen, graafmachines, kranen, pompen en transportbewegingen van vrachtverkeer. In deze fase van het project is de aannemer (nog) niet bekend en dus ook het exacte dieselmaterieel dat wordt ingezet niet. De levensduur van dieselmaterieel is afhankelijk van het type machine. Het dieselmaterieel dat in dit project wordt ingezet, heeft een mediane levensduur91tussen 6 en 12 jaar. Motorisch vermogen Het motorisch vermogen van het dieselmaterieel kan sterk variëren. Voor dit onderzoek gaan we uit van relatief zwaar dieselmaterieel. Motorbelasting en TAF-factor De motorbelasting (aanspreken van motorisch vermogen) van dieselmaterieel gedurende een werkcyclus is wisselend. Er

9

Transport

De diverse materialen worden per vrachtwagen aan- en afgevoerd. Per achtergrondstudie zijn andere transportcijfers als uitgangspunt benodigd. Om het effect op geluidshinder te berekenen, wordt bijvoorbeeld het maximale aantal transportbewegingen als uitgangspunt voor berekeningen gehanteerd, terwijl bij de berekening van luchtemissie op de omgeving wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal transportbewegingen per etmaal. In de verschillende achtergrondstudies is beschreven welke uitgangspunten zijn gehanteerd. In dit ontwerpkader is ervoor gekozen om het gemiddeld aantal transportbewegingen weer te geven. Vrachtwagens en personenwagens Er worden verschillende vrachtwagens ingezet. Er wordt uitgegaan van de volgende categorieën: l l l

Zware motorvoertuigen: grote vrachtwagens/dumpers. Middelzware voertuigen: middelgrote vrachtwagens. Lichte motorvoertuigen: autobusjes.

Afkomstig uit TNO-rapport ‘Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet, EMMA’ van november 2009.

83

Verklarende woordenlijst COVRA

Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval

Dosis

Geabsorbeerde stralingsenergie per massa-eenheid (eenheid: Gray, Gy)

EHC

Energy and Health Campus (voormalige naam: Onderzoekslocatie Petten (OLP))

Emissie

Uitworp (lozing) van stoffen in het milieu

GFT

Gesloten Front Techniek (boren van leidingen)

HDD

Horizontal Directional Drilling (boren van leidingen)

IAEA

International Atomic Energy Agency

ICHOS

Bouwconsortium bestaande uit het Argentijnse Invap en de TBI-bedrijven Croonwolter&dros – Mobilis

Ioniserende straling

Straling, te onderscheiden in onder andere a‑, b‑ of g‑straling, uitgezonden door radioactief materiaal

Isotopen

Verschillende atomen van eenzelfde element met dezelfde che­mische eigenschappen, echter met verschillend kerngewicht

Kew

Kernenergiewet

LDA

Lay Down Area (werkterrein)

MER

Milieueffectrapport

Molybdeen

Stof waarvan het radioactieve isotoop Mo-99 wordt geproduceerd ten behoeve van de diagnostiek van kanker in ziekenhuizen

MW

Mega Watt

NAP

Nieuw Amsterdams Peil (hoogtemaat)

NHC

Nuclear Health Centre

OECD

Organisation for Economic Co-operation and Development (in Nederlands: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ((OESO)

Radioactieve stoffen

Stoffen die ioniserende straling uitzenden

Radioactiviteit

Eigenschap van stoffen met instabiele atomen, gekenmerkt door spontaan optredende veranderingen in de atoomkern waarbij ioniserende straling wordt uitgezonden (eenheid: becquerel, Bq)

Radiologisch

De leer over ioniserende straling betreffend

Risico

Ongewenste gevolgen van een bepaalde activiteit verbonden met de kans dat deze zich zullen voordoen

SCS Building

Secondary Cooling System Building

Sievert (Sv)

De sievert (symbool Sv) is de SI-eenheid voor de equivalente dosis straling waaraan een mens in een bepaalde periode is blootgesteld, en is gelijk aan 1 J/kg. De sievert is afhankelijk van de biologische effecten van straling. De millisievert (mSv) is een duizendste deel van een sievert

84

Deze pagina is met opzet leeg gelaten

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14659339/1