Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche (27-10-2021)
Tekst van het document
De raad heeft verder toegelicht dat er met het paraplu-omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. In dit verband heeft de raad ter zitting toegelicht dat het niet bestemmen van de bungalows van [appellant sub 3] en [appellant sub 4] als "Recreatie Verblijfsrecreatie 3" geen omissie betreft. In wat [appellant sub 3] en [appellant sub 4] hebben aangevoerd heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om hun bungalows wel als zodanig te bestemmen. Dit laat onverlet dat [appellant sub 3] en [appellant sub 4] een aanvraag kunnen indienen bij de raad om een wijziging in "Recreatie - Verblijfsrecreatie 3" te verkrijgen voor hun bungalows, waarmee permanente bewoning wordt toegestaan. Voor zover [appellant sub 3] en [appellant sub 4] hebben betoogd dat alle woningen in het park de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie 3" zouden moeten krijgen, overweegt de Afdeling dat zij in rechte alleen voor hun eigen belangen kunnen opkomen, nu zij niet zijn gemachtigd om ook namens de andere bewoners van het park te procederen. Gelet hierop behoeft dit betoog verder geen inhoudelijke bespreking. Het betoog slaagt niet. Overgangsrecht 10.
[appellant sub 3] en [appellant sub 4] voeren verder aan dat de raad ten onrechte geen overgangsrecht heeft opgenomen in het plan, waardoor het permanent bewonen van hun bungalows, in overeenstemming met de genomen gedoogbeslissing, niet is gegarandeerd. De stelling van de raad dat in bijlage 3 bij het paraplu-omgevingsplan overgangsrecht is opgenomen is daarnaast niet juist volgens hen, aangezien dit overgangsrecht niet vindbaar is. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant sub 3] en [appellant sub 4] aldus dat de raad ten onrechte geen persoonsgebonden overgangsrecht heeft opgenomen in het plan. 10.1. Artikel 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bro) luidt: "Indien toepassing van het overeenkomstig artikel 3.2.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, in het plan persoonsgebonden overgangsrecht opnemen." 10.2. De Afdeling overweegt dat het gebruik voor permanente bewoning van de bungalows niet in het plan is geregeld. Dit betekent dat dit gebruik in planologisch opzicht niet is toegestaan.
Niet in geding is echter dat niet handhavend zal worden opgetreden tegen de permanente bewoning van de bungalows, nu daarover gedoogbeslissingen zijn genomen. De raad heeft niet aannemelijk gemaakt dat in alle gevallen het gebruik voor permanente bewoning op basis van een gedoogbeslissing reeds tijdens de periode van in beginsel 20 jaar, zoals bedoeld in artikel 7c, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw, zal worden gestaakt. Om die reden acht de Afdeling het niet uitgesloten dat in een
aantal gevallen het met het plan strijdige gebruik tot na deze periode zal worden voortgezet. Wanneer er op dat moment een nieuw plan in werking treedt zonder dat het huidige plan voorziet in persoonsgebonden overgangsrecht, vormt dat een belemmering voor het verder gedogen van de permanente bewoning. Een persoonsgebonden gedoogbeslissing kan in juridisch opzicht namelijk niet gelijk worden gesteld met in een plan opgenomen persoonsgebonden overgangsrecht. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad niet mogen afzien van het opnemen van een overgangsregeling als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Bro voor die gevallen waarvoor een gedoogbeslissing is genomen, terwijl niet op voorhand vaststaat dat het gebruik voor permanente bewoning binnen de periode van in beginsel 20 jaar, zoals bedoeld in artikel 7c, tweede lid, van het Besluit uitvoering Chw, zal worden beëindigd. De Afdeling overweegt nog dat in dit geval een termijn zou kunnen worden opgenomen overeenkomstig de aan de gedoogbeslissingen verbonden termijn, zodat deze gelijklopen. De betogen van [appellant sub 3] en [appellant sub 4] slagen in zoverre. Het bestreden besluit is in zoverre niet met de ingevolge artikel 3:2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Gelijkheidsbeginsel 11.
[appellant sub 3] en [appellant sub 4] betogen tot slot dat het paraplu-omgevingsplan in strijd met het gelijkheidsbeginsel is vastgesteld. Zij voeren hiertoe aan dat aan bungalow nummer […] op Park de Horn wel een woonbestemming is toegekend. 11.1. Over bungalow nummer […] op Park de Horn, heeft de raad tijdens de zitting toegelicht dat deze bungalow geen deel meer uitmaakt van het park en al in 2016 als zomerwoning is bestemd, behorende bij het woonhuis aan de Dorpsstraat 30 in Dirkshorn. De Afdeling stelt vast dat ter plaatse van de zomerwoning permanente bewoning niet is toegestaan. Alleen al daarom is van een gelijk geval geen sprake. Het betoog slaagt niet. Conclusie 12. De beroepen van [appellant sub 3] en [appellant sub 4] zijn gegrond. Het besluit tot vaststelling van het paraplu-omgevingsplan dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd, voor zover daarin geen regels als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Bro zijn opgenomen. Het beroep van [appellant sub 2] 13. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in Schagerbrug. [appellant sub 2] betoogt dat de tweede woning op haar perceel ten onrechte niet als zodanig is bestemd in het parapluomgevingsplan. Het betreft de woning met nummer [locatie 2]. Voorbereiding van het besluit 14.
[appellant sub 2] betoogt dat de raad het besluit van 30 juni 2020 niet zorgvuldig en in strijd met de rechtszekerheid heeft voorbereid. In dit verband voert zij aan dat de raad niet heeft gereageerd op haar zienswijze waarbij zij heeft gewezen op de voor haar woning aan de [locatie 2] verleende bouwvergunning en het gespreksverslag van 5 november 2015. 14.1. De Afdeling overweegt dat artikel 3:46 van de Awb zich er niet tegen verzet dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Voor een voldoende motivering is het niet nodig dat op elk argument afzonderlijk en uitgebreid wordt ingegaan. Niet is gebleken dat bezwaren of argumenten van [appellant sub 2] niet in de besluitvorming van de raad zijn betrokken. Het betoog slaagt niet. Niet als zodanig bestemd 15. [appellant sub 2] betoogt dat haar woning met het adres [locatie 2] ten onrechte niet als zodanig is bestemd in het voorliggende paraplu-omgevingsplan. In dit verband voert zij, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2416, onder 17, aan dat er tijdens de procedure over het bestemmingsplan "Buitengebied Zijpe" door de raad foutieve informatie is verstrekt. Dit heeft de raad in het gespreksverslag van 5 november 2015 ook erkend, volgens [appellant sub 2].
Ook voert zij in dit kader aan dat er in 1985 een bouwvergunning voor haar woning is verleend en dat de onbewoonbaarverklaring van deze woning is opgeheven. [appellant sub 2] stelt tot slot dat haar woning in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (hierna: BAG) staat opgenomen, zodat de woning als zodanig bestemd zou moeten worden in het paraplu-
omgevingsplan. 15.1. De raad heeft toegelicht dat een aantal omissies in geldende bestemmingsplannen is hersteld in het paraplu-omgevingsplan. Het gaat daarbij volgens de raad om een aantal verbeteringen die zien op geringe omissies in de planregels en/of de verbeelding. De raad stelt zich op het standpunt dat er bij het perceel van [appellant sub 2] geen sprake is van een omissie. 15.2. De Afdeling stelt vast, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2416, dat de woning met het adres [locatie 2] niet positief is bestemd. Ter zitting is daarnaast door [appellant sub 2] toegegeven dat deze woning in de afgelopen jaren steeds wisselend door een of meer anderen is bewoond. Dat er hierbij geen sprake was van een "bed en breakfast" maakt niet dat er sprake was van permanente bewoning. Dat in 1985 een bouwvergunning voor deze woning is verleend en de onbewoonbaarverklaring van deze woning is opgeheven, maakt ook niet dat sprake is van permanente bewoning ervan door een ander huishouden dan [appellant sub 2]. De raad heeft in hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd geen reden hoeven te vinden om de tweede woning van [appellant sub 2] positief te bestemmen in het paraplu-omgevingsplan. Het betoog slaagt niet. Herhalen zienswijze 16.
Voor zover [appellant sub 2] verzoekt de inhoud van haar zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen, overweegt de Afdeling dat in de nota van beantwoording is ingegaan op deze zienswijze. [appellant sub 2] heeft in haar beroepschrift en ter zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging hiervan onjuist zou zijn. Conclusie 17.
Het beroep is ongegrond.
Het beroep van [appellant sub 1] 18. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 3] in Schagerbrug. Hij wenst in de toekomst onder meer de mogelijkheid te hebben van een bedrijfswoning, een autobedrijf en detailhandel op zijn perceel. Hij wenst dat daarbij aan het gehele perceel een maximum bebouwingspercentage van 100% wordt toegekend. Crisis- en herstelwet 19. Op deze zaak is de Chw van toepassing. In artikel 1.6a van de Chw is bepaald dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen nieuwe beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling kan artikel 1.6a van de Chw niet worden tegengeworpen, wanneer het besluit en de kennisgeving van het besluit niet in overeenstemming zijn met artikel 11 van het Besluit uitvoering Chw (vergelijk de uitspraak van de Afdeling 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1129). De Afdeling overweegt dat het na afloop van de termijn voor het instellen van beroep vermelden van nieuwe beroepsgronden in dit geval niet kan worden tegengeworpen aan [appellant sub 1], aangezien de toepasselijkheid van de Chw in het besluit van 30 juni 2020 niet is vermeld. De Afdeling zal de nadere stukken van [appellant sub 1] van 12 oktober 2020, 26 oktober 2020 en 30 juni 2021 daarom in deze procedure betrekken. Gevraagde aanpassingen 20.
[appellant sub 1] betoogt dat de raad ten onrechte de door hem gevraagde aanpassingen, namelijk het maximaal bebouwingspercentage verhogen naar 100%, de maximaal toegestane bouwen goothoogte aanpassen naar respectievelijk 15 en 10 m, het toekennen van de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - autobedrijf", het mogelijk maken van detailhandel en een garagebedrijf op zijn perceel, het mogen aanbrengen van zonnepanelen op de bestaande bebouwing en het toekennen van de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2", niet heeft meegenomen bij het vaststellen van het paraplu-omgevingsplan. 20.1. De Afdeling stelt voorop dat het paraplu-omgevingsplan het gehele grondgebied van de gemeente Schagen omvat. Dit plan bevat onder meer enkele uniformerende begripsbepalingen en algemene regels en heeft een aanvullende werking op alle geldende bestemmingsplannen in de
gemeente. De raad heeft toegelicht dat een aantal omissies in geldende bestemmingsplannen is hersteld in het paraplu-omgevingsplan. Het gaat daarbij volgens de raad om verbeteringen die zien op geringe omissies in de planregels en/of de verbeelding. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de gewenste ontwikkelingen van [appellant sub 1] geen omissies betreffen die meegenomen hadden moeten worden in het plan, dat immers geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. In wat [appellant sub 1] heeft aangevoerd heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien de gewenste ontwikkelingen mee te nemen in het paraplu-omgevingsplan. Dit laat onverlet dat [appellant sub 1] een aanvraag kan indienen bij de raad om in afwijking van het bestemmingsplan deze door hem gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het betoog slaagt niet. Vertrouwensbeginsel 21. [appellant sub 1] voert aan dat sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel, omdat de brief van het college van burgemeester en wethouders van 31 juli 2012 volgens hem een toezegging inhoudt dat aan zijn perceel een bebouwingspercentage van 100% zal worden toegekend. 21.1. In de brief van 31 juli 2012 staat het volgende vermeld: "[…]. Tenslotte kan met een kruimelontheffing een bijbehorend bouwwerk worden geplaatst. Dit kan een geheel nieuwe bedrijfshal zijn. Hier gelden qua bebouwingsoppervlakte geen beperkingen.
Ook hoeft de hal niet binnen het bouwvlak te worden geplaatst. Daarnaast kan gemotiveerd worden dat goot- en bouwhoogte 8 en 12 meter mogen zijn, conform de regels uit het bestemmingsplan. Hiervoor moet dan wel een onderbouwd plan worden ingediend. Hiervoor is wel een procedure noodzakelijk. Het betreft hier echter een reguliere procedure met een doorlooptijd van 8 weken." 21.2. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij/zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. 21.3. De Afdeling is van oordeel dat geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. Uit de door [appellant sub 1] genoemde brief van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zijpe (nu: de gemeente Schagen) van 31 juli 2012 blijkt niet van een concrete toezegging van de kant van de gemeente aan [appellant sub 1] waaruit hij redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de raad aan zijn perceel in het plan een bebouwingspercentage van 100% zou toekennen. Het college heeft immers aangegeven dat voor het bouwen een kruimelontheffing is vereist en dat een (reguliere) procedure moet worden doorlopen. Het betoog slaagt niet. Loods 22.
[appellant sub 1] betoogt verder dat de raad ten onrechte het bouwblok van de reeds vergunde loods niet heeft ingetekend op de verbeelding behorende bij het paraplu-omgevingsplan. 22.1. De Afdeling begrijpt de beroepsgrond van [appellant sub 1] aldus dat de raad bij besluit van 20 juni 2018, in afwijking van het voorheen geldende bestemmingsplan "Dorpen langs de Groote Sloot", een omgevingsvergunning heeft verleend voor de bouw van een bedrijfsruimte buiten het bouwvlak op het perceel [locatie 3] in Schagerbrug en deze ten onrechte niet heeft opgenomen in het bestemmingsplan "Dorpen langs de Groote Sloot". Deze omissie was bekend bij de gemeente en had volgens [appellant sub 1] meegenomen moeten worden in het voorliggende paraplu-omgevingsplan. 22.2. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet meenemen van de verleende omgevingsvergunning in het voorliggende plan geen omissie betreft. 22.3. De Afdeling stelt vast dat de aanpassing die nodig was als gevolg van de verleende omgevingsvergunning niet is verwerkt in het bestemmingsplan "Dorpen langs de Groote Sloot", vastgesteld door de raad van de gemeente Zijpe (nu: de gemeente Schagen) op 29 mei 2012 via een wijziging van dat plan. De Afdeling stelt verder vast dat de aanpassing ook niet verwerkt is in het vastgestelde paraplu-omgevingsplan.
Aangezien het paraplu-omgevingsplan beoogt een aantal omissies in geldende bestemmingsplannen te herstellen, ziet de Afdeling in wat [appellant sub 1] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre niet met de op
grond van artikel 3:2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De Afdeling acht in dit verband van belang dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat er een bijzondere reden zou bestaan om de reeds in 2018 verleende omgevingsvergunning niet op te nemen in het vorige plan, dan wel het voorliggende paraplu-omgevingsplan. Het betoog slaagt. Schade 23. Voor zover [appellant sub 1] heeft betoogd dat hij ten gevolge van het paraplu-omgevingsplan schade lijdt, wijst de Afdeling op de mogelijkheid om op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een verzoek om een tegemoetkoming in planschade in te dienen. Het betoog slaagt niet. Herhalen zienswijze 24. Voor zover [appellant sub 1] verzoekt de inhoud van zijn zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen, overweegt de Afdeling dat in de nota van beantwoording is ingegaan op deze zienswijze. [appellant sub 1] heeft in zijn beroepschrift en ter zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging hiervan onjuist zou zijn. Conclusie 25. Het beroep is gegrond. Het besluit tot vaststelling van het paraplu-omgevingsplan dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd, voor zover daarin de omgevingsvergunning van [appellant sub 1] van 20 juni 2018 niet is verwerkt. Proceskosten 26.
Ten aanzien van [appellant sub 3] moet de raad de proceskosten vergoeden.
27. Ten aanzien van [appellant sub 4], [appellant sub 2] en [appellant sub 1] hoeft de raad geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.
verklaart de beroepen van A. [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 1] gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Schagen van 30 juni 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche", voor zover het betreft het ontbreken van regels als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening en voor zover daarin de omgevingsvergunning van [appellant sub 1] van 20 juni 2018 niet is verwerkt; III. draagt de raad van de gemeente Schagen op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen, voor zover dit is vernietigd onder II, en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; IV.
verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;
V. veroordeelt de raad van de gemeente Schagen tot vergoeding van bij A. [appellant sub 3] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 42,87 (zegge: tweeënveertig euro en zevenentachtig cent); VI. gelast dat de raad aan appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 178,00 (zegge: honderdachtenzeventig euro) voor A. [appellant sub 3], € 178,00 (zegge: honderdachtenzeventig euro) voor [appellant sub 4] en € 178,00 (zegge: honderdachtenzeventig euro) voor [appellant sub 1] vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. P.H.A. Knol en mr. W. den Ouden, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2021 91-928.
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Regels
87
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende Regels
Doelstelling
Het omgevingsplan is met het oog op duurzame ontwikkeling gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de maatschappelijke verantwoordelijkheid.
88
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 2 2.1
Begrippen
Plan:
het Chw bestemmingsplan paraplu-omgevingsplan, 1e tranche- met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPPARAPLU1-ON01 van de gemeente Schagen; 2.2
Chw bestemmingsplan:
het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 2.3
Omgevingsplan:
het plan als bedoeld in lid 2.1. 2.4
Geldende plannen
De bestemmingsplannen zoals opgenomen in bijlage 1.
89
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Algemeen
Werking van dit paraplu-omgevingsplan
Reikwijdte
De regels in dit bestemmingsplan zijn van toepassing op alle geldende bestemmingsplannen zoals bedoeld in artikel 2.4 van dit paraplu-omgevingsplan. 3.2
Verhouding tot andere bestemmingsregelingen
a. Als op een locatie ook algemene regels van een eerder vastgesteld bestemmingsplan gelden, die kennelijk dezelfde strekking hebben als een regel van dit plan, dan blijven die algemene regels van dat eerder vastgestelde bestemmingsplan buiten toepassing. b. Uitleg van de begrippen in artikel 2 is alleen van toepassing op de regels van dit paraplu-omgevingsplan.
90
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 4
Uniforme Algemene Regels
In bijlage 3 zijn de uniforme algemene regels opgenomen die van toepassing zijn op alle geldende bestemmingsplannen zoals bedoeld in artikel 2.4 van dit paraplu-omgevingsplan.
91
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 5
Uniforme begrippen
In bijlage 2 zijn de uniforme begrippen opgenomen die van toepassing zijn op alle geldende bestemmingsplannen zoals bedoeld in artikel 2.4 van dit paraplu-omgevingsplan.
92
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 6 6.1
Arbeidsmigranten
Specifieke gebruiksregels
6.1.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder wordt begrepen; het gebruiken of laten gebruiken van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, uitgezonderd ter plaatse van de - op het moment van ter visie legging van dit paraplu-omgevingsplan - legaal gerealiseerde huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. 6.2
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1.1 voor het gebruik van bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van maximaal 20 arbeidsmigranten, onder de voorwaarden dat; a. de huisvesting uitsluitend plaatsvindt als nevenfunctie van een volwaardig en als zodanig bestemd agrarisch bedrijf. b. de huisvesting noodzakelijk is voor werknemers die werkzaam zijn op ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf; waarbij voor ten hoogste 5 maanden per jaar de huisvesting ook mag worden aangewend voor werknemers die werkzaam zijn op een ander agrarisch bedrijf of agrarisch handelsbedrijf; c. de huisvesting uitsluitend mag plaatsvinden op het bestaande agrarische bouwvlak indien een conform de bestemming door de eigenaar of bedrijfsleider bewoonde en in gebruik zijnde agrarische bedrijfswoning op het bouwperceel aanwezig is. d. voor het bouwen van nieuwe bebouwing en/of woonunits een inrichtingsplan is opgesteld, waarin in ieder geval aandacht is besteed aan een goede landschappelijke inpassing van de bebouwing en/of woonunits en de parkeervoorzieningen. Over de landschappelijke inpassing dient vooraf met de gemeente overleg plaats te vinden. e.
van deze afwijkingsbevoegdheid wordt gebruik gemaakt als aanvrager aantoont dat voldaan wordt aan de parkeernorm en aantoont dat het woon- en leefklimaat van de omwonende niet wordt geschaad, waarbij in ieder geval moet worden aangetoond dat de verkeersveiligheid van de aanwonenden aan dezelfde weg gelegen wordt gewaarborgd. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt belemmerd. f. de bouwregels geldend voor de bestemming agrarisch onverkort van kracht blijven. g. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1.1 voor het gebruik van bijgebouwen voor de huisvesting van maximaal 60 arbeidsmigranten onder voorwaarde dat; 1. Voorafgaand aan het voeren van de afwijkingsprocedure een participatie traject wordt doorlopen. 2. Dat dit participatie traject in overleg met de gemeente tot stand dient te komen. 3. Bij de aanvraag dient een schriftelijke weergave te worden gevoegd van de uitkomsten van dit participatie traject. 4. Dit advies wordt aantoonbaar meegenomen in de daaropvolgende besluitvorming. 5. Het hierboven in dit lid onder 2 bepaalde mag - na toestemming van de gemeente aangepast worden aan de specifieke omstandigheden van het bedrijf. 6. Het bepaalde in de leden a tot en met f blijft onverkort van kracht.
93
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 7
Bed & Breakfast
De regels voor bed & breakfast op gronden met de bestemming 'wonen' worden gewijzigd. Deze luiden als volgt: Regels voor bed & breakfast op gronden met de bestemming 'wonen' of 'agrarisch': Bed & breakfast is toegestaan in of bij een bewoonde woning, met dien verstanden dat: 1. de bed & breakfast functie zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen toegestaan, 2. gebruik als bed & breakfast is ondergeschikt aan de hoofdfunctie, 3. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bed and breakfastfunctie bedraagt niet meer dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de hoofdfunctie, 4. een bed & breakfast mag maximaal 9 slaapplaatsen aanbieden.
94
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 8 8.1
Zonneparken
Toevoeging bestemmingsplanregels
Binnen bestemmingsplan Buitengebied Zijpe wordt aan artikel 3 - Agrarisch het volgende toegevoegd: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: h. het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte, alsmede de opslag daarvan, met gebruik van zonnepanelen in een zonnepark, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark'; met de daarbij behorende: i. voorzieningen, gebouwen en overkappingen ten behoeve van een zonnepark, waaronder begrepen inkoopstations, transformators, energie opslag en omvormers, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark' 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een zonnepark worden gebouwd; b. de oppervlakte van een gebouw of een overkappingen bedraagt ten hoogste 25 m 2; c. de bouwhoogte van een gebouw of een overkappingen bedraagt ten hoogste 3,5 m. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van zonnepanelen bedraagt ten hoogste 1,5 m ten opzichte van het gemiddelde omliggende straatpeil, met dien verstande dat: 1.
er één type zonnepanelen wordt toegepast; 2. er één plaatsingssysteem wordt toegepast; 3. de zonnepanelen in één hoofdrichting worden geplaatst; b. de bouwhoogte van overige perceel- en/of erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 1,5 m. 3.2.3 Voorwaardelijke bepaling Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, ten behoeve van een zonnepark is uitsluitend toegestaan indien de gronden binnen 12 maanden na verlening van de omgevingsvergunning zijn ingericht/ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan. De omgevingsvergunning wordt niet verleend zonder een landschappelijk inpassingsplan dat is goedgekeurd door burgemeester & wethouders. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.2 Voorwaardelijke bepaling Het gebruik van de gronden ten behoeve van een zonnepark is uitsluitend toegestaan indien de inrichting en inpassing van de gronden conform het landschappelijk inpassingsplan, dat goedgekeurd moet zijn door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunningaanvraag, in stand wordt gehouden.
95
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
8.2
Toevoeging bestemmingsplanregels
Binnen het bestemmingsplan Landelijk gebied Harenkarspel wordt aan artikel 3 - Agrarisch met waarden het volgende toegevoegd: Artikel 3.2 Agrarisch met Waarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte, alsmede de opslag daarvan, met gebruik van zonnepanelen in een zonnepark, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark'; met de daarbij behorende: b. voorzieningen, gebouwen en overkappingen ten behoeve van een zonnepark, waaronder begrepen inkoopstations, transformators, energie opslag en omvormers, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zonnepark' 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een zonnepark worden gebouwd; b. de oppervlakte van een gebouw of een overkappingen bedraagt ten hoogste 25 m 2; c. de bouwhoogte van een gebouw of een overkappingen bedraagt ten hoogste 3,5 m. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van zonnepanelen bedraagt ten hoogste 1,5 m ten opzichte van het gemiddelde omliggende straatpeil, met dien verstande dat: 1. er één type zonnepanelen wordt toegepast; 2. er één plaatsingssysteem wordt toegepast; 3. de zonnepanelen in één hoofdrichting worden geplaatst; b. de bouwhoogte van overige perceel- en/of erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 1,5 m. 3.2.3 Voorwaardelijke bepaling Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, ten behoeve van een zonnepark is uitsluitend toegestaan indien de gronden binnen 12 maanden na verlening van de omgevingsvergunning zijn ingericht/ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan. De omgevingsvergunning wordt niet verleend zonder een landschappelijk inpassingsplan dat is goedgekeurd door burgemeester & wethouders. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.2 Voorwaardelijke bepaling Het gebruik van de gronden ten behoeve van een zonnepark is uitsluitend toegestaan indien de inrichting en inpassing van de gronden conform het landschappelijk inpassingsplan, dat goedgekeurd moet zijn door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunningaanvraag, in stand wordt gehouden.
96
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
8.3
Wijziging verbeelding
De gewijzigde situatie uit artikel 8 is van toepassing op het gebied zoals aangeduid in de analoge verbeelding in bijlage 9.
97
bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Artikel 9 9.1
Afwijkingsbevoegdheid + Wijzigingsbevoegdheid
Wijiziging bestemmingsplanregels - 'Wonen'
Bij alle bestemmingsplannen wordt het volgende toegevoegd voor de gronden met de bestemming 'Wonen'. Dit luidt als volgt: De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis. 9.2
Wijziging bestemmingsplanregels - 'Wonen'
Bij elk artikel met betrekking tot verboden/strijdig gebruik bij de bestemming 'Wonen', en de voor 'Wonen' aangewezen gronden, die zijn opgenomen in elk vigerend bestemmingsplan zoals aangegeven in artikel 2.4 wordt de onderstaande regel toegevoegd: Woningsplitsing en vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing a. Het veranderen, vervangen of vergroten van een woning mag niet leiden tot: 1. de vorming van een extra woning; 2. de vorming van een extra onzelfstandige woonruimte. b. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder a.1 en woningsplitsing toestaan, mits; 1. Het splitsen van een woning dient gerealiseerd te worden binnen de bestaande bebouwing; 2. De woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, hebben elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35m2; 3. De afwijking zoals bedoeld in dit artikel wordt slechts verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; 4. De woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing moet passen binnen het regionale woningbouwprogramma; 5.
Het bepaalde in het plan en toestaan van splitsen van woningen mag enkel plaatsvinden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de woonsituatie: c. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder a.2 en een extra onzelfstandige woonruimte toestaan in een door de eigenaar bewoonde woning, mits; 1. de toegevoegde onzelfstandige woonruimte dient gerealiseerd te worden binnen de bestaande bebouwing; 2. De toegevoegde onzelfstandige ruimte een gebruiksoppervlakte van ten minste 12m2 heeft; 3. De afwijking zoals bedoeld in dit artikel wordt slechts verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van
98