CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Pallas-plot Toelichting

Oordeelsvormende vergadering 12 oktober 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling gecoördineerde bestemmingsplannen 'Pallas-Plot' en 'Partiële Herziening PALLAS-reactor, 2021'20.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan PALLAS-plot

Toelichting

5

bestemmingsplan PALLAS-plot

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Stichting Voorbereiding Pallas-reactor, verder PALLAS genoemd, heeft het voornemen om een multifunctionele nucleaire reactor te realiseren, die geschikt is voor het produceren van medische isotopen, industriële isotopen en het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. Deze reactor, verder de PALLAS-reactor genoemd, dient ter vervanging van de huidige Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten, die in 2021 60 jaar operationeel is en tegen het einde van zijn economische levensduur loopt. In het ontwerp van de PALLAS-reactor is sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor', onherroepelijk geworden met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:741, een aantal aanpassingen doorgevoerd. Deze en andere wijzigingen vormen voor aanleiding om een nieuwe bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de aanpassingen in het ontwerp en overige wijzigingen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

De aspecten die worden aangepast of aangevuld met voorliggend bestemmingsplan zijn grofweg op te delen in drie elementen: de aanleg van een tijdelijk bouwterrein: de Laydown Area (hierna: 'LDA') met tijdelijke toegangsweg, de uitbreiding van de bestemming "Bedrijventerrein – Bijzonder bedrijventerrein" (hierna: 'bedrijventerrein') ter facilitering van de wijzigingen in het ontwerp van de PALLAS-reactor en het planologisch vastleggen van de ligging van het koelwaterleidingsysteem. Ten behoeve van de herziening van een aantal bestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' wordt tevens een partiële herziening vastgesteld: Partiële herziening PALLAS-reactor' 2021. Dit betreft een herziening van bestemmingen op onderdelen, meer specifiek het verwijderen van een bestemming/aanduiding.

1.2

Begrenzing en beschrijving plangebied

Met dit bestemmingsplan worden verschillende aspecten van de vigerende bestemmingsplannen aangepast of aangevuld. De aanleg van de LDA, de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein en de planologische verankering van het koelwatersysteem vormen de leidraad voor de planbeschrijving. Het plangebied wordt ook beschreven aan de hand van deze elementen. De uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein is voorzien binnen hetzelfde gebied als de LDA. Deze aspecten worden daarom, indien mogelijk, gezamenlijk in beschouwing genomen. 1.2.1

LDA en uitbreiding bestemming bedrijventerrein

Voor de bouw van de PALLAS-reactor wordt een tijdelijk bouwterrein ingericht: de LDA. De LDA en de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein zijn voorzien op de Energy & Health Campus (hierna: EHC), het voormalige Onderzoekslocatie Petten-terrein (OLP) aan de Westerduinweg in Petten, gemeente Schagen. Afbeelding 1 laat de huidige situatie op de EHC zien. De EHC bestaat uit een bedrijventerrein in duingebied. Bestratingen en gebouwen worden afgewisseld met duinvegetaties. De kust wordt van zuid naar noord gevormd door de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, een strook jong duinlandschap dat naar het noorden toe steeds breder wordt richting het voormalige eiland Callantsoog. De EHC wordt aan de oostzijde begrensd door de Westerduinweg en Zijperzeedijk, aan de overzijde van de weg liggen bollenvelden. De EHC grenst aan het Natura 2000-gebied Zwanenwater en Pettemerduinen (afbeelding 2). De locatie van de voorgenomen activiteit is niet gelegen binnen Natura 2000-gebied of binnen het Natuurnetwerk Nederland.

6

bestemmingsplan PALLAS-plot

Afbeelding 1: Plan- en onderzoeksgebied inclusief aangrenzende gebieden

Afbeelding 2: Natura2000 gebied Noordkustzone en Zwanenwater & Pettemerduinen

7

bestemmingsplan PALLAS-plot

1.2.2

Koelwatersysteem

In het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' is ten behoeve van de koelwaterleidingen, die onderdeel uit gaan maken van het secundair koelwatersysteem van de PALLAS-reactor, een zoekgebied opgenomen met bijbehorende wijzigingsbevoegdheid. De exacte ligging van de koelwaterleidingen kon daarmee in een latere fase worden vastgelegd. Die exacte ligging is inmiddels binnen dat zoekgebied bepaald, maar past niet geheel binnen de wijzigingsbevoegdheid en wordt daarom met voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. Op afbeelding 1 is de locatie van het voorziene koelwaterleidingsysteem weergegeven. De oranje lijn geeft het te boren deel aan, de roze lijn het deel dat met open ontgraving wordt aangelegd. Aan het meest oostelijke uiteinde (bij het Noordhollandsch Kanaal) komt het filterhuis met innameconstructies en aan het meest westelijke uiteinde (in de Noordzee) het uitlaatpunt (650 meter uit de Rijksstrandpalenlijn (RSP). De RSP wordt door Rijkswaterstaat gehanteerd om de bodemligging tegen af te zetten.

1.3

Vigerende (bestemmings)plannen

1.3.1

LDA en uitbreiding bestemming bedrijventerrein

De LDA en de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein zijn voorzien op gronden gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe' en het bestemmingsplan 'PALLAS – reactor' (afbeelding 3), vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Schagen op respectievelijk 18 mei 2016 en 2 april 2019.

Afbeelding 3: vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied Zijpe' en 'PALLAS-reactor' Naast bovengenoemde bestemmingsplannen valt het plangebied van voorliggend bestemmingsplan deels binnen het plangebied van het facetbestemmingsplan 'Parkeren', vastgesteld door de gemeenteraad van Schagen op 7 november 2017. Het facetbestemmingsplan 'Parkeren' komt als het ware als een extra laag over bestaande

8

bestemmingsplan PALLAS-plot

bestemmingsplannen zonder parkeerregeling in de gemeente Schagen heen te liggen. Dit betreft het deel van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan dat is gesitueerd binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe', vastgesteld door de gemeenteraad van Schagen op 22 april 2014 en 18 mei 2016. Deze parkeerregeling is ook van toepassing op voorliggend bestemmingsplan. De regels van het facetbestemmingsplan 'Parkeren' zijn daarom opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingplan. Daarnaast valt het plangebied van dit bestemmingsplan binnen het plangebied van het bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche, vastgesteld door de gemeenteraad van Schagen op 30 juni 2020. De regels en begrippen in voorliggend bestemmingsplan zijn met het Paraplu-omgevingsplan in overeenstemming gebracht. 1.3.2

Koelwatersysteem

Koelwaterleidingsysteem Ook de aanleg van het koelwatersysteem is voorzien op gronden gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe' en het bestemmingsplan 'PALLAS – reactor'. In dit laatste plan zijn in het kader van artikel 3.6 lid 1a van de Wet ruimtelijk ordening (Wro) wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor de realisatie van de koelwaterleidingen (artikel 26.1) en het bijbehorende filterstation (artikel 26.2). Aangezien bij het bepalen van de exacte ligging van de koelwaterleidingen geconstateerd is dat het gebied waar de wijzigingsbevoegdheid op ziet, aan de zeezijde onvoldoende toereikend is, is een zelfstandig bestemmingsplan vereist. Hoewel dit bestemmingsplan geen wijzigingsplan betreft, wordt in dit bestemmingsplan aan de wijzigingsvoorwaarden van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' voldaan. De aanvaardbaarheid van de situering van de koelwaterleiding met toebehoren is met dat plan in grote lijnen al gegeven. Voor zowel de koelwaterleidingen richting de Noordzee als de leidingen richting het Noordhollandsch Kanaal geldt dat de intredepunten zich bevinden op de EHC, die ter plaatse bestemd is als "Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein". Richting de zee zijn de gronden direct aansluitend op de EHC bestemd als "Natuur - Duin". Dit betreft Natura 2000-gebied (zie afbeelding 2).

Het duinlandschap loopt richting de zee over in het strand dat bestemd is als "Recreatie - Dagrecreatie 1", alvorens te eindigen in de Noordzee (bestemd als "Water - Zee"). Laatstgenoemde bestemming betreft ook Natura 2000-gebied en hier bevindt zich tevens het uittredepunt. Richting het kanaal omvat het plangebied de uitlopers van het duingebied die bestemd zijn als "Natuur - Duin". Parallel aan de duinen bevindt zich vervolgens de voor "Verkeer" bestemde N502. Aan de overzijde van de N502 omvat het plangebied vooral gronden met een agrarische gebruiksfunctie met de bestemming "Agrarisch". Ter hoogte van het bungalowpark bevinden zich ook waardevolle houtopstanden, bestemd als "Natuur - waardevolle houtopstand". Aan de oostzijde van het plangebied liggen nog de als "Verkeer" bestemde Parallelweg en de provinciale N9 alsmede het als "Water" bestemde Noordhollandsch Kanaal. Doordat de leidingen op een diepte komen te liggen van tientallen meters onder het maaiveld zijn ze niet van invloed op gebruik dat in overeenstemming is met de geldende enkelbestemmingen. Samengevat zijn in de vigerende bestemmingsplannen aan de gronden de volgende enkelbestemmingen toegekend: Agrarisch Bedrijventerrein – Bijzonder bedrijventerrein Natuur – Duin Natuur – Waardevolle houtopstand Recreatie - Dagrecreatie 1

9

bestemmingsplan PALLAS-plot

Verkeer Water Water - Zee

10

bestemmingsplan PALLAS-plot

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Dit hoofdstuk geeft een omschrijving van de voorgenomen ontwikkelingen. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen waarin de stappen ter aanpassing van of aanvulling op het bestaande project uiteengezet worden. Paragraaf 2.1 beschrijft de LDA, paragraaf 2.2 gaat in op de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein en paragraaf 2.3 behandelt de omvang en noodzaak van het koelwatersysteem.

2.1

LDA en tijdelijke toegangsweg

Voor de bouw van de PALLAS-reactor wordt een tijdelijk bouwterrein ingericht, de LDA (afbeelding 4). Voor zover de LDA niet voorzien is op het bestaande bedrijventerrein van de EHC, zal de LDA 'tegen' en gedeeltelijk binnen de EHC komen te liggen. De beoogde locatie van het bouwterrein was in eerste instantie gelegen in een langgerekt zoekgebied op de agrarische gronden ten oosten van de N502. Bij verdere uitwerking is het zoekgebied van de LDA, en daarmee ook de ingang van de LDA, verplaatst naar de EHC.

11

bestemmingsplan PALLAS-plot

Afbeelding 4: Projectgrens LDA (inclusief tijdelijke toegangsweg) en projectgrens Pallas-terrein (Pallas-plot) Tijdens de bouw van de PALLAS-reactor moet er ruimte zijn voor het bouwverkeer, parkeerplaatsen voor bouwmedewerkers, bouwketen en transport en opslag van materialen. Deze ruimte wordt gecreëerd op de LDA. Op het bouwterrein zijn tijdelijke parkeerplaatsen voorzien voor personeel tijdens de bouw. De hoeveelheid en het type

12

bestemmingsplan PALLAS-plot

werkzaamheden bepalen hoeveel personeel aanwezig is op de LDA. Dit kan oplopen tot 400 mensen per dag. Tijdens de bouwfase is zwaar transport (vrachtwagens) noodzakelijk om goederen, zand en beton van en naar het terrein te transporteren. Hiervoor wordt een nieuwe tijdelijke toegangsweg aangelegd vanaf de N502 om de LDA goed te kunnen bereiken. Om de LDA te kunnen realiseren, is een aantal aanpassingen aan het bestaande terrein van de EHC nodig. Die aanpassingen zijn vereist om al het bouwmateriaal te kunnen opstellen, de ontsluiting van de LDA te realiseren en voor de daadwerkelijke bouw van de reactor. Dit betekent dat er binnen het terrein een herverdeling plaats moet vinden om zo een vlak bouwterrein te realiseren. De realisatie van de LDA bestaat uit de volgende onderdelen: afgraven deel van het dijklichaam; tijdelijke opslag van duinzand; aanleg halfverharding en voorzieningen bouwterrein; aanleg parkeerplaatsen en tijdelijke voorzieningen; aanleg tijdelijke toegangsweg; aanleg overige infrastructuur; omheining met hekwerk; aanleg van damwanden, onder andere ter plaatse van de vergraving van de secundaire waterkering. Al deze faciliteiten worden dusdanig uitgevoerd dat ze het dagelijks bedrijf op de EHC en de omgeving zo min mogelijk beïnvloeden.

Aangezien het tijdelijke bouwvoorzieningen betreft, zal het terrein na oplevering van het PALLAS-project zoveel mogelijk teruggebracht worden naar de oorspronkelijke staat. Met de aanleg van de LDA zal het overschot aan zand als tijdelijke opslag worden neergelegd op de Zijperzeedijk direct ten zuiden van de tijdelijke toegangsweg. Het zuidelijke deel van het bouwterrein komt op een niveau van NAP+5 m te liggen. Voor het noordelijke deel bedraagt dit niveau NAP+8 m. Verharding en grond die gebruikt zijn voor het tijdelijke bouwterrein, en niet afkomstig zijn uit het gebied zelf, worden afgevoerd na afronding van de werkzaamheden. Na voltooiing van de werkzaamheden wordt het duingebied, dan wel de dijk, conform de eisen vanuit waterveiligheid hersteld en teruggebracht naar de oorspronkelijke toestand. Tijdelijke bestemming LDA Het deel van de LDA dat niet voorzien is op het bestaande bedrijventerrein van de EHC, wordt met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt door middel van een tijdelijke aanduiding. Relevant voor die aanduiding is dat onderhavig bestemmingsplan valt onder de werking van de Crisis- en herstelwet (hierna: 'Chw'). Uit artikel 3.2 Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet blijkt dat artikel 7g van het Besluit Crisis- en herstelwet (hierna: 'Bu Chw') van toepassing is op de hele gemeente Schagen.

Artikel 7g Bu Chw bepaalt dat ook artikel 7c Bu Chw dan van toepassing is. De verbrede reikwijdte van artikel 7c lid 3 Bu Chw maakt het mogelijk om een voorlopige bestemming voor een termijn van ten hoogste tien jaar te doen gelden (in plaats van de gebruikelijke vijf jaar). Dit betekent dus dat voor het regelen van een tijdelijke bestemming voor de LDA deze voor een langere termijn dan vijf jaar kan worden gelegd (tot maximaal tien jaar). De bouw van de reactor is na zeven jaar voltooid. Het terrein van LDA wordt daarom na zeven jaar (zoveel als mogelijk is) teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie.

13

bestemmingsplan PALLAS-plot

2.2

Uitbreiding bestemming bedrijventerrein

De PALLAS-reactor wordt gepositioneerd op beveiligd terrein. Dit terrein is omzoomd met hekken en is alleen via bewaakte toegangen te betreden. Het terrein kan grofweg worden opgedeeld in twee delen, het nucleaire eiland en het terrein rondom het nucleaire eiland, waarop de ondersteunende faciliteiten zijn gelegen. Het gehele PALLAS-terrein betreft een beperkte toegangszone. Op de EHC komt een aparte receptie waar toegang tot het PALLAS-terrein wordt verkregen. Deze receptie maakt deel uit van een van de voorziene gebouwen. Op het PALLAS-terrein bevindt het nucleaire eiland zich binnen een streng beveiligde zone. Deze zone start bij het supportgebouw dat toegang verschaft tot het reactorgebouw en logistieke gebouw. In afbeelding 5 is de inrichting van het PALLAS-terrein weergegeven. Het nucleair eiland is het extra beveiligde gebied op het terrein, rondom de reactor en het supportgebouw (oranje omlijnd). Dit betreft een apart gedeelte binnen het PALLAS-plot, zoals weergegeven op afbeelding 6.

Afbeelding 5: Inrichting van het terrein, artist impression vanuit de lucht (bron: ICHOS/PALLAS, bewerking door Arcadis) Voor een nucleair project als de PALLAS-reactor is het van groot belang dat de logistieke processen en vervoersbewegingen in en tussen de verschillende gebouwen tot in detail worden vastgelegd. Om de veiligheid van de verschillende processen te kunnen waarborgen, dienen de gebouwen zorgvuldig ten opzichte van elkaar te worden gepositioneerd. Bij verdere uitwerking van het ontwerp van het PALLAS-plot is echter gebleken dat de gronden waar een nucleaire aanduiding aan is gegeven in het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' niet voldoende ruimte bieden voor een adequate positionering van de gebouwen. Het plot is daarmee niet toekomstbestendig. Om veiligheid en bedrijfscontinuïteit voor komende decennia te waarborgen is het daarom wenselijk om de plot te vergroten. De beoogde grensaanpassing is weergegeven op afbeelding 6. Het hele PALLAS-plot (zie doorgetrokken zwarte lijn) krijgt de aanduiding 'concentratiegebied

14

bestemmingsplan PALLAS-plot

nucleaire activiteiten'.

Afbeelding 6: Omtrek voorgenomen PALLAS-plot doorgetrokken zwarte lijn De uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein maakt niet meer mogelijk dan het initiatief waarin het bestemmingplan 'PALLAS-reactor' voorziet. Om dit te borgen zijn voor deze uitbreidingen specifieke bouwaanduidingen opgenomen. De voorgenomen uitbreidingen zijn weergegeven op afbeelding 7 en worden navolgend toegelicht.

15

bestemmingsplan PALLAS-plot

Afbeelding 7: Uitbreiding bestemming bedrijventerrein aan oost- en westzijde en locatie uitbreiding supportgebouw Uitbreiding oostzijde De grens aan de oostzijde van de bestemming bedrijventerrein, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor', kent een grillig verloop. Waarschijnlijk is deze grens

16

bestemmingsplan PALLAS-plot

gebaseerd op het grillige verloop van de voet van de Zijperzeedijk. Een dergelijke kronkellijn heeft echter het gevolg dat de PALLAS-plot niet efficiënt of aan de randen zelfs helemaal niet benut kan worden. Met een rechte bestemmingsgrens kan het terrein van PALLAS efficiënter ingericht en ontsloten worden. Het supportgebouw – dat de toegang vormt tot de PALLAS-plot – kan dan namelijk zodanig worden gesitueerd dat het nucleaire transport geen andere logistieke lijnen op de EHC doorkruist. De toegangscontrole naar de beveiligde zone, welke zone zich achter het voorziene supportgebouw bevindt, vindt namelijk plaats via dit gebouw. Voor een optimale en doelmatige beveiliging rijden de voertuigen door het supportgebouw naar het reactorgebouw en weer terug. Op deze wijze heeft de toegangscontrole geen hinder van weersinvloeden. Met het rechttrekken van de bestemmingsgrens kan de gewenste nucleaire transportroute worden gerealiseerd en krijgen de overige logistieke processen die tussen de gebouwen op de plot plaatsvinden voldoende ruimte om de bedrijfscontinuïteit zeker te stellen. Supportgebouw Het supportgebouw verschaft toegang tot het reactorgebouw en het logistieke gebouw. De poorten in dit gebouw vormen de toegangen tot het gebied met beperkte toegang en het beschermde gebied. Afbeelding 8 geeft een impressie van het beoogde supportgebouw.

Afbeelding 8: Artist impression supportgebouw (bron: ICHOS/PALLAS) Ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' is een plan-MER opgesteld. Ten tijde van het opstellen van het plan-MER was de precieze inrichting en technische invulling van de reactor en het reactorterrein nog niet bekend. Inmiddels zijn er wezenlijke ontwerpbesluiten genomen op basis waarvan het ontwerpkader is geactualiseerd. Verdere detaillering van de reactor en het supportgebouw heeft ertoe geleid dat het supportgebouw niet helemaal past binnen de plangrenzen zoals geschetst in het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'. Om deze reden is een kleine uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein met een nucleaire aanduiding op deze locatie ook nodig. Op afbeelding 7 is de locatie van de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein voor het supportgebouw weergegeven.

17

bestemmingsplan PALLAS-plot

Uitbreiding westzijde Uit oogpunt van externe veiligheid is het vereist om een minimale afstand tussen het reactorgebouw en de infrastructuur van het Nucleair Health Centre (hierna: 'NHC') in acht te nemen. Ten westen van het voorziene reactorgebouw is momenteel een bestaande weg gelegen. Deze weg bevindt zich gezien het minimale afstandsvereiste op te korte afstand van het reactorgebouw. Aangezien het reactorgebouw niet oostwaarts kan verschuiven, omdat de veiligheidsroute om het gebouw vrijgehouden moet worden, dient de bestaande weg te worden verlegd. Door de weg zuidwaarts door te trekken en weer aan te laten sluiten op de bestaande weg wordt voldoende afstand gecreëerd. De bufferzone tussen de nieuwe weg en het reactorgebouw zal daarnaast landschappelijk ingericht worden, zodat de PALLAS-plot uit oogpunt van beeldkwaliteit goed kan aansluiten op de bestaande omgeving. Het verleggen van deze bestaande weg ziet toe op de interne wegenstructuur van de bestemming bedrijventerrein binnen de LDA. De tijdelijke toegangsweg, zoals beschreven in paragraaf 2.1, wordt daarentegen aangelegd vanaf de N502 om de LDA goed te kunnen bereiken. De tijdelijke toegangsweg heeft dus geen betrekking op de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein en moet worden onderscheiden van de weg zoals omschreven in deze paragraaf.

Naast de weg die verlegd dient te worden ten behoeve van het reactorgebouw, is ten behoeve van het vergroten van de LDA, nog een weg op de EHC omgelegd. De weg is rechtgetrokken om de overzichtelijkheid van het terrein en daarmee de veiligheid van het nucleaire gebied te vergroten. De weg is verlegd ten behoeve van het bouwterrein en wordt daarom ook bestemd als "Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein". In het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' heeft een deel van de grond ook al deze bestemming. Indien na het verwijderen van de LDA wordt besloten om deze grond als (weg over het) bedrijventerrein te benutten, laat de bestemming dat toe. Er zijn geen zwaarwegende redenen om de weg terug te brengen naar de oorspronkelijke toestand. Gelet op dit aspect wordt het rechttrekken van de weg met dit plan permanent bestemd en wordt voorkomen dat onnodige kosten worden gemaakt voor het terugbrengen van de weg en omgeving naar de oorspronkelijke toestand.

2.3

Koelwatersysteem

De processen die binnen de PALLAS-reactor plaatsvinden, produceren warmte. Om deze warmte af te voeren, is een koelsysteem nodig. In het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' is aangegeven dat koeling plaatsvindt door middel van koeling met zoet water uit het Noordhollandsch Kanaal en lozing van koelwater op de Noordzee. Voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan deze keuze. Werking en principe Voor dit koelsysteem moeten twee innameconstructies bij het Noordhollandsch Kanaal worden gerealiseerd. Er wordt tevens een nieuw uitlaatpunt in de Noordzee gerealiseerd. Tussen het innamepunt, het reactorgebouw en het uitlaatpunt wordt het daadwerkelijke koelwatersysteem aangelegd. De wijze van koeling is afgeleid van de huidige praktijk van de HFR. Het secundair koelsysteem van de HFR onttrekt haar water uit het Noordhollandsch kanaal, dat zoet is. Na het primaire systeem gekoeld te hebben, wordt het water geloosd op de zoute Noordzee. Op afbeelding 9 is dit schematisch weergegeven.

18

bestemmingsplan PALLAS-plot

Afbeelding 9: schematische weergave koelsysteem Het koelsysteem bestaat uit twee circuits: een primair intern circuit dat zich in de PALLAS-reactor bevindt en een secundair koelsysteem dat grotendeels daarbuiten ligt en planologisch vastgelegd wordt met dit bestemmingsplan. In lijn met het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' voorziet dit bestemmingsplan in de planologische basis voor een secundair koelwatersysteem dat koelwater inneemt uit het Noordhollandsch Kanaal en loost in de Noordzee. Ook is in overeenstemming met het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' in artikel 15.2 van de planregels behorende bij dit bestemmingsplan de regel opgenomen dat gestuurde boring verplicht is voor zover de ligging van de koelwaterleidingen samenvalt met de Natura 2000-gebieden "Zwanenwater & Pettemerduinen" of "Noordzeekustzone". Eventuele tijdelijke tekorten aan wateraanvoer uit het Noordhollandsch Kanaal worden ondervangen, doordat de reactor binnen zeer korte tijd kan worden afgeschakeld wanneer er geen of te weinig koelwater beschikbaar is. Het secundaire koelwatersysteem omvat ondergrondse koelwaterleidingen, een filterstation, een pompgebouw en een lozingspunt ten behoeve van de PALLAS-reactor.

Via innamepunten in het Noordhollandsch Kanaal en het filterstation nabij de Parallelweg van de provinciale weg N9 worden de leidingen gevuld met water dat naar de PALLAS-reactor wordt vervoerd om daar als koeling voor het productieproces te worden ingezet. Voor het secundair koelsysteem moeten twee innameconstructies bij het Noordhollandsch Kanaal worden gerealiseerd, de inlaatconstructies worden gefundeerd met heipalen. Er wordt een nieuw uitlaatpunt in de Noordzee gerealiseerd. Daarnaast worden tussen de reactor, het innamepunt en het uitlaatpunt de koelwaterleidingen met een Canal Intake Building gerealiseerd. Tussen het innamepunt en de reactor wordt een pompstation voor de secundaire koeling (SCS Building) gebouwd. Afbeelding 10 laat schematisch zien wat de relatie is tussen het filterhuis en het Noordhollandsch Kanaal en het pomphuis op de EHC.

Afbeelding 10: Schematische weergave zij-aanzicht van het SCS Building op de EHC en van

19

bestemmingsplan PALLAS-plot

het de Canal Intake Building met inlaatconstructie bij het Noordhollandsch kanaal. Inname uit Noordhollandsch Kanaal naar filterstation Aan de kanaaloever worden twee inname-constructies gemaakt. Vanuit deze putten worden twee leidingen onder de rijksweg (N-9) geboord naar de filterput in het filterstation. Deze leidingen komen op een voorgeschreven afstand onder de weg, door middel van GFT (Gesloten Front Techniek) boringen. Deze boormethode wordt gekozen, zodat de weg niet opgebroken hoeft te worden. Pijpleidingen van filterstation naar PALLAS-plot Vanaf het filterstation naar de site worden twee leidingen gelegd (en geboord tot -32 meter NAP) naar het Pallas-plot. Dit vindt plaats door middel van een HDD (Horizontal Directional Drilling) techniek. Het intredepunt van de boor is op het Pallas-plot. Het uittredepunt van de boor is op circa 300 meter vanaf de filterput, vanwege de benodigde uitleg-lengte en een bocht in dit tracé. Het laatste deel vanaf het uittredepunt naar de filterput wordt in open ontgraving gelegd. Bij het uittredepunt wordt een kwelscherm aangebracht om eventuele kwel vanuit de ondergrond te voorkomen. Daarna wordt een sleuf gegraven vanaf het uittredepunt tot aan de filterput. In deze leidingen zitten vanaf de filterput tot aan de site geen open putten; dit is een gesloten systeem.

Op de site staat een pompstation, dat het water door de warmtewisselaars op de site pompt. Pijpleiding van PALLAS-plot naar de Noordzee Vanaf de site wordt een leiding gelegd (en geboord tot -35 m NAP) tot circa 650 meter uit de kustlijn in zee. Daar wordt het warme water boven de zeebodem via een uitlaat onder water uitgestroomd. Deze gesloten leiding gaat diep onder het duin en de zeebodem door. Dit is een leiding die ook door middel van de HDD-techniek wordt geboord. Het intredepunt van de boor is op de site. Het uittredepunt van de boor is op de zeebodem.

20

bestemmingsplan PALLAS-plot

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Noodzaak toetsing beleidskader

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in enkele beperkte aanpassingen ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen. Deze aanpassingen zijn bedoeld om het planologisch kader aan te laten sluiten bij de geplande ontwikkeling voor het gebied, namelijk de realisatie van de PALLAS-reactor. Aangezien het beleidskader al in het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' is onderbouwd, is de noodzaak om het voorliggende plan te toetsen aan het vigerende beleid slechts beperkt aanwezig. Desondanks is deze toets toch uitgevoerd. Aangezien in de toelichting van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' wordt aangegeven op welke wijze de voorziene ontwikkelingen passen in het vigerende beleid, wordt naar die toelichting verwezen, voor zover dit bestemmingsplan niet leidt tot relevante wijzigingen in de uitkomst van de toets. Voor zover er wel sprake is van relevante wijzigingen, die een nieuwe toets vereisen, wordt verwezen naar het hiernavolgende.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en ruimte

Ten opzichte van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' zijn met betrekking tot de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geen aspecten gewijzigd. De structuurvisie biedt geen concrete fysieke uitgangspunten die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. Het beleid van het Rijk wordt geëffectueerd door het Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro). Voor nadere inhoudelijke beschrijving van dit rijksbeleid wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'.

3.2.2

Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening

De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciale inpassingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De algemene regels in het Barro hebben vooral een conserverend/beschermend karakter. Het doel is te borgen dat geformuleerde nationale belangen niet gefrustreerd worden door ontwikkelingen die met bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt. In het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' zijn de nationale belangen met betrekking tot het kustfundament (Titel 2.3 Barro) al grotendeels beschouwd. Ter aanvulling daarop is het navolgende relevant met betrekking tot de voorgenomen ontwikkelingen. Kustfundament Binnen het plangebied is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om een bestaand bedrijventerrein, dat op onderdelen wordt uitgebreid, en de planologische verankering van de ligging van de koelwaterleidingen. De koelwaterleidingen zullen de primaire waterkering doorkruisen, die als zodanig is bestemd in de vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied Zijpe' en ' PALLAS-reactor'.

Het doorkruisen van de waterkering belemmert de functie van de waterkering echter niet (zie achtergrondrapport Waterveiligheid, behorend bij het plan-MER van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'). Voor de doorkruising van de primaire waterkering is een watervergunning vereist. Er bestaat

21

bestemmingsplan PALLAS-plot

geen aanleiding voor het oordeel dat die vergunning niet verleend zal worden. Er is dus geen sprake van strijdigheid met het rijksbeleid ten aanzien van het kustfundament. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de "ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd" (verder te noemen 'Ladder'). Deze Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen en is neergelegd in artikel 3.1.6. Per 1 juli 2017 is een aangepaste Ladder in werking getreden. De Ladder heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen. Volgens de aangepaste Ladder dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestemming “Bedrijventerrein” vergroot, waar nieuwe bebouwing wordt toegestaan in de vorm van een supportgebouw en/of een filterstation. Daarmee is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de productie van therapeutische isotopen blijven reactoren nodig. Van alternatieve methoden om molybdeen te produceren zal het in elk geval de komende tien jaar onzeker blijven of die ook daadwerkelijk voldoende volume opleveren.

De behoefte aan molybdeen voor medische onderzoeken is een gegeven. Tegen deze achtergrond is de bouw van de PALLAS-reactor nuttig en noodzakelijk, daar is in Hoofdstuk 2 van de plantoelichting 'PALLAS-reactor' en in het plan-MER bijbehorend bij dit plan verder op ingegaan. De locatiekeuze voor Petten is vanzelfsprekend, omdat er in Petten sprake is van op één plek geconcentreerde en complete infrastructuur voor de productie en verwerking van medische isotopen voor de wereldmarkt. Een andere locatie met diezelfde geconcentreerde en complete infrastructuur en andere eigenschappen is er niet in Nederland, ook niet in Borssele. Bij de keuze voor de locatie Borssele bestaat de noodzaak om deze infrastructuur mee te verhuizen, of daar op locatie opnieuw te realiseren. De bouw en de exploitatie van de PALLAS-reactor geeft een nieuwe impuls aan de werkgelegenheid en de economische activiteiten in de kop van Noord-Holland. 3.2.4

Beleidslijn Kust

De Beleidslijn Kust (2015) is van toepassing op het kustfundament en de primaire waterkeringen van de Waddenzee en de Eems-Dollard. De kust is van groot economisch belang. Zand vormt het fundament van de Nederlandse kust. Het dynamische zandige kustsysteem is de basis voor de duurzame veiligheid tegen overstroming van het achterland en de drager van alle functies in het gebied. Het Rijk streeft ernaar om de zandvoorraden in de kustzone en het dynamische karakter ervan te waarborgen en de morfologische processen binnen het kustsysteem zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Verstening van de zandige kust is niet gewenst. De aanleg van de LDA zorgt voor extra verstening van dit gebied. Dit betreft echter een tijdelijke situatie, nu de LDA na afloop van de werkzaamheden (grotendeels) wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie. Verharding en grond die gebruikt zijn voor het tijdelijke bouwterrein, en niet afkomstig zijn uit het gebied zelf, worden afgevoerd na afronding van de werkzaamheden. Met de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein treedt enige extra verstening op, onder meer omdat er een weg wordt omgelegd. Deze verstening is echter beperkt en doet niet af aan de functie van het kustfundament. De voorgenomen aanpassingen passen dus binnen het kustbeleid.

22

bestemmingsplan PALLAS-plot

3.2.5

Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021

Met vergunningverlening en handhaving reguleert Rijkswaterstaat het gebruik van de rijkswateren door burgers, bedrijven en ook de overheidsdiensten. Zo wordt voorkomen dat het gebruik ten koste gaat van waterveiligheid, -kwantiteit, -kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De minister van IenW is daartoe bevoegd gezag voor onder andere de vergunningverlening voor de Waterwet en de Scheepvaartverkeerswet. Bij de ontwikkeling van een bestemmingplan moet rekening worden houden met beschermingszones bij waterkeringen en vrijwaringszones langs de rijksvaarwegen. Deze zijn vastgelegd conform het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en zijn opgenomen in de Legger rijkswaterstaatswerken. Rijkswaterstaat toetst nieuwe en gewijzigde bestemmingen op eventuele effecten op deze zones. De benodigde waterwetvergunning in het kader van de voorziene ontwikkelingen wordt aangevraagd en daarmee getoetst aan het sectorale beleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Provinciale Staten hebben op 19 november 2018 de Omgevingsvisie “NH2050” vastgesteld. Uitgangspunt voor 2050 is “Balans tussen economische groei en leefbaarheid”. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Deze balans staat ten dienste van duurzame ontwikkeling, waardoor toekomstige generaties ook kunnen profiteren van de keuzes die nu gemaakt worden. Gelet op voorgaande hoofdambitie heeft de provincie drie ambities geformuleerd die ingaan op de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie: 1. De provincie staat voor een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, waarin stad, land en infrastructuur klimaatbestendig en waterrobuust zijn ontwikkeld. De ambitie is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen en waar mogelijk te verbeteren. 2. In het kader van het gebruik van de leefomgeving wil de provincie ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. 3. De provincie biedt ruimte aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur.

Het bestemmingsplan is niet strijdig met de geformuleerde ambities uit de omgevingsvisie, aangezien behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt gelden. Bovendien draagt het als onderdeel van de met de reactor verband houdende toekomstige geplande ontwikkelingen bij aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. 3.3.2

Omgevingsverordening NH2020

Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld met daarin nieuwe regels voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Stedelijke ontwikkelingen De Verordening stelt regels voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze zijn slechts toegestaan indien zij in overeenstemming zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke

23

bestemmingsplan PALLAS-plot

afspraken. Voor de term stedelijke ontwikkeling wordt aangesloten bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regionale afspraken betreffen nieuwe stedelijke ontwikkelingen van woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorlocaties, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen. Omdat het Besluit ruimtelijke ordening via de Ladder al regels stelt over 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet in de omgevingsverordening opgenomen. Daarmee staat de regionale afstemming in de omgevingsverordening centraal als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Regionale afstemming is niet in het Besluit ruimtelijke ordening via de Ladder geregeld en is daarom opgenomen in de omgevingsverordening. Evenals de Ladder gaat de omgevingsverordening uit van een ‘ja, mits’ voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij de Ladder wordt onder de regio verstaan het ‘marktgebied’ of ‘verzorgingsgebied’ van de betreffende nieuwe stedelijke ontwikkeling. De inhoudelijke onderbouwing van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet zich dus richten op het markt- of verzorgingsgebied. De noodzaak van de PALLAS-reactor in verband met de behoefte aan productie van therapeutische isotopen is reeds onderbouwd in paragraaf 3.2.3.

Bijzonder Provinciaal Landscap De 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege de bijzondere waarde van deze gebieden voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn. Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. Het plangebied van de voorgenomen ontwikkelingen ligt niet in een BPL-gebied, waardoor een dergelijke motivering niet noodzakelijk is.

3.3.3

Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan

Het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (PVVP) is in 2013 verlopen. Het strategisch beleid voor verkeer en vervoer bestaat op dit moment uit de OV-Visie (2012), de Investeringsstrategie Noord-Hollandse Infrastructuur (2014) en het beleidskader Verkeersmanagement (2014). De provincie heeft besloten om geen nieuw Verkeers- en Vervoersplan op te stellen met het oog op de ontwikkelingen ingevolge de nieuwe Omgevingswet. Het in het PVVP verwoorde verkeers- en vervoerbeleid blijft vooralsnog van kracht en wordt geactualiseerd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is dit beleid slechts op hoofdlijnen beschreven. De ambitie van de provincie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het versterken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen, zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Inwoners en bedrijven hebben zoveel mogelijk de vrijheid om hun eigen vervoerswijzen te kiezen. Zodanig dat het totale verkeers- en vervoersnetwerk optimaal wordt gebruikt en ten dienste staat van de ruimtelijk-economische ontwikkeling.

De provincie stuurt op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. In paragraaf 4.14 van deze toelichting is onderbouwd hoe de bereikbaarheid van het

24

bestemmingsplan PALLAS-plot

PALLAS-terrein is gewaarborgd. Daarmee is invulling gegeven aan de eisen uit het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Waterprogramma 2016-2021

Het Waterprogramma 2016-2021 is het equivalent van het vijfde Waterbeheersplan, dat het hoogheemraadschap wettelijk verplicht is te maken. Het Waterprogramma gaat onder andere in op waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, gezond water, schoon water en crisisbeheer. Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is de Watertoets doorlopen en heeft overleg plaatsgevonden met de waterbeheerders. De waterbeheerders in het plangebied zijn Hoogheemraadschap Hollands NoorderKwartier, Rijkswaterstaat en de gemeente Schagen. In het kader van de watertoets wordt (indien relevant) ingegaan op deze aspecten. Zie hiervoor paragraaf 4.6, 4.13 en 4.15 van deze plantoelichting. Hieruit volgt dat het Waterprogramma niet in de weg staat aan het onderhavige initiatief. 3.4.2

Keur en beleid van het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier

De Keur heeft tot doel om waterstaatkundige objecten te beschermen. De Keur 2016 is gebaseerd op zowel de Waterschapswet als de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving in het Waterbesluit, de Waterregeling en de provinciale waterverordeningen. De Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016 bepaalt in artikel 3.2 het volgende: Artikel 3.2 Watervergunning waterstaatswerken en beschermingszones a. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie of functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of te laten liggen. b. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden. Er worden met onderhavig bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voorzien in werken die waterstaatkundige objecten raken, maar deze zijn niet dusdanig dat een watervergunning niet zou kunnen worden afgegeven. Hierover heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap, welke heeft aangegeven geen probleem te zien in het verkrijgen van de benodigde watervergunning.

De Keur en het Waterschapsbeleid staan dan ook niet in de weg aan de voorgenomen initiatieven.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche

Op 30 juni 2020 heeft de gemeenteraad van gemeente Schagen het bestemmingsplan 'Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche' vastgesteld. Dit paraplu-omgevingsplan is een herstel-omgevingsplan, dat een doorwerking heeft op alle onherroepelijke bestemmingsplannen voor de hele gemeente. Het doel van het paraplu-omgevingsplan is de harmonisering van de geldende bestemmingsplannen, de verwerking van beleidswijzigingen in geldende bestemmingsplannen en de reparatie van omissies in geldende bestemmingsplannen.

25

bestemmingsplan PALLAS-plot

De regels en begrippen in voorliggend bestemmingsplan Paraplu-omgevingsplan in overeenstemming gebracht. 3.5.2

zijn

met

het

Kustzone Petten 2020

Op 27 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van gemeente Schagen het bestemmingsplan 'Kustzone Petten 2020' vastgesteld. In bestemmingsplan 'Kustzone Petten 2020' zijn de voorgenomen ontwikkelingen in het kader van de kustontwikkeling van Petten geregeld. Met deze verdere invulling van de kustzone bij Petten wordt een stevige impuls gegeven aan de kern Petten en wordt bijgedragen aan de versterking van het economisch functioneren van deze kern. De regels en begrippen in voorliggend bestemmingsplan zijn met het bestemmingsplan 'Kustzone Petten 2020' in overeenstemming gebracht. 3.5.3

Facetbestemmingsplan Parkeren

Op 7 november 2017 heeft de gemeenteraad van Schagen het facetbestemmingsplan 'Parkeren' vastgesteld. Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan de vraag naar parkeerplaatsen stijgen. In dat geval is het van belang dat die ontwikkeling ook gepaard gaat met de aanleg van parkeerplaatsen. Om te waarborgen dat een bouwplan niet leidt tot parkeerproblemen, is het noodzakelijk om in bestemmingsplannen een parkeerregeling op te nemen en om parkeernormen in een gemeentelijke nota vast te leggen. Door de parkeerregeling in het bestemmingsplan in combinatie met parkeernormen in de nota kan een berekening worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte. Het parkeeraspect kan in een bestemmingsplan worden geregeld door vast te leggen dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of wijzigen van een functie, of bij het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid, er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. "Voldoende" betekent dat wordt voldaan aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen Schagen 2016. Daarnaast geldt dat indien de beleidsregels uit deze nota tijdens de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.

Bovenstaande is geregeld in artikel 22.1.1 van voorliggend bestemmingsplan, waarin een dynamische verwijzing wordt gedaan naar de Nota Parkeernormen Schagen 2016. 3.5.4

Overige visies en gidsen

Ten opzichte van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor' zijn met betrekking tot de Structuurvisie Petten, de 'Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen' en de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit' geen aspecten gewijzigd. Voor nadere inhoudelijke beschrijving van dit beleid wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'.

26

bestemmingsplan PALLAS-plot

Hoofdstuk 4

Milieuplanologische aspecten

In dit hoofdstuk is het plan getoetst aan diverse planologische- en milieuaspecten. Per aspect is in afzonderlijke paragrafen aangegeven wat de effecten zijn van de voorgenomen ontwikkelingen en wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ingreep besproken. Indien aan de orde, is aangegeven wat de consequenties van de ontwikkeling zijn voor het genoemde aspect. In enkele gevallen hebben de initiatieven eenzelfde effect op een aspect. In die gevallen is geen onderscheid gemaakt in paragrafen. De uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein is grotendeels gesitueerd binnen hetzelfde gebied als de LDA. Met name deze aspecten worden daarom, indien mogelijk, gezamenlijk in beschouwing genomen. Wat deze aspecten van elkaar onderscheidt, is dat de LDA een tijdelijke situatie betreft en de uitbreiding van de bestemming bedrijventerrein een permanente situatie is.

4.1

Plan-MER

De voorgenomen ontwikkelingen leiden ertoe dat de impact op het milieu in het plangebied wijzigt. In het kader van de m.e.r.-procedure zijn de mogelijke effecten van dit nieuwe bestemmingsplan in beeld gebracht. Dit is gedaan door het vorige plan-MER uit 2017, dat is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor', in zijn geheel te actualiseren en toe te spitsen op de keuzes die inmiddels gemaakt zijn. Het plan-MER heeft betrekking op de milieueffecten die kunnen optreden tijdens de bouw van de reactor met bijbehorende voorzieningen, de overgangsfase waarbij de PALLAS-reactor opstart terwijl de Huge Flux Reactor (HFR) nog in productie is, en de exploitatiefase waarbij alleen de PALLAS-reactor in bedrijf is. Voor het in bedrijf nemen en exploiteren van de reactor is een vergunning nodig in het kader van de Kernenergiewet (Kew-vergunning), waarvoor later een project-MER zal worden opgesteld. De verschillende achtergrondrapporten behorend bij het geactualiseerde plan-MER gelden als uitgangspunt voor het beschrijven van de milieuplanologische aspecten. Deze achtergrondrapporten zijn gebaseerd op het Ontwerpkader, dat ook deel uitmaakt van het plan-MER. In de navolgende paragrafen is op hoofdlijnen de informatie uit deze achtergrondrapporten overgenomen.

De juridische borging van (mitigerende) maatregelen vindt in de meeste gevallen plaats in het vergunningentraject. De effecten die zich in de bouwfase kunnen voordoen betreffen uitvoeringsaspecten. Deze uitvoeringsaspecten die verband houden met de bouw hebben geen betrekking op het plan zelf, maar op de uitvoering daarvan. De wijze waarop uitvoering mag worden gegeven komt aan de orde bij de beoordeling van het besluit tot het verlenen van de benodigde vergunningen binnen het vergunningentraject. Maatregelen die betrekking hebben op de bouwfase of waarbij op een andere wijze is verzekerd dat deze zullen worden getroffen, worden om deze redenen niet juridisch geborgd in dit bestemmingsplan. Tijdens de exploitatiefase zijn er enkele maatregelen die in de planregels worden vastgelegd. Dit betreffen maatregelen ter voorkoming van significant negatief effect op Natura 2000-gebieden door het opnemen van regels omtrent stikstofdepositie en lichthinder.

27

bestemmingsplan PALLAS-plot

In Bijlage 2 bij deze toelichting is het plan-MER gevoegd. Daarin zijn ook de zelfstandig leesbare samenvatting van het plan-MER opgenomen, evenals de achtergrondrapportages.

4.2

Archeologie

In het achtergrondrapport Archeologie (zie het betreffende achtergrondrapport bij het plan-MER) zijn de bodemverstorende effecten van de LDA en het koelwatersysteem inzichtelijk gemaakt. Voor beide aspecten is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Goossens, 2020a en 2020b). 4.2.1

LDA en uitbreiding bestemming bedrijventerrein

Ten behoeve van de LDA heeft Arcadis Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Voor het opstellen van materiaal, de ontsluiting van de bouwplaats en de bouw van reactor, is een aantal aanpassingen aan het terrein nodig waar bodemingrepen mee gemoeid gaan. Het onderzoek archeologie, in eerste instantie in de vorm van een bureauonderzoek, draagt bij aan de verdere uitwerking en vergunningverlening. Bij de inrichting van het werkterrein en de toegangsweg is geen sprake van diepe bodemverstoringen (dieper dan 1 m -Mv). Eventueel aanwezige archeologische resten in diepere ondergrond (uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum) blijven behouden. Op basis van de gemeentelijke beleidsadvieskaart geldt weliswaar een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten, maar uit het bureauonderzoek en veldonderzoek ter hoogte van het onderzoeksgebied van de LDA blijkt dat de bodem 0,8-1,9 m -Mv verstoord is en dat de verwachting voor archeologische resten vanaf het Neolitihicum tot de Late Middeleeuwen laag is. Er zal voor verschillende geplande bodemingrepen archeologisch vervolgonderzoek moeten worden uitgevoerd (conform het beleid van de gemeente Schagen en het vigerende bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'). Dit zal in eerste instantie in de vorm van een karterend booronderzoek plaatsvinden. Hiervoor is een onderzoeksplan opgesteld.

Het dijklichaam wordt voor een deel afgegraven. Het betreft een historische dijk en gedeeltelijke afgraving is een aantasting van een archeologisch bekende waarde. Ter hoogte van de historische dijk is een doorsnijding onvermijdelijk, maar heeft volledig onderzoeken geen meerwaarde. Daarom wordt voorzien in een opname van het historische dijkprofiel, zodat de opbouw van de dijk kan worden bestudeerd. Daarnaast wordt in het rapport geadviseerd om het afgraven van de dijk archeologisch te begeleiden, aangezien de kans bestaat dat in deze historische grond resten van de Napoleontische veldslag van 1799 teruggevonden worden. In gebieden die niet nader onderzocht worden, blijft een verplichte melding van toevalsvondsten van kracht.

4.2.2

Koelwatersysteem

Inname uit Noordhollandsch Kanaal naar filterstation en pijpleidingen naar de PALLAS-site Voor het gedeelte van de kanaaloever tot het intredepunt, loopt de leiding onder het historisch bewoningslint van de Belkmerweg, een historisch erf aan de Westerduinweg en de Zijperzeedijk. De leiding wordt echter op zo een diepte geboord (HDD boring tot -35 m NAP), dat archeologisch interessante lagen, die direct onder het maaiveld worden verwacht, intact blijven. Het historisch dijklichaam blijft ook intact. De open ontgravingen bij de kanaaloever ten behoeve van het uittredepunt en het uitlegtracé liggen in een gebied met een lage verwachting op archeologische resten uit alle perioden. Voor het gebied ter hoogte van het intredepunt op de PALLAS-site geldt dat zich in de

28

bestemmingsplan PALLAS-plot

diepere ondergrond een dekzandpakket bevindt dat een hoge verwachting heeft op het aantreffen van archeologische resten uit de vroege prehistorie. De gestuurde boring kruist deze laag. De bouwkuip van het intredepunt op de PALLAS site heeft een diepte van 4,30 m -NAP. Voor de ontgraving tot deze diepte geldt een lage archeologische verwachting. Pijpleiding van de PALLAS site naar de Noordzee Voor het gebied van de PALLAS-site tot de Noordzee geldt dat zich in de diepere ondergrond een dekzandpakket bevindt dat een hoge verwachting heeft op het aantreffen van archeologische resten uit de vroege prehistorie. De gestuurde boring kruist deze laag en er is een kans dat hierbij archeologische resten worden verstoord. Het grootste deel van de boring wordt op grotere diepte uitgevoerd en hierbij zijn geen archeologische resten te verwachten. De bouwkuip van het intredepunt op de PALLAS site heeft een diepte van 4,30 m -NAP. Voor de ontgraving tot deze diepte geldt een lage archeologische verwachting. Conclusie Het aspect archeologie staat de voorgenomen ontwikkelingen niet in de weg.

4.3

Bodem

4.3.1

LDA en uitbreiding bestemming bedrijventerrein

Voor de locatie van de LDA is veel bodeminformatie beschikbaar, omdat er (verplichte) bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in verband met: Ver- en nieuwbouw op het terrein. Aanvragen (revisie)vergunningen in het kader van de Wet milieubeheer. Vervolgonderzoek vanwege geconstateerde verontreinigingen. In 2006 zijn tijdens een verkennend en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een asbestonderzoek, twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. Beide gevallen van bodemverontreiniging zijn gesitueerd op het EHC-terrein en bevinden zich buiten het plangebied van de voorziene ontwikkelingen. Het betreft immobiele grondverontreinigingen. Uit een uitgevoerde risicobeoordeling blijkt dat bij het huidige gebruik van de locatie er geen sprake is van onaanvaardbare risico's als gevolg van de bovengenoemde bodemverontreinigingen, aangezien er geen verspreidingsrisico's bestaan. Er is daardoor geen saneringsnoodzaak. De twee gevallen zijn: Een geval van ernstige grondverontreiniging met koper en zink (42 m 3), rondom de HFR, vermoedelijk veroorzaakt door het gritstralen van de HFR. Tussen gebouw 102 en 104 (afbeelding 12) is zowel de bovengrond als de ondergrond verontreinigd met asbest. De gewogen asbestconcentratie overschrijdt de interventiewaarde voor asbest van 100 mg/kg d.s. Deze gebouwen bevinden zich dus niet binnen het plangebied van de voorgenomen ontwikkelingen.

Rond gebouwen 04 en 08 is een sterke verontreiniging met PCB aangetroffen. Met een nader onderzoek is de verontreiniging voldoende in beeld gebracht. Daarna is er een saneringsplan opgesteld, maar daarvan is geen saneringsevaluatie beschikbaar. In februari 2021 is door Arcadis een bodemonderzoek uitgevoerd om de huidige bodemkwaliteit van de LDA en het bouwterrein vast te stellen. Hierin is ook de (voormalige) PCB-verontreiniging rond gebouwen 04 en 08 onderzocht om vast te stellen of deze gesaneerd is. Uit de resultaten blijkt dat er geen PCB-verontreiniging is aangetoond.

29

bestemmingsplan PALLAS-plot

Afbeelding 12: verontreiniging rond gebouwen NRG-terrein In de overige bodemonderzoeken zijn geen actuele gevallen van ernstige verontreiniging geconstateerd (die nog niet gesaneerd zijn). Plaatselijk is er soms wel sprake van licht tot sterk verhoogde gehalten in de bodem, van onder meer zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. In 2012 zijn sterk verhoogde concentraties tritium gemeten in het grondwater in de bodem bij de HFR en daarbuiten. De tritiumverontreiniging van het grondwater was het gevolg van een lekkage in een transportleiding. Hierdoor werd water uit het primaire systeem van de HFR naar een opslagtank gevoerd. Deze lekkage is inmiddels gedicht en sinds februari 2013 vindt sanering van de 'tritiumpluim' plaats. De sanering staat onder toezicht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Via periodieke monitoring wordt de actuele 'tritiumpluim' in beeld gebracht. Voor meer informatie wordt verwezen naar het achtergrondrapport Grondwater (zie het betreffende achtergrondrapport bij het plan-MER). Grondverzet Voor de realisatie van de LDA en de tijdelijke toegangsweg is een aantal aanpassingen aan het terrein nodig die tot grondverzet leiden. Het bouwterrein van de LDA moet vlak zijn. Daarvoor is het noodzakelijk om het aanwezige reliëf op de EHC alsmede een gedeelte van de Zijperzeedijk af te vlakken.

Ook voor de aanleg van de tijdelijke toegangsweg is het noodzakelijk om een deel van het aangrenzende duin af te graven. Op de locatie waar het dijklichaam Zijperzeedijk afgegraven wordt, worden damwanden aangelegd. Voor de inrichting van de tijdelijke toegangsweg en de LDA is daarom voorzien in de verplaatsingen van zand. Het zand mag vanwege de waterkerende functie van de duinen het gebied niet verlaten. Daarom is het uitgangspunt dat het vrijgekomen zand van de werkzaamheden weer op de LDA wordt aangebracht. Met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Staatsbosbeheer is afgesproken dat er ook mogelijkheden zijn om dit in de huidige waterkering aan te brengen. Tijdelijke opslag van duinzand op de duinlocatie vindt plaats direct ten zuiden van de tijdelijke toegangsweg. Al deze faciliteiten worden dusdanig uitgevoerd dat ze het dagelijks bedrijf op de EHC en de omgeving zo min mogelijk beïnvloeden. Aangezien het tijdelijke bouwvoorzieningen betreft, zal het terrein na oplevering van het PALLAS-project weer teruggebracht worden naar de oorspronkelijke staat, dan wel worden gebruikt als deel van het toekomstige PALLAS-terrein.

30

bestemmingsplan PALLAS-plot

4.3.2

Koelwatersysteem

In het plangebied van het koelwatersysteem bestaat de mogelijkheid van een aanwezige bodemverontreiniging. Daarom zijn voordat de grondroerende werkzaamheden plaatsvinden de relevante bodemdata geïnventariseerd bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de Provincie Noord-Holland. Op basis van deze bodemkwaliteitsgegevens wordt, op basis van deskundig oordeel, beoordeeld welke invloed de beoogde ontwikkelingen hebben op aanwezige bodemverontreinigingen. Aangezien gevallen van ernstige bodemverontreiniging, in relatie tot geplande ruimtelijke ingrepen, gesaneerd dienen te worden conform een formele melding volgens de Wet Bodembescherming, kan op voorhand worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen geen negatieve effecten zullen teweegbrengen op de bodemkwaliteit. In tegendeel: daar waar gesaneerd wordt, is per definitie sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit. Voor de koelwaterleidingen worden gestuurde boringen gebruikt voor de aanleg. Bij gestuurde boringen is de bodemkwaliteit alleen van belang bij de in- en uittredepunten. Alleen op die locaties worden graafwerkzaamheden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied van de koelwaterleidingen ligt ter plaatse van de in- en uittredepunten. Het uittredepunt ligt binnen het onderzoeksgebied van de LDA dat in paragraaf 4.3.1 is beschreven.

Bij het intredepunt bevinden zich geen andere locaties waar bodembedreigende activiteiten of bodemonderzoeken bekend zijn. Er zijn geen (potentiele) gevallen van (ernstige) verontreinigingen bekend. Het Besluit bodemkwaliteit, zoals uitgewerkt in de Nota bodembeheer regio Kop van Noord-Holland, zorgt ervoor dat de kwaliteit van toe te passen grond of baggerspecie moet voldoen aan de maximale waarden zoals aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart. Tevens moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. De uiteindelijke toepassingseis is afhankelijk van de strengste eis van deze dubbele toets. Op basis van deze wettelijke en beleidsmatige kaders kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen geen negatieve effecten op de bodemkwaliteit teweegbrengen. Integendeel: daar waar (eventueel) gesaneerd wordt is per definitie sprake van een verbetering van de bodemkwaliteit. Er is dan ook sprake van geen effect, of, indien er gesaneerd wordt, van een positief effect. Maaiveldvervorming Tussen het Noordhollandsch Kanaal en het PALLAS-terrein wordt een nieuwe leiding aangebracht door middel van een horizontaal gestuurde boring (HDD). Deze leiding kruist met particulier grondgebied (agrarisch).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14683074/1