CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Pallas-Plot regels

Oordeelsvormende vergadering 12 oktober 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling gecoördineerde bestemmingsplannen 'Pallas-Plot' en 'Partiële Herziening PALLAS-reactor, 2021'20.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven) activiteiten binnen de bedrijfsvoering (in het kader van functieverbreding in de landbouw oftewel multifunctionele landbouw) nooit tot een tweede bedrijfswoning kunnen leiden; i. agrarische bedrijven zonder levende have, ongeacht het aanwezige arbeidspotentieel, niet in aanmerking komen voor een tweede bedrijfswoning; j. de tweede bedrijfswoning binnen het agrarische bouwvlak moet worden gerealiseerd; k. indien het agrarische bouwvlak een naastgelegen perceel omvat, de bedrijfswoning daarop gesitueerd kan worden als dan een nieuwe logische begrenzing ontstaat; l. de tweede bedrijfswoning via dezelfde uitrit als van de bestaande bedrijfswoning wordt ontsloten; m. de afstand van de tweede bedrijfswoning tot één van de hoofdbedrijfsgebouwen maximaal 50 m mag bedragen, waardoor de relatie met het bedrijf duidelijk blijft; n. de tweede bedrijfswoning op ten minste 20 m van de zijgevel van de eerste bedrijfswoning dient te worden gesitueerd. Een kortere onderlinge afstand kan alleen op basis van een goede inpassing en motivering; o. de voorgevel van de tweede bedrijfswoning in de voorgevellijn van de eerste bedrijfswoning ligt of maximaal 2 m daarachter; p. een rechthoekig en compact erf behouden of gerealiseerd dient te worden door toevoeging van een tweede bedrijfswoning; q.

de geluidsbelasting aan de gevel ten gevolge van weg- en/of railverkeer de voorkeursgrenswaarde dan wel de uiterste grenswaarde, zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder, niet mag worden overschreden; r. de nieuwe woning milieuhygiënisch inpasbaar is; s. geen tweede bedrijfswoning wordt toegestaan indien de eerste bedrijfswoning bewoond wordt door een derde die geen functionele binding heeft met de landbouwinrichting waarvan de bedrijfswoning onderdeel uitmaakt. 3.8.4 Vergroting bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor wat betreft het vergroten van de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken tot een totale oppervlakte van ten hoogste 2 hectare met dien verstande dat: a. uitsluitend wordt meegewerkt indien de bedrijfseconomische noodzaak daartoe wordt aangetoond middels een bedrijfsplan; b. aan vergroting van het bouwvlak uitsluitend wordt meegewerkt wanneer een beplantingsplan wordt aangeleverd, waarin de vergroting van het bouwvlak landschappelijk wordt ingepast; c. het beplantingsplan zoals genoemd onder d dient binnen een jaar na het onherroepelijk

1446

bestemmingsplan PALLAS-plot

worden van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk te zijn gerealiseerd; d. de vergroting van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar is; e. is aangetoond dat er geen sprake is van significante negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden. 3.8.5 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor wat betreft het veranderen van de vorm van de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken met dien verstande dat: a. de oppervlakte van het bouwvlak gelijk blijft; b. de vormverandering van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar is.

1447

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 4 4.1

Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onderzoeks- en bedrijfsdoeleinden op het gebied van energie- en stralingsonderzoek en de daar bijbehorende voorzieningen; b. het produceren van goederen en het verlenen van diensten met een directe relatie tot en/of voortvloeiend uit dit onderzoek, waaronder mede worden begrepen medische productie- en onderzoeksactiviteiten en dienstverlening; c. bedrijfsfuncties zoals genoemd in de artikelen 15, 29 en 34 van de Kernenergiewet, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein concentratiegebied nucleaire activiteiten'; d. een tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - tijdelijk bouwterrein', met dien verstande dat: 1. het tijdelijk bouwterrein, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mag zijn; en 2. hetgeen bepaald in artikel 24.1 in acht wordt genomen. met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. k. 4.2

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; verblijfs-, verkeers- en parkeervoorzieningen; waterlopen en -partijen; Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; dit bebouwingspercentage wordt berekend over het totale bestemmingsvlak 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein'; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 17,5 m; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – gebouwen niet toegestaan' zijn geen gebouwen toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van masten mag niet meer dan 45 m bedragen, met dien verstande dat lichtmasten worden beschouwd als overige gevallen, zoals opgenomen onder sub c van dit artikel; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 5 m bedragen; de bouwhoogte wordt gemeten vanaf de voet van de erf- en terreinafscheidingen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 15 m bedragen; d. armaturen dienen uitsluitend het bedrijventerrein en bedrijfsgebouwen zelf te verlichten

1448

bestemmingsplan PALLAS-plot

en dienen naar beneden gerichte uitstraling te hebben. 4.2.3 Beeldkwaliteit Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient voor wat betreft de architectonische vormgeving en uitstraling van de gebouwen te worden voldaan aan de criteria die opgenomen zijn in het Beeldkwaliteitsplan zoals dat is opgenomen in Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan' van de plantoelichting. 4.2.4 Voorwaarden Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de doeleinden zoals genoemd in artikel 4.1 is slechts toegestaan indien alle graaf– en of bouwwerkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het laten gebruiken van gebouwen als reactorgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - concentratiegebied nucleaire activiteiten'; b. het gebruik van verlichting indien daardoor de verlichtingssterkte meer dan 0,1 lux op het omliggende Natura 2000-gebied 'Zwanenwater & Pettemerduinen' bedraagt gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur; c. het gebruik van verlichte gevelreclame gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur. 4.4.1 Stikstofdepositie Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken en het verrichten van bouwwerkzaamheden, op de gronden aangewezen voor 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein', 'Bedrijventerrein Bijzonder bedrijventerrein filterstation' en 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - tijdelijk bouwterrein', die gezamenlijk leiden tot een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied met meer dan: a. de depositietoename die opgenomen is in tabel 1, zoals die is opgenomen in Bijlage 3 van deze regels, gedurende de bouwfase. b.

de depositietoename die opgenomen is in tabel 2, zoals die is opgenomen in Bijlage 3 van deze regels, vanaf het moment na de bouwfase.

1449

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 5 5.1

Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein filterstation

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein filterstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het filterstation, dat onderdeel uitmaakt van het secundaire koelwatersysteem. met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. groenvoorzieningen; d. verblijfs-, verkeers- en parkeervoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; g. waterlopen- en partijen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van het filterstation gelden de volgende regels: a. het filterstation is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Bedrijventerrein Bijzonder bedrijventerrein filterstation'; b. dat uitsluitend gebouwd mag worden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; c. de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 5.2.3 Voorwaarden Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de doeleinden zoals genoemd in artikel 5.1 is slechts toegestaan indien alle graaf– en of bouwwerkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

1450

bestemmingsplan PALLAS-plot

5.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken en het verrichten van bouwwerkzaamheden, op de gronden aangewezen voor 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein', 'Bedrijventerrein Bijzonder bedrijventerrein filterstation' en 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - tijdelijk bouwterrein', die gezamenlijk leiden tot een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied met meer dan: a. de depositietoename die opgenomen is in tabel 1, zoals die is opgenomen in Bijlage 3 van deze regels, gedurende de bouwfase. b. de depositietoename die opgenomen is in tabel 2, zoals die is opgenomen in Bijlage 3 van deze regels, vanaf het moment na de bouwfase.

1451

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 6 6.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (hoog)opgaande afschermende beplanting; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke waarde; d. inritten ten behoeve van het aangrenzende verblijfsrecreatieterrein; e. plantsoenen. 6.2

Bouwregels

a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3,5 m bedragen. 6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een adequate landschappelijke inpassing. 6.4

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het beheer van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als parkeerplaats van motorvoertuigen.

1452

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 7 7.1

Natuur - Duin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur - Duin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud en herstel van de daar voorkomende of daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden; b. waterkering; en tevens voor: c. een tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - tijdelijk bouwterrein', met dien verstande dat: 1. het tijdelijk bouwterrein, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mag zijn; en 2. hetgeen bepaald in artikel 24.1 in acht wordt genomen. met daaraan ondergeschikt: d. dagrecreatief medegebruik, uitsluitend in de vorm van picknickvoorzieningen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen; met de daarbij behorende: e. wegen, voet- en fietspaden ter ontsluiting van het gebied; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van het beheer van de duinen, daaronder begrepen uitkijktorens, alsmede fietsenstallingen.

7.2

Bouwregels

7.2.1 Gebouwen Binnen de bestemming zijn gebouwen niet toegestaan, behoudens bestaande gebouwen en gebouwen die worden gerealiseerd ten behoeve van het tijdelijke bouwterrein, met dien verstande dat voor deze (bouw)werken de bouwregels onder artikel 24.1 gelden. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een uitkijktoren mag niet meer dan 15 meter bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m bedragen.

7.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het plaatsen of laten plaatsen van onderkomens; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; c. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen; d. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als volkstuin; e. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden voor de opslag van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen; f. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als motorcrossterrein.

1453

bestemmingsplan PALLAS-plot

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 7.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het vervangen van bestaande ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het vergraven en/of dempen van sloten en andere watergangen, het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; e. het vellen, rooien of verwijderen van houtgewassen; f. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van water en andere bodemschatten; g. het aanbrengen van bodemdrainage. 7.4.2 Uitzondering Het onder 7.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b.

mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning. c. dienen te worden uitgevoerd ten behoeve van de aanleg en het gebruik van het tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein – tijdelijk bouwterrein’, met dien verstande dat desbetreffende werken of werkzaamheden, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mogen zijn dan wel plaatsvinden. 7.4.3 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuurwaarden zoals genoemd in artikel 7.1 onder a niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

1454

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 8 8.1

Natuur - Waardevolle houtopstand

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur - Waardevolle houtopstand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van houtopstanden met landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. onverharde paden en wegen; 8.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen van de in lid 8.1 sub a en b genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 m mag bedragen; b. Voor het bouwen van de in lid 8.1 sub d genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 5,5 m mag bedragen; c. Voor het bouwen van de in lid 8.1 sub e genoemde kleinschalige bijgebouwen geldt dat de bouwhoogte van de kleinschalige bijgebouwen niet meer dan 5,5 m mag bedragen en dat de oppervlakte per bijgebouw niet meer dan 15 m 2 mag bedragen. 8.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; b. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen; c. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als volkstuin; d. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden voor de opslag van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen; e. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als motorcrossterrein; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; g. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als parkeerplaats voor motorvoertuigen. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 8.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a.

het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het vergraven en/of dempen van sloten en andere watergangen, het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; d. het vellen, rooien of verwijderen van houtgewassen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie-leidingen

1455

bestemmingsplan PALLAS-plot

en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanbrengen van bodemdrainage; g. het aanbrengen van voorzieningen voor recreatief medegebruik. 8.4.2 Uitzondering Het in 8.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning. 8.4.3 Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien uit een natuurtoets blijkt dat daardoor de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden zoals genoemd in artikel 8.1 onder a niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, of de mogelijkheden tot ontwikkeling van de houtopstanden niet onevenredig worden belemmerd.

1456

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 9 9.1

Recreatie - Dagrecreatie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatieve voorzieningen; b. strand; c. strandrecreatie; en tevens voor: d. evenementen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. groenvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; i. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; j. waterlopen en -partijen. 9.2

Bouwregels

9.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de lichtmasten dienen natuurvriendelijk te worden uitgevoerd; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen. 9.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 9.4

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken als vergaderzaal- en feestzaalaccommodaties; b. nachtverblijf, met uitzondering van nachtverblijf in reddingsposten ter beveiliging ervan; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens na zonsondergang en voor zonsopgang.

1457

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 10 10.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, parkeerplaatsen, voet- en fietspaden en geluidswerende voorzieningen; b. civieltechnische kunstwerken; c. parkeer- en picknickplaatsen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. een tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein - tijdelijk bouwterrein', met dien verstande dat: 1. het tijdelijk bouwterrein, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mag zijn; en 2. hetgeen bepaald in artikel 24.1 in acht wordt genomen. met de daarbij behorende: f. bermen en bermsloten; g. groenvoorzieningen; h. voorzieningen voor voetgangers en fietsers; De bestemming voorziet niet in een toename van het aantal rijstroken. 10.2

Bouwregels

Binnen de bestemming zijn de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het tijdelijke bouwterrein toegestaan, met dien verstande dat voor deze (bouw)werken de bouwregels onder artikel 24.1 gelden. 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de verkeersbestemming; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m². 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 10 m bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 8 m bedragen; c. de bouwhoogte van oeververbindingen mag niet meer bedragen dan 20 meter. 10.2.3 Voorwaarden Werken of werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd ten behoeve van de aanleg en het gebruik van het tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijventerrein – tijdelijk bouwterrein', zijn slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. graaf– en of bouwwerkzaamheden vinden plaats onder begeleiding van een archeologisch deskundige; b.

desbetreffende werken of werkzaamheden, gerekend vanaf de start van de aanleg, mogen maximaal 7 jaar aanwezig zijn.

1458

bestemmingsplan PALLAS-plot

10.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als stand- of ligplaats voor onderkomens.

1459

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 11 11.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken; b. verkeer te water; c. dag- en waterrecreatie; d. waterhuishouding; e. civieltechnische kunstwerken; f. groenvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen; en tevens voor: h. behoud en versterking van de natuurlijke waarden van water, rietlanden en oeverstroken; met de daarbij behorende: i. gebouwen; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de waterhuishouding; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m² bedragen. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van oeververbindingen mag, gemeten, in afwijking van het begrip 'peil' als bedoeld in artikel 1.87 ten opzichte van het plaatselijke peil van de direct aansluitende oever, niet meer dan 3 m bedragen; b. er mogen steigers worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. steigers niet meer dan 1 m uit de oever mogen worden gebouwd; 2. de breedte van steigers niet meer dan 3 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag, gemeten, in afwijking van het begrip 'peil' als bedoeld in artikel 1.87 ten opzichte van het plaatselijke peil van de direct aansluitende oever, niet meer dan 1,5 m bedragen. 11.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats voor woonboten.

1460

bestemmingsplan PALLAS-plot

11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 11.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) sloten te verruimen, te versmallen, te vergraven of te dempen. 11.4.2 Uitzondering De in 11.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning. 11.4.3 Voorwaarden De in 11.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien uit een natuurtoets is gebleken dat de natuurwaarden als genoemd in 11.1 onder h, niet onevenredig worden aangetast.

1461

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 12 12.1

Water - Ecologisch waardevol

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Ecologisch waardevol' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en versterking van de ecologische waarden van water, rietlanden en oeverstroken; b. waterhuishouding; c. civieltechnische kunstwerken; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 12.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van het behoud, herstel en de versterking van de ecologisch waardevolle waterloop; b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat de hoogte hiervan niet meer bedraagt dan 1 m, gemeten ten opzichte van de aangrenzende oever. 12.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik als opslag-, stort- of bergplaats van andere al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 12.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het verruimen, versmallen, vergraven of dempen van sloten; b. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen; c. het ontginnen, afgraven, ophogen, egaliseren of bodem verlagen van oevers. 12.4.2 Uitzondering De in 12.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning.

1462

bestemmingsplan PALLAS-plot

12.4.3 Voorwaarden De in 12.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien uit een natuurtoets is gebleken dat de ecologische waarden als genoemd in 12.1 onder a, niet onevenredig worden aangetast.

1463

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 13 13.1

Water - Zee

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Zee' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zee; b. strand; c. strandrecreatie; met de daarbij behorende: d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. andere werken. 13.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 2 m.

1464

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 14 14.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse infrastructuur ten dienste van de naastgelegen bestemming 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein'. 14.2

Bouwregels

a. Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van het aanleggen en onderhouden van de leidingenstrook. Voor de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de maximale hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen. b. Binnen de bestemming zijn de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het tijdelijke bouwterrein toegestaan, met dien verstande dat voor deze (bouw)werken de bouwregels onder artikel 23.1 gelden. 14.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.2 en toestaan dat de in de andere bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 14.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen om de leidingen ten behoeve van het secundair koelwatersysteem, voor zover niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - open ontgraving', anders aan te leggen dan door middel van gestuurde boringen. 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Verbod Het is verboden op of in de in 14.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, drainage en leidingen) anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem dieper dan 0,5 m; e. diepploegen; f. het aanbrengen van gesloten verhardingen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h.

het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

1465

bestemmingsplan PALLAS-plot

14.5.2 Uitzondering Het in lid 14.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de leidingen betreffen; b. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning. c. dienen te worden uitgevoerd ten behoeve van de aanleg en het gebruik van het tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein – tijdelijk bouwterrein’, met dien verstande dat graaf– en of bouwwerkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige dienen plaats te vinden en dat desbetreffende werken of werkzaamheden, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mogen zijn dan wel plaatsvinden. 14.5.3 Voorwaarden De onder 14.5.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingstrook ontstaat of kan ontstaan; b. alvorens te beslissen omtrent een vergunning het advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.

1466

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 15 15.1

Leiding - Leidingstrook koelwatersysteem

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook koelwatersysteem' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor het secundair koelwatersysteem ten dienste van de naastgelegen bestemming 'Bedrijventerrein - Bijzonder bedrijventerrein'. 15.2

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen om de leidingen ten behoeve van het secundair koelwatersysteem, voor zover niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - open ontgraving', anders aan te leggen dan door middel van gestuurde boringen. 15.3

Voorwaarden

Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de doeleinden zoals genoemd in 15.1 is slechts toegestaan indien; a. alle graaf– en of bouwwerkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. b. de bouwdiepte niet minder diep is gelegen dan opgenomen in het lengteprofiel zoals dat is opgenomen in Bijlage 2 'lengteprofiel koelwatersysteem' van de planregels. c. de inname van koelwater in het secundair koelwatersysteem plaatsvindt uit het Noordhollandsch kanaal. d. de lozing van koelwater uit het secundair koelwatersysteem plaatsvindt via lozing middels het uitlaatpunt in de Noordzee. e. de uitlaat van het secundair koelwatersysteem zodanig wordt gebruikt dat de mengzone van de bodem wordt geraakt. De in de vorige zin bedoelde mengzone is de mengzone waar de temperatuur van het zeewater warmer is dan 25° Celsius als gevolg van de lozing van koelwater.

15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 15.1 bedoelde gronden, ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van leiding - open ontgraving' zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, drainage en leidingen) anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem dieper dan 0,5 m; e. diepploegen; f. het aanbrengen van gesloten verhardingen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;

1467

bestemmingsplan PALLAS-plot

h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen. 15.4.2 Uitzondering Het in lid 15.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de leidingen betreffen; b. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning. c. dienen te worden uitgevoerd ten behoeve van de aanleg en het gebruik van het tijdelijk bouwterrein ter plaatse van de functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein – tijdelijk bouwterrein’, met dien verstande dat desbetreffende werken of werkzaamheden, gerekend vanaf de start van de aanleg, maximaal 7 jaar aanwezig mogen zijn dan wel plaatsvinden. 15.4.3 Voorwaarden De onder 15.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingstrook ontstaat of kan ontstaan; b. alvorens te beslissen omtrent een vergunning het advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.

1468

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 16 16.1

Waarde - Archeologie - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen. 16.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, tenzij kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. 16.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.2, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.3 verleent. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 16.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het rooien of vellen van houtopstanden; c. de aanleg van verhardingen; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; f. het in de grond brengen van voorwerpen; g. het verrichten van graafwerkzaamheden; h. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties

1469

bestemmingsplan PALLAS-plot

of apparatuur. 16.4.2 Uitzondering De onder 16.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist: a. voor werken en/of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. voor werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; c. indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. d. indien werken en/of werkzaamheden ten behoeve van het tijdelijke bouwterrein onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. 16.4.3 Voorwaarden De onder 16.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2.

een verplichting de werkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige te laten plaatsvinden. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.4.1 verleent.

16.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ‘Waarde Archeologie - 1’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel indien op andere wijze kan worden aangetoond dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

1470

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 17

17.1

Waarde - Archeologie - 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen. 17.2

Bouwregels

17.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 500 m² wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 500 m² of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 500 m² maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; e. de leidingen ten behoeve van het secundair koelwatersysteem.

17.2.2 Uitzondering Het in 17.2.1 bedoelde verbod is niet van toepassing indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. 17.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.2.1, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.3 verleent.

1471

bestemmingsplan PALLAS-plot

17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 17.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het rooien of vellen van houtopstanden; c. de aanleg van verhardingen met een groter oppervlak dan 500 m² en op een grotere diepte dan 0,50 m; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; f. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 500 m² ; g. het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 500 m²; h. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 17.4.2 Uitzondering De onder 17.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist: a.

voor werken en/of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. voor werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; c. voor werken waarbij geen grondroerende werkzaamheden groter dan 500 m² plaatsvinden, dan wel werken waarbij grondroerende werkzaamheden plaatsvinden groter dan 500 m² maar niet dieper dan 0,50 m; d. indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. e. indien werken en/of werkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. 17.4.3 Voorwaarden De onder 17.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2.

een verplichting de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het

1472

bestemmingsplan PALLAS-plot

bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.4.1 verleent. 17.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ‘Waarde Archeologie - 4’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel indien op andere wijze kan worden aangetoond dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

1473

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 18 18.1

Waarde - Archeologie - 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen.

18.2

Bouwregels

18.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 2.500 m² of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 2500 m² maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; e. bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein concentratiegebied nucleaire activiteiten'. 18.2.2 Uitzondering Het in 18.2.1 bedoelde verbod is niet van toepassing indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. 18.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 18.2.1, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.3 verleent.

1474

bestemmingsplan PALLAS-plot

18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 18.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het rooien of vellen van houtopstanden; c. de aanleg van verhardingen met een groter oppervlak dan 2.500 m² en op een grotere diepte dan 0,50 meter; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; f. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m²; g. het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m²; h. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 18.4.2 Uitzondering De onder 18.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist: a.

voor werken en/of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. voor werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; c. voor werken waarbij geen grondroerende werkzaamheden groter dan 2500 m² plaatsvinden, dan wel werken waarbij grondroerende werkzaamheden plaatsvinden groter dan 2.500 m² maar niet dieper dan 0,50 m; d. indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. e. indien werken en/of werkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden. 18.4.3 Voorwaarden De onder 18.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2.

een verplichting de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het

1475

bestemmingsplan PALLAS-plot

bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.4.1 verleent. 18.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming ‘Waarde Archeologie - 5’ geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel indien op andere wijze kan worden aangetoond dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

1476

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 19 19.1

Waarde - Archeologie 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen.

19.2

Bouwregels

19.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 10.000 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 10.000 m² wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 10.000 m² of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; e. de leidingen ten behoeve van het secundair koelwatersysteem. 19.2.2 Uitzondering Het in 19.2.1 bedoelde verbod is niet van toepassing indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht.

19.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.2.1, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.3 verleent.

1477

bestemmingsplan PALLAS-plot

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 19.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het rooien of vellen van houtopstanden; c. de aanleg van verhardingen met een groter oppervlak dan 10.000 m² en op een grotere diepte dan 0,50 meter; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; f. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 10.000 m²; g. het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 m en met een oppervlakte van meer dan 10.000 m²; h. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

19.4.2 Uitzondering De onder 19.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist: a. voor werken en/of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. voor werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; c. voor werken waarbij geen grondroerende werkzaamheden groter dan 10.000 m² plaatsvinden, dan wel werken waarbij grondroerende werkzaamheden plaatsvinden groter dan 10.000 m² maar niet dieper dan 0,50 m; d. indien kan worden aangetoond dat de gronden in het verleden dusdanig zijn geroerd dat geen archeologische waarden meer kunnen worden verwacht. e. indien werken en/of werkzaamheden onder begeleiding van een archeologisch deskundige plaatsvinden.

19.4.3 Voorwaarden De onder 19.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord:

1478

bestemmingsplan PALLAS-plot

1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. d. om een deskundig advies op het gebied van archeologie is gevraagd, alvorens het bevoegd gezag de afwijking bij een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.4.1 verleent.

19.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel indien op andere wijze kan worden aangetoond dat geen archeologische waarden meer aanwezig zijn.

1479

bestemmingsplan PALLAS-plot

Artikel 20 20.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14683069/1