CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsscan flora & fauna

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Omgevingsvergunning gebruiksgerichte paardenhouderij Grote Sloot 8 in Burgerbrug5.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Adres Telefoonnummer E-Mail Website

Opdrachtgever Postadres Adres

Document

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 75 12 75 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl Dhr. M. Nanne & mevr. G. Bruni Grote sloot 8 1754 JE Burgerbrug

P241146

Status

Definitief

Versie

1

Datum

12 november 2024

Geldigheidsduur

3 jaar

Auteur

G. R. Luiken

Gecontroleerd door

T. F. Melgers

Disclaimer * Natuur is onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat ondanks zorgvuldig onderzoek toch (zwaar) beschermde soorten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval heeft de uitvoerder een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de verdere gang van zaken. In de wet is namelijk vastgelegd dat de wettelijke zorgplicht voor de aanwezige natuur gedurende het gehele plan-, uitvoerings- en beheertraject de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever. Bij twijfel of er (zwaar) beschermde soorten en/of vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen voorkomen in het plangebied moet altijd nader onderzoek worden uitgevoerd. ** Voor het uitvoeren van het onderzoek gebruiken wij onder andere gegevens van de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). De NDFF ontwikkelt zich naar open data, met consequenties voor de invoer en het gebruik van NDFF-data. De data die wij verkrijgen met het uitvoeren van het onderzoek moeten wij op termijn delen met het NDFF. Deze data wordt dan (deels) publiekelijk toegankelijk. U heeft met het accepteren van de offerte akkoord gegeven voor het delen van de verkregen onderzoeksgegevens.

Pagina 2 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

1 Inleiding .................................................................................................................... 4 1.1

Natuur onder de Omgevingswet ............................................................................................................................... 5

1.2

Bevoegd gezag .......................................................................................................................................................................5

1.3

Plangebied en omgeving ................................................................................................................................................5

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................................................................................. 6

2 Eindoordeel .............................................................................................................. 7 2.1

Conclusie.....................................................................................................................................................................................7

2.2

Advies ........................................................................................................................................................................................... 8

3 Onderzoeksmethodiek ........................................................................................9 3.1

Bureaustudie........................................................................................................................................................................... 9

3.2

Veldbezoek ............................................................................................................................................................................... 9

3.3

Effectenanalyse ..................................................................................................................................................................... 9

4 Gebiedsbescherming ......................................................................................... 10 4.1

Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied.............................................................. 10

4.2

Overige beschermde gebieden in de omgeving van het plangebied ........................................... 12

5 Soortenbescherming .......................................................................................... 13 5.1

Vleermuizen ............................................................................................................................................................................ 13

5.2

Vogels .......................................................................................................................................................................................... 13

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen .................................................................................................................................. 14

5.4

Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................................................................... 14

5.5

Insecten ..................................................................................................................................................................................... 15

5.6

Flora.............................................................................................................................................................................................. 15

5.7

Conclusie................................................................................................................................................................................... 15

6 Effecten en advies ............................................................................................... 16 6.1

Gebiedsbescherming ....................................................................................................................................................... 16

6.2

Soortenbescherming ....................................................................................................................................................... 16

7 Literatuur ................................................................................................................ 17 Bijlage .......................................................................................................................... 18 Bijlage I | Wettelijk kader .....................................................................................................................................................................18 Bijlage II | Opbouw ecologische omgevingsscan ..............................................................................................................20

Pagina 3 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Dhr. M. Nanne en mevr. G. Bruni zijn voornemens renovatiewerkzaamheden uit te laten voeren aan een voormalig melkveebedrijf aan de Grote Sloot 8 te Burgerbrug. Het doel van de werkzaamheden is om het huidige terrein te transformeren om een paardenbak met stallen en een stuk weiland te realiseren. Een overzicht van het plangebied en voorgenomen werkzaamheden is te zien in figuur 1. Om dit doel te bereiken zullen de volgende werkzaamheden plaatsvinden: • • • • •

Verhogen dak ligboxenstal; Afbreken openfront stal; Uitbouwen ligboxenstal; Afbreken vergister; Opbreken betonpad.

Figuur 1 | Overzicht van de werkzaamheden.

In opdracht van dhr. M. Nanne en mevr. G. Bruni is een Omgevingsscan flora en fauna uitgevoerd door Smit Groenadvies. Hierbij zijn de werkzaamheden getoetst aan de Omgevingswet. Het doel van de omgevingsscan is om te bepalen of (zwaar) beschermde soorten in het plangebied te verwachten zijn op basis van huidige omstandigheden en eerdere waarnemingen. Ook wordt geëvalueerd of geplande werkzaamheden schade kunnen toebrengen aan (beschermde) plantenen diersoorten.

Pagina 4 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

1.1

Natuur onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet maakt natuur een deel uit van het bredere begrip fysieke leefomgeving. De wet is gericht op het in onderlinge samenhang: • bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en; • doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Deze doelen zijn leidend voor de uitvoering van de wet.

1.2

Bevoegd gezag

1.3

Plangebied en omgeving

Taken en bevoegdheden voor natuur liggen bij de Omgevingswet primair bij de provincies en soms bij het Rijk. De wet vereist dat provincies actieve maatregelen treffen voor de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland van nature in het wild levende vogelsoorten. Gemeenten kunnen niet afwijken van de landelijke en provinciale natuurregels, maar spelen wel een aanvullende rol voor natuur.

Het plangebied bestaat uit een oud melkveebedrijf met een woonhuis, twee stallen, een schuur en een oude vergister (Figuur 1, 2 & 3). Het terrein is voor een groot deel verhard met betonplaten. Aan het woonhuis en de schuur zullen geen werkzaamheden plaatsvinden. De voorste stal op het terrein is een ligboxenstal. Deze is aan de achterzijde verbonden met een oude openfront stal. Deze is bijna compleet vergaan. Het dak is weg en meerdere balken zijn omgevallen. De vergister op het terrein staat aan de achterzijde van de erfgrens. Hiervan is de bovenlaag gedemonteerd en staan enkel de buitenwanden nog. Figuur 2 | Overzicht van het plangebied.

Het plangebied is niet opgenomen in het monumentenregister behoort niet tot het beschermd dorpsgezicht. De omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische graslanden. De bebouwing in de omgeving in vergelijkbaar met het plangebied en bestaat veelal uit agrarische bedrijventerreinen. Aan de voorzijde van het plangebied loopt een grote sloot typerend genaamd “Grote Sloot”. 1.3.1 Toegankelijkheid Het plangebied is goed te overzien en toegankelijk vanaf de openbare weg. Wel is het plangebied privé terrein waardoor toestemming verreist is voor het betreden van het terrein.

Pagina 5 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Figuur 3 | Situering van het plangebied te Burgerbrug.

Situering van het plangebied Legenda Plangebied

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting van de aanbevelingen en conclusies behandeld. Op basis van welke (zwaar) beschermde soorten er mogelijk aanwezig zijn en de mogelijke effecten als gevolg van de werkzaamheden, volgt het advies. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethodiek beschreven. Er wordt ingegaan op het doel van het onderzoek en de gevolgde methode voor de bureaustudie en het veldonderzoek. In hoofdstuk 4 wordt de gebiedsbescherming behandeld. In hoofdstuk 5 wordt de soortenbescherming behandeld. Dit bestaat uit een verkennende bureaustudie en de resultaten uit een veldbezoek. Hier is gekeken naar de aanwezigheid van (zwaar) beschermde soorten en potentiële functies van het plangebied voor deze soorten. In hoofdstuk 6 worden conclusies getrokken over de effecten van de werkzaamheden op de gebiedsbescherming en de soortenbescherming.

Pagina 6 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

In dit hoofdstuk staan de hoofdlijnen van het rapport. Hier staat beschreven welke zwaar beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn, wat de effecten van de werkzaamheden op deze soorten zijn en het hieruit volgende advies (Tabel 1). Tabel 1 | Overzicht van de adviezen voortvloeiend uit de bevindingen tijdens deze omgevingsscan. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de gebiedsbescherming en de soortenbescherming.

Zwaar beschermde, niet vrijgestelde soorten

Potentieel aanwezig binnen (of nabij) het plangebied

Biotoop

Effect en advies

N2000-gebieden

Ja

Abtskolk & De Putten

Andere beschermde gebieden (NNN, bijzonder beschermd landschap en dergelijke). Soortenbescherming

Nee

n.v.t.

AERIUSberekening (is uitgevoerd) Geen vervolgstappen

Vleermuizen

verblijfplaats

Nee

n.v.t.

foerageergebied

Ja

vliegroute

Ja

Grote Sloot Grote Sloot Grote Sloot

Gebiedsbescherming

Vogels

Ja

Amfibieën, reptielen en vissen

Ja

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Grote Sloot n.v.t.

Insecten

Nee

n.v.t.

Flora

Nee

n.v.t.

2.1

al

Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen Geen vervolgstappen

Conclusie

Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op N2000-gebieden zijn niet uit te sluiten. De voorgenomen werkzaamheden zijn mogelijk in strijd met de Omgevingswet. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor gebruiksfuncties van zwaar beschermde soorten. De voorgenomen werkzaamheden zijn niet in strijd met de Omgevingswet. Er zijn geen vervolgstappen benodigd voor beschermde soorten.

Pagina 7 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

2.2

Advies

Er zijn geen vervolgstappen benodigd voor de voorgenomen werkzaamheden. Het plangebied beschikt niet over de juiste elementen voor soorten om zich te vestigen. De oude stal waar de meeste werkzaamheden verricht zullen worden is op alle plekken goed afgedicht met gaas waardoor het voor soorten niet mogelijk is geweest op zich in het verleden te vestigen. Hierdoor zijn er geen aanvullende stappen benodigd voor soorten. Wat betreft natuurgebieden, zijn de werkzaamheden dusdanig groot dat een AERIUS berekening is geadviseerd. Deze is echter al uitgevoerd, waardoor deze niet opnieuw uitgevoerd hoeft te worden. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is ongeveer 1500 meter, waardoor negatieve effecten op doelsoorten op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Echter is de verstoringsafstand van de doelsoorten 500 meter, waardoor de negatieve effecten volledig uitgesloten kunnen worden. Te allen tijde geldt de zorgplicht (Bijlage I). Wanneer gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden een in het wild levende soort wordt aangetroffen in het plangebied, dienen de werkzaamheden onderbroken te worden en een ecologisch deskundige te worden ingeschakeld. Vervolgens kan de ecologisch deskundige de situatie beoordelen en gepaste vervolgstappen adviseren.

Pagina 8 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Om eventuele strijdigheden met de Omgevingswet te kunnen aantonen is een verkennende scan uitgevoerd van het plangebied en de directe omgeving (<1km). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het doel van het onderzoek en de gevolgde methode voor de bureaustudie en het veldonderzoek. Gekeken wordt naar welke middelen gebruikt zijn om te komen tot een advies ten aanzien van de geplande werkzaamheden. In bijlage II wordt de opbouw van een ecologische omgevingsscan nader behandeld.

3.1

Bureaustudie

Tijdens de bureaustudie is gekeken naar de omgeving van het plangebied en alle reeds bekende waarnemingen van flora en fauna van de afgelopen vijf jaar (2019-2024). Doordat kleine marterachtigen vanwege hun verborgen leefwijze maar sporadisch worden waargenomen, worden waarnemingen van kleine marterachtigen van de afgelopen tien jaar (2014-2024) meegenomen. Voor het hoofdstuk gebiedsbescherming is gekeken naar natuurgebieden in de omgeving van het plangebied (<3 km). Van deze natuurgebieden is de afstand bepaald tot het plangebied om hiermee de effecten op de gebieden als gevolg van de werkzaamheden in te kunnen schatten. Voor de soortenbescherming zijn gegevens opgehaald van waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied (<1 km). Doordat kleine marterachtigen zich over een grote afstand kunnen verspreiden en alleen sporadisch worden waargenomen, worden van deze soortgroep waarnemingen binnen 10 km van het plangebied opgehaald. Deze gegevens zijn verkregen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), en waarneming.nl. Aan de hand van deze informatie kan tijdens het veldbezoek gerichter gekeken worden naar de potentie van het plangebied.

3.2

Veldbezoek

Aanvullend op de bureaustudie is een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens dit veldbezoek is de potentie van het plangebied voor (zwaar) beschermde soorten ingeschat. Om de potentie te bepalen is gekeken naar de verschillende gebruiksfuncties van de (zwaar) beschermde soorten. Per soort verschilt of de potentiële gebruiksfunctie essentieel is, dit wordt ingeschat tijdens het veldbezoek. Alle soorten die zijn waargenomen tijdens het veldbezoek, zijn genoteerd. Deze waarnemingen zijn niet volledig maar gebaseerd op een momentopnamen. De aanwezigheid van soorten wordt meegenomen bij de bepaling van de potentie. Waarnemingen zijn gedaan met behulp van een verrekijker en foto’s zijn gemaakt met behulp van een mobiele telefoon. In tabel 2 staan de weersomstandigheden van het veldbezoek. Tabel 2 | Weersomstandigheden van het veldbezoek.

Datum

Uitgevoerd door

Tijdstip

Weersomstandigheden

06-11-2024

G. R. Luiken

14:45 uur

14°C, bewolking 100%, droog, windrichting NW, windkracht 2 Bft

3.3

Effectenanalyse

De effecten van de voorgenomen werkzaamheden zijn getoetst op de potentieel aanwezige gebruiksfuncties van (zwaar) beschermde soorten. Bij deze toetsing wordt gekeken op de werkzaamheden een negatief of positief effect hebben op de gebruiksfuncties. De verstoring of vernietiging van de gebruiksfuncties vallen onder de negatieve effecten. Deze effectenanalyse vormt de basis voor de adviezen over eventuele vervolgstappen.

Pagina 9 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Tijdens de bureaustudie is gekeken naar de vraag of natuurgebieden in de omgeving van het plangebied voorkomen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de Natura 2000-gebieden en de overige beschermde gebieden. Hierbij wordt gekeken naar de afstand van deze gebieden tot het plangebied. Zo kan bepaald worden of de geplande werkzaamheden mogelijk invloed hebben op de natuurwaarden van de beide gebieden.

4.1

Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied

Het plangebied ligt op ongeveer 1,5 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden ’Abtskolk & De Putten’ en ’Schoorlse Duinen’, die onder de bescherming van de Omgevingswet vallen (Figuur 4). Vanwege deze afstand is een effect op de instandhoudingsdoelstellingen van doelsoorten en habitattypen, die in het kader van de Omgevingswet aangewezen zijn als gevolg van verstoring door geluid, licht en andere verstoringsfactoren, niet uit te sluiten. Gezien de omvang en doorlooptijd van de werkzaamheden is extra depositie te verwachten. Effect door het toedoen van stikstofdepositie dient daardoor berekend te worden met een AERIUSberekening. Echter heeft deze berekening al plaatsgevonden, waardoor deze niet opnieuw uitgevoerd hoeft te worden. Figuur 4 | Natura 2000-gebieden nabij het plangebied te Burgerbrug.

Natura2000 nabij het plangebied Legenda Plangebied Natura2000

Pagina 10 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

4.1.1 Abtskolk & De Putten Niet-broedvogels Het N2000-gebieden is aangewezen voor vier vogelsoorten die het N2000-gebied gebruiken voor andere functies dan broedplaats: • A041 – Kolgans: Foerageergebied; • A042 – Dwerggans: Slaap- en rustplaats en foerageergebied; • A043 – Grauwe gans: Foerageergebied; • A050 – Smient: Slaap- en rustplaats. De voorkeursbiotoop van deze soorten bestaat uit open grasland in het agrarisch gebied als foerageergebieden en rustige roofdiervrije slaapplaatsen op grotere wateren en terreinen met voldoende voedselaanbod. Gezien het plangebied uit bebouwing met beton pad bestaat kan de aanwezigheid van de doelsoorten worden uitgesloten. Wel is het mogelijk dat de soorten in de nabijgelegen weilanden foerageren. Het plangebied staat ook in verbinding met de N2000 gebieden via de watergangen nabij. In hoofdstuk 5 ‘Soortenbescherming’ wordt dieper in gegaan op de geschiktheid van het plangebied voor de kolgans, dwerggans, grauwe gans en smient. De effecten van de werkzaamheden op de vogelsoorten binnen het N2000-gebied worden in Hoofdstuk 6 ‘Effecten’ verder behandeld. 4.1.2 Schoorlse Duinen Habitattypen Het N2000-gebied is aangewezen voor vijftien habitattypen; • • • • • • • • • • • • • • •

H2110 - Embryonale duinen; H2120 - Witte duinen; H2130A - Grijze duinen; H2130B* - Grijze duinen; H2140A* - Duinheiden met kraaihei; H2140B* - Duinheiden met kraaihei; H2150* - Duinheiden met struikhei; H2160 – Duindoornstruwelen; H2170 – Kruipwilgstruwelen; H2180A – Duinbossen; H2180B – Duinbossen; H2180C – Duinbossen; H2190A - Vochtige duinvalleien; H2190C - Vochtige duinvalleien; H3260A - Beken en rivieren met waterplanten.

Gezien de afstand van het plangebied tot het N2000-gebied en de aard van de werkzaamheden is een negatief effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen niet uit te sluiten.

Pagina 11 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

4.2

Overige beschermde gebieden in de omgeving van het plangebied

Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden zijn aangewezen gebieden waarin de natuur voorrang heeft, ook grote wateren met natuurwaarden zijn meegenomen. De provincie werkt aan het behoud en de ontwikkeling van deze gebieden. Dit wordt gedaan in samenwerking met natuur beherende organisaties, boeren, gemeenten en waterschappen. Het doel is een betere verbinding tussen natuurgebieden en het omringende agrarisch gebied ter vervolmaking van de biodiversiteit. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op ongeveer 1500 meter afstand van het plangebied (Figuur 5). Bij de werkzaamheden binnen het plangebied gaat geen oppervlakte verloren van de NNN-gebieden en er vindt ook geen versnippering van de NNN-gebieden plaats. Vanwege de afstand en gezien de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op NNN-gebieden uit te sluiten. Figuur 5 | Overige beschermde gebieden nabij het plangebied te Burgerbrug.

Overige beschermde gebieden nabij het plangebied Legenda Plangebied NNN

Pagina 12 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

In dit hoofdstuk worden de resultaten die verkregen zijn uit het veldbezoek gecombineerd met gegevens uit de bureaustudie naar beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar sporen en indicaties die de aanwezigheid van gebruiksfuncties van beschermde soorten aantonen. Voorbeelden van deze sporen zijn poot/klauwafdrukken en ontlasting. Voorbeelden van indicaties zijn holtes in bomen, spleten en gaten in bebouwing en lijnvormige structuren. Per soort kunnen de gebruiksfuncties verschillend zijn, maar bestaan voornamelijk uit verblijfplaatsen, foerageergebieden en migratieroutes. Per soortgroep is de potentie en de mogelijk voorkomende soorten binnen het plangebied besproken.

5.1

Vleermuizen

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. De gewone dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en laatvlieger zijn gebouwbewonende soorten. De bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis. De ruige dwergvleermuis is een gebouw- en boombewonende soort. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen elementen waargenomen die als potentiële vaste verblijfplaats kunnen dienen voor gebouwbewonende vleermuizen. De stal beschikt niet over een spouwmuur of openingen bij de gevels waar vleermuizen naar binnen kunnen en zich kunnen vestigen. Hierdoor zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uit te sluiten van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen elementen waargenomen welke als potentieel foerageergebied kunnen dienen voor vleermuizen. Daarnaast zijn geen elementen waargenomen welke als vliegroutes kunnen dienen. Binnen het plangebied zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes uit te sluiten. Vlak buiten het plangebied aan de voorzijde is wel een grote watergang aanwezig welke zowel als essentiële vliegroute als essentieel foerageergebied kunnen dienen.

De vliegroute en foerageergebied zijn essentieel bevonden, omdat er geen alternatieven aanwezig zijn in de omgeving.

5.2

Vogels

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat een grote verscheidenheid aan vogels is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Waaronder een aantal soorten met jaarrond beschermde nesten welke gebruik kunnen maken van dit type bebouwing, namelijk de boerenzwaluw, gierzwaluw, huismus, huiszwaluw, kerkuil, spreeuw en steenuil. Tijdens het veldbezoek zijn geen potentiële verblijfplaatsen waargenomen voor vogels. De oude stal is uitgebreid onderzocht op openingen welke mogelijk toegang kunnen bieden voor vogels om zich binnen het plangebied te vestigen. Er zijn gedurende het veldbezoek geen openingen waargenomen waar vogels bij de stal naar binnen kunnen. Alle potentiële openingen zijn afgesloten met gaas (Figuur 6). Er zijn geen beschutte plekken voor vogels om te broeden. Hierdoor zijn beschermde vogelsoorten uit te sluiten binnen het plangebied. Het is mogelijk dat vogels gebruik maken van de groenelementen nabij het plangebied. De groenelementen vallen echter buiten de invloedsferen van de werkzaamheden.

Pagina 13 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Figuur 6 | Gaas bij de openingen van de stal.

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat de geelbuikschildpad, ringslang, zandhagedis, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, rugstreeppad, brasem, driedoornige stekelbaars, karper, Kaukasische dwerggrondel, pos, snoek, spiegelkaper, tiendoorndige stekelbaars en winde zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. De ringslang, zandhagedis, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad zijn zwaar beschermd onder de Omgevingswet. De ringslang, zandhagedis en rugstreeppad staan op de Rode lijst. De bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker zijn alleen vrijgesteld in de provincie Noord-Holland hierdoor hoeft voor deze soorten geen vergunning aangevraagd te worden en geldt voor deze soorten enkel de zorgplicht. Voor de waargenomen vissoorten geldt ook enkel de zorgplicht. Tijdens het veldbezoek is binnen het plangebied geen geschikt biotoop waargenomen voor zwaar beschermde amfibieën, vissen of reptielen. Het plangebied beschikt niet over zandgronden of watergangen voor amfibieën, vissen of reptielen om zich te vestigen. Hierdoor zijn zwaar beschermde amfibieën, vissen of reptielen uit te sluiten van het plangebied.

5.4

Grondgebonden zoogdieren

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat de bosmuis, bruine rat, bunzing, dwergmuis, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, muskusrat, veldmuis, vos, woelrat, boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. De bosmuis, bunzing, dwergmuis, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, veldmuis, vos, woelrat, boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel zijn zwaar beschermd onder de Omgevingswet. De bunzing, hermelijn, haas, konijn, wezel staan op de Rode lijst. De bosmuis, bunzing, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, veldmuis, vos en woelrat zijn alleen vrijgesteld in de provincie Noord-Holland hierdoor hoeft voor deze soorten geen vergunning aangevraagd te worden en geldt voor deze soorten enkel de zorgplicht. Voor de bruine rat, mol en muskusrat geldt ook enkel de zorgplicht. Tijdens het veldbezoek is binnen het plangebied geen geschikt biotoop waargenomen voor zwaar beschermde grondgebonden zoogdieren. Binnen het plangebied zijn geen elementen aanwezig welke geschikt zijn voor zwaar beschermde grondgebonden zoogdieren. Er zijn geen houtwallen aanwezig of geschikte openingen in de stal waar marterachtigen of andere grondgebonden gebruik van zouden kunnen maken. Hierdoor zijn zwaar beschermde grondgebonden zoogdieren uit te sluiten van het plangebied.

Pagina 14 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

5.5

Insecten

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat een grote verscheidenheid aan insecten is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Waarvan de meest voorkomende soorten per soortgroep: • • • • • •

Dagvlinders: Atalanta, distelvlinder, hooibeestje en bruin zandoogje; Nachtvlinders: Gamma-uil, hoornaarvlinder, kolibrievlinder en rood weeskind; Libellen: Paardenbijter, bruinrode heidelibel en grote keizerlibel; Krekels en sprinkhanen: Grote groene sabelsprinkhaan, kustsprinkhaan en Zuidelijk spitskopje; Wespen, bijen en mieren: Blaasgalwesp en honingbij; Kevers: Elzenhaantje en rode weekschildkever.

Er zijn geen zwaar beschermde soorten waargenomen. Het bruin blauwtje en gewoon glimlijfje zijn ook waargenomen en staan op de Rode lijst. Voor rode lijst soorten geldt enkel de zorgplicht. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen waardplanten voor zwaar beschermde dagvlinders en water met geschikte oeverbegroeiing voor zwaar beschermde libellen waargenomen. Hierdoor zijn zwaar beschermde insectensoorten uit te sluiten van het plangebied.

5.6

Flora

Uit de gegevens afkomstig van de NDFF blijkt dat een grote verscheidenheid aan vaatplanten is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Waaronder een aantal rode lijst soorten, namelijk bolderik, heemst, snavelruppia, kamgras, korenbloem, krabbenscheer. Voor rode lijst soorten geldt enkel de zorgplicht. Tijdens het veldbezoek is binnen het plangebied geen zwaar beschermde flora waargenomen. Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing en beton, waarbij geen kalkrijke specie aanwezig is voor soorten als de muurbloem. Hierdoor is zwaar beschermde flora uit te sluiten van het plangebied.

5.7

Conclusie

Tijdens het veldbezoek zijn geen potenties waargenomen voor beschermde soorten. Het plangebied beschikt niet over geschikte elementen, welke waardevol kunnen zijn voor beschermde flora of fauna.

Pagina 15 van 21

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Naar aanleiding van de bureaustudie en het veldbezoek kan een conclusie worden getrokken over de invloed en de effecten van de geplande werkzaamheden op de aanwezige flora en fauna en beschermde gebieden. Hierbij wordt gekeken naar mogelijke strijdigheden met de Omgevingswet. Voor de gebiedsbescherming worden de effecten van werkzaamheden op de instandhoudingsdoelstellingen getoetst. Voor elke te verwachten soortgroep binnen plangebied worden de effecten van de werkzaamheden bepaald. Aan de hand van de bepaalde effecten wordt een advies uitgebracht voor de te nemen vervolgstappen.

6.1

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt op minder dan 2 km afstand van een N2000-gebied. Wanneer plangebieden op minder dan 3 km afstand van een N2000-gebied liggen, kunnen de werkzaamheden een negatief effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. 6.1.1 N2000-gebieden Voor het bepalen van de externe effecten op de vogelsoorten wordt gebruik gemaakt van het rapport van K. L. Krijgsveld ‘Verstoring van vogels door recreatie’. In dit rapport wordt de verstoringsafstand van verschillende vogelsoorten weergeven. Wanneer het plangebied binnen deze verstoringsafstand ligt, heeft het plangebied mogelijk een negatief effect op de soort. De kolgans, dwerggans, grauwe gans en smient zijn aangewezen als doelsoorten voor het Natura-2000 gebied ‘Abtskolk & De Putten’. Deze soorten hebben een verstoringsafstand van maximale verstoringafstand van 500 meter. Aangezien het plangebied op 1500 meter afstand ligt kunnen negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten. Door de voorgenomen werkzaamheden wordt een mogelijk negatief effect verwacht op beschermde Natura-2000 gebieden door een (tijdelijke) toename van stikstofemissie. De werkzaamheden zijn van grote/ aard en hebben een langere doorlooptijd. Hiervoor dient een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden. Deze is echter al uitgevoerd, waardoor het niet benodigd is om nogmaals een AERIUSberekening uit te voeren.

6.2

Soortenbescherming

In Hoofstuk 5 zijn de potenties binnen het plangebied beschreven voor de verschillende soortgroepen. Voor de soortgroepen waarvoor potentiële gebruiksfuncties aanwezig zijn binnen het plangebied (of in de invloedsfeer van het plangebied) worden de effecten van de voorgenomen werkzaamheden in kaart gebracht. Binnen het plangebied zijn geen potenties waargenomen voor beschermde soorten. Hierdoor zijn negatieve effecten op soortgroepen uit te sluiten.

Pagina 16 van 21

Besluit activiteiten leefomgeving (2024). Geraadpleegd https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-01-01/#Hoofdstuk11 Habitus. (2024). Vrijgestelde soorten https://habitus.nl/vrijgesteldesoorten

per

provincie.

op

Geraadpleegd

07-11-2024, op

07-11-2024,

van van

Hunnink, S. (2024). Lijst beschermde soorten Omgevingswet. Borculo: NatuurInclusief. Krijgsveld, K.L., Klaassen, B. & van der Winden, J. (2022). Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport & deel 2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist NDFF (z.d.). Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 07-11-2024, van NDFFecogrid.nl/uitvoerportaal Waarneming.nl (z.d.). Waarneming.nl. Geraadpleegd op 07-11-2024, van www.waarneming.nl

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Bijlage I | Wettelijk kader

De Omgevingswet werkt volgens het 'nee, tenzij' principe ten aanzien van beschermde soorten (waaronder alle van nature in het wild levende soorten vallen): schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Specifieke zorgplicht De wet bevat een specifieke zorgplicht voor een ieder die een flora- en fauna-activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbelangen. Die zorgplicht vereist: • Kennis verzamelen (aanwezige soorten); • Effecten analyseren (vogels, nesten, eieren, gebiedsfuncties); • Uitsluiten nadelige gevolgen; • Preventieve maatregelen om deze gevolgen te voorkomen; • Stoppen van de activiteit of herstellen van de schade als die niet kan worden voorkomen. De specifieke zorgplicht en de verboden zijn bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar. Vergunningsplicht Sommige dieren en planten zijn internationaal strikt beschermd in de Europese Unie. Het gaat om beschermde dieren en planten die staan in de Habitatrichtlijn. Ze kunnen ook staan in het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn. Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern (artikel 11.46, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving.

Schadelijk handelen De bedoelde diersoorten zijn in het wilde levende soorten van: • de Vogelrichtlijn; • bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn; • bijlage II bij het Verdrag van Bern; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Schadelijke handelingen bij die dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied: • Opzettelijk doden of opzettelijk vangen; • Opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; • Opzettelijk verstoren: De mate van ‘verstoren’ hangt per soort af van de intensiteit, duur en frequentie van de verstoring. Verder is het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort van belang; • Hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Ook als zo’n handeling plaatsvindt tijdens onderzoek dan valt dat onder ‘schadelijke handeling’. De bedoelde plantensoorten zijn soorten in het wild van: • Bijlage IVb bij de Habitatrichtlijn • Bijlage I bij het Verdrag van Bern. Schadelijke handelingen bij die planten zijn het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van groeiplaatsen in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Onder 'opzettelijk' valt ook 'voorwaardelijke opzet'. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant.

Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Uitzonderingen op deze verboden (door het verlenen van een omgevingsvergunning of een vrijstelling) zijn onder strikte voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of wetenschappelijk onderzoek. De wet regelt ook de jacht, schadebestrijding, populatiebeheer, handel, exoten, en verboden en toegestane vangstmiddelen en -methoden. Als schade niet te voorkomen is, moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteiten en/of Natura2000-activiteit aanvragen.

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Bescherming van gebieden Natura 2000 In heel Europa is een netwerk van beschermde gebieden aangewezen, de Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Omgevingswet zwaar beschermd. Volgens de Omgevingswet is het verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking), bijvoorbeeld door stikstofdepositie. De wet bevat daarnaast een specifieke zorgplicht voor een ieder die weet of redelijkerwijs kan weten dat zijn activiteit verslechterende of significant verstorende gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Die zorgplicht vereist: • Kennis verzamelen (over betrokken Natura 2000-gebied); • Effecten analyseren; • Uitsluiten nadelige gevolgen; • Preventieve maatregelen om deze gevolgen te voorkomen; • Stoppen van de activiteit of herstellen van de schade als die niet kan worden voorkomen. • De vergunningplicht en specifieke zorgplicht zijn bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar.

Andere beschermde gebieden De wet bevat landelijke regels voor het natuurnetwerk Nederland (NNN) en het aanwijzen van bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Provincies zijn verantwoordelijk voor de aanwijzing en bescherming van deze gebieden. Het beschermingsregime voor het NNN is niet meer in detail op landelijk niveau geregeld, maar is vastgelegd in provinciale omgevingsverordeningen. Dat kan dus verschillen per provincie. Het Rijk kan daarnaast nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. Houtopstanden De Omgevingswet geeft regels over het vellen van houtopstand en herbeplanten om bossen te beschermen. Zo kan er een meldingsplicht of gedragscode gelden voor het vellen. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Het (deels) vellen ervan zorgt ervoor dat die verdwijnen of beschadigd raken. Herbeplanten zorgt voor nieuwe houtopstand. Er zijn uitzonderingen.

De rijksregels over vellen en herbeplanten gelden niet in een van de volgende gevallen (opgenomen in artikel 11.111, Bal): • Houtopstanden binnen stedelijk gebied; • Houtopstanden op erven of in tuinen; • Bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; • Houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; • Naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; • Kweekgoed; • Populieren of wilgen van wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen, of éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen; • Beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa; • Houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are; • Houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Invasieve soorten Onder de taak van de provincie valt het nemen van de volgende maatregelen tegen invasieve soorten in bijlage VC van het Bkl: • • •

het uitroeien van invasieve exoten die nog maar net in Nederland voorkomen; het treffen van beheersmaatregelen tegen soorten die al wijdverspreid zijn in Nederland; het nemen van herstelmaatregelen zoals: o versterken van de veerkracht van ecosystemen tegen invasieve exoten

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

o o

herstellen van veroorzaakte schade bevorderen van een betere staat van instandhouding van inheemse soorten en hun habitats.

Rode lijst soorten De rode lijsten hebben geen juridische status. Dat wil zeggen dat rode lijst soorten niet automatisch onder specifieke beschermingsregels vallen. Denk bij specifieke beschermingsregels bijvoorbeeld aan een vergunningplicht voor schadelijke handelingen. Zo is het bijvoorbeeld niet zo dat als er een soort bijkomt op de rode lijsten, er dan meteen een vergunningplicht geldt. Het neemt overigens niet weg dat rode lijsten van belang zijn voor: • iedereen bij het verrichten van activiteiten. Soms kan het verrichten van activiteiten namelijk nadelig zijn voor een rodelijstsoort. De activiteit is dan een flora- en fauna-activiteit waarvoor de specifieke zorgplicht geldt; • overheden bij beleidsontwikkeling en besluitvorming over de fysieke leefomgevinng; • natuurbeheerders bij de invulling van het beheer; • provincies. Zij zijn verantwoordelijk voor het nemen van de nodige maatregelen voor het behoud of het herstel van rodelijstsoorten (artikel 3.57, lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving).

Bijlage II | Opbouw ecologische omgevingsscan Een omgevingsscan bestaat uit verschillende onderdelen: •

•

•

Bronnenonderzoek: in verschillende databases (waaronder de NDFF) en verspreidingsatlassen wordt gekeken of er gegevens bekend zijn van de locatie en de directe omgeving. Zo wordt er gekeken naar waargenomen soorten, beschermde natuurgebieden en eventuele rapportages van ecologische onderzoeken die nabij zijn uitgevoerd. Veldbezoek: overdag wordt het plangebied, over het algemeen eenmalig, bezocht. o Tijdens dit onderzoek wordt er gekeken of er beschermde soorten voorkomen of kunnen komen. Veel dieren zijn ’s nachts actief (vleermuizen, steenmarter, das en dergelijke soorten) of zijn niet het gehele jaar aanwezig (gierzwaluw bijvoorbeeld) of zichtbaar. o Ook planten zijn niet het gehele jaar zichtbaar. Daarom wordt er ook een sporenonderzoek gedaan (braakballen, uitwerpselen, veren en dergelijke) en wordt er een potentie-inschatting gemaakt op basis van expert-judgement en de vigerende ecologische kennis van soorten om te bepalen of een soort kan voorkomen. Rapportage: De vergaarde gegevens worden grondig en duidelijk in een rapportage verwerkt. De rapportage is zo opgezet dat het een zo sluitend mogelijk verhaal is, waarin duidelijk wordt vermeld wat nu daadwerkelijk de vervolgstappen zijn.

Vaak is een omgevingsscan afdoende en zijn er geen vervolgstappen nodig. Soms is het echter nodig om een aanvullend onderzoek te laten uitvoeren. In de rapportage wordt vermeld wat de gevolgen kunnen zijn en of er eventueel al maatregelen te nemen zijn waardoor voortgang van het project niet of zo min mogelijk wordt vertraagd.

P241146

Omgevingsscan flora en fauna Grote Sloot 8 te Burgerbrug

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 751 275 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15987084/1