CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Motie Seniorenpartij Raadsenquête Old Skoel 18-05-2021 (2)

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Moties vreemd aan de orde van de dag1.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie vreemd aan de orde van de dag Agendapunt

: 23

Onderwerp

: Raadsenquête Old Skoel

Datum

: 18 mei 2021

De Raad van de gemeente Schagen in vergadering bijeen op 18 mei 2021: Constaterende dat: 1. De procedure m.b.t. de verkoop van de lagere school te Burgerbrug (later genaamd Old Skoel) naar het inzicht van de Senioren Partij niet is gevolgd. Deze constatering is basis van een aantal gesprekken met partijen die daar onderdeel van zijn geweest; 2. Het College niet volledig is geweest in haar beantwoording; 3. De adviezen van de Rekenkamer, vastgelegd in haar rapport van November 2019 en het College is aangeboden op 29 augustus 2019, niet zijn overgenomen terwijl het College de toezegging aan de Raad heeft gedaan deze aanbevelingen over te nemen; 4. Dat partijen, bevolking en direct betrokkenen behoefte voelen voor een uitgebreid onderzoek welke kracht heeft wanneer dit onder ede plaats vindt; 5. Dat er een tweedeling is ontstaan tussen burgers van Burgerbrug en het bestuur van Old Skoel.

In aanmerking nemende dat: 1.

Het College de Raad niet heeft geïnformeerd over de voorgenomen verkoop van de voormalige lagere school te Burgerbrug; Het College afstand heeft genomen van de aanbevelingen van de adviezen van de Rekenkamer zoals verwoord in haar rapport van November 2019; De Raad onvolledig is geïnformeerd.

2. 3.

Draagt de griffie op: • • • •

Voorbereidingen te treffen voor een onderzoek ex. Artikel 155a t/m 155f Gemeentewet met als onderwerp de procesgang rondom de verkoop van de voormalige lagere school te Burgerbrug in al haar facetten; De conceptverordening op het onderzoeksrecht voor te bereiden; In samenspraak met Presidium te komen tot een raadsvoorstel tot instelling van een onderzoekscommissie; Om in samenspraak met het Presidium en Seniorenpartij Schagen de overige voorbereidingen te treffen zoals budget, ambtelijke ondersteuning, training van de onderzoekscommissie e.d.

en gaat over tot de orde van de dag Fractie Seniorenpartij Schagen Dhr. P. Vriend Fractievoorzitter

Motie raadsenquête 11-05-2021

1

Toelichting Het College heeft aangegeven dat de procesgang niet de schoonheidsprijs heeft verdiend. Het College de Raad niet tevoren heeft geïnformeerd wetende dat het gaat om een locatie waarbij het maatschappelijk belang aan de orde is. Nadat de verkoop heeft plaats gevonden er druppelsgewijs informatie tot de Seniorenpartij Schagen is gekomen welke informatie telkens nieuwe feiten naar voren heeft gebracht, waar telkens weer vragen over zijn gesteld aan het College en dat de beantwoording op deze vragen summier zijn beantwoord en bepaalde informatie de Raad niet heeft bereikt. Voorts is afgeweken van toezeggingen aan het toenmalige bestuur van Old Skoel, zijnde de gebruiker van de voormalige lagere school, dat er na drie jaar een evaluatie zou plaats vinden, de wensen van de bewoners naast zich neer heeft gelegd en inwoners van Burgerbrug niet zijn betrokken bij deze transactie. De Seniorenpartij is van mening dat dit onderzoek de juiste feiten naar voren zal brengen vanwege haar juridisch kader. Elk andere vorm van onderzoek geeft de gehoorde de mogelijkheid niet alle feiten te benoemen. Gelet op de kleinschaligheid van deze casus kunnen wij als Gemeenteraad en College lering trekken uit de gevolgde procedure en deze daarop aan te passen. Seniorenpartij Schagen 3 mei 2021 P.F.J. Vriend A.S. Groot M.C.M. Mulder-Keij C.C. Wang Bijlage 1: Artikel 155a t/m 155f gemeentewet

Motie raadsenquête 11-05-2021

2

Bijlage 1 Artikel 155a 1. De raad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen. 2. Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek alsmede een toelichting. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek door de raad worden gewijzigd. 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een door de raad in te stellen onderzoekscommissie. De commissie heeft ten minste drie leden en bestaat uitsluitend uit leden van de raad. 4. De artikelen 22, 82, derde lid, en 86, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de onderzoekscommissie. 5. De onderzoekscommissie kan de bij deze wet verleende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen, indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn. 6. De bevoegdheden en werkzaamheden van een onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van de raad. 7. Op het besluit tot instelling van een onderzoek en tot instelling van een onderzoekscommissie, alsmede het besluit tot wijziging van de omschrijving van het onderwerp van een onderzoek zijn de artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 van overeenkomstige toepassing. 8. Alvorens de raad besluit tot een onderzoek, stelt hij bij verordening nadere regels met betrekking tot deze onderzoeken.

In elk geval worden daarin regels opgenomen over de wijze waarop ambtelijke bijstand wordt verleend aan de commissie. Artikel 155b 1. Leden en gewezen leden van de raad, de burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van de door de raad ingestelde rekenkamer, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, leden en gewezen leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn verplicht te voldoen aan een vordering van de onderzoekscommissie tot het verschaffen van inzage in, het nemen van afschrift van of het anderszins laten kennisnemen van alle bescheiden waarover zij beschikken en waarvan naar het redelijk oordeel van de onderzoekscommissie inzage, afschrift of kennisneming anderszins voor het doen van een onderzoek als bedoeld in artikel 155a nodig is. 2. Indien een vordering als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op bescheiden die afkomstig zijn van een instelling van de Europese Unie of van het Rijk en kennisneming van die bescheiden door de onderzoekscommissie het belang van de Europese Unie of de Staat kan schaden, wordt niet dan met toestemming van Onze Minister aan de vordering voldaan. 3.

Ambtenaren, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn gehouden om aan een onderzoek als bedoeld in artikel 155a alle door de onderzoekscommissie gevorderde medewerking te verlenen. Artikel 155c 1. Personen als bedoeld in artikel 155b, eerste lid, zijn verplicht te voldoen aan een oproep van de onderzoekscommissie om als getuige of deskundige te worden gehoord. 2. Een getuige of deskundige die door de onderzoekscommissie wordt gehoord, is niet tevens lid van de onderzoekscommissie. 3. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen. 4. De deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste weten als zodanig te verlenen. 5. De onderzoekscommissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Zij leggen dan in de vergadering van de onderzoekscommissie, in handen van de voorzitter, de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.

Motie raadsenquête 11-05-2021

3

6. De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de onderzoekscommissie gehoord. Plaats en tijd van de openbare zitting worden door de voorzitter tijdig ter openbare kennis gebracht. 7. De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en plaatsvervangende leden van de commissie bewaren geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt. 8. Een getuige is gerechtigd zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Om gewichtige redenen kan de commissie besluiten, dat een getuige zonder bijstand wordt gehoord. 9. Verklaringen die zijn afgelegd voor de onderzoekscommissie kunnen, behalve in het geval van artikel 207, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet als bewijs in rechte gelden. Artikel 155d 1. Getuigen en deskundigen worden schriftelijk opgeroepen. De brief, houdende de oproep, wordt aangetekend verzonden of tegen gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. 2. De onderzoekscommissie kan bevelen dat getuigen en deskundigen die, hoewel opgeroepen in overeenstemming met het eerste lid, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor hen worden gebracht om aan hun verplichting te voldoen. De onderzoekscommissie stelt de getuige of deskundige hiervan schriftelijk in kennis op de wijze, bedoeld in het eerste lid.

In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging kan voorkomen door alsnog aan zijn verplichting te voldoen. Artikel 155e 1. Niemand kan genoodzaakt worden aan de onderzoekscommissie geheimen te openbaren, voor zover daardoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het belang van de uitoefening van zijn beroep, dan wel aan het belang van zijn onderneming of de onderneming waarbij hij werkzaam is of is geweest. 2. Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen getuigenis af te leggen, doch uitsluitend met betrekking tot hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Zij kunnen inzage, afschrift of kennisneming anderszins weigeren van bescheiden of gedeelten daarvan tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt. 3. De burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, door of vanwege het college aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn niet verplicht aan artikel 155b, eerste en derde lid, en artikel 155c, derde lid, te voldoen, indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang. 4.

De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het derde lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester. Artikel 155f Het college neemt de door de raad geraamde kosten voor een onderzoek in een bepaald jaar op in de ontwerpbegroting.

Motie raadsenquête 11-05-2021

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10130231/2