Motie D66 Afwijken van bestemmingsplan
Tekst van het document
Schagen
Motie vreemd Agendapunt
: 15 moties vreemd aan de orde van de dag
Onderwerp
: afwijken van vigerende bestemmingsplannen
De raad van de gemeente Schagen in vergadering bijeen op 24 mei 2022
Overwegende/constaterende dat: 1. ondanks redelijk recente bestemmingsplannen met ruime bouwmogelijkheden er bouwplannen/principeverzoeken worden voorgelegd die niet passen binnen de vigerende bestemmingsplannen; 2. er dossiers voorbijkomen waarbij tussen de datum van het voorleggen van een bouwplan/principeverzoek en een besluit c.q. een raadsvoorstel een tijdspanne ligt die procesmatig niet geheel te verklaren is en bovendien onwenselijk; 3. daardoor het tijdsverloop een reden dreigt te worden om mee te werken terwijl dat op planologische gronden geen argument is of kan zijn en bij het geval dat dat een reden wordt voor een besluit er in hoge mate een precedentwerking vanuit gaat; 4. die bouwplannen/principeverzoeken niet allemaal gelijkwaardig zijn omdat er is: a. een verschil in belang, van een strikt particulier financieel belang tot een belang van algemeen nut, een maatschappelijk belang; b. een verschil in de mate van urgentie (noodzaak); 5. het duidelijk is (geworden) dat het organisatorisch knelt door een onbalans tussen werkvoorraad en daarvoor in te zetten menskracht; 6. er sprake is van een instabiele personele bezetting door verloop om welke redenen dan ook en om op sterkte (?) te blijven regelmatig in persoon, tijd en aantal wisselende externen worden ingeschakeld; 7.
er daardoor wellicht sprake is/kan zijn van een slechte dossieroverdracht en een steeds wisselende kijk op het dossier; 8. deze situatie voor de organisatie en voor de uitvoering van beleid ongewenst is en kostbaar; 9. naast het belang van initiatiefnemer(s) het ook hoort te gaan om het belang van de organisatie op het punt van: a. de werkomvang en het feitelijk daarvoor noodzakelijke maar onder bemenste personeelsbestand (aantal fte’s) b. de werkdruk met gevolgen als verloop, hoog ziekteverzuim en langdurig ziekteverzuim (burn out); c. de noodzaak van inhuur van externen met een 1,5 tot 2 maal hogere kosten (soms zelfs meer) dan de loonkosten van een vaste werknemer 1; In aanmerking nemende dat: d. de raad ook een zekere verantwoordelijkheid heeft als het gaat om het wel en wee van het personeel en de inhuur van externen, direct en indirect via het budgetrecht (loonsom en budget inhuur externen), alsmede de effectiviteit van de inzet van de middelen; e. naar het inzicht van de raad het noodzakelijk is om meer greep te krijgen op de dossiers op het gebied van de ruimtelijke ordening als bedoeld onder punt 1; 1 Een groot verschil in beloning van externen en vaste medewerkers is niet goed voor de motivatie van de laatste
groep, zeker ook nog als die externen de “leuke” klussen krijgt toegeschoven.
1
f.
om die reden een weging van met vigerende bestemmingsplannen strijdige dossiers nodig is op i. het maatschappelijk nut/belang ii. de urgentie, de dringende noodzaak 2 g. als de conclusie van die weging is dat i. er geen dan wel een te gering maatschappelijk nut/belang is; ii. de ontwikkeling in relatie tot het maatschappelijk belang geen urgentie heeft; die ontwikkeling wordt afgewezen c.q. niet verder in behandeling wordt genomen h. belanghebbende(n) bij een toekomstige herziening van de ruimtelijke gebiedskaders op meer perceelniveau hun plan opnieuw kan worden ingebracht Financiële gevolgen Deze maatregel heeft geen of mogelijk zelfs een positief effect omdat minder externen kan worden volstaan en de focus kan worden gelegd op dossiers met een groot maatschappelijk effect.
Verzoekt het college/roept/draagt het college op i. verzoeken/principeverzoeken die niet overduidelijk in strijd zijn met staand beleid en alleen daarom al moeten worden afgewezen a. te toetsen op maatschappelijk nut/belang en urgentie; b. af te wijzen c.q. te weigeren als sprake is van onvoldoende maatschappelijk nut/belang en/of urgentie.
En gaat over tot de orde van de dag
Fractie D66 Schagen Mr. F.N.J. Jansen, fractievoorzitter
Toelichting Doen we het goed? Doen we het goede? Twee belangrijke vragen waar zowel het college als de raad regelmatig stil bij zou moeten staan. Met name de laatste “doen we het goede?” is van belang als het gaat om de maximale inzet van de beschikbare middelen (ambtelijke organisatie en budgetten) voor het “algemeen belang”, bij deze motie toegespitst op de “volkshuisvesting” en de ruimtelijke ordening. Over “hoe het gedaan wordt” kan verschillend worden gedacht maar daar gaat het hier niet om. Daar is de directie van de organisatie voor verantwoordelijk en die heeft dat zo heeft D66 gemerkt bij de inleidende avonden voor de nieuwe gemeenteraad wel een focus. We zien te veel bouwdossiers langskomen zonder met louter een particulier financieel belang. De bouw van een of zelfs meer vrijesectorwoningen een categorie woningen3 waarin ook nog eens voldoende aanbod is. Voorbeelden zijn de dossiers met bestemmingsplannen voor één woning waarvan ook nog een aantal feitelijk in het Buitengebied. Dat terwijl de vraag juist in aan de onderkant van de woningmarkt het grootst is en dan met name in de categorie sociale huur, gevolgd door de categorie middelhuur (tot € 1000,--). Sociale huur is alleen mogelijk bij een projectmatige ontwikkeling door verevening met vrijesectorwoningen en bouwkavels.
Het moet niet zo zijn dat die alleen gerealiseerd worden met subsidie van de belastingbetaler. In veel gevallen is daar sprake van. Het bouwen voor de onderkant van de woningmarkt moet de hoogste prioriteit krijgen is de algemene opinie. Daar zou de organisatie op moet worden ingezet. Vrijesectorbouw hoort wat D66 betreft samen te gaan met bouw in de sociale sector (het maatschappelijk belang/nut), op de locatie zelf of via een 2 Analoog aan de zogenaamde “Eisenhower matrix” 3 Ook de ontwikkeling van “Buitenvaert” kan daartoe gerekend worden. Alle woningen, dus ook de kleine, zijn
puur commercieel met een hedendaagse m²-prijs van rond de € 4.000,--.
2
“sociaal fonds” op een andere locatie. Bespreekbaar is van welk aantal vrijesectorwoningen dat zou moeten. De bouw van één enkele vs-woning of zelfs een paar daarvan dient geen of nauwelijks een maatschappelijk belang en de urgentie daarvan is vrijwel nooit aantoonbaar. Als die ontwikkeling ruimtelijk acceptabel is op grond van gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid en overigens geen andere planologische belemmeringen heeft dan kan die ontwikkeling wachten totdat het kan worden meegewogen in een grotere ruimtelijke ontwikkeling. Er is geen enkele aanleiding daar nu de “beperkte” ambtelijke capaciteit en middelen op in te zetten. Een standpunt van de raad geeft helderheid over hoe de gemeente staat tegenover ruimtelijke ontwikkelingen. Er is wat ons betreft geen behoefte aan dit soort verzoeken zonder enig maatschappelijk belang, De raad heeft daarentegen een zeer grote verantwoordelijkheid voor het algemeen belang en niet voor individuele belangen die feitelijk overwegend ten voordele is van een banksaldo.
3