Kanaalkade 74 Aanvullend natuuronderzoek
Tekst van het document
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
G&G-rapport 2020-47
Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
F.N.M. van der Knaap
2020
Opdrachtgever Oostwouder B.V.
G&G-rapport 2020-47
Datum Versie
12 juni 2020 V1
Gecontroleerd door: T.N. Braaksma
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1
Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 4
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 4
1.3
Ligging van het plangebied ...................................................................................... 4
1.4
Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 5
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
2
Methode
7
3
Resultaten Kleine marterachtigen
9
3.1
Wezel en Hermelijn ................................................................................................. 9
4
Effectbeoordeling en maatregelen
11
5
Conclusies
12
6
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
13
7
Bijlagen
14
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
1
Inleiding 1.1
Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen om een locatie aan de Kanaaldijk 74 te ’t Zand (gemeente Hollands Kroon, provincie Noord-Holland) her in te richten. Het is mogelijk dat kleine marters verblijven in het her in te richten gebied. De aanwezigheid van deze potentie werd aangegeven in een eerder uitgevoerde quickscan (zie VAN DER KNAAP, 2020). Om dit nader te onderzoeken heeft Oostwouder B.V. opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode mei-juni 2020. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van Wezel en Hermelijn (kleine marters) binnen het plangebied.
1.3 Ligging van Kanaalkade 74.
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied ligt aan de rand van een industrieterrein en een open agrarisch graslandgebied. Ten westen van het industrieterrein ligt het
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Noordhollands Kanaal. In het oosten liggen de eendenkooien ’t Zand en de Hoop.
1.4
Geplande werkzaamheden Het plan is om de percelen die in bijgevoegde tekening geel ingekleurd zijn, bij het bestaande bedrijventerrein te betrekken. De percelen hebben nu de bestemming ‘groen’ waardoor een bestemmingswijziging nodig is. De twee zuidelijke percelen zijn in eigendom van de gemeente. Het noordelijke deel ten oosten van Kanaalkade 76-77 is in eigendom van de eigenaar van Kanaalkade 7677. De gemeente is bereid mee te werken aan verkoop en bestemmingplanwijziging onder de voorwaarde dat natuurwaarden niet geschaad worden en omdat de groen ingekleurde gronden worden verbonden aan de groenstructuur langs de dijk. De plannen maken een omvorming van het gebied mogelijk. Bij de omvorming zullen ecologisch gevoelige werkzaamheden optreden die zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het
Toevoegen aan de groenstructuur, en het graven van vervangend water.
Te dempen sloot/greppel
‘Groensnipper’ toe te voegen aan industrieterrein door het te verharden.
Er zijn plannen een gebied (geel op de kaart) toe te voegen aan het bedrijventerrein en een ander deel (groen op de kaart) toe te voegen aan de groenstructuur. In blauw de te dempen sloot.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
vergraven van de bodem en het dempen van een sloot. In het groene deel op de kaart zal vervangend water gegraven worden. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Ten slotte bevat hoofdstuk 5 de conclusies en eventuele aanbevelingen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 6 ten slotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
2
Methode Kleine marterachtigen Het onderzoek is uitgevoerd conform het DOCUMENT WEZEL, HERMELIJN EN BUNZING BESCHERMD IN NOORD-HOLLAND. Dit document van de provincie Noord-Holland is een handreiking voor het uitvoeren van onderzoek naar kleine marterachtigen zoals Wezel en Hermelijn. Er zijn drie bezoeken afgelegd aan het gebied. Een eerste bezoek wordt gebruikt voor het uitzetten van de materialen. Hierbij wordt uiteraard gelet op locaties met de hoogste trefkans. Deze wordt bepaald op grond van de aanwezige biotopen, dekking, eventueel mogelijke trekroutes, foerageergebieden etc. Een tussenbezoek is nodig voor controle van het materiaal. Hierbij kunnen de sporenbuizen, indien nodig, voorzien worden van nieuw sporenpapier, de camera’s kunnen voorzien worden van nieuwe batterijen en de geheugenkaartjes kunnen worden gewisseld. Eventueel kan er bij dit bezoek ingegrepen worden als de sensor te vaak loos geactiveerd wordt door zonlicht en schaduwen van wuivende boomtakken. Bij de derde ronde wordt het materiaal opgehaald waarna het beeldmateriaal en de prentenplaten tijdens een bureaustudie worden geanalyseerd.
Een Mostela (marterkast) met opgetilde deksel voor een kijkje aan de binnenzijde (’t Zand).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Het materiaal in ‘t Zand is uitgezet op 1 mei 2020 (bezoek 1), hierna is er een tussencontrole geweest op 19 mei 2020 (bezoek 2). Uiteindelijk zijn de materialen opgehaald op 2 juni 2020 (bezoek 3). Het materiaal heeft derhalve ruim vier weken uitgestaan in het veld. Er is één cameraval opgehangen en één mostela’s geplaatst. De camera is voorzien van een sensor die reageert op de combinatie van warmte en beweging. Als er een warmbloedig dier (bijvoorbeeld een zoogdier of vogel) voor de camera beweegt, begint deze met opnemen. Overdag zijn de beelden in kleur, en ’s-nachts of bij te weinig licht schakelt de camera automatisch over naar een infrarood beeld. De camera maakt hierbij geen geluid en er zijn geen lampjes te zien waardoor een dier kan schrikken. De dieren blijven dus doorgaan met hun activiteit en wanen zich vaak onbespied. Als lokvoer zijn sardines gebruikt. De mostela is een kist waarin een cameraval is ingesloten. Naast de camera’s zijn er tevens tien sporenbuizen uitgelegd. De sporenbuis is een pvc-buis van 8 of 10 cm in diameter. Deze zijn vooral bedoeld om Wezels en Hermelijnen vast te stellen. In de sporenbuis ligt een plankje met in het midden een stempelkussen met inkt. Aan weerszijden van het stempelkussen liggen witte vellen sporenpapier. De Wezel en Hermelijn zijn van nature nieuwsgierig en lopen graag in de dekking.
Ook zijn ze continu op zoek naar muizen. Bij deze zoektocht lopen ze graag door de sporenbuizen. Een kaart met de locaties van de camera’s en sporenbuizen is opgenomen in Bijlage 1.
Sporenbuis ten behoeve van onderzoek naar kleine marterachtigen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
3
Resultaten Kleine marterachtigen 3.1
Wezel en Hermelijn In het plangebied of de omgeving daarvan, werden in het geheel geen waarnemingen gedaan van aanwezige kleine marters. Onderstaande tabel toont de verschillende waargenomen diersoorten. Het aantal foto’s dat is geschoten geeft een indicatie van de hoeveelheid dieren of de hoeveelheid activiteit van deze dieren in het plangebied.
Tabel met vastgelegde soorten tijdens het onderzoek.
Zoogdieren: Bosmuis/muis spec. Vos Vogels: Merel Winterkoning Tjiftjaf Heggenmus Overig: Huiskat
sporenbuizen
camera
mostela
ja n.v.t.
veel 8 foto’s
nee n.v.t.
nee nee nee nee
524 foto’s 75 foto’s 6 foto’s 3 foto’s
nee nee nee nee
n.v.t.
63 foto’s
n.v.t.
Vos vastgelegd op een cameraval in ’t Zand, Kanaalkade 74.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
De resultaten uit de tien sporenbuizen laten alleen prenten zien van muizen. Er zijn geen prenten van kleine marterachtigen aangetroffen. Omdat de Wezel en Hermelijn ontbreken in het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart gemaakt.
Tabel met resultaten per sporenbuis.
resultaat muis muis muis muis niets niets muis muis niets muis
sporenbuis 1 sporenbuis 2 sporenbuis 3 sporenbuis 4 sporenbuis 5 sporenbuis 6 sporenbuis 7 sporenbuis 8 sporenbuis 9 sporenbuis 10
Huiskat vastgelegd met camera.
Vastgelegde Bosmuis.
Van der Goes en Groot
Vastgelegde Merel.
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
4
Effectbeoordeling en maatregelen Er zijn geen verblijvende of aanwezige kleine marterachtigen waargenomen in of bij het plangebied. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn door de plannen voor kleine marterachtigen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
5
Conclusies Tijdens de inventarisatie zijn geen kleine marters (Wezel en Hermelijn) aangetroffen. Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van kleine marters of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb. Voor mogelijk incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
6
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. Utrecht. KNAAP, F.N.M. VAN DER, 2020. Kanaalkade 74 te ’t Zand, Toetsing in het kader van de natuurwetgeving. Van der Goes en Groot, Kwintsheul. BOUWENS, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging, Nijmegen). WESTRA EN R.S.M. KUITERS, S.A. 2018. Beheerwijzer, Landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. Zoogdiervereniging, Nijmegen. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. VELDGIDS EUROPESE zoogdieren. KNNV UITGEVERIJ, UTRECHT. WEZEL, HERMELIJN EN BUNZING BESCHERMD IN NOORD-HOLLAND, Handreiking Provincie Noord-Holland. WISMEIJER, H., 2002. Zoogdieren van Europa. ANWB bv/ TIRION Uitgevers bv, Baarn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
7
Bijlagen
Bijlage 1 Locaties onderzoeksmaterialen
2 1
4 3 camera
mostela 9
10 0
8 7 6 5
Legenda Sporenbuis Mostela of cameraval
Bijlage 1 Bijlage 2
Locaties onderzoeksmaterialen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Bijlage 2 Bijlage 2.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 2.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 2.2 Soortbescherming Bijlage 2.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 1.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
+ + + +
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Bijlage 2.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 2.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 2.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 2.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.
ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 2.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4
De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.
Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’. Bijlage 2.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.
Bijlage 2.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 2.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.
Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Het bevoegd gezag geeft een vergunning af als de verslechtering of verstoring in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen aanvaardbaar is. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000- gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.
Bijlage 2.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 2.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Ingrepen in gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) worden in principe niet toegestaan, tenzij bijvoorbeeld uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft op het netwerk of de ingreep een groot maatschappelijk belang dient. Getoetst wordt of een ingreep van invloed is op ‘wezenlijke kenmerken en waarden’, het NNN kent geen toetsing op ‘externe werking’. Als een ingreep wordt toegestaan, moeten eventuele nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen en de resterende schade moet worden gecompenseerd. Uitgangspunt bij het toestaan van ingrepen is dat netto sprake moet zijn van een versterking van het netwerk. Bijlage 2.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.
Bijlage 2.5 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
Zie Bijlage 2.2.1 ghhghj Geen ontheffing nodig ghhghj Zie Bijlage 2.2.2
Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing
ghhghj Geen ontheffing nodig ghhghj Zie Bijlage 2.2.3 ghhghj
Zie Bijlage 2.2.3 ghhghj Geen ontheffing mogelijk ghhghj
Ontheffing onder voorwaarden mogelijk ghhghj
kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 4 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 2.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Inventarisatie Kanaalkade 74 te 't Zand
ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft als onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd.
Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes of het stilleggen van werkzaamheden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2020-47
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl