Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Toelichting (nieuwe versie)
Tekst van het document
4.5
Geluidhinder
In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de ‘geluidbelasting’ op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. Industrielawaai en spoorweglawaai zijn niet aan de orde in en nabij het plangebied. Onderstaand is daarom enkel op wegverkeerslawaai ingegaan. Onderzoek Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich binnen de geluidszone van de Beethovenlaan en A. Mauvestraat. De gymzaal is geen geluidsgevoelig object en is niet betrokken in het onderzoek. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Het akoestische onderzoek is in maart 2022 uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat een deel van de woningen niet kan voldoen aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde zoals deze in de Wet geluidhinder is opgenomen (48 dB). Ten gevolge van wegverkeer op de A.
Mauvestraat wordt bij de nieuw te realiseren appartementen bij blok 1 op twee immissiepunten (6 appartementen) niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het betreft hier de appartementen welke het dichtst nabij de A. Mauvestraat zijn gelegen, in het westelijke deel van blok 1. De geluidbelasting op de appartementen bedraagt ten hoogste 52 dB. Hiermee kan wel worden voldaan aan de maximale ontheffingsgrenswaarde van 63 dB voor stedelijk gebied. Vanwege het verkeer op de Beethovenlaan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij blok 1 op zes immissiepunten (18 appartementen) overschreden. Bij blok 2 wordt op drie immissiepunten (9 appartementen) de voorkeursgrenswaarde overschreden. De
30
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
geluidbelasting op de appartementen bedraagt ten hoogste 55 dB. Hiermee kan wel worden voldaan aan de maximale ontheffingsgrenswaarde van 63 dB voor stedelijk gebied. De intensiteiten van het wegverkeer op de Jozef Israëlsstraat zijn dermate laag dat de geluidbelasting op de nieuwe appartementen ver onder de voorkeursgrenswaarde blijft. Op basis hiervan kan gesteld worden dat ten gevolge van het wegverkeer op de Jozef Israëlsstraat sprake is van een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de beleidsnotitie die de gemeente Schagen hanteert voor de verlening van een mogelijke hogere waarde worden aanvullende eisen gesteld. Een afweging van de gemeentelijke eisen levert op dat om diverse redenen hier de invulling van nieuwbouw op deze plek zeer gewenst is. De indeling van de locatie maakt dat een alzijdig ontwerp van de gebouwen noodzakelijk is. Daarmee is ook het toepassen van geluidluwe gevels niet overal mogelijk. Hierbij gaat het voor de betreffende gevels over een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 1 dB. Vanwege het noodzakelijk alzijdig ontwerp is een andere indeling van de woningen ook niet mogelijk. Een balkonscherm is vanwege het rondvormig ontwerp van de balkons technisch niet mogelijk binnen redelijke kosten. Overigens geldt voor de betreffende hogere waarden ook een beperkte overschrijding van het gemeentelijk beleid van 2 dB.
De eventuele bouwtechnische maatregelen ten behoeve van het reduceren van de geringe verhoging van de voorkeursgrenswaarde wegen niet op tegen de hiermee gemoeide kosten, het veranderende uiterlijk van het ontwerp en de praktische toepassingsmogelijkheden van de maatregelen. Resumerend kan worden gesteld dat de hogere berekende waarden in deze situatie vanwege de noodzaak van de realisatie van nieuwbouwwoningen op deze locatie voor dit plan acceptabel worden geacht. Conclusie Ten aanzien van het aspect geluidhinder is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.6
Water
Op grond van artikel 3.1.6 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: ‘het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten’. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Onderzoek Op 23 maart 2022 is de digitale watertoets doorlopen. Uit de watertoets volgt dat de korte procedure doorlopen kan worden. Het plan heeft een beperkte invloed op het watersysteem en/of afvalwaterketen dat ondervangen kan worden met standaardmaatregelen. Vanwege de geringe toename aan verharding zijn geen compenserende maatregelen noodzakelijk. In het planvoornemen zijn wel compenserende maatregelen betrokken. Het betreft de aanleg van een waterpartij van circa 500 m 2 in het zuidoosten van het plangebied. Het HHNK is in het kader van het wettelijk vooroverleg betrokken bij de plannen en heeft
31
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
alsnog een aanvullend advies uitgebracht. Dit advies ziet op de te garanderen waterkwaliteit van de nieuwe waterpartij, voorwaarden voor het uit te voeren onderhoud van het stedelijk water en tenslotte de vergunningplicht voor het aanleggen van de waterpartij. Het ingekomen advies heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemminsplan maar is betrokken in de verdere vormgeving van het ontwerp en openbare ruimte. Het advies is opgenomen als Bijlage 9. Conclusie Uit het oogpunt van het aspect water gelden geen belemmeringen uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan.
4.7
voor
de
Hinder van bedrijven
Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en hinder-gevoelige objecten, zoals woningen, om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Milieuzonering richt zich uitsluitend op de zonering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen). Onderzoek Met het planvoornemen worden woningen en een gymzaal mogelijk gemaakt. Woningen zijn te beschouwen als hindergevoelige functies.
Nader beschouwd dient te worden of deze nieuwe hindergevoelige functies een beperking vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen bedrijvigheid of dat deze bedrijvigheid leidt tot eventuele hinder in het plangebied. De gymzaal kan beschouwd worden als hinderveroorzakende functie. Nader beschouwd dient te worden of deze hinderveroorzakende functie geen belemmering vormt voor nabijgelegen hindergevoelige functies. WINKELEN Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het winkelcentrum 'Makado' van Schagen. Iets ten noorden van dit winkelcentrum bevindt zich een losstaand pand waarin de Action en Wibra zijn gevestigd. Binnen het bestemmingsplan 'Centrum en omgeving' dat op die gebieden van toepassing is, zijn de gronden bestemd als 'Dienstverlening' en valt in de tabel onder 'Detailhandel'. Dergelijke activiteiten zijn conform de brochure van de VNG te beschouwen als categorie 1 bedrijvigheid (SBI 2008-47) waarvoor een grootste richtafstand van 10 meter geldt. Het winkelgebied ligt op circa 23 meter van het plangebied af. Aan de te hanteren richtafstand van 10 meter wordt ruimschoots voldaan. Verwacht mag worden dat de aanwezige detailhandel niet leidt tot enige hinder in het plangebied. Daarnaast wordt de detailhandel niet in haar ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.
32
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
GYMZAAL Een gymzaal sluit het beste aan op de categorie 'sportscholen en gymnastiekzalen' (SBI 2008-931) zoals deze in de VNG brochure is opgenomen. Voor dergelijke gebouwen geldt een grootste richtafstand van 30 meter ten aanzien van geluid. De afstand van de gymzaal tot de dichtstbijzijnde bestaande woning (Jozef Israëlsstraat) bedraagt circa 35 meter. Aan de te hanteren richtafstand kan worden voldaan. De nieuwe woningen in het plangebied bevinden zich op kortere afstand tot de gymzaal. Deze afstand bedraagt circa 15 meter. Het plangebied en omgeving ligt in een grensgebied dat deels beschouwd kan worden als gemengd gebied, maar deels ook als rustige woonwijk. Naast wonen bevinden zich ten zuiden van het plangebied hier diverse maatschappelijke functies (scholen) en winkels. Ten noorden van het plangebied bevinden zich overwegend woningen. Vanwege dit gemengde gebied zijn wonen en 'bedrijvigheid' op een kortere afstand dan de richtafstanden van de VNG-brochure toe te staan. De te hanteren richtafstanden kunnen in dergelijke gebieden met één afstandstap verkleind worden. Voor een gymzaal kan in een dergelijk gebied een afstand van 10 meter worden gehanteerd. Omdat het gebied niet volledig te beschouwen is als gemengd gebied is een goede motivatie van belang.
De beoogde gymzaal sluit het beste aan bij de categorie 'sportscholen en gymnastiekzalen' zoals deze in de VNG-brochure is opgenomen. Die categorie gaat uit van een grootste richtafstand vanwege geluid. Deze wordt daarnaast als continu aangemerkt. Dit komt overeen met een sportschool waar gedurende de hele dag gesport kan worden en groepslessen (met versterkte muziek) kunnen worden gevolgd. Dergelijke sportscholen hebben daarnaast een verkeersaantrekkende werking. De beoogde gymzaal zal gebruikt worden als gymnastieklokaal voor nabijgelegen scholen (overdag) en incidenteel voor hobbysportclubs in de avond. Geluidhinder vanwege die functies is dan ook niet te verwachten. Een korte afstand van de woningen tot de gymzaal leidt dan ook niet tot en onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gemotiveerd kan dan ook een kleinere afstand dan de te hanteren 30 meter worden aangehouden. Voor het overige is geen bedrijvigheid in de nabijheid aanwezig. Conclusie Wat betreft het aspect hinder van bedrijven is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.8
Verkeer en parkeren
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers. Daarnaast heeft de gemeente Schagen haar eigen parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen Schagen 2016'. De parkeernormennota van de gemeente Schagen gaat uit van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers (afgerond naar boven). In het navolgende wordt gerekend met de volgende uitgangspunten: ligging in een weinig stedelijk gebied, rest bebouwde kom; 11 appartementen goedkope koop;
33
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
31 appartementen middeldure koop; 8 appartementen dure koop; gymzaal +/- 500 m 2 Verkeer De realisatie van de woningen leidt tot een toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied. De verkeersgeneratie als gevolg van het plan, is bepaald op basis van de CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. In Schagen is sprake van de stedelijkheidsgraad weinig stedelijk. Het plangebied valt onder de categorie rest bebouwde kom. Dit gebied betreft de eerste woongebieden rondom het centrum. Met het planvoornemen worden diverse typen woningen mogelijk gemaakt. Het gaat hier om appartementen in de koopsector. Daarnaast wordt een gymzaal (Sportzaal) gerealiseerd. Navolgende tabel geeft de berekende verkeersgeneratie weer: Tabel 1. Verkeersgeneratie planvoornemen type woning aantal verkeersgeneratie totaal per woning/per 100 m2 minimaal maximaal minimaal maximaal appartementen goedkoop
11
5,2
6,0
57,2
66
appartementen middelduur
31
5,6
6,4
173,6
198,4
appartement duur
8
7,0
7,8
56
62,4
sportzaal totaal
500 m 2
12,0
14,3
60 346,8
71,5 398,3
Uit deze tabel blijkt dat de verkeersgeneratie afgerond maximaal 399 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. Voor het akoestisch onderzoek zijn verkeerstellingen op de omliggende wegen uitgevoerd. Uit deze telling blijkt dat de huidige verkeersintensiteit op een gemiddelde weekdag op de Beethovenlaan 5.547 motorvoertuigbewegingen bedraagt. Voor de A. Mauvestraat bedraagt dat 1.695 bewegingen en de Jozef Israëlsstraat 191 bewegingen. In de huidige feitelijke situatie is een basisschool in het plangebied aanwezig. Een basisschool heeft een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking die vooral op piekmomenten (ochtend en middag) plaatsvindt. Aan de hand van de Rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren van het CROW is berekend wat de verkeersgeneratie in de bestaande situatie is. Hieruit blijkt dat bij een school met 5 groepen, een 5-gelijkedagenmodel en een gemiddeld aantal leerling per klas (gemiddelde groepsgrootte in 2020 is 22,9 leerlingen, bron: www.rijksoverheid.nl) een verkeersgeneratie te verwachten is van gemiddeld 91 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit aantal is echter niet representatief voor de planologische mogelijkheden van het plangebied. In het plangebied is namelijk een maatschappelijke bestemming van kracht. Het bijbehorende bouwvlak beslaat een oppervlakte van 2.500 m2.
Binnen deze bestemming is een diversiteit aan maatschappelijke voorzieningen toegestaan, waaronder een basisschool zoals in de bestaande situatie aanwezig is. Binnen deze bestemming kan echter ook een gezondheidscentrum of fitnesstudio/sportschool worden gerealiseerd. Bij een gezondheidscentrum zijn in publicatie 381 van het CROW kencijfers opgenomen van maximaal 22,1 motorvoertuigbewegingen per behandelkamer. Bij een gemiddelde grootte van 50 m2 per behandelkamer (en bijbehorende ruimten) is in het plangebied ruimte voor 50 behandelkamers. Een dergelijke functie is planologisch toegestaan en geeft een verkeersgeneratie van circa 1.105 motorvoertuigen per etmaal.
34
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bij een fitnesstudio/sportschool zijn in publicatie 381 van het CROW kencijfers opgenomen van 37,9 per 100 m2 bvo. Bij een gemiddelde oppervlakte van 750 m2 bvo (cijfers CBS 2020) voor een sportschool is de verkeersgeneratie 284,3 motorvoertuigen per etmaal. Een dergelijke functie en verkeersgeneratie is in de huidige situatie planologisch toegestaan. De verkeersgeneratie vanwege het voorgenomen plan leidt dan ook niet tot een verslechtering van de verkeersituatie in de bestaande planologische situatie. Aangenomen kan worden dat de verkeersgeneratie vanwege het planvoornemen niet tot een zodanige toename leidt dat de capaciteit van omliggende wegen onvoldoende is om de nieuwe verkeersintensiteiten te kunnen verwerken. Daarnaast leiden de nieuwe verkeersintensiteiten niet tot verkeersonveilige situaties. Parkeren Aan de hand van de Parkeernormen Schagen is de parkeerbehoefte van het voornemen bepaald. In de parkeernormen is rekening gehouden met bezoekersparkeren. Hiervoor geldt een norm van 0,3 parkeerplaats per woning. Omdat in het planvoornemen het parkeren voor bewoners en bezoekers apart wordt opgelost, wordt in het navolgende op beide afzonderlijk ingegaan. BEWONERS De parkeernormen van de gemeente Schagen geeft aan dat de parkeervraag wordt uitgedrukt in het aantal benodigde autoparkeerplaatsen voor een ontwikkeling.
De parkeervraag wordt berekend door de opgenomen normen te vermenigvuldigen. Navolgende tabel geeft de berekening weer voor het bewonersparkeren. Hieruit blijkt dat de parkeervraag van de 50 appartementen afgerond 77 stuks bedraagt. Tabel 1. Weergave parkeerberekening bewonersparkeren. type woning aantal parkeernorm ( excl. bezoekersparkeren) appartementen goedkoop 11 1,2
totaal 13,2
appartementen middelduur
31
1,6
49,6
appartement duur totaal
8
1,8
14,4 77,2
Niet alle momenten van de dag en week zijn even druk als het gaat om parkeren. Om inzicht te krijgen in de parkeerbehoefte op verschillende momenten van de dag/week is het bewonersparkeren afgezet naar de aanwezigheidspercentages zoals die zijn opgenomen in de parkeernormennota van de gemeente Schagen. De parkeerbehoefte omgezet naar de verschillende momenten op de dag/week laat het volgende beeld zien: Tabel 2. Weergave parkeerberekening rekening houdende met de aanwezigheidspercentages functie parkeerbehoefe verschillende momenten op een dag werkdag werkdag werkdag koop werkdag zaterzater- zondag ochtend middag avond avon nacht dag dag middag d middag avond wonen
50 %
appartementen 7 goedkoop
50 %
90 %
80 %
100 %
60 %
80 %
70 %
7
12
11
13
8
11
9
35
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
appartementen 25 middelduur
25
45
40
50
30
40
35
appartementen 7 duur totaal 39
7
13
12
14
9
12
10
39
69
62
77
46
62
54
Hieruit blijkt dat alleen op het piekmoment - de werkdagnacht - een parkeerbehoefte van 100% wordt behaald. Voor de overige momenten is de parkeervraag een stuk lager. Zoals is weergegeven in paragraaf 2.2 wordt in het planvoornemen rekening gehouden met deelauto's. Na realisatie van het planvoornemen worden twee deelauto's aangeboden. Deze staan ter beschikking voor zowel bewoners als omwonenden. Uit onderzoek blijkt dat één deelauto vier reguliere auto's vervangt. Dit gegeven is doorgerekend in het voornemen en resulteert in de volgende tabel. Tabel 3. Weergave parkeerbehoefte afgezet naar de inzet van deelmobiliteit functie parkeerbehoefte verschillende momenten op de dag werkdag werkdag werkdag koop werkdag zaterzater- zondag ochtend middag avond avon nacht dag dag middag d middag avond appartementen 39
39
69
62
77
46
62
54
Electrische deelmobiliteit totaal
-8
-8
-8
-8
-8
-8
-8
-8
31
31
61
54
69
38
54
46
Rekening houdend met de parkeerbehoefte op verschillende momenten op de dag en in de week en met de deelmobiliteit is de parkeerbehoefte op het drukste moment 69 parkeerplaatsen. In het planvoornemen wordt een half verdiepte parkeergarage gerealiseerd waarin ruimte is voor het parkeren van 74 auto's. Aan de parkeerbehoefte van de bewoners wordt dan ook ruimschoots voldaan. BEZOEKERS De gemeente Schagen geeft in haar parkeernormen aan dat per woning rekening kan worden gehouden met 0,3 parkeerplaats ten behoeve van bezoekers. Voor het parkeren bij een sportzaal wordt een parkeernorm van 2,9 per 100 m 2 weergegeven. Voor het planvoornemen resulteert dat in de volgende parkeervraag: Tabel 4. Weergave parkeerberekening bezoekersparkeren Functie Aantal parkeernorm appartementen 50 0,3
Totaal 15
gymzaal Totaal
14 29
500 m2
2,9
Ook hier geldt dat het bezoekersparkeren niet op alle momenten van de dag en in de week even druk is. De parkeerbehoefte is dan ook afgezet naar de aanwezigheidspercentages. Daarnaast is rekening gehouden met het parkeren van de deelauto's (twee stuks). Tabel 5. Weergave parkeerbehoefte rekening houdende met de aanwezigheidspercentages Functie Parkeerbehoefte verschillende momenten op een dag
36
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
werkdag werkdag werkdag koop werkdag zaterzater- zondag ochtend middag avond avon nacht dag dag middag d middag avond wonen
20 %
80 %
70 %
0%
60 %
100 %
70 %
appartementen 2
10 %
3
12
11
0
9
15
11
sport binnen
50 %
50 %
100 %
100%
0%
100%
100%
75 %
gymzaal
7
7
14
14
0
14
14
10,5
deelauto's Totaal
2 11
2 12
2 28
2 27
2 2
2 25
2 31
2 23,5
Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte van bezoekers het hoogst is op de zaterdagavond, te weten 31 parkeerplaatsen. In het planvoornemen is in de openbare ruimte rekening gehouden met 20 parkeerplaatsen voor het parkeren van bezoekers (wonen en gymzaal) inclusief de deelauto's. Daarnaast biedt de parkeergarage ruimte voor het parkeren van bezoekers van de appartementen. Zoals blijkt uit tabel 3 is op de zaterdagavond nog ruimte in de parkeergarage voor het parkeren van 20 auto's van bezoekers van de appartementen. Aan de parkeerbehoefte wordt dan ook voldaan. Conclusie Ondanks de toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied worden geen problemen voor de verkeersafwikkeling verwacht. Met het aanleggen van de benodigde extra parkeerplaatsen worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de parkeerbehoefte van het planvoornemen. Wat betreft verkeer en parkeren is het planvoornemen dan ook uitvoerbaar.
4.9
Luchtkwaliteit
Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.610 auto's (bij 100% autoverkeer), dan wel 130 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per dag leidt (grenswaarden 2018). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10-normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5-normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. De realisatie van 50 woningen en een gymzaal leidt niet tot meer dan 1.610 voertuigbewegingen per dag, zoals blijkt uit paragraaf 4.8, waardoor het planvoornemen kan worden beschouwd als een nibm-plan. Verdere toetsing aan de Wet milieubeheer in het kader van de luchtkwaliteit is niet nodig. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
37
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
4.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven voor welke activiteiten een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden, moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen (vormvrije m.e.r.-beoordeling). Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage II van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (MER-richtlijn). Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van een project de plaats van een project de kenmerken van de potentiële effecten. Het planvoornemen Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 50 appartementen met halfverdiepte parkeerkelder en een gymzaal. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 7.000 m 2. Het betreft een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 uit de D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het plan blijft echter onder de drempelwaarden van 100 hectare en 2.000 woningen. Het plan is daarmee niet rechtstreeks MER-plichtig. Wel is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Beoordeling Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.procedure
HOOFDTHEMA 1: KENMERKEN VAN HET PROJECT A
De omvang van het project.
D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk nee ontwikkelingsproject (drempelwaarde: >100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m2). Het planvoornemen omvat de realisatie van maximaal 50 appartementen en een gymzaal in een plangebied van circa 7.000 m2. De genoemde drempelwaarde wordt niet overschreden.
B
De cumulatie met andere projecten.
In de omgeving van het plangebied zijn geen ontwikkelingen gepland die gezamenlijk met de ontwikkeling van het plangebied tot negatieve effecten kunnen leiden.
38
nee
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
C
Gebruik natuurlijke hulpbronnen.
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd.
nee
Reguliere woningbouw wordt doorgaans gerealiseerd met onder meer steenachtige materialen, beton, staal en hout. Het gaat om grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Daarnaast moeten de toekomstige appartementen gerealiseerd worden met aandacht voor duurzame energie(systemen), ingegeven door onder andere de huidige verplichting in het Bouwbesluit om gasloos te bouwen. D
De productie van afvalstoffen.
Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg nee van normaal gebruik van de bebouwing. Bouwafval kan bij aanleg - evenals huishoudelijk afval in de gebruiksfase - op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Het gaat hierbij om afvalsoorten die geschikt zijn voor hergebruik. Over het algemeen kan ruim 90% van het bouwafval worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Het is daarom essentieel om bouwafval goed te scheiden. Dit begint op de bouwplaats.
E
Verontreiniging en hinder
Aanlegfase: enkel tijdens de bouw. Gebruiksfase: met toename van verkeer door de ontwikkeling van het planvoornemen zijn er consequenties voor geluid en luchtkwaliteit. Dit leidt echter niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen slechts in 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is de toename van verkeer niet zodanig dat geluidseffecten vanwege wegverkeer door ontwikkeling van het planvoornemen optreden.
Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van het planvoornemen wordt middels een Aeriusberekening in beeld gebracht. Verwacht wordt dat significant negatieve effecten door vermesting en verzuring kunnen worden uitgesloten (0,00 mol/ha/jaar op het meest nabijgelegen verzuringsgevoelige Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat).
39
nee
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
F
Het risico van zware ongevallen en/of rampen waaronder rampen door klimaatverandering.
Het planvoornemen maakt geen ontwikkeling nee mogelijk dat zware ongevallen kan veroorzaken. In het planvoornemen wordt op diverse manieren rekening gehouden met klimaatbestendig bouwen. Ook hier zijn geen milieueffecten te verwachten.
G
Risico's voor de menselijke gezondheid.
Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorzakende objecten/activiteiten).
nee
HOOFTHEMA 2: PLAATS VAN HET PROJECT A
Het bestaande grondgebruik.
Het plangebied is nu in gebruik voor een maatschappelijke functie met bijbehorende speelterrein. Het plangebied is grotendeels verhard en bebouwd.
nee
B
Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied.
Het plangebied heeft door het huidige gebruik nee geen hoge ecologisch waarde. Het plangebied is grotendeels verhard danwel bebouwd. Voor zover sprake is van natuurlijke hulpbronnen in het plangebied dan worden deze door de ontwikkeling niet aangetast.
C
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden.
Het perceel ligt niet in de nabijheid van een nee Natura 2000-gebied. Vanwege de grote afstand treden naar verwachting geen negatieve effecten op vanwege het voornemen. In het plangebied zijn eventueel de beschermde soort vleermuis aanwezig. Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd om de aan- of afwezigheid uit te sluiten. Verwacht mag worden dat wanneer dergelijke dieren worden aangetroffen, negatieve effecten vanwege het voornemen ondervangen kunnen worden met mitigerende maatregelen.
HOOFDTHEMA 3: KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT A
B
De aard, de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden).
De effecten als gevolg van de nieuwbouw van nee woningen blijven beperkt tot enkele tientallen meters. Zoals blijkt uit de voorgaande rijen, treden vanwege het planvoornemen geen negatieve effecten op diverse milieuaspecten op.
Het grensoverschrijdende karakter van het effect.
Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake
Het plangebied ligt verder op voldoende afstand van gebieden met beschermde natuurwaarden (zie 2B). Het bereik van het planvoornemen reikt niet tot het Natura 2000-gebied.
40
nee
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
C
De intensiteit en de complexiteit van het effect.
De potentieel aanzienlijke effecten op de directe nee woon- en leefomgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en nabije omgeving. Relevante milieuaspecten voor onderzoek zijn bodem, ecologie, externe veiligheid, geluidhinder, water, bedrijvenhinder en luchtkwaliteit. Hiertoe zijn al verkennende onderzoeken gedaan waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocatie.
D
Waarschijnlijkheid van De effecten duren zo lang het plangebied als nee het effect, de zodanig in gebruik is. De effecten zijn uitsluitend verwachte aanvang, de omkeerbaar door het gebruik te beëindigen en duur, de frequentie en de hiertoe gerealiseerde bebouwing op te de omkeerbaarheid van ruimen. Omdat mag worden uitgegaan van een het effect. duurzaam gebouwde omgeving gaat het hierbij dan ook in zekere zin om een onomkeerbare ontwikkeling.
E
Cumulatie van effecten met de effecten met effecten van andere projecten.
F
De mogelijkheid om de Er zijn als gevolg van het planvoornemen geen effecten doeltreffend te effecten op de omgeving te verwachten verminderen. waarvoor op voorhand mitigerende maatregelen aan de orde zijn.
Als aangegeven (zie 1B) zijn in de omgeving van nee het plangebied geen ontwikkelingen gepland die gezamenlijk tot cumulerende effecten kunnen leiden. nee
Conclusie In voorliggende paragraaf zijn de gevolgen van het realiseren van een appartementencomplex van 50 appartementen en een gymzaal besproken. De studie is vormgegeven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in de Wet milieubeheer en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar in vergelijking met de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject van een relatief zeer geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure zinvol maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.- procedure niet noodzakelijk.
41
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regels van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgesteld, tegelijk met een verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en papieren verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding leidend.
5.2
Bestemmingplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: 1. Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (vaak in de vorm van een voor-ontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op de overleg- en inspraakreacties. De uitkomsten hiervan worden vermeld in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en voor zover noodzakelijk verwerkt in regels en verbeelding. 2. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in het Gemeenteblad en op de internetpagina van de gemeente wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. 3. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. 4.
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Indien Gedeputeerde Staten of de Inspectie Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de
42
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport, wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.
5.3
Bestemmingen
In deze paragraaf is een korte toelichting op de juridische regels behorende bij het plan gegeven. Er is voor een zo eenvoudig mogelijke planologische regeling gekozen die voorziet in een helder stelsel van regels en de nodige flexibiliteit biedt. Aan de hand van de bestemmingsregels kan het planvoornemen worden gerealiseerd. In de toekomst kan de gerealiseerde situatie vervolgens worden gehandhaafd. Hoofdstuk 1: Inleidende regels De inleidende regels bestaan uit twee artikelen, namelijk de ‘begrippen’ en de ‘wijze van meten’. In de begrippen zijn de noodzakelijke begripsomschrijvingen opgenomen die worden gebruikt in de regels. Het bevat definities om misverstanden te voorkomen. De wijze van meten regelt hoe er moet worden gemeten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf is de in het plan voorkomende bestemming geregeld. De toekenning van de bestemming tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing. Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: ARTIKEL 3 - Groen De gronden in het plangebied behorende tot de openbare ruimte zijn bestemd als groen. Naast groenvoorzieningen zijn hierin ook wegen, paden en parkeervoorzieningen toegestaan. ARTIKEL 5 - Maatschappelijk De beoogde gymzaal is bestemd als Maatschappelijk en voorzien van een aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gymzaal'.
Algemeen uitgangspunt is alle op het perceel aanwezige bebouwing binnen één bouwvlak op te nemen. Het bouwvlak zal daardoor doorgaans iets groter zijn dan de feitelijke oppervlakte van de aanwezige bebouwing, omdat bij maatschappelijke functies vaak niet alle bebouwing aaneengesloten is. Het bestemmingsvlak- en bouwvlak is dan wat ruimer gelegd om de aanwezige bebouwing. Daarnaast is op de verbeelding een maximale bouwhoogte van 8 meter opgenomen. ARTIKEL 5 - Wonen Het overgrote deel van het plangebied is bestemd als 'Wonen'. Uitgangspunt is dat alle op het perceel aanwezige bebouwing in een bouwvlak gerealiseerd moet worden. Balkons en terrassen zijn hiervan uitgezonderd. Deze zijn met een specifieke bouwaanduiding op de verbeelding weergegeven. Het aantal woningen en de beoogde bouwhoogte is
43
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
vastgelegd op de verbeelding. Bij de woningen is een aan-huis-verbonden beroep toegestaan. De parkeergarage is eveneens specifiek aangeduid. Hoofdstuk 3: Algemene regels ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels OVERGANGSRECHT De in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht is opgenomen in deze regels.
In het plan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke in de bestemming begrepen, zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.
44
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor de bouw, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, vanwege voorliggende ruimtelijke onderbouwing worden door initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Deze kunnen worden gedekt uit de legesheffing. Initiatiefnemer van het planvoornemen is een private partij. De kosten voor realisatie van het planvoornemen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Door het verlenen van de omgevingsvergunning is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het projectgebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven). Afspraken over de mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zijn in de tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen anterieure overeenkomst opgenomen.
Voorgaande betekent dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Met het ter visie leggen van het ontwerpplan stelt de gemeente een ieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op de inhoud van het planvoornemen. Hiervan wordt vervolgens afzonderlijk van deze toelichting verslag gedaan. Informeren omwonenden Gedurende het voortraject zijn omwonenden geïnformeerd over het voornemen. Op zowel 30 mei 2022 als 8 juni 2022 is een inloopbijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten is de naaste omgeving geïnformeerd over het voornemen. Bij de eerste bijeenkomst waren er 15 mensen aanwezig. De tweede bijeenkomst was een brede publiek uitgenodigd. Hier waren 60 mensen aanwezig. De volledige verslaglegging is opgenomen in Bijlage 12. Daarnaast is tijdens de prijsvraagfase geparticipeerd door de gemeente. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan is gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder is daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Tijdens de genoemde periode zijn zienswijzen op het plan ingekomen. De zienswijzen plus
45
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
gemeentelijke beantwoording zijn opgenomen in Bijlage 13 bij dit plan. Vaststellingsfase Het bestemmingsplan is vervolgens gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
46
Contactgegevens Bezoekadres:
Laan 19 1741 EA Schagen Postadres:
Postbus 8 1740 AA Schagen Tel.: (0224) 210 400 Fax: (0224) 210 455 E-mail: postbus8@schagen.nl Internet: www.schagen.nl