Jozef Israelsstraat 4-6 Schagen Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Vastgesteld
Bestemmingsplan Toelichting
Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Vastgesteld Fase: ontwerp Datum: 12-09-2022 Fase: vastgesteld Datum: 09-05-2023
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Water 4.7 Hinder van bedrijven 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
25
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingplanprocedure 5.3 Bestemmingen
42
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
3
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
4
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Toelichting
5
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De locatie van voorliggend bestemmingsplan is gelegen aan de Jozef Israëlsstraat 4-6 in Schagen. Op de locatie staat de bebouwing van een voormalige basisschool. De basisschool is verhuisd naar een nieuwe locatie waarmee de bebouwing en bijbehorende gronden zijn vrijgekomen. De gemeente heeft voor deze locatie een tender uitgeschreven voor de realisatie van 50 appartementen. Initiatiefnemer heeft deze tender gewonnen. De plannen bestaan uit de realisatie van twee woongebouwen met in totaal 50 appartementen. Daarnaast zal door de gemeente een gymzaal in het plangebied worden gerealiseerd. Het appartementencomplex bestaat uit twee compacte woonblokken van drie lagen op een halfverdiepte parkeergarage. De twee woonblokken worden gescheiden door een stadsparkje. In het meest oostelijk deel van het plangebied is de gymzaal gepland. Binnen de huidige bestemming (zie ook paragraaf 1.3) is het planvoornemen niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van het planvoornemen van 50 appartementen inclusief bijbehorende buitenruimte, infrastructuur en gymzaal mogelijk.
1.2
Plangebied
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op gronden aan in de Jozef Israëlsstraat 4-6 in Schagen. Ten westen grenst het plangebied aan de A. Mauvestraat. Ten zuiden ligt de Beethovenlaan. De locatie is kadastraal bekend als SGN - A - 2824, 1704 en 5165 deels. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging en begrenzing van het projectgebied aangegeven:
Figuur 1. Ligging plangebied rood omlijnd
6
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
Voor het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: bestemmingsplan Woongebieden Kern Schagen (vastgesteld 20-11-2013); facetbestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 07-11-2017); paraplu-omgevingsplan, 1e tranche (vastgesteld 14-12-2021). Bestemmingsplan 'Woongebieden Kern Schagen' Voor de gronden in het gebied geldt het bestemmingsplan 'Woongebieden Kern Schagen' (vastgesteld op 20 november 2013). De gronden zijn op dit moment bestemd als 'Maatschappelijk'. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn gebouwen, bijgebouwen en overkappingen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen toegestaan. In het plangebied is een bouwvlak opgenomen waarbinnen alle bebouwing gerealiseerd dient te worden. De maximale bouwhoogte bedraagt 4 meter. Op de westzijde van het plangebied is een aanduiding 'speelvoorziening' van toepassing. Hier mogen de gronden naast maatschappelijke functies, ook gebruikt worden voor een speelterrein. Ook voor de bouwwerken ten behoeve van het speelterrein geldt een maximale bouwhoogte van 4 meter. De gronden in het oostelijk deel van het plangebied zijn bestemd als groen. Gronden met deze bestemming betreffen de grotere groenstroken in de gemeente Schagen. Binnen deze bestemming is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Het voorgenomen plan betreft woningbouw zonder maatschappelijke functie.
Daarnaast is de bebouwing buiten het aanwezige bouwvlak geprojecteerd. Het planvoornemen is strijdig met het geldend bestemmingsplan wat betreft gebruik en bouwen.
Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplan
Facetbestemmingsplan Parkeren Dit bestemmingsplan ziet op het opnemen van parkeerregeling in het bestemmingsplan die voorheen onderdeel uitmaakte van de bouwverordening. Omdat in de gemeente Schagen nog niet alle bestemmingsplannen een parkeerregeling bevatten, is het facetbestemmingsplan parkeren opgesteld. Het planvoornemen is opgesteld met inachtneming van het gemeentelijk parkeerbeleid. In paragraaf 4.8 is hier nader op ingegaan.
7
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche In dit omgevingsplan zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Schagen. Dit zogeheten paraplu-omgevingsplan is een herstel-omgevingsplan. Dit is een omgevingsplan dat een doorwerking heeft op alle onderliggende vastgestelde bestemmingsplannen. Het doel van het paraplu-omgevingsplan is: Harmonisering van de geldende bestemmingsplannen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet; Verwerking van beleidswijzigingen in geldende bestemmingsplannen. Reparatie van omissies in de toelichting, regels en verbeelding van geldende bestemmingsplannen. Het planvoornemen is strijdig met het geldende planologisch beleid. Door middel van voorliggend nieuw bestemmingsplan kan alsnog het juiste planologisch-juridisch kader worden geboden voor het toekomstige gebruik.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het planvoornemen beschreven. Het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Een omschrijving van de planologisch en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, zijn opgenomen in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de juridische toelichting op het plan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
8
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik ten behoeve van een basisschool. In het plangebied is bebouwing aanwezig met bijbehorend speelplein. De bebouwing bestaat uit één bouwlaag, plat afgedekt. Naast de oorspronkelijke gebouwen bevinden zich noodlokalen in het plangebied. Daarnaast is het oostelijk deel van het plangebied ingericht als groenstrook. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit woningen. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich het winkelcentrum van Schagen. Navolgende figuren geven in een impressie van de huidige situatie.
Figuur 3. Huidige situatie plangebied gezien vanaf de A. Mauvestraat
Figuur 4. Huidige situatie gezien vanaf de Beethovenlaan.
9
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Figuur 5. Huidige situatie gezien vanaf de Jozef Israëlsstraat.
2.2
Toekomstige situatie
Voor het planvoornemen is een Planvisie 'De Groene Traverse' (d.d. 26-03-2021) opgesteld. Uit deze visie blijkt dat het voornemen bestaat uit de herontwikkeling van het gebied rondom de voormalige basisschool 'De Ark' aan de Jozef Israëlsstraat. De basisschool wordt verplaatst naar een nieuwe locatie aan de Vincent van Goghlaan. Hiermee komt de oude locatie vrij waarmee ruimte wordt geboden voor een nieuwe invulling. Deze nieuwe invulling bestaat uit de realisatie van een appartementencomplex bestaande uit twee compacte woonblokken van drie lagen op een halfverdiepte parkeergarage. In totaal worden vijftig woningen mogelijk gemaakt. De twee woonblokken worden gescheiden door een stadsparkje. Ten oosten van de woongebouwen wordt een gymzaal gerealiseerd.
Figuur 5. Impressies planvoornemen.
10
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Figuur 6. Impressie zijaanzicht planvoornemen gezien vanaf de Jozef Israëlsstraat.
Parkeren De gemeente Schagen geeft in het kader van duurzaamheid het goede voorbeeld, door als een van de eerste gemeenten in Noord-Holland mobipunten voor deelauto’s (en deelfietsen) beschikbaar te stellen. Door auto’s te delen is de gemeente duurzamer bezig, wordt geld bespaard en wordt de ruimtelijke (beeld)kwaliteit verbeterd. Deelmobiliteit is een mooie eerste stap, elektrische deelmobiliteit gaat nog een stapje verder. Bij de herontwikkeling van deze locatie wordt via een aanbieder gezorgd voor 2 elektrische deelauto’s. Deze deelauto’s zijn niet exclusief voor de nieuwe bewoners, maar staan ter beschikking voor alle bewoners van Schagen. Het toevoegen van 2 elektrische deelauto’s heeft een positief effect op de parkeerdruk. Eén elektrische deelauto vervangt vier reguliere parkeerplaatsen (MuConsult en Rho, 2020). Deze vorm van mobiliteit past in de visie voor De Groene Traverse. Naast elektrische deelauto’s, wordt ook ingezet op dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Het openbaar parkeren wordt opgelost aan de Jozef Israëlsstraat door dit op te nemen in het groen. Dit wordt gedaan zonder de bestaande bomenstructuur aan te tasten en is uitgewerkt met een open (groene) bestrating. In de openbare ruimte worden 20 parkeerplaatsen beschikbaar gesteld voor het parkeren van bezoekers van de gymzaal en omwonenden.
Het parkeren voor de bewoners van De Groene Traverse wordt opgelost in een half verdiepte parkeergarage met 74 parkeerplaatsen. In de parkeergarage worden ook voldoende laadplekken voor elektrische auto’s opgenomen voor bewoners, daarnaast kunnen de laadplekken eenvoudig uitgebreid worden. De parkeervoorziening is niet zichtbaar doordat het park over deze voorziening doorloopt en glooiend over gaat in de parkstructuur. Het hoogteverschil wordt in de openbare ruimte opgelost door lange trappen en hellingbanen, zodat deze ook rolstoeltoegankelijk zijn. De entree voor de parkeervoorziening is aan het begin van de Jozef Israëlsstraat, zodat zo min mogelijk overlast veroorzaakt wordt voor de bestaande woningen verderop in de Jozef Israëlsstraat. In totaal worden 91 parkeerplaatsen en 2 elektrische deelplaatsen gerealiseerd. De gekozen oplossingen werken positief op sociaal en maatschappelijk vlak evenals op de parkeerdruk, zonder afbreuk te doen aan het parkeerbeleid van de gemeente Schagen. De winst die wordt gehaald met deze keuzes, wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit.
11
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Stedenbouwkundige inpassing Het planvoornemen wordt een rustpunt in de stedenbouwkundige structuur van Schagen. Het is verbonden met het bestaande groen- en waternetwerk en de looproutes tussen het centrum en de woonbuurten aan de noordkant van Schagen. De bestaande lineaire voetpaden langs de Jozef Israëlsstraat en de Beethovenlaan maken onderdeel uit van de parkstructuur, door ze een speelsere en natuurlijkere vorm te geven. De Schubertstraat en de Jacob Marisstraat komen uit in het hart van het plangebied. Hier passeer je een fijn openbaar stadsparkje met veel groen en zit- en speelplekken. Je kunt hier wandelen langs het water aan de Beethovenlaan of zitten op de lange trappen aan de Jozef Israëlsstraat kijkend naar een spelletje jeu de boules. Het planvoornemen wordt op deze wijze een verlengstuk van de reeds bestaande (park)structuur en vormt de groene verbinding met het centrum van Schagen. Het planvoornemen bestaat uit twee compacte woonblokken van drie lagen op een halfverdiepte parkeergarage. De twee woonblokken worden gescheiden door een stadsparkje. Door het stadsparkje ontstaat, naast een goede zichtlijn, ook een mooie groene wandelroute van en naar het centrum van Schagen. Door de compacte vorm en het gebouwd parkeren creëert het planvoornemen ruimte voor de omgeving.
Door ook bij de bovenste laag de gevels terug te leggen, sluit het goed aan op de schaal van de omliggende bebouwing. De ruime, uit de gevel stekende balkons zijn vloeiend vormgegeven en sluiten aan bij het natuurlijke lijnenspel van het park. De terrassen grenzend aan de appartementen op de begane grond liggen verhoogd in het landschap en zijn omzoomd met beplanting en hagen. Aan de Beethovenlaan liggen de buitenruimtes van de appartementen deels aan het water. De gymzaal is landschappelijk ingepast aan de oostelijke zijde van woongebouwen. De looplijnen van en naar de gymzaal zijn zodoende kort en aantrekkelijk. Aan de Beethovenlaan grenst de gymzaal aan de waterpartij met rietkragen. Tussen de gymzaal en de appartementen liggen de tuinen van de appartementen op de begane grond. Het uitgangspunt is dat de architectuur en materialisatie aansluit bij die van de woongebouwen: zorgvuldig gedetailleerde baksteen met ronde hoeken. Dit sluit ook weer aan bij de zachte en ronde architectuur van de nieuwbouw van basisschool De Ark.
Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit voor het beoogde voornemen is als volgt uitgewerkt en eveneens opgenomen in Bijlage 1: Appartementengebouwen De appartementen worden verdeeld over twee compacte woonblokken, gescheiden door een openbaar stadsparkje in het verlengde van de Schubertlaan; De twee woonblokken worden gerealiseerd op een halfverdiepte parkeergarage, waarbij deze parkeergarage weggewerkt wordt in het landschap; De architectuur heeft heldere hoofdvormen; Het totale ensemble van twee compacte woonblokken is alzijdig en kent geen achterkant situaties; De entrees van de woonblokken zijn duidelijk gemarkeerd en goed zichtbaar; De woonblokken zijn maximaal drie bouwlagen (met plat dak) boven de halfverdiepte parkeergarage; Op de bovenste bouwlaag worden de gevels deels terugliggend om zodoende beter aan te sluiten op de omringende bebouwing; Uitstekende balkons zijn vloeiend vormgegeven om aan te sluiten op het lijnenspel van de parkachtige omgeving;
12
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
De gevelopbouw is horizontaal geaccentueerd met een eenheid in maatvoering en reliëf; Buitenruimten op de begane grond liggen verhoogd in het landschap, zijn vloeiend vormgegeven en zijn omzoomd met beplanting en hagen. De terrassen die aan het water zijn gelegen zijn zorgvuldig ("zwevend") vormgegeven vlak boven het wateroppervlak. Gymzaal De gymzaal wordt gescheiden van de woonblokken door een groene corridor die tevens dienst doet als een langzaam verkeersontsluiting; De gymzaal wordt landschappelijk ingepast aan de oostzijde van het plangebied; Qua architectuur, materialisatie en kleurstelling dient de gymzaal een verwantschap te hebben met de woonblokken en vice versa, waardoor het totale ensemble van woonblokken, parkeergarage en gymzaal een eenheid vormen; Aandacht voor het ontwerp van de plint en entree (geen achterkanten). Kleur- en materiaalgebruik Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te worden op de huidige mix van traditionele kleur- en materiaalgebruik van de omgeving.
Hierbij kan op een eigentijdse wijze het DNA van Schagen vertaald worden naar de woonblokken en de gymzaal; Het kleurgebruik dient de architectuur te ondersteunen of te verrijken, waarbij geen sterk afwijkend en/of uitgesproken kleurgebruik is toegestaan; De materialen die toegepast worden hebben natuurlijke en ingetogen kleuren; Uitgangspunt is een basale uitvoering van natuurlijke en/of onderhoudsarme materialen, als baksteen, hout, beton, glas en aluminium; Toegepaste materialen dienen mooi te verouderen; Toepassen van zorgvuldige en ingetogen detaillering. Reductie van materialen waar mogelijk; Hernieuwbare/ biobased materialen zoals hout, bamboe en vlasboard waar mogelijk; Gebruik van cradle-to-cradle materialen waar mogelijk; Gekozen materialen zijn duurzaam en bestendig voor intensief gebruik; Circulair gebouwd met materiaalpaspoort.
Landschappelijke inpassing Het totale ensemble van bebouwing en landschappelijk ontworpen groene buitenruimte vormt een integrale knoop in het stedelijk groen- en waternetwerk van Schagen; Tussen twee woonblokken bevindt zich een stadsparkje; Kwalitatief hoogwaardige natuur, (streekeigen) biodiversiteit en een gezonde leefomgeving; Gevels zijn op strategische plekken voorzien van gevelgroen en het dak van de parkeergarage is voorzien van grassen, kruiden, dwergheesters en struiken; Mogelijkheden voor ingebouwde bloembakken of groeiplaatsen op balkons; De vegetatie bestaat uit regionaal inheemse beplanting, heeft in elk seizoen bloeiende planten en is rijk aan nectar en stuifmeel, dit spoort de komst van insecten als vlinders en bijen aan wat de biodiversiteit bevordert; Afscheidingen tussen buitenruimtes op de begane grond en openbare ruimte worden als haag uitgevoerd met minimaal drie verschillende heesters; Aandacht voor inpassing privacyschermen; In de openbare ruimte zijn voorzieningen voor insecten b.v. steenstapels en insectenhotels; Nestgelegenheid voor insecten, vogels en vleermuizen worden in de gevels opgenomen,
13
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
alsook in het groen op maaiveld. Parkeren Het parkeren voor bewoners wordt buiten het zicht opgelost in een halfverdiepte parkeergarage; Inpassing inrit parkeergarage dient op een vanzelfsprekende wijze in het architectuur- en landschapsontwerp opgenomen te worden; Parkeren voor bezoekers wordt op de openbare weg gerealiseerd, waarbij de parkeerplekken groen worden uitgevoerd middels grasstenen; Hagen worden gebruikt om het openbare parkeren in te pakken. Het hiervoor beschreven beeldkwaliteitsplan is op respectievelijk 22 juni en 6 juli 2022 in de welstandscommissie behandeld. Het verslag is bijgevoegd als Bijlage 2. Bezonning Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. Aansluiting kan worden gezocht op de TNO-norm. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.
Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. De volledige bezonningstudie is opgenomen als Bijlage 3. Uit deze studie komt naar voren dat voldaan kan worden aan de TNO norm.
14
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de NOVI is vastgelegd. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Zoals reeds in paragraaf 3.1.1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen.
15
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
3.1.3
Ladder Duurzame Verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5.
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor deze plannen moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'wonen' en 'maatschappelijk'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgenomen ontwikkeling betreft 50 nieuwe woningen waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaaknummer 201306573/1/R6) en artikel 1.1.1, eerste lid, Bro.
Met de laatste wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat meer dan 11 woningen mogelijk maakt in beginsel als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Derhalve moet de tweede trede van de ladder worden beoordeeld. Een gymzaal is niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Nadere onderbouwing van de ladder voor dit onderdeel is dan ook niet noodzakelijk. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
16
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
In de bestaande situatie is het plangebied bestemd als maatschappelijk. Een bouwvlak van circa 2.500 m 2 is aanwezig, die voor 100% bebouwd mag worden. Voor de gebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 4 meter. Het bijbehorende terrein mag eveneens ingericht worden voor maatschappelijke voorzieningen. Met voorliggend plan wordt aan het plangebied een woonbestemming toegekend. De bebouwing inclusief parkeergarage beslaat een grondoppervlakte van circa 2.500 m 2. Het aantal bouwlagen bedraagt drie. Hiermee neemt het planologisch ruimtebeslag toe. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Schagen binnen de woonregio Kop van Noord-Holland. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 (zie ook 3.2.3) vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen.
De provincie wil graag tot versnelde uitvoer van het woningbouwprogramma komen en heeft daarvoor het Masterplan Wonen vastgesteld. Gedeputeerde Staten nemen daarmee een actieve rol in binnenstedelijke grondpolitiek, naast de aanjagende en verbindende rollen die de provincie al heeft. Bij uitvoer van het woningbouwprogramma zijn de regionale programmeringen en het gemeentelijk beleid de basis. Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord is in het voorjaar van 2022 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en de Gedeputeerde Staten van de provincie. Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is in de zomer van 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld.
In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop van Noord-Holland te realiseren tot 2030 waarbij is aangegeven dat het belangrijk is om in deze behoefte te voorzien en de woningbouwproductie te versnellen. Uitgangspunt hierbij is “sterke kernen, goede voorzieningen”. De uitwerking van het Woonakkoord is vastgelegd in het Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (zie 3.3.4). In het convenant zijn ook de woningaantallen en de harde en zachte plannen als afspraken opgenomen. Het planvoornemen is opgenomen in de lijst voor Schagen in bijlage 4 van het Convenant. De hiervoor genoemde plannen, programma’s en afspraken zijn gebaseerd op uitgebreide onderzoeken waaronder de ‘Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2020-2030’ en de ‘Monitor Woningbouw’. Uit deze onderzoeken blijkt dat er een grote behoefte is aan
17
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
woningen in de Kop van Noord-Holland. De netto bouwopgave in de periode 2021-2029 komt uit op 4.300 woningen. Uit de cijfers en analyses blijkt dat in de Kop van Noord-Holland er voldoende plancapaciteit is om aan de indicatieve opgave tot 2030 te voldoen. Wat betreft de harde plancapaciteit en de gestelde streefwaarden is er voldoende harde plancapaciteit, zowel voor de opgave tot 2025 als voor de opgave tot 2030. Het planvoornemen maakt onderdeel uit van de harde plancapaciteit en is opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Zoals blijkt uit de genoemde plannen, programma’s, afspraken en uitgevoerde onderzoeken is er een grote woningbouwbehoefte in de provincie Noord-Holland, ook voor de regio Kop van Noord-Holland. Uit de onderzoeken blijkt eveneens dat om te voldoen aan de grote behoefte, er voldoende plancapaciteit in de regio aanwezig is. Het planvoornemen maakt onderdeel uit van deze plancapaciteit en voorziet daarmee in dan aanwezige behoefte. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied Het plangebied maakt onderdeel uit van de kern Schagen en ligt binnen bestaande stedelijk gebied. Conclusie Met het planvoornemen is dan ook sprake van planvoornemen voldoet aan de criteria van de Ladder.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
zorgvuldig
ruimtegebruik.
Het
Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd.
Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting,
18
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambities en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat: b. Wonen en Werken De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes. Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de omgevingsvisie NH2050. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en is 17 november 2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. De planlocatie is gelegen binnen het Bestaand Stedelijk Gebied.
Onder Bestaand Stedelijk Gebied wordt verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". Vanuit de omgevingsverordening is afdeling 6.1 Stedelijke functies van toepassing. Het volgende artikel heeft betrekking op het planvoornemen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt de nadruk op regionale afspraken. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze
19
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In paragraaf 3.1.2 is ingegaan op de regionale afspraken. Hieruit is naar voren gekomen dat de ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan zijn opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en dat de provincie meer vrijheid geeft aan gemeenten. 3.2.3
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3.4 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woondeal Noord-Holland Noord
In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. De scope van de woondeal is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Uitgangspunt voor de regio is dat zoveel mogelijk binnenstedelijk en rond OV-locaties wordt gebouwd. 3.3.2
Regioakkoord De Kop Groeit!
Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is voor de zomer 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld. In paragraaf 3.1.3 werd daaraan al gerefereerd. De kop staat voor behoud en groei van een goede woon - , werk - en leefomgeving voor inwoners en mensen die verblijven in de regio. Om dit te bereiken zijn onder ander Voldoende woningen van goede kwaliteit nodig. In het regioakkoord document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030 waarbij is aangegeven dat het belangrijk is om in deze behoefte te voorzien en de woningbouwproductie te versnellen Uitgangspunt hierbij is 'Sterke kernen, goede voorzieningen” waarbij er ruimte wordt geboden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied, aan de randen van de kern. Ook is dit in de Woondeal Noord-Holland Noord opgenomen.
20
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
3.3.3
Regionaal Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022-2026
De uitwerking van het Woonakkoord vindt plaats in het Regionaal Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland. Wat betreft de regionale afstemming wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.3.4. 3.3.4 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland - Kwalitatief woningbouw programma van de Kop (kwk) Eind 2020 hebben de regiogemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (KWK). Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren, ten bate van de woningmarkt. Een van de afspraken in het KWK is het continueren van regionale afstemming van woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KWK afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uit gaan. In het KWK is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtype en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen.
Op het convenant is al uitgebreid ingegaan in paragraaf 3.1.3. Het convenant is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Door adaptief te programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de bovengenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van Noord-Holland. In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een 'vertreklijst', hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst.
De actuele lijst/overzicht is, gedurende de looptijd, te raadplegen in www.plancapaciteit.nl. Aanvullend is het ook van belang om te adresseren dat het totaalprogramma als doel heeft inzicht te geven in de aan de bestaande woningvoorraad 'toe te voegen' woningen. Dit betekent dat er sprake is van een saldering: nieuw te bouwen woningen – te slopen woningen betreft het totaalprogramma. Conclusie De voorgenomen planontwikkeling is in het kwk opgenomen. Dit betekent dat binnen de regio overeenstemming bestaat dat zowel op kwantitatief als kwalitatief niveau er
21
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
behoefte is aan de toevoeging van de woningen op deze locatie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Gemeente Schagen
Op 14 december 2021 is de Omgevingsvisie Schagen vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt de koers voor de toekomst geschetst. Op hoofdlijnen is uitgewerkt wat belangrijk is in de gemeente Schagen. In de visie zijn 8 speerpunten uitgewerkt met doelen voor 2040. In 2040 is gemeente Schagen: een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; een gemeente waar iedereen mee kan doen; een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; een veilige, gezonde en sportieve gemeente; een duurzame gemeente; een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. Wonen In mei 2020 heeft het college van de gemeente Schagen besloten geen nieuwe woonvisie aan te bieden aan de gemeenteraad maar deze op te nemen in de omgevingsvisie.
In de omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, per jaar te starten met de bouw van 300 woningen; verbeteren van de leefbaarheid; een woning voor ieder huishouden; 30-40% van de nieuwbouwwoningen zit in de prijsklasse tot € 210.000. Hiervan moet minimaal een kwart sociale huur zijn; een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren; voldoende starterswoningen in de kernen; stimuleren collectief opdrachtgeverschap (CPO) Met het planvoornemen worden vijftig woningen toegevoegd. Het om een grotere ontwikkeling met meerdere woningen in de koopsector. Een deel van de woningen bevinden zich in het goedkope en middeldure segment en zijn daarmee geschikt voor starters en voldoet daarmee aan de omgevingsvisie. 3.4.2
Welstandsbeleid, Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
Vanwege maatschappelijk en politiek veranderde wensen over het welstandsbeleid heeft de gemeente Schagen de 'Reisgids voor Ruimtelijke Kwaliteit' opgesteld. De doelen van deze Reisgids zijn: het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, de spelregels voor welstand duidelijk maken en een objectieve, efficiënte en transparante beoordeling van bouwplannen mogelijk maken. De algemene welstandscriteria zijn van bouwactiviteiten: relatie tussen vorm, gebruik en constructie relatie tussen gebouw en omgeving sociaal-culturele betekenis van vormen
22
toepassing
op
alle
vergunningplichtige
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
evenwicht tussen helderheid en complexiteit schaal en maatverhouding materiaal, textuur, kleur en licht Het plangebied is gelegen in het 'Komgebied' zoals dit in de reisgids is uitgewerkt. Voor de komgebieden geldt een soepeler welstandsniveau. Komgebieden zijn zorgvuldig vormgegeven maar bezitten geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De dynamiek van deze gebieden is gemiddeld. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. De gebouwen in het plangebied worden echter beoordeeld als Bijzondere Gebouwen, Complexen en Ontwikkelingen. Deze categorie is van toepassing op de grotere bestemmingsplanwijzigingen zoals grotere appartementencomplexen, ruimte-voor-ruimteveranderingen en uitbreidings-opgaven. Nadere criteria zoals deze in de reisgids is opgenomen is voor voorliggend plan uitgewerkt in een beeldkwaliteitsparagraaf, zie 2.2. Het wordt beoordeeld op basis van deze criteria door de welstandscommissie.
3.4.3
Bomenbeleid
De gemeente Schagen heeft haar bomenbeleidsplan vastgelegd in de Bomenverordening Schagen 2018 en bijbehorende Groene Kaart. Op 20 februari 2018 heeft de gemeenteraad het plan vastgesteld. Het bomenbeleidsplan geeft richting aan met bomen binnen gemeente Schagen omgegaan moet worden en wat belangrijk wordt gevonden. Met dit plan zorgt de gemeente dat de kwaliteit van het bomenbestand hoog blijft. Ook worden toekomstige knelpunten en overlast door bomen voorkomen. In het bomenbeleidsplan staan de visie en ambities die als basis dienen voor het boombeheerplan. Duidelijk beleid voor bomen zorgt ervoor dat er gericht en goed beheer uitgevoerd kan worden. Hiermee wordt het bomenonderhoud onder controle gehouden, worden hoge kosten voorkomen en verdwijnen waardevolle bomen niet zomaar. Op de Groene Kaart behorende bij het bodembeleid zijn vier categorieën houtopstanden weergegeven: monumentale solitaire bomen waardevolle solitaire bomen waardevolle boomstructuren overige gemeentebomen Navolgende figuur geeft een uitsnede van de Groene Kaart voor het plangebied weer.
23
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Figuur 7. Groene Kaart
Hieruit blijkt dat in en in de omgeving van het plangebied diverse bomen aanwezig zijn. Het betreffen zowel waardevolle solitaire bomen als gemeentelijke bomen. Voor dergelijke bomen geldt een kapvergunningsplicht. Omdat alle bomen zich op gemeentegrond bevinden is in voorliggend bestemmingsplan geen aanvullende beschermende regeling opgenomen.
24
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Erfgoed
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2023 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
De gemeente Schagen heeft in 2009 haar eigen archeologiebeleid vastgesteld. Tot de Beleidsnota Cultuurhistorie Gemeente Schagen behoort een archeologische beleidskaart daarop de gemeente is ingedeeld in verschillende zones met elk een eigen beschermingsregime. Wanneer in de gemeente een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt, kan met de archeologische beleidskaart nagegaan worden wat de archeologische verwachtingswaarde van het gebied is en of er noodzaak is tot het verrichten van archeologisch onderzoek voor de specifieke locatie. Zoals blijkt uit navolgende figuur valt het plangebied in een gebied waarvoor bij ingrepen groter dan 10.000 m 2 en dieper dan 40 cm rekening gehouden moet worden met archeologie. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 1 ha.
25
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Figuur 8. W eergave Archeologische beleidskaart.
Ten behoeve van het planvoornemen is met betrekking tot het aspect Erfgoed advies in gewonnen bij Archeologie West-Friesland (zie Bijlage 4 en Bijlage 5). De adviezen zijn een vervolg op een eerder uitgevoerde quickscan. De quickscan wees uit dat bij ingrepen dieper dan 1 m beneden maaiveld een onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist is. Op de gronden is namelijk een hoge archeologische waarde van toepassing. Uit het advies blijkt dat vanwege de half verdiepte parkeergarage en de nieuw te graven sloot de eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen worden aangetast. Het gaat hierbij om het gedeelte van het plangebied waar geen bebouwing aanwezig is (schoolplein) en het gedeelte aan de oostzijde van het plangebied bij de beoogde waterpartij. Aangenomen wordt dat de bouw van de school (jaren ’80 van de vorige eeuw) het potentiële archeologische niveau op die locatie al heeft aangetast. Het westelijke deel heeft een omvang van ca. 1.200 m 2 en is momenteel in gebruik als grasland en schoolplein. Om inzicht te verschaffen in de aanwezigheid en behoudenswaardigheid van deze waarden wordt een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Het proefsleuvenonderzoek wordt na sloop van de gebouwen in gang gezet.
Conclusie Verwacht mag worden dat bij het eventueel aantreffen van archeologische resten, de kosten voor het onder begeleiding van een archeoloog werken of de kosten voor het vrijgeven van de locatie, door de initiatiefnemer kunnen worden gedragen. Het planvoornemen kan wat betreft archeologie dan ook als uitvoerbaar worden geacht.
26
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
4.1.2
Cultuurhistorie
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Schagen. In het stedelijk gebied zijn geen landschappelijke elementen zoals deze in de Leidraad zijn opgenomen aanwezig. Ook bevinden zich in en in de omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen. Conclusie Er is als gevolg van het plan geen strijdigheid met de ontwikkelprincipes van West-Friesland West zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Met de realisatie van het planvoornemen wordt geen wijziging in de structuur van het landschap aangebracht. Cultuurhistorische waarden worden door het voornemen niet aangetast. Daarmee is het project voor wat betreft dit aspect uitvoerbaar.
4.2
Bodem
Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situatie (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit ten minste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Om een indruk te krijgen van de bodemkwaliteit in het projectgebied is het Bodemloket geraadpleegd. Van het plangebied is geen bodeminformatie bekend. Met die reden is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om de milieuhygiënische bodemkwaliteit vast te stellen. In Bijlage 11 is de rapportage van het onderzoek opgenomen. In het verkennend bodemonderzoek is naast de chemische kwaliteit tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht.
De gestelde hypothese, dat geen verontreiniging wordt verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart, is bevestigd. In zowel de boven- als ondergrond en het grondwater zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonbestemming. De resultaten geven in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren
27
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
van een aanvullend onderzoek.
Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar.
4.3
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming, soortenbescherming en beschermde houtopstanden, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Omgevingsverordening.
4.3.1
Beknopte natuurtoets
Om de uitvoerbaarheid van dit project te toetsen, is een natuurtoets zie Bijlage 6 uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 23 augustus 2021 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. Uit de rapportage komen de volgende resultaten: Soortenbescherming De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan worden uitgesloten. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied tijdelijk als foerageergebied voor de huismus. In de omgeving is echter ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Daarnaast is een groene inrichting onderdeel van het plan. Negatieve effecten op het foerageergebied van huismus treden niet op. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van andere algemene vogelsoorten (zoals boerenzwaluw) worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kan niet worden uitgesloten. Daarom is nader onderzoek nodig om aan te tonen of vleermuizen al dan niet hun verblijfplaats in de school hebben. In de plannen wordt rekening gehouden met vleermuizen en worden vleermuiskasten geplaatst/opgenomen. Het plangebied zal niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom bebouwing foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels ook hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen tot enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdier- en amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun
28
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor alle soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Op circa 6,5 km ten westen van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’. Ten noordoosten van het plangebied, op circa 1,5 km afstand ligt het NNN-gebied ‘Schagerwad en reservaten rond Kolhorn’. Het dichtstbijzijnde BPL (Schagen) ligt circa 1 km ten oosten van het plangebied. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Over deze afstand is in potentie alleen een effect van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000-gebieden te verwachten. Voor het planvoornemen is een stiktofberekening voor zowel de aanleg- als gebruiksfase uitgevoerd, zie Bijlage 8. Hieruit blijkt dat door de stikstofdepositie geen negatief effect optreedt in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
Het NNN in Noord-Holland kent geen externe werking. Door de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren of wordt aangetast, waardoor negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten.
4.3.2
Aanvullend onderzoek
In 2022 is nader onderzoek naar vleermuis uitgevoerd, zie Bijlage 7. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen verblijfplaatsen in de te slopen bebouwing aanwezig zijn. Wel loopt er een vliegroute langs de bomenrij ten noorden van het plangebied. In deze bomenrij worden een aantal bomen gekapt. De bomen staan relatief dicht op elkaar, bij kap van de aangegeven bomen ontstaat een ruimte van maximaal 25 meter tussen de stammen. Deze ruimte kunnen vleermuizen overbruggen. Er is daardoor geen sprake van een onderbreking van de structuur. Een ontheffing van de Wnb is in dit geval niet nodig. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft ecologie uitvoerbaar.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. De veiligheidsrisico's in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheidsniveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. Het Rijk heeft een risicokaart vervaardigd, waarop verschillende risicobronnen en risico-ontvangers zijn aangegeven. Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn, is de risicokaart
29
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
geraadpleegd. In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Wel bevindt zich in de nabijheid een transportroute waarover gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het betreft de N245. Transport gevaarlijke stoffen Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van een transportroute waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, de N245. Het invloedsgebied van deze weg reikt tot 355 meter. Daarmee bevindt het plangebied zich nipt binnen het invloedsgebied van deze weg. Omdat het plangebied buiten 200 meter van de weg is gelegen, heeft deze geen invloed meer op de hoogte van het groepsrisico. Tevens geldt dat, op basis van de aangeleverde tekeningen, kan worden geconcludeerd dat geen (beperkt)kwetsbare objecten worden gerealiseerd op het stuk grond wat zich binnen het invloedsgebied bevindt. Daarom kan de zogenaamde beperkte verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Met het planvoornemen wordt daarnaast geen nieuwe risicobron mogelijk gemaakt. Een nader onderzoek in het kader van externe veiligheid is dan ook niet aan de orde. Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar.