Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Bijlagen bij toelichting (nieuwe versie)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen Bij Toelichting
Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Vastgesteld
Bestemmingsplan Bijlagen Bij Toelichting
Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen Vastgesteld Fase: ontwerp Datum: 12-09-2022 Fase: vastgesteld Datum: 09-05-2023
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Beeldkwaliteit
7
Bijlage 2
Verslag welstandscommissie
11
Bijlage 3
Schaduwstudie
19
Bijlage 4
Archeologisch advies
23
Bijlage 5
Aanvullend archeologisch advies
33
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
41
Bijlage 7
Nader ecologisch onderzoek
53
Bijlage 8
Stikstofberekening
61
Bijlage 9
Wateradvies HHNK
83
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek
87
Bijlage 11
Bodemonderzoek
159
Bijlage 12
Verslag inloopbijeenkomst
219
Bijlage 13
Nota zienswijzen
235
3
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
4
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
6
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 1 Beeldkwaliteit
7
Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit voor de Jozef Israëlsstraat 4-6 in Schagen is als volgt uitgewerkt: Appartementengebouwen De appartementen worden verdeeld over twee compacte woonblokken, gescheiden door een openbaar stadsparkje in het verlengde van de Schubertlaan; De twee woonblokken worden gerealiseerd op een halfverdiepte parkeergarage, waarbij deze parkeergarage weggewerkt wordt in het landschap; De architectuur heeft heldere hoofdvormen; Het totale ensemble van twee compacte woonblokken is alzijdig en kent geen achterkant situaties; De entrees van de woonblokken zijn duidelijk gemarkeerd en goed zichtbaar; De woonblokken zijn maximaal drie bouwlagen (met plat dak) boven de halfverdiepte parkeergarage; Op de bovenste bouwlaag worden de gevels deels terugliggend om zodoende beter aan te sluiten op de omringende bebouwing; Uitstekende balkons zijn vloeiend vormgegeven om aan te sluiten op het lijnenspel van de parkachtige omgeving; De gevelopbouw is horizontaal geaccentueerd met een eenheid in maatvoering en reliëf; Buitenruimten op de begane grond liggen verhoogd in het landschap, zijn vloeiend vormgegeven en zijn omzoomd met beplanting en hagen. De terrassen die aan het water zijn gelegen zijn zorgvuldig ("zwevend") vormgegeven vlak boven het wateroppervlak.
Gymzaal De gymzaal wordt gescheiden van de woonblokken door een groene corridor die tevens dienst doet als een langzaam verkeersontsluiting; De gymzaal wordt landschappelijk ingepast aan de oostzijde van het plangebied; Qua architectuur, materialisatie en kleurstelling dient de gymzaal een verwantschap te hebben met de woonblokken en vice versa, waardoor het totale ensemble van woonblokken, parkeergarage en gymzaal een eenheid vormen; Aandacht voor het ontwerp van de plint en entree (geen achterkanten). Kleur- en materiaalgebruik Het kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te worden op de huidige mix van traditionele kleur- en materiaalgebruik van de omgeving. Hierbij kan op een eigentijdse wijze het DNA van Schagen vertaald worden naar de woonblokken en de gymzaal; Het kleurgebruik dient de architectuur te ondersteunen of te verrijken, waarbij geen sterk afwijkend en/of uitgesproken kleurgebruik is toegestaan; De materialen die toegepast worden hebben natuurlijke en ingetogen kleuren; Uitgangspunt is een basale uitvoering van natuurlijke en/of onderhoudsarme materialen, als baksteen, hout, beton, glas en aluminium; Toegepaste materialen dienen mooi te verouderen; Toepassen van zorgvuldige en ingetogen detaillering.
Reductie van materialen waar mogelijk; Hernieuwbare/ biobased materialen zoals hout, bamboe en vlasboard waar mogelijk; Gebruik van cradle-to-cradle materialen waar mogelijk; Gekozen materialen zijn duurzaam en bestendig voor intensief gebruik; Circulair gebouwd met materiaalpaspoort. Landschappelijke inpassing Het totale ensemble van bebouwing en landschappelijk ontworpen groene buitenruimte vormt een integrale knoop in het stedelijk groen- en waternetwerk van Schagen;
Tussen twee woonblokken bevindt zich een stadsparkje; Kwalitatief hoogwaardige natuur, (streekeigen) biodiversiteit en een gezonde leefomgeving; Gevels zijn op strategische plekken voorzien van gevelgroen en het dak van de parkeergarage is voorzien van grassen, kruiden, dwergheesters en struiken; Mogelijkheden voor ingebouwde bloembakken of groeiplaatsen op balkons; De vegetatie bestaat uit regionaal inheemse beplanting, heeft in elk seizoen bloeiende planten en is rijk aan nectar en stuifmeel, dit spoort de komst van insecten als vlinders en bijen aan wat de biodiversiteit bevordert; Afscheidingen tussen buitenruimtes op de begane grond en openbare ruimte worden als haag uitgevoerd met minimaal drie verschillende heesters; Aandacht voor inpassing privacyschermen; In de openbare ruimte zijn voorzieningen voor insecten b.v. steenstapels en insectenhotels; Nestgelegenheid voor insecten, vogels en vleermuizen worden in de gevels opgenomen, alsook in het groen op maaiveld.
Parkeren Het parkeren voor bewoners wordt buiten het zicht opgelost in een halfverdiepte parkeergarage; Inpassing inrit parkeergarage dient op een vanzelfsprekende wijze in het architectuur- en landschapsontwerp opgenomen te worden; Parkeren voor bezoekers wordt op de openbare weg gerealiseerd, waarbij de parkeerplekken groen worden uitgevoerd middels grasstenen; Hagen worden gebruikt om het openbare parkeren in te pakken.
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 2 Verslag welstandscommissie
11
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 3 Schaduwstudie
19
De Groene Traverse Schagen – schaduweffecten tijdens seizoenen
1 maart 12.00 uur
1 juni 12.00 uur
1 september 12.00 uur
1 december 12.00 uur
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 4 Archeologisch advies
23
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Document
Aanvullend Advies
Plangebied
Basisschool de Ark, Schagen, gemeente Schagen
Adviesnummer
21007
Opstellers
C.M. Soonius (senior-archeoloog) & B.C. ter Steege (senior-archeoloog)
Datum
27-08-2021
Advies
IVO – Overig (Proefsleuvenonderzoek) in (kosten initiatiefnemer) westelijke deel Opstellen PvE Minimale omvang 120m2 (is gelijk aan twee proefsleuven van 4 x 15 m)
Vervolgtraject
Indien behoudenswaardige resten worden aangetroffen: opgraving Maximale omvang opgraving 1.200 m2
Aanvullend Advies 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Schagen (contactpersoon: Jos Broersen) is in januari 2021 gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot de sloop van basisschool ‘de Ark’ en de nieuwbouw van de ‘de Nieuwe Ark’. Het plangebied ligt tussen de Jozef Israëlsstraat en de Beethovenlaan in Schagen (afb. 1). De quickscan met veldtoets heeft uitgewezen dat er mogelijk een prehistorisch niveau aanwezig is in de ondergrond. Inmiddels is het plan meer uitgewerkt. De Planvisie De Groene Traverse geeft de richting aan van de ontwikkeling (afb. 2 en 3). Onder de gebouwen en de tussenliggende ruimte komt een half verdiepte parkeergarage. Ter plaatse van de parkeerkelder zullen de bodemingrepen dus dieper dan 1 m -Mv reiken. De gemeente wil inzicht krijgen in de tijd die gemoeid is met het archeologisch onderzoek. Onder kopje 2 worden de resultaten van de quickscan herhaald. Onder kopje 3 wordt het bouwplan getoetst en onder kopje 4 wordt uiteengezet welke consequentie het realiseren van nieuwbouw met half verdiepte parkeerkelder heeft voor de eventueel aanwezige waarden.
Pagina 1 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) en de half verdiepte parkeerkelder (rode stippellijn) op een recente luchtfoto.
Afbeelding 2. Schetsontwerp (overgenomen uit de planvisie De Groene Traverse, d.d. 26-03-2021)
Pagina 2 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 3. Locatie plangebied en de beide hoofdgebouwen (rode stippellijnen). Deze afbeelding is gebruikt voor afbeelding 1 en 4.
2. Conclusie uit archeologische Quickscan1 “Het staat in de planning om basisschool ‘de Ark’ aan de Jozef Israëlsstraat te slopen en hier nieuwbouw te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 1 hectare. Definitieve bouwplannen zijn nog niet beschikbaar. Op basis van de veldtoets is duidelijk geworden dat vanaf ca. 1,2 m –Mv een prehistorisch niveau aanwezig is (afb. 4 en 5). Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces. Onder bodemverstoring wordt in deze situatie onder andere verstaan: afgraven van de bovengrond (dieper dan 1 m –Mv) ten behoeve van het bouwrijp maken van de gronden; het aanbrengen van een dicht gesteld palenplan; bodemsaneringen, tijdelijke uitplaatsing van vervuilde grond; het graven van sloten en andere ingravingen. Ligt het in de planning om één of meerdere van bovenstaande bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Bij ingrepen dieper dan 1 m – Mv is dan op basis van de geplande nieuwbouw en de hoge archeologische verwachting is een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist. 1
Leek & Soonius 2021.
Pagina 3 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. In de quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Deze gespecificeerde verwachting wordt tijdens het proefsleuvenonderzoek getoetst. Een bureauonderzoek zal in dit geval geen nieuwe gegevens betreffende de verwachting binnen het plangebied genereren. Geadviseerd wordt om in dit geval een bureauonderzoek achterwege te laten en de gespecificeerde verwachting uit de quickscan te hanteren. Aangezien er nog geen definitief bouwplan beschikbaar is, is het momenteel niet mogelijk een eenduidig advies uit te dragen. Zodra meer gegevens beschikbaar zijn over de bouwplannen, dienen deze te worden voorgelegd aan Archeologie West-Friesland (06-25272867/c.soonius@hoorn.nl). Hierna zal een aanvullend advies worden opgesteld.”
Afbeelding 4. Boorpuntenkaart.
Pagina 4 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 5. Zuidprofiel werkput 1 Regioplein (bron:Tuinman & De Koning 2021: pagina 16). De onderste laag dateert uit de Vroege Bronstijd.
Pagina 5 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 6. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) met daarop de Parkeerkelder (in blauw) en het maximaal te onderzoeken gebied (in geel) op een luchtfoto uit 2018 (parkeerkelder overgenomen uit Planvisie).
3. Toets bouwplan Alhoewel het bouwplan nog niet volledig is uitgewerkt kan gesteld worden dat een halfverdiepte parkeerkelder de eventueel aanwezige archeologische waarden kan aantasten. Op afbeelding 6 is aangegeven welk deel voor nader onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg is geselecteerd. Hierbij wordt aangenomen dat de bouw van de school (jaren ’80 van de vorige eeuw) het potentiële archeologische niveau al hebben aangetast. Het westelijke deel (gele vlak op afb. 6) heeft een omvang van ca. 1200 m2 en betreft de westelijke kant van de parkeerkelder en is momenteel in gebruik als grasland en schoolplein. In de archeologische quickscan wordt aangegeven dat bij bodemingrepen dieper dan 1 m-Mv een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd. Het proefsleuvenonderzoek heeft als primair doel het waarderen van eventuele archeologische resten en het vaststellen van hun aard, omvang, begrenzing en datering, voor zover mogelijk. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan over de behoudenswaardigheid van de resten. De veldtoets heeft uitgewezen dat op een diepte van ca. 1,2 m -Mv mogelijk een prehistorisch niveau aanwezig is. Twee werkputten van 4x 15 m is de minimale inzet voor veldwerk. Dit proefsleuvenonderzoek kan al voor de sloop van de gebouwen worden uitgevoerd.
Indien uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat een behoudenswaardige vindplaats aanwezig is, dient een archeologische opgraving te worden uitgevoerd. 4. Conclusie & Advies De aanleg van een half verdiepte parkeerkelder kan eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten.
Pagina 6 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Een proefsleuvenonderzoek in het westelijke (onbebouwde) deel van de aan te leggen parkeerkelder kan inzicht verschaffen over de aanwezigheid en behoudenswaardigheid van deze waarden. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen worden opgesteld.
Archeologie West-Friesland kan een dergelijk onderzoek uitvoeren, maar het kan ook door een gecertificeerd archeologisch bedrijf worden uitgevoerd. De kosten van een dergelijk onderzoek zijn, conform de Erfgoedwet (hoofdstuk 9 § 1), voor rekening van de initiatiefnemer. 5. Bronnen Leek, J. & C.M. Soonius, 2021. Basisschool de Ark, Schagen, gemeente Schagen. Archeologische Quicskcan met veldtoets. Adviesnummer 21007 (d.d. 12-01-2021). Archeologie West-Friesland, Hoorn. Planvisie De Groene Traverse, 2021. (26-03-2021) Tuinman, N.C. & J, de Koning, 2021. Inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven te Schagen-Regioplein. Hollandia reeks nr. 874. Hollandia Archeologen, Zaandijk.
Pagina 7 van 7 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
32
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 5 Aanvullend archeologisch advies
33
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Document
Aanvullend Advies (versie 2)
Plangebied
Basisschool de Ark, Schagen, gemeente Schagen
Adviesnummer
21007
Opstellers
C.M. Soonius (senior-archeoloog) & B.C. ter Steege (senior-archeoloog)
Datum
09-05-2022
Advies
IVO Overig (Proefsleuvenonderzoek) in (kosten initiatiefnemer) westelijke deel Opstellen PvE Minimale omvang 120m2 (is gelijk aan twee proefsleuven van 4 x 15 m)
Vervolgtraject
Indien behoudenswaardige resten worden aangetroffen: opgraving Maximale omvang opgraving 1.200 m2
Aanvullend Advies 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Schagen (contactpersoon: Jos Broersen) is in januari 2021 gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot de sloop van b bouw Het plangebied ligt tussen de Jozef Israëlsstraat en de Beethovenlaan in Schagen (afb. 1). De quickscan met veldtoets heeft uitgewezen dat er mogelijk een prehistorisch niveau aanwezig is in de ondergrond. In 2022 is het plan iets gewijzigd naar aanleiding van een ontwerpsessie met de ontwikkelaar.(afb. 2 en 3). Gegevens zijn aangeleverd door de gemeente Schagen (contactpersoon: Joost Jonker). De gymzaal wordt wat verder naar het oosten opgeschoven en er komt een waterpartij. Onder de gebouwen en de tussenliggende ruimte komt een half verdiepte parkeergarage. Ter plaatse van de parkeerkelder en de waterpartij zullen de bodemingrepen dus dieper dan 1 m -Mv reiken. De gymzaal zal niet verdiept worden aangelegd en is niet meegenomen in het advies. De gemeente wil inzicht krijgen in de tijd die gemoeid is met het archeologisch onderzoek. Onder kopje 2 worden de resultaten van de quickscan herhaald. Onder kopje 3 wordt het bouwplan getoetst en onder kopje 4 wordt uiteengezet welke consequentie het realiseren van nieuwbouw met half verdiepte parkeerkelder heeft voor de eventueel aanwezige waarden.
Pagina 1 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. Ligging plangebied (rode stippellijn) en de half verdiepte parkeerkelder (zwarte stippellijn) en de te graven waterpartij (blauwe stippellijn) op een recente topografische kaart.
Afbeelding 2. Voorlopig ontwerp (DP6 architectuursudio d.d. 24-03-2022).
Pagina 2 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
2. Conclusie uit archeologische Quickscan 1 Het staat in de planning om basis lsstraat te slopen en hier nieuwbouw te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 1 hectare. Definitieve bouwplannen zijn nog niet beschikbaar. Op basis van de veldtoets is duidelijk geworden dat vanaf ca. 1,2 m Mv een prehistorisch niveau aanwezig is (afb. 3 en 4). Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces. Onder bodemverstoring wordt in deze situatie onder andere verstaan: afgraven van de bovengrond (dieper dan 1 m Mv) ten behoeve van het bouwrijp maken van de gronden; het aanbrengen van een dicht gesteld palenplan; bodemsaneringen, tijdelijke uitplaatsing van vervuilde grond; het graven van sloten en andere ingravingen. Ligt het in de planning om één of meerdere van bovenstaande bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Bij ingrepen dieper dan 1 m Mv is dan op basis van de geplande nieuwbouw en de hoge archeologische verwachting is een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist. Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. In de quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Deze gespecificeerde verwachting wordt tijdens het proefsleuvenonderzoek getoetst. Een bureauonderzoek zal in dit geval geen nieuwe gegevens betreffende de verwachting binnen het plangebied genereren. Geadviseerd wordt om in dit geval een bureauonderzoek achterwege te laten en de gespecificeerde verwachting uit de quickscan te hanteren. Aangezien er nog geen definitief bouwplan beschikbaar is, is het momenteel niet mogelijk een eenduidig advies uit te dragen. Zodra meer gegevens beschikbaar zijn over de bouwplannen, dienen deze te worden voorgelegd aan Archeologie West-Friesland (06-25272867/c.soonius@hoorn.nl). Hierna zal een aanvullend advies worden opgesteld.
1
Leek & Soonius 2021.
Pagina 3 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 3. Boorpuntenkaart.
Afbeelding 4te. Zuidprofiel werkput 1 Regioplein (bron:Tuinman & De Koning 2021: pagina 16). De onderste laag dateert uit de Vroege Bronstijd. Pagina 4 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 5. Ligging plangebied (rode stippellijn) met daarop de Parkeerkelder (zwarte stippellijn) en het maximaal te onderzoeken gebied (in geel) op een recente topografische kaart (parkeerkelder en waterpartij buiten bebouwing).
3. Toets bouwplan Alhoewel het bouwplan nog niet volledig is uitgewerkt kan gesteld worden dat een halfverdiepte parkeerkelder en het graven van een waterpartij de eventueel aanwezige archeologische waarden kan aantasten. Op afbeelding 5 is aangegeven welk deel voor nader onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg is geselecteerd. Hierbij wordt aangenomen dat de bouw van de school ige eeuw) het potentiële archeologische niveau al heeeft aangetast. Het westelijke deel (gele vlak op afb. 5) heeft een omvang van ca. 1200 m 2 en betreft de westelijke kant van de parkeerkelder en is momenteel in gebruik als grasland en schoolplein. De waterpartij, die gegraven gaat worden buiten de huidige bebouwing aan de oostzijde heeft een omvang van ca. 240 m2. In de archeologische quickscan wordt aangegeven dat bij bodemingrepen dieper dan 1 m-Mv een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd. Het proefsleuvenonderzoek heeft als primair doel het waarderen van eventuele archeologische resten en het vaststellen van hun aard, omvang, begrenzing en datering, voor zover mogelijk. Op basis hiervan kan een uitspraak worden gedaan over de behoudenswaardigheid van de resten. De veldtoets heeft uitgewezen dat op een diepte van ca. 1,2 m -Mv mogelijk een prehistorisch niveau aanwezig is. Twee werkputten van 4x 15 m is de minimale inzet voor veldwerk.
Dit proefsleuvenonderzoek kan al voor de sloop van de gebouwen worden uitgevoerd. Indien uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat een behoudenswaardige vindplaats aanwezig is, dient een archeologische opgraving te worden uitgevoerd.
Pagina 5 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
4. Conclusie & Advies De aanleg van een half verdiepte parkeerkelder en een waterpartij kan eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. Een proefsleuvenonderzoek in het westelijke (onbebouwde) deel van de aan te leggen parkeerkelder kan inzicht verschaffen over de aanwezigheid en behoudenswaardigheid van deze waarden. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld. Archeologie West-Friesland kan een dergelijk onderzoek uitvoeren, maar het kan ook door een gecertificeerd archeologisch bedrijf worden uitgevoerd. De kosten van een dergelijk onderzoek zijn, conform de Erfgoedwet (hoofdstuk 9 § 1), voor rekening van de initiatiefnemer. 5. Bronnen DP6 architectuurstudio, 2022. Voorontwerp project de Groene Traverse (24-03-2022). Leek, J. & C.M. Soonius, 2021. Basisschool de Ark, Schagen, gemeente Schagen. Archeologische Quicskcan met veldtoets. Adviesnummer 21007 (d.d. 12-01-2021). Archeologie West-Friesland, Hoorn. Planvisie De Groene Traverse, 2021. (26-03-2021) Tuinman, N.C. & J, de Koning, 2021. Inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven te Schagen-Regioplein. Hollandia reeks nr. 874. Hollandia Archeologen, Zaandijk.
Pagina 6 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 6 Ecologisch onderzoek
41
Beknopte natuurtoets Jozef Israëlsstraat 4 -6, Schagen projectnummer: P000598 Onderwerp:
Beknopte natuurtoets Jozef Israëlsstraat 4-6, Schagen
Datum:
23-08-2022
Inleiding KADER De initiatiefnemer is van plan woningen te realiseren op de plek van de huidige bassischool De Ark in Schagen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een natuurtoets uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming 1
(Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van deze natuurtoets op 23 augustus 2021 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: half bewolkt, droog, circa 19˚C en een zwakke wind. Op 17 mei 2022 is ten behoeve van een uitbreiding van het plangebied ook een gebied ten oosten van de school bezocht. De weersomstandigheden tijdens dit veldbezoek waren: licht bewolkt, droog, circa 19˚C en een matige wind PLANGEBIED EN ONTWIKKELING Het plangebied ligt iets ten noorden van het centrum van Schagen en omvat de gebouwen en het omliggende terrein van bassischool de Ark (figuur 1). De gebouwen bestaan uit twee bouwstijlen. Het oude gedeelte is opgetrokken uit baksteen met boeiboorden van trespa. Daar aan vast gemaakt zijn noodlokalen die opgetrokken zijn uit plaatmateriaal. Alle gebouwen hebben platte daken met bitumen. Tussen de gebouwen ligt een kleine binnentuin. Het omliggende terrein bestaat uit een grasveld (sportveld) aan de westzijde van de school, een schoolplein (west en -oostzijde) en bosschages met enkele bomen (noord- en zuidzijde). Ten oosten van het schoolterrein ligt een grazige berm en brede rietkraag en een kleine boomgroep aan de zuidzijde.
Deze wordt van het schoolterrein gescheiden door een smal tegelpad langs de singel van het schoolterrein. Er is geen permanent oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. Wel ligt er een watergang langs de oostgrens van het plangebied.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
De plannen bestaan uit de bouw van een appartementencomplex (50 appartementen) in een groene omgeving. Bij uitvoering van het plan wordt de bebouwing verwijderd, vegetatie en verharding verwijderd en grond vergraven. De bestaande groenstructuur (bomen) langs de Jozef Israëlsstraat en Beethovenlaan blijft behouden.
Figuur 1. Locatie van het plangebied (rode stippellijn). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
2
Foto 1 t/m 6. Impressie van het plangebied op 23 augustus 2021. Bovenste rij; zicht op het sportveld en de ingang vanuit het westen. Middelste rij: noodlokalen met schoolplein en fietsenhok (oostzijde van het plangebied) Onderste rij: toegangen van oude deel (links) en noodlokalen (rechts) aan de noordzijde van het plangebied
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
3
Foto 7 en 8.. Impressie van de oostzijde van het plangebied op 17 mei 2022
Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Database Flora en Fauna
2
(NDFF © geraadpleegd op 30 augustus 2021 14:31:17) blijkt dat in de directe omgeving (0 - 1 km) van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en amfibieën. De diverse soortroepen worden hieronder behandeld. Het gazon/sportveld aan de westzijde en het gazon aan de zuidzijde bestaat voornamelijk uit grassoorten zoals Engels raaigras en soorten als witte klaver, madeliefje, paardenbloem. De bosschages in het plangebied bestaan uit diverse struiken zoals Japanse spirea, hulst, braam en bosrank. Deze soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. De bomen in het plangebied bestaan onder andere
2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
4
uit meidoorn, beuk en okkernoot. De singel van het schoolterrein bestaat uit een hoge haag van éénstijlige meidoorn, Spaanse aak, veldiep, zwarte els, vlier, gewone esdoorn. Langs het voetpad is een 23 meter brede, gemaaide grasstrook aanwezig, waarnaast de grasstrook over een breedte van circa 7 niet is gemaaid en bestaat uit een graslandvegetatie met soorten als gewone berenklauw, fluitenkruid, kruipende boterbloem, veldzuring, rode klaver, gewone paardenbloem en duizendblad. Verder naar het oosten gaat de berm over in een oeverzone met een ca. 8-10 meter brede rietkraag met soorten als riet, harig wilgenroosje en moerasspirea. Aan de zuidzijde van het oostelijk gedeelte van het plangebied staat een kleine boomgroep met drie grote Italiaanse populieren en een éénstijlige meidoorn. Verder is er opslag aanwezig van gewone esdoorn, vogelkers veldiep, hondsroos en vlier. De ondergroei bestaat uit klimop, reuzenberenklauw en speenkruid. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen. Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom zijn beschermde plantensoorten ook niet in het plangebied te verwachten. Uit de omgeving zijn vogels met jaarrond beschermde nesten bekend, die in binnenstedelijke bebouwing hun nest kunnen hebben. Het gaat hierbij om gierzwaluw en huismus (NDFF).
De bebouwing is één verdieping hoog, heeft geen dakpannen en ook geen andere geschikte openingen voor huismus of gierzwaluw. In de bomen zijn tijdens beide veldbezoeken geen nesten aangetroffen die van vogels met jaarrond beschermde nesten kunnen zijn. Het omliggende terrein met struiken en heggen kan wel een klein onderdeel vormen van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus. In de struiken en bomen kunnen wel algemenere vogels broeden, zoals merel, houtduif en heggenmus. Nesten van deze soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Uit de omgeving zijn de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis bekend (NDFF). In het oude gedeelte is onder de trespa boeiborden zijn op diverse plekken kleine ruimtes aanwezig waar vleermuizen achter kunnen verblijven (foto’s 9 en 10). Daarnaast is er ruimte onder loodflappen en zijn er openingen bij aansluitingen van het oude gedeelte met de noodlokalen. Er zijn geen dakpannen of open stootvoegen aanwezig, waardoor de aanwezigheid van meervleermuis niet verwacht wordt. Deze soort is kritischer is qua microklimaat en heet vaak een verblijfplaats in spouwmuren of onder daken met dakpannen. Laatvlieger en gewone dwergvleermuis zijn minder kritisch en kunnen wel gebruik maken de aangetroffen openingen.
In de opgaande beplanting zijn geen holtes, scheuren of loszittend schors aanwezig, waar vleermuizen hun verblijfplaats kunnen hebben. Rondom de school kunnen soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger foerageren. In en direct rondom het plangebied is geen doorgaande structuur van opgaande beplanting of een watergang aanwezig die in gebruik kan zijn als essentiële vliegroute voor vleermuizen.
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
5
Foto’s 9 en 10. Openingen en ruimtes bij de dakranden en aansluitingen die geschikt zijn voor vleermuizen
Het groen in het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten egel en huisspitsmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde bunzing bekend (NDFF). Verblijfplaatsen van bunzing en andere niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren worden niet in het plangebied verwacht vanwege de ligging van het plangebied midden in de bebouwde kom van Schagen en het ontbreken van geschikt leefgebied, zoals met ruigte begroeide oevers, takkenhopen en rust. De waarneming van de bunzing komt uit de zuidwestelijke rand van Schagen waar wel geschikt biotoop voorhanden is. Algemene amfibieën, zoals kleine watersalamander, gewone pad en bruine kikker, kunnen het plangebied als landbiotoop gebruiken. Dit geldt met name voor het oostelijk gedeelte, direct grenzend aan het water. Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn door het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving (NDFF) niet te verwachten in het plangebied. Overige beschermde soorten uit de soortgroepen vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet uit de directe omgeving bekend (NDFF).
Het plangebied biedt deze soortgroepen ook geen geschikt leefgebied. De aanwezigheid van deze soorten kan worden uitgesloten. TOETSING De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan worden uitgesloten. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied tijdelijk als foerageergebied voor huismus die in nabijgelegen woonhuizen kan broeden. Er wordt met name grasland verwijderd. In de omgeving (tuinen, omliggende beplanting) is in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig tijdens de werkzaamheden. De
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
6
bestaande groenstructuur (bomen) langs de Jozef Israëlsstraat en Beethovenlaan blijft behouden en uitgebreid met regionaal inheemse boomsoorten. Afscheidingen tussen buitenruimtes op de begane grond en openbare ruimte worden als haag uitgevoerd met minimaal drie verschillende heesters. Daarnaast is wordt er natuur-inclusief gebouwd. Daken van de appartementen en parkeergarage worden voorzien van mos, sedum, grassen en kruiden. Gevels zijn op strategische plekken voorzien van gevelgroen. Negatieve effecten op het foerageergebied van huismus treden hierdoor niet op. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van andere algemene vogelsoorten (zoals boerenzwaluw) worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. De aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kan niet worden uitgesloten. Daarom is nader onderzoek nodig om aan te tonen of vleermuizen al dan niet hun verblijfplaats in de school hebben.
Het plangebied zal niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom bebouwing foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels ook hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen tot enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdier- en amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor alle soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
7
NATUURNETWERK NEDERLAND EN NATUURVERBINDINGEN Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 16-11-2020). BIJZONDER PROVINCIAAL LANDSCHAP Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid (omgevingsverordening NH2020) wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bijzonder provinciaal landschap (BPL). Dat zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. INVENTARISATIE Op circa 6,5 km ten westen van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’. Ten noordoosten van het plangebied, op circa 1,5 km afstand ligt het NNN-gebied ‘Schagerwad en reservaten rond Kolhorn’. Het dichtstbijzijnde BPL (Schagen) ligt circa 1 km ten oosten van het plangebied.
TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Een eventuele toename van stikstofdepositie ten gevolge van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering vrijgesteld van vergunningplicht. Dat geldt niet voor eventuele toename in de gebruiksfase, omdat dit plan kan leiden tot meer verkeersbewegingen. Bij een berekening van Aerius met de huidige Aerius Calculator is geen toename te verwachten in de gebruiksfase omdat wegverkeer maar tot 5 km afstand wordt doorgerekend. Dit najaar is een update van de Calculator is, waarin wegverkeer wel tot 25 km wordt doorgerekend. We adviseren om een AERIUS-berekening te maken waaruit blijkt of tijdens de gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden.
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
8
Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren en door de ruime afstand is ook geen sprake is van negatieve effecten op NNN en BPL. Beschermde houtopstanden 2
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. In het plangebied zijn geen op grond van de Wnb beschermde houtopstanden aanwezig. Wel kunnen individuele bomen beschermd zijn op gemeentelijk niveau. Conclusie Voor dit plan is op 23 augustus 2021en 17 mei 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis hiervan is een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Door de werkzaamheden gaan mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger verloren. Daarom is nader onderzoek nodig om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw vast te stellen. De periode voor dit onderzoek loopt vanaf half mei t/m half juli (kraam-en zomerverblijfplaatsen) en vanaf half augustus t/m eind september voor paar-en zomerverblijfplaatsen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
Een Aerius-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie in de gebruiksfase al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt. Er is geen sprake van de kap van in het kader van de Wnb beschermde houtopstanden. Het plan is tot slot op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening NH2020.
datum 23-08-2022
projectnummer P000598
9
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
52
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 7 Nader ecologisch onderzoek
53
Nader onderzoek beschermde soorten Jozef Israëlsstraat 4-6, Schagen projectnummer: P000838 Onderwerp:
Nader onderzoek vleermuizen
Datum:
21-11-2022
Inleiding De initiatiefnemer is van plan woningen te realiseren op de plek van de huidige bassischool De Ark in Schagen. Uit de natuurtoets komt naar voren dat in de te slopen bebouwing binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) aanwezig zijn. Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, is nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van dit nader onderzoek. Beschrijving plangebied en plannen Het plangebied ligt iets ten noorden van het centrum van Schagen en omvat de gebouwen en het omliggende terrein van bassischool De Ark. De gebouwen bestaan uit twee bouwstijlen. Het oude gedeelte is opgetrokken uit baksteen met boeiboorden van Trespa. Daar aan vast gemaakt zijn noodlokalen die opgetrokken zijn uit plaatmateriaal. Alle gebouwen hebben platte daken met bitumen. Tussen de gebouwen ligt een kleine binnentuin. Het omliggende terrein bestaat uit een grasveld (sportveld) aan de westzijde van de school, een schoolplein (west- en -oostzijde) en bosschages met enkele bomen (noord-, oost- en zuidzijde). De plannen bestaan uit de bouw van vier appartementencomplexen. Hiervoor wordt bebouwing, vegetatie en verharding verwijderd.
Nader onderzoek vleermuizen METHODE 1
Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd op basis van het Vleermuisprotocol 2021 .In de periode half mei - half juli 2022 zijn drie inventarisaties uitgevoerd gericht op de aanwezigheid van de te verwachten vleermuissoorten. Dit is uitgevoerd met drie personen per inventarisatie vanwege de grootte en inrichting van het plangebied. Dit waren twee avondbezoeken en één ochtendbezoek, specifiek gericht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijven. In de periode half augustus - eind september zijn twee inventarisaties (een avond- en middernachtbezoek) uitgevoerd, gericht op paarverblijfplaatsen. Deze rondes zijn uitgevoerd door twee personen. Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van Pettersson D240x batdetectors. Met een opnameapparaat zijn zo nodig geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd voor een nauwkeurige determinatie. De omstandigheden tijdens de vleermuisinventarisaties zijn beschreven in tabel 1. Tabel 1. Omstandigheden tijdens de vleermuisinventarisaties. Datum
Tijdsduur
Zonsopkomst/ondergang
Weer
Temperatuur
17-05-2022
21:25– 23:40 uur
21:29 uur
Licht bewolkt, droog, wind 3 Bft
19 °C
14-06-2022
22:00 – 00:07 uur
22:07 uur
Licht bewolkt, droog, wind 2-3 Bft
17°C
04-07-2022
03:15 – 05:25 uur
05:23 uur
Bewolkt, droog, wind 0-1 Bft
13 °C
30-08-2022
21:35 – 23:35 uur
20:35 uur
Lichtbewolkt, droog, wind 3-4 Bft
18 °C
22-09-2022
23:00 – 01:00 uur
19:33 uur
Helder, droog, wind 0-1 Bft
11 °C
INVENTARISATIE KRAAMPERIODE Op 17 mei 2022 werd om 22:05 uur de eerste vleermuis waargenomen. Dit betrof een laatvlieger, die uit het westen kwam aanvliegen en enige tijd bleef foerageren boven het speelveld ten westen van de school. Vanaf 22:10 uur tot 22:44 uur waren er langs de singel aan de noordzijde van de school, eerst twee en later drie foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig. Om 22:20 uur passeerde er een meervleermuis aan de zuidzijde van het plangebied. Rond die tijd werd aan de noordzijde tevens een passerende laatvlieger vanuit het westen naar het noordoosten waargenomen. Uitvliegende dieren uit de bebouwing zijn niet waargenomen. De waargenomen vleermuizen toonden ook geen binding met de bebouwing. Boven de watergang aan de oostzijde van het plangebied waren verschillende foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig en is een watervleermuis waargenomen. Andere soorten zijn niet waargenomen. Tijdens de tweede inventarisatieronde op 14 juni werd vanaf 22:38 uur de eerste vleermuis waargenomen. Dit betrof een passerende gewone dwergvleermuis. Om 22:48 uur kwam een laatvlieger uit 1
Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisinventarisatieprotocol versie januari 2021
http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.
datum 21-11-2022
projectnummer P000838
2
het westen aangevlogen om te foerageren boven het speelveld ten westen van de school. Van 22.40 uur tot 23.00 uur vlogen circa 15 gewone dwergvleermuizen van west naar oost langs de bomenrij aan de noordzijde van het schoolterrein, soms vlak over de grond. Enkele dieren bleven korte tijd foerageren bij de beplanting langs de school. Rond 23.40 uur werden aan de zuid- en oostzijde nog vier foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen en één overvliegende rosse vleermuis. Andere soorten vleermuizen of uitvliegende dieren uit de bebouwing zijn niet waargenomen. Tijdens de ochtendronde op 4 juli 2022 foerageerden er bij aankomst enkele gewone dwergvleermuizen bij de struiken en bomen ten noorden en oosten van het plangebied. Vanaf 03:50 uur tot 04:30 uur werden aan de noordrand en boven de projectlocatie (tenminste) acht van oost naar west passerende meervleermuizen waargenomen. Ruim de helft hiervan (tenminste vijf exemplaren) vloog langs de bomenrij ten noorden van de projectlocatie. Tevens passeerde hier in dezelfde richting een laatvlieger en enkele (twee tot vier4) gewone dwergvleermuizen. De overige dieren vlogen over de bebouwing (zie figuur 1). Na 04:40 uur was er geen sprake meer van een activiteit van vleermuizen. Invliegende of zwermende vleermuizen bij de school zijn niet geconstateerd.
Figuur 1: Vliegroutes van vleermuizen op 4 juli langs en boven het plangebied (bolletjeslijn). GDW: gewone dwergvleermuis, LV: laatvlieger.
INVENTARISATIE PAARPERIODE In en rondom het plangebied zijn tijdens de eerste ronde op 30 augustus 2022 hoofdzakelijk enkele passerende of korte tijd foeragerende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Ten noordoosten van het plangebied (bij de Vincent van Goghlaan) was een in vlucht balt-
datum 21-11-2022
projectnummer P000838
3
sende gewone dwergvleermuis aanwezig, maar deze vertoonde geen binding met de gebouwen in het plangebied. Deze vleermuis heeft mogelijk een paarverblijfplaats in de woningen aan de Vincent van Goghlaan. Andere soorten zijn niet waargenomen en ook zijn geen andere waarnemingen gedaan die duiden op (paar)verblijfplaatsen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Op 22 september 2022 zijn in en rond het plangebied opnieuw hoofdzakelijk enkele passerende of korte tijd foeragerende gewone dwergvleermuizen en tweemaal een ruige dwergvleermuis waargenomen. Net zoals in het eerste bezoek in de paarperiode is ten noordoosten van het plangebied een in vlucht baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen. Ook in het westen werd een baltsend mannetje gehoord. Beide vleermuizen vertoonden geen binding met de gebouwen in het plangebied. Het exemplaar ten noordoosten van de projectlocatie heeft mogelijk een paarverblijfplaats in de woningen aan de Vincent van Goghlaan. Het exemplaar ten westen van de projectlocatie heeft mogelijk een paarverblijfplaats in de woningen aan de A. Mauvestraat (figuur 2). Andere soorten vleermuizen zijn niet waargenomen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Ook zijn geen andere waarnemingen gedaan die duiden op aanwezigheid van mogelijke (paar)verblijfplaatsen.
Figuur 2. Paarterritoria gewone dwergvleermuis (oranje cirkels).
datum 21-11-2022
projectnummer P000838
4
FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN Bij vleermuizen wordt onderscheid gemaakt in de volgende functies: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf, winterverblijf, foerageergebied en vliegroute. Op basis van de hierboven beschreven inventarisaties kan worden geconcludeerd dat in de te slopen bebouwing geen vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. Wel zijn ten noordoosten en westen van het plangebied twee paarterritoria van gewone dwergvleermuis aangetroffen net buiten het plangebied. Het plangebied vormt een klein onderdeel van het foerageergebied van gewone dwergvleermuis, en ruige dwergvleermuis. Het gaat hierbij om lage aantallen. Het plangebied wordt over de breedte gebruikt als vliegroute voor enkele exemplaren van gewone dwergvleermuis (15), laatvlieger (één à twee) en meervleermuis (acht). De vliegroute van al deze soorten concentreert zich echter langs de bomenrij ten noorden van het plangebied (zie figuur 1). Toetsing en conclusie De sloop van de bebouwing heeft geen negatief effect op verblijfplaatsen van vleermuizen. De bomen aan de noord- en zuidzijde van het plangebied worden niet gekapt, waardoor de structuur van een in oost-westelijke richting verlopende vliegroute van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis blijft bestaan.
Met name meervleermuis en in mindere mate gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn wel gevoelig voor verstoring van essentiële vliegroutes door kunstlicht. Daarom dient verstoring van de vliegroute te worden voorkomen door in het plangebied alleen naar beneden schijnende armaturen gebruiken, die geen lichtuitstraling veroorzaken op de bomenrijen. Op locaties waar dit onontkoombaar is, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid, kan als alternatief eventueel vleermuisvriendelijk licht worden gebruikt. Dat betekent lichtarmaturen met amberkleurig of rood licht (geen wit). Een ontheffing van de Wnb is in dit geval niet nodig.
datum 21-11-2022
projectnummer P000838
5
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
60
bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen
Bijlage 8 Stikstofberekening
61
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e J o ze f I sr aë l ss tr aa t 4 - 6 Sch ag en
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e J o ze f I sr aë l ss tr aa t 4 - 6 Sch ag en
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport en bijlagen
24 februari 2023 Projectnummer P000605
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging plangebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
6
4.2
Werkverkeer (bron 2)
7
4.3
Verkeersgeneratie (bron 3)
8
4.4
Totale emissie
8
5
Model
9
6
Rekenresultaten en conclusie
10
24 februari 2023
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Jozef Israëlsstraat 4-6 Schagen is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van twee woongebouwen en een gymzaal aan de Jozef Israëlsstraat 4-6 te Schagen in de gemeente Schagen berekend. 2
Het plan maakt de bouw van 50 appartementen en een gymzaal van 300 m mogelijk op een locatie in het stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (24 februari 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Ligging plangebied rood omlijnd
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
24 februari 2023
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.