Getekende Huisvestingsverordening gemeente Schagen
Tekst van het document
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 17 van de wet, waarin wordt bepaald dat als woningzoekenden die voorrang hebben op basis van artikel 16 (woonruimten van een bepaalde aard) of artikel 17 (economische- of maatschappelijke binding) van de verordening, niet binnen twee weken reageren op de aangeboden woning, hun aanspraak op voorrang op die aangeboden woning verdwijnt. De termijn geldt niet voor woningzoekenden met een urgentieverklaring (met uitzondering van de urgentieverklaring vanwege sloop of renovatie). Woningzoekenden met een urgentieverklaring, uitgezonderd de urgentie vanwege sloop of renovatie, krijgen via directe bemiddeling een woning toegewezen. Zie ook de toelichting bij artikel 24. Artikel 13. Volgorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning bij het aanbodinstrument of directe bemiddeling Deze bepaling beschrijft de volgorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. Artikel 14. Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening een volgorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de gevallen waarin er meer dan één gegadigde is voor een bepaalde woonruimte. Artikel 15.
Volgorde waarin woningzoekenden voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen bij het lotingsinstrument Deze bepaling ziet toe op de behandeling van aanvragen om een huisvestingvergunning die wordt aangeboden via het lotingsinstrument. Artikel 16. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de wet. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat voor een of meer aangewezen categorieën woonruimte in verband met de aard van die woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven. Deze voorrang geldt voor houders van een huisvestingsindicatie. Artikel 17. Voorrang bij economische- of maatschappelijke binding Deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de wet. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk
gebonden zijn. Deze voorrang kan niet onbeperkt worden verleend maar tot het maximum van het in de verordening genoemde percentage van het aanbod (artikel 14, tweede lid, van de wet). Een woningzoekende is volgens de wet economisch gebonden aan de gemeente Schagen als hij: •
met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de gemeente Schagen te vestigen.
Een woningzoekende is volgens de wet maatschappelijk gebonden als hij: • een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de gemeente Schagen te vestigen, of •
ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de gemeente Schagen (artikel 14, vierde lid, van de wet).
In de wet wordt ook de mogelijkheid gegeven dat in de huisvestingsverordening voorrang gegeven wordt aan vitale beroepsgroepen (artikel 14, derde lid, van de wet). Onder vitale beroepsgroepen worden verstaan beroepen binnen het onderwijs, zorg, politie en brandweer. Er is gekozen om vanwege de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid deze mogelijkheid niet op te nemen. De vitale beroepsgroep komt daarmee onder de voorrang bij economische- of maatschappelijke binding te vallen. Het economisch of maatschappelijk gebonden zijn, kan bijvoorbeeld als volgt worden aangetoond: • Economische binding: o Werkgeversverklaring: Een verklaring van de werkgever waarin staat dat de woningzoekende in de gemeente werkt en dat het werk van de woningzoekende van belang is voor de gemeente. o Arbeidsovereenkomst: Een kopie van de arbeidsovereenkomst van de woningzoekende. o Inkomensgegevens: Loonstroken of belastingaangiften van de woningzoekende. •
Maatschappelijke binding: o Maatschappelijke binding aanwezig is wanneer mensen op basis van familiebanden of langdurig engagement in onder meer vrijwilligersorganisaties een expliciete en actuele bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. De maatschappelijke binding bestaat niet uit familiebanden of een sociaal netwerk in de gemeente Schagen. Het gaat om woningzoekenden die feitelijk al een expliciete bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. o Bewijs van Inschrijving: Het aantonen dat de aanvrager de afgelopen 6 jaar onafgebroken of de afgelopen 10 jaar, 6 jaar ingeschreven is geweest in de gemeente kan met een uittreksel uit het bevolkingsregister. o Woonhistorie: Aanleveren van documenten die de woonhistorie bevestigen, zoals huurcontracten, hypotheekoverzichten of brieven van verhuurders.
Paragraaf 2.4. De huisvestingsindicatie Artikel 18. Aanvraag van de huisvestingsindicatie In dit artikel is aangegeven welke gegevens op de aanvraag huisvestingsindicatie vermeld worden. Artikel 19. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsindicatie Aangegeven is in welke gevallen de aanvraag van de huisvestingsindicatie wordt geweigerd. In het tweede lid is vermeld welke personen in aanmerking komen. Het derde lid geeft aan welke gegevens op het besluit tot toekenning van een huisvestingsindicatie vermeld staan. De huisvestingsindicatie is geldig voor woningen in de gemeente Schagen en geldt totdat aan de houder van de indicatie een huisvestingsverordening wordt verleend. In het vijfde lid van dit artikel staat een tabel opgenomen met daarin het woningtype en de doelgroep waarvoor het woningtype bedoeld is en waarbij via de huisvestingsindicatie voorrang mogelijk is. Woningen kunnen met voorrang toegewezen worden aan bepaalde huishoudens die een bepaalde woning achterlaten of aan huishoudens met een zekere fysieke beperking. Een voorbeeld is het senioren huishouden dat een eengezinswoning bewoond waarvan de woning volgens Wmo niet aanpasbaar is maar die naar een gelijkvloerse woning wil verhuizen. Artikel 20. Intrekken huisvestingsindicatie Dit artikel regelt de gevallen dat burgemeester en wethouders de huisvestingsindicatie kunnen intrekken. Paragraaf 2.5.
De urgentieverklaring Artikel 21. Aanvraag van de urgentieverklaring In dit artikel is aangegeven welke gegevens op de aanvraag urgentieverklaring verstrekt dienen te worden. In artikel 13 van de wet is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. De toelichting, bedoeld in het tweede lid, onder c van dit artikel, kan bijvoorbeeld omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Artikel 22. Beslissing op de aanvraag urgentieverklaring In deze bepaling staan de gronden voor weigering tot indeling in een urgentiecategorie vermeld. Dit artikel is van toepassing voor gevallen waarbij de aanvrager voldoet aan de in dit artikel benoemde criteria. Dit artikel is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de urgentiecategorieën. De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 2, tweede lid, onder a, en 12 van de wet). Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten.
Artikel 23. Inhoud van de urgentieverklaring In deze bepaling staat vermeld welke gegevens op de urgentieverklaring vermeld staan en wanneer de urgentieverklaring vervalt. Een indeling in een urgentiecategorie geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat de woningzoekende urgent blijft totdat het huisvestingsprobleem is opgelost. Wel is het mogelijk dat omstandigheden aan de kant van de woningzoekende wijzigen waardoor hij niet meer urgent meer moet worden geacht. Deze gevallen zijn geregeld in artikel 26 van de verordening. Artikel 24. Werking van de urgentieverklaring Dit artikel regelt dat aan de houder van een urgentieverklaring voorrang wordt gegeven bij verlening van huisvestingsvergunningen. Aanbieders wijzen zoveel mogelijk passende woonruimte toe via directe bemiddeling aan woningzoekenden met een urgentieverklaring. Woningzoekenden die een urgentieverklaring hebben in het kader van renovatie/sloop dienen zelfstandig te reageren op woningaanbod. In geval van urgentie is directe bemiddeling de enige logische manier van toewijzen, omdat het aanbodinstrument en de loting niet leiden tot versnelde woningtoewijzing. Het lost het probleem van de urgent niet op. Woningzoekenden die voorrang krijgen omdat ze in een woning wonen die wordt gerenoveerd of gesloopt kunnen zelf via het aanbodinstrument kiezen met voorrang.
Wanneer deze woningzoekenden uiteindelijk op deze manier geen woning kunnen bemachtigen, wordt via directe bemiddeling een passende woning aangeboden. Artikel 25. Urgentiecategorieën In dit artikel zijn de criteria vastgelegd waarmee de urgent woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën. Personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de wet). Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden uitgesloten. Met de toevoeging van vergunninghouders als urgentiecategorie in dit artikel wordt aan de wettelijke verplichting van artikel 12, vierde lid, van de wet voldaan. Vanuit de toekomstige Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting zijn de personen die vallen onder de groep zoals beschreven in sub i en j op voorhand toegevoegd aan de voorrangsregels. De categorie ‘ernstig chronisch zieken die om medische reden dringend huisvesting nodig hebben en/of Woningzoekenden met een lichamelijke verstandelijke of psychische beperking” kunnen geschaard worden onder de urgentiecategorie sub e: ‘die op grond van medische redenen dringend woonruimte nodig hebben’.
De eventueel overige verplichte groepen vanuit de toekomstige Wet worden na evaluatie van de verordening en na invoering van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting mogelijk toegevoegd aan deze verordening. Er is voor gekozen om deze verplichte groepen nog uit de verordening te laten gezien het zeer geringe aantal woningmutaties en de schaarste aan woningen. Artikel 26. Intrekken, wijzigen of beëindigen van de urgentieverklaring Dit artikel regelt de gevallen dat burgemeester en wethouders de urgentieverklaring kunnen intrekken. Ook kan een woningzoekende verzoeken om indeling in een andere urgentiecategorie als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het derde lid bepaald dat indeling in een urgentiecategorie beëindigd kan worden als de omstandigheden van de woningzoekende wijzigen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de klachten van een mantelzorgontvanger zodanig verergeren dat mantelzorg geen oplossing
meer kan bieden. Dit kan ertoe leiden dat de indeling in die urgentiecategorie kan worden beëindigd. Paragraaf 2.6. Experimenten woonruimteverdeling – specifieke projecten Artikel 27. Algemeen In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden om experimenten of specifieke projecten op het gebied van woonruimteverdeling te onderzoeken. In een experiment kunnen de effecten worden onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die op dit moment niet mogelijk zijn op grond van de bepalingen van de verordening, maar gelet op de wet wel in een huisvestingsverordening opgenomen kunnen worden. Experimenten mogen niet in strijd zijn met de uitganspunten van de wet zelf. Een en ander dient ten dienste te staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. Artikel 28. Experimenten met woonruimten van woningcorporaties Dit artikel is de uitwerking op welke wijze woningcorporaties en de gemeente Schagen experimenten of specifieke projecten kunnen onderzoeken. Tevens is de duur van een experiment of specifiek project bepaald evenals de aanvang en mogelijkheid om het experiment of specifieke project een permanent karakter te geven. Artikel 29.
Experiment met overige aangewezen woonruimte Dit artikel is de uitwerking op welke wijze andere aanbieders dan woningcorporaties en de gemeente Schagen experimenten of specifieke projecten kunnen onderzoeken. Tevens is de duur van een experiment of specifiek project bepaald evenals de aanvang en mogelijkheid om het experiment of specifieke project een permanent karakter te geven. Hoofdstuk 3. Toeristische verhuur van woonruimte – vervallen Artikel 30. vervallen Artikel 31. vervallen Artikel 32. Vervallen Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 33. Bestuurlijke boete Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 35 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en artikel 23a eerste en derde lid van de wet. Naast dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad in de verordening ook de hoogte van de boete die voor verschillende overtredingen kan worden opgelegd. De hoogte van een bestuurlijke boete moet altijd evenredig zijn aan de ernst van de overtreding. Hoe hoger het maximum, hoe meer behoefte er zal bestaan aan weldoordachte beleidsregels die ertoe leiden dat de evenredigheidseis daadwerkelijk in acht zal worden genomen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete. De wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging).
De bestuurlijke boetes, genoemd in het eerste en het tweede lid, komen overeen met artikel 35 van de wet respectievelijk artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet. Artikel 35 van de wet bepaalt dwingend welke boetes wanneer ‘ten hoogste’ kunnen worden opgelegd. Artikel 34. Afwijkingsbevoegdheid Om te voorkomen dat er onvoorziene gevolgen kunnen zijn van de inwerkingtreding van deze verordening die onredelijk nadelig zijn, is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om deze onredelijke gevolgen aan te passen tot het niveau waarin wel gesproken kan worden van redelijke gevolgen. Van te voren is het niet mogelijk om inzichtelijk te maken om welke gevolgen het gaat, dan wel in welke gevallen daarvan sprake is. Wel is duidelijk dat de afwijkingsbevoegdheid ofwel hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. Dat de inwerkingtreding van de verordening op zich zelf genomen nadelige gevolgen kan hebben, vormt geen reden voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid. Artikel 35. Intrekking oude verordening In dit artikel wordt de Urgentieverordening Schagen 2020 ingetrokken. Artikel 36. Overgangsrecht In het derde en vierde lid van artikel 51 van de wet is overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014.
Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude inschrijfsystemen. Deze inschrijvingen worden volgens het tweede lid beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel In dit artikel wordt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening benoemd.
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)