Getekend RB Vaststellen bestemmingsplan Oostwal 60 Warmenhuizen
Tekst van het document
DNS Planvorming BV
21/40
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
De buren aan beide zijden van het plangebied (Oostwal 56, 58 en 66) zijn door de initiatiefne mer over het plan geïnformeerd. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. Het perceel met de stolpwoning is in eigendom bij de initiatiefnemer. Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of be last zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Met het Hoog heemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft afstemming plaatsgevonden in het kader van de watertoets. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 4.4. Het bestemmingsplan zal vooraf gaand aan de terinzagelegging aan de provincie Noord-Holland worden toegestuurd. 7.2
Procedure bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken. Na een beroepstermijn van zes weken treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlo pige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
DNS Planvorming BV
22/40
REGELS
DNS Planvorming BV
23/40
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘Oostwal 60, Warmenhuizen’ met identificatienummer NLIMRO.0441.BPWAROOSTWAL60-ON01 van de gemeente Schagen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bij lagen; 1.3
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in di recte verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gron den; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bed Ä breakfast
een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw; 1.8
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in Bijlage 1, dan wel een naar de aard of in vloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitge oefend op een zodanige wijze dat: a. het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt; b. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstem ming is, waarbij: 1. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is; 4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt.
DNS Planvorming BV
24/40
1.9
bestaand
a.
ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaam heden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan. 1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdge bouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.13
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.15
bouwlaag
het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar beho rende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels be paalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is ver bonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.20
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verko pen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wan den omsloten ruimte vormt;
DNS Planvorming BV
25/40
1.22
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het be langrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.23
huishouden
de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onder linge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.24
mantelzorg
het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.25
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.26
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het be treffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.27
prostitutie
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.28
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architec tonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30
voorgevel
de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.31
wonen
het bewonen van een woning;
DNS Planvorming BV
26/40
1.32
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en ínhoud geschikt en uitslui tend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.33
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeel telijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een een heid beschouwd kan worden.
DNS Planvorming BV
27/40
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens
afstand tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojec teerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de ínhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
DNS Planvorming BV
28/40
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Wonen -1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen -1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met: 1. een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; 2. mantelzorg; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen, met daaraan ondergeschikt: c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen en straten; g. voet- en rijwielpaden; h. waterlopen en waterpartijen; i. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: j. tuinen, erven en terreinen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. de gebouwen zullen met ten minste 6007o van de breedte van de voorgevel in de voorbouwgrens worden gebouwd; d. de goothoogte bedraagt ten hoogste 6 meter; e. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 8,5 meter; f. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 15" en ten hoogste 60o bedragen. 3.2.2
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal niet meer bedragen dan 100 m2 dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is. b. ten hoogste 50Vo van een bouwperceel mag worden bebouwd, dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is, met dien verstande dat de oppervlakte van het bouwvlak niet in dit percentage is begrepen; c. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan lOO0/» van de oppervlakte van het hoofdgebouw mag bedragen, dan wel de bestaande legale oppervlakte indien deze meer is; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen, dan wel ten hoogste de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waar aan wordt gebouwd, indien deze meer is;
DNS Planvorming BV
29/40
e. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen zal ten hoogste 4,00 m bedragen; f. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 5,00 m bedragen; g. de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het woonhuis niet meer mag bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Bed Å breakfast Bed 8í breakfast is toegestaan in of bij een bewoonde woning, met dien verstanden dat: a. de bed 8*. breakfast functie zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen toegestaan, b. gebruik als bed S breakfast is ondergeschikt aan de hoofdfunctie,
c. d.
de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bed and breakfastfunctie bedraagt niet meer dan 300Zo van het bruto vloeroppervlakte van de hoofdfunctie, een bed à breakfast mag maximaal 9 slaapplaatsen aanbieden.
3.3.2
Strijdig gebruik
Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van een hoofdgebouw voor meerdere woningen; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactivi teit aan huis, zodanig dat de beroeps c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 40o7o van het bruto vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel tenzij het detailhandel bij een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis betreft, in welk geval detailhandel is toegestaan die als nevenactiviteit beperkt blijft tot de verkoop van producten die een directe relatie hebben met het beroep of de bedrijfsactiviteit of die binnen het beroep of de bedrijfsactiviteit vervaardigd worden; e. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijdbak met de daarbij behorende bouwwerken; f. het in gebruik hebben van de woning binnen het bouwvlak indien de bestaande woning die is gesitueerd buiten het bouwvlak, niet binnen 6 maanden na oplevering van de nieuwe wo ning, volledig is gesloopt. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Woningsplitsing en onzelfstandige woonruimte
a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.2 sub a. en woningsplitsing toestaan, mits; 1. Het splitsen van een woning dient gerealiseerd te worden binnen de bestaande bebou wing; 2. De woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, hebben elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35m2; 3. De afwijking zoals bedoeld in dit artikel wordt slechts verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende par keergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; 4. De woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing moet passen binnen het regionale woningbouwprogramma;
DNS Planvorming BV
30/40
5.
Het bepaalde in het plan en toestaan van splitsen van woningen mag enkel plaatsvin den mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: « de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; » het straat- en bebouwingsbeeld; * de sociale veiligheid; » de verkeersveiligheid; « de woonsituatie: b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.2 sub a. en een extra onzelfstandige woonruimte toestaan in een door de eigenaar bewoonde wo ning, mits; 1. De toegevoegde onzelfstandige woonruimte dient gerealiseerd te worden binnen de be staande bebouwing; 2. De toegevoegde onzelfstandige ruimte een gebruiksoppervlakte van ten minste 12 m2 heeft; 3. De afwijking zoals bedoeld in dit artikel wordt slechts verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende par keergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; 4. De woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing moet passen binnen het regionale woningbouwprogramma; 5.
Het bepaalde in het plan en toestaan toevoegen van onzelfstandige ruimten mag enkel plaatsvinden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: » de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; * het straat- en bebouwingsbeeld; » de sociale veiligheid; » de verkeersveiligheid; * de woonsituatie. 3.4.2
Paardrijdbak
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.2 sub e. in die zin dat gronden worden gebruikt voor de aanleg van een paardrijdbak ten behoeve van het ei gen hobbymatige gebruik met de daarbijbehorende bouwwerken, mits: a. de bouwhoogte van het hekwerk rond de paardrijdbak ten hoogste 1,50 m bedraagt; b. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van verlichting bij een paardrijdbak ten hoog ste 6 m bedraagt, waarbij de lichtarmaturen zodanig worden aangebracht dat geen lichthin der optreedt buiten de paardrijdbak; c. de omvang van de paardrijdbak ten hoogste 1200 m2 bedraagt; d. de paardrijdbak zo dicht mogelijk bij de woning worden gerealiseerd, met dien verstande dat de paardrijdbak binnen 35 m van de woning wordt gesitueerd en niet verder mag strek ken dan 100 m uit de woning; e. er beplanting aan de wegzijde van de paardrijdbak wordt aangebracht, indien de paardrijd bak aan een weg is gelegen; f. er vanwege de paardrijdbak geen onevenredige hinder (geur, geluid, licht en stof) wordt veroorzaakt voor nabijgelegen woningen van derden (minimale afstand 50 m tot de woonbestemmingsgrens bij opslag van mest, minimale afstand 25 m tot de woonbestemmingsgrens bij stalling, minimale afstand 30 m tot de woonbestemmingsgrens bij rijdbak). 3.4.3
Mantelzorg
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.2 sub b. voor: a. het gebruik van een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte; b. de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning, zoals opgenomen in de bestemmingsregels, en extra bouwmogelijkheden bieden voor de bouw van een bijge bouw ten behoeve van mantelzorg; mits: 1. de hulpbehoevende(n) aan wie zorg wordt geboden over een indicatie van een be voegde arts dan wel instelling beschikt;
DNS Planvorming BV
31/40
2. 3. 4. 5. 6. 7.
het parkeren op eigen terrein plaatsvindt en, indien dit niet mogelijk is, de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van het gebruik voor mantelzorg niet onevenredig toeneemt; er geen sprake is van een zelfstandige woning; zodra de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen (als gevolg van verhuizing of overlijden) het gebruik van het bijgebouw als afhankelijke woonruimte wordt beëindigd en de woonvoorzieningen worden verwijderd; de oppervlakte van een nieuw te bouwen bijgebouw, c.q. mantelzorgwoning ten hoog ste 100 m2 bedraagt; het bebouwingspercentage van het achtererf ten hoogste 75Vo bedraagt; de bouwhoogte van een bijgebouw c.q. mantelzorgwoning niet meer dan 3,5 m be draagt.
DNS Planvorming BV
32/40
Artikel 4
4.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Vergunningplicht
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden ver stoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden be waard en/of gedocumenteerd. 4.2.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor bouwen
Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gron den door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevings vergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten be geleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die vol doet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het be paalde in de regels bij de andere daar voorkomende bestemming(en), een omgevingsvergun ning vereist: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het rooien of vellen van houtopstanden; c. de aanleg van verhardingen; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; e. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; f. het in de grond brengen van voorwerpen; g. het verrichten van graafwerkzaamheden; h. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 4.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werk zaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,50 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte hebben dan 500 m2.
DNS Planvorming BV
33/40
4.3.3
Voorwaarden
De in lid 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 4.3.4
Onderzoeksplicht
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overlegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden ver stoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden be waard en/of gedocumenteerd. 4.3.5
Beoordelingscriteria
Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een terzake deskundige. 4.3.6
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in lid 4.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gron den door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning; a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten be geleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die vol doet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
DNS Planvorming BV
34/40
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uit voering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplan nen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
35/40
Artikel 6
6.1
Algemene bouwregels
Bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestem mingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, alsmede erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen buiten beschouwing gelaten, mits de bouwdan wel bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden. 6.2
Kelders
Onder woningen en daarbij behorende aan- en uitbouwen mogen kelders worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. de kelder loodrecht onder de woning en/of daarbij behorende aan- en uitbouwen wordt ge bouwd; b. de maximale diepte van de kelder, gemeten vanaf de onderkant van de begane grond, 4 meter bedraagt. 6.3
Maximale bouwhoogte van gebouwen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, wor den plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, buiten beschouwing gelaten, mits: a. de oppervlakte per plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m2 bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50oZo van het dakvlak be draagt; c. de verhoging leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt. 6.4
Parkeren
a.
Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, danwel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn opgeno men in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 onder a. indien: 1. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwa ren stuit; of, 2. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; 3. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.
DNS Planvorming BV
36/40
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1
Toegestaan gebruik
7.1.1
Beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
Een woning en/of bedrijfswoning en de daarbij behorende aan-, en uitbouwen en bijgebouwen mogen worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 40o7o van het bruto vloeroppervlak van de betreffende woningen en de daarbij behorende aan-, en uitbouwen en bijgebouwen; b. het geen detailhandel of horeca betreft; c. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de wo ning; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf plaatsvindt; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeersen parkeerdruk optreedt; f. de activiteit geen afbreuk doet aan het woonkarakter en/of agrarische karakter van de om geving. 7.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken als staan- of ligplaats voor onderkomens; b. het gebruiken of laten gebruiken als sport- of wedstrijdterreinen, parkeerterreinen, kampeerof caravanterreinen, woonwagen- of andere kampen, dagcampings en lig- of speelweiden, met uitzondering van - voor zover toegestaan - een kleinschalige camping; c. het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken machi nes, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan en het opgeslagen hebben van ongerede en onklare machines, voer-, vaar-, of vliegtuigen; d. het gebruiken of laten gebruiken als opslagplaats, dan wel stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. de opslag van bagger en grondspecie behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de wettelijke onderhoudsplicht van naastgelegen waterpartijen; f. het gebruiken of laten gebruiken als volkstuin voorzover gronden niet zijn voorzien van de aanduiding “volkstuin"; g. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonschepen; h. het gebruiken of laten gebruiken van gronden, bouwwerken en woonschepen ten behoeve van een seksinrichting; i.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; k. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen als groepsaccommodatie; l. het gebruiken of laten gebruiken van vaste kampeermiddelen, recreatiewoningen en zomer woningen voor permanente bewoning; m. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woon ruimte.
DNS Planvorming BV
37/40
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan voor: a. de op de verbeelding aangeduide en/of in de regels gegeven maten, afmetingen en percen tages (met uitzondering van de oppervlakte van gebouwen, bebouwing en bestemmingsvlakken) tot niet meer dan '\0oZo van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschre den, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 15 m; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten ten behoeve van telecommunicatiedoeleinden worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 40 m; e. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van een betere ontsluiting van agrarische gronden en ten behoeve van fiets- en wandelpaden; f. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van (vaar)wegen of de aan sluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; g.
het bepaalde in het plan en toestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, telecommunicatie, sanitaire voorzieningen, kunstwerken en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden ge bouwd, mits: 1. de Ínhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m3 bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt; De onder a tot en met g genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden ver leend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het landschaps- en bebouwingsbeeld; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de archeologische en aardkundige waarden.
DNS Planvorming BV
38/40
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 9 9.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veran derd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de Ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal lO0/). c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde on der a, te veranderen ofte laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit ge bruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
39/40
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Oostwal 60, Warmenhuizen’.
DNS Planvorming BV
40/40
Overige dienstverlening, waaronder: kappersbedrijf, schoonheidssalon, fotograaf, foto- en filmontwikkelbedrijf, enz. Onderwijs, waaronder: autorijschool, onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium
Bijlage 1 Lijst met beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis BEROEPS- EN BEDRIJFSACTIVITEITEN AAN HUIS Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, lichaamsverzorging, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts, alternatieve geneeswijzen enz. Stoffeerderijbedrijven, waaronder: (maat)kledingmakerij, kledingverstelbedrijf, meubelstoffeerderij, woningstoffeerderij Waarbij detailhandel in stoffen en stofferingen in ieder geval is uitgesloten. Kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een detail- of groothandelsbedrijf of een aannemersbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf, uurwerkreparatiebedrijf, goud en zilverwerkreparatiebedrijf, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten, computerservice- en informatietechnologiebedrijf enz. In ieder geval zijn au to reparatiebedrijven uitgezonderd. Horeca: logiesverstrekking in de vorm van bed en breakfast (bieden logies- en ontbijtgelegenheid).
Advies- en ontwerpbureaus, waaronder: reclameontwerp, grafisch ontwerp, tuinontwerp- en advies, (binnenhuis)architect, (steden)bouwkundig ontwerp, juridisch advies, financieel advies, milieukundig advies enz. (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris, advocaat, accountant, assurantie/verzekeringsbemiddeling, administratiekantoor,vertaalbureau, exploitatie en handel in onroerende zaken enz.
LEGENC Plangebied f * * *ļ Plange Bestemmin Enkelbesterr
Dubbelbeste
Bouwvlakker
verklaring onderc
WR-A3