CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend RB Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Gemeentewerf Schagerbrug'17.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2

Hoe ziet een bestemmingsplan er uit?

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaarť genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de plantoelichting zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar.

Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksboven 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: »

Met een dubbelbestemming. Dit betreft een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Bijvoorbeeld voor archeologie of ondergrondse leidingen. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden.

31/64

»

Met een aanduiding. Een aanduiding is een vlak op de verbeelding. Via een aanduiding wordt in de regels iets aanvullend geregeld. Dat kan betrekking hebben op maatvoering (bijvoorbeeld een specifieke goot- of bouwhoogte), bouwen (bijvoorbeeld voor specifieke bouwwerken als overkappingen) of functies (bijvoorbeeld zorgwoningen).

5.3

Wat regelt een bestemmingsplan?

Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen: 1.

Groen; en

2.

Maatschappelijk.

En de dubbelbestemmingen: 3.

Leiding - Riool; en

4.

Waarde - Archeologie - 3b.

5.4

Opzet van de planregels

De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, hebben de volgende vaste volgorde: *

In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden de in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald;

*

In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader omschreven;

*

In Hoofdstuk 3 Algemene regels staat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel;

*

In Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels staat ten slotte het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.

Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling moet een vaste volgorde gebruikt worden. Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Daarnaast is een aantal bepalingen opgenomen waaraan op grond van landelijke regelgeving het bestemmingsplan moet voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel.

5.5

Toelichting op de inleidende regels

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de inleidende regels. Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.

32/64

Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.6

Toelichting op de bestemmingsregels

Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan. De regels zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot'. Waar nodig is een detaillering opgenomen. Artikel 3 Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor groenvoorzieningen en dienen voornamelijk als groene afscheiding naar het landelijk gebied. Hiermee is de landschappelijke inpassing geborgd. Artikel 4 Maatschappelijk De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en de daarbij behorende bouwwerken, erven, terrassen, groenvoorzieningen, waterlopen en -partijen

en andere openbare en

parkeervoorzieningen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen, waarmee de uiterste bouwgrenzen zijn vastgelegd. De nieuwe woningen zijn mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding 1 wonen'. Hier is ook een maatvoering opgenomen. Dit is een aanvulling ten opzichte van de regeling uit het geldende bestemmingsplan. Verder is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Bebouwing mag alleen gerealiseerd worden en in gebruik zijn zolang het opgaande groen in stand wordt gehouden. Artikel 5 Leiding - Riool De gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' zijn primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolleiding met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. Artikel 6 Waarde - Archeologie - 3b De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3b' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

5.7

Toelichting op de algemene regels

In de algemene regels zijn bepalingen opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Relevant voor de algemene regels is de parkeerregeling. Omdat parkeren betrekking heeft op zowel bouwen als gebruiken, is deze regeling zowel opgenomen onder de algemene bouwregels (8.1) als onder de algemene gebruiksregels (9.1). Met deze regeling is het voldoen aan voldoende parkeergelegenheid planologisch geborgd.

33/64

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente heeft het plangebied in 2017 verkocht, waarbij zij zich bereid heeft verklaard om voor haar rekening zorg te dragen voor het wijzigen van de bestemming van het plangebied. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst tijdens het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. Het vooroverleg heeft niet geleidt tot inhoudelijke reacties van de vooroverlegpartners. Tijdens de terinzagelegging zijn er geen zienswijzen ingediend. Wel zijn er na de terinzagelegging nog enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De nota ambtshalve wijzigingen staat in bijlage X. In het kort zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: *

er is een dubbelbestemming Leiding - Riool toegevoegd met bijbehorende regeling in de regels van het bestemmingsplan;

*

binnen de bestemming Groen zijn geen speelvoorzieningen meer toegestaan;

*

er is een onderbouwing met betrekking tot het gebruik toegevoegd aan paragraaf 4.3 Bedrijven en milieuzonering; en

*

het bouwvlak is gewijzigd op de verbeelding door dit van de noordelijke punt van de bestemming maatschappelijk te verwijderen.

35/64

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

RHO ADVISEURS

Bijlage 1

Quickscan Archeologie en Cultuurhistorie

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

arcneologie „

ļ

GEMEENTE

behagen S-frięşa Document

Archeologische en Cultuurhistorische Quickscan

Plangebied

Concept Bestemmingsplan Schagerweg 91a, Schagerbrug, gemeente Schagen

Adviesnummer

22025

Opsteller(s)

C.M. Soonius (senior archeoloog) ík A.S. de Groot (archeoloog)

Datum

02-02-2022

Advies

Voorgenomen ingrepen vrijgeven.

Vervolgtraject

Opnemen dubbelbestemming Waarde-Archeologie en deze aanpassen naar de vrijstellingsgrens op de (concept) beleidskaart (1.000 m2 en 50 cm diepte).

Archeologische en Cultuurhistorische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Schagen (contactpersoon: dhr. G. van Leeuwen) is gekeken naar het aspect archeologie en cultuurhistorie met betrekking tot het vervaardigen van een bestemmingsplan Schagerweg 91a in Schagerbrug, gemeente Schagen (afb. 1). Het plangebied heeft een omvang van ca. 5.000 m2 en ligt ten westen van het Max Plazier Huis. Het betreft de voormalige gemeentewerf. Op het terrein staat een voormalig opslaggebouw. Het is de wens dit gebouw te gaan gebruiken voor dagbestedingen. In de toekomstige situatie zal het plangebied gebruikt worden ter ondersteuning van het Max Plazier Huis. Hiervoor zullen weinig fysieke ingrepen worden gedaan. De bestaande parkeerplaatsen zullen ook in de toekomst worden gebruikt ten behoeve van werknemers en bezoekers van het Max Plazier Huis. De toegang tot het Max Plazier Huis vanaf het terrein zal in de toekomst worden gebruikt als 'tussendoor' van bezoekers en werknemers, maar ook voor dagleveringen van leveranciers. De bestaande bebouwing zal worden benut ten behoeve van dagbestedingsactiviteiten. Op het achterterrein wordt beoogd om maximaal 10 (aanleun)woningen met bijbehorende voorzieningen te realiseren ten behoeve van de partners van bewoners van het Max Plazier Huis. Dit zijn prefabunits van ca. 4,5 bij 6 meter per stuk en een bouwhoogte van ca. 3 meter.

Het concept bestemmingsplan is op 13-01-2022 aangeleverd door RHO.1 In dit document worden kort de aspecten archeologie en cultuurhistorie behandeld.

1 RHO 2022. Titel is Schagerweg 97: adres is niet correct. Pagina 1 van 10 Archeologie West-Friesland

ļ

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

2025 Schagerweg 91a

aicnsoipgie

•m»*v

Si»*

250 m

12900

113000

113100

113200

113300

113400

Afbeelding 1. Ligging bestemmingsplan Schagerweg 91a op een recente luchtfoto.

2. Bestemmingsplan en Beleidskaart archeologie voormalige gemeente Zijpe Het plangebied bevindt zich binnen het bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot (vastgesteld op 29-05-2012).2 Voor het gehele plangebied is een dubbeibestemming Waarde-Archeologie 3 opgenomen (vrijstellingsgrens 500 m2 en 50 cm) opgenomen. Deze dubbeibestemming is overgenomen op de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan (Bijlage 1). De vrijstellingsgrenzen zijn afkomstig van de beleidskaart archeologie van de voormalig gemeente Zijpe.3 Het plangebied ligt in de polder D. Volgens de beleidskaart van de voormalige gemeente Zijpe kan dit deel van de gemeente archeologische waarden bevatten, maar de ligging is nog onbekend. Er kunnen resten aanwezig zijn van nederzettingen en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse Tijd of de (vroege) middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. Voor de reeds aangetoonde archeologische waarden in dit gebied gelden andere archeologieregimes.4 Bovengenoemde verwachting is vertaald naar een archeologische vrijstellingsgrens van 500 m2 en dieper dan 50 cm (afb. 2). 3. Beleidskaart Archeologie gemeente Schagen (concept) Ten behoeve van een eenduidig archeologiebeleid dat 'omgevingswetproof' is, heeft Archeologie West-Friesland een update van de beleidskaart archeologie vervaardigd voor de gehele gemeente Schagen.

Alhoewel deze nog in een conceptstadium is, valt te zien dat de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek ter plaatse van het plangebied naar boven is bijgesteld. De vrijstellingsgrens ligt nu op 1.000 m2 (afb. 3). 2 NL.IMR0.0476.BP002H0001-0401 (www.ruimtelijkeplannen.nl). 3 Alders ík Husken 2007. 4 Alders ík Husken 2007, 66. Pagina 2 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Beleidskaart Archeologie voormalige Gemeente Zijpe

tļrCIljjļOţ

Legenda J Plangebied Beleidsadvies :*100 m2 en dieper dan 35 cm ! > 500 m2 en dieper dan 50 cm

Afbeelding 2. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Zijpe (2009).

-2-2—A-O v

V

—7"-'

Beleidskaart Archeologie Gemeente Schagen (concept)

Legenda Jļ Plangebied Beleidsadvies ■1 100 m2 1.000 m2

200 m

Vrijgesteld van archeologisch onderzoek

Afbeelding 3. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie (concept). Pagina 3 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl ļ www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Voor het plangebied geldt op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd-Romeinse tijd. Deze vindplaatsen bevinden zich op het veen. Indien dit veen nog aanwezig is in de ondergrond, kunnen hier goed geconserveerde overblijfselen uit de Ijzertijd en/of Romeinse tijd worden aangetroffen. Onder het veen kunnen in de top van oeverwallen vegetatiehorizonten aanwezig zijn met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen geldt een onbekende verwachting. Huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (van na de bedijking) worden op basis van historisch kaartmateriaal niet verwacht. 4. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied ligt in de polder D van de Polder Zijpe, ten westen van de Grote Sloot. Bij de eerste bedijking van de Zijpe in 1552-1553 zijn op verschillende plaatsen sporen van vroegere bewoning aangetroffen. De meeste van deze sporen lagen onder het zand in goede zwarte aarde. De exacte locatie van deze vondsten is niet bekend. Na de bedijking begaven de dijken van de polder het tweemaal (in 1555 en 1570) en in 1573 werd de polder met opzet geïnundeerd om de opmars van de Spanjaarden een halt toe te roepen. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal.

Op 17de-eeuwse kaarten is binnen het plangebied geen bebouwing zichtbaar. Op de kadastrale minuut uit 1819 staat ook geen bebouwing aangegeven (afb. 4). Volgens de Oorspronkelijke aanwijzende tafels (OAT) waren de percelen destijds in bezit van de kerk en kerkgemeente Rooms-Katholiek Schagen en in gebruikt als weiland. In het uiterste westen loopt op de kadastrale minuutkaart een oude waterloop. Deze was in gebruik als vischwater. Op basis van het historisch kaartmateriaal geldt een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de Nieuwe tijd. Kadastrale minuutkaart 1826

T ^ -v

200 m

Afbeelding 4. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuut uit 1826. Pagina 4 van 10 Archeologie West-Friesland

ļ

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardvolle elementen meer aanwezig. De historische waterloop die nog zichtbaar is op de kadastrale minuut uit 1819 (afb. 4), is inmiddels verdwenen. Slechts één historische waterloop aan de oostzijde is nog aanwezig (afb. 5).

Cultuurhistorische elementen

Legenda

\ Plangebied Historische structuren en gebouwen Kerkterrein Buitenplaats Ensemble Historische wegen Historische waterlopen Provinciale monumenten Gemeentelijke monumenten

200 m Stolpen niet beschermd

Afbeelding 5. Ligging plangebied (rode stippellijn) op de cultuurhistorische elementenkaart.

5. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving In Archis staan verschillende onderzoeken vermeld in de omgeving van het plangebied (afb. 6). De dichtstbijzijnde betreft een archeologisch booronderzoek uit 2002 voor de woningbouwlocatie Hoenderpark.5 Tijdens dit booronderzoek zijn 22 boringen gezet. Het veldonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd die duiden op de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. De top van het veen is niet geoxideerd, hetgeen betekent dat het niet (of nauwelijks) natuurlijk ontwaterd is in de Romeinse tijd of dat het veen deels is geërodeerd. Onder de veenlaag zijn geen gerijpte afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied zijn in de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken gedaan. Het meest in het oog springende onderzoek betreft een opgraving van de AWN ter plaatse van een waterberging.6 Deze waterberging was archeologisch gezien vrijgegeven. Naast zeer fraaie profielen met oeverwallen (afb. 7), die in de prehistorie bewoond zijn geweest (mondelinge mededeling F. Diederik), werd veel aardewerk gevonden. De vrijwilligers hebben in 14 dagen een werkput van 40 bij 12 meter blootgelegd. Hierbij werden gedeelten van twee nederzettingen uit de periode 2de eeuw voor Chr. tot 2de eeuw na Chr. gevonden. De nederzettingsresten bevonden zich op het veen.

5 Soonius 2002: Archiswaarnemingsnummer 2015071100. 6 Archiswaarnemingsnummer 2452367100 (geen rapport beschikbaar, alleen vermelding in kroniek). Pagina 5 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.ni | www.archeologiewestfriesiand.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

"TT Archisonderzoeken

\ 2187773100

2015071100

Legenda

y

J Plangebied

2466234100

2452367100

4761645100

Archisonderzoeken

- ' "V'/

] booronderzoek

5091906100

2351887100

ĵ begeleiding

2404828100 0

50

100

150

J proefsleuven

200 m

a opgraving

Afbeelding 6. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) t.o.v. onderzoeken in Archis.

In het kader van de ontwikkeling van woningbouw op het voormalige terrein van Vesdo aan de P. Ottstraat is in 2021 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Archeologie West-Friesland.7 Op het terrein werden drie proefsleuven met een totale omvang van ruim 300 m2 gegraven. Ter plaatste van de meeste zuidelijke werkput werd in een geoxideerde dunne veenlaag veel aardewerk gevonden. Duidelijke aanwijzingen voor bebouwing, zoals paalgaten, ontbraken. Echter, in het westelijke deel van werkput 1 was op het veen een laag bestaande uit heterogene en niet-gelaagde lichtgrijze zandige klei aanwezig. Om beter inzicht te krijgen in het (cultuur)landschap en de diepteligging van de archeologisch interessante lagen, zijn enkele aanvullende boringen gezet aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied. De boringen en het proefsleuvenonderzoek wijzen erop dat in de nabijheid van het plangebied een nederzetting uit de Inheems Romeinse tijd aanwezig moet zijn geweest. Op basis van het gebrek aan sporen uit deze periode en de vele aanwijzingen voor overstromingen in het gebied, is besloten het plangebied vrij te geven voor verder archeologisch onderzoek. Wel dienen graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 50 cm - maaiveld aan de zuidoostzijde van het plangebied nog te worden gemonitord.

7 Ter Steege iv: Archiswaarnemingsnummer 5091906100 (gegevens overgenomen uit Evaluatierapport). Pagina 6 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

ļ

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

r **

W *. i'y'jïï

Afbeelding 7. Voorbeeld van twee oeverwallen met kreek in het Laagpakket van Wormer in Schagerbrug (foto F. Diederik).

6. Conclusie 81 Advies Op verzoek van de gemeente Schagen is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot het vervaardigen van het concept bestemmingsplan Schagerweg 91a in Schagerbrug. De beoogde bodemingrepen binnen het bestemmingsplangebied zijn beperkt. Nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg is daarom niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland werkt aan een update van de beleidsaart archeologie voor de gehele gemeente Schagen. Hierbij horen ook uniforme regels Waarde-Archeologie. Om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen, dient een dubbelbestemming WaardeArcheologie te worden opgenomen. Hierbij kan de vrijstellingsgrens naar boven worden bijgesteld, naar 1.000 m2. De bijbehorende regel Waarde-Archeologie staat onderaan dit document. 7.

Bronnen

Alders, G.P. 8t S. Husken, 2007. Beleidsnota Archeologie 2007 gemeente Zijpe. SCENH-rapport cultuurhistorie 28. Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland, Wormer. Bex, J., 2012. Archeologisch onderzoek waterberging Schoen en Schagerbrug, gemeente Zijpe: bureauonderzoek. Grontmij Archeologische Rapporten 1154. Grontmij, Houten.

Pagina 7 van 10 Archeologie West-Friesland

ļ

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

ļ

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechteriand, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Bex, J., 2013. Archeologisch onderzoek waterberging Schoen en Schagerbrug, gemeente Zijpe: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase. Grontmij Archeologische Rapporten 1264. Grontmij, Houten BügelHajema, 2012. Toelichting Bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot, gemeente Zijpe (vastgesteld 29-05-2012). NL.IMR0.0476.BP002H0001-0401 (www.ruimteliikeplannen.nl). Diederik, F., 2015. Schagen - Schagerbrug. Nieuwe Waterberging. In: De Archeologische Kroniek van Noord-Holland 2014. Pagina 88-90. Exaltus, R., 2014. Schagerbrug, zuidelijk verlengde van P. Ottstraat, gemeente Schagen (NH.). Een inventariserend veldonderzoek. Steekproefrapport 2014-12-08Z. De Steekproef, Zuidhorn. Ilson, P., 2013. Plangebied Schagerbrug, gemeente Schagen; archeologische begeleiding (protocol opgraven). RAAP-rapport 2711. Archeologisch Adviesbureau RAAP, Weesp. Kadastrale Minuutplan 1826, Gemeente Zijpe c.a.: sectie B, genaamd Keijnzerbrugpolder, derde blad (beeldbank.cultureelerfqoed.nl). RHO, 2021. Concept Toelichting Bestemmingsplan Schagerweg 97 te Schagerbrug, gemeente Schagen (). NL.IMRO.0441 nog niet toegekend. Soonius, C. M., 2002.Woningbouwlocatie Hoenderpark te Schagerbrug, gemeente Zijpe; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-briefrapport 2002-458/RT. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Steege, B.C. ter, 2021. Evaluatierapport Archeologie. P.

Ottstraat, Schagerbrug, gemeente Schagen. Project 518. Archeologie West-Friesland, Hoorn.

Artikel ** Waarde - Archeologie X **.l Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie X' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. **.2 Bouwregels **.2.1 Vergunningplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m2, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid **.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de Pagina 8 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. **.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid **.2.1 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

**.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden **.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. **.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid **.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen (incl. sleufloos draineren); b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m2 beslaan.

**.3.3 Toetsingscriteria De in lid **.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. **.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

Pagina 9 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

**.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid **.3.4 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Pagina 10 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

REGELS

RHO ADVISEURS

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan

het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug; 1.2

bestemmingsplan

3

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand IML.IMRO.0441.BPgemwerfSchgrbrg-VA0 n de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3

de verbeelding

de verbeelding bestaande uit het blad, met het nummer NL.IMR0.0441.BPgemwerfSchgrbrg-VA03van het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen van de in plan begrepen gronden zijn aangegeven; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels wordi gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

aanduidingsvlak

een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.7

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het al dan niet in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzic ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.8

archeologie

de bestudering van menselijke geschiedenis door middel van de overblijfselen van materiële cultuur, de omgevir van dierlijke resten; 1.9

archeologische deskundige

professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevo is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en/of te toetsen

43/64

1.10

archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

1.11

archeologisch rapport

een in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;

1.12

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden; 1.13

ASVV

handboek uitgegeven door de CROW met aanbevelingen voor inrichting van wegen en verkeerskundige voorzieningen; 1.14

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15

bebouwingspercentage

een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.16

beperkt kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.17

bestaand gebruik en/of bebouwing

het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning en/of vrijstelling/ontheffing (vóór 1 oktober 2010) I omgevingsvergunning (ná 1 oktober 2010); 1.18 a.

bestaand

ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1.

b.

bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan;

ten aanzien van het overige gebruik: 1.

1.19

bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan; bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

44/64

1.20

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.21

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.22

bijzondere woonvorm

een voorziening voor de huisvesting van personen die bij hun normale dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals ouderen en/of gehandicapten. 1.23

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.24

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.25

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel; 1.27

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.28

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.29

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.30

deskundige

een door de burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen; 1.31

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

45/64

1.32

erf

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feítelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 1.33

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.34

gebruiksmogelijkheden

de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.35

geluidszoneringsplichtige inrichting

een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.36

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.37

huishouden

de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.38

kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning is vereist; 1.39

kampeerterrein

terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.40

kap

een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5C met het horizontale vlak; 1.41

kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.42

natuurlijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

46/64

1.43

milieusituatie

de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.44

mobiel en/of demontabel kampeermiddel

een tent, tentwagen, kampeerauto, camper, toercaravan of enig ander voertuig of onderkomen, niet zijnde een bouwwerk, dat naar aard en verschijningsvorm daarmee gelijk te stellen is, met de bedoeling deze te plaatsen op een kampeerterrein; 1.45

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van Wet algemene bepalingomgevingsrecht; 1.46

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.47

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.48 1.

peil

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

2.

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

3.

voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw;

4.

voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk;

5.

indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil;

1.49

permanente bewoning

bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. Dit in de vorm van het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet basisregistratie personen, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen, hetzij, indien betrokkene op meer dan een adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een halfjaar de meeste malen zal overnachten; 1.50

risicovolle inrichting

een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.51

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

47/64

Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.52

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.53

tuin

beplant deel van het erf; 1.54

vast kampeermiddel

een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijfsmiddel op een kampeerterrein, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond (plaatsgebonden) en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.55

verkeersveiligheid

de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.56

voorgevel

de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.57

voorgevelrooilijn

de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.58

weg

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.59

wonen

het bewonen van een woning; 1.60

woning

een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en ínhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden;

48/64

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4

Ínhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

49/64

50/64

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

groenvoorzieningen;

b.

bermen en beplanting;

c.

waterlopen en waterpartijen;

met de daarbij behorende: d.

verkeers- en verblijfsvoorzieningen;

e.

openbare nutsvoorzieningen;

f.

terreinen;

g.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: *

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

»

de verkeersveiligheid;

»

de sociale veiligheid;

*

de milieusituatie;

*

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

51/64

Artikel 4

4.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

maatschappelijke voorzieningen;

b.

bijzondere woonvorm, ter plaatse van de aanduiding "wonen";

met de daarbij behorende: a.

gebouwen;

b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

c.

terrassen, erven en terreinen;

d.

groenvoorzieningen;

e.

openbare nutsvoorzieningen;

f.

verkeers- en verblijfsvoorzieningen;

g.

waterlopen en -partijen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.

de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer dan de aangegeven hoogte ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte (m)" bedragen;

c.

het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage';

d.

het aantal woningen mag niet meer dan 10 bedragen;

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer dan de toegestane bouwhoogte als bepaald in artikel 2.1 lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2 Bijlage II Besluit omgevingsrecht bedragen;

b. 4.3

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

b.

de verkeersveiligheid;

c.

de sociale veiligheid;

d.

de milieusituatie;

e.

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

52/64

bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2, en toestaan dat een gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: a.

de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen niet meer bedraagt dan het maximaal toegestane bebouwingspercentage;

b.

de bouwhoogte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan de toegestane goothoogte binnen het bouwvlak.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.

het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen;

b.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

4.4.2

Voorwaardelijke verplichting voor in stand houden opgaande beplanting

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en bouwwerken conform de bestemming ‘Maatschappelijk' is alleen toegestaan, indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen' over de lengte van de perceelsgrens een dichte groenblijvende haag is gerealiseerd met een minimale hoogte van 3 meter dan wel een gelijkwaardig oplossing is gerealiseerd waarmee de gezondheid van de toekomstige bewoners kan worden gegarandeerd.

53/64

Artikel 5 5.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Leiding - Riool' aangegeven gronden zijn naast de daarvoor aangewezen andere bestemming primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolleiding met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. 5.2

Bouwregels

Binnen deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de betreffende leiding waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 als: a.

vooraf advies is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder;

b.

er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.

54/64

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie - 3b

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 3b' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Vergunningplicht

Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m2, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en:

b.

in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

6.2.2

Advies archeoloog

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 6.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. 6.2.3

Voorwaarden

Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport of de in lid 6.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarde verbinden aan de omgevingsvergunning: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

55/64

6.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

6.3.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a.

het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;

b.

het uitvoeren van overige grondbewerkingen;

c.

het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting;

d.

het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

6.3.2

Uitzondering

Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a.

het normale onderhoud betreffen (incl. sleufloos draineren);

b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;

c.

het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;

d.

niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m2 beslaan.

6.3.3

Toetsingscriteria

De in lid 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 6.3.4

Archeologisch rapport

Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en:

b.

in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

6.3.5

Voorwaarden

Indien uit het in lid 6.3.4 genoemde rapport of de in lid 6.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

b.

de verplichting tot het doen van opgravingen;

c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

56/64

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

57/64

Artikel 8

8.1 a.

Algemene bouwregels

Parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.

b.

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 sub a indien: 1.

het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien;

2.

strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd;

3.

onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.

58/64

Artikel 9

9.1

Algemene gebruiksregels

Parkeervoorzieningen

a.

Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.

b.

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 onder a indien:

1.

het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of

2.

op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; of

3.

strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; of

4.

onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.

9.2

Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: 1.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;

2.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen;

3.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen;

4.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van standplaatsen voor kampeermiddelen;

5.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 9.1 niet in stand wordt gelaten.

59/64

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan; mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: *

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

*

de verkeersveiligheid;

*

de sociale veiligheid;

»

de milieusituatie;

*

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

bij een omgevingsvergunning afwijken van het in het plan bepaalde voor: a.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 1096 van die maten, afmetingen en percentages;

b.

de bouw van utilitaire bouwwerken waaronder transformatorhuisjes, gemalen, gasdrukregel- en meetstations en een centrale antenne-inrichting, met dien verstande, dat de oppervlakte van een gebouw niet meer dan 25 m2 mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen;

c.

het plaatsen van kunstwerken, telecommunicatievoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in alle openbare ruimten, met dien verstande dat de bouwhoogte van kunstwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 m mag bedragen. Met uitzondering van lichtmasten waarvan de bouwhoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en telecommunicatievoorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 40 m mag bedragen;

d.

het met ten hoogste 2 m afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens of richting van een straat, de vorm van een plein en van de dienovereenkomstig vastgestelde vorm van een bouwvlak, indien bij definitieve meting blijkt, dat een afwijking in het belang van een behoorlijke bebouwing is.

60/64

Artikel 11 a.

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden in het plan de bestemmingen 'Waarde - Archeologie - 3b' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

b.

Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden in het plan de bestemmingen 'Waarde - Archeologie - 3b' wordt toegevoegd, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

c.

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is de in de Wet ruimtelijke ordening geregelde procedure van toepassing.

61/64

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1 1.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

2.

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10Va.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 1.

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen ofte laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

3.

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

63/64

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: "Regels van het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug van de gemeente Schagen".

64/64

VERBEELDING

RHO ADVISEURS

Plangebied Plangrens

Enkelbestemmingen Groen Maatschappelijk

Dubbelbestemmingen į-R . -IWŔ-Ak3tfr

Leiding - Riool Waarde - Archeolog

Functieaanduidingen » f—f—i—i—r

(sg-iob)

specifieke vorm van

-1—I__ till

1—!—i—i—i—r

(w)

wonen

J-- I-- â-- 1-- 1-- L

Bouwvlakken bouwvlak

(sg-iob)

4- 4- 4- 4- 4-

Maatvoeringen @

maximum bebouwim

(as)

maximum bouwhooc

®

maximum goothoogt maximum bouwhooc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14650244/1