CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend RB Beleidsplan Ecologie en Biodiversiteit

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Beleidsplan Ecologie en Biodiversiteit4.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologie en biodiversiteit in Schagen onze visie & ambities Gebied en structuur Een robuust en aaneengesloten groenblauw netwerk is een voorwaarde voor een biodiverse leefomgeving. Daarom zetten wij hierop in. Grof gezegd is Schagen opgedeeld in de volgende (leef)gebieden: het bebouwd gebied, het agrarisch gebied (grasland en akkerland), het duingebied, een aantal unieke natuurgebieden en het groenblauw netwerk (bomen, bos, struiken, bermen, watergangen enzovoorts). Binnen al deze verschillende leefgebieden is er een eigen unieke verzameling dieren- en plantensoorten. De aanwezigheid of juist afwezigheid van bepaalde soorten dieren en planten vertelt iets over de kwaliteit van het gebied, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van schuilgelegenheid en broed- en voortplantingsplaatsen. Daarnaast is de mogelijkheid voor het verplaatsen van dieren en planten tussen gebieden belangrijk om voedsel en soortgenoten te vinden.

Ecologie en biodiversiteit zijn belangrijk Door ruimtelijke ontwikkelingen, toenemende bebouwing, uitbreiding van bijbehorende infrastructuur, versnippering van leefgebied en de invloed van klimaatverandering staan natuurwaarden onder druk. De leefomgeving van planten en dieren wordt steeds kleiner en dit resulteert in een dalende trend in biodiversiteit. Een gevarieerd ecosysteem, met een natuurlijk evenwicht, is juist erg belangrijk. Het vervult namelijk meerdere functies (zie kopje” Ecologie en biodiversiteit zijn vereisten voor een leefbare omgeving”). Het is daarom van belang dat wij hier aandacht voor hebben, actie op ondernemen en het verankeren in ons beleid.

Natuurinclusief inrichten Om een gezonde, aantrekkelijke en prettige leefomgeving te creëren is natuurinclusief ontwerpen en inrichten noodzakelijk. Bij natuurinclusief inrichten krijgt zowel de mens als de natuur een plekje. Natuurinclusief inrichten zorgt bovendien voor een duurzame oplossing voor diverse actuele problemen in de bebouwde omgeving; zo helpen natuurinclusieve maatregelen voor meer veerkracht bij het opvangen van effecten van klimaatverandering zoals hittestress, wateroverlast en ongewenste oprukkende soorten flora en fauna. In Schagen spannen wij ons in voor een natuurinclusieve gemeente.

Beheer dat bijdraagt aan ruimte voor flora en fauna Ecologisch beheer is beheer waarbij de (inheemse) flora en fauna centraal staat en is gericht op het vergroten van biodiversiteit. Het beheergebied van de gemeente dat zich leent voor ecologisch beheer bevindt zich vooral in het groenblauw netwerk. Door dit ecologisch te beheren, maken we verbindingen en heffen we barrières op. Voor het opheffen van barrières is mogelijk het aanleggen en/of herstellen van structuren noodzakelijk.

Mens Een biodiverse, duurzame leefomgeving is alleen mogelijk als er naast de inzet van de gemeente ook een rol wordt vervuld door de inwoners, projectontwikkelaars, ondernemers en bezoekers van de gemeente Schagen. Wij ondersteunen hierbij en wij leggen uit waarom we de dingen op een bepaalde manier doen.

Ecologie en biodiversiteit zijn vereisten voor een leefbare omgeving

Ecologie en biodiversiteit in gemeente Schagen | Onze visie & ambities

Gemeente Schagen kan niet zonder ecologie en biodiversiteit. De natuur, soorten en ecosystemen die hierin voorkomen, leveren een hele reeks aan onmisbare producten en diensten.

Waarom dit beleidsplan?

Ze: • zorgen voor de aanmaak en levering van zuurstof en CO2-vastlegging • leveren voedsel (door bestuiving van planten die voedsel leveren) • zorgen voor natuurlijke plaagdierbestrijding • leveren grondstoffen • zorgen voor waterzuivering en een verbeterd waterbergend vermogen • zorgen voor verkoeling • bevorderen het welzijn van de mens (levert o.a. medicijnen en heeft een positieve invloed op de gemoedstoestand en op de sociale verbondenheid) • bieden mogelijkheden voor recreatie en educatie • zorgen voor economische vooruitgang doordat huizen meer waard worden. Los van het nut voor de mens hebben planten- en diersoorten zelf ook recht op bestaan.

Gemeente Schagen wil een duurzame gemeente zijn. Een belangrijk onderdeel van dit streven is het behouden en versterken van de ecologische waarden en de biodiversiteit binnen de gemeente. Dit Beleidsplan Ecologie en Biodiversiteit geeft richting aan hoe we met ecologie en biodiversiteit binnen de gemeente Schagen omgaan en wat we belangrijk vinden, met name in de openbare ruimte. In dit Beleidsplan Ecologie en Biodiversiteit staan onze visie en ambities die als basis dienen voor het ecologisch beheerplan en het uitvoeringsprogramma waarin specifieke acties staan opgenomen. Uitgangspunt is dat ecologie als een volwaardig onderdeel van de leefomgeving wordt gezien. De ambitie van gemeente Schagen is om samen met inwoners en diverse partijen (waaronder natuurorganisaties) te zorgen voor meer biodiversiteit binnen de gemeente. En geeft hierbij zelf het goede voorbeeld.

Onze doelstellingen zijn als volgt: A Het duurzaam in stand houden en bevorderen van de biodiversiteit en de ecologische waarden in de gemeente Schagen. B Ecologie en biodiversiteit verankeren in planontwikkeling en beheer en onderhoud C Invulling geven aan de wettelijke kaders

Dit beleidsplan Ecologie en biodiversiteit inclusief PM is tot stand gekomen in samenspraak met maatschappelijke (natuur)organisaties. Het is een uitwerking van het door de gemeenteraad vastgestelde doel om de biodiversiteit te verhogen. Op PM heeft de gemeenteraad het plan vastgesteld. “Voor een leefbaar Schagen zijn ecologie en biodiversiteit

Ecologie en biodiversiteit in Schagen

gelijkwaardige belangen naast de andere belangen, zoals woningbouw en infrastructuur. Het is onze plicht om voor nu en in de toekomst een gezonde leefomgeving te creëren. Behoud en versterking van de biodiversiteit is een belangrijke voorwaarde hierbij.” Wethouder Hans Heddes

Definitie Ecologie en biodiversiteit Ecologie is het vakgebied dat de relaties bestudeert tussen organismen en hun omgeving. Biodiversiteit bestaat uit de woorden “Bio” wat leven betekent en “diversiteit” wat afwisseling, verschil, verscheidenheid betekent. Biodiversiteit is de variatie aan soorten en genen in planten, dieren en micro-organismen en de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken.

Ecologie en biodiversiteit zijn belangrijk

Gebied en structuur

Omdat de biodiversiteit onder druk staat, heeft het zowel internationaal, nationaal als binnen de gemeente Schagen de aandacht in diverse wet- en regelgeving, beleidsstukken, programma’s en acties.

Wij hebben de wens om met ons beheerareaal (met name de biotopen bebouwd gebied en het groenblauw netwerk) op de beschermde gebieden N2000, NNN en BPL (de biotopen ‘duinen’ en ‘natuurgebieden’) aan te sluiten om zo een netwerk te vormen. Om dit concreet te maken, definiëren wij binnen de biotopen ‘bebouwd gebied’ en het ‘groenblauw netwerk’ leefgebieden. In leefgebieden zijn de omstandigheden aanwezig voor soorten om zich Voort te planten, Voedsel en Veiligheid te vinden en om zich te Verplaatsen (de 4 V’s, gedefinieerd door het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit). Deze leefgebieden zijn afgeleid van de indeling van leefgebieden die de provincie gebruikt. Aan deze leefgebieden zijn specifieke soorten verbonden waarop wij ons kunnen richten bij de inrichting en het beheer.

Internationaal beleid De Sustainable Development Goals (SDGs) zijn doelen die de VN heeft opgesteld voor een betere wereld. Biodiversiteit en het herstel daarvan maken hier een wezenlijk onderdeel van uit.

Rijks- en Provinciaal beleid

De leefgebieden waar dit beleidsplan zich op richt zijn hieronder in de tabel weergegeven, inclusief voorbeelden van soorten die gebruik maken van die leefgebieden. Aanwezigheid van deze soorten, is een indicatie van de biodiversiteit. Als deze soorten er zijn, voldoet het leefgebied aan de 4 V’s voor de soorten en voor de soorten waar ze afhankelijk van zijn. Soorten die niet in de lijst staan, sluiten we niet op voorhand uit.

Natuurwetgeving en -beleid in Nederland is onderverdeeld in de thema’s soorten-, gebieds- en houtopstandenbescherming. Met alle drie deze thema’s hebben wij te maken bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte.

Bebouwing

Bloemrijke bermen

Houtige planten

Natuurvriendelijke oevers

Wateren

Onderstaande soorten verblijven en nestelen in en rond gebouwen. Holtes en de spouwmuur zijn belangrijke verblijfplaatsen.

De diersoorten uit onderstaande lijst zet eieren af in de berm, vindt er voedsel of overwintert er. De plantensoorten hebben hier z’n groeiplaats.

Onderstaande soorten maken op verschillende manieren gebruik van houtige planten. Vogels: broeden, Amfibieën: overwinteren, Vlinders: zetten eieren af en vinden er voedsel Zoogdieren: leefgebied

Onderstaande amfibieën en libellen planten zich voort op natuurvriendelijke oevers. De plantensoorten hebben hier hun groeiplaats.

De vogels in onderstaande lijst broeden in de buurt van water. Voor de vissen is het water hun leefgebied.

Huismus

Bruin zandoogje (grassen)

Heggenmus (struiken)

Groene kikker (groep)

IJsvogel (steile oevers)

Gierzwaluw

Kleine vos (brandnetels)

Patrijs (hagen)

Glassnijder*

Wilde eend

Huiszwaluw (overstek)

Kleine vuurvlinder (kruiden)

Steenuil (holtes)

Grote ratelaar

Oeverzwaluw (wand)

Soortenbescherming: Verschillende planten- en diersoorten zijn beschermd onder de Omgevingswet. Wij werken middels de goedgekeurde Gedragscode soortenbescherming gemeenten om deze soorten te beschermen en te voldoen aan de zorgplicht. Wij gaan zelfs verder en hebben een 5-tal extra soorten (de Schagense soortenlijst) toegevoegd, die niet onder de Omgevingswet zijn beschermd, maar wel als zodanig worden behandeld bij werkzaamheden.

Gebiedsbescherming: Bepaalde gebieden (Natura2000) zijn beschermd onder de Omgevingswet. De gebieden binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn ook beschermd. NNN is erop gericht om een robuust en verbonden netwerk van natuurgebieden in Nederland te realiseren. De provincie Noord-Holland heeft daarnaast nog bepaalde landschappen aangewezen die op basis van verschillende kernkwaliteiten worden beschermd: het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Weidevogelhabitat is zo’n kernkwaliteit. Wij sluiten aan op (de doelstellingen binnen) deze gebieden.

Spreeuw

Icarusblauwtje (kruiden)

Torenvalk (grote bomen)

Bijenorchis

Paling (passeerbaarheid)

Gewone dwergvleermuis

Weidehommel

Hermelijn (lijnvormig struweel)

Brede orchis

Houtopstanden: Bos en houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap zijn tevens beschermd onder de

Kleine modderkruiper (ongeroerde bodem)

Meervleermuis

Metselbij (groep)

Egel (struweel)

Moeraswespenorchis

Roerdomp (grote oppervlakte waterriet)

Laatvlieger

Grote ratelaar

Watervleermuis (holte)

Rietorchis

Kleine karekiet (rietkragen)

Slechtvalk (nestkast)

Bijenorchis

Ruige dwergvleermuis (scheuren in bomen)

Merel (groene gevel)

Brede orchis

Gewone pad (struweel)

Zwarte roodstaart (bruin dak)

Moeraswespenorchis

Boomblauwtje (struweel)

Boerenzwaluw

Rietorchis

Omgevingswet. Als gemeente Schagen beschermen wij tevens de houtopstanden en bomen binnen de bebouwingscontour houtkap middels de Bomenverordening Schagen. De Provincie heeft bovendien een masterplan biodiversiteit opgesteld, met als doel om de biodiversiteit in Noord-Holland te herstellen en te versterken. Hierin zijn allerlei activiteiten, projecten en programma’s opgenomen. Bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte sluiten we aan op onderdelen uit het Masterplan.

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie: Schagen zet zich middels de Omgevingsvisie in op aansluiting op bestaande waarden, meer groen en een grotere biodiversiteit. Deze principes passen wij ook toe in dit ecologisch beleidsplan.

Landschapsvisie: Onze landschapsvisie maakt onderdeel uit van onze Omgevingsvisie (speerpunt 8) en geeft richting aan de vergroening van de gemeente. Vergroening doen we met drie bouwstenen: erfbeplanting, lijnbeplanting en speciale groene plekken. Hiermee stimuleren we de biodiversiteit op plaatsen waar de natuurwaarde wellicht nog niet zo hoog is, maar waar wel potentie is.

Overig: Op gemeentelijk niveau zijn er bovendien al verschillende programma’s in werking die betrekking hebben op ecologie en biodiversiteit in de openbare ruimte, zoals het Duurzaamheidsprogramma, het Programma Bollen en bijen en het Programma Schagen groeit door. In deze programma’s zetten we in op biodiversiteitsherstel. Middels specifieke acties bereiken we deze doelstellingen: we planten meer bomen aan, we brengen meer groen aan wat leefgebied en voedsel levert etc. De gemeente heeft de Intentieovereenkomst klimaatadaptieve Metropoolregio Amsterdam (MRA) en Noord-Holland ondertekend. Een onderdeel van deze overeenkomst is ‘Natuurinclusiviteit en biodiversiteit’. Hierin is beschreven hoe biodiversiteit een plekje krijgt in een klimaatbestendige omgeving. Om bestaande houtopstanden te beschermen hebben we als gemeente een Bomenverordening (2018) om houtopstanden, die niet onder de Omgevingswet vallen maar wel een bepaalde waarde vertegenwoordigen, te beschermen.

Beheer dat bijdraagt aan ruimte voor flora en fauna Groen in de stedelijke omgeving is over het algemeen vaak intensief beheerd, zodat het er verzorgd uitziet. Hierdoor is het groen vooral monotoon, soortenarm en van geringe waarde voor fauna. We passen ons beheer steeds meer aan om hier verandering in te brengen. Dit zogeheten ecologische beheer passen wij toe op de meest kansrijke plaatsen hiervoor. Hiermee creëren we een grote structuurvariatie in het groen. Zo ontstaan de ideale leefomstandigheden (voedselaanbod, overlevingskansen en ontsnappingsmogelijkheden) voor zoveel mogelijk verschillende soorten. •W  e voeren het onderhoud en beheer uit volgens de Gedragscode soortbescherming gemeenten en verwachten dit ook van derden die in onze opdracht in ons areaal werken.

dat er zo minder beschadiging aan de stam ontstaat, zorgt deze hogere vegetatie voor bovengenoemde voordelen. Direct om de boom zorgt het meestal ook niet voor overlast.

•B  innen het groenblauw netwerk wordt zoveel mogelijk ecologisch beheer ingevoerd.

•B  ij speelplekken is ecologisch beheer minder kansrijk. Hier gaat het gebruik voor. Ook bij plekken waar de verkeersveiligheid in het geding kan komen, blijft intensief gazonbeheer van toepassing.

•G  root en zwaar materieel wordt in deze gebieden zo min mogelijk gebruikt om insporing te voorkomen en er wordt zoveel mogelijk vanaf de verharding gewerkt. •D  e reeds aangewezen, in gemeentelijk beheer zijnde natuurgebiedjes, worden middels een apart contract onderhouden en vallen dus buiten het regulier onderhoudscontract. Op deze manier dragen we zorg voor optimaal ecologisch beheer en onderhoud van deze gebieden dat ten goede komt van de potentie van deze gebieden. •W  ij willen jaarrond vegetatie beschikbaar hebben (zowel boven water als onder water). •W  e voeren niet chemische en bij voorkeur natuurlijke bestrijding van exoten uit (bv nestkastjes en bloemenweides tegen eikenprocessierups). •B  ij de uitvoering van beheer wordt rekening gehouden met de verschillende elementen die horen bij het leefgebied. Voorbeelden zijn: – beschermend groen rondom nesten niet weghalen – overhangende takken sparen bij vrij snoeien van waterkanten (IJsvogel) •D  oor het toepassen van ecologisch maaibeheer wordt de ecologische waarde van bermen, gras- en rietland vergroot. Voorbeelden hiervan zijn: – minder vaak en gefaseerd maaien. Na zaadzetting, bij voorkeur in juni (1e ronde) en oktober/november (2e ronde), bij elke maaironde 15-30% (ook de laatste) van oppervlakte niet maaien.

Bij gebieden met late bloeiers (zoals ratelaar, orchideeën, kattenstaart etc.) wordt er met het maaien rekening gehouden met de latere bloeitijd. – op een andere manier maaien (niet klepelen wat nadelig is voor insecten, de vegetatie en de ondergrond, maar maaien en afvoeren en/of een andere maaihoogte aanhouden). Dit komt de biodiversiteit ten goede: het levert meer nectar of zaden, meer dekking en voorplantingsgebied waardoor het leefgebied van insecten en zaadetende vogels vergroot. – Maaisel wordt pas na enkele dagen afgevoerd, zodat zaad en insecten(larven) nog op de grond kunnen vallen. •B  ij beheer van verharding hoeft het niet altijd compleet vrij te zijn van kruiden. Bij ecologisch beheer krijgen planten meer kans om zich tussen tegels te vestigen. Deze zogeheten stoepplantjes leveren ook een belangrijke bijdrage aan biodiversiteit. De levensduur en begaanbaarheid van de verharding mogen hier niet onder leiden. •D  oor op bepaalde plekken in parken niet te maaien kan ontwikkeling van ruigte en struweel ontstaan. •O  p geschikte locaties in het gazonbeheer wordt er rondom bomen niet meer tot aan de stam gemaaid. Buiten

•B  ij bomen die een belangrijke voedselbron vormen in het vroege voorjaar, zoals knotwilgen, wordt in het snoeibeheer maatwerk toegepast (zoals niet alles in één keer afzetten, maar gefaseerd over jaren rijen knotten). •A  ls bomen gekapt moeten worden vanwege onveilige situaties, maar waarbij behoud van een deel van de boom in het belang van de ecologie gewenst is, wordt de boom in eerste instantie veilig gesteld. Het resterende deel (bijvoorbeeld de stam) blijft staan en kan functies blijven vervullen als verblijfplaats, groeiplaats of foerageerobject. •W  e accepteren dat er deels verruiging (bramen, brandnetels etc.) optreedt in het bosplantsoen. Deze ruige vegetatie levert ei-afzetplaatsen, voedsel, beschutting. Bij onderdrukking van de soortenrijkdom, overlast of gevaar wordt ingegrepen. •B  ij het beheer van bosplantsoen hoeft geen strakke grens aangehouden te worden. Door een golvende rand aan de zuidzijde aan te brengen, ontstaan verschillende microklimaatjes en daardoor ontstaat een grotere biodiversiteit. •B  eheer binnen het bosplantsoen is ook gericht op structuurvariatie en afwisseling in soorten. •U  itgaande van de natuurlijke groeiplaatsomstandigheden en ons sober en doelmatige beheer is een rietkraag het uitgangspunt (jaarlijks 1/3 deel wintermaaien).

Hiervan wordt afgeweken bij potentie voor bloemrijke ontwikkeling of als er behoefte is aan waterbeleving (1 à 2 keer per jaar zomermaaien). Hierbij wordt maximaal 50% aan 1 kant van de oever gemaaid, waarbij de gaten moeten overbrugbaar blijven voor de doelsoorten. Dit mag niet ten koste gaan van beschermde flora en fauna. •W  aar sloten groter zijn dan nodig is voor de aan- en afvoer van het water, laten wij bij het schonen waterplanten staan, ten behoeve van de waterkwaliteit en de dieren die daartussen leven. Om diezelfde redenen wordt de vegetatie niet tot op de wortel afgemaaid.

Steenuil

• We streven ernaar dat bovengenoemde soorten in ons areaal kunnen leven. We monitoren de kwaliteit van ons areaal als leefgebied voor soorten. Door de metingen te herhalen, kunnen wij de ontwikkeling volgen en zo nodig bijsturen. Doel is om de kwaliteit van de leefgebieden minimaal gelijk te houden en waar mogelijk te verbeteren. • We leggen vast welke waardes de verschillende gebieden binnen het groenblauw netwerk van Schagen hebben en welke bescherming hiervoor geldt. • Vaste rust- en verblijfplaatsen en leefgebieden van beschermde flora en fauna zijn opgenomen in de natuurwaardenkaart en deze worden beschermd, zowel op beheer- als inrichtingsniveau. • Er is inzicht in welke (aanvullende) ecologische onderzoeken benodigd zijn voor bepaalde werkzaamheden. Deze onderzoeken worden uitgevoerd.

• De knelpunten die het meest kansrijk zijn om op te lossen, pakken wij op om zowel het ecologisch netwerk binnen gemeente Schagen, als de aansluiting met omliggende natuurnetwerken, te versterken. • Als knelpunten niet in zijn geheel op te lossen zijn, kijken we of dit wel gedeeltelijk kan of op een andere manier. Ook kleine aanpassingen tussen verbindingen zijn namelijk al van toegevoegde waarde. • De komende periode pakken we middels een uitvoeringsplan de kansen met betrekking tot het oplossen van knelpunten op. • Manieren waarop knelpunten opgelost worden – Door het omvormen van overbodige verharding naar groen zorgen we voor kleine stapstenen in de bebouwde omgeving. – Mogelijkheden op particulier terrein worden meegenomen.

• Verspreidingsgegevens van invasieve exoten worden ook vastgelegd. Verdere verspreiding hiervan moet voorkomen worden, zodat gewenste soorten in het ecosysteem niet verdrongen worden.

– Lijnvormige structuren (zoals bijvoorbeeld bomenrijen, een geluidswal, rietkragen) vormen belangrijke verbindingen. We herstellen en versterken deze.

• We zetten ons voornamelijk in voor behoud en versterking van grote verbindingen, zoals het gemeentelijke groenblauw netwerk en het Natuurnetwerk Nederland en hun doelsoorten. Onderbrekingen in deze netwerken, zijn knelpunten die opgelost moeten worden.

– Aanpassing doen in beheer om verbindingen te versterken. – We brengen droge doorgangen door duikers en bruggen en faunapassages onder wegen in belangrijke migratieroutes aan om versnippering tegen te gaan.

Natuurinclusief inrichten Het is logisch dat bij het inrichten van groen er rekening gehouden wordt met ecologie en biodiversiteit. We streven naar robuust en gevarieerd groen. Hier hoort afwisseling in reliëf en vegetatiestructuur bij. Het aanbrengen van ecologische maatregelen bij infrastructurele werken en bebouwing is ook essentieel. Doorlopend wordt er bij ruimtelijke ontwikkelingen ingezet op de mogelijkheden van het vergroten van biodiversiteit, leefgebieden en ecologisch beheer. •D  e Omgevingsvisie Schagen gaat uit van natuurinclusief bouwen. Ruimtelijke plannen worden daarop beoordeeld, zowel op maatregelen als op ecologische functionaliteit. •B  ij ruimtelijke ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de bestaande ecologische structuur. Aansluiten op en behoud van bestaande (groenblauwe) elementen vormen een belangrijk deel van natuurinclusief inrichten. Hierop wordt zoveel mogelijk ingezet. •B  ij projecten en werken wordt er tijdig ecologische ondersteuning betrokken (intern of extern) en worden er ecologische randvoorwaarden opgesteld. •B  ij aantasting of verstoring van leefgebied van beschermde soorten planten en dieren bij ruimtelijke ontwikkelingen worden mitigerende maatregelen geëist. •B  ij uitvoering van projecten wordt middels toezicht gewaakt voor verspreiding van ongewenste soorten als invasieve exoten.

•W  e passen in het groenblauw netwerk de vorm en mate van verlichting aan. We zijn terughoudend met het aanbrengen van lichtmasten in deze gebieden. We zorgen voor lichtmasten met gericht licht, waardoor de lichtvervuiling geen nadelig effect heeft op vleermuizen, vogels en andere lichtgevoelige soorten. Veiligheid voor inwoners blijft wel gewaarborgd. Buiten het groenblauw netwerk wordt bij renovaties en vervanging ook aandacht besteed aan verlichting die zo min mogelijk impact op de natuur heeft. •D  e oplossing voor diverse gevolgen van klimaatverandering ligt voornamelijk in het groen en is goed te combineren met ecologisch voordeel. Er wordt geïnvesteerd in dubbelfuncties, zoals groene parkeervakken, wateropvang in het groen (wadi’s of regentuinen), groene daken (in combinatie met zonnepanelen) waarbij ecologie ook een plek krijgt en leefruimte voor dieren wordt gecreëerd. •B  ij het ontwikkelen van (woningbouw)plannen worden voortplantingsplaatsen, veiligheid, voedsel en verbinding (de 4V’s) voor soorten uit de verschillende leefgebieden geïntegreerd. •B  ij eigen nieuwbouw wordt natuurinclusief gebouwd. Er worden faunavoorzieningen aangebracht, zoals ingebouwde nestgelegenheden. Er vindt zoveel mogelijk vergroening van daken, gevels en afscheidingen plaats, passend binnen de locatie waar de nieuwbouw zich bevindt. Wij stimuleren dit bij derden.

•W  e brengen in de openbare ruimte kleinschalige faunavoorzieningen aan, waar er geschikte rust- en voortplantingsplaatsen ontbreken voor soorten die gewenst zijn in het ecosysteem. Voorbeelden hiervan zijn: insectenhotels, vleermuizenkasten, ijsvogelwanden, oeverzwaluwwanden, broedeilandjes, steilwanden en nestkasten voor diverse vogels. We zoeken hier ook samenwerking met derden. •W  e leggen uittreedmogelijkheden aan voor kleine zoogdieren en amfibieën op

locaties waar dit nodig is zoals in straatkolken en aan beschoeide oevers. •W  e kiezen bij voorkeur voor plaatselijk en inheems plantmateriaal dat biologisch geteeld is. Op die manier hebben de insecten er zo min mogelijk schade en zo veel mogelijk profijt van. •M  et het oog op de toekomst worden ook klimaatslimme plantensoorten (zoals gedefinieerd in de gereedschapskoffer klimaatslimme bosbouw van de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren) ingemengd. •S  truiken en bosplantsoen zijn ondervertegenwoordigd in de aanleg van groen in nieuwe (woningbouw)plannen en zijn juist erg belangrijk voor allerlei soortgroepen. Van de 75m2 nieuw aan te brengen groen per woning, moet naast (bloemrijk) gras, vaste planten en rietoevers ook een deel van de bedekking uit struiken bestaan. •D  aken en gevels kunnen ook benut worden voor het aanbrengen van groen. Voor grondgebonden soorten blijft grondgebonden groen echter belangrijk. • In bebouwd gebied is naast ruimte voor inheems plantmateriaal meer ruimte voor uitheems sierplantsoen en voor inzaaien in tegenstelling tot natuurlijke ontwikkeling. •G  eschikte, zonnige plekken worden ingezaaid met bloemrijk zaadmengsel voor meer biodiversiteit en geschikt leefgebied voor insecten. •W  e zorgen voor gemengde aanplant, dus geen monocultuur in bomenlanen en grote groenvakken.

•B  ij de keuze van planten of bomen zoeken we naar soorten die een waardevolle bijdrage leveren, zoals voedsel in de vorm van zaden, bessen, noten, fruit, een lang nectarseizoen of juist schuilgelegenheid geven. •W  e brengen geen soorten aan die een schadelijk effect hebben op de naastgelegen natuur, inheemse soorten, waterkwaliteit of agrarische bedrijfsvoering. En proberen dit ook middels beheer tegen te gaan. Wij verwachten dit ook van derden en zien hierop toe. •W  e brengen meer struweel aan in parken en brede groenstroken. Dit zorgt voor meer beschutting, schuil- en nestgelegenheid en voedselaanbod voor diverse fauna en helpt dieren om de weg te vinden. •W  e richten ons bij watergangen met name op het natuurvriendelijk maken en beheren van de oevers en het verbeteren van de dimensionering van watergangen. De gradiënten en het jaarrond aanwezig zijn van planten zorgen voor een grote variatie in groeiplaatsomstandigheden en aanwezigheid van voortplantings- en overwinteringsplaatsen (droog-nat). Het op peil houden van de waterkwaliteit en de visstand ligt in eerste instantie bij het waterschap.

•O  m fauna de kans te geven om te ontsnappen, dompelen wij op plaatsen met dichte onderwatervegetatie de maaikorf nogmaals onder voordat het slootschoonsel op de oever wordt gezet. •O  m de oevervegetatie niet te benadelen, wordt bij het uitmaaien van watergangen of baggeren het vrijkomende materiaal niet of slechts kort in de berm gedeponeerd. •O  m vissterfte te voorkomen, schonen en baggeren wij alleen bij watertemperaturen boven de 5 °C en beneden 20 °C.

Mens Aan de ene kant waarderen mensen een groene leefomgeving en zijn ze bereid hiervoor te betalen. Aan de andere kant is de verandering van de manier van inrichten en beheer van het groen ook iets wat nog niet door iedere inwoner wordt gewaardeerd. Wij kiezen voor het creëren van draagvlak onder bewoners voor het veranderende beeld. Het moet duidelijk zijn dat het doel van het ecologisch beheer een bijdrage aan de biodiversiteit levert en dat het geen bezuinigingsmaatregel is. •W  e voeren specifieke communicatie-acties en -activiteiten uit zoals het geven van bermsafari’s, plant- en zaaiacties, het plaatsen van informatiebordjes en het verzorgen van informatie via de gemeentelijke media. Op deze manier proberen we om tot voldoende draagvlak te komen van inwoners, hun bewustwording te vergroten en waar mogelijk ook hun inzet, in de vorm van burgerparticipatie (bijvoorbeeld groenadoptie) te verkrijgen. •H  et is nodig dat niet alleen de gemeente zich inzet: ook maatschappelijke initiatieven zijn nodig voor het versterken van de biodiversiteit. We stimuleren daarom inwoners om op eigen terrein ook in te zetten op meer biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuurinclusief inrichten door middel van acties om tuinen te vergroenen en nestgelegenheden voor diverse soorten te creëren of aan te brengen.

Laan 19, 1741 EA Schagen Postbus 8,1740 AA Schagen Tel.: (0224) 210 400 Fax: (0224) 210 455 E-mail: info@schagen.nl Internet: www.schagen.nl Jolanda Buiks

•B  innen de gemeente Schagen zijn er diverse (natuur)organisaties die zelfstandig al bijdragen aan de ontwikkeling en vergroting van biodiversiteit. Zij zorgen op hun manier ook weer voor bewustwording bij inwoners en gebruikers. Dit wordt erg gewaardeerd en dit stimuleren we waar mogelijk. Door middel van overleg met deze partijen wordt iedereen geïnformeerd. Ook wordt samenwerking gezocht bijvoorbeeld bij projecten of bij monitoring van specifieke soorten. •H  et uitgangspunt is dat de openbare ruimte beleefbaar is voor inwoners en dat recreatie overal mogelijk is, mits de bepalingen van de Omgevingswet niet worden overtreden. Wanneer recreatie een gebied te erg verstoort of wanneer dit beleidsdoelen in gevaar brengt, kan besloten worden om het gebied af te sluiten. •W  e staan open voor de adoptie van groen, mits de adoptie niet ten koste gaat van beschermde soorten.

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15040603/1