CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend RB Belastingverordeningen 2024

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Belastingverordeningen 202421.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.1.3.2.2

een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

2.1.3.2.3

kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een buitenplanse omgevingsplan activiteit met een beperkte omvang zoals opgenomen is in bijlage 1 "Categorieën gevallen welke als een kleine buitenplanse omgevingsactiviteit (bopa) kunnen worden aangemerkt met betrekking tot de verschuldigde leges." van deze tarieventabel;

2.1.3.3

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

2.1.4

In aanvulling op de in bijlage 1 bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip 'bouwkosten' betreffen de in die omschrijving: - onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; - onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; - onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

2.1.5

Microturbine: een bouwwerk voor het opwekken van elektriciteit uit wind, met een ashoogte van niet meer dan 15 meter ten opzichte van het peil.

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.

omgevingsoverleg;

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

Artikel 2.3 Bepalen tarief

2.3.1

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

2.3.2

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

2.3.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

2.3.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

2.3.5

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

2.3.6

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg

2.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 917,40

een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project vergunbaar is, bedraagt het tarief: 2.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 86,75

een aanvraag om beoordeling van een consultaanvraag voor het verkrijgen van een indicatie of er op een locatie mogelijk is, bedraagt het tarief: 2.4.3

Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief per overleg:

C 260,25

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) 2.5

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een microturbine, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

indien de bouwkosten minder dan C 200.000 bedragen:

C 41,10

0,630yo

C 1.569,40

0,57007o

C 3.635,25

o,5ioy0

C 6.700,90

0,44007o

C 12.046,85

0,380^0

C 25.910,05

0,32096

C 45.240,00

0,26096

vermeerderd met 0,63^i van de bouwkosten. b.

indien de bouwkosten č 200.000 tot č 500.000 bedragen: vermeerderd met 0,S10A van de bouwkosten boven de C 200.000

c.

indien de bouwkosten C 500.000 tot C 1.000.000 bedragen: vermeerderd met 0,51^i van de bouwkosten boven de C 500.000

d.

indien de bouwkosten C 1.000.000 tot C 2.000.000 bedragen: vermeerderd met 0,^oZo van de bouwkosten boven de C 1.000.000

e.

indien de bouwkosten C 2.000.000 tot C 5.000.000 bedragen: vermeerderd met 0,38^i van de bouwkosten boven de C 2.000.000

f.

indien de bouwkosten C 5.000.000 tot C 10.000.000 bedragen: vermeerderd met 0)32% van de bouwkosten boven de C 5.000.000

g-

indien de bouwkosten C 10.000.000 of meer bedragen: vermeerderd met 0,26Vo van de bouwkosten boven de C 10.000.000 met een maximum van C 1.050.000,00

2.5.1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

C 286,50

heeft op een bouwactiviteit voor een microturbine, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)

2.6.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, met uitzondering van een microturbine, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

1.

indien de bouwkosten minder dan C 200.000 bedragen:

C 123,35

1,90096

C 4.708,15

1,71096

0 10.905,85

1,52096

C 20.102,65

1,33096

C 36.140,50

1,15096

C 77.730,15

0,96096

C 135.720,10

0,77096

vermeerderd met 1,9096 van de bouwkosten. 2.

indien de bouwkosten C 200.000 tot C 500.000 bedragen: vermeerderd met 1,7196 van de bouwkosten boven de C 200.000

3.

indien de bouwkosten C 500.000 tot C 1.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,5296 van de bouwkosten boven de C 500.000

4.

indien de bouwkosten C 1.000.000 tot C 2.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,3396 van de bouwkosten boven de C 1.000.000

5.

indien de bouwkosten C 2.000.000 tot C 5.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,1596 van de bouwkosten boven de C 2.000.000

6.

indien de bouwkosten C 5.000.000 tot C 10.000.000 bedragen: vermeerderd met 0,9696 van de bouwkosten boven de C 5.000.000

7.

indien de bouwkosten C 10.000.000 of meer bedragen: vermeerderd met 0,7796 van de bouwkosten boven de C 10.000.000 met een maximum van C 1.050.000,00

b.

als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de

C 23,10

gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.49, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, verhoogd met: c.

als de omgevingsplanactiviteit plaatsvindt op een

C 403,45

bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met: d.

als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is

C 197,80

met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met: 2.6.1.1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

C 600,00

heeft op een omgevingsplanactiviteit voor een microturbine, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten 2.6.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij

C 593,30

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.6.l.a. 1 t/m 7, vermeerderd met: 2.6.3

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de tarieven genoemde onder 2.6.l.a. 1 t/m 7, vermeerderd met:

a.

voor een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 398,60

b.

voor de overige buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 2.373,10

Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 115,65

b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij

C 98,85

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.7.a, vermeerderd met:

c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de

C 197,80

tarieven genoemde onder 2.7.a, vermeerderd met: Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten

2.8.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

2.8.1.1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 10 (Instandhoudingbepaling) van de Erfgoedverordening Schagen 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

2.8.1.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van

C 296,65

een monument of voorbeschermd monument: 2.8.1.1.2

voor het herstellen of gebruiken van een monument of

C 395,50

voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: 2.8.1.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij

C 247,20

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.8.1.1.1 en 2.8.1.1.2 vermeerderd met: 2.8.1.3

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de

C 494,40

tarieven genoemde onder 2.8.1.1.1 en 2.8.1.1.2 vermeerderd met: : 2.8.2

Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met:

2.8.3

Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Schagen 2024 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:

C 197,80

2.8.3.1

als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

2.8.3.2

als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie­ aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van

C 494,40

een Rijksmonument of voorbeschermd Rijksmonument: b.

voor het herstellen of gebruiken van een monument of

C 593,30

voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht VERVALLEN

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed VERVALLEN

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het

tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor de activiteit verwerken polyesterhars:

b.

voor de activiteit installeren gesloten

C 401,10 C 1.076,75

bodemenergiesysteem: c.

voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten:

C 295,55

d.

voor de activiteit opslaan propaan of propeen:

C 760,05

e.

voor de activiteit tanken met LPG:

C 760,05

f.

voor de activiteit antihagelkanonnen:

C 295,55

g-

voor de activiteit biologische agens:

C 401,10

h.

voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen:

C 401,10

i.

voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen:

C 401,10

j-

voor de activiteit lozen in de bodem (vangnetvergunning):

C 601,75

k.

voor de activiteit lozen in schoonwaterriool

C 601,75

(vangnetvergunning): 1.

voor een andere activiteit dan genoemd in de onderdelen

C 545,10

a tot en met k: Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van

afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector

dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieuactiviteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor één milieubelastende activiteit:

C 369,45

b.

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten:

C 933,80

c.

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten:

C 1.887,90

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten

2.20.1

Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een categorie valt en de aanvraag om een omgevingsvergunning heeft op al deze categorieën betrekking, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

2.20.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

2.21.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking

C 950,10

heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

2.22.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit

C 1.900,15

hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven VERVALLEN

Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a.aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b.indrijven van voorwerpen, c.ophogen van de grond, of d.verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 589,80

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 983,00

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 844,55

b.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 1.477,90

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de

Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

indien de aanlegkosten minder dan C 200.000 bedragen:

C 164,45

2,53096

C 6.277,55

2,28096

C 14.541,10

2,03096

C 26.803,60

1,77096

C 48.187,30

1,53096

0 103.640,20

1,28096

vermeerderd met 2,5396 van de aanlegkosten. b.

indien de aanlegkosten C 200.000 tot C 500.000 bedragen: vermeerderd met 2,28% van de aanlegkosten boven de C 200.000

c.

indien de aanlegkosten C 500.000 tot C 1.000.000 bedragen: vermeerderd met 2,0396 van de aanlegkosten boven de C 500.000

d.

indien de aanlegkosten C 1.000.000 tot C 2.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,7796 van de aanlegkosten boven de C 1.000.000

e.

indien de aanlegkosten C 2.000.000 tot C 5.000.000 bedragen: vermeerderd met 1,5396 van de aanlegkosten boven de C 2.000.000

f.

indien de aanlegkosten C 5.000.000 of meer bedragen: vermeerderd met 1,2896 van de aanlegkosten boven de C 5.000.000 met een maximum van C 139.547,20

Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel [2:12] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

C 169,10

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

C 398,65

en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel

C 98,30

van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: b.

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij

C 197,80

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemd onder 2.28.a, vermeerderd met: c.

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de

C 395,50

tarieven genoemd onder 2.28.a, vermeerderd met: Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie VERVALLEN

Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden VERVALLEN

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als o.a. bedoeld in artikel 5:7 (Parkeren van reclamevoertuigen) van de Algemene

plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende

C 86,75

zaak maken of voeren van die handelsreclame: b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt

C 86,75

gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd: Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: objecten plaatsen op de weg (Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende

C 76,95

zaken: b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt

C 76,95

gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden) van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het

C 75,90

Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: 2.34.1

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de

0 398,65

Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 2.34.2

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

2.34.2.1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

0 398,65

2.34.2.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij

C 197,80

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, de tarieven genoemde onder 2.34.2.1 vermeerderd met: 2.34.2.3

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de

0 395,50

tarieven genoemde onder 2.34.2.1, vermeerderd met: 2.34.2.4

voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: 2.35.1

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

0 398,65

2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; a.

per maatwerkvoorschrift:

C 196,60

b.

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per

C 393,20

maatwerkvoorschrift: Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

2.36.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

a.

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3

C 2.195,75

van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: b.

twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in

C 5.489,35

hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: c.

vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in

C 10.978,70

hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: 2.36.2

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften

C 2.195,75

betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

2.37.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel

C 2.044,70

2.38.1

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

C 98,30

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed,

C 98,30

bedraagt het tarief, per uur: c.

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per

C 105,55

uur d.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of

C 101,90

c, bedraagt het tarief, per uur: 2.38.2

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schríftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 786,45

een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om

C 334,00

wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 334,00

een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

C 2.026,85

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit

C 294,90

hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 9.865,80

een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van

C 398,65

een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een

10,000o7o

activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 2.47.1

met een maximum van:

C 1.284,30

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit

C 1.966,00

hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

C 379,70

b.

voor de beoordeling van een archeologisch

C 481,65

bodemrapport/quickscan: c.

voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport

C 601,75

betreffende de geluid- of luchtbelasting: d.

voor de beoordeling van een akoestisch rapport

C 601,75

betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e.

voor de beoordeling van een ecologisch

C 401,10

onderzoeksrapport: f.

voor de beoordeling van een aanmeldnotitie m.e.r.:

C 1.520,10

g-

voor de beoordeling van een AERIUS berekening:

C 211,15

h.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage

C 3.040,25

(MER): i.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande

C 601,75

onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.50 Advies

2.50.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als

C 398,65

bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie erfgoed en ruimtelijke kwaliteit Schagen 2024 dat uitsluitend betrekking heeft op de redelijke eisen van welstand bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet: 2.50.1.2.1

Bij bouwkosten tot C 20.000, ongeacht het aantal

C 50,00

behandelingen: 2.50.1.2.2

0,300/6

Bij bouwkosten hoger dan C 20.000, 0,30/6 over de bouwkosten, ongeacht het aantal behandelingen:

2.50.1.2.3

Second opinion

C 1.387,80

2.50.1.2.4

Maximum tarief per behandeld bouwplan

C 2.750,00

c.

Als de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning moet worden

C 23,10

verleend en hiervoor een ambtelijke welstandsbeoordeling noodzakelijk is, wordt het overeenkomstig 2.6.1 berekende bedrag verhoogd met: d.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als

C 294,90

bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie erfgoed en ruimtelijke kwaliteit Schagen 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: e.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met d: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.50.2

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schríftelijk is ingetrokken.

2.50.3

Handhavingszaken/excessenregeling

2.50.4

Verhoging verplicht advies agrarische commissie,

C 173,45

onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.6.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld, bedraagt het tarief: a.

inzake een standaardadvies bestaande bedrijven;

C 1.125,00

b.

inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een

C 1.325,00

bedrijfsplan; c.

inzake een advies waarbij ook uitspraken van een

C 1.395,00

commissie voor bezwaar en beroep en/of gerechtelijke uitspraken worden betrokken; d.

inzake een nader advies op een eerder uitgebracht advies;

e.

second opinion.

Artikel 2.51 Instemming

2.51.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit

C 700,00 C 1.725,00

waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a.

als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming:

C 398,65

b.

als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de

C 398,65

instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2.51.2

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schríftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg

2.52.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.

2.52.2

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:

a.

voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;

b.

in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en

c.

binnen twee maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.

85,000o7o

Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag VERVALLEN

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond

85,00096

van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet

85,00096

bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na

75,00096

de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

50,00096

c.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

25,00096

zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na

75,00070

de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

50,0007o

zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

25,0007o

achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwof milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

25,00096

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwof milieubelastende activiteiten

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan C 66,15 wordt niet teruggegeven.

25,00007o

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Artikel

Omschrijving

Verkooptarief

Paragraaf 3.1 Horeca 3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

C 456,70

verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet 3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als

C 114,30

bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet 3.1.3

Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet

3.1.3.1

voor de eerste leidinggevende

C 76,20

3.1.3.2

voor iedere volgende leidinggevende

C 38,05

3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

C 114,30

verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet. 3.1.5

Indien de vergunning betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste 5 járen) voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.4 bedraagt het tarief 20096 van het betreffende tarief

Paragraaf 3.2 Organiseren markten en overige APV beschikking 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een markt, als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening, indien het betreft:

3.2.1.1

vervallen

3.2.1.2

vervallen

3.2.1.3

vervallen

3.2.1.4

Een kofferbakmarkt, fancyfair, braderie of soortgelijke markt welke

C 375,75

commercieel wordt uitgebaat 3.2.1.5

Het tarief onder artikel 3.2.1.4 wordt vermeerderd met een bedrag als hieronder staat aangegeven:

3.2.1.6

* indien ten behoeve van de activiteit verkeersmaatregelen nodig zijn:

C 76,20

3.2.1.7

* indien ten behoeve van de activiteit een tijdelijke gebruiksmelding is

C 76,20

vereist: 3.2.1.8

* indien ten behoeve van de activiteit een aanstellingsbesluit

C 76,20

verkeersregelaars is vereist: 3.2.1.9

Indien de vergunning betrekking heeft op een meerjarenvergunning (voor ten hoogste 5 járen) voor een activiteit als bedoeld in artikel 3.2.1.4 t/m 3.2.1.8 bedraagt het tarief 2005-0 van het betreffende tarief

3.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:80 van de APV Schagen (voertuigen op het strand):

C 76,20

3.2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een

C 76,20

ontheffing als bedoeld ín artikel 2:29 van de APV Schagen (ontheffing sluitingsuur) 3.2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

C 76,20

verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de APV Schagen (standplaatsvergunning) 3.2.5

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een

C 76,20

beschikking als bedoeld in artikel 2:10 van de APV Schagen tot het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg m.u.v. het plaatsen van tijdelijke reclameborden. 3.2.6

Indien er een beschikking wordt genomen op grond van artikel 2:10 van de

C 76,20

Apv waarbij tevens verkeersmaatregelen nodig zijn, wordt het tarief vermeerderd met 3.2.7

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het

C 456,70

verstrekken van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv bedraagt 3.2.7.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van

C 75,05

een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv bedraagt 3.2.8

Het tarief tot het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen

C 76,20

van een vuurwerkverkoop vergunning als bedoeld in artikel 2:72, eerste lid, van de Apv bedraagt Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven 3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in 3:3 van de APV Schagen, anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3.3.2:

3.3.1.1

voor een seksinrichting

C 517,10

3.3.1.2

voor een escortbedrijf

C 258,50

3.3.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3:13d van de APV Schagen:

3.3.2.1

voor een seksinrichting

C 76,20

3.3.2.2

voor een escortbedrijf

C 76,20

Paragraaf 3.4 Splitsingsvergunning woonruimte n.v.t. 3.4.1

n.v.t.

Paragraaf 3.5 Leefmilieuverordening n.v.t 3.5.1

n.v.t.

Paragraaf 3.6 Brandbeveiligingsverordening 3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

3.6.1.1

een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning met betrekking tot het

C 76,20

brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Brandbeveiligingsverordening 3.6.1.2

een aanvraag om een verklaring van overdracht van de gebruiksvergunning

C 38,05

aan een nieuwe eigenaar Paragraaf 3.7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

C 38,05

JĒ

n

| GEMEENTE

behagen

Raadsbesluit Raadsvergadering van 19 december 2023 Datum besluit

24 oktober 2023

Registratienr

23.101545

Onderwerp

Verordening precariobelasting 2024

De raad van de gemeente Schagen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 oktober 2023, nr.; gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering precariobelasting 2024 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in de gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; f. niet-commerciële evenement/activiteit: een evenement/activiteit dat/die: geen individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk hebben: en niet bedrijfsmatig van aard is: en niet mede door commerciële bedrijven ontplooid: en een beoogde doelstelling van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve of culturele aard: en georganiseerd door stichtingen en verenigingen, waarvan de inkomsten worden aangewend om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen of worden ingezet voor een goed doel.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht 1.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten

Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2024

Pagina 1 van 4

2.

behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van: a. Het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd: b. van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk en de provincie, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; c. Voor het hebben van aankondigingen door de gemeente, voor het gebruik of genot door de gemeente van de openbare gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, werken of inrichtingen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn; d. Voor het gebruik of genot van de openbare gemeentegrond ten behoeve van bouwwerken, civieltechnische en cultuurtechnische werken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt; e. Voor het hebben van wegwijzers in, op of boven de openbare gemeentegrond door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B.; f. Van vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; g. Voor het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, afvoerbuizen van hemelwater, pullijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen e.d. niet meer dan 0,30 m buiten de rooilijn uitstekend; h.

Buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- en hemelwater; i. Van voorwerpen of werken, welke in een uitsluitend algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; j. Van voorwerpen of werken, waarvoor krachtens een andere gemeentelijke heffingsverordening rechten zijn verschuldigd; k. Niet-commerciële evenementen/activiteiten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting l.

2. 3. 4.

5.

6.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. Indien een tarief per oppervlakte is opgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. De oppervlakte van andere rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is

Raadsbesluit Verordening precariobelasting 2024

Pagina 2 van 4

opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. b.

7.

Artikel 7 Belastingtijdvak 1.

2.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalender overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belangtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14640978/1