Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn Vastgesteld
Bestemmingsplan Toelichting
Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn Vastgesteld
Fase: ontwerp Datum:
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Historie Tuitjenhorn 2.2 Van 1950 tot nu 2.3 Bestaande situatie 2.4 Gewenste situatie
10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15
Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden / omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Duurzaamheid 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Milieuzonering 4.8 Natuurwaarden 4.9 Stikstofdepositie 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Water 4.13 Milieu-effectrapportage
27
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
48
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Planvorm 6.2 Bestemmingsregeling
50
3
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
4
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Toelichting
5
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de omzetting van bedrijfsbebouwing naar woningen op het perceel ten noorden en oosten van Dorpsstraat 14a in Tuitjenhorn. Het plangebied is onderverdeeld in Dorpsstraat 14a tot en met e. Gemakshalve wordt het perceel verder aangeduid als Dorpsstraat 14a. Het is de bedoeling om maximaal 5 woningen mogelijk te maken binnen de bebouwing op het perceel. Omdat op de gronden momenteel een bestemming Centrum rust waarop niet alle woningen zijn toegelaten, past de ontwikkeling niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Tuitjenhorn'. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het voorliggende bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels waarbinnen de ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt. De gemeente Schagen heeft middels een principe-uitspraak aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten oosten van de Dorpsstraat in de kern van Tuitjenhorn. Het plangebied wordt aan de westzijde begrenst door de Dorpsstraat, aan de zuidwestzijde door het bestaande perceel Dorpsstraat 14, aan de zuidzijde door het Reformhuis Tuitjenhorn, aan de oostzijde door woonbebouwing aan de Willem Dekkerstraat en Manusveert en aan de noordzijde door woningen aan Dorpsstraat 18. De afbeelding hierna toont de locatie van het plangebied.
6
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Afbeelding: Locatie van het voorliggende plangebied (bron: Google earth)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Binnen het plangebied geldt bestemmingsplan 'Tuitjenhorn', vastgesteld op 25 februari 2014. Tevens gelden het paraplubestemmingsplan 'Parkeren', vastgesteld op 7 november 2017 en het 'paraplu-omgevingsplan, 1e tranche', vastgesteld op 30 juni 2020.
1.3.1
Bestemmingsplan Tuitjenhorn
Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Centrum' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.
7
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Afbeelding: ligging voorliggend plangebied in vigerend bestemmingsplan, indicatief aangegeven m e t blauw kader
Centrum (artikel 7) Binnen de bestemming Centrum is onder meer toegelaten: wonen, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. Hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Ook zijn niet meer woningen toegestaan dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. Artikel 7.3 geeft de mogelijkheid aan het College van B&W om af te wijken van de bouwregels (artikel 7.2.1, sub c) in de zin dat het aantal woningen toeneemt, mits: 1. er maximaal 16 woningen extra worden gerealiseerd; 2. het parkeren plaats vindt op het eigen erf; 3. er sprake is van een goede landschappelijke, ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing; 4. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Omdat er in dit geval woningen worden gerealiseerd buiten het bestaande bouwvlak, kan geen gebruik worden gemaakt van de afwijking genoemd in artikel 7.3. Wel wordt hiermee aangegeven dat er een flexibele insteek is met betrekking tot een toename van het aantal woningen binnen deze bestemming. Waarde - Archeologie 2 (artikel 22) De bestemming Waarde - Archeologie 2 beschermt de eventuele in de grond aanwezige archeologische waarden. Voor bouwen en andere grondroerende werkzaamheden geldt een grens van 100 m 2 oppervlakte en 0,35 meter diepte.
Als deze grens wordt overschreden is archeologisch onderzoek nodig. Conclusie Omdat woningen alleen zijn toegestaan binnen een bouwvlak en de oostelijke bebouwing
8
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
geen bouwvlak heeft, is het voornemen niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. Met voorliggende partiële herziening wordt de planologisch - juridische basis gelegd voor de woningontwikkeling. Het initiatief dat voorligt gaat uit van de realisatie van woningen binnen de bestaande bebouwing. De buitenruimte wordt ook niet gewijzigd. Strijd met de archeologische bestemming is er daarom niet. Wel is de archeologische dubbelbestemming overgenomen in voorliggend bestemmingsplan om eventuele archeologische waarden bij toekomstige ontwikkelingen te beschermen.
1.3.2
Bestemmingsplan Parkeren
Dit bestemmingsplan vereist dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Op basis van de Nota Parkeernormen Schagen 2016 wordt bepaald wanneer sprake is van voldoende parkeergelegenheid. In paragraaf 4.11 wordt onderbouwd dat er voldoende parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd binnen het plangebied.
1.3.3
Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche
Via dit parapluplan zijn alle begrippen in de bestemmingsplannen van de gemeente Schagen vervangen. Ook zijn er een aantal aanvullende onderwerpen in geregeld en zijn een aantal zaken uit de vigerende bestemmingsplannen in het parapluplan gewijzigd. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met het parapluplan en zijn de relevante wijzigingen verwerkt.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan 'Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn' is vervat in: de verbeelding, waarop de bestemmingen van de in het plan gelegen gronden en bijbehorende verklaringen zijn aangegeven; de planregels, waarin bepalingen zijn opgenomen over de inhoud van de bestemmingen en bepalingen omtrent het gebruik van gronden en de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan gaat verder vergezeld van deze toelichting, waarin de opzet van het bestemmingsplan wordt beschreven en verantwoord. Ook worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten vermeld, alsmede de resultaten van inventarisatie en onderzoek. Tot slot worden de resultaten van inspraak en overleg in deze toelichting opgenomen.
9
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Historie Tuitjenhorn
Tuitjenhorn is ontstaan in de 12e eeuw op een hogere in noord-zuid richting lopende kreekrug. Deze was door dijken verbonden met andere dorpen en met de Westfriese Omringdijk. Kerkbuurt was een afzonderlijk gehucht. In de loop der eeuwen breidde de bebouwing zich langs de hoger gelegen wegen uit. Tuitjenhorn ontwikkelde zich veel sterker dan Kerkbuurt. De oudste bebouwing is te vinden langs de oude wegen: Dorpsstraat, Kerkbuurt (onderdeel van Tuitjenhorn geworden) en Koorndijk. De ontwikkeling van een centrum heeft plaatsgevonden langs het centrale deel van de oudste straat, de Dorpsstraat. Na 1950 is Tuitjenhorn uitgebreid ten noorden van het Sint Jozefpark. Na 1970 heeft uitbreiding van Tuitjenhorn plaatsgevonden aan de oost- en westzijde van de Dorpsstraat.
Afbeelding: ontwikkeling van Tuitjenhorn vanaf 1900 (linksboven) t o t 2000 (rechtsonder), plangebied aangegeven m e t blauwe cirkels
De laatste uitbreiding van Tuitjenhorn vond plaats aan de westzijde van Tuitjenhorn aan het de Delftweg (Het Nieuwe Glas). Dorpsstraat 14a is gelegen aan het oude lint van Tuitjenhorn. Op de voorgaande afbeelding
10
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
is de planlocatie aangegeven met een blauwe cirkel. Op deze afbeelding is te zien dat tot de helft van de 20e eeuw vrijwel alleen bestond uit dit historische lint.
2.2
Van 1950 tot nu
Vanaf 1954 zijn de voorliggende bedrijfsgebouwen één voor één gebouwd als onderdeel van het agrarische familiebedrijf dat daar was gevestigd. In de bedrijfsgebouwen zijn jarenlang tulpenbollen, aardappelen, kool en uien bewaard, bewerkt en verkoopklaar gemaakt. Het plangebied was tot het begin van de jaren '90 gelegen aan de aangrenzende weilanden. Vanaf het begin van de jaren '90 werd dit gebied ontwikkeld tot woningbouw. Hierdoor is het plangebied ingebouwd geraakt.
2.3
Bestaande situatie
Inmiddels zijn de koelhuizen niet meer als zodanig in gebruik, maar worden gebruikt als opslag van diverse materialen. De bestaande erfbebouwing bestaat, naast de oorspronkelijke bedrijfswoning op Dorpsstraat 14, uit een tweetal gekoppelde koelhuizen aan de Dorpsstraat en een groter, moderner koelhuis op het achtererf. De gebouwen aan de Dorpsstraat zijn haaks op de weg geörienteerd en hebben een oud-industrieel uiterlijk. Ondanks dat er meerdere 'industriële' schuren langs de Dorpsstraat staan, zijn er in het verleden ook andere schuren gesaneerd om plaats te maken voor woningbouw, zoals de oude schuren aan de Dorpsstraat 2 en 6a. Aan de noordzijde is het plangebied onbebouwd in verband met parkeergelegenheid en om de schuren in en uit te kunnen. In 2015 zijn de asbestdaken van de schuren vervangen (rapportages eindcontrole met kenmerk 2015029177.1, d.d. 20 augustus 2015 en 20150299.1, d.d. 1 september 2015). De omliggende bebouwing is afwisselend haaks en evenwijdig op de weg georiënteerd en bestaat uit 1- of 2-laags bebouwing met een kap.
11
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Afbeelding: bestaande situatie plangebied en omgeving, plangebied in geel kader
2.4
Gewenste situatie
De wens bestaat om de bebouwing die aanwezig is binnen het plangebied om te vormen tot maximaal vijf woningen binnen de bestaande bebouwing. Het gaat dan om twee woningen in de bebouwing langs de Dorpsstraat en drie woningen in de bebouwing erachter. De navolgende afbeelding toont een voorbeeldinrichting waarin de bestaande woning op Dorpsstraat 14 ook is meegenomen. Zoals eerder is aangegeven is dit perceel geen onderdeel van voorliggend plangebied. Dorpsstraat 14 is een op zichzelf staande woning met een centrumbestemming. Dit betekent dat wonen op zichzelf mogelijk al is en een wijziging van de bestemming dus niet nodig is. De centrumbestemming maakt ook andere functies mogelijk, zoals detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening. Dergelijke functies zijn gewenst om de kern van Tuitjenhorn te behouden.
12
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Afbeelding: voorbeeld nieuwe situatie (Dorpsstraat 14 is geen onderdeel van voorliggend plangebied
Er wordt uitgegaan van vijf woningen in de koopsector waarvan de parkeerbehoefte wordt gevonden op eigen terrein. In de voorgaande afbeelding is te zien dat er minimaal 2 parkeerplaatsen per woning mogelijk zijn. De woningen worden gasloos uitgevoerd en optimaal geïsoleerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de al aanwezige isolatie van de koelhuizen. De navolgende afbeelding geeft een voorbeeld van hoe het aanzicht vanaf de Dorpsstraat zou kunnen wijzigen. Het bestemmingsplan regelt niet het uiterlijk van gebouwen, vandaar dat dit aanzicht ook anders zou kunnen worden.
13
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Afbeelding: voorbeeld nieuw aanzicht Dorpsstraat 14a en 14b
Motivering In het voorliggende geval wordt een passende nieuwe functie gegeven aan bestaande bebouwing. Er is behoefte aan woningen en voor de bestaande functie kan een plek worden gevonden op een bedrijventerrein waar deze functie passender is. Het plangebied wordt immers vrijwel omgeven door woningen. De bestaande bebouwing blijft in omvang maximaal gelijk en zou minder kunnen worden. Dit heeft een positief effect op de leefomgeving. Het veranderende gebruik heeft een veranderende invloed op de omgeving: Wanneer we vijf woningen afzetten tegen het mogelijke gebruik dat het bestaande bestemmingsplan biedt, dan vindt er een verbetering van het woon- en leefklimaat plaats. De omgeving biedt ook een goede woon- en leefomgeving voor de nieuwe woningen. Hier wordt verder op ingegaan in Hoofdstuk 5. Het realiseren van woningen in het centrum van Tuitjenhorn is hiermee een optimale invulling van de voormalig agrarische locatie. Er kan worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan in lijn is met een goede ruimtelijke ordening.
14
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel
15
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de nationale belangen die zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Het sluit goed aan bij het doel om meer woningen te bouwen en door de inbreiding/functiewijziging wordt het bestaand stedelijk gebied goed benut wat leidt tot behoud van het buitengebied. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor het voorliggende plangebied spelen geen nationale belangen en daarom hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte komt neer op het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied (BSG) wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe
16
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorliggende plangebied is gelegen binnen BSG en betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. De laddertoets is daarom niet aan de orde. Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling is wel van belang dat wordt voorzien in een behoefte. Behoefte wonen Tussen de provincie en de gemeenten uit de regio is het Regionaal Woonakkoord Kop van Noord-Holland gesloten. Eind 2020 hebben de regiogemeenten en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (hierna: KwK).
Regionale samenwerking is hiermee voortgezet en afgesproken is om regionale afstemming wordt gecontinueerd en dat er op adaptieve wijze wordt geprogrammeerd (zie verder 3.3.3). Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Met deze overeenkomst willen de regio en de provincie de actieve regionale samenwerking rondom woningbouw vervolgen, zodat er een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad en -markt in de kop van Noord-Holland is. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Hier wordt voornamelijk gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Het convenant is bestendigd in het Regionaal Woonakkoord. In dat akkoord maken de gemeentes aanvullende afspraken over onder andere ambities en mogelijke locaties om buitenstedelijk te bouwen. Dit volgt uit de Woonagenda 2020 - 2025 (zie 3.2.3). Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Het betreft een adaptieve werkwijze. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen.
Deze werkwijze biedt ruimte voor de voorgenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van NoordHolland. Tegelijkertijd worden de langetermijnambities in het oog gehouden: het realiseren van minimaal 5.000 extra woningen in de kop tot 2030. Kwantitatief In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd.
17
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Uit de Monitor Woningbouw 2022 van de provincie Noord-Holland blijkt dat er een woningtekort is van 3% in de regio Kop van Noord-Holland. Om in 2023 op het landelijke streeftekort van 2% uit te komen dienen er 1.000 woningen extra te worden gebouwd. Hieruit blijkt dat de toevoeging van 5 woningen past binnen de kwantitatieve behoefte. Kwalitatief In voorliggend geval worden grondgebonden woningen gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing. De omvang en aard van de ontwikkeling leent zich niet voor de realisatie van sociale woningbouw. Om doorstroming op de woningmarkt te realiseren zijn ook middeldure en dure woningen nodig. Voorliggende ontwikkeling draagt daarom bij aan een divers woningaanbod en is in lijn met de Woonagenda van de provincie (zie 3.2.3). Er is daarmee aansluiting bij de kwalitatieve behoefte. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat er een behoefte is aan woningbouw, zowel kwantitatief als kwalitatief, waaraan met voorliggende planontwikkeling tegemoet wordt gekomen. 3.1.4
Nationale Woon- en bouwagenda
Vanuit de gedachte dat het Rijk de regie de afgelopen jaren teveel uit handen heeft gegeven op het gebied van volkshuisvesting, is de 'Nationale Woon- en bouwagenda' opgesteld. De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk: mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. In 2021 waren er ruim 8 miljoen huishoudens in Nederland. De voorspelling is dat er in 2035 bijna 8,9 miljoen huishoudens zijn. De groei komt grotendeels voor rekening van eenpersoonshuishoudens. Door de vergrijzing neemt vooral het aantal alleenstaande ouderen sterk toe. Het tekort aan woningen is in 2021 geraamd op 279.000 woningen, oftewel 3,5 procent van de woningvoorraad. Volgens de prognose uit 2021 zal het woningtekort eerst nog oplopen richting de 3,9 procent in 2024 ofwel 317.000 woningen. De komende jaren groeit het aantal nieuwe woningen aanzienlijk, maar het aantal huishoudens groeit sneller, waardoor het woningtekort verder stijgt.
Voor Noord-Holland bestond er in 2021 een behoefte van 65.000 woningen (4,8% van de woningvoorraad). Het Programma Woningbouw is het eerste van zes programma's dat binnen de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt uitgebracht. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de doelstellingen beschreven om te realiseren dat iedereen goed en veilig kan wonen. Daartoe wordt een aanpak in zes programma's uitgewerkt. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de overlap en doorsnijdende thema's van de programma's toegelicht. In het Programma Woningbouw ligt de focus op de realisatie van voldoende woningen voor iedereen. Hierin is opgenomen dat om snel meer woningen te bouwen een omslag nodig is. De overheid herneemt de regie ten aanzien van de volkshuisvesting. Lokale overheden moeten weten wat zij kunnen doen om te zorgen voor meer passende woningen op de juiste plek. Hierbij moeten de overheidslagen samenwerken als één overheid en samenwerken met de marktpartijen. Met meer tempo en het wegnemen van knelpunten, wordt ingezet op de
18
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
realisatie van 100.000 woningen per jaar in deze kabinetsperiode. Uiteindelijk moeten 900.000 woningen worden gerealiseerd tot en met 2030. Gestuurd wordt op wat wordt gebouwd, voor wie wordt gebouwd en waar wordt gebouwd: passend bij de woonwensen en –behoeftes van mensen. Het streven is dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbare huur- en koopwoningen zijn. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende toevoeging van 5 woningen komt tegemoet aan de grote behoefte die er bestaat aan woningen in verschillende woonsegmenten. 3.1.5
Deltaprogramma 2018
Het Deltaprogramma 2018 is op Prinsjesdag 2017 verschenen en bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnelt en intensiveert. Het is een grote en langdurige opgave om Nederland op heel veel plaatsen anders in te richten, om zo de toenemende schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen te verminderen. Deze opgave verschilt bovendien van plaats tot plaats. Dit deltaplan behelst de aanpak om te werken aan deze grote, locatiespecifieke opgave. Daarbij doet dit deltaplan recht aan de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van de Deltawet, door integratie van opgaven en participatie van niet-overheden, maatschappelijke organisaties en burgers te stimuleren en de slagkracht op lokaal en regionaal niveau te vergroten met een voorstel voor governance. Dit moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is onderdeel van het Deltaprogramma. Net als de andere deltaplannen wordt het jaarlijks geactualiseerd. De deltacommissaris doet daar ieder jaar een voorstel voor.
Met dit Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft de regering ook invulling aan de genoemde moties van de Tweede Kamer. Ruimtelijke adaptatie grijpt onder meer in op de manier waarop we onze woningen en bedrijven bouwen en onze tuinen en openbare ruimte inrichten, de wijze waarop we onze infrastructuur aanleggen, in stand houden en beheren, en de manier waarop we landbouw bedrijven en de natuur inrichten. Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie stelt hiervoor een gestandaardiseerde stresstest op, die vanaf 1 januari 2018 beschikbaar is. Het doel is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd conform de werkwijze die in 2014 in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is afgesproken: in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken). Praktisch gezien wordt in de komende jaren steeds kritischer gekeken naar de effecten van ruimtelijke plannen. Nieuwe ontwikkelingen worden gebouwd voor de komende decennia. In toenemende mate wordt toegezien op dat er in ontwikkelingen in een grote mate van zelfredzaamheid is meegenomen.
Vanuit het waterbeheer wordt getoetst of hemelwater niet wordt afgewenteld op de benedenstroomse/ naastgelegen gebieden en dat voor een prettig leefklimaat wordt gezorgd. Dat klinkt misschien erg voor de hand liggend, toch is er een duidelijke verandering aanstaande. Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering (weten) kan door middel van een stresstest. De gemeenten moeten
19
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
klimaatstresstesten gaan uitvoeren om beter grip te krijgen op die materie én sinds 2020 moet klimaatadaptatie in het gemeentelijke beleid zijn verankerd. In de afgelopen decennia is onderzoek gedaan naar effecten van verharding en bewezen is dat water en groen daar een essentiële rol in hebben bij het creëren van een gezonde leefomgeving. Van belang is daarom dat er in een stenige omgeving genoeg groen en water komt om hittestress/ opwarming van stedelijk gebied te temperen. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorliggend plangebied is grotendeels verhard. De verharding zal als gevolg van het plan niet toenemen. Hierdoor is er geen strijd met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: I.
Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn.
II.
Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve
20
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. III. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c.
Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende ontwikkeling vindt vooral aansluiting bij de beweging 'sterke kernen, sterke regio's'. Deze beweging beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Het is zaak dat regio’s vitaal blijven en zich verder kunnen ontwikkelen. Hiertoe maken zij kwalitatieve en kwantitatieve afspraken over woningbouw. Als kritische succesfactor wordt aangehaald gebiedsgericht maatwerk voor ontwikkelingen in de regio. De woningbouwontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt draagt bij aan de beweging die vanuit de Omgevingsvisie voor ogen wordt gehouden met ontwikkelingen in de kernen.
21
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen Bestaand Stedelijk Gebied (BSG). Binnen BSG geeft de provincie veel vrijheid voor ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen artikel 6.3 is relevant. Artikel 6.3 (nieuwe stedelijke ontwikkelingen) van de verordening bepaalt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
Zoals in paragraaf 3.1.3 is gemotiveerd, is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is daarom geen strijd met dit artikel. Het voorliggende bestemmingsplan is niet in strijd met de Omgevingsverordening NH2020. 3.2.3
Woonagenda 2020-2025
De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. d. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes zijn o.a.: I. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. II. Er zijn snel meer woningen nodig.
De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. III. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle
22
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorgenomen plan betreft, zoals beschreven in Hoofdstuk 2, de realisatie van 5 woningen op een binnenstedelijke locatie. Ook worden de woningen gasloos uitgevoerd en zijn daarom duurzaam. Het hergebruiken van bestaande bebouwing is per definitie duurzaam te noemen. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt die in lijn is met de Provinciale Woonvisie.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regioakkoord De Kop Groeit!
Voor de zomer van 2020 is door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland het regioakkoord 'De Kop Groeit' vastgesteld. Dit werd al aangehaald in paragraaf 3.1.3 bij de ladderonderbouwing. In het regioakkoord is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Het wordt van belang geacht dat de woningbouwproductie wordt versneld en binnenstedelijk wordt doorontwikkeld. 3.3.2
Woondeal Noord-Holland Noord
Op 8 juli 2021 hebben de provincie, 18 gemeenten en marktpartijen de Woondeal Noord-Holland Noord ondertekend. In deze woondeal is afgesproken dat in de regio Alkmaar, de kop van Noord-Holland en Westfriesland tot 2030 ongeveer 40.000 extra woningen te bouwen op binnenstedelijke locaties en rond OV-knooppunten. Dit aantal is meer dan volgens de berekeningen voor de regio nodig is. In de woondeal is onder meer een overzicht van concrete maatregelen opgenomen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. Benoemd wordt dat het van belang is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. 3.3.3
Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022 - 2026
Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken, zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord is in het voorjaar van 2022 door de colleges van de Kop gemeenten en de Gedeputeerde Staten van de provincies akkoord bevonden. Eind 2020 hebben de regiogemeenten en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (hierna: KwK). Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren, ten bate van de woningmarkt. Een van de afspraken in het KwK is het continueren van regionale afstemming van woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KwK afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uitgaan.
23
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
In het KwK is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtypen en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen. In het KwK is bepaald dat wordt gestuurd op de harde plannen. Het doel is een gezonde woningvoorraad en dus het opleveren van de gewenste hoeveelheid kwalitatieve woningen. De regio Kop van Noord-Holland heeft al afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (zie 3.3.4). De uitwerking van het Woonakkoord vindt plaats in het KwK. Wat betreft de regionale afstemming wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.3.4. 3.3.4 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 In paragraaf 3.1.3 is het Kwk reeds behandeld. In het Kwk zijn de ambities van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030.
Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. Uit 3.1.3 blijkt dat er een behoefte bestaat aan de woningen die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt. Betekenis voor het bestemmingsplan Onderhavige ontwikkeling past binnen de in de regio gemaakte afspraken over woningbouw. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid en vormt derhalve ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Harenkarspel (2009)
De structuurvisie Harenkarspel geeft de visie weer vanaf 2010 tot 2030 en is op 15 december 2009 vastgesteld. De visie is vastgesteld toen Tuitjenhorn nog deel uitmaakte van de voormalige gemeente Harenkarspel. In deze structuurvisie is naast algemeen beleid ook gebiedsgericht beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur beschreven. Voor het thema wonen is in de structuurvisie aangegeven dat de voormalige gemeente Harenkarspel aantrekkelijk is als vestigingsplaats, op korte afstand van steden en van de kust maar toch met een landelijk karakter en een dorpse wijze van bouwen. Op deze kwaliteit kan worden voortgebouwd. Op structuurniveau omvat de visie onder meer de keuzen voor te ontwikkelen woon- en werkgebieden. Voor wat betreft het woningbouwprogramma wordt uitgegaan van een bouwproductie van circa 1.800 woningen voor de komende 20 jaar. Betekenis voor het bestemmingsplan De structuurvisie Harenkarspel is bij de fusie van Harenkarspel tot Schagen komen te
24
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
vervallen en is daarom geen geldend beleid en puur informatief. Het plangebied is op de kaart behorende bij de structuurvisie aangeduid als onderdeel van bestaand woongebied. Het bestemmingsplan is in lijn met de Structuurvisie Harenkarspel, er wordt ruimte geboden voor woningbouw. 3.4.2
Omgevingsvisie Schagen
In mei 2020 heeft het college van de gemeente Schagen besloten geen nieuwe woonvisie aan te bieden aan de gemeenteraad en deze op te nemen in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie van Schagen is in december 2021 vastgesteld. Wanneer een initiatief niet in het bestemmingsplan past is er een stappenplan opgesteld om te doorlopen. Stap 1 is beoordelen of het plan aansluit bij de 'waardenkaart'. Tuitjenhorn behoort tot het deelgebied 'De grotere dorpen'. Aspecten die goed bij de waarden passen, behorende bij dit deelgebied zijn: veel verschillende typen woningen; woningen in een hofje; hergebruik van panden die hun functie verliezen; bedrijvigheid en bedrijven op een bedrijfsterrein De volgende stap is het bespreken van het initiatief met de buurt. De directe omgeving van het plangebied zijn geïnformeerd over het voornemen. Allereerst zijn de omliggende omwonenden/gebruikers op de hoogte gebracht via een informatiebrief waarin een uitnodiging stond voor een informatieavond. Op 24 mei is er een informatieavond georganiseerd voor de gebruikers van de directe omgeving. Hierop wordt in paragraaf 5.3.2 nader ingegaan. Vervolgens wordt beoordeeld of het plan bijdraagt aan de speerpunten. Deze zijn: 1. een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; 2.
een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; 3. een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; 4. een gemeente waar iedereen mee kan doen; 5. een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; 6. een veilige, gezonde en sportieve gemeente; 7. een duurzame gemeente; 8. een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. Een van de speerpunten gaat over de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen. Er moeten flink meer woningen worden gebouwd: minimaal 300 woningen per jaar. Daarnaast is een doel om in kernen woningen toe te voegen in gebouwen die eerst een andere functie hadden. Per project is het streven om een deel sociale koop of huur te laten zijn. Verder zijn voldoende starterswoningen van belang en een woning moet een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter hebben. Een ander speerpunt gaat over duurzaamheid: woningen dienen te worden verduurzaamd, danwel duurzaam te worden gebouwd zodat wordt bespaard op energieverbruik. Ook is een waardenkaart opgesteld waarin per kern is aangegeven welke waarden van toepassing zijn. Tuitjenhorn valt onder 'de grotere dorpen'.
Van belang is dat er hier veel vercshillende typen woningen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld in een hofje. Winkels en
25
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
horeca moeten bij elkaar in de buurt aanwezig zijn. Ook is hergebruik van panden die hun functie verliezen passend bij de waarden van grotere dorpen. Als laatste moet een plan voldoen aan wetten en regels. Met voorliggend bestemmingsplan wordt gerealiseerd dat de bestemming in overeenstemming is met het beoogde gebruik. Tijdens de aanvraag omgevingsvergunning zal worden beoordeeld of ook aan andere weten regelgeving wordt voldaan. Betekenis voor het bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk. De woningbouw sluit aan bij de waardenkaart. De buurt is betrokken bij de ontwikkeling. Het plan draagt bij aan de speerpunten. Gezien de omvang van het perceel in relatie tot de aard van de herontwikkeling is sociale woningbouw niet mogelijk. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in voldoende mate in lijn is met de Omgevingsvisie Schagen. 3.4.3
Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
Vanwege maatschappelijk en politiek veranderde wensen over het welstandsbeleid heeft de gemeente Schagen de 'Reisgids voor Ruimtelijke Kwaliteit' opgesteld. Voor verschillende gebieden gelden verschillende wijzen van beoordeling op ruimtelijke kwaliteit. Het voorliggende plangebied is gelegen in het 'centrumgebied'. De centra zijn te herkennen aan de voorzieningen en de commerciële activiteiten die daar plaatsvinden. Voor de centra geldt een bijzonder welstandsniveau vanwege de cultuurhistorische betekenis, het sterke publieke gebruik en de toeristische aantrekkingswaarde. Uitgangspunt is om de aanwezige kenmerken en waardevolle bebouwing te behouden en te versterken. De dynamiek in centra is groot. Veel voorkomende veranderingen betreffen het wijzigen, uitbreiden en verdichten van bebouwing alsmede sloop en nieuwbouw. Betekenis voor het bestemmingsplan Voorliggend plan is geen 'bijzondere ontwikkeling' op grond van de Reisgids. Er is namelijk geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling van meer dan 12 woningen of uitbreiding met meer dan 500 m 2 aan bebouwing. De gebiedsgerichte criteria voor het centrumgebied zijn onderverdeeld in ligging, hoofdvorm, vormgeving en materiaal en kleur. Hoofdbebouwing staat aan de straatzijde en is geörienteerd op de weg en er is sprake van een relatief gesloten straatbeeld. Een hoofdgebouw bestaat uit een helder en eenduidig volume.
Voor de bebouwing aan de weg wordt hieraan voldaan, er is immers daar sprake van een helder volume aan de weg. voor de bebouwing aan de oostzijde van het plangebied is dit niet mogelijk omdat er sprake is van bebouwing in de tweede lijn in de vorm van een hof. Voor wat betreft de materialisering en kleurgebruik is het de bedoeling om de nieuwe functie van de bebouwing als woongebouwen te laten doorkomen in het uiterlijk van de gebouwen. In voorliggend bestemmingsplan wordt dit niet vastgelegd. Bij de uiteindelijke aanvraag om omgevingsvergunning zal worden getoetst op welstand waarmee een goede ruimtelijke kwaliteit geborgd is.
26
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1
Beleidskader
De erfgoedwet vormt het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt voormalige wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijft gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die (naar verwachting) in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021, dit betreft: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Zaken zoals het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijven in de Erfgoedwet geregeld. Conform artikel 3.6, lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen naast archeologische waarden ook cultuurhistorische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmings- of inpassingsplannen.
In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. 4.1.2
Analyse
Archeologie In het vigerende bestemmingsplan is in het gebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van kracht. Dit houdt in dat bodemingrepen niet toegestaan zijn indien de ingreep dieper gaat dan 0,35 m –mv en een planoppervlak behelst van meer dan 100 m 2. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt deze grenswaarden niet, er is sprake van een functiewijziging met interne verbouw. Om bij eventuele bodemingrepen in de toekomst toch bescherming te bieden wordt deze dubbelbestemming overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Cultuurhistorie In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn een aantal onderwerpen opgenomen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Holland, te weten aardkundige waarden, openheid, stilte en donkerte en dorps-DNA. De Provincie Noord-Holland omschrijft ruimtelijke kwaliteit aan de hand van kernkwaliteiten van het landschap. Natuurlijke omstandigheden en vooral ook menselijk handelen, hebben in ieder landschap hun eigen sporen nagelaten. Nieuwe ontwikkelingen moeten zich tot
27
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
deze karakteristieken verhouden. Elk landschapstype heeft zijn eigen specifieke kernkwaliteiten die gebieden een eigen karakter en identiteit geven. De voornaamste kernkwaliteiten zijn: archeologie en tijdsdiepte (tezamen 'ondergrond'), aardkundige waarden, historische structuurlijnen, cultuurhistorische objecten en openheid, duisternis en stilte (tezamen landschaps-DNA) en dorps-DNA. Voorliggend plangebied is gelegen in de dorpskern, waar cultuurhistorische landschapswaarden zeer laag zijn, danwel afwezig. Het betreft in dit geval geen stolpboerderij of ander soort gebouw met cultuurhistorische waarden. De kwaliteiten van het gebied West-Friesland West worden door het plan niet aangetast. 4.1.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan wordt niet belemmerd door archeologische of cultuurhistorische waarden.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Beleidskader
Wet bodembescherming Het doel van de Wet bodembescherming (Wbb) is in de eerste plaats het beschermen van de land- of waterbodem zodat deze nu en in de toekomst kan worden benut door mens, dier en plant. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor de beoogde functie. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Wabo, Wbb en Woningwet Op grond van de Wabo geldt een uitgestelde inwerkingtreding van de omgevingsvergunning bij een redelijk vermoeden van ernstige bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen.
Die voorschriften moeten in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem en de aard, omvang en opbouw van het op te stellen onderzoek. 4.2.2
Analyse
Verkennend bodemonderzoek In het voorliggende geval is sprake van een functiewijziging van agrarisch gebruik naar woongebied. Er is derhalve een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage als Bijlage 1 is bijgevoegd. Doel van het onderzoek is geweest om de
28
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn
milieuhygiënische bodemkwaliteit vast te leggen en te beoordelen of de bodem geschikt is voor de functie wonen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). In een mengmonster van de puin houdende klei bovengrond zijn lichte verhogingen van koper, kwik, lood, som PAK en som PCB aangetroffen. In een mengmonster van klei bovengrond zijn lichte verhogingen van kwik en lood aangetroffen. In het mengmonster van de ondergrond is een lichte verhoging van kwik aangetroffen. In het grondwater is een lichte verhoging van arseen aangetroffen. De verhoogde gehalten van zware metalen en PAK in de grond kunnen worden verklaard door de langdurige bewoningsgeschiedenis en het aangetroffen puin. In (delen van) Nederland worden in het grondwater veelvuldig verhoogde concentraties arseen en/of barium geconstateerd, waarvoor een natuurlijke oorzaak wordt verondersteld. De aangetroffen verhogingen in de grond en het grondwater zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar geen aanleiding wordt gezien. Tijdens het onderzoek is zowel op het maaiveld als in de bodem asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen.
Aangezien het overgrote deel van de planlocatie verhard is met beton of klinkers, is er momenteel geen contact aanwezig met de asbestverdachte bodem. Indien de verharding verwijderd gaat worden of in de bodem wordt gegraven is een asbestonderzoek conform NEN 5707 nodig. Verkennend asbestonderzoek Om de aanwezigheid van asbest in de bodem uit te sluiten is een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 2. Doel van het verkennend asbestonderzoek was na te gaan of de verdenking van asbest terecht is. Tijdens de visuele inspectie van het onderhavige asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld van de tuin waargenomen. Tijdens het graven van de gaten, het zeven en de monstername is in de grond eveneens geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de grond uit het mengmonster uit de tuin (MMA) is door het laboratorium geen asbest in de fijne fractie (< 20 mm) geconstateerd. De grond van de tuin mag daarom als ‘asbestvrij’ worden beschouwd, hoewel lokaal asbesthoudend materiaal op het maaiveld is aangetroffen. Dit wordt betiteld als “zwerfasbest”. Ter plaatse van het met klinkers verharde deel van het terrein (straatzijde) is tijdens het verkennend bodemonderzoek in de opgeboorde grond geen asbestverdacht materiaal of asbestverdacht puin aangetroffen.
Alhier is daarom geen asbestonderzoek noodzakelijk geacht. Aangezien het beton van de rest van het terrein niet verwijderd gaat worden, is alhier geen asbestonderzoek uitgevoerd. Wegens deze verharding met beton is er momenteel geen contact aanwezig met de mogelijk asbestverdachte bodem. Indien de betonverharding wel verwijderd gaat worden of als er alhier in de bodem gegraven gaat worden, is het
29
bestemmingsplan Dorpsstraat 14a Tuitjenhorn