CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

concept Nvu def

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Concept Nota van uitgangspunten omgevingsplan kernen33.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

18 alinea's met “evenementen”: 23 159 160 161 212 370 371 373 374 375 376 450 451 510 511 512 515 526

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan gemeente Schagen: Verhuisgebied 1: Kernen

Nota van Uitgangspunten verhuisgebied kernen Datum: 5 december 2025 Opdrachtgever: Nienke Melching Auteurs: Danielle Reek, Peter Verduin, Michel Gielens, Linda Plak, Jos Kaandorp, Paula Ruijter, Gerard Lukken, Gerhard Schutten, Esmee Blokker, Frenk van Heeringen, Celeste Tijdeman Status: Ontwerp

Gebruikte afkortingen AIM AMvB APV Awb Bal Bbl Bkl BOPA BS dB(A) DSO ETFAL GRP IPPC MBA Mer NIBM NNN NSVV OLO Opa Ow RVO RWZI STOP/TPOD VNG VTH Wabo Wro

Activiteiten Internet Module Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Algemene wet bestuursrecht Besluit activiteit leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Buitenplanse OmgevingsPlan Actviteit Bruidsschat A-gewogen decibel Digitaal Stelsel Omgevingswet Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties Gemeentelijk rioleringsplan Integrated Pollution Prevention and Control Milieubelastende activiteit Milieu effect rapportage niet in betekenende mate (bijdragen aan de luchtverontreiniging) Natuurnetwerk Nederland Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde Omgevingsloket Online OmgevingsPlan Activiteit (passend in het Omgevingsplan) Omgevingswet Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Rioolwaterzuiveringsinstallatie Standaard officiële publicaties en Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet ruimtelijke ordening

Relevante wetten en regels Bal Bbl

Bkl

Omgevingsbesluit

Omgevingsregeling Omgevingswet

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is 1 van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is 1 van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. In het Bbl staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Het Bbl is de opvolger van het Bouwbesluit Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is 1 van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. In het Bkl staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Het Omgevingsbesluit regelt, aanvullend op de Omgevingswet, onder meer wie het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Daarnaast regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming. Het besluit regelt ook een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. De Omgevingsregeling is een ministeriële regeling die hoort bij de Omgevingswet. Deze regeling geeft meer details over technische en administratieve regels. Het vult andere onderdelen van de wet aan, zoals het Bkl, Bal, en Bbl.

De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt.

1

Samenvatting De Nota van Uitgangspunten (NvU) vormt de eerste stap naar het omgevingsplan voor de kernen van Schagen. De NvU bevat nog geen juridische regels, maar bepaalt de koers en uitgangspunten voor hoe die regels straks worden opgesteld. Daarbij worden de drie ontwerpvragen van de VNG gebruikt als leidraad: wat willen we waar regelen en waarom, wat moeten en kunnen we juridisch regelen, en hoe willen we het vervolgens vastleggen in het omgevingsplan. De aanleiding is de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, waardoor de gemeente uiterlijk in 2032 een volledig nieuw omgevingsplan moet hebben. De kernen zijn het eerste gebied dat overgaat. De NvU geeft aan hoe dit gebied is begrensd en hoe bestaande plannen, beleidsstukken, vergunningen en feitelijke situaties worden meegenomen en geharmoniseerd. Hierbij is het uitgangspunt dat we zoveel mogelijk beleidsneutraal overgaan en conform het vastgestelde beleid. De NvU beschrijft daarnaast de technische en juridische kaders waaraan het omgevingsplan moet voldoen, zoals de instructieregels uit het Bkl, Bal en Bbl, de Omgevingsverordening Noord-Holland en de waterschapsverordening. Ook wordt vastgelegd hoe de digitale toegankelijkheid wordt vormgegeven, onder andere via de structuur, annotaties en toepasbare regels in het Omgevingsloket.

Verder wordt toegelicht hoe wordt omgegaan met overgangsrecht, kostenverhaal, participatie, handhaving en de verwerking van de bruidsschat. Daarnaast introduceert de NvU het gebiedsverhaal, dat inzicht geeft in de kwaliteiten en kenmerken van de kernen, en richting geeft aan wat behouden of ontwikkeld moet worden. De NvU maakt duidelijk dat dit verhaal samen met de ontwerpvragen van de VNG (“wat willen we?”, “wat mogen we?”, “hoe gaan we het regelen?”) de basis vormt voor het opstellen van de daadwerkelijke planregels in de volgende fase. Een belangrijk onderdeel van de NvU is de beschrijving van de uitgangspunten voor de juridische regels die komen in het omgevingsplan. Deze uitgangspunten zijn beschreven aan de hand van de 3 ontwerpvragen van de VNG. Een deel van deze uitgangspunten zijn gekomen uit het gebiedsverhaal omdat hierin inzicht is gegeven aan wat we willen beschermen en wat we willen ontwikkelen. De meer thematische onderwerpen die in de basis voor de gehele gemeente kunnen gelden zijn apart geanalyseerd. De uitgangspunten voor de regels zien in de basis op de regels voor aandachtsgebieden, regels voor het gebruik van bouwwerken en gronden, bouwen van bouwwerken, sloop- en aanlegactiviteiten en milieu.

Tot slot geeft de NvU inzicht in het proces: de rol van participatie, de stappen richting een ontwerpomgevingsplan en de procedure tot vaststelling door de gemeenteraad. De NvU geldt in deze fase vooral als beleidsvoornemen en helpt bij het voorspelbaar maken van gevolgen voor bewoners en andere belanghebbenden.

2

Inhoudsopgave Samenvatting ...............................................................................................................................................................2 Inhoudsopgave............................................................................................................................................................3 1. Inleiding ..........................................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding ...........................................................................................................................................................5 1.2 Doel van de NvU ................................................................................................................................................5 1.3 Begrenzing gebied .............................................................................................................................................6 1.4 Hoe is de Nota van Uitgangspunten tot stand gekomen? ...........................................................................6 1.4.1 Ontwerpvragen VNG en gebiedsverhaal ................................................................................................7 1.4.2 Regelkwalificaties en werkingsgebieden

.................................................................................................7 1.5 Procedure ...........................................................................................................................................................8 1.6 Leeswijzer.............................................................................................................................................................9 2. Uitgangspunten voor het omgevingsplan ..........................................................................................................10 2.1 Algemene inhoudelijke uitgangspunten .......................................................................................................10 2.1.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ...............................................................................10 2.1.2 Omgevingsvisie ..........................................................................................................................................10 2.1.3 Programma's en beleid .............................................................................................................................11 2.1.4 Instructieregels en beperkingengebieden rijk en provincie .................................................................11 2.1.5 Waterschapsverordening

.........................................................................................................................12 2.1.6 Bestemmingsplannen, verleende vergunningen en bestaande rechten ..........................................12 2.1.7 Bruidsschat..................................................................................................................................................12 2.1.8 Verordeningen ...........................................................................................................................................16 2.2 Technische uitgangspunten omgevingsplan ...............................................................................................17 2.2.1 Structuur en opbouw van het omgevingsplan ......................................................................................17 2.2.2 Schrijfafspraken ..........................................................................................................................................17 2.2.3 Dienstverlening en annotatiestrategie ....................................................................................................17 2.2.4 Toepasbare regels .....................................................................................................................................18 2.3 Uitvoerbaarheid van het omgevingsplan

.....................................................................................................19 2.3.1 Overgangsrecht ........................................................................................................................................19 2.3.2 Nadeelcompensatie .................................................................................................................................20 2.3.3 Handhaving................................................................................................................................................20 2.3.4 Kostenverhaal en financiële bepalingen ...............................................................................................21 2.3.5 Procesregels ...............................................................................................................................................22 2.4 Milieueffectrapportage (Mer) ........................................................................................................................23 3.

Uitgangspunten voor de regels............................................................................................................................24 3.1 Aandachtsgebieden .......................................................................................................................................24 3.1.1 Archeologie................................................................................................................................................25 3.1.2 Beschermd stads- en dorpsgezicht .........................................................................................................25 3.1.3 Molenbiotopen ..........................................................................................................................................26 3.1.4 Ruimtelijke kwaliteit....................................................................................................................................27 3.1.5 Cultureel Erfgoed .......................................................................................................................................28 3.1.6 Water...........................................................................................................................................................29 3.1.7 Hemelwaterberging

..................................................................................................................................30 3.1.8 Parkeren ......................................................................................................................................................31 3.1.9 Begraafplaatsen ........................................................................................................................................31 3.2 Gebruik van gronden en bouwwerken .........................................................................................................32 3

3.2.1 Woongebied ..............................................................................................................................................32 3.2.2 Centrumgebied .........................................................................................................................................33 3.2.3 Sportgebied ...............................................................................................................................................33 3.2.4 Bedrijfsgebied ............................................................................................................................................34 3.2.5 Gebruiksactiviteiten ..................................................................................................................................35 3.2.6 Beroep en bedrijf aan huis en internet verkoop ....................................................................................37 3.2.7 Bed & Breakfast..........................................................................................................................................38 3.2.8 Tijdelijke generatiewoning ........................................................................................................................38 3.2.9

Mantelzorgwoning.....................................................................................................................................39 3.2.10 Evenemententerrein ................................................................................................................................40 3.2.11 Markten .....................................................................................................................................................41 3.2.12 Ligplaatsen ...............................................................................................................................................41 3.3 Bouwen van bouwwerken, aanleg- en sloopactiviteiten ...........................................................................42 3.3.1 Hoofdgebouwen en wijzigingen aan hoofdgebouwen.......................................................................42 3.3.2 Bijbehorende bouwwerken ......................................................................................................................48 3.3.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde ..........................................................................................................50 3.3.4 Aanleg activiteiten ....................................................................................................................................53 3.3.5 Sloop activiteiten stolpen en

karakteristieken bouwwerken ................................................................56 4. Milieu & mba's ........................................................................................................................................................57 4.1 Milieubelastende activiteiten .........................................................................................................................57 4.1.1 Bedrijven- en milieuzonering.....................................................................................................................57 4.2 Geur ...................................................................................................................................................................58 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................59 4.4 Trillingen .............................................................................................................................................................60 4.5 Lucht ..................................................................................................................................................................60 4.6 Bodem

...............................................................................................................................................................61 4.7 Licht....................................................................................................................................................................62 4.8 Spuitzonering ....................................................................................................................................................63 5. Participatie & Communicatie ..............................................................................................................................64

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 staat de gemeente Schagen voor de opgave om een volwaardig omgevingsplan op te stellen. De gemeente heeft tot uiterlijk 31 december 2031 de tijd om een volwaardig gemeentedekkend omgevingsplan te maken. Dit plan vervangt de huidige bestemmingsplannen en biedt een integraal kader voor de fysieke leefomgeving. De kernen van de gemeente Schagen vormen het eerste verhuisgebied waarvoor een omgevingsplan wordt ontwikkeld. Hierna volgen de stad Schagen en het buitengebied. In november 2024 is door de gemeenteraad het transitieplan opgesteld. In dit transitieplan zijn een aantal uitgangspunten vastgesteld maar ook de planning. Het transitieplan beschrijft hoe we komen van het tijdelijk omgevingsplan tot een volwaardig omgevingsplan in 2032. In de planning is beschreven dat we starten met het verhuisgebied ‘kernen’. Deze nota van uitgangspunten en de bijbehorende stukken zijn de eerste stap om voor het verhuisgebied kernen een omgevingsplan op te stellen. In deze nota wordt ingegaan op de aanleiding en doelstellingen van het omgevingsplan, de ruimtelijke en landschappelijke kenmerken van de kernen, en de manier waarop deze kenmerken worden vertaald in sturingsprincipes en toepasbare regels.

Daarbij is er aandacht voor relevante thema’s zoals duurzaamheid, bouwen, gebruik, cultureel erfgoed en milieukwaliteit. Ook wordt beschreven hoe participatie gaat plaats vinden en welke stappen nog volgen richting de vaststelling van het omgevingsplan. Met deze nota zet de gemeente Schagen een belangrijke stap in de transitie naar een omgevingsplan dat recht doet aan de eigenheid van de kernen en dat flexibiliteit biedt voor toekomstige ontwikkelingen, binnen de kaders van een gezonde en veilige leefomgeving.

1.2 Doel van de NvU Deze Nota van Uitgangspunten vormt de basis voor het opstellen van het omgevingsplan voor de kernen. Hierin worden de spelregels vastgelegd die richting geven aan het gebruiken, bouwen, ontwikkelen en beschermen van de waarden van de fysieke leefomgeving in dit gebied. Het document dient als leidraad voor zowel de gemeente als belanghebbenden en draagt bij aan een transparant en zorgvuldig planproces. De uitvoering van de Omgevingswet, en daarmee ook het omgevingsplan, wordt ondersteund door het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het digitaal stelsel bestaat uit de landelijke voorziening, waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke leefomgeving. Sinds 1 januari 2024 vervangt het DSO de toepassingen Omgevingsloket online (OLO) voor het indienen van aanvragen, Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) voor het indienen van meldingen en ruimtelijkeplannen.nl voor het raadplegen van de planologische regels. Het omgevingsplan wordt dan ook ontsloten via het DSO. Dit heeft tot gevolg dat aan het omgevingsplan andere (technische) eisen worden gesteld dan aan het bestemmingsplan. In deze nota worden de uitgangspunten voor de structuur van het omgevingsplan, schrijfwijze van de regels, het verbeelden van gebieden waar de regels op de kaart en het machine zoekbaar maken van het plan (annotaties1) beschreven.

Daarnaast heeft de gemeente al een breed scala aan regels en beleid. In onder andere bestemmingsplannen, verordeningen en beleidsstukken. In de omgevingsvisie is ook beschreven welke doelen en waarden belangrijk zijn voor de gemeente. Belangrijk doel voor het omgevingsplan en daarmee van deze NvU is om deze regels en beleidsstukken te harmoniseren en reguleren en daarbij de doelen en waarden uit de omgevingsvisie te borgen. Het doel is om zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Per activiteit wordt in de nota van uitgangspunten beschreven wat we hier mee willen doen in het omgevingsplan en dit geeft richting aan de nog op te stellen juridische regels. Op basis van de bestaande bestemmingsplannen, beleid, verordeningen, de bruidsschat en de omgevingsvisie en programma’s worden de regels opgesteld. Dat betekent echter niet dat de regels die voorheen golden in het bestemmingsplan een op een worden overgenomen in het omgevingsplan. Er 1 Een annotatie is een koppeling van een regel met een werkingsgebied (verplicht), een activiteit (dit is nodig om

vergunningchecks en aanvraagformulieren te kunnen maken) en eventueel met een gebiedsaanwijzing of thema.

5

kan namelijk nieuw beleid zijn wat reeds was vastgesteld waardoor dit nu bij recht mogelijk wordt danwel met vergunning of vergunningvrij.

1.3 Begrenzing gebied We hebben besloten als eerste verhuisgebied de kernen te verhuizen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Om dit te bewerkstelligen moeten we kijken welke begrenzing we aanhouden van de kernen en welke stukken achterblijven die horen bij de volgende verhuisgebieden. In een aantal gevallen is het heel duidelijk waar de begrenzing van een kern ligt maar soms is dit niet duidelijk. Bijvoorbeeld als er nog wat clusters van woningen in de buurt van het lint liggen. Daarom hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd om dit gebied te begrenzen. Het belangrijkste uitgangspunt is dat we hebben gekeken waar de activiteit ‘wonen; prevaleert. Zodra bijvoorbeeld een lint overgaat in een meer agrarisch karakter valt dit buiten het verhuisgebied. Dit betekent ook dat enkele kleine kernen niet zijn meegenomen in dit verhuisgebied omdat een andere functie dan wonen prevaleert. Bijvoorbeeld agrarisch of recreatie. Daarnaast is er voor gekozen om alle recreatieterreinen niet mee te nemen in dit verhuisgebied. In bijlage 1 vindt u de kaart van het verhuisgebied waarop te zien is welke kernen onderdeel uitmaken van het verhuisgebied. Alle kernen bestaan uit maximaal 4 gebieden namelijk het woongebied, centrumgebied, bedrijfsgebied en sportgebied. In deze gebieden komen de verschillende activiteiten en functies voor en worden deze gereguleerd.

1.4 Hoe is de Nota van Uitgangspunten tot stand gekomen? Om te komen tot deze Nota van Uitgangspunten is bestaand beleid over de fysieke leefomgeving geïnventariseerd en geharmoniseerd, en zijn inhoudelijke keuzes gemaakt. De werkgroep Omgevingsplan heeft : a) een extern bureau ingeschakeld om het gebiedsverhaal op te stellen voor de uitgangspunten voor de regels voor bouwen, aanleggen, slopen, milieu en gebruik van gronden en gebouwen, b) de omgevingsdienst Noord-Holland Noord ingeschakeld voor de uitgangspunten voor de regels van milieu; c) zelf de uitgangspunten voor de overige thema's opgesteld. Voor alle activiteiten — zowel gebiedsgericht op basis van het gebiedsverhaal als thema’s die voor de hele gemeente gelden — zijn formats opgesteld waarin per thema het volgende is geïnventariseerd: • Rijksbeleid; het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor onder andere geluid (aanwijzen geluidsaandachtgebieden) en geur (aanwijzen geurcontour). En het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl), hierin staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. • Provinciaal beleid: de omgevingsverordening bevat instructieregels voor onder andere intrekgebieden, het NNN (Natuurnetwerk Nederland) en de Limes.

• Gemeentelijk beleid; overzicht van de beleidsambities uit de Omgevingsvisie (en hoe we deze eventueel kunnen vertalen naar het Omgevingsplan) en sectorale beleidsdocumenten. De formats zijn verwerkt in deze nota van uitgangspunten. Daarnaast is beoordeeld welke regels gelden in vigerende (‘oude’) bestemmingsplannen en in het paraplu-omgevingsplan. Ook is de feitelijke situatie onderzocht en is vastgesteld in welke gevallen deze afwijkt van het bestemmingsplan of van verleende omgevingsvergunningen. Bijvoorbeeld bij bouwhoogtes, situering van gebouwen en functies. Waar strijdigheden zijn geconstateerd, zijn deze waar mogelijk meegenomen in de uitgangspunten voor de nieuwe regels. Werksessies

Om met een zo integraal mogelijke blik naar de opgave te kijken is niet alleen de projectgroep, bestaande uit medewerkers van Ruimtelijke Ontwikkeling, Fysieke leefomgeving en Toezicht en Handhaving, maar zijn ook andere teams aangesloten. De adviseurs van de vakdisciplines milieu, openbare orde, water, riolering, groen, volkshuisvesting, omgevingsvisie, duurzaamheid, klimaat, erfgoed, gezondheid, stedenbouw, verkeer, bodem, archeologie, waren afhankelijk van het thema erbij betrokken. Dat geldt ook voor de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.

6

In de werksessies bouwen, aanleggen, slopen en gebruik en milieu voor het gebiedsverhaal is met de adviseurs van de vakdisciplines en de Omgevingsdienst de beleidsinventarisatie en zijn de gebieden, thema’s, activiteiten en regelkwalificaties (vergunningplicht, meldingsplicht of vergunningsvrij) in het Omgevingsplan besproken en gezamenlijk ‘ingekleurd’. Ook de raad is betrokken bij voornoemd proces. Door het bureau is een presentatie gegeven tijdens een informatiebijeenkomst. Er was een grote opkomst, waarbij 9 partijen aanwezig waren. Naast de presentaties is ook ruimte geweest voor het voeren van discussies. De formats voor de uitgangspunten voor de verschillende thematische regels zoals bijvoorbeeld archeologie, cultureel erfgoed, mantelzorg- en generatiewoningen, beroepen en bedrijf aan huis, (hemel)water, houtkap, en ruimtelijke kwaliteit zijn separaat met de afzonderlijke vakdisciplines besproken.

1.4.1 Ontwerpvragen VNG en gebiedsverhaal Bij het opstellen van de uitgangspunten voor de regels van het omgevingsplan Kernen is gekozen om: 1. per onderwerp de drie ontwerpvragen uit het Handboek opstellen omgevingsplan van de VNG te hanteren; en 2. een gebiedsverhaal op te stellen.

1.4.1.1 De drie ontwerpvragen: Wat willen we waar regelen en waarom? Deze vraag gaat over de beleidsinhoudelijke en maatschappelijke doelen: welke opgaven of belangen spelen er, welke fysieke aspecten zijn relevant, en welke ambitie of kwaliteit wordt nagestreefd? Ook wordt hierbij afgewogen of het onderwerp überhaupt via het omgevingsplan moet worden gereguleerd of dat andere instrumenten passender zijn. Wat moeten en kunnen we regelen? Hier wordt verkend welke juridische ruimte er is binnen het stelsel van de Omgevingswet, inclusief de bruidsschat, rijksregels en mogelijke beperkingen uit hogere regelgeving. Ook wordt gekeken naar de verhouding met andere gemeentelijke instrumenten, zoals vergunningstelsels of beleidsregels. Deze vraag borgt dat keuzes juridisch houdbaar en uitvoerbaar zijn. Hoe willen we het regelen? Deze derde vraag richt zich op de concrete vertaling naar planregels: welke juridische constructie wordt gekozen (bijvoorbeeld algemene regels of maatwerkregels), welke normstelling past daarbij, en welk niveau van sturing is gewenst? Ook wordt hierbij afgewogen hoe handhaafbaar en begrijpelijk de regels zijn. Door bij elk onderwerp in de NVU deze ontwerpvragen te doorlopen, ontstaat een consistent en goed onderbouwd kader voor de verdere uitwerking in het omgevingsplan.

Het draagt bij aan transparantie in de keuzes die worden gemaakt en bevordert de integraliteit en samenhang van het uiteindelijke plan.

1.4.1.2 Gebiedsverhaal: Het gebiedsverhaal geeft inzicht in identiteit en kwaliteiten van de fysieke leefomgeving en maakt duidelijk welke waarden behouden, beschermd of ontwikkeld moeten worden. Het vormt deel I van deze Nota van Uitgangspunten en geeft richting aan de inzet van instrumenten: regulering, deregulering of anders. Het gebiedsverhaal beschrijft de kwaliteit en ontwikkelrichting van de fysieke leefomgeving binnen de kernen. De bijbehorende giskaart en visualisaties worden gebruikt in het participatieproces met belanghebbenden en ketenpartners. Deze participatie vindt plaats aan de hand van de concept-Nota van Uitgangspunten en wordt ondersteund met materiaal uit het gebiedsverhaal.

1.4.2 Regelkwalificaties en werkingsgebieden Het doel van de Omgevingswet is om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren. Door de bundeling van wetgeving zijn er minder regels nodig. Hierdoor kunnen regels duidelijker en overzichtelijker opschrijven. Het streven in het omgevingsplan moet erop gericht zijn om niet meer te regelen dan nodig is. Aan de ene kant moet de kwaliteit van de leefomgeving voldoende beschermd worden maar aan de andere kant moet er ook voldoende ontwikkelingsruimte geboden worden. De regelkwalificatie is het soort regel dat vastgelegd wordt in het omgevingsplan. De gemeente kan ervoor kiezen om niets te regelen, dan is de activiteit toegestaan zonder richtlijnen. Er kan gekozen worden voor algemene regels waarbij de activiteit vergunningsvrij is, er een zorgplicht geldt of een informatie- of meldplicht geldt. Dit betekent dat de activiteit is toegestaan mits voldaan wordt aan de algemene regels en er in het geval van een informatie- of meldplicht hieraan voldaan is. Hierna volgt de vergunningplicht 7

deze kan opgesteld worden met zowel open normen of gesloten normen. Als laatste kan gekozen voor een verbod, dan mag de activiteit niet uitgevoerd worden. De regelkwalificatie en het bijbehorende werkingsgebied moet zorgen voor de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.

1 Regelkwalificatie en werkingsgebied Naast de regelkwalificatie is ook het werkingsgebied wat bij de regels hoort van belang. Bijvoorbeeld als een toegelaten activiteit alleen geldt voor een bepaald perceel dan geldt er voor de rest van de gemeente een verbod of vergunningplicht. Regels kunnen gelden voor de gehele gemeente, een specifiek gebied (bijvoorbeeld een woonwijk) of een specifieke locatie (perceel). Bij regels die gelden voor de gehele gemeente spreken we over thematische regels als regels gelden voor alleen bepaalde gebieden of locaties dan spreken we over gebiedsgericht.

1.5 Procedure De procedure om te komen tot een omgevingsplan kent een aantal belangrijke juridische stappen. De formele procedure kan twee jaar of langer in beslag nemen van onderzoek en participatie tot beroep bij de afdeling Raad van State. De hoofdlijnen van de processtappen en bijbehorende planning geven inzicht in dat proces. 1. Voorbereiding Gemeente start de wijziging van het omgevingsplan. In deze fase worden beleidsdoelen, onderzoeksverplichtingen zoals milieueffecten en de participatieopzet vastgesteld. Dat de vaststelling van een omgevingsplan wordt voorbereid en hoe participatie plaatsvindt moet worden kennisgegeven (Artikel 10.2 OB en Artikel 16.29 OW, juncto artikel 12 van de Bekendmakingswet). In het proces van de participatie geven we uitvoering aan hoofdstuk 5 participatie en communicatie en plan MER van deze Nota van uitgangspunten en betrekken we vroegtijdig burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen. 2. Ontwerp omgevingsplan Mede op grond van de participatieresultaten wordt de definitieve nota van uitgangspunten aangepast en een ontwerp omgevingsplan opgesteld. Het ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd volgens Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

De kennisgeving wordt eveneens bekendgemaakt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (artikel 20.26 OW) en tevens in het gemeenteblad of een andere digitale publicatievoorziening (artikel 12 Bekendmakingswet). Daarbij wordt minimaal vermeld (artikel 3:12 Awb): de inhoud van het ontwerp; de termijn voor het indienen van zienswijzen; de wijze waarop de stukken kunnen worden geraadpleegd (DSO verplicht). De termijn voor het indienen van zienswijzen bedraagt minimaal 6 weken (artikel 3:16 Awb). 3.

Vaststelling

8

De gemeenteraad Schagen stelt het omgevingsplan vast (artikel 2.4 Omgevingswet). In het besluit moet ten minste worden opgenomen hoe participatie is vormgegeven en wat met de resultaten is gedaan (art. 10.2 lid 2 OB) alsmede de reactie op de ingebrachte zienswijze (artikel 3:46 Awb). 4. Publicatie/inwerkingtreding Het vastgestelde omgevingsplan wordt bekendgemaakt via officiële bekendmakingen (www.officielebekendmakingen.nl) en elektronisch beschikbaar gesteld in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het treedt in werking vier werken na bekendmaking (artikel 16.78 Ow). 5.

Planning

2 planning omgevingsplan kernen 6. Voorzienbaarheid Deze Nota van Uitgangspunten bevat een concreet beleidsvoornemen en vormt het inhoudelijke en procedurele fundament voor het op te stellen omgevingsplan voor de kernen. Daarmee heeft dit document betekenis voor de voorzienbaarheid in het kader van mogelijke verzoeken om nadeelcompensatie. Voor zover nadelige gevolgen voortvloeien uit de latere vaststelling van het omgevingsplan, kan met deze nota worden tegengeworpen dat die gevolgen redelijkerwijs voorzienbaar waren. Hierdoor beperken we de kans op nadeelcompensatie.

1.6 Leeswijzer Deze Nota van Uitgangspunten (NvU) bestaat uit twee afzonderlijke, maar inhoudelijk nauw samenhangende documenten: het Gebiedsverhaal (Deel I) en de Nota van Uitgangspunten zelf (Deel II). Samen vormen zij het fundament voor het opstellen van het omgevingsplan voor de kernen. Het wordt aanbevolen om te beginnen met het Gebiedsverhaal. Dit document beschrijft de identiteit, kenmerken en kwaliteiten van het gebied en geeft richting aan wat in het omgevingsplan moet worden beschermd, behouden of ontwikkeld. Het Gebiedsverhaal bevat tevens een giskaart waarin de ruimtelijke en milieukundige waarden per gebied inzichtelijk zijn gemaakt. Deze inhoud vormt de basis voor de beleidsmatige en juridische keuzes die in de NvU worden toegelicht en onderbouwd. Door het

9

Gebiedsverhaal vooraf te lezen ontstaat een beter begrip van de afwegingen die ten grondslag liggen aan de voorgestelde uitgangspunten. Na bestudering van het Gebiedsverhaal biedt de NvU een gestructureerd overzicht van de uitgangspunten voor het toekomstige omgevingsplan. Het document behandelt de aanleiding, doelstelling, gebiedsbegrenzing en het werkproces, en maakt inzichtelijk hoe de drie ontwerpvragen van de VNG worden toegepast: wat willen we waar regelen en waarom, wat moeten en kunnen we regelen, en hoe willen we het regelen. Vervolgens worden de structuur van het omgevingsplan, de technische en juridische vereisten en de wijze van opstellen van regels, inclusief annotaties en werkingsgebieden, toegelicht. Het grootste deel van de NvU beschrijft de inhoudelijke uitgangspunten per thema of activiteit, waarbij steeds wordt aangegeven welke doelen gelden, welke juridische kaders relevant zijn en hoe deze worden vertaald naar de planregels. Het Gebiedsverhaal en de NvU worden in samenhang ingezet tijdens de participatie met belanghebbenden en ketenpartners. De kaarten en visualisaties uit het Gebiedsverhaal ondersteunen het gesprek over de uitgangspunten en bieden een ruimtelijke onderlegger voor de te maken keuzes. Gezamenlijk zorgen beide documenten voor een transparante en zorgvuldig onderbouwde voorbereiding van het volwaardig omgevingsplan voor de kernen.

2. Uitgangspunten voor het omgevingsplan In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe in het omgevingsplan met de algemene inhoudelijke uitgangspunten voortvloeiend uit de wet, regels van rijk en provincie en de kerninstrumenten omgevingsvisie en programma wordt omgegaan. Omdat het omgevingsplan digitaal toegankelijk is wordt in dit hoofdstuk ook in gegaan op de uitgangspunten voor de structuur, de schrijfstijl, het annoteren en de toepasbare regels. Als laatste worden de uitganspunten voor de uitvoerbaarheid beschreven.

2.1 Algemene inhoudelijke uitgangspunten 2.1.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Is er sprake van een situatie waarin een onderwerp van zorg niet doelmatig en doeltreffend met een instructieregel of instructie kan worden behartigd? Dan kan de provincie in de omgevingsverordening regels opnemen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, lid 2, Omgevingswet). Evenwichtige toedeling van functies aan locaties is meer dan 'goede ruimtelijke ordening' zoals bekend onder de Wro. Het zorgen voor een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' is een abstract geformuleerde en beleidsvrije taak. Het vormt een voortzetting van het criterium van een 'goede ruimtelijke ordening' uit de Wet ruimtelijke ordening, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. De gemeente bereikt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan door regels te stellen over activiteiten op locaties en deze onderling evenwichtig af te wegen. Evenwichtig afwegen van activiteiten betekent een locatiegerichte benadering waarbij de gemeente de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze verdeeld, inricht en benut.

Alle regels in het omgevingsplan samen zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het omgevingsplan moet aan de ETFAL voldoen in 2032. Door overname van de bruidsschat en het bestaande beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving is er al een groot deel dat aan ETFAL, inclusief instructieregels voldoet.

2.1.2 Omgevingsvisie Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad de eerste omgevingsvisie vastgesteld voor de gemeente Schagen. In deze visie worden de ambities van de gemeente voor de lange termijn (in dit geval tot 2040) vastgelegd. In de omgevingsvisie heeft de gemeente hiertoe 8 speerpunten vastgelegd. In 2040 is de gemeente Schagen:

10

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; een gemeente waar iedereen mee kan doen; een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; een veilige, gezonde en sportieve gemeente; een duurzame gemeente; een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden.

De speerpunten uit de omgevingsvisie dienen als fundament voor omgevingsprogramma's en (overige) beleidsstukken die (na vaststelling van de omgevingsvisie) vastgesteld worden. Vanwege de beleidsneutrale overgang naar het omgevingsplan heeft de omgevingsvisie alleen indirect invloed (via de programma's en overige beleidsstukken) op het omgevingsplan. De omgevingsvisie bevat, naast de hiervoor genoemde speerpunten, voor verschillende gebieden in de gemeente Schagen een aantal waarden die behouden moeten blijven. Deze waarden zijn meegenomen in de uitwerking van het gebiedsverhaal.

2.1.3 Programma's en beleid Omgevingsprogramma’s worden gebruikt om concreet uit te werken hoe de gemeente de doelen uit de Omgevingsvisie gaat uitvoeren. Ze bevatten maatregelen, projecten en acties voor de fysieke leefomgeving. Op dit moment heeft de gemeente Schagen het duurzaamheidsprogramma ‘Samen bouwen aan een duurzaam Schagen’, vastgesteld op 12 mei 2020. Er zijn voorts nog meerdere programma's in ontwikkeling. Deze programma's worden genoemd in de bijlage beleid in ontwikkeling bij het gebiedsverhaal deel 1 NvU en zullen omgevingsprogramma's worden als bedoeld onder de omgevingswet. Vanwege de beleidsneutrale overgang vinden de programma's die nog niet definitief vastgesteld zijn nu geen doorwerking in het omgevingsplan.

2.1.4 Instructieregels en beperkingengebieden rijk en provincie 2.1.4.1 Instructieregels vanuit het Rijk Het Rijk heeft instructieregels gegeven waar het omgevingsplan aan moet voldoen. De regels zijn hoofdzakelijk opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Niet alle instructieregels zijn relevant voor elk besluit tot wijziging van het omgevingsplan. In het omgevingsplan worden voor zover nodig regels opgenomen met het doel om aan de instructieregels te voldoen. Voor milieuthema’s waar het Bkl instructieregels voor bevat, zijn standaardregels en -normen gesteld en mogelijkheden om van deze standaardregels af te wijken tot aan of boven de grenswaarden. Voor sommige aspecten, zoals licht, zijn er geen instructieregels en hebben gemeenten vrije regelruimte. Voor externe veiligheid en lucht zijn maxima opgenomen, waardoor het niet mogelijk is om soepeler te worden. Voor geluid, trilling en geur zijn ruimere mogelijkheden voor maatwerk. Het is mogelijk deze aspecten soepeler of strenger te regelen dan het huidige recht. Gemeente Schagen stelt de norm voor het maximale geluid in woongebieden op 50dB(A). Dat is beleidsneutraal ten opzichte van de huidige geluidsnormen. De gemeente maakt geen gebruik van strengere of soepelere regels voor trillingen en geur.

Programma's op het gebied van bodem, geluid, geur en externe veiligheid zijn in ontwikkeling en geven invulling aan de afwegingsruimte van de gemeente.

2.1.4.2 Instructieregels provincie Noord-Holland In de Omgevingsverordening NH2022 zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. De herziene omgevingsverordening NH2022 is op 1 januari 2024 inwerking getreden en wordt 2 keer per jaar gewijzigd. De laatste wijziging is op 1 juli 2025 in werking getreden. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de Omgevingsvisie. De omgevingsverordening van Noord-Holland bevat ook instructieregels voor het omgevingsplan, die we voor de kernen waar nodig overnemen. 11

2.1.4.3 Beperkingengebieden provincie en Rijk Activiteiten in de fysieke leefomgeving kunnen de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object verstoren. Om de functie van een werk of object te beschermen, zijn hieromheen door het Rijk en de provincie gebieden aangewezen waar beperkingen gelden. Activiteiten binnen dit gebied worden beperkingengebiedactiviteiten genoemd. Instructieregels van het Rijk en de provincie wijzen beperkingengebieden aan. Deze aangewezen beperkingengebieden worden in het omgevingsplan overgenomen, de geometrische begrenzing van de beperkingengebieden worden vastgelegd. Wanneer er later in het proces nog andere beperkingengebieden naar voren komen, worden deze ook overgenomen. De volgende beperkingengebieden zijn aangewezen door de provincie en het Rijk: Vaarwegbeheer: gesteld met het oog op de instandhouding, de bruikbaarheid en bescherming van de vaarwegen. Er geldt een specifieke zorgplicht en vergunningplicht voor beperkingengebiedactiviteiten in dit gebied. Provinciale wegen: de regels zijn gesteld met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van de provinciale infrastructuur overeenkomstig de functie daarvan voor het openbaar verkeer en het beschermen van de provinciale infrastructuur, met inbegrip van het wegbeheer, onderhoud of de wijziging daarvan.

Er geldt een specifieke zorgplicht en vergunningplicht voor beperkingengebiedactiviteiten in dit gebied. Provinciale monumenten: dit beperkingengebied is verder uitgewerkt in de paragraaf aandachtsgebieden onder Cultureel Erfgoed en in het gebiedsverhaal. Wegen in beheer bij het Rijk: in veel gevallen geldt een vergunningplicht voor beperkingengebiedactiviteiten bij een rijksweg, hiervoor zijn beoordelingsregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor niet vergunningplichtige activiteiten is een meldingsplicht opgenomen. Er geldt altijd een specifieke zorgplicht. Waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: algemene regels zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er geldt een specifieke zorgplicht en er zijn regels voor ongewone gevallen. Hoofdspoorweginfrastructuur: de omgevingswet maakt onderscheid tussen hoofdspoorweg, lokale spoorweg en bijzondere spoorweg. In de gemeente Schagen loopt een hoofdspoorweg. Er gelden rijksregels en decentrale regels. Installaties in een waterstaatswerk, anders dan mijnbouwinstallaties: hieronder vallen onder andere sluizen, gemalen en meet- en regelapparatuur. Regionale waterkeringen: nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien hierover overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie.

2.1.5 Waterschapsverordening Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Het waterschap geeft advies in het kader van het vooroverleg. In de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan regels die direct bindend zijn voor burgers, maar geen regels over wat in het omgevingsplan geregeld moet worden. Het waterschap levert input op alle kleine en grote plannen, waar waterbelangen spelen.

2.1.6 Bestemmingsplannen, verleende vergunningen en bestaande rechten Naast beleid en regels van andere overheden (rijksoverheid, provincie en waterschap) zijn vooral de geldende planologische besluiten van belang. Dit is bestaand recht en betreft de vastgestelde bestemmingsplannen en de rechten (met voorschriften) die zijn vastgelegd in verleende vergunningen, zoals omgevingsvergunningen op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2e en 3e Wabo of de BOPA’s. In het omgevingsplan vormen deze besluiten het startpunt. Het omgevingsplan is een ander instrument dan een bestemmingsplan. Aan een omgevingsplan worden andere (technische) eisen gesteld dan aan een bestemmingsplan. Het één op één verhuizen van bestaande regels is daardoor niet mogelijk. We werken zoveel mogelijk in de geest van de bestemmingsplanregels. Nieuw vastgesteld beleid dat nog niet in het bestemmingsplan was verwerkt is eveneens meegenomen.

12

Er is geen feitelijke inventarisatie van percelen uitgevoerd. Bij nieuwe ontwikkelingen gaan we uit van de bestaande situatie, dat wil zeggen de legale situatie, zoals vastgelegd in bestemmingsplannen of vergunningen.

2.1.7 Bruidsschat Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, heeft de gemeente een tijdelijk omgevingsplan. Dit omgevingsplan bevat in Hoofdstuk 22 de bruidsschat. Het betreft een verzameling bestaande rijksregels die onder de Omgevingswet op gemeentelijk niveau gesteld kunnen worden. Om een gat in de regelgeving in de overgangsfase te voorkomen, wordt bij wijze van overgangsrecht deze bruidsschat toegevoegd aan het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente. Omzetting van de bruidsschat naar het nieuwe omgevingsplan is niet direct verplicht. Deze omzetting moet uiterlijk in 2031geschieden. Bij het gebiedsgewijs invullen van de regels van het omgevingsplan wordt steeds de afweging gemaakt of delen van de bruidsschat al wel worden omgezet naar andere hoofdstukken van het omgevingsplan. Redenen om regels snel om te zetten zijn: • • •

Het integreren van bruidsschatregels met regels uit het omgevingsplan draagt bij aan de leesbaarheid en vindbaarheid. Dit betreft bijvoorbeeld de regels over vergunningsvrij bouwen die samenhangen met de bouwregels uit het omgevingsplan. Regels komen nu voor in zowel bruidsschat als verordeningen en verschillen inhoudelijk. Denk bijvoorbeeld aan regels over (geluid van) festiviteiten. Regels zijn niet in overeenstemming met de instructieregels uit het besluit kwaliteit leefomgeving en dit kan leiden tot onduidelijkheid over vergunningverlening.

Voor iedere regel die wordt meegenomen in het nieuwe omgevingsplan Kernen wordt het werkingsgebied in H22 van het tijdelijke omgevingsplan tegelijkertijd aangepast: het gebied waar het wijzigingsbesluit betrekking op heeft, wordt op dat moment uit het werkingsgebied van de bruidsschat geknipt. Zo wordt voorkomen dat op één locatie twee vergelijkbare regels gelden. De bruidsschat wordt daardoor nog helemaal in stand gelaten (er verdwijnen nog geen regels/worden nog geen regels aangepast in dit stadium), alleen wordt voor onderdelen het werkingsgebied aangepast. Immers, buiten het deelgebied Kernen gelden de regels uit de Bruidsschat nog steeds.

2.1.7.1 Algemene regels uit de bruidsschat In de afdelingen 22.1 en 22.2 van de Bruidsschat zijn algemene regels over activiteiten en specifieke regels over activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen opgenomen. Deze regels kunnen – al dan niet gewijzigd - in het definitieve omgevingsplan worden opgenomen. De meeste regels worden behandeld bij de thema’s. De overgebleven regels uit dit hoofdstuk van de bruidsschat worden hieronder behandeld. Deze regels zijn beoordeeld en voor zover van toepassing van een advies voorzien door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de Veiligheidsregio. Aangezien wij beleidsneutraal over gaan, nemen we de bruidsschatregels in principe ongewijzigd over. Een aantal artikelen met betrekking tot overgangsrecht worden niet overgenomen omdat die alleen betrekking hebben op het tijdelijke deel. Artikelen die in deze Nota worden behandeld bij een ander thema Bruidsschat artikel

Onderwerp

Thema

22.2

Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten Repressief welstand

Cultureel erfgoed

Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater

Water en Hemelwater

22.3

22.7 22.12

Beschermde stads- en dorpsgezichten Ruimtelijke kwaliteit

13

22.22

Archeologie

22.23

Vrijstelling van archeologisch onderzoek Algemene afbakeningseisen

22.25

Mantelzorg

Mantelzorg

22.26

Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Uitzondering op vergunningplicht 22.26 omgevingsplan onverminderd van toepassing Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen Nadere invulling beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Bouwen

22.27

22.28 22.29

22.30

22.31

22.34

22.35

22.36

22.37 22.38 22.39 22.40

Bouwen

Bouwen

Cultureel Erfgoed Bouwen

Bodem

Bodem

Archeologie

Bouwen

Bouwen

Bouwen Cultureel Erfgoed Externe Veiligheid Bouwen

Artikelen worden onverkort overgenomen in het omgevingsplan: Dit zijn artikelen die uit voormalige landelijke regelgeving komen. Er is vanuit de praktijk geen aanleiding om die te wijzigen 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit; 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas; 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte; 14

22.11 22.16 22.17 22.18 22.19 22.20 22.21 22.24

Aansluiting op distributienet voor drinkwater; Overbewoning woonruimte; Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk; Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk; Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken; Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen; Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk; Meetbepalingen.

In artikel 22.4 is de mogelijkheid van maatwerkvoorschriften opgenomen. Voorheen bevatten verschillende artikelen van het Bouwbesluit 2012 een uitdrukkelijke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om anders te besluiten dan opgenomen in de in het betrokken artikel opgenomen eis. De mogelijkheid voor deze maatwerkvoorschriften geldt voor alle artikelen uit deze afdeling (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen). Artikelen worden overgenomen met daarbij een aangepaste tekst: Dit zijn de artikelen die voorheen in het Bouwbesluit stonden en hebben betrekking op brandveiligheid. Vanuit de bestaande praktijk is het wenselijk om bij het afwijken van deze artikelen maatwerk te leveren via een maatwerkvoorschrift of via een vergunningvoorschrift. Hierover zal dan eerst advies worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio NHN. De Veiligheidsregio gebruikt daarvoor de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid Veiligheidsregio NHN. In het omgevingsplan worden bij deze planregels het adviesrecht en de mogelijkheid voor een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift opgenomen. Het betreft de artikelen: 22.13 Bluswatervoorziening; 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

2.1.7.2 Bouwregels Bruidsschat Bij het vertalen van de bouwregels voor het deelgebied Kernen worden de regels voor vergunningvrij bouwen meegenomen. Nadere uitwerking vindt plaats in hoofdstuk 3 waarin de formats worden uitgewerkt onder het onderdeel Bouwen van bouwwerken, aanleg- en sloopactiviteiten.

2.1.7.3 Milieuregels Bruidsschat De milieuregels uit het voormalige Activiteitenbesluit zijn opgenomen in de bruidsschat . Bij het vertalen van de milieuregels voor het deelgebied Kernen worden de regels zoveel mogelijk beleidsneutraal overgenomen. Indien noodzakelijk worden zij aangepast aan de uitgangspunten van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Bij het vertalen van de milieuregels uit de bruidsschat gaat het alleen om die regels die van toepassing zijn op functies en milieubelastende activiteiten die voorkomen in de Kernen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bruidsschatsregels die worden overgenomen qua milieu. Onderstaande tabel geven de van artikelen voor milieubelastende activiteiten uit de bruidsschat weer die niet opgenomen worden in het Omgevingsplan Kernen en wel blijven in het tijdelijke omgevingsplan. De tabel is gebaseerd op de bruidsschat versie van 01-10-2025. De regels voor milieubelastende activiteiten staan vanaf afdeling 22.3. (artikel 22.41 en verder). Artikelen over milieubelastende activiteiten uit de bruidsschat die niet worden opgenomen in het omgevingsplan Kernen: Bruidsschat artikel

Onderwerp

Thema

Toelichting

22.52

Energiemaatregelen opgenomen in Bal

Energie / Duurzaamheid

Opgenomen in Bal

22.61a

Geluid gezoneerd industrieterrein

Geluid

Er zijn geen gezoneerde industrieterreinen in de kernen. Wel in Stad Schagen (Lagendijk).

22.65

Geluid glastuinbouwgebied

Geluid

Niet van toepassing in de kernen

15

22.67

Geluid horeca/winkelcentrumgebied Geluid of agrarisch geluidsgebied

Niet in kernen; opname afhankelijk van beleid buitengebied

22.68

Geluid woonboten

Geluid

Alleen illegale woonboten → Geen regulering in OP Kernen

22.69

Overgangsregel geluid, eerbiedigende werking

Geluid (juridisch)

Overgangsrecht; niet overnemen

22.71

Geluid gezoneerd industrieterrein

Geluid

Komt niet in kernen voor. Alleen in Stad Schagen

22.72

Geluid stomen van grond

Milieu

Niet aanwezig in kernen; ook niet voorzienbaar in de toekomst

22.73

Geluid festiviteiten & evenementen

Geluid / Evenementen

Onderdeel van op te stellen evenementenbeleid

22.75 t/m 22.78

Windturbines >2 m

Energie / Duurzaamheid

Komen niet voor in de kernen

22.82

Buitenschietbanen

Veiligheid / Geluid

Komen niet voor in de Kernen. Alleen in de duinen bij Petten voor defensie

22.121 – 22.124

Geur zuiveringsinstallaties

Geur / Water

Komen niet voor in de Kernen. Alleen in het buitengebied

22.133 – 22.136

Zinkas Kempen

Bodem / Industrieel

Niet van toepassing in gemeente

22.172

Recirculatie water kassen

Agrarisch

Komt niet voor in de Kernen

22.181 – 22.184

Uitwassen beton

Industrie / Milieu

Komt niet voor in de Kernen is een zware milieucategorie

22.214 – 22.220

Windturbines

Energie

Komt niet voor in de keren. Mogelijk bij het buitengebied afwegen.i

22.225

Parkeergarages (meldingsgrens >20 voertuigen)

Mobiliteit / Luchtkwaliteit

Harmonisatie met meldplicht artikel 22.224 ; technisch verwerken in beoordelingsregels. Hierdoor kan artikel vervallen.

22.227 – 22.236

Traditioneel schieten

Veiligheid / Geluid

Komt niet voor in de gemeente Schagen

22.264

Antihagelinstallaties

Agrarisch

Komt niet voor in de kernen. Kan voorkomen in het buitengebied

22.267

Drijfmest >750 m³

Agrarisch / Bodem

Komt niet voor in de kern Schagen. Alleen in buitengebied

22.271 – 22.276

Wegen zonder geluidsproductieplafond

Mobiliteit / Geluid

Geldt niet in de Kernen van Schagen

2.1.8 Verordeningen 2.1.8.1 Algemene werkwijze In het kader van de totstandkoming van het volwaardige omgevingsplan is het noodzakelijk om een aantal gemeentelijke verordeningen, of onderdelen daarvan, op te nemen in het omgevingsplan. Het gaat hierbij om regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals opgenomen in bijvoorbeeld de 16

Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Afvalstoffenverordening, de Marktverordening, de Bomenverordening en andere relevante regelingen. Deze verordeningen bevatten regels die onder de reikwijdte van het omgevingsplan vallen op grond van de Omgevingswet, en zullen – conform de wettelijke verplichtingen – worden omgezet naar planregels. De gemeente heeft ervoor gekozen om deze verordeningen in één keer te verwerken bij het opstellen van het omgevingsplan voor het laatste verhuisgebied. Door dit op een later moment te bundelen, ontstaat er meer overzicht en consistentie in de vertaling van verordeningen naar planregels. Bovendien sluit deze aanpak aan bij de wens om het omgevingsplan integraal en in samenhang op te stellen, waarbij dubbel werk of versnipperde regelgeving wordt voorkomen. Tot aan dat moment blijven de betreffende verordeningen van kracht op grond van het overgangsrecht. Bij de laatste stap in het omzetten van de tijdelijke naar de volwaardige omgevingsplannen worden deze regels zorgvuldig opgenomen, afgestemd en juridisch geborgd in het definitieve plan.

2.1.8.2 Verordeningen die wel opgenomen worden In afwijking van de algemene werkwijze zijn er een aantal uitzonderingen. Het gaat daarbij om verordeningen die op dit moment al van rechtswege deel uitmaken van het omgevingsplan. Of het gaat om verordeningen met thema's die als geheel en voor het gehele grondgebied van Schagen direct gaan gelden. De verordening kan daarbij deels van toepassing blijven of in het geheel komen te vervallen. We kiezen voor de volgende thema's om op te nemen in het omgevingsplan voor de Kernen: • Archeologie - Beleidskaart + toelichting • Cultureel erfgoed - Erfgoedverordening en erfgoedlijst • Evenementen - APV en evenementenbeleid • Hemelwaterberging - Hemelwaterverordening • Vellen van houtopstanden - Bomenverordening en groene kaart Voor de verordeningen die wel opgenomen worden in het omgevingsplan is per thema een toelichting in de Nota van Uitgangspunten opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16422877/1