C3 Analyse kwaliteit habitattypen Pettemerduinen - D10028652 eindrapport
Tekst van het document
42A-4
VvN-type
-
rVvNtype
Naam
Syntaxon
Oppervlakte
Kwaliteit
45RG02
Eikenbos, vorm met zandzegge en gewone eikvaren*
Rompgemeenschap met gewoon klauwtjesmos en gewoon gaffeltandmos van de Klasse der eiken- en beukenbossen op voedselarme grond
0,76
Matig
*Dit vegetatietype staat niet in het profielendocument, en is nieuw opgenomen in de Vegetatie van Nederland. Gezien de vegetatiekundige kenmerken is het wel aan dit habitattype toegekend, met een matige kwaliteit.
Tabel 4-49 Overige aanwezige droge bossen, niet behorend tot H2180A Lokaal type
rVvN-type
Naam
Oppervlakte (ha)
42A-2
45DG03
Esdoornbos met Amerikaanse vogelkers en braam
0,33
42A-3
45DG03
Eikenbos, vorm met Amerikaanse vogelkers en gewone eikvaren
8,12
42A-5
45DG01
Amerikaanse eikenbos, vorm met gewone esdoorn
1,34
Totaal
9,79
Typische soorten Aan dit habitattype zijn twee typische soorten verbonden, eikenpage en grote bonte specht. Beide soorten komen voor in de Pettemerduinen. De bruine eikenpage is aangetroffen in het bosperceel dat zich ook nu nog kwalificeert als H2180A. In dat jaar waren ook diverse broedgevallen van de grote bonte specht in het Pettemerbos, waarvan één in het habitattype H2180A (Figuur 4-51). Het voorkomen van de soorten wijst op een goede abiotische toestand en/of goede biotische structuur. De kwaliteit op basis van voorkomen van typische soorten is daarmee goed. Tabel 4-50 Typische soorten van het habitattype H2180A
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Eikenpage
Neozephyrus quercus
Dagvlinders
Cab
Ja
Ja
Grote bonte specht
Dendrocopus major ssp. Vogels pinetorum
Cb
Ja
Ja
* Cb = constante soort goede biotische structuur; Cab = constante soort goede abiotische toestand en goede biotische structuur Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
96 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-51 Waarnemingen typische soorten H2180A Duinbossen (droog) (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-51 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. Tabel 4-51 Beoordeling kwaliteit H2180A op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Loofhoutsoorten overheersen over naaldhoutsoorten in de boomlaag
Goed
Binnen het habitattype overheersen loofbomen. Dat geldt ook voor de in Tabel 4-49 aangegeven andere loofbossen.
Aandeel exoten in de boomlaag <25%
Goed
Het habitattype voldoet hieraan, de overige loofbossen in het gebied niet (daarom kwalificeren deze zich niet als H2180A).
Aanwezigheid van soortenrijke open plekken en bosranden met habitattype (combinatie met habitattype H6430 Ruigten en zomen)
Slecht
Open plekken komen niet of nauwelijks voor, evenals het habitattype H6430 (ruigten en zomen).
Optimale functionele omvang: vanaf tientallen Slecht hectares
Huidige omvang in de Pettemerduinen is minder dan 1 ha, die van het totale Natura 2000-gebied ca. 5 ha.
De kwaliteit op basis van structuur en functie is de kwaliteit van het habitattype matig. De kwaliteit van loofbossen die potentieel tot het habitattype behoren, is slecht door het hoge aandeel exoten, met name Amerikaanse vogelkers. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
97 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2180 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
Gevoeligheid voor stikstofdepositie: gevoelig (KDW 1429 mol/ha/jaar). Er zijn twee percelen met het habitattype H2180A in het gebied. Op het westelijk gelegen perceel vindt geen overschrijding van de KDW plaats, op het oostelijke perceel wel. De depositie in het hele Pettemerbos varieert tussen ca. 1100 en 1700 mol/ha/jaar en is dus deels hoger dan de KDW voor dit habitattype.
4.11.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-52 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorg aande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2180A in de Pettemerduinen is matig, met name vanwege het vele voorkomen van exoten, waardoor slechts een klein deel van de loofbossen in het gebied kwalificeert als H2180A. De kwaliteit van (loof)bossen in de Pettemerduinen in zijn algemeenheid is slecht. Een deel van deze aangeplante bossen bestaat uit exoten als Amerikaanse eik en esdoorn. De bossen die wel een inlands assortiment van bomen hebben (met name berk en eik) hebben dermate hoog aandeel van Amerikaanse vogelkers dat ze niet (meer) kwalificeren als H2180A. Deze bossen zijn in de afgelopen periode toegenomen ten koste van het habitattype. De beoordeling van de kwaliteit van het habitattype zelf, betreft dus een steeds kleiner wordend areaal. Overall is de kwaliteit van de duinbossen dus slecht. De belangrijkste oorzaak hiervan is het achterstallig beheer, waardoor Amerikaanse vogelkers onvoldoende bestreden wordt. Tabel 4-52 Integrale beoordeling kwaliteit H2180A
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Slecht
100% van het habitattype heeft een matige kwaliteit. De kwaliteit van eikenbossen in zijn algemeenheid is matig tot slecht, waardoor de oppervlakte van het habitattype is afgenomen. Belangrijkste reden is de opslag van Amerikaanse vogelkers in vrijwel alle percelen eikenbos.
Typische soorten
Goed
Beide typische soorten komen in het habitattype voor
Structuur en functie
Matig
Binnen de huidige percelen met h et habitattype zijn geen exoten aanwezig en overheersen loofbomen (Met name zomereik). Omvang en variatie zijn ongunstig
Omgevingsfactoren
Matig
In delen van het habitattype vindt overschrijding van de KDW plaats
Totaal
Matig
De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is matig. De kwaliteit van eikenbossen in zijn algemeenheid is matig tot slecht. Met name het voorkomen van exoten speelt hierin een grote rol
In het beheerplan is de kwaliteit als ‘niet overal goed’ beoordeeld vanwege verruiging en opslag van Amerikaanse vogelkers.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
98 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.12
H2180B Duinbossen (vochtig)
4.12.1
Kenmerken habitattype
Zie voor beschrijving kenmerken ook paragraaf 4.11.1. Dit subtype ontwikkelt zich met name in natte duinvalleien met grondwaterstanden die in winter en voorjaar rond het maaiveld liggen. Door een goede vochtvoorziening en door de beschutte ligging t.o.v. de zeewind kunnen hier relatief snel bossen ontstaan. De zachte berk is de meest voorkomende boomsoort en is structuurbepalend voor de zeer lokaal voorkomende berkenbroekbossen en het voor de duinen kenmerkende Meidoorn-Berkenbos. Ook de ratelpopulier kan in de laatstgenoemde vegetatie een belangrijke rol spelen. De komst van de zomereik luidt vaak de overgang in naar de droge vorm van dit bostype (subtype A). De zwarte els komt in de duinen weinig voor, mogelijk omdat deze soort weinig zouttolerant is en ook gevoelig is voor waterstandschommelingen.
Figuur 4-52 Verspreiding habitattype H2180B volgens de vigerende habitattypenkaart (donkergroen, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
99 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.12.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2180B volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-52 en Figuur 4-53. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 5,68 ha. De totale oppervlakte van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 37,06 ha. Dit habitattype komt vrijwel alleen in het Zwanenwater en het noordelijk deel van de Pettemerduinen voor. De oppervlakte van het habitattype in de Pettemerduinen volgens de vegetatiekartering van 2020 is vergelijkbaar met de oppervlakte van het habitattypen op de vigerende habitattypenkaart, maar de verspreiding verschilt. In het noordelijk deel van de Pettemerduinen is een relatief groot oppervlak van het habitattype aanwezig dat niet op de habitattypenkaart stond aangegeven als bos. In het Pettemerbos is de oppervlakte van het habitattype afgenomen.
Figuur 4-53 Verspreiding habitattype H2180B op basis van de vegetatiekartering 2020
4.12.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-53 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2180B. In de vegetatiekartering van 2020 zijn zeven lokale vegetatietypen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn vegetatietypen die behoren tot wilgenbossen (associatie van grauwe wilg) en vochtige eiken-berkenbossen (associatie meidoorn-berkenbos). De eerste groep kenmerkt een matige kwaliteit. Deze vegetaties komen het meeste voor in de Pettemerduinen. Beide typen komen verspreid in het gebied voor.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
100 van 153