C3 Analyse kwaliteit habitattypen Pettemerduinen - D10028652 eindrapport
Tekst van het document
Het zijn vegetaties waarin duinriet, dauwbraam, helm of de exoot grijs kronkelsteeltje domineren. De oorzaken hiervan kunnen verschillend zijn, maar belangrijkste oorzaak is ophoping van organisch materiaal door te hoge stikstofdeposities, verwaarloosd beheer of een combinatie daarvan. De totale oppervlakte die in de Pettemerduinen is gekarteerd bedraagt 4,8 ha. Dit is ca. 7% van de totale oppervlakte duingrasland in de Pettemerduinen. Ook de uitgestrekte vlakken met schaars begroeide grond zijn van belang voor dit habitattype, vanwege de overstuiving die vanuit deze locaties plaats kan vinden (zie nadere toelichting bij H2130A).
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
56 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-22 Waarnemingen van typische soorten dagvlinders, H2130B Grijze duinen (kalkarm) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Figuur 4-23 Waarnemingen van typische soorten sprinkhanen en krekels, H2130B Grijze duinen (kalkarm) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
57 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-24 Waarnemingen van typische soorten vogels en zoogdieren, H2130B Grijze duinen (kalkarm) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Figuur 4-25 Waarnemingen van typische soorten korstmossen, H2130B Grijze duinen (kalkarm) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
58 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-26 Waarnemingen van typische soorten vaatplanten, H2130B Grijze duinen (kalkarm) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Typische soorten Aan dit habitattype zijn 26 typische soorten verbonden, waarvan er 20 in de regio voorkomen. Hiervan zijn 15 soorten in de Pettemerduinen aangetroffen (Figuur 4-22 t/m Figuur 4-26).Van de 8 typische soorten die wijzen op een goede abiotische toestand en/of goede biotische structuur zijn er 5 aangetroffen in de Pettemerduinen. De kwaliteit op basis van voorkomen van typische soorten is goed. Tabel 4-19 Voorkomen van typische soorten van het habitattype H2130B Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Dagvlinders
K + Cab
Ja
Ja
Heivlinder
Hipparchia semele ssp. semele
Dagvlinders
Cab
Ja
Ja
Kleine parelmoervlinder Issoria lathonia
Dagvlinders
K
Ja
Ja
Open rendiermos
Cladina portentosa
Korstmossen
Ca
Ja
Ja
Sierlijk rendiermos
Cladina ciliata
Korstmossen
Ca
Ja
Ja
Zomersneeuw
Cladonia foliacea
Korstmossen
Ca
Ja
Ja
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
59 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Blauwvleugelsprinkhaan Oedipoda caerulescens
Sprinkhanen en Cb krekels
Ja
Ja
Duinsabelsprinkhaan
Platycleis albopunctata
Sprinkhanen en K krekels
Ja
Ja
Knopsprietje
Myrmeleotettix maculatus
Sprinkhanen en Ca krekels
Ja
Ja
Buntgras
Corynephorus canescens Vaatplanten
Ca
Ja
Ja
Duinroos
Rosa pimpinellifolia
Vaatplanten
K
Ja
Ja
Ruw vergeet-mij-nietje
Myosotis ramosissima
Vaatplanten
K
Ja
Ja
Duinviooltje
Viola curtisii
Vaatplanten
K
Ja
Ja
Tapuit
Oenanthe oenanthe spp. Oenanthe
Vogels
Cab
Ja
Ja
Konijn
Oryctogalus cuniculus
Zoogdieren
Cb
Ja
Ja
Gewoon kraakloof
Cladonia aculeata
Korstmossen
Ca
Ja
Nee
Kleverige reigersbek
Erodium lebelii
Vaatplanten
K
Ja
Nee
Ruwe klaver
Trifolium scabrum
Vaatplanten
K
Ja
Nee
Kommavlinder
Hesperia comma
Dagvlinders
Ca
Ja
Nee
Bossig kronkelsteeltje
Campylopus fragilis
Mossen
K + Ca
Ja
Nee
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Dagvlinders
Cab
Nee
-
Gevlekt heidestaartje
Cladonia cornuta
Korstmossen
K + Ca
Nee
-
Kleine ereprijs
Veronica verna
Vaatplanten
E
Nee
-
Kleine rupsklaver
Medicago minima
Vaatplanten
K
Nee
-
Vals muizenoor
Hieracium peleterianum
Vaatplanten
K
Nee
-
Velduil
Asio flammeus ssp. flammeus
Vogels
K
Nee
-
* Ca = constante soort goede abiotische toestand; Cb = constante soort goede biotische structuur; Cab = constante soort goede abiotische toestand en goede biotische structuur; K = karakteristieke soort; E = exclusieve soort
Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-20 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is goed.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
60 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-20 Beoordeling kwaliteit H2130B op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Goed
Begroeiingen zijn overwegend laag, mede vanwege ontbreken van hoog opgaande grassen in veel delen. De maximale hoogtes van kalkrijke duingraslanden in de in 2020 gemaakt vegetatieopnamen bedraagt 70 cm (spreiding 15 – 70 cm), met uitzondering van de rompgemeenschap met helm en duingraslandsoorten die tot maximaal 1 meter hoog is. Het overgrote deel van de kalkarme duingraslanden heeft echter een laag tot zeer laag opgaande begroeiing.
Geen of weinig opslag van struiken (<25%, niet vegetatievormend)
Goed
Opslag van struiken komt nauwelijks voor. Op grond van de vegetatiekartering van 2020 kan worden geconcludeerd dat Amerikaanse vogelkers, ander loofhout, naaldhout, duindoorn en dauwbraam niet of nauwelijks optreedt in h et habitattype.
Begrazing door konijnen
Goed
De konijnenstand is in de Pettemerduinen redelijk goed. Activiteiten van konijnen zijn op veel plaatsen zichtbaar
Aanwezigheid van stuifplekken of overstoven gedeelten (strooizone)
Goed
Stuifkuilen komen regelmatig voor; licht verstuiving vindt met name in het westelijk deel van het gebied regelmatig plaats. Grote delen van het centrale duingebied bestaan uit zeer schaars begroeide duinen met een groot oppervlak kale grond; de wind kan hier snel vat krijge n op het nauwelijks vastgelegde zand.
Optimale functionele omvang vanaf tientallen hectares
Goed
De huidige omvang va het habitattype in de Pettemerduinen is 31,43 ha, in het volledige Natura 2000-gebied komt het habitattype volgens de habitattypenkaart voor met een oppervlakte van ruim 150 ha.
Lage begroeiing (gemiddeld maximaal 50 cm)
Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2130 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
•
In de van nature kalkarme duinen kan overstuiving vanuit in de omgeving aanwezige actieve stuif kuilen, loop- en paraboolduinen en dergelijke de verzuring en daarmee de successie richting duinheide vertragen. Het belang hiervan speelt in ongestoorde situaties met name op de lange termijn, maar is op de korte termijn bevorderlijk voor herstel van verruigde graslanden. Vanuit de schaars begroeide delen van het binnenduin vindt secundaire verstuiving in een groot deel van de duingraslanden plaats. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: zeer gevoelig (KDW 714 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op 99% van het areaal van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen overschrijding van de KDW op. Desalniettemin zijn er in de vegetatie weinig tekenen van vermestende en verzurende invloed van stikstof.
4.5.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-21 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2130B in de Pettemerduinen is goed. In het beheerplan is de kwaliteit als matig beoordeeld vanwege vergrassing. Deze leek echter wel gestabiliseerd te zijn, mogelijk samenhangend met herstel van de konijnenpopulatie en het jaarrond begrazingsbeheer. In de vegetatiekartering van 2020 is vergrassing van dit habitattype veel minder aangetroffen. Volgens het beheerplan werd in ongeveer 30% van de opgenomen vlakken werd dauwbraam aangetroffen. Dit is een soort die afhankelijk is van een verhoogde beschikbaarheid van stikstof en daardoor indicatief kan zijn voor een verhoogde stikstofdepositie. In 2020 is dauwbraam in dit habitattype incidenteel aangetroffen. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
61 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-21 Integrale beoordeling kwaliteit H2130B
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Matig
75% van het habitattype heeft vegetatietypen die een matige kwaliteit aangeven; storingsindicatoren komen echter nauwelijks voor.
Typische soorten
Goed
75% van de regionaal voorkomende typische soorten komt voor in de Pettemerduinen
Structuur en functie
Goed
Positieve invloeden van begrazing door konijnen en verstuiving. Weinig opslag van struiken en hogere grassen. Voldoende areaal
Omgevingsfactoren
Matig
Overschrijding van de KDW op het hele areaal , maar effecten van stikstofdepositie op de vegetatie treden op de meeste locaties niet zichtbaar op
Goed
De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is overwegend goed. De enige minder positieve factor is het over een relatief grote oppervlakte (75%) voorkomen van vegetaties die een matige kwaliteit van het habitattype weerspiegelen. In deze vegetatietypen treden echter niet of nauwelijks invloeden op die (mede) het gevolg van vermesting door stikstofdepositie aangeven (zoals vergrassing, vermossing en verstruiking); dit ondanks de overschrijding van de KDW in het hele habitattype. Daardoor zijn de structuur en functie van het habitattype goed, en komen relatief veel typische soorten voor. Er is sprake van een positieve trend.
Totaal
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
62 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.6
H2140A Duinheiden met kraaihei (vochtig)
4.6.1
Kenmerken habitattype
Dit habitattype bestaat uit kustduinen met een vegetatie die wordt gedomineerd door dwergstruiken, waaronder kraaihei. In natte duinheide in duinvalleien kunnen gewone dophei of cranberry dominant zijn. Ook als kraaihei slechts met lage bedekking aanwezig is, worden vegetaties met dwergstruiken tot dit habitattype gerekend. Meestal gedraagt kraaihei zich echter als een concurrentiekrachtige soort die andere dwergstruiken kan verdringen. Het habitattype komt vooral voor in duinvalleien. Het betreft in alle gevallen ontkalkte duinen met een relatief dikke humuslaag op de bodem. Met name in valleien kan het habitattype lang standhouden, voordat het overgaat naar een volgende fase in de successie. Vochtige duinheiden met kraaihei komen voor op standplaatsen met matig zuur tot zure omstandigheden (pH <5.5) met een vochtige tot natte, voedselarme bodem. De vegetaties vormen het voorlopige eindstadium in de successie van duinvalleien waar de condities voor vorming van bos minder geschikt zijn of bosvorming door beheer wordt tegengegaan. Ze ontstaan uit duinvalleivegetaties na een proces van ontkalking en ophoping van organisch materiaal (Beije & Smits, 2014a). Voor kraaihei is een relatief koel en vochtig microklimaat nodig. Toestroom van grondwater is noodzakelijk voor aanwezigheid van het habitattype.
Enige overstuiving is goed voor diversiteit en levensduur (Provincie Noord-Holland, 2017b).
Figuur 4-27 Vochtige duinheiden me kraaihei komen nauwelijks voor in de Pettemerduinen. De meeste vochtige heidevegetaties behoren tot het habitattype H2190C (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
4.6.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2140A volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-28 en Figuur 4-29.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
63 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-28 Verspreiding habitattype H2140A volgens de vigerende habitattypenkaart (oranje, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 0,03 ha. De totale oppervlakte van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 18,96 ha, waarvan 0,6 ha in de Pettemerduinen. Het habitattype komt vanouds meer voor in het deelgebied Zwanenwater, maar is in 2020 ten opzichte van de vigerende habitattypenkaart in de Pettemerduinen minder aangetroffen. Een deel van deze locaties is nu ingedeeld bij het habitattype H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt) waarbinnen vochtige heiden zonder kraaihei vallen. Het kan ook zijn dat verruiging door extensivering van het beheer tot een toename van Kruipwilgstruweel in de valleien heeft geleid en hierdoor het areaal van het Habitattype Duinheide met Kraaiheide (nat) is afgenomen.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
64 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-29 Verspreiding habitattype H2140A op basis van de vegetatiekartering 2020
4.6.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-22 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2140A. Tabel 4-22 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2140A
Code
Naam
11Aa3
Associatie van kraaihei en gewone dophei Goed
Rompgemeenschap met wilde gagel van 11-RG3-[11] de klasse der hoogveenbulten en natte heiden
Kwaliteit Beperkende criteria
Matig
Mits kraaihei aanwezig Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2140A
SBB-11A3c
Associatie van kraaihei en gewone d ophei, Goed typische subassociatie
Mits kraaihei aanwezig
SBB-11-b
Rompgemeenschap met grote veenbes van de Klasse der kleine zeggen en Klasse der hoogveenbulten en natte heiden
Mits kraaihei aanwezig
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
Goed
65 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
In de vegetatiekartering van 2020 is één lokaal type aangetroffen dat behoort tot dit habitattype. Het is een vegetatie die behoort tot de associatie van kraaihei en dophei, de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-23). De totale oppervlakte in de Pettemerduinen bedraagt slechts 0,03 ha. De vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype is goed (Tabel 4-23). In de meeste natte heidevegetaties in het gebied ontbreekt kraaihei. Deze vegetaties behoren daarom tot het habitattype H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt). Tabel 4-23 Aanwezige vegetatietypen H2140A Pettemerduinen Lokaal type
VvN-type
rVvNtype
Naam
Syntaxon
Oppervlakte
Kwaliteit
11A3-2
11Aa03
11Aa03
Dopheivegetatie, vorm met kraaihei, tormentil en duinrus
Associatie van kraaihei en gewone dophei
0,03
Goed
Typische soorten Aan dit habitattype is één typische soort verbonden, drienervige zegge. Drienervige zegge is een vrij algemene soort in met name het tweede en Derde Korfwater en ten zuiden van de Boerenslag. Hij komt eveneens voor op de locaties waar het habitattype is aangetroffen. De waarnemingen in Figuur 4-30 zijn een onderschatting van het voorkomen van de soort. Uit de verschillende vegetatiekarteringen die in de loop der jaren zijn uitgevoerd is de soort veel vaker en meer verspreid aangetroffen. De aanwezigheid van deze soort wijst op een goede abiotische toestand. De kwaliteit van het habitattype op basis van typische soorten is daarmee goed.
Figuur 4-30 Waarnemingen van typische soorten H2140A Duinheiden met kraaihei (vochtig) (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021)
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
66 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-24 Typische soorten van het habitattype H2140A Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie
Regionale soort
Aangetroffen
Drienervige zegge
Carex trinervis
Vaatplanten
Ca
Ja
Ja
*Ca = constante soort goede abiotische toestand
Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-25 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is overwegend goed. Tabel 4-25 Beoordeling kwaliteit H2140A op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Dominantie dwergstruiken zonder dat sprake is van een volledig gesloten kraaiheivegetatie
Goed
In beide opnamen die van het habitattype zijn gemaakt overheersen kraaihei met gewone dophei en (in 1 opname) struikhei.
Bedekking van grassen <25%
Goed
Vergrassing van duinheiden treedt nauwelijks op.
Bedekking van struiken en bomen <10%
Goed
Opslag van struiken en bomen is niet aanwezig
Aanwezigheid open plekjes in de vegetatie ten behoeve van de vestiging van met name andere Matig soorten dan Kraaihei: mossen, korstmossen, kruiden en dwergstruiken)
Uit de vegetatie-opnamen blijkt dat er sprake is van een hoge bedekking van de vegetatie met 90-100%. Het gaat echter om één steekproef binnen een zeer klein areaal van het habitattype
Optimale functionele omvang: vanaf honderden Goed m2
Het habitattype komt voor met een oppervlakte van 400 m 2. In het totale Natura 2000-gebied komt ca. 19 ha voor.
Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2140 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
•
Enige overstuiving vanuit de omgeving bevordert de diversiteit (o.a. het behoud van de typische soort drienervige zegge) en de levensduur. Toestroom van grondwater is noodzakelijk. Waarschijnlijk vindt in het gebied enige overstuiving plaats, vanuit de zandsuppleties voor de kust en vanuit de schaars begroeide delen van het binnenduin. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: zeer gevoelig (KDW 1071 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op 77% van het areaal van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen geen overschrijding van de KDW meer op. De in AERIUS opgenomen oppervlakte van het habitattype is echter aanzienlijk groter dan in de vegetatiekartering van 2020 is vastgesteld.
4.6.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-26 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype, dat in zeer beperkte mate voorkomt in de Pettemerduinen, is goed. In de PAS-gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype in het hele Natura 2000-gebied een matige kwaliteit heeft, met name omdat kraaihei gaat domineren in deze vegetaties. Beide vegetatie-opnamen in dit habitattype in de Pettemerduinen uit 2020 laten zien dat er een gelijkwaardige bedekking van kraaihei en dophei aanwezig is, en dat de soortenrijkdom hoog is (24 soorten op de locatie ten westen van de Energy & Health Campus. De gesignaleerde kwaliteitsafname lijkt daarom niet plaats te vinden in de Pettemerduinen.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
67 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-26 Integrale beoordeling kwaliteit H2140A
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Goed
100% van het habitattype heeft een goede kwaliteit
Typische soorten
Goed
Drienervige zegge komt regelmatig voor
Structuur en functie
Goed
Het habitattype beantwoordt aan de meeste criteria
Omgevingsfactoren
Goed
Omgevingsfactoren zijn gunstig
Totaal
Goed
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
68 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.7
H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)
4.7.1
Kenmerken habitattype
Open kustduinen met een vegetatie die wordt gedomineerd door dwergstruiken, waaronder kraaihei en struikhei. In droge duinheiden kunnen eikvaren, kruipwilg of, pleksgewijs, struikhei domineren. Ook als kraaihei slechts met lage bedekking aanwezig is, worden vegetaties met dwergstruiken tot dit habitattype gerekend. Meestal gedraagt kraaihei zich echter als een concurrentiekrachtige soort die andere dwergstruiken kan verdringen. Het habitattype komt als gevolg hiervan vooral voor op noordhellingen (hoge luchtvochtigheid) en droge duinvalleien. Het betreft in alle gevallen ontkalkte duinen met een relatief dikke humuslaag op de bodem. Het habitattype ontstaat daar waarboven op het duinzand een organische humuslaag is ontstaan door zure omstandigheden. Voor kraaihei is een relatief koel en vochtig microklimaat nodig. Droge duinheiden met kraaihei hebben zure omstandigheden met striktere grenzen (4.0 – 5.5 pH) dan de vochtige variant van het habitattype. De voedselrijkdom van de bodem is arm en er moet in het voorjaar gemiddeld een lagere grondwaterstand dan 40 cm beneden het maaiveld zijn. Geringe verstuiving is noodzakelijk voor een meer diverse vegetatiesamenstelling en draagt daarnaast bij aan een bredere range van de toelaatbare zuurgraad en voedselrijkdom (Beije & Smits, 2014b).
Figuur 4-31 H2140B Duinheide met kraaihei (droog) bij de Zuidelijke Preekvallei (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
4.7.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2140B volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-32 en Figuur 4-33.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
69 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-32 Verspreiding habitattype H2140B volgens de vigerende habitattypenkaart (oranje, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 18,1 ha. De totale oppervlakte van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 72,98 ha, waarvan 19,4 ha in de Pettemerduinen. De oppervlakte en verspreiding van het habitattype komt in de huidige situatie nog sterk overeen met de vigerende habitattypenkaart. De kleine achteruitgang wordt mogelijk veroorzaakt door het verschil in karteerniveau, waardoor vaker kleinere vlakken met Duinheide met Struikhei (H2150) zijn vastgesteld waarin geen Kraaihei aanwezig was.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
70 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-33 Verspreiding habitattype H2140B op basis van de vegetatiekartering 2020
4.7.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-27 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2140B. Tabel 4-27 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2140B Code
Naam
Kwaliteit
Beperkende criteria
20Ab1
Associatie van zandzegge en kraaihei
Goed
Mits kraaihei aanwezig
20Ab2
Associatie van eikvaren en kraaihei
Goed
Mits kraaihei aanwezig
20Ab3
Associatie van kruipwilg en kraaihei
Goed
Mits kraaihei aanwezig
20Ab4
Associatie van wintergroen en kruipwilg
Goed
Mits op droge plaatsen en mits kraaihei aanwezig
In de vegetatiekartering van 2020 zijn vier lokale typen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn vegetaties die behoren tot de associaties van kruipwilg en gewone eikvaren (20Ab02) en van kruipwilg en kraaihei (20Ab03), de typische vegetatiegemeenschappen van dit habitattype (Tabel 4-28). De totale oppervlakte in de Pettemerduinen bedraagt 18,17 ha. De vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype is goed (Tabel 4-28). Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
71 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-28 Aanwezige vegetatietypen H2140B Pettemerduinen Lokaal type
VvN-type
rVvNtype
Naam
Syntaxon
20A3-1
20Ab03
20Ab03
Struikhei-vegetatie, vorm met kraaihei
Associatie van kruipwilg en kraaihei 1,55
Goed
20A3-2
20Ab03
20Ab03
Kraaiheivegetatie, soortenarm Associatie van kruipwilg en kraaihei 1,30
Goed
20A3-3
20Ab03
20Ab03
Kraaiheivegetatie, vorm met kruipwilg en duinriet
Associatie van kruipwilg en kraaihei 6,51
Goed
20A3-4
20Ab02
20Ab02
Kraaiheivegetatie, vorm met gewone eikvaren
Associatie van eikvaren en kraaihei 5,16
Goed
20A3-5
20Ab03
20Ab03
Kraaiheivegetatie, vorm met struikhei en stekelbrem
Associatie van kruipwilg en kraaihei 2,46
Goed
20A3-6
20Ab03
20Ab03
Kraaiheivegetatie, vorm met struikhei en gewone dophei
Associatie van kruipwilg en kraaihei 1,19
Goed
Oppervlakte
Oppervlakte goed
18,17 (100%)
Totale oppervlakte
18,17
Kwaliteit
Typische soorten Aan dit habitattype zijn twee typische soorten verbonden, drienervige zegge en beredruif. De beredruif komt in Nederland alleen op Terschelling voor. Drienervige zegge is een vrij algemene soort in met name het tweede en Derde Korfwater en ten zuiden van d e Boerenslag. Hij komt eveneens voor op de locaties waar het habitattype is aangetroffen. De waarnemingen in Figuur 4-30 zijn een onderschatting van het voorkomen van de soort. Uit de verschillende vegetatiekarteringen die in de loop der jaren zijn uitgevoerd is de soort veel vaker en meer verspreid aangetroffen. De aanwezigheid van deze soort wijst op een goede abiotische toestand. De kwaliteit van het habitattype op basis van typische soorten is daarmee goed. Tabel 4-29 Typische soorten van het habitattype H2140B Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Drienervige zegge
Carex trinervis
Vaatplanten
Ca
Ja
Ja
Beredruif
Arctostaphylos uva-ursi
Vaatplanten
E
Nee
-
* Ca = constante soort goede abiotische toestand; E = exclusieve soort
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
72 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-34 Waarnemingen van typische soorten H2140B Duinheiden met kraaihei (droog) (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Overige kenmerken van een goede structuur en functie Tabel 4-30 Beoordeling kwaliteit H2140B op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Dominantie dwergstruiken zonder dat sprake is van een volledig gesloten kraaiheivegetatie
Matig
Op veel plaatsen domineert kraaihei in de vegetatie. In alle heiden is een dominantie van dwergstruiken aanwezig
Bedekking van grassen <25%
Goed
Zeer plaatselijk is bedekking van grassen hoger dan 25%, maar op de meeste plaatsen maken grassen een beperkt deel uit van de vegetatie
Goed
Plaatselijk treedt opslag van bomen en struiken op, met name op plaatsen die niet beheerd worden, zoals de Zijperzeedijk. In het overgrote deel van de Pettemerduinen waarin jaarrond begrazingsbeheer wordt toegepast is de opslag va struiken en bomen zeer beperkt.
Aanwezigheid open plekjes in de vegetatie ten behoeve van de vestiging van met name andere Matig soorten dan Kraaihei: mossen, korstmossen, kruiden en dwergstruiken)
Uit vegetatieopnames blijkt dat de bedekking van de vegetatie op veel plaatsen 100% is
Optimale functionele omvang: vanaf honderden Goed m2
Huidige omvang in de Pettemerduinen is ruim 18 ha.
Bedekking van struiken en bomen <10%
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
73 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
In Tabel 4-30 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is de kwaliteit van het habitattype matig. Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2140 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: • •
Enige overstuiving vanuit de omgeving bevordert de diversiteit (o.a. het behoud van de typische soort Drienervige zegge) en de levensduur. Waarschijnlijk vindt in het gebied enige overstuiving plaats, vanuit de zandsuppleties voor de kust en vanuit plaatselijke stuifkuilen. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: zeer gevoelig (KDW 1071 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op 75% van het areaal van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen geen overschrijding van de KDW meer op.
4.7.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-5 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2140B in de Pettemerduinen is goed. Tabel 4-31 Integrale beoordeling kwaliteit H2140B
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Goed
100% van het habitattype heeft een goede vegetatiekundige kwaliteit
Typische soorten
Goed
Drienervige zegge komt af en toe voor in het habitattype
Structuur en functie
Matig
De vegetatie s meestal geheel gesloten, waarbij kraaihei regelmatig domineert
Omgevingsfactoren
Goed
Omgevingsfactoren zijn gunstig, overschrijding van de KDW voor stikstof treedt op de meeste plaatsen niet (meer) op
Totaal
Goed
Het totaaloordeel is goed
In de PAS-gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype in het hele Natura 2000-gebied een matige kwaliteit heeft, met name omdat kraaihei gaat domineren in deze vegetaties. Vegetatie-opnamen in dit habitattype in de Pettemerduinen uit 2020 die zijn gemaakt tijdens het karteren, laten zien dat kraaihei in de meeste gevallen een hoge bedekking heeft, en dat het aantal soorten in de opnames afneemt naarmate deze bedekking hoger is. Op basis van alle andere kwaliteitsfactoren is het totaaloordeel echter goed.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
74 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.8
H2150 Duinheiden met struikhei
4.8.1
Kenmerken habitattype
Het habitattype betreft door struikhei gedomineerde begroeiingen op kalkarme kustduinen en in relatief ver landinwaarts gelegen, van oorsprong kalkrijke maar inmiddels sterk ontkalkte en langdurig beweide oude kustduinen. In de ondergroei kan de soortenrijkdom aan korstmossen redelijk groot zijn. Binnen het duingebied lijkt het habitattype op het habitattype Duinheiden met kraaihei (droog) (H2140B), dat over veel grotere oppervlakten voorkomt. Wanneer kraaihei in een duinheide voorkomt, is er al sprake van H2140 (ook al domineert struikhei); alleen struikheibegroeiingen zonder kraaihei worden tot H2150 gerekend. Het habitattype komt voor op kalkloos en ontkalkt duinzand met een zwarte organische humuslaag, ontstaan door zure omstandigheden. In de van oorsprong kalkrijke duinen is het habitattype beperkt tot de diep ontkalkte duinen. Voor de instandhouding van de dominantie van struikhei is vegetatiebeheer noodzakelijk (konijnenbegrazing alleen is niet voldoende). Goed ontwikkelde vormen worden gekenmerkt door een af wisseling van jonge, oude en zeer oude heidestruiken. Een hoge bedekking van korstmossen (> 20%) vergt een relatief open vegetatiestructuur (Provincie Noord-Holland, 2017b).
Figuur 4-35 H2150 Duinheiden met struikhei aan de noordzijde van het Pettemerbos (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
4.8.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2150 volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-36 en Figuur 4-37.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
75 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-36 Verspreiding habitattype H2150 volgens de vigerende habitattypenkaart (oranje, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Figuur 4-37 Verspreiding habitattype H2150 op basis van de vegetatiekartering 2020.
Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 2,91 ha. De totale oppervlakte van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 2,29 ha, waarvan 0,96 ha in de Pettemerduinen. De oppervlakte van het habitattype in de Pettemerduinen lijkt daarmee sterk toegenomen Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
76 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
ten opzichte van de habitattypenkaart. In 2020 is zijn struikheidevegetaties aangetroffen in mozaïek met droge heidevegetaties met struikhei (H2140B), met name op de Zijperzeedijk. Mogelijk zijn deze vegetaties in de vigerende vegetatiekartering alle aan H2140B toebedeeld.
4.8.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-32 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2150. Vanwege de fragmentaire vorm waarin het habitattype in Nederland voorkomt, zijn er geen vegetaties als ‘Goed’ aangemerkt. Tabel 4-32 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2150
Code
Naam
Kwaliteit Beperkende criteria
20Aa1b
Associatie van struikhei en stekelbrem, typische subassociatie
Matig
20Ab1
Associatie van zandzegge en kraaihei
Matig
Mits kraaihei afwezig
In de vegetatiekartering van 2020 zijn drie lokale typen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn vegetaties die behoren tot de associatie van struikhei en stekelbrem, de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-33). In Nederland bereikt het habitattype de noordgrens van zijn verspreidingsgebied. De vegetatiekundige kwaliteit van dit habitattype is daardoor landelijk matig. Tabel 4-33 Aanwezige vegetatietypen H2150 Pettemerduinen Lokaal type
VvN-type
rVvNtype
Naam
Syntaxon
Oppervlakte
Kwaliteit
20A1-1
20Aa01b
20Aa01b
Struikheivegetatie, soortenarme vorm
Associatie van struikhei en stekelbrem
0,88
Matig
20A1-2
20Aa01b
20Aa01b
Struikheivegetatie, vorm met grijs kronkelsteeltje
Associatie van struikhei en stekelbrem
0,67
Matig
20A1-3
20Aa01b
20Aa01b
Struikheivegetatie, vorm met gewone eikvaren
Associatie van struikhei en stekelbrem
1,36
Matig
Oppervlakte matig
2,91 (100%)
Totale oppervlakte
2,91
Typische soorten Aan dit habitattype zijn drie typische soorten verbonden, alle korstmossen. Geen van deze soorten is aangetroffen in opnames die in 2020 gemaakt zijn. Girafje en open rendiermos komen wel voor in de Pettemerduinen, de laatste mogelijk ook in het habitattype (Figuur 4-38, Tabel 4-34). De aanwezigheid van deze beide soorten wijst op een goede abiotische toestand.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
77 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-38 Waarnemingen typische soorten H2150 Duinheiden met Struikhei (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Tabel 4-34 Typische soorten van het habitattype H2150
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie
Regionale soort
Aangetroffen
Bruin heidestaartje Cladonia glauca
Korstmossen
Ca
Ja
Nee
Girafje
Cladonia gracilis
Korstmossen
Ca
Ja
Ja
Open rendiermos
Cladonia portentosa
Korstmossen
Ca
Ja
Ja
* Ca = constante soort goede abiotische toestand
Overige kenmerken van een goede structuur en functie Tabel 4-35 Beoordeling kwaliteit H2150 op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Dominantie struikhei
Goed
Struikhei domineert overwegend
Afwisseling van jonge, oude en zeer oude heidestruiken
Goed
Het habitattype is permanent aanwezig, wat wijst op een goed evenwicht tussen afslag en aangroei. Door uitvoering van het project Zwakke Schakels is een groter (potentieel) areaal voor dit habitattype ontstaan. Op het strand bij het zuidelijk deel van de Pettemerduinen vindt actieve duinvorming plaats.
Hoge bedekking korstmossen >20%
Matig
De bedekking met korstmossen varieert. In 2 opnames is de bedekking laag, één opname beantwoordt wel aan dit criterium
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
78 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Optimale functionele omvang: vanaf honderden m2
Goed
Huidige omvang in de Pettemerduinen is 2,91 ha.
In Tabel 4-35 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is matig tot goed. Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2150 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
Gevoeligheid voor stikstofdepositie: zeer gevoelig (KDW 1071 mol/ha/jaar). In het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen is op ongeveer de helft van het areaal sprake van overschrijding van de KDW.
4.8.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-5 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2150 in de Pettemerduinen is matig. De kwaliteit van dit habitattype is in heel Nederland per definitie matig, omdat het aan de grens van het Europees areaal ligt. Het habitattype komt vooral in zuidwestelijker gelegen landen voor waar het habitattype het meest karakteristiek is ontwikkeld. De soortensamenstelling in het noorden verschilt weinig van de twee andere habitattypen met struikhei (H2310 en H4030), die in het binnenland voorkomen. Tabel 4-36 Integrale beoordeling kwaliteit H2150
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Matig
Habitattype komt alleen in matige kwaliteit voor in Nederland
Typische soorten
Matig
2 van de 3 typische soorten komen voor in de Pettemerduinen, maar mogelijk niet binnen het habitattype
Structuur en functie
Goed
Omgevingsfactoren
Matig
Totaal
Matig
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
Overschrijding van de KDW op ca. 50% van het areaal
79 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.9
H2160 Duindoornstruwelen
4.9.1
Kenmerken habitattype
Het habitattype betreft door duindoorn (Hippophae rhamnoides) gedomineerde duinen (en vergelijkbare plaatsen elders in het kustgebied). Naast duindoorn kunnen ook andere struiken met hoge bedekkingen voorkomen, waaronder gewone vlier (Sambucus nigra), wilde liguster (Ligustrum vulgare) en eénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna). Duindoorn is voor kieming en vestiging gebonden aan humusarm, kalkrijk zand met een lage indringingsweerstand. Goed ontwikkelde jonge duindoornstruwelen komen dan ook vooral voor na een sterk stuivende fase met helm (habitattype Witte duinen, H2120), waarbij de relatief kalkrijke bodem ontsloten is. Duindoorn vormt wortelknolletjes met stikstofbindende actinomyceten (Frankia) en heef t een goed verteerbaar bladstrooisel. Op de relatief kalkrijke bodems leidt dit tot trage humusvorming en een verhoogde beschikbaarheid van stikstof. In zeer kalkrijke duinen kunnen deze struwelen enkele eeuwen oud worden. Voor de biodiversiteit zijn met name de struwelen belangrijk die ontstaan als gevolg van voortgaande successie op meer beschutte plekken (vooral op plekken waar door hellingprocessen organisch materiaal ophoopt). Naast duindoorn nemen dan de bovengenoemde andere struiken een belangrijke plaats in. Wanneer deze struiken echter te hoog worden, wordt duindoorn door beschaduwing verdrongen.
Op minder beschutte delen kan de successie richting gemengde struwelen echter stagneren. Daarbij ontstaan soortenarme begroeiingen. Zolang de bodem, door overstuiving met kalkrijk zand voldoende kalkrijk blijft, kan duindoorn zich handhaven. Als de bodem ontkalkt raakt en gaat verzuren, kwijnt hij echter weg. Niet alleen successie kan leiden tot soortenarme begroeiingen. Een groot deel van de huidige duindoornstruwelen is soortenarm vanwege hun onnatuurlijke oorsprong: veel duindoorns zijn ontkiemd op geroerde, voedselrijke grond die vrijkwam na het verlaten van akkers, het verwijderen van militaire complexen (mijnenvelden, bunkers) en het inrichten van waterwingebieden.
Figuur 4-39 H2160 Duindoornstruweel tussen Tweede Korfwater en de zeereep (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
80 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.9.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2160 volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-40 en Figuur 4-41.
Figuur 4-40 Verspreiding habitattype H2160 volgens de vigerende habitattypenkaart (bruin, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 1,92 ha. De oppervlakte van het habitattype in de Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 0,63 ha. Het grootste deel van het habitattype ligt in de Pettemerduinen. De oppervlakte van het habitattype in de Pettemerduinen lijkt daarmee relatief sterk toegenomen ten opzichte van de habitattypenkaart.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
81 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-41 Verspreiding habitattype H2160 op basis van de vegetatiekartering 2020
4.9.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-37 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2160. In de vegetatiekartering van 2020 zijn vijf lokale typen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn voornamelijk vegetaties die behoren tot de associatie van duindoorn en kruipwilg (38Aa1 volgens de gereviseerde Vegetatie van Nederland), de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-38). Volgens het profielendocument heeft een deel van deze vegetaties een matige kwaliteit, omdat het in de oude indeling van de Vegetatie van Nederland bij rompgemeenschappen werden ingedeeld. Volgens de gereviseerde indeling kan aan deze lokale typen ook een goede kwaliteit toebedeeld worden, wellicht met uitzondering van lokaal type 37B-5, dat gekenmerkt wordt door een hoge bedekking van duinriet. De vegetatiekundige kwaliteit is daarmee matig tot goed. In 2004 was ca. 80 % van het habitattype nog van matige kwaliteit.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
82 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-37 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2160
Code
Naam
Kwaliteit Beperkende criteria
37Ac1
Associatie van duindoorn en vlier
Goed
Mits duindoorn aanwezig
37Ac2
Associatie van duindoorn en liguster
Goed
Mits duindoorn aanwezig
37Ac3
Associatie van wegedoorn en éénstijlige meidoorn
Goed
Mits duindoorn aanwezig
Rompgemeenschap met duindoorn en 37-RG1zeemelkdistel van het liguster-verbond/het Matig [37Ac/23Ab] helm-verbond Rompgemeenschap met duindoorn en 37-RG2korstmos van het liguster-verbond/het [37Ac/14Ca] duinsterretjes-verbond
Matig
Rompgemeenschap met duindoorn en duinriet van het liguster-verbond/het verbond der droge, kalkrijke graslanden
Matig
37-RG3[37Ac/14b]
Tabel 4-38 Aanwezige vegetatietypen H2160 Pettemerduinen Lokaal type
VvN-type
rVvNtype
Naam
Syntaxon
Oppervlakte
Kwaliteit
37B-4
37RG01, 37RG02
38Aa01b
Duindoornstruweel, vorm met duingraslandsoorten
Associatie van duindoorn en kruipwilg, subassociatie met duinsterretje
0,17
Matig
37B-5
37RG03?
38Aa
Duindoornstruweel, vorm met duinriet
Kruipwilg-verbond
0,70
Matig
37B-6
-
38Ab
Duindoornstruweel, vorm met gewone eikvaren en wilde kamperfoelie*
Verbond van liguster en duindoorn
0,08
Goed
37B-7
37RG01
38Aa01a
Duindoornstruweel, vorm met zeemelkdistel en bitterzoet
Associatie van duindoorn en kruipwilg, subassociatie met zeemelkdistel
0,01
Matig
37B1-1
37Ac01
38Aa01d
Duindoornstruweel, vorm met gewone vlier
Associatie van duindoorn en kruipwilg, subassociatie met gewone vlier
0,96
Goed
Oppervlakte goed
1,04 (54%)
Oppervlakte matig
0,88 (46%)
Totale oppervlakte
1,92
*Dit vegetatietype staat niet in het profielendocument, en is nieuw opgenomen in de Vegetatie van Nederland. Gezien de vegetatiekundige kenmerken is het wel aan dit habitattype toegekend, met een goede kwaliteit.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
83 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Typische soorten In Tabel 4-39 zijn de typische soorten voor dit habitattype opgenomen. Aangegeven is welke soorten in de Pettemerduinen zijn aangetroffen.
Figuur 4-42 Waarnemingen typische soorten H2160 Duindoornstruwelen (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Aan dit habitattype zijn twee typische soorten verbonden, egelantier en nachtegaal. De nachtegaal wordt regelmatig in de Pettemerduinen aangetroffen, maar buiten (de zeer kleine) voorkomens van dit habitattype. Egelantier is niet aangetroffen in de Pettemerduinen maar wel in het Zwanenwater (Figuur 4-42). De kwaliteit van het habitattype op basis van typische soorten is daarmee matig. Tabel 4-39 Typische soorten van het habitattype H2160
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Egelantier
Rosa rubiginosa
Vaatplanten
K
Ja
Nee
Nachtegaal
Luscinia megarhynchos ssp. megarhynchos
Vogels
Cb
Ja
Ja
* Cb = constante soort goede biotische structuur; K = karakteristieke soort
Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-40 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is goed.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
84 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-40 Beoordeling kwaliteit H2160 op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Gering aandeel van exoten
Goed
In de vegetatie-opnames komt Amerikaanse vogelkers niet of nauwelijks voor
Optimale functionele omvang: vanaf enkele hectares
Goed
Huidige omvang in de Pettemerduinen is ca. 2 ha.
Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2160 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
Inwaai van zand (voor vestiging van Duindoorn en voorkoming van verzuring). Waarschijnlijk vindt in het gebied enige overstuiving plaats, vanuit de zandsuppleties voor de kust en vanuit plaatselijke stuifkuilen. • (Lokale) toevoer van organisch materiaal (voor de vestiging van andere soorten struiken). Het is onbekend in welke mate dit in de Pettemerduinen plaatsvindt, maar waarschijnlijk is daar wel in enige mate) sprake van. • Gevoeligheid voor stikstofdepositie: gevoelig (KDW 2000 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen geen overschrijding van de KDW op. Het habitattype voldoet daarmee overwegend aan de kwaliteitseisen vanuit de omgeving.
4.9.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-41 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2160 in de Pettemerduinen is goed. Tabel 4-41 Integrale beoordeling kwaliteit H2160
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Goed
54-65 % van het habitattype heeft een goede kwaliteit
Typische soorten
Matig
Alleen nachtegaal komt voor (50% van typische soorten)
Structuur en functie
Goed
Omgevingsfactoren
Goed
Omgevingsfactoren zijn gunstig
Goed
De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is overwegend goed. Duindoornstruwelen ontwikkelen zich in de kalkarme duinen minder optimaal dan in de kalkrijke duinen. De enige negatieve factor is het ontbreken van de egelantier.
Totaal
In het beheerplan is de kwaliteit van dit habitattype niet beoordeeld.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
85 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.10
H2170 Kruipwilgstruwelen
4.10.1
Kenmerken habitattype
Het habitattype betreft door kruipwilg (Salix repens) gedomineerde begroeiingen in de duinen (of verwante plaatsen in het kustgebied), op vochtige of natte plaatsen. Ze vormen een successiestadium dat volgt op vegetaties die behoren tot de Vochtige duinvalleien (H2190). Ze ontwikkelen zich op plaatsen waar zich een laag ruwe humus heef t weten op te bouwen. Rond en klein wintergroen zijn kenmerkende plantensoorten. De soortenrijkste struwelen zijn op plekken te vinden die niet te zeer ontkalkt zijn. Begroeiingen met kruipwilg zijn geenszins tot dit habitattype beperkt. Nauw verwant aan dit habitattype zijn kruipwilgstruwelen met kraaihei: deze behoren tot Duinheiden met kraaihei (H2140). Natte duinvalleien waarin kruipwilg een ondergeschikte rol speelt, behoren evenmin tot het habitattype (ze kunnen wel tot H2190 behoren, maar als grauwe of geoorde wilg domineert, is het geen habitattype meer). Kruipwilgbegroeiingen op droge plaatsen kunnen voorkomen binnen droge duingraslanden (H2130); indien duindoorn domineert, betreft het Duindoornstruwelen (H2160).
Figuur 4-43 Kruipwilg op duinhelling tussen Tweede Korfwater en de zeereep (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
4.10.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2170 volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-44 en Figuur 4-45. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 8,07 ha. De totale oppervlakte van het habitattype de Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 3,34 ha. Dit habitattype komt vrijwel alleen in de Pettemerduinen voor. De oppervlakte en verspreiding van het habitattype in de Pettemerduinen is sterk toegenomen ten opzichte van de vigerende habitattypenkaart. Een deel van het habitattype komt voor in duinvalleien in mozaïek met andere vegetatietypen van duinvalleien. Mogelijk zijn deze vegetaties bij de vroegere vegetatiekartering anders ingedeeld. Gedeeltelijk kan dit verklaard worden door verschillende interpretaties bij de vegetatiekarteringen en/of de karteerschaal. Kleine kruipwilgstruwelen zijn in 2020 vaker uitgekarteerd dan in 2004. Ook is het Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
86 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
mogelijk dat een verruiging van duinvalleien heeft geleid tot een toename van Kruipwilgstruwelen, zij het dat de oppervlakte van het habitattype H2190 niet is afgenomen.
Figuur 4-44 Verspreiding habitattype H2170 volgens de vigerende habitattypenkaart (donkerbruin, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
87 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-45 Verspreiding habitattype H2170 op basis van de vegetatiekartering 2020
4.10.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-42 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2170. Tabel 4-42 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2170
Code
Naam
Kwaliteit Beperkende criteria
9-RG1-[9]
Rompgemeenschap met addertong en duinriet van de Klasse der kleine zeggen
Matig
20AB4
Associatie van wintergroen en kruipwilg
Goed
36Ac2c
Associatie van grauwe wilg (subassociatie Matig met kruipwilg)
Mits kruipwilg dominant
Mits kruipwilg dominant
De kruipwilgstruwelen die in 2004 voorkwamen hadden alle een matige kwaliteit. In de vegetatiekartering van 2020 zijn vijf lokale typen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn voornamelijk vegetaties die behoren tot het kruipwilg-verbond (38Aa volgens de gereviseerde Vegetatie van Nederland), de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-38). Ook zijn er overgangen naar vegetaties van het knopbies-verbond, waaruit kruipwilgstruwelen vaak ontstaan bij voortgaande successie. De vegetaties hebben over het algemeen een matige kwaliteit door opslag van dauwbraam, duinriet en grauwe wilg. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
88 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Tabel 4-43 Aanwezige vegetatietypen H2170 Pettemerduinen Lokaal type
VvN-type
rVvNtype
Naam
Syntaxon
Oppervlakte
Kwaliteit
09-1
09Ba
09Ba
Kruipwilgstruweel, vorm met gewone wederik, gele lis en duinriet
Knopbies-verbond
0,95
Matig
14-2
-
38Aa
Kruipwilgstruweel, vorm met dauwbraam en duinriet*
Kruipwilg-verbond
5,66
Matig
14-3
-
38Aa
Kruipwilgstruweel, vorm met gewone eikvaren en wilde kamperfoelie*
Kruipwilg-verbond
0,16
Matig
20-1
20Ab04
38Aa02
Kruipwilgstruweel met rond wintergroen en/of klein wintergroen
Associatie van wintergroen en kruipwilg
0,21
Goed
36A2-5
36Aa02c
39Aa02c
Grauwe wilgenstruweel, vorm met kruipwilg en duinriet
Associatie van grauwe wilg, subassociatie met kruipwilg
1,12
Matig
Oppervlakte goed
0,21 (4%)
Oppervlakte matig
7,89 (96%)
Totale oppervlakte
8,10
*Deze vegetatietypen staat niet in het profielendocument, en zijn nieuw opgenomen in de Vegetatie van Nederland. Gezien de vegetatiekundige kenmerken is het wel aan dit habitattype toegekend, met een matige kwaliteit.*
Typische soorten Aan dit habitattype zijn twee typische soorten verbonden, rond en klein wintergroen. Beide soorten komen voor in de Pettemerduinen, maar in de NDFF is klein wintergroen alleen opgenomen voor het Zwanenwater. Klein wintergroen is bij de recente vegetatiekartering in het noordelijk deel van de Pettemerduinen aangetroffen. Rond wintergroen komt algemeen voor in het hele gebied (Langbroek et al, 2021b). De verspreiding van beide soorten komt sterk overeen met de verspreiding van het habitattype H2170. De kwaliteit op basis van voorkomen van typische soorten is daarmee goed. Tabel 4-44 Typische soorten van het habitattype H2170
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Categorie*
Regionale soort
Aangetroffen
Klein wintergroen
Pyrola minor
Vaatplanten
K
Ja
Ja
Rond wintergroen
Pyrola rotundifolia
Vaatplanten
K
Ja
Ja
*K = Karakteristieke soort
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
89 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-46 Waarnemingen typische soorten H2170 Kruipwilgstruwelen (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).
Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-45 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is goed. Tabel 4-45 Beoordeling kwaliteit H2170 op basis van structuur en functie Criterium
Beoordeling
Toelichting
Optimale functionele omvang: vanaf 2 honderden m
Goed
Huidige omvang in de Pettemerduinen is ruim 8 ha, zij het deels versnipperd in een groot aantal kleine vlakken of mozaïeken met andere habitattypen
Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2160 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •
•
Toevoer van grondwater is noodzakelijk. Instuiving van kalkhoudend zand voorkomt verdere verzuring en bevordert de instandhouding van dit type. Periodieke verjonging en nieuwvorming van duinvalleien is nodig voor instandhouding op de lange termijn. Waarschijnlijk vindt in het gebied enige overstuiving plaats, vanuit de zandsuppleties voor de kust en vanuit plaatselijke stuifkuilen. De valleien in de Pettemerduinen staan, in ieder geval in delen van het jaar, onder invloed van toestromend grondwater. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: gevoelig (KDW 2286 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen geen overschrijding van de KDW op.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
90 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Het habitattype voldoet daarmee aan de kwaliteitseisen vanuit de omgeving.
4.10.4
Kwaliteitsbeoordeling
In Tabel 4-46 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2170 in de Pettemerduinen is overwegend goed, zij het dat de vegetatiekundige kwaliteit overwegend matig is. Het eindoordeel is daarmee goed. Tabel 4-46 Integrale beoordeling kwaliteit H2170
Criterium
Beoordeling
Toelichting
Vegetatietypen
Matig
96% van het habitattype heeft een matige vegetatiekundige kwaliteit
Typische soorten
Goed
Beide typische soorten komen voor
Structuur en functie
Goed
Omgevingsfactoren
Goed
Omgevingsfactoren zijn gunstig
Totaal
Goed
De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is matig tot goed
In het beheerplan is de kwaliteit als goed beoordeeld.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
91 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
4.11
H2180A Duinbossen (droog)
4.11.1
Kenmerken habitattype
Dit habitattype betreft natuurlijke of halfnatuurlijke loofbossen in de kustduinen, met sterk uiteenlopende kenmerken. Vaak is de zomereik de dominante boomsoort, maar met name in duinvalleien en in de meest landinwaarts gelegen gedeelten spelen (ook) andere boomsoorten een belangrijke rol. De kruidlaag kan zeer soortenrijk zijn. De meeste van de samenstellende vegetaties komen ook (of zelfs vooral) buiten de duinen voor. Het aantal werkelijk kenmerkende soorten is dan ook gering. Doordat het grootste deel van het duingebied relatief jong is en tot het begin van de twintigste eeuw intensief werd begraasd, zijn er maar weinig oude bossen die een beeld geven van het type vegetatie dat bij ongestoorde ontwikkeling te verwachten is. In de middenduinen en de buitenduinen is spontane bosvorming vrijwel beperkt tot de duinvalleien, waar zich in eerste instantie vooral berkenbossen vormen. Op de hogere delen van de midden- en buitenduinen is de natuurlijke vegetatiesuccessie meestal nog niet verder gekomen dan hoge struwelen, en zijn de meeste bossen recent aangeplant (met bijvoorbeeld grauwe abeel). Het is daarom lastig een goede karakterisering van (natuurlijke) duinbossen te geven. Tot het subtype H2180Abe behoren de bossen op de meest voedselarme en droge standplaatsen. Het gaat hierbij om Berken-Eikenbossen.
Dit habitattype komt vooral voor op de meest diep ontkalkte delen in de binnenduinrand van de relatief jonge duinen in het gebied. De bodems zijn meestal relatief zuur en in dat geval is sprake van een slechte strooiselvertering. In het jongere midden- en buitenduin is de vegetatieontwikkeling meestal niet zo ver voortgeschreden dat zich al droge duinbossen hebben ontwikkeld. Daarbij komt dat de mogelijkheden voor bosontwikkeling hier sterk geremd worden door de invloed van zeewind en inwaai van zand en zout. De meeste droge duinbossen zijn hier aangeplant en worden niet zelden aan de loef zijde geleidelijk weer door de wind opgerold (Provincie Noord-Holland, 2017b).
Figuur 4-47 H2180 Duinbossen (droog) met zomereik en gewone eikvaren, zonder opslag van Amerikaanse vogelkers (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021) Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
92 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-48 Eikenbos met ondergroei van gewone eikvaren en opslag van Amerikaanse vogelkers. Deze bossen kwalificeren niet (meer) als H2180A (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)
4.11.2
Voorkomen in de Pettemerduinen
De verspreiding van het habitattype H2180A volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-49 en Figuur 4-50. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 0,63 ha. De totale oppervlakte van het habitattype in de Pettemerduinen volgens de vigerende habitattypenkaart is 5,24 ha. Dit habitattype komt vrijwel alleen in de Pettemerduinen voor. De oppervlakte en verspreiding van het habitattype in de Pettemerduinen is sterk afgenomen ten opzichte van de vigerende habitattypenkaart. In het Pettemerbos zijn nog enkele percelen aanwezig, Mogelijk is dit veroorzaakt door een toename van Amerikaanse vogelkers in deze bossen (bij bedekkingen boven de 20% kwalif iceren deze bossen niet meer). In het dennenbos in het noorden van de Pettemerduinen komt het habitattype niet voor.
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
93 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-49 Verspreiding habitattype H2180A volgens de vigerende habitattypenkaart (donkergroen, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).
Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
94 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
Figuur 4-50 Verspreiding habitattype H2180A op basis van de vegetatiekartering 2020
Tabel 4-47 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2180A
Code
Naam
Kwaliteit
42Aa1
Berken-Eikenbos
Goed
42Aa2c
Beuken-Eikenbos, subassociatie met Lelietje-van-dalen
Goed
42Aa2e
Berken-Eikenbos, subassociatie met witbol
Goed
42Aa3a
Bochtige smele-Beukenbos, subassociatie met kussentjesmos
Matig
42Aa3b
Bochtige smele-Beukenbos, typische subassociatie
Goed
43Aa3a
Meidoorn-Berkenbos, typische subassociatie
Goed
SBB-042A-c
Rompgemeenschap met zomereik en gaffeltandmos van het Zomereik -verbond Matig
4.11.3
Kwaliteitsanalyse
Vegetatietypen Tabel 4-47 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2180A. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021
95 van 153
ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN
In de vegetatiekartering van 2020 is één lokaal type aangetroffen dat behoort tot dit habitattype. Het is een rompgemeenschap van eikenbos met zandzegge en eikvaren, dat een matige kwaliteit van het habitattype weerspiegelt, o.a. door het optreden van Amerikaanse vogelkers. Het habitattype komt beperkt voor in het Pettemerbos (Tabel 4-48). In het Pettemerbos zijn in 2020 bijna 10 hectare andere loofbossen aangetroffen met zomereik en in mindere mate esdoorn of Amerikaanse eik. Deze bossen behoren niet tot het habitattype H2180A. Het meest voorkomende type 42A-3 wordt gekenmerkt door opslag van Amerikaanse vogelkers, en kan als een gedegenereerde vorm van het habitattype worden beschouwd. De kwaliteit van de droge bossen in de Pettemerduinen is daardoor matig tot slecht. De kwaliteit van de weinige bossen die nog behoren tot het habitattype H2180A is matig. Tabel 4-48 Aanwezige vegetatietypen H2180A Pettemerduinen Lokaal type