BP Kanaalkade 74 toelichting en regels
Tekst van het document
Kanaalkade 74, ‘t Zand
Bestemmingsplan
versie datum
Vast te stellen 28 september 2023
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.5
Beleid ............................................................................................................................ 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 8 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .................................................................................. 8 Nationaal waterbeleid ................................................................................................... 9 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 10 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ............... 10 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 11 Omgevingsvisie Schagen ........................................................................................... 11 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 12 Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................... 12 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water ........................................................................................................................... 13 Natuur ......................................................................................................................... 13 Geluid .......................................................................................................................... 14 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 15 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 15 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 15 Externe veiligheid ........................................................................................................ 16 M.e.r.-beoordeling .......................................................................................................
16 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 16
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 17 Algemeen .................................................................................................................... 17 Verbeelding ................................................................................................................. 17 Planregels ................................................................................................................... 17 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 19
6
Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 20
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 21 Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro ................................................................................. 21 Procedure bestemmingsplan ...................................................................................... 21
DNS Planvorming BV
2/36
REGELS .................................................................................................................................... 22 Hoofdstuk 1
Inleidende regels ............................................................................................. 23
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels ......................................................................................... 26
Hoofdstuk 3
Algemene regels.............................................................................................. 31
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels ................................................................................ 35
DNS Planvorming BV
3/36
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Oostwouder Tank- & Silobouw BV, gevestigd aan de Kanaalkade 74 in ’t Zand, heeft het voornemen om een aangrenzend stuk grond (groen en water) aan haar bedrijfsterrein toe te voegen. Als compensatie zal een strook grond dat thans een bedrijfsbestemming heeft, wijzigen naar de bestemming Groen en als zodanig worden ingericht. Hier vindt ook de benodigde watercompensatie plaats als gevolg van de toename aan verharding en een te dempen greppel op het bedrijfsterrein. De gemeente Schagen wil meewerken aan het initiatief omdat met het plan de groenstructuur langs de dijk kan worden doorgezet. Het voornemen is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarbij de voorgenomen ontwikkeling op de locatie planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
De locatie is gelegen aan de noordzijde van het bedrijventerrein Kolksluis in ’t Zand. Het plangebied is in totaal circa 2.200 m² groot.
Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied (bron: Google Maps)
DNS Planvorming BV
4/36
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten’, zoals vastgesteld op 28 september 2010 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zijpe. In dit bestemmingsplan hebben de gronden van het plangebied de bestemming Bedrijf, Groen en Water. Binnen de bestemming Bedrijf geldt ter plaatse de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’. Tevens geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische waarden.
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan met plangebied rood omlijnd (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’ Bestemmingen: Bedrijf (paars), Groen (groen) en Water (blauw)
Naast het bestemmingsplan ‘Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten’ geldt ter plaatse van het plangebied ook het paraplubestemmingsplan ‘parapluplan Parkeren (vastgesteld op 7 november 2017) en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020). Op het paraplu-omgevingsplan 1e tranche is op 14 december 2021 een herstelbesluit genomen. Op 1 april 2022 is het plan in werking getreden.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.
DNS Planvorming BV
5/36
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Aan de Kanaalkade 74 in ’t Zand is Oostwouder Tank- en Silobouw BV gevestigd. Het betreft een zelfstandig familiebedrijf dat ruim 40 jaar ervaring heeft in het bouwen van silo’s en opslagtanks. Vanaf 1990 is het bedrijf gespecialiseerd in roestvrijstaal gelaste opslagtanks. Vanwege de ligging van het bedrijf aan het Noordhollandsch Kanaal kunnen de grote opslagtanks als geheel aan klanten worden geleverd.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie vanuit het noorden
2.2
Toekomstige situatie
Oostwouder Tank- en Silobouw BV heeft het voornemen om een aangrenzend stuk grond en water/greppel aan het bedrijfsterrein toe te voegen. De belangrijkste reden is dat in de huidige situatie de ruimte beperkt is om de steeds groter wordende opslagtanks, vanuit de werkplaats naar het opslagterrein aan het kanaal te transporteren. Tevens ontstaat met het plan meer ruimte op het opslagterrein. De gronden die bij het bedrijfsterrein worden betrokken, bestaan deels uit groen en een bestaande waterloop en zijn in eigendom bij de gemeente. Met de gemeente zijn afspraken gemaakt over een grondruil. Als compensatie voor het in gebruik nemen van de gronden die nu in eigendom zijn bij de gemeente (ca. 737 m²), zal een strook grond dat thans een
Pagina 6 van 36
Planbeschrijving
bedrijfsbestemming heeft wijzigen naar de bestemming Groen en als zodanig worden ingericht. Hier vindt ook de benodigde watercompensatie plaats als gevolg van de toename aan verharding en een te dempen greppel op het bedrijfsterrein. Met het plan zal de bestaande groenstructuur langs de dijk worden doorgezet. In afbeelding 2.2 is het huidige en toekomstige gebruik op kaart weergegeven.
Afbeelding 2.2: Situatietekening toekomstige situatie
In onderstaande tabel zijn de oppervlaktes weergegeven. Oppervlaktes bestemmingen Bedrijf Groen Water
Huidig 1.226 m2 693 m2 340 m2
Toekomstig 1.033 m2 1.226 m2 -
Tabel 1: Oppervlaktes bestemmingen
DNS Planvorming BV
7/36
Beleid
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige uitbreidingsbehoefte van een bestaand bedrijf op een bestaand bedrijventerrein.
3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
DNS Planvorming BV
8/36
Beleid
Betekenis voor het project De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met onderhavig bestemmingsplan is uitsluitend sprake van een gebruikswijziging. Er worden geen extra bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie1 volgt dat een uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m² en een kantoor met 540 m² niet worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gelet op de beperkte omvang. In het onderhavige geval is sprake van een netto afname van bedrijfsterrein van 193 m² (zie tabel 2.1 op bladzijde 7: 1.033 m² - 1.226 m²) waarbij dus uitsluitend sprake is van een gebruikswijziging. De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Ondanks het feit dat de ladder niet hoeft te worden doorlopen, kan worden opgemerkt dat de ontwikkeling in lijn is met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik.
Met de gebruikswijziging wordt voorzien in de aanwezige uitbreidingsbehoefte van een bestaand bedrijf dat gebonden is aan de huidige locatie, door middel van de aankoop van ‘snippergroen’ en compensatie in de vorm van grondruil. 3.2.3 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000).
Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering 1 Uitspraak van de ABRS d.d. 23 april 2014 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2014:1442 en 24 augustus 2016 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2016:2319
DNS Planvorming BV
9/36
Beleid
van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project De locatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied en zoals in paragraaf 3.2.2 is aangegeven is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Het onderhavige plan is passend binnen de regels van de Omgevingsverordening. De locatie ligt binnen de beschermingszone van de regionale waterkering. In de Omgevingsverordening is bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied Regionale waterkering een ruimtelijk plan de waterkerende functie moet beschermen door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels. De regels van de bestemmingen Bedrijf en Groen – Ecologisch zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Voor het dempen van water en de toename aan verharding is op 22 juli 2022 watervergunning verleend (zie paragraaf 4.3).
DNS Planvorming BV
10/36
Beleid
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat ruimte wordt geboden aan ondernemers. Tevens dient rekening te worden gehouden met een goede inpassing in het landschap. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de uitbreidingsbehoefte van een bestaand bedrijf binnen bestaand stedelijk gebied.
3.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.
DNS Planvorming BV
11/36
Milieu- en omgevingsaspecten
4
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Als gevolg van het verdrag van Valletta (Malta) is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Betekenis voor het project Ten behoeve van het bestemmingsplan is een archeologische en cultuurhistorische quickscan uitgevoerd2. Deze is als bijlage opgenomen. Op basis van de in de quickscan geraadpleegde bronnen geldt een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de Nieuwe tijd. Voor het aanwezige veen in de ondergrond geldt een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen. Deze worden niet bedreigd door de voorgenomen grondwerkzaamheden. De op de planlocatie aanwezige dubbelbestemming WaardeArcheologie 3 kan gewijzigd worden in Waarde-Archeologie 4 (conform de beleidskaart archeologie). Voor bouwwerken en of grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan resp.
2.500 m² en een diepte van meer dan 200 centimeter moet door middel van een rapport/quickscan worden aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Wat betreft cultuurhistorie is de ligging ten opzichte van de Zijperdijk van belang. De historische waterlopen zijn in het plangebied nauwelijks meer aanwezig. De aanleg van het Noordhollandsch Kanaal in het beging van de 19de eeuw heeft de oorspronkelijke 17de -eeuwse verkaveling doorbroken. De in 1822 aangelegde Kolksluis of Zijperkeersluis is een gemeentelijk monument. In het vigerende bestemmingsplan is geen dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie opgenomen. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen de beoogde ontwikkeling. De aanwezige cultuurhistorische elementen die zijn geïnventariseerd ter hoogte van het plangebied worden door de beoogde ontwikkeling versterkt.
4.2
Bodemkwaliteit
In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. 2
Archeologische Quickscan Kanaalkade 74 ’t Zand, Archeologie Wet-Friesland, 28 april 2021
DNS Planvorming BV
12/36
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Tevens wordt weergegeven waar vroeger (verdachte) activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De informatie van het Bodemloket geeft voor de locatie geen aandachtspunten aan. Met dit bestemmingsplan worden, gelet op de Regeling bodemkwaliteit, geen meer gevoelige functies mogelijk gemaakt ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de thans beschikbare informatie is er geen aanleiding om aan te nemen dat de resultaten een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3
Water
Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Voor het plan is advies aangevraagd bij het HHNK in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl3. Hierbij is door HHNK aangegeven dat het plan een zodanige invloed heeft op de waterhuishouding dat de normale procedure wordt gevolgd voor de watertoets. Reden is de toename aan verharding en plaatselijke demping van een watergang (greppel). Het te dempen wateroppervlak en de toename aan verharding is reeds gecompenseerd binnen het aan te leggen groengebied. Hier is op 22 juli 2022 watervergunning voor verleend door HHNK. Het afstromende hemelwater op de nieuwe verharding wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater.
4.4
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Door ecologisch bureau Van der Goes en Groot is een ecologische quickscan uitgevoerd4. De resultaten zijn hieronder toegelicht. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa drie kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied; Duinen Den Helder - Callantsoog. Op circa 4 kilometer zijn de Natura 2000-gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen en Noordzeekustzone aanwezig. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. In verband met de stikstofemissie door de herinrichting van de gronden zijn berekeningen met het programma Aerius uitgevoerd5. De maximale projectbijdrage in de aanlegfase is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie 3
Advies Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 17 augustus 2020 Kanaalkade 74 te ‘t Zand - Toetsing in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes en Groot, 6 maart 2020 5 Stikstofberekening Kanaalkade 74 ‘t Zand, DNS Planvorming BV, 10 mei 2023 4
DNS Planvorming BV
13/36
Milieu- en omgevingsaspecten
die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Daarnaast is geen sprake van weidevogelleefgebied. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Uit het natuuronderzoek volgt dat het onderzoeksgebied in potentie geschikt is voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen.
Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. In het onderzoeksgebied kunnen beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd als ‘andere soort’. Het gaat om de kleine marterachtigen Wezel en Hermelijn. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is nader onderzoek uitgevoerd naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten6. Tijdens de inventarisatie zijn geen kleine marters aangetroffen. Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van kleine marters of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen. Voor mogelijk incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Boomvalk, Buizerd, Havik en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is.
De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Het aspect natuur staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.5
Geluid
In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Betekenis voor het project De Wet geluidhinder (Wgh) is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. Omdat met de voorgenomen ontwikkeling geen geluidgevoelige functie wordt gerealiseerd is wegverkeerslawaai en spoorweglawaai niet relevant. In paragraaf 4.6 wordt ingegaan op geluid afkomstig van het bedrijventerrein ten opzichte van omliggende geluidgevoelige functies.
6 Inventarisatie Kanaalkade 74 te ’t Zand – Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes en Groot, 12 juni 2020
DNS Planvorming BV
14/36
Milieu- en omgevingsaspecten
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen woningen en bedrijven met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Deze afstanden gelden in eerste instantie voor woningen in een rustig woongebied. Voor categorie 4.2 bedrijven geldt een richtafstand van 300 meter. Voor enkele bestaande woningen in de omgeving wordt in de huidige situatie al niet aan deze richtafstand voldaan. De uitbreiding van het bedrijventerrein vindt niet plaats aan de zijde van deze woningen.
Daarnaast krijgt de meest noordelijke hoek van het bedrijventerrein, waar de woningen het dichtst bij staan, met dit bestemmingsplan een groenbestemming. Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot extra verkeersgeneratie of een grotere parkeerbehoefte.
4.8
Luchtkwaliteit
De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Uit artikel 5.16 lid 1 van de Wm blijkt dat het project toelaatbaar is indien het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Daarnaast dient te alle tijde dient rekening te worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening. Betekenis voor het project Als gevolg van de bestemmingswijziging zal het verkeer van en naar de locatie niet toenemen.
DNS Planvorming BV
15/36
Milieu- en omgevingsaspecten
Het project draagt niet bij aan de luchtverontreiniging. Luchtkwaliteit vormt geen knelpunt voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.9
Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Betekenis voor het project Er worden geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Er zijn voor het plan geen belemmeringen aanwezig op het gebied van externe veiligheid.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. In dit geval is uitsluitende sprake van een gebruikswijziging van een beperkt oppervlak binnen bestaand stedelijk gebied. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het is daarnaast uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Terzijde wordt opgemerkt dat uit de voorgaande beoordeling van de verschillende milieuaspecten, zoals hiervoor beschreven, de conclusie volgt dat geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, wordt bevestigd.
4.11
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
16/36
Juridische planbeschrijving
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Groen - Ecologisch Bedrijf Waarde – Archeologie 4 De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming;
DNS Planvorming BV
17/36
Juridische planbeschrijving
b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen:
Artikel 3: Bedrijf De regels van de bestemming Bedrijf, die ter plaatse relevant zijn, zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten’. Er is geen bouwvlak op de verbeelding opgenomen waardoor het oprichten van bebouwing niet is toegestaan. Artikel 4: Groen – Ecologisch De regels van de bestemming Groen – Ecologisch zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Petten, ’t Zand, Callantsoog, Groote Keeten’. Artikel 5: Waarde – Archeologie 4 Om de archeologische waarden in een gebied te beschermen is er een dubbelbestemming toegekend aan de gronden. Aan deze bestemming zijn regels verbonden als het gaat om grondbewerking. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij een planomvang van meer dan 2.500 m² en een grondbewerking dieper dan 200 cm. Hoofdstuk 2 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 6: Antidubbeltelregel Op grond van de anti-dubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 7: Algemene bouwregels Op basis van dit artikel zijn specifieke kleine overschrijdingen van grenzen in het horizontale vlak bij recht toegestaan. In de algemene bouwregels is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Artikel 8: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van geringe overschrijdingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.
Artikel 10: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
18/36
Juridische planbeschrijving
Artikel 11: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.4
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
19/36
Financiële uitvoerbaarheid
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven. In het onderhavige geval is geen sprake van een bouwplan waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet nodig is. De kosten voor de uitvoering van het plan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente gesloten. Er vindt een grondruil plaats met ‘gesloten beurs’. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in de legesverordening. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
20/36
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Landschap Noord-Holland. HHNK heeft voor de demping, toename aan verharding en de watercompensatie een watervergunning verleend. Door Landschap Noord-Holland is aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen het plan, onder voorwaarde dat het onderhoud van de nieuwe waterloop door Oostwouder Tank- en Silobouw BV of de gemeente wordt uitgevoerd. Hier wordt invulling aan gegeven. Na overdracht van de gronden zal het onderhoud door de gemeente worden uitgevoerd.
7.2
Procedure bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 8 augustus 2023 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Pagina 21 van 36
REGELS
REGELS
DNS Planvorming BV
22/36
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘Kanaalkade 74, ’t Zand’ met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPKANAALKADE74-VA01 van de gemeente Schagen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6
bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan. 1.7
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.8
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.10
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.11
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
DNS Planvorming BV
23/36
Hoofdstuk 1
1.12
Inleidende regels
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.13
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.14
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.15
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.16
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.17
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.18
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.19
prostitutie
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.20
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.21
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden.
DNS Planvorming BV
24/36
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Inleidende regels
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens
tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is.
DNS Planvorming BV
25/36
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven uit categorie 1 tot en met 4.2 uit de bij deze regels behorende bijlage 1 'Staat van Bedrijven', uitsluitend op gronden ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2". met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. water; f. terreinen; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 9 m bedragen; c. op gronden gelegen voor de naar de weg toegekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer is; d. op gronden gelegen achter de naar de weg toegekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 m bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken, uitgezonderd (inpandige) bedrijfswoningen, voor bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken voor detailhandel; c. opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,
DNS Planvorming BV
26/36
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.1 voor de vestiging van bedrijven die niet zijn genoemd in de bij deze regels behorende bijlage 1 opgenomen "Staat van Bedrijven", mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd en er geen sprake is van een hogere milieucategorie dan de aan de gronden op basis van lid 3.1 toegekende milieucategorie.
DNS Planvorming BV
27/36
Hoofdstuk 2
Artikel 4 4.1
Bestemmingsregels
Groen - Ecologisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Ecologisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van ecologische en natuurlijke waarden van de gronden; b. groenvoorzieningen; c. bermen en beplanting; d. onverharde paden; e. waterlopen en waterpartijen, met de daarbij behorende: f. openbare nutsvoorzieningen; g. terreinen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 9 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 4.3
Aanlegvergunning
4.3.1 Vergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het vergraven en/of dempen van sloten en andere watergangen, het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van de grondwaterstand; e. het vellen, rooien of verwijderen van houtgewassen; f. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; g. het aanbrengen van bodemdrainage; h. het aanbrengen van voorzieningen voor recreatief medegebruik. 4.3.2 Uitzondering Het in 4.3.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
4.3.3 Voorwaarde De aanlegvergunning wordt geweigerd indien door de uitvoering van de in sub a bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast.
DNS Planvorming BV
28/36
Hoofdstuk 2
Artikel 5 5.1
Bestemmingsregels
Waarde – Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen. 5.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 2500 m2 wordt uitgebreid; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de be-staande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 2500 m2 wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 2 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 2500 m2 of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 2500 m2 maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 2 m onder het maaiveld. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde in lid 5.2, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; 2. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Alvorens Burgemeester en Wethouders de ontheffing als bedoeld in lid 5.2 verlenen, wordt om deskundig advies op het gebied van archeologie gevraagd. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: 1.
het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; 2. het rooien of vellen van houtopstanden; 3. de aanleg van verhardingen met een groter oppervlak dan 2500 m2; 4. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; 5. het graven, verbreden of dempen van sloten alsmede het aanleggen en intensiveren van drainage; 6. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 2 m; 7. het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 2 m; 8. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
DNS Planvorming BV
29/36
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
b. De in sub a bedoelde vergunning is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden: 1. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; 2. die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c.
Een vergunning als bedoeld in sub a wordt slechts verleend, mits: 1. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; 2. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/ of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; 3. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord: een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden en/of een verplichting tot het doen van opgravingen; een verplichting de werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.