CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bodemonderzoek - P251477.rapport.01 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Aankoop gronden Gedempte Gracht17.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

,

,

Barium Per 1 april 2009 zijn de normen voor barium (voor wat betreft grond en baggerspecie) buiten werking gesteld tenzij verhoogde bariumgehalten in de grond of baggerspecie het gevolg zijn van een antropogene bron. In dat geval wordt zowel onder het voormalige als huidige beleid getoetst aan de voormalige Interventiewaarden (920 mg/kg ds voor toepassingen op landbodem en 625 mg/kg ds voor toepassingen in oppervlaktewater). Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem kan voorkomen. ,

,

PFAS Voor wat betreft de stofgroep PFAS zijn er nog geen normen opgenomen in het Bal/ Rbk 2022. Voor de stofgroep PFAS is getoetst aan de normen zoals opgenomen in het Handelingskader PFAS van december 2023 (vooralsnog is enkel getoetst aan de normen voor hergebruik op landbodem (categorie 4. 1)) en de ‘Beleidsregels PFAS Noord-Holland 2022’. De huidige normeringen zijn opgenomen in de tabellen op de volgende pagina. Opgemerkt wordt dat GenX valt onder de overige PFAS. .

,

Categorie

Norm

Toepassingssituatie OP DE LANDBODEM Grond en baggerspecie toepassen

Afhankelijk van de bodemfunctie en

Baggerspecie verspreiden als bedoeld in artikel 4.1269 , derde lid onder a van het Bal (verspreiden inclusief verspreiden in weilanddepots van baggerspecie afkomstig uit regionale wateren op aangrenzende percelen of op landbouwgronden gelegen tot 10 km afstand van de plaats van vrijkomen) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen

(overige) PFAS: 3 PFOA: 7

Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau , met inbegrip van grootschalige toepassing

Gebiedskwaliteit , indien niet bekend 01, Vervalt , zie categorie 4.1 , 4. 2 en 4. 3

4. 1

4. 2

4. 3 4. 4 4. 5

bodemkwaliteit , zie tabel 6

IN OPPERVLAKTEWATER 4. 6

Vervallen , zie categorie 4.8.2 , 4. 9. 1 en 4. 9. 2

Grond toepassen

Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 4.1269 , derde lid Toepasbaar , wel meten en toetsen onder b en c van het Bal) op uitschieters 1 Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in 4. 8. 1 toepassingen , als bedoeld in artikel 4.1269 , tweede lid onder f , g en h van het Bal Het in een ander oppervlaktewaterlichaam: Verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende • Rijkswater: Anders: oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 4.1269 , derde (overige) PFAS: 4. 8. 2 (overige) PFAS: 08, lid onder b van het Bal en 08, PFOS: 11, Het toepassen van baggerspecie en grond in toepassingen als PFOS: 37, • bedoeld in artikel 4.1269 , tweede lid onder f , g en h van het Bal. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende plassen die in (overige) PFAS: 08, 4. 9. 1 open verbinding staan met een rijkswater PFOS: 37, Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan (overige) PFAS: 08, 4. 9. 2 bedoeld onder 4. 9. 1 PFOS: 11, Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen. Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd.

Voor bagger uit ‘Regionale Wateren’ zijn de volgende zogenaamde P95-percentiel waarde afgeleid: PFOS : 22, µg/kg ds • PFOA : 09, µg/kg ds • EtFOSAA : 18, µg/kg ds • overige PFAS • : 08, µg/kg ds Hogere dan voornoemde waarden in bagger regionale wateren kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een puntbronvervuiling in de partij. Wat vervolgens de mogelijkheden zijn voor de betreffende partij , hangt onder meer af van de aantallen gemeten uitschieters , de hoogte van de gemeten waarden en de lokale situatie. Dit is aan het bevoegd gezag om te beoordelen. 4. 7

1

Bodemkwaliteitsklasse

Bodemfunctieklasse

Wonen of Industrie

(overige) PFAS

PFOA

30,

70,

14,

19,

Wonen of industrie

Landbouw/ natuur Landbouw/natuur , wonen of industrie

Landbouw/natuur

Binnen deze beleidsregels is gesteld dat een locatie niet verontreinigd is als de ‘achtergrondwaarde’ niet wordt overschreden welke voor PFOS PFOA en overige PFAS is vastgesteld op respectievelijk 14 µg/kg ds 19 µg/kg ds en 14 µg/kg ds. ,

,

,

,

,

Benadrukt wordt dat in het ‘Handelingskader PFAS’ onder bovenstaande tabellen nog diverse andere toelichtingen en verduidelijkingen zijn weergeven. Voor deze aanvullende toelichtingen en verduidelijkingen wordt verwezen naar het ‘Handelingskader PFAS’. Bovendien wordt opgemerkt dat de toetsing van PFAS niet is opgenomen in het toetsingsinstrument BoToVa en dat deze parameters handmatig getoetst dienen te worden aan de normen zoals opgenomen in genoemd handelingskader. Hierbij dient te worden opgemerkt dat rekening is gehouden met de (eventuele) bodemtypecorrectie zoals voor PFAS van toepassing is. Van de gemeten waarden dient bij een organisch stof percentage > 10% een bodemtypecorrectie plaats te

vinden. Bij

een

waarde

> 30%

dient

voor

de bodemtypecorrectie gerekend te worden

met

een

percentage van 30% organisch stof.

Bij historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) wordt onderscheid gemaakt in ‘niet verontreinigd’ ( < bovengenoemde achtergrondwaarden) ‘verontreinigd’ en de concentratie waarbij een sanering spoedeisend is (PFOS: 59 µg/kg ds en PFOA: 60 µg/kg ds). De betreffende normen komen overigens overeen met de onlangs gewijzigde en zogenaamde ‘Indicatieve Niveaus voor Ernstige verontreinigingen’ (INEV) zoals vastgesteld door het RIVM. Dit is het concentratieniveau vanaf wanneer er mogelijk onaanvaardbare risico’s zijn voor mens en milieu en zo ja er sanerende maatregelen genomen dienen te worden. ,

,

,

Toetsingskader werken in en met verontreinigde bodem De resultaten van de grond zijn voor eventuele grondwerkzaamheden (indicatief) getoetst aan de eisen uit de CROW-publicatie 400 (4 de gewijzigde druk november 2023). In de CROW 400 worden de veiligheidsklassen Oranje Rood en Zwart gehanteerd waarbij een onderscheid wordt gemaakt in Niet vluchtige - en Vluchtige stoffen (kookpunt < 350°C). Brand- en explosiegevaar en risico’s als gevolg van uitdamping van vluchtige stoffen worden in principe dagelijks bepaald aan de hand van de locatiespecifieke omstandigheden zoals ventilatie buitentemperatuur en werken met open vuur. ,

,

,

Als geen veiligheidsklasse van toepassing is dan geldt voor de grondwerkzaamheden het minimale niveau van risicobeheersing dat bekend staat als basishygiëne. Asbest De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader zoals opgenomen in het huidige beleid (BAL en de Regeling bodemkwaliteit 2022). Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van een eigen toetsing module. Net zoals in het voorgaande beleid is voor zowel (steenachtige) bouwstoffen (bv. puin slakken granulaten etc. ) als grond voor asbest een interventiewaarde op basis van een gewogen asbestconcentratie van 100 mg/kg ds vastgesteld. De hergebruikswaarde is gelijk aan de interventiewaarde. Het gewogen gemiddelde gehalte wordt bepaald door de concentratie serpentijnasbest te vermeerderen met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Voor asbest geldt geen achtergrondwaarde. Bij een concentratie lager dan 100 mg/kg ds (gewogen) wordt een bouwstof dan wel grond beschouwd als ‘asbestvrij’. ,

Als asbest in de contactzone ( < 05 meter beneden maaiveld) wordt aangetroffen en de concentratie hechtgebonden asbest bedraagt < 1. 000 mg/kg ds (gewogen) en/of de concentratie niet-hechtgebonden asbest bedraagt < 100 mg/kg ds (gewogen) is geen sprake van onaanvaardbare risico’s. Als de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden moet aan de hand van een risicobeoordeling worden vastgesteld of de verontreiniging onaanvaardbare risico’s oplevert en als dat het geval is moet in overleg met het bevoegd gezag worden vastgesteld of een sanering spoedeisend is.

,

,

,

Tevens wordt getoetst aan de criteria voor eventueel nader onderzoek zoals is gedefinieerd in de NEN5707. In de NEN5707 is opgenomen dat verder onderzoek niet noodzakelijk is indien de aangetroffen concentratie gelegen is onder ‘05 x interventiewaarde’ (zijnde 50 mg/kg ds). Dit aangezien het statistisch aannemelijk is dat de interventiewaarde (100 mg/kg ds) in een nader onderzoek eveneens niet wordt overschreden als de concentratie bij een verkennend onderzoek gelegen is onder dit criterium. ,

,

Harmenkaag 11 1741 LA SCHAGEN 0224 – 299346 info @prommenz.nl www. prommenz. nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16392516/1