CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Zienswijzenota ontwerpbp Transformatorstation Sint Maartensweg 14-10-2022 def

Oordeelsvormende vergadering 30 november 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg4.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg (RO-21-023)

14 oktober 2022

Inlichtingen bij Karin Mak Beleidsmedewerker Fysieke Leefomgeving Doorkiesnummer (0224) 210 206

1

A Procedure Het ontwerp bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg heeft vanaf 15 april 2022 zes weken ter inzage gelegen. In die periode kon door een ieder zienswijzen worden ingediend. Hiervan hebben de volgende personen/ instanties gebruik gemaakt: Kenmerk Zienswijze 1 Zienswijze 2 Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8 Zienswijze 9 Zienswijze 10 Zienswijze 11 Zienswijze 12 Zienswijze 13 Zienswijze 14 Zienswijze 15 Zienswijze 16 Zienswijze 17 Zienswijze 18 Zienswijze 19 Zienswijze 20 Zienswijze 21 Zienswijze 22 Zienswijze 23

RO-21-0230003 RO-21-0230004 RO-21-0230005 RO-21-0230006 RO-21-0230007 RO-21-0230008 RO-21-0230024 RO-21-0230021 RO-21-0230021 RO-21-0230022 RO-21-0230020 RO-21-0230019 RO-21-0230017 RO-21-0230016 RO-21-0230015 RO-21-0230014 RO-21-0230013 RO-21-0230012 RO-21-0230011 RO-21-0230010 RO-21-0230018 RO-21-0230023 RO-21-0230009

Ontvangst dd 29-4-2022 12-5-2022 11-5-2022 11-5-2022 11-5-2022 12-5-2022 27-5-2022 10-5-2022 10-5-2022 10-5-2022 10-5-2022 15-5-2022 13-5-2022 27-5-2022 26-5-2022 26-5-2022 27-5-2022 27-5-2022 12-5-2022 12-5-2022 13-5-2022 27-5-2022 26-5-2022

In deze nota zijn de naar voren gebrachte zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan op hoofdlijnen weergegeven en voorzien van een reactie. Omdat de zienswijzen veel overeenkomsten vertonen, is gekozen om alle gezamenlijk in één nota zienswijzen op te nemen en te beantwoorden. Tot slot wordt aangegeven of een zienswijze wel of niet heeft geleid tot een aanpassing in het bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg. Op de laatste bladzijde is een overzicht per zienswijze waar de antwoorden staan.

B Beoordeling Zienswijzen 1 Zienswijze voortraject Meerdere zienswijzen geven aan de betrokkenheid in een eerder stadium bij het project te missen. Reactie: De realisatie van dit transformatorstation is gebonden aan een specifiek zoekgebied, een technisch gebouw en beperkingen vanwege de ligging van verbindingen. Vanwege de technische aard van het project is er vooraf geen participatieproces opgestart en is volstaan met de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan. Vanwege de aard van het project is ervoor gekozen om naast de publicatie ook een persbericht uit te doen om te zorgen dat de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan zo breed mogelijk bekend werd gemaakt. Een ieder kan tijdens de inzagetermijn digitaal, mondeling of (bij voorkeur) schriftelijk zienswijzen naar voren brengen omtrent het ontwerpbestemmingsplan. Indien en voor zover rekening kan worden gehouden met de omgeving, zal dit zeker onderdeel worden van de besluitvorming. Onder andere naar aanleiding van deze casus hebben de provincie Noord-Holland, Liander en TenneT in overleg met gemeenten een plan van aanpak opgesteld hoe deze partijen de komende jaren gezamenlijk de realisatie van de energie-infrastructuur kunnen versnellen om de netcongestie op te lossen. Het vooraf opstellen van een participatieplan is hier onderdeel van en hier komen modellen voor.

Voor Schagen is onderhavig project een randvoorwaardelijk project. Doordat de omgeving Sint Maarten een eigen station krijgt, kunnen we de congestie van transformatorstation Schagen oplossen. Dit doen we door het vermogen van Schagen te verdelen over twee stations: Schagen en Sint Maarten. De omgeving Sint Maarten wordt dan niet meer vanuit Schagen gevoed maar vanaf een eigen station dichtbij de energievraag. Maar dit neemt niet weg dat betrokkenen in het voortraject beter geïnformeerd over het project hadden kunnen worden. Naar aanleiding van de zienswijzen is er 29 augustus 2022 een informatieavond gehouden om het plan toe te lichten en om vragen te beantwoorden. Conclusie: Naar aanleiding van de zienswijzen is er 29 augustus 2022 een informatieavond gehouden om het plan toe te lichten en om vragen te beantwoorden. Tijdens deze informatieavond gaven meerdere belangstellenden aan zich niet te voelen meengenomen in het plan en het ontwerp. Naar aanleiding van deze informatieavond wil Liander en de gemeente ruimte bieden aan belangstellenden om mee te denken hoe we de identiteit van de Zijperpolder terug kunnen laten komen in het ontwerp. Zienswijze geeft inhoudelijk geen aanleiding tot aanpassing bestemmingsplan. Een nadere omschrijving van het participatieproces is toegevoegd in hoofdstuk 7 van de toelichting.

2

2 Zienswijze locatie van het Transformatorstation 2.1 Locatieafweging Meerdere zienswijzen vinden de locatieafweging onvoldoende gemotiveerd en geven alternatieve locaties. Reactie: De locatieafweging is ons inziens zorgvuldig en voldoende gemotiveerd in de memo locatieafweging, (bijlage bij toelichting). De netcongestie in NoordHolland is algemeen bekend en om de vernieuwing in het net mogelijk te maken moet een nieuw transformatorstation op zodanige locatie worden geplaatst, dat deze optimaal in het energienet past. Hierbij is relevant dat iedere investering maatschappelijk verantwoord moet zijn. Bij het bouwen van meerdere transformatorstations om één gebied te voeden is hiervan geen sprake. Op basis van de beoogde centrale ligging is het zoekgebied bepaald. In dit zoekgebied komen twee zogenaamde middenspanningsringen bij elkaar, zodat dit transformatorstation op beide ringen kan worden aangesloten. Het nieuwe transformatorstation dient beide middenspanningsringen te voeden. De middenspanningsringen overlappen elkaar tussen Sint Maartensbrug en Sint Maarten. Dit is dan ook het zoekgebied voor een locatie voor het benodigde transformatorstation. Binnen dit zoekgebied is in samenwerking met Liander een afweging gemaakt tussen locaties.

Om een geschikte locatie binnen het zoekgebied te vinden zijn omgevingsaspecten in beeld gebracht die een harde belemmering vormen voor de ontwikkeling van een locatie. Als harde belemmeringen (inclusief de bufferafstanden) zijn aangehouden: bestaande bebouwing, woningen, kwetsbare en geluidgevoelige objecten, wegen, water, bestaande ondergrondse infrastructuur (buisleidingen etc.), archeologische monumenten, vrijwaringszones molenbiotopen, weidevogelgebieden en ecologische verbindingszones. Vanwege afstand tot woningen, toegankelijkheid voor onderhoud, geen beperking qua bestaande infrastructuur, geen beperking weidevogelleefgebied en beschikbaarheid van grond is tot de huidige locatie gekomen. De in de zienswijzen genoemde alternatieve locaties zijn om hierboven genoemde reden geen opties. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het plan. 2.2 Provinciaal beleid Zienswijze vraagt wat de provincie van de locatie vindt. Reactie: Naar aanleiding van het vooroverleg kon het plan volgens de provincie verder de procedure in. We zullen dit aan de tekst 7.2 toevoegen. Op 15 april 2022 heeft de provincie de kennisgeving van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan ontvangen en hierop heeft de provincie geen opmerkingen gemaakt. Dit zal ook aan de tekst van de toelichting worden toegevoegd. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.

2.3 Westfriese Omringdijk Zienswijzen maken zich zorgen om vervuiling landelijke landschap naast monumentale Omringdijk. Het past ook niet zo dicht tegen de Westfriese Omringdijk aan. We moeten het monumentale erfgoed koesteren, alsmede met het open landschap. Reactie: In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wordt gesproken over de kernkwaliteit openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. Deze ruimte grenst aan de als provinciale structuur benoemde en als provinciaal monument aangewezen Westfriese Omringdijk. Voor deze structuur zijn het zicht over het landschap en benadrukken van de karakterverschillen tussen de aangrenzende landschappen belangrijke ontwikkelprincipes. Achtergrond daarvan is dat mede door de hogere ligging van de westelijk deel van de Omringdijk het zicht op de duinen behouden blijft. Door de gekozen opstelling kijkt de passant letterlijk achter het gebouw langs. Tevens is het modulaire station zo opgebouwd dat de transformatoren, omsloten met beton, zich aan de achterzijde bevinden, geredeneerd vanuit de Sint Maartensweg. Door het station parallel aan de weg te leggen liggen de meest representatieve gevels aan de zijden die je van dichtbij kan beleven. De plaatsing van het station is minimaal 400 meter vanaf de (weg op de) kruin van de dijk, ruim buiten de kwaliteitszone van 200 meter.

Conclusie: Zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing bestemmingsplan. 2.4 ARO Zienswijze stelt voor het eerste advies van de ARO om een meer ingetogen en klassiek ontwerp over te nemen. Reactie: De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling is een onafhankelijke adviescommissie die vroeg in het planproces om advies kan worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. De commissie denkt mee over de manier waarop het plan vanuit een integrale benadering waarde kan toevoegen aan het landschap. Uitgangspunt voor de advisering is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De ARO adviseert rechtstreeks aan het bestuur van de overheidsorganisatie die om advies vraagt. Het ontwerp is tweemaal door de gemeente Schagen voorgelegd aan de ARO, te weten op 30 november 2021 en 17 mei 2022. Bij de laatste beoordeling stelt de ARO blij te zijn met de extra toelichting over de achtergronden van de vormgeving en beoogde uitstraling van het transformatorstation en begrijpt dat de zoektocht naar een goede oplossing op deze plek ingewikkeld is. Het plan hoeft niet nogmaals te worden besproken, maar de ARO blijft wel graag op de hoogte van de resultaten van de nadere uitwerking. Conclusie: Zienswijze geeft inhoudelijk geen aanleiding tot aanpassing bestemmingsplan.

De toelichting die aan de ARO is gegeven zal worden toegevoegd aan paragraaf 3.3 van de toelichting van het bestemmingplan. 2.5 Omgevingsvisie / Positionering gebouw op locatie Zienswijzen geven aan dat het plan niet past in de recent vastgestelde Omgevingsvisie Schagen (14-12-2021). De plaatsing is niet passend bij openheid gebied en gewenste zichtlijnen zoals benoemd als waarden in de Omgevingsvisie. Gebouw mag zicht van weg niet blokkeren. Reactie:

3

Het perceel ligt direct grenzend aan de dwarsweg de Sint Maartensweg, tussen de Westfriese Omringdijk (WFO) en de Grote Sloot in het open polder landschap. In de Omgevingvisie wordt voor deze plek gevraagd in te spelen op de volgende waarden voor de Zijpe- en Hazepolder: bebouwing heeft boomsingels eromheen, om zicht over de polder te houden wordt de bebouwing loodrecht op de weg gesitueerd. Hieronder wordt daar nader op ingegaan: In het voorbereidende proces is onderzocht hoe het station naast het leveren van stroom een meerwaarde kan zijn voor de polder vanuit het oogpunt van recreatie, toerisme en of versterking van de landschappelijke beleving. De Zijpe- en Hazepolder heeft een kenmerkende opbouw met een raster van langgerekte, noord-zuid georiënteerde linten en vaarten, met haaks daarop staande dwarswegen die de Westfriese Omringdijk met de Noordzeekust verbinden. Op de kruising van lange linten en dwarswegen liggen de kruisdorpen. Doordat vrijwel alle bebouwing, buiten de kust- en kruisdorpen, aan de lange polderlinten is gesitueerd, biedt de lengterichting van de polder lange zichtlijnen. Het station ligt aan de dwarsweg, de Sint Maartensweg. Vanuit landschappelijk oogpunt is dat niet de meest wenselijke plek, maar het energienetwerk is een eigen systeem los van het bestaande landschap.

Het bestaande landschap is opgebouwd vanuit een waterstaatkundige inrichting met sloten waar bijbehorende losstaande elementen zoals gemalen en poldermolens horen. Ieder netwerk heeft zijn eigen functie met bijhorende vormen. Met de plaatsing van het station wordt een onderdeel van het energienetwerk bovengronds zichtbaar. De maat en schaal van het station, circa 40 bij 17 meter, is niet vergelijkbaar metandere bestaande gebouwen in de polder. De nieuwe schuren zijn groter, vaak twee keer zo lang en veel breder; de oorspronkelijke stolpboerderijen kleiner. De inpassing van het station is benaderd vanuit zijn vorm en functie, als een nieuw gebouw dat toegevoegd wordt aan het landschap. We vinden het belangrijk dat toekomstige plannen goed aansluiten bij de waarden van het gebied, zoals in de Omgevingsvisie is aangegeven. We beseffen ons terdege dat het een bijzondere locatie is. Het is van belang hier zorgvuldig mee om te gaan. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage bestemmingsplan). In het voortraject is onderzocht hoe we omgaan met de waarden van de Omgevingsvisie. Voor inpassing op deze locatie zijn drie varianten onderzocht. De varianten zijn: het station haaks op de weg (90 graden gedraaid), het station omzomen met groen en het gebouw parallel aan de weg:De eerste variant is het gebouw haaks op de weg te plaatsen met baksteen of hout.

Deze variant is afgevallen omdat door het gebouw haaks op de weg te plaatsen het station vanuit zowel de Westfriese Omringdijk als de bestaande woningen aan de Grote Sloot dominanter in het zicht ligt. Tevens blokkeert het door een haakse positie voor degenen die zich verplaatsen over de Sint Maartensweg het zicht op de open ruimte. Het gevelmateriaal is afgevallen omdat het niet gaat om een woning of een schuur, maar een gebouw met andere functie. De tweede variant onderzocht het gebouw met boomsingels eromheen zoals in de Omgevingsvisie is aangegeven. Deze . groene omzoming refereert naar de landschappelijke inpassing van de bestaande erven. De erven liggen in de Zijpepolder, op een paar uitzonderingen na, niet in de open ruimtes tussen de dwarswegen, maar allemaal aan de noord-zuid wegen. De bomen en bosjes kunnen daarnaast niet direct om het stationsgebouw staan vanwege veiligheid en kabels. Daarmee ontstaat een veel groter en zichtbaarder erf dan de bestaande oorspronkelijke erven en de openheid wordt hierdoor verminderd. Voor de derde variant is gekozen om het gebouw parallel aan de weg te zetten. Door deze opstelling kijkt een voorbijganger achter het gebouw langs. Door het station parallel aan de weg te plaatsen, liggen de gevels zonder transformatoren aan de zijden die je vanaf de weg kan zien.

Groen en hekwerken zijn achterwege gelaten om de openheid zo groot mogelijk te houden. Het terrein wordt omsingeld door een sloot met natuurvriendelijke oever. Bij de in- en uitrit wordt een hekwerk geplaatst. Conclusie: Hierboven is onderbouwd hoe op deze plek is ingespeeld op de belangrijke waarden in de Omgevingsvisie voor de Zijpe- en Hazepolder. In de landschappelijk inpassing (zie bijlage bij het bestemmingsplan) is variant drie als uitgangspunt gebruikt. . Zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing bestemmingsplan. 3 Zienswijze betreft de toelichting van het bestemmingsplan 3.1 Economische uitvoerbaarheid In een zienswijze wordt gewezen op een onduidelijkheid in de tekst in de toelichting bij economische uitvoerbaarheid waar aangegeven wordt dat ‘Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk.’ Onduidelijk is of er geen exploitatie plan noodzakelijk of verplicht is zoals benoemd in artikel 6.12 WRO. Reactie: Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische (financiële) uitvoerbaarheid.

En op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) dient de gemeente een exploitatie-plan vast te stellen als het nieuwe bestemmingsplan een bouwplan mogelijk maakt. Een exploitatieplan is niet nodig, als de te verhalen kosten anderszins verzekerd zijn (bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst). Met te verhalen kosten gaat het om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. De kosten van de aanleg en instandhouding en het risico komen voor rekening van de initiatiefnemer (Liander). Er zijn voor de gemeente geen verhaalbare kosten aan verbonden. Het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit. Daarmee is het plan ook financieel uitvoerbaar. Conclusie: Zienswijzen geven geen aanleiding tot inhoudelijke aanpassing bestemmingsplan.

Tekst zal worden verduidelijkt in hoofdstuk 6 van de toelichting van het bestemmingsplan 4 Zienswijzen betreffende het Ontwerp van het Transformatorstation 4.1 Vormgeving Ontwerp Zienswijzen zijn het niet eens met de vormgeving van het ontwerp en doen verschillende suggesties, waaronder grote schuren uit de omgeving. Reactie: Deze modulaire stations zijn vanwege veiligheid en toegankelijkheid bij calamiteiten niet mogelijk om te plaatsen binnen bestaande schuren. Liander gebruikt voor het omzetten en verdelen van stroom standaard modulaire stations. Door eisen van veiligheid en gezondheid zijn de installaties veilig weggeborgen in de gesloten betonnen doos. Dit betekent dat volume, hoogte, breedte en interne organisatie vastliggen. Het is niet mogelijk om hier veranderingen in aan te brengen zonder gevolgen voor de veiligheid, leveringszekerheid en gezondheid. De maat en schaal van het station, circa 40 bij 17 meter, is niet vergelijkbaar met andere bestaande gebouwen in de polder. De nieuwe schuren zijn groter, vaak twee keer zo lang en veel breder; de oorspronkelijke stolpboerderijen kleiner. De inpassing van het station is benaderd vanuit zijn vorm en functie, als een nieuw gebouw dat toegevoegd wordt aan het landschap.

4

Met het bestemmingsplan wordt de motivering gegeven hoe tot deze locatie gekomen is voor het verdeelstation en waarom het ruimtelijk acceptabel is om op deze plek af te wijken van het huidige bestemmingsplan. Hiervoor worden in het bestemmingsplan de landschappelijke inpassing en de positionering van het gebouw op deze locatie vastgelegd. De reacties op materialisatie nemen we mee in het vervolgproces.

Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing bestemmingsplan. De stedenbouwkundige uitgangspunten en de massa worden met het bestemmingsplan vastgelegd. Nadere uitwerking materialisatie maakt onderdeel uit van het omgevingsvergunningstraject. 4.2 Schittering/ Spiegeling/ Reflectie Ontwerp Zienswijzen maken zich zorgen om de schittering in hun eigen tuin, vogels en verkeersveiligheid vanwege het spiegelende materiaal. Een zienswijze beschrijft een omissie dat het plan alleen vanaf de wegzijde beschreven en gemotiveerd zou zijn en niet vanaf de Grote Sloot en de West-Friese dijk met zon in de rug. Reactie: Er is onderzoek gedaan naar de reflectie van zonlicht in het gebouw. Uit het onderzoek komt naar voren dat hinderlijke reflectie vooral plaatsvindt via de noordgevel en als men dan richting de zon rijdt. Als uitgangspunt in het onderzoek is glad glas met reflectiecoating genomen. In de verdere detaillering van het reflectiemateriaal wordt nader onderzoek gedaan naar de impact van de weerkaatsing en op de verkeersveiligheid en/of omliggende woningen en indien nodig zullen we maatregelen worden getroffen. In de uitwerking wordt, indien nodig, maatregelen getroffen in de vorm van stickers of markeringen of speciaal glas dat zichtbaar is voor vogels. Er is geen sprake van een omissie.

In de studie zijn ook 3d beelden gemaakt om de impact te bepalen vanaf de Grote Sloot en West-Friese dijk. Het zicht vanuit deze twee lijnen is de onderbouwing voor het plaatsen van het gebouw parallel aan de weg. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing bestemmingsplan. De stedenbouwkundige uitgangspunten en de massa worden met het bestemmingsplan vastgelegd. Nadere uitwerking materialisatie maakt onderdeel uit van het omgevingsvergunningstraject. 4.3 Hoogte gebouw Ontwerp Zienswijzen vinden het gebouw te hoog. Reactie: Ten aanzien van de landschappelijke inpassing bij het bestemmingplan is de hoogte van een ontwerpslag naar aanleiding van het advies van de ARO al aangepast. In het bestemmingsplan is een bouwhoogte opgenomen van 7 meter. Echter, het bouwwerk wordt maximaal 4,7 meter hoog. De bliksemspitsen zijn 7,0 meter hoog. Dit wordt aangepast in de bouwregels van het vast te stellen bestemmingsplan. Schakelruimtes met een hoogte van 4,5 meter Algemene ruimten met een hoogte van 4,5 meter Drie transformatoren in cellen. De cellen zijn 4,7 meter hoog Bliksemspitsen: 7 meter hoog Conclusie: Naar aanleiding van de zienswijze zal de bouwhoogte op de verbeelding worden aangepast. 4.4 Materialisatie Ontwerp Meerdere zienswijzen geven suggesties voor andere materiaalkeuzes.

Reactie: Met het bestemmingsplan wordt de motivering gegeven hoe tot deze locatie gekomen is voor het verdeelstation en waarom het ruimtelijk acceptabel is om op deze plek af te wijken van het huidige bestemmingsplan. Hiervoor worden in het bestemmingsplan de landschappelijke inpassing en de positionering van het gebouw op deze locatie vastgelegd. De reacties op materialisatie nemen we mee in het vervolgproces. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing bestemmingsplan. Nadere uitwerking materialisatie maakt onderdeel uit van het omgevingsvergunningstraject. 5 Zienswijze zorgen over toekomstige Uitbreiding Zienswijzen spreken hun zorg uit over mogelijke uitbreiding op deze locatie waardoor gebouw nog groter zal worden: ‘paard van Troje’ vanwege de grootte van het bouwvlak ten opzichte van het bouwplan. Reactie: Vanwege de snelle ontwikkelingen in de energie-netwerken werd aan het begin van het project rekening gehouden met mogelijke uitbreiding in de toekomst. In deze fase van het project is duidelijk dat Liander niet binnen afzienbare tijd het gebouw hier zal vergroten. Conclusie: De verbeelding van het bestemmingsplan zal worden aangepast: het bouwvlak wordt verkleind. 6 Overige opmerkingen zienswijzen 6.1 Woningbouw Zienswijzen vragen zich af waarom een transformatorstation hier wel kan en woningbouw niet.

Reactie: Het vraagstuk van woningbouw ligt nu niet ter inzage. Woningbouw en een transformatorstation zijn niet met elkaar te vergelijken. De locatie is niet in beeld voor woningbouw. Invulling van die opgave is op andere plaatsen voorzien. Om bestaande woningen, bedrijven en voorzieningen van stroom te kunnen voorzien en terug levering van wind- en zonne-energie mogelijk te maken is uitbreiding van het netwerk nodig. Het bestaande netwerk - ook ondergronds - bepaalt waar het station geplaatst kan worden. Dat is anders dan bij woningbouw. Conclusie: Zienswijzen leiden niet tot aanpassing bestemmingsplan.

5

C Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan De raad kan bij de vaststelling van het plan ondergeschikte wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen. Daarvan is bij onderstaande wijzigingen geen sprake, het betreft wijzigingen in de plantoelichting, welke geen deel uitmaakt van het plan en aanpassingen aan de regels en verbeelding, welke tegemoet komen aan de wensen van de zienswijzen. Het plan wordt derhalve gewijzigd door de raad vastgesteld. Gelet op de beantwoording van de zienswijzen zal de toelichting ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan op de volgende punten worden aangepast:  In paragraaf 2.3 is de tekst aangepast conform herziening van regels en verbeelding.  In paragraaf 2.3 is afbeelding 11 voorzien van een aangepaste afbeelding conform het aangepaste landschapsplan.  In paragraaf 3.3 is tekst toegevoegd over de tweede behandeling bij de ARO en bijbehorende conclusie. Tot slot is de volgende tekst toegevoegd: Het bestemmingsplan regelt de positie en bouwmassa. Het ontwerp van het gebouw met de materialisering en detaillering wordt in het kader van de vergunningsaanvraag verder uitgewerkt.

 In paragraaf 3.4.1 is verduidelijkt dat gemotiveerd wordt afgeweken van de landschappelijke uitgangspunten van de Zijper- en Hazepolder zoals vermeld in Omgevingsvisie Schagen.  In sub-paragraaf 5.2.2 is de tekst aangepast conform herziening van regels en verbeelding.  In hoofdstuk 6 is verduidelijking aangebracht omtrent de economische uitvoerbaarheid.  In paragraaf 7.1 is toegevoegd dat Liander een brief heeft verstuurd op 19 mei jl. tijdens de ter inzage legging. Daarnaast is toegevoegd dat naar aanleiding van zienswijzen een informatieavond is georganiseerd op 29 augustus. Een samenvatting van deze informatieavond is opgenomen in bijlage 1 van deze nota. Tot slot is paragraaf 7.1 aangevuld met de volgende tekst: Uit de gesprekken tijdens de informatieavond en de zienswijzen blijkt dat diverse omwonenden ontevreden zijn over het ontwerp van het gebouw. Daarom organiseren Liander en de gemeente Schagen een aantal werksessies waarin belangstellenden kunnen meedenken over hoe we het ontwerp beter kunnen laten aansluiten bij de identiteit van de Zijperpolder.  In paragraaf 7.2 is de volgende tekst toegevoegd: De provincie Noord-Holland heeft in het kader van vooroverleg aangegeven dat het plan doorgang kan vinden.

 In paragraaf 7.3 is de tekst aangepast conform de zienswijzen en de opgestelde nota zienswijzen  Bijlage 2 (bijlage bij toelichting) is voorzien van een aangepast landschapsplan.  Bijlage 7 (bijlage bij toelichting) nota zienswijzen is toegevoegd aan de bijlages. Gelet op de beantwoording van de zienswijzen zullen de regels ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan op de volgende punten worden aangepast:  Bouwhoogte transformatorruimten aangepast in 4,7m  Bouwhoogte bliksemspitsen aangepast in 7m  Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen in het bouwvlak te worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen (zie nieuw lid d. in art. 3.2.2).  Bijlage 1 (bijlage bij de regels) zal worden voorzien van een aangepast landschapsplan. Gelet op de beantwoording van de zienswijzen zal de verbeelding ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan op de volgende punten worden aangepast:  Bouwvlak is verkleind  Bebouwingspercentage is in relatie hiermee ook aangepast en bedraagt nu 90% (van het verkleinde bouwvlak).

 Bouwhoogte gewijzigd in 4,7m Gelet op de beantwoording van de zienswijzen zal het landschapsplan (bijlage 1 Regels) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan op de volgende punten worden aangepast:  Bladzijde 17 spiegelende eruit halen  Impressie ontwerp vervangen door versie ontwerp zoals gepresenteerd aan ARO 17 mei  Toevoegen bladzijde met uitgangspunten BKP Met het ontwerp is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: o Modulair transformatorstation als basis – technisch valt daar niets aan te veranderen – met aanpassingen in de gevel. o Beleving van het open polderlandschap en de zichtlijn staat centraal. o De horizon benadrukken en de weidsheid van het polderlandschap begeleiden. o Het gebouw vormt een nieuwe laag in de polder vanuit het energiesysteem. o Samenspel tussen open polder en een gebouw dat het verhaal van de energie vertelt.

Zienswijze 1 Zienswijze 2 Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8 Zienswijze 9 Zienswijze 10 Zienswijze 11 Zienswijze 12 Zienswijze 13 Zienswijze 14 Zienswijze 15 Zienswijze 16 Zienswijze 17 Zienswijze 18 Zienswijze 19 Zienswijze 20 Zienswijze 21 Zienswijze 22 Zienswijze 23

Antwoord zie 2.1, 4.1, 4.4 2.1, 4.1, 4.2, 4.4 1, 2.1, 4.1, 4.4, 6.1 1, 2.1, 2.3, 2.5, 4.1, 4.2, 4.4, 6.1 1, 4, 6.1 4, 6.1 1, 2.4, 2.5, 4.1 1, 2.3, 4.2 1, 2.3, 4, 6.1 2.3, 4, 6.1 4 2.1, 2.3, 4 4 1, 2.1, 2.3, 2.5, 4.3 2.1, 2.3, 2.5 2.1, 2.3, 2.5, 4.3 2.1, 2.3, 2.5, 4 2.1, 2.3, 2.5, 4 2.1, 2.5, 4.1 2.1, 2.3, 2.5, 4.2, 4.3 1, 4.1, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14685264/1