CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Transitieplan gemeente Schagen

Oordeelsvormende vergadering 15 oktober 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Transitieplan gemeente Schagen; van tijdelijk naar volwaardig omgevingsplan17.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

147 alinea's met “omgevingsplan”: 1 4 6 7 14 16 22 23 27 29 34 40 44 50 53 72 74 96 97 98 100 101 102 105 106 107 109 110 111 113 114 116 117 118 119 125 126 127 128 133 …

Transitieplan Schagen: Van tijdelijk omgevingsplan naar volwaardig omgevingsplan

Transitieplan Schagen Datum: Juli 2024 Opdrachtgever: Nienke Melching Auteurs: Danielle Reek, Peter Verduin, Michel Gielens, Linda Plak, Jos Kaandorp, Paula Ruijter, Gerard Lukken, Esmee Blokker Status: Definitief

Gebruikte afkortingen Bkl BOPA College DSO ETFAL GOFLO LVBB TPOD VFL VNG Wro

Besluit kwaliteit leefomgeving Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit Het college van burgemeester en wethouders Digitaal Stelsel Omgevingswet Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen Toepassingsprofiel Omgevingsdocumenten Omgevingsplan Verordening voor de fysieke leefomgeving Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wet ruimtelijke ordening

2

Samenvatting Het Transitieplan Schagen beschrijft de overgang van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig omgevingsplan, in lijn met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking trad. Het doel is een samenhangende aanpak te realiseren voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Schagen. De introductie van de Omgevingswet vereist dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgebouwd naar een volwaardig plan dat voldoet aan de nieuwe wetgeving. Dit vormt een grote opgave, bestaande uit twee hoofddoelen: de omzetting van het tijdelijke plan naar een volwaardig plan en het handhaven van een functionerende lokale overheid gedurende deze transitie. Waarbij speciale aandacht wordt besteed aan het behouden van consistentie, het waarborgen van rechtszekerheid en het minimaliseren van verstoringen in de planning en uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen. Het omgevingsplan vervangt diverse bestaande ruimtelijke plannen en verordeningen en beslaat alle onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken. Het stelt gemeenten in staat om regels te stellen over het beschermen en benutten van deze leefomgeving. Vanaf 1 januari 2024 is de transitiefase gestart, waarin het tijdelijke omgevingsplan wordt omgebouwd naar een volwaardig plan.

Gedurende deze fase blijft de winkel open, en worden tegelijkertijd andere ruimtelijke procedures doorlopen om ontwikkelingen mogelijk te maken. Het volwaardige omgevingsplan wordt vormgegeven met uitgangspunten van uniformiteit, helderheid, flexibiliteit en adaptiviteit. Deze uitgangspunten zijn dynamisch en kunnen worden aangepast op basis van ervaringen uit de praktijk. We kiezen ervoor om het omgevingsplan gebiedsgericht op te bouwen. Daarnaast geven we in het transitieplan een gedetailleerde beschrijving van het proces, de planning en de benodigde ambtelijke capaciteit. Het Transitieplan Schagen biedt een kader voor de omzetting naar een volwaardig omgevingsplan, met oog voor de belangen van de gemeente Schagen en haar inwoners.

•

Per hoofdstuk staan de kernbeslissingspunten in de groene blokken.

3

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 4 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1

1.1.1

Volwaardig omgevingsplan .......................................................................................... 6

1.1.2

Tijdelijke omgevingsplan................................................................................................. 7

1.1.3

Winkel openhouden tijdens de transitiefase ............................................................... 9

1.2 2

Opgave ................................................................................................................................ 6

Doel en reikwijdte van transitieplan ................................................................................. 9

Het instrument omgevingsplan ..................................................................................................10 2.1

Wat is een omgevingsplan .............................................................................................. 10

2.2

Dienstverlening .................................................................................................................. 11

2.3

Procedure omgevingsplanwijziging ............................................................................... 11

2.4

Opbouw van een omgevingsplanwijziging .................................................................. 12

2.5

Gemeenteraad stelt vast, maar delegatie is mogelijk ............................................... 13

2.6

Beleidscyclus Omgevingswet ......................................................................................... 13

3. Op weg naar één omgevingsplan ...............................................................................................16 3.1

4

Winkel openhouden tijdens de transitiefase ............................................................. 16

3.1.1

Omgevingsvergunning (BOPA) ................................................................................... 16

3.1.2

Omgevingsplan wijziging ............................................................................................. 17

3.1.3

TAM-IMRO ....................................................................................................................... 17

3.2

Handboek omgevingsplan gemeente Schagen ........................................................ 18

3.3

Gebiedsgerichte aanpak ................................................................................................ 18

3.3.1

Gebiedsgerichte aanpak ............................................................................................ 19

3.3.2

Toelichting omgevingsplanwijziging voor ‘t Zand ..................................................... 20

3.3.3

Parallel wijzigen .............................................................................................................. 20

Uitgangspunten voor het volwaardige omgevingsplan ...................................................23 4.1

Algemene uitgangspunten ............................................................................................. 23

4.1.1

Organisatiebedding en structuur ................................................................................ 23

4.1.2

Participatie ..................................................................................................................... 24

4.1.3

‘Ja, Mits’ .......................................................................................................................... 25

4.1.4

Harmonisatie .................................................................................................................. 25

4.1.5

Aansluiten bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) .............................................. 27

4.1.6

Annotatiestrategie ........................................................................................................ 27

4.1.7

Verordening fysieke leefomgeving (VFL) ................................................................... 28

4.1.8

Bruidsschat...................................................................................................................... 29

4.1.9

Structuur van het omgevingsplan ............................................................................... 29 4

4.1.10

Algemene toelichting omgevingsplan (optioneel) .................................................. 31

4.1.11

Artikelsgewijze toelichting (optioneel)........................................................................ 33

4.2

Uitgangspunten voor de regels ...................................................................................... 33

4.2.1

Type regels...................................................................................................................... 33

4.2.2

Zo veel mogelijk algemene regels ........................................................................... 35

4.2.3

Open en gesloten normen......................................................................................... 35

4.2.4

Voorkeur voor doelvoorschriften .............................................................................. 36

5 Proces, planning en capaciteit ......................................................................................................37 5.1

Proces ................................................................................................................................. 37

5.2

Planning.............................................................................................................................. 45

5.3

Capaciteit .......................................................................................................................... 46

5.4

Kosten ................................................................................................................................. 48

5

1 Inleiding Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt de tot dan toe versnipperde wetgeving en regels voor ruimte, wonen, milieu, natuur, water en infrastructuur. Het doel van de Omgevingswet is om te zorgen voor een samenhangende aanpak van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, met ruimte voor lokaal maatwerk en snellere besluitvorming. De komst van de Omgevingswet brengt ook een aantal grote opgaven met zich mee. Eén van deze opgaven is het opstellen van een omgevingsplan voor Schagen.

1.1 Opgave Sinds 1 januari 2024 geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Schagen van rechtswege één omgevingsplan, het tijdelijke omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat uit alle op dat moment geldende bestemmingsplannen (circa 300), regels voor archeologische monumentenzorg uit de erfgoedverordening, de nota bodembeheer en gedecentraliseerde rijksregels in kader van bouwen en milieu, genaamd de bruidsschat. Op 31 december 2031 moet onze gemeente over één volwaardig omgevingsplan voor het gehele grondgebied beschikken. Dit betekent dat wij het tijdelijk omgevingsplan moeten ombouwen naar één volwaardig omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Onze opgave bestaat in essentie uit twee delen: 1. Omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar het volwaardig omgevingsplan; 2. De winkel openhouden tijdens de transitiefase.

1.1.1 Volwaardig omgevingsplan Het opstellen van een omgevingsplan is te zien als een puzzel. Waarin de doelen en uitgangspunten van de Omgevingswet en de ambities van de gemeente (mede verwoord in de omgevingsvisie) bij elkaar moeten komen. Om die reden zien wij het omgevingsplan dan ook als het belangrijkste instrument van de Omgevingswet. Tot 1 januari 2032 hebben gemeenten de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar één gemeente dekkend omgevingsplan. Het volwaardige omgevingsplan bestaat in globale zin uit twee bouwstenen: 1. Het tijdelijke omgevingsplan; en 2. De gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving. Het volwaardige deel wordt bovendien gevuld door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en regels die volgen uit nieuw beleid. De gemeente moet erop letten dat de regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan niet in strijd zijn met de regels van het tijdelijke deel. Om strijdigheid te voorkomen, kan een gemeente ook een voorrangsbepaling opnemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Daarmee vervallen de oude ruimtelijke regels niet, maar gaan de regels in het nieuwe deel voor op de ruimtelijke regel in het tijdelijke deel.

6

Afbeelding 1: Volwaardig omgevingsplan

Het is onhaalbaar om van het tijdelijke omgevingsplan in één keer, één volwaardig omgevingsplan te maken. We gaan dat daarom stap voor stap doen. Hoewel dit nog een aantal jaren voor ons ligt, is een projectmatige aanpak een must.

1.1.2 Tijdelijke omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft de gemeente van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan gekregen. De regels uit verschillende documenten zijn automatisch samengevoegd in het tijdelijke omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit: a. de regels uit de huidige instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, voorbereidingsbesluiten, exploitatieplannen en inpassingsplannen van het Rijk en de provincie); b. verordeningen over Archeologische monumentenzorg, Geur en Hemelwater; c. voormalige rijksregels op het gebied van bouwen en milieu (de bruidsschat); d. de besluiten tot verlening van een hogere grenswaarde (voormalige artikel 110a Wet Geluidhinder); en e. de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart. Hoewel niet alle onderdelen van het overgangsrecht van toepassing zijn op Schagen wordt hieronder kort stilgestaan bij alle mogelijke onderdelen van het tijdelijke omgevingsplan. Ad a. Ruimtelijke plannen De geldende ruimtelijke plannen die op de website ruimtelijkeplannen.nl zijn gepubliceerd. Dit gaat om: • bestemmingsplannen; • uitwerkings- en wijzigingsplannen; • beheersverordeningen; • exploitatieplannen; • voorbereidingsbesluiten; • inpassingsplannen.

Het overgangsrecht van de Omgevingswet regelt dat bestemmingsplannen (en uitwerkings- en wijzigingsplannen) afgerond worden op grond van de Wro indien voor

7

1 januari 2024 een ontwerp van het plan ter inzage is gelegd. 1 Als er beroep wordt ingesteld tegen het bestemmingsplan blijft het oude recht van kracht totdat het bestemmingsplan onherroepelijk wordt. Zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is, wordt het automatisch opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan een ontwerpbestemmingsplan niet meer ter inzage worden gelegd. Ad b. Verordening over archeologische monumentenzorg, geur- en hemelwaterverordening Als een gemeente in een verordening regels heeft gesteld over archeologische monumentenzorg zoals bedoeld in artikel 38, eerste lid van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet gaan deze regels over naar het tijdelijke omgevingsplan. Schagen heeft haar regels over archeologische monumentenzorg opgenomen in de ruimtelijke plannen en niet in een verordening. Deze regels zijn daarom via de ruimtelijke plannen over gegaan naar het tijdelijke omgevingsplan. Maar naast de huidige regels voor archeologie zoals opgenomen op ruimtelijke plannen zijn nieuwe kaarten (Beleidskaart Archeologie 2022 en Cultuurhistorische Elementenkaart 2022) vastgesteld met nieuwe regels wanneer er archeologisch onderzoek moet worden gedaan (zie website Archeologie | Gemeente Schagen).

Deze nieuwe kaarten en nieuwe regels moeten we verwerken in het nieuwe omgevingsplan. Naast de regels voor erfgoed die automatisch overgaan naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan gaan ook de regels uit de geur- en hemelwaterverordening automatisch over naar het tijdelijke deel. Deze regels moeten uiteindelijk een plek krijgen in het volwaardige omgevingsplan. Ad c. De bruidsschat In het tijdelijke omgevingsplan is de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels die van het Rijk aan gemeenten zijn overgedragen. De bevoegdheid over het stellen van deze regels is gedecentraliseerd zodat gemeenten lokaal maatwerk mogelijk kunnen maken. De bruidsschat is aan het tijdelijke omgevingsplan toegevoegd om te voorkomen dat er een periode is waarin gemeenten zelf nog geen regels over deze onderwerpen hebben kunnen stellen. In de bruidsschat staan regels over: • milieubelastende activiteiten, waaronder horeca, recreatie en detailhandel; • de gevolgen van emissies van geluid, geur en trillen veroorzaakt door bedrijven; • lozingen; • bouwregels, waaronder monumenten en vergunningsvrij bouwen. Ad d. Besluiten hogere grenswaarden Hogere waarde besluiten (artikel 110a van de Wet geluidhinder) gelden als onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Ad e.

Bodemkwaliteitskaarten Een bodemkwaliteitskaart die op grond van artikel 12a, vijfde lid van de Wet bodembescherming is vastgesteld is onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Voor het grondgebied van Schagen zijn wel kaarten, maar deze bodemkwaliteitskaarten zijn niet door de gemeenteraad vastgesteld. Omdat deze kaarten niet zijn vastgesteld maken ze geen onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan. Alle regels die aan het einde van de transitieperiode niet zijn overgezet van het tijdelijke omgevingsplan of een lokale verordening naar het nieuwe omgevingsplan vervallen. De vervallen regels mogen niet meer worden gebruikt om activiteiten te reguleren of te vergunnen. 1 Artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet

8

1.1.3 Winkel openhouden tijdens de transitiefase Gedurende de verbouw van het tijdelijke omgevingsplan naar het volwaardige omgevingsplan willen we de winkel opengehouden. We willen zorgen dat aan nieuwe ontwikkelingen kan worden meegewerkt. In het transitieplan besteden we aandacht aan de manier waarop we de winkel willen openhouden. Daarnaast stellen we tijdens de transitiefase een handboek op voor initiatiefnemers. In het handboek bieden wij diverse formats en handreikingen aan die ook door externe stedenbouwkundige bureaus kunnen gebruiken bij het opstellen van omgevingsplanwijzigingen.

1.2 Doel en reikwijdte van transitieplan Het omgevingsplan is vormvrij. De gemeente kan naar eigen inzicht en behoefte de vorm bepalen. Dit transitieplan geeft de uitgangspunten met de belangrijkste elementen en inrichtingen van het omgevingsplan weer. De planning fungeert als routekaart voor de verhuizing van het tijdelijke omgevingsplan en de verordeningen naar het volwaardige omgevingsplan. Doordat de regels voor de fysieke leefomgeving door meerdere disciplines worden gemaakt en gebruikt, verschaft het transitieplan ook inzicht in eenduidige processen van wijziging, (technisch) beheer en de daarbij behorende rollen van betrokken disciplines. Het opstellen van het omgevingsplan is een enorme opgave van harmoniseren van gemeentelijke en rijksregels. Het transitieplan vormt het startpunt van de transitie en neemt de organisatie en bestuur aan de voorkant mee in het proces van wijziging van het tijdelijke omgevingsplan. Vanwege de complexiteit die de wijzigingen met zich mee brengen en de vele keuzes die we moeten maken is dit transitieplan geen in beton gegoten document. Een groot deel van het transitieplan landt in de algemene toelichting van het volwaardige omgevingsplan. De algemene toelichting kan gelet op het behoud van haar flexibiliteit bij wijziging van het omgevingsplan worden aangepast.

Voor de ontwikkeling van het omgevingsplan is een ambtelijke projectgroep (werkgroep Omgevingsplan) samengesteld. De werkgroep is al enige tijd bezig met de voorbereidingen voor het maken van een nieuw omgevingsplan. Er is behoefte aan een concreet kompas waarop wij als gemeente en onze externe partners ook in de toekomst kunnen terugvallen bij omgevingsplanwijzigingen. Het ‘Transitieplan Schagen’ is dit kompas en geeft de uitgangspunten, ontwerpkeuzen, achterliggende gedachten en de werkprocessen weer die richting geven aan het opstellen van het volwaardige omgevingsplan. Het transitieplan kent zowel inhoudelijk uitgangspunten als uitvoerende procesmatige uitgangspunten. De raad is bevoegd om het omgevingsplan vast te stellen en het college heeft hierbij een uitvoerende taak. Het transitieplan bevat inhoudelijke uitgangspunten, maar ook een planning en benodigde capaciteit en budget, dit is een voorlopige inschatting. Daarom worden: 1. hoofdstuk 1, 2 en 4 en paragraaf 5.4 van het transitieplan door het college aan de raad aangeboden ter vaststelling aangeboden en hoofdstuk 3 en paragraven 5.1 t/m 5.3 ter kennisgeving. 2. hoofdstuk 1 t/m 3 en paragraven 5.1 t/m 5.3 door de organisatie aangeboden aan het college voor vaststelling en hoofdstuk 4 en paragraaf 5.4 aangeboden ter kennisnamen.

9

2 Het instrument omgevingsplan De Omgevingswet stelt regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De gemeenten hebben via de Omgevingswet een nieuw instrument gekregen om regels te stellen over de fysieke leefomgeving; het omgevingsplan. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan (en aanverwante ruimtelijke plannen zoals beheersverordeningen, uitwerkings- en wijzigingsplannen) en alle andere verordeningen die regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving bevatten, zoals delen van de Algemene plaatselijke verordening Schagen (Apv), Erfgoedverordening en de Verordening afvoer hemel- en grondwater. Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten we samenbrengen in één gemeentedekkend omgevingsplan. Het omgevingsplan krijgt daardoor een integraal karakter en beslaat alle onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken. 2.1 Wat is een omgevingsplan Het omgevingsplan wordt soms de opvolger van het bestemmingsplan genoemd, maar dat is niet terecht. Het omgevingsplan heeft, anders dan de naam doet vermoeden, meer het karakter van een verordening. En nog belangrijker: de reikwijdte van een omgevingsplan is veel breder. In een traditioneel bestemmingsplan stond voor elk perceel welke functie is toegestaan en wat er gebouwd mag worden. Hierbij ging het alleen om ruimtelijk relevante zaken.

De speelruimte van het bestemmingsplan was in de Wet ruimtelijke ordening afgebakend tot een ‘goede ruimtelijke ordening’. Met de Omgevingswet is de speelruimte vergroot. Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Dat motto is vertaald in twee maatschappelijke doelen: • het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, én • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de leefomgeving om te voldoen aan maatschappelijke behoeften. Het volwaardige omgevingsplan bevat straks de regels voor het grondgebied van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarmee kan worden voldaan aan de maatschappelijke doelen van de wet. Dit betekent dat ook andere elementen dan alleen ruimtelijke motieven worden opgenomen zoals milieu, gezondheid en duurzaamheid. In de wet staat dat de regels van het omgevingsplan moeten voorzien in een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit betekent dat er expliciete afweging nodig is welke regel wel/niet op welke locatie geldt. Deze toedeling moet plaatsvinden vanuit de zorg voor de fysieke leefomgeving en moet bijdragen aan de genoemde maatschappelijke doelen. Hierbij is het uitgangspunt ‘ja, mits’ leidend.

Deze taak ligt bij de gemeente en betekent dat alle regels op elkaar moeten worden afgestemd en tot een logisch geheel worden gesmeed. 10

Volgens de Omgevingswet omvat de fysieke leefomgeving in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Het begrip fysieke leefomgeving is dus niet sluitend gedefinieerd. In beginsel kunnen alle regels die betrekking hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving of op activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in een omgevingsplan worden opgenomen. Zo heeft de wetgever willen borgen dat ten behoeve van een goede omgevingskwaliteit er ook op thema’s als veiligheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en gezondheid gestuurd kan worden. Het omgevingsplan biedt de kans om: • Te dereguleren en harmoniseren door “dubbele regels” en tegenstrijdigheden weg te halen en te kijken naar de fysieke leefomgeving in zijn geheel. • Gebruik te maken van de bestuurlijke afwegingsruimte: het is mogelijk om binnen bandbreedtes hogere en lagere normen (geluid, lucht, geur etc.) vast te stellen ten behoeve van de omgevingskwaliteit. Rechtsfiguur Het omgevingsplan is een normerend instrument dat voor eenieder rechten en plichten in het leven roept. Het is het toetsingskader voor activiteiten en ingrepen in de fysieke leefomgeving en juridisch bindend voor zowel inwoners en ondernemers als ook de gemeente zelf.

Het omgevingsplan is een besluit van algemene strekking, wat inhoudt dat het algemeen verbindende voorschriften bevat. In die zin lijkt het rechtskarakter sterk op die van een gemeentelijke verordening. Tegelijkertijd verschilt het ook van een verordening, omdat de regels ook betrekking hebben op de toedeling van functies aan locaties. De regels kunnen dus ook specifiek en concretiserend van aard zijn (locatie-afhankelijk). Om die reden is het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan (of een deel daarvan) appellabel. Alle onderdelen zijn vatbaar voor beroep. De procedure en rechtsbescherming is vergelijkbaar met bestemmingsplannen.

2.2 Dienstverlening De Omgevingswet biedt extra mogelijkheden om te investeren in het dienstverleningsniveau. Dit kan via annotaties en toepasbare regels. Met annotaties worden kenmerken aan de bepalingen van het omgevingsplan toegevoegd. Hierdoor worden de regels doorzoekbaar op basis van die kenmerken. Toepasbare regels zijn de vertaling van juridische regels naar begrijpelijke vragenbomen (vergunningchecks) of maatregelen voor initiatiefnemers. Hoe meer annotaties zijn toegevoegd en vergunningchecks zijn uitgewerkt, hoe sneller een inwoner zelf kan bekijken welke activiteiten zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Deze digitale extra’s bij juridische regels zijn een nieuw fenomeen en kosten geld en tijd om op een goede manier te ontwikkelen.

2.3 Procedure omgevingsplanwijziging De procedure voor het wijzigen en vaststellen van het omgevingsplan is opgenomen in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Op de wijziging van het omgevingsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (ook wel de uitgebreide voorbereidingsprocedure genoemd). De procedure bestaat uit de volgende stappen: 1. De gemeente publiceert een kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen.2 In de kennisgeving wordt ook vermeld hoe het 2 Artikel 16.29 Omgevingswet

11

2.

3.

4. 5.

6. 7.

participatietraject voor de omgevingsplanwijziging wordt vormgegeven en hoe iemand kan participeren.3 Deze kennisgeving wordt gedaan in dag-, nieuws, of huisaan-huisbladen of op een andere geschikte manier.4 Op de voorbereiding van een omgevingsplanwijziging is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van 6 maanden van toepassing.5 Er moet daarom eerst een ontwerp van het omgevingsplan ter inzage worden gelegd. Het ontwerpomgevingsplan wordt via een nieuw landelijk publicatieplatform gepubliceerd; de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (hierna: LVBB). 6 Via het LVBB wordt het ontwerp-omgevingsplan in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO) gepubliceerd en kan iedereen op de kaart van Schagen zien welke regels worden aangepast en op welk gebied die regels van toepassing zijn. Er wordt ook een kennisgeving van het ontwerpbesluit in het digitale Gemeenteblad gepubliceerd.7 Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen indienen.8 Hiervoor geldt een periode van zes weken. Na de terinzagelegging stelt de gemeenteraad met een besluit het omgevingsplan vast. In het vaststellingsbesluit wordt verslag gedaan van de manier waarop participatie heeft plaatsgevonden en wat er met de uitkomsten van deze participatie is gedaan.9 Het vastgestelde plan wordt opnieuw via de LVBB in het DSO gepubliceerd.

Het omgevingsplan treedt vier weken na vaststelling in werking.10 Het vaststellingbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: AbRvS).

2.4 Opbouw van een omgevingsplanwijziging Als een nieuwe ontwikkeling in de fysieke leefomgeving mogelijk gemaakt wordt, wordt het omgevingsplan gewijzigd. Een wijziging van het omgevingsplan moet worden opgesteld op basis van een digitale standaard. Deze digitale standaard heet het Toepassingsprofiel Omgevingsdocumenten Omgevingsplan (hierna: TPOD-standaard). Door de TPODstandaard kan het omgevingsplan gedigitaliseerd worden en is het op het DSO raadpleegbaar. Op het DSO kunnen inwoners en bedrijven op een kaart zien welke regels er op een specifieke locatie gelden en waar zij rekening mee moeten houden.

Afbeelding 2 besluit wijziging omgevingsplan

3 Artikel 10.2, eerste lid Omgevingsbesluit 4 Artikel 3:12 Algemene wet bestuursrecht

5 Artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht 6 Artikel 14.4 Omgevingsbesluit en artikel 16.4a Omgevingsregeling 7 Artikel 10.3c Omgevingsbesluit 8 Artikel 16.23 Omgevingswet

9 Artikel 10.2 Omgevingsbesluit 10 Artikel 16.78 Omgevingswet

12

Volgens de standaard bestaat een omgevingsplanwijziging uit drie onderdelen. De drie onderdelen vormen tezamen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit: 1. GOFLO (goede onderbouwing fysieke leefomgeving)/ motivering; 2. regels die worden gewijzigd; 3. een artikelsgewijze toelichting. Ad 1 GOFLO/ Motivering Bij de motivering staat de evenwichtige toedeling van functies centraal. In de motivering staat in ieder geval: 1. een vaststellingsbesluit; 2. de aanleiding voor de wijziging van het omgevingsplan; 3. een toelichting op hoe de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de provinciale Omgevingsverordening in acht zijn genomen; 4. een toelichting op de relevante beleidsstukken van Rijk, provincie en gemeente voor de fysieke leefomgeving. Per beleidsstuk wordt kort beoordeeld wat de invloed ervan is op het omgevingsplan; 5. een motivering waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 6. participatieverslag en de beantwoording van de zienswijzen. Ad 2. (Gewijzigde) regels In het tweede onderdeel van het besluit staan de regels van het omgevingsplan die worden gewijzigd. De opbouw van de regels bestaat uit hoofdstukken met daarin artikelen. De opbouw (structuur) van de regels worden bepaald bij de eerste wijziging van het tijdelijke omgevingsplan.

De gewijzigde regels worden in de structuur gevoegd. Ad 3. (Artikelsgewijze) toelichting Het derde onderdeel van het besluit bestaat uit een artikelsgewijze toelichting op de regels van het omgevingsplan. Deze is te vergelijken met de juridische toelichting op de functies en regels uit de toelichting van de voormalige bestemmingsplannen.

2.5 Gemeenteraad stelt vast, maar delegatie is mogelijk Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.11 De Omgevingswet biedt echter ook de mogelijkheid om de vaststelling van delen van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) te delegeren.12 Op 19 december 2023 heeft de gemeenteraad een delegatiebesluit genomen. In het delegatiebesluit is aangegeven wat de reikwijdte is van de bevoegdheid die aan het college is overgedragen. De meer uitvoerende of administratieve taken rondom het omgevingsplan zijn in Schagen aan het college gedelegeerd. Denk hierbij aan het herstellen van kennelijke verschrijvingen of fouten en het verwerken van vergunningen (buitenplanse omgevingsplan activiteiten, hierna BOPA) in het omgevingsplan. Per wijziging van het omgevingsplan en tijdens evaluatiemomenten bekijken we of het delegatiebesluit nog up-to-date is, indien nodig kan het delegatiebesluit gewijzigd en aangevuld worden.

2.6 Beleidscyclus Omgevingswet Het omgevingsplan is één van de zes kerninstrumenten waarmee de gemeente kan sturen om de fysieke leefomgeving te behouden en te ontwikkelen. Naast het omgevingsplan kennen we de omgevingsvisie, de programma’s, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit. De kerninstrumenten omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en vergunningen vormen samen het beleidshuis voor de 11 Artikel 2.4 Omgevingswet 12 Artikel 2.8 Omgevingswet

13

fysieke leefomgeving binnen de gemeente. De instrumenten geven via de beleidscyclus handen en voeten aan de ontwikkeling, doorwerking, uitvoering en terugkoppeling van beleid. In de omgevingsvisie landt het strategische beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Deze wordt vastgesteld door de raad en is heel belangrijk. In de programma’s vindt de inhoudelijke uitwerking van de strategische beleidsdoelen en ambities van de omgevingsvisie naar gebieden of thema’s plaats. Programma’s worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en zijn zelfbindend voor het college. De gemeenteraad stelt op basis van de omgevingsvisie en eventuele programma’s de regels vast die voor de hele gemeente gelden voor de fysieke leefomgeving. Deze staan in het omgevingsplan. De regels uit het omgevingsplan moeten in beginsel worden nageleefd en deze kunnen programmatisch worden gehandhaafd. Omgevingsplannen kunnen omgevingsvergunningen voorschrijven. Of dit nodig is hangt af van de beleidsdoelen in de omgevingsvisie en de manier waarop het college deze in de programma’s wil bereiken. Op basis van deze regels kan het college vergunningen verlenen. Niet alles is van tevoren voorzien. Het college kan met het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het omgevingsplan (BOPA).

Afbeelding 3: beleidscyclus

Belangrijk in de beleidscyclus is zicht op de stand van zaken. Worden de doelen uit de omgevingsvisie gehaald? De cyclus bevat hiervoor de onderdelen; monitoren en evalueren. Wanneer een omgevingsplan omgevingswaarden bevat, die de gewenste staat van de fysieke leefomgeving aangeven, is monitoring verplicht. Voor het overige is het een keuze van de gemeente wat wel en niet te monitoren. De uitkomsten hiervan kunnen aanleiding zijn voor de gemeenteraad om doelen of ambities in de omgevingsvisie bij te stellen die hun doorwerking hebben in het omgevingsplan. Beleidscyclus De omgevingsvisie is op 14 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen over de toekomst van de fysieke leefomgeving van Schagen. De visie bestaat uit 8 speerpunten, een visie- en een waardenkaart. Deze kaarten geven aan op welke waarden de gemeente wil inzetten en welke zij wenst te behouden. De omgevingsvisie wordt waar nodig uitgewerkt met gebieds- of kernvisies. In 2024 en 2025 staan de gebiedsvisies voor Stad Schagen, Woningbouw Petten, Callantsoog, Waarland, Tuitjenhorn en Warmenhuizen gepland. De omgevingsvisie vormt een belangrijke basis voor de regels in het omgevingsplan. Een optimale samenwerking tussen beide 14

instrumenten (omgevingsvisie en omgevingsplan) is van belang, zodat strategische keuzes concreet gemaakt kunnen worden op planniveau. Andersom kan vanuit het omgevingsplan en monitoring van vergunningen en handhavingszaken geconstateerd worden dat er behoefte is aan aanvullende of nieuwe visies op onderwerpen. De vraag waar de omgevingsvisie ophoudt en het omgevingsplan begint (het detailniveau) is een belangrijk aandachtspunt. Dit vraagt om integraal werken en het afwegen of als verbindend element tussen visie en plan gewerkt gaat worden met programma’s. Ten behoeve van het wijzigen van het omgevingsplan op basis van: a. nieuw beleid in de omgevingsvisie, b. uitvoeringsbeleid van programma’s, en c. resultaten van monitoring van handhaving en vergunningen worden middels werkafspraken vastgesteld. • • • •

De beleidscyclus maakt het omgevingsplan een dynamisch plan. In tegensteling tot voorheen het bestemmingsplan, dat één keer in de tien jaar moest worden geactualiseerd en door de gemeenteraad vastgesteld, houden we het omgevingsplan continue 'actueel’ middels wijzigingen. Visies en beleid komen door middel van integraal werken tot stand. In het handboek worden afspraken gemaakt over de wijziging van het omgevingsplan op basis van: a. nieuw beleid in de omgevingsvisie, b. uitvoeringsbeleid van programma's of beleid en c. resultaten van monitoring op basis van de beleidscyclus worden middels werkafspraken vastgelegd.

15

3. Op weg naar één omgevingsplan Op 1 januari 2024 is officieel de transitiefase van het tijdelijke omgevingsplan gestart. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om bestaande regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan én bepaalde regels uit lokale verordeningen om te zetten naar het volwaardig omgevingsplan. Tijdens de transitiefase blijft de winkel open. We zullen gelijktijdig met het opstellen van het definitieve omgevingsplan ook andere ‘ruimtelijke’ procedures moeten doorlopen om urgente en/of gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Ook het verlenen van omgevingsvergunningen zal door moeten gaan. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we omgaan met initiatieven die niet passen binnen de omgevingsplanregels tijdens de transitiefase. Alsmede hoe we de regels gaan verhuizen naar het volwaardige omgevingsplan.

3.1 Winkel openhouden tijdens de transitiefase Tijdens de transitiefase kunnen we gebruik maken van drie verschillende procedures om een urgente en/of gewenste ontwikkeling die in strijd is met de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan mogelijk te maken. In volgorde van voorkeur zijn dat: 1. met een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan (BOPA); 2. het opstellen van een omgevingsplanwijziging; 3. het opstellen van een omgevingsplanwijziging via TAM-IMRO.

3.1.1 Omgevingsvergunning (BOPA) Na inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen geen nieuwe procedures op grond van de Wro meer worden opgestart. Voor wenselijke ontwikkelingen die strijdig zijn met het tijdelijke omgevingsplan maken we zoveel mogelijk gebruik van de omgevingsvergunning. Met de omgevingsvergunning kan in ruime mate worden afgeweken van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet is dit mogelijk met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het is niet mogelijk om gebruik te maken van een BOPA als het plan niet concreet genoeg is, het plan niet voldoet aan de instructieregels van het Bkl of de provinciale omgevingsverordening, er geen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of als er een wijziging van de regels buiten de planlocatie nodig is. Als zo’n geval zich voordoet moet er gebruik gemaakt worden van een omgevingsplanwijziging. Onder de Omgevingswet verdient, gezien de zwaarte van het instrument van een omgevingsplanwijziging, een omgevingsvergunning voor een BOPA onze voorkeur. Met het adviesrecht van de gemeenteraad voor specifieke BOPA’s borgen we dat de gemeenteraad haar controlerende en kaderstellende taken voldoende kan uitvoeren. De lijst voor het adviesrecht van de gemeenteraad is vastgesteld op 19 december 2023. 16

Voordeel van deze procedure is dat het relatief onafhankelijk van het omgevingsplanproces c.q. de transitie kan worden doorlopen. Het nadeel van deze procedure is dat de gemeente de onherroepelijk geworden omgevingsvergunning binnen 5 jaar in het omgevingsplan moet verwerken. Een goede administratie is een vereiste. Hieraan wordt voldaan doordat we jaarlijks alle herzieningen doorvoeren. De verplichting van de 5 jaar termijn geldt vanaf 1 januari 2032.13 Dit betekent dat omgevingsvergunningen voor BOPA's: a. die voor of op 1 januari 2027 onherroepelijk zijn geworden, op 1 januari 2032 in het omgevingsplan moeten zijn verwerkt; b. die na 1 januari 2027 onherroepelijk zijn geworden, binnen 5 jaar na de datum van onherroepelijkheid in het omgevingsplan moeten zijn verwerkt. Het omgevingsplan wordt met een vergunning in overeenstemming gebracht als het gaat om: a. een omgevingsplanactiviteit bestaande uit het in stand houden van een bouwwerk; b. een omgevingsplanactiviteit, anders dan onder a, die niet in overeenstemming is met een aan een locatie toegedeelde functie. Dit geldt voor een voortdurende omgevingsplanactiviteit, waaraan geen termijn is verbonden als bedoeld in artikel 5.36, eerste lid Omgevingswet. Het geldt dus niet voor een verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen of een tijdelijke omgevingsvergunning.

De gemeente heeft wel de mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor een tijdelijke activiteit te verwerken, maar het hoeft niet. Denk daarbij aan een BOPA voor een langere termijn, bijvoorbeeld windturbines voor een periode van 15 jaar.

3.1.2 Omgevingsplan wijziging In het begin zal het nog niet mogelijk zijn om een omgevingsplanwijziging te doen voor een initiatief via de STOP/TPOD manier. Deze moeten zoveel mogelijk door middel van BOPA’s mogelijk worden gemaakt. Het is de verwachting dat in het eerste kwartaal 2025 de 1e wijziging omgevingsplan voor het eerste deelgebied klaar is om in procedure gebracht te worden. Als het eerste deelgebied omgevingsplan in procedure gebracht is, is de verwachting dat op basis van deze wijziging omgevingsplan ook uitgangspunten meegegeven kunnen worden aan initiatiefnemers en ontwikkelaars om voor ontwikkelingen een wijziging omgevingsplan te maken. Hiervoor stellen wij een handboek op. Tot het handboek en het eerste deelgebied zoveel mogelijk op papier staan moeten zoveel mogelijk aanvragen worden afgehandeld door middel van een BOPA in plaats van een wijziging omgevingsplan.

3.1.3 TAM-IMRO De TAM-IMRO mogelijkheid vormt een alternatief voor gemeenten om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer dat nog niet via de nieuwe standaarden kan. Het is mogelijk om volgens de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Deze mogelijkheid is er omdat er gemeenten zijn waarbij nog functionaliteit in de DSO-keten mist of niet goed werkt. In Schagen hebben wij software waarbij het mogelijk is om volgens de nieuwe standaard (STOP-TPOD) te publiceren en is het DSO volledig functioneel. Het is 13 Artikel 4.17 Omgevingswet

17

daarom niet wenselijk om volgens de oude standaard te publiceren. Een nadeel van TAMIMRO besluiten is dat deze juridisch gezien onderdeel uitmaken van het nieuwe omgevingsplan, maar hebben technisch gezien het oude formaat. Deze besluiten moeten later nog conform de STOP/TPOD-standaard gepubliceerd worden bij de LVBB. Dit levert de gemeente extra werk op, daarnaast zitten er mogelijk (juridische) risico’s aan. Vanwege deze nadelen en het feit dat de gemeente Schagen technisch klaar is om volgens de STOP/TPOD-standaard te publiceren kiezen wij ervoor om geen gebruik te maken van de Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM).

3.2 Handboek omgevingsplan gemeente Schagen Aan de hand van de ervaringen met het opstellen van de regelbibliotheek wordt een handboek opgesteld. Dit handboek bevat een uitleg over omgevingsplanwijzigingen en een bibliotheek met (basis)regels van het omgevingsplan. Daarbij wordt uitgelegd hoe een omgevingsplanwijziging tot stand komt, hoe de regels kunnen worden toegepast en hoe het proces er uit ziet. Verder omvat het handboek een format voor de motivering van de wijziging. Ook wel de GOFLO genoemd. Dit format vormt de basis van de motivering waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en of de wijziging van het omgevingsplan gerechtvaardigd is. Iedere ontwikkeling is anders en heeft ook een andere motivering nodig. Als laatste wordt beschreven wat wij van externe partijen verwachten en wat zij van ons kunnen verwachten. Het handboek is net als het omgevingsplan zelf een nieuw instrument voor de gemeente. Omdat de juridische regels en het beleid dat raakt aan de Omgevingswet (zoals de Omgevingsvisie en het participatiebeleid) nog volop in beweging en ontwikkeling zijn, zal het handboek een dynamisch document zijn. De inhoud van het handboek wordt steeds up-to-date gehouden, zodat het aan de meest recente (beleids-)uitgangspunten van de gemeente voldoet. • • • •

Tijdens de transitiefase willen wij plannen mogelijk maken door middel van BOPA’s Een omgevingsplanwijziging is mogelijk wanneer het eerste deelgebied klaar is om in procedure gebracht te worden en het handboek is gemaakt. Er wordt geen gebruik gemaakt van de Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan via IMRO Het handboek omgevingsplan Schagen wordt opgesteld, hierin staan uitgangspunten en formats voor omgevingsplanwijzigingen

3.3 Gebiedsgerichte aanpak Het omgevingsplan kan worden gezien als een puzzel met heel veel grote en kleine stukjes. Sommige stukjes zijn bovendien nog niet vormgegeven. Het is onmogelijk om deze puzzel in korte tijd en in één keer goed in elkaar te leggen. Er zijn drie mogelijkheden om het omgevingsplan op te bouwen: 3

Gebiedsgericht: voor een afgebakend gebied van de gemeente Schagen, bijvoorbeeld een kern, wordt een zo volledig mogelijk omgevingsplan opgesteld. Het omgevingsplan bestaat dan bij de eerste stap uit alle regels over de fysieke leefomgeving die van toepassing zijn op het gebied. Bij de volgende stap wordt het omgevingsplan uitgebreid naar een volgend gebied en aangevuld met regels die nodig zijn voor dat nieuwe gebied. Het voordeel van de gebiedsgerichte aanpak is dat er voor dat specifieke gebied nog maar één set regels op dat gebied van toepassing is. Het nadeel van de gebiedsgerichte aanpak is, dat het proces ingewikkeld en arbeidsintensief is om direct tot een volledige regelset te komen. Daarnaast moet de uniformiteit van regels worden bewaakt als je steeds voor een nieuw deelgebied een zelfstandige regelset uitwerkt. 18

4

Themagericht: het omgevingsplan wordt bij iedere stap aangevuld met regels die op een specifiek thema zien en voor de gehele gemeente Schagen gelden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan regels over archeologie en bodem. Het omgevingsplan wordt in deze situatie thema voor thema opgebouwd. Voor de thema’s die nog niet in het nieuwe omgevingsplan zijn opgenomen, blijven dan de regels uit de huidige bestemmingsplannen en verordeningen gelden in het tijdelijke omgevingsplan. Het voordeel van de themagerichte aanpak is dat er voor heel Schagen tegelijkertijd voor een specifiek onderwerp naar een uniforme regeling wordt toegewerkt. Het nadeel van de themagerichte aanpak is dat het verband tussen de beleidsthema’s minder zichtbaar is. Daarnaast is de themagerichte aanpak minder gebruiksvriendelijk voor de gebruikers van het omgevingsplan. Iemand die wil weten welke regels er op een specifieke locatie gelden zal meerdere documenten moeten raadplegen (tijdelijk omgevingsplan, het volwaardige omgevingsplan en mogelijk nog in verschillende verordeningen).

5

Hybride: het omgevingsplan wordt opgebouwd met een combinatie van een gebiedsgerichte en thematische aanpak. Er wordt geen keuze gemaakt tussen een gebiedsgerichte of thematische aanpak, maar van beide manieren van regels stellen, wordt gebruik gemaakt als de situatie daarom vraagt.

We kiezen voor een zoveel mogelijk gebiedsgerichte ontwikkeling van het omgevingsplan. Dat houdt in dat we in eerste instantie een volwaardig omgevingsplan maken voor één bepaald gebied. Omdat het omgevingsplan in beginsel een verordenend karakter kent (dat wil zeggen; regels gelden voor de hele gemeente) worden bestaande regels wel zoveel mogelijk geharmoniseerd. De inzet is erop gericht een regel in principe te laten gelden voor de hele gemeente (hoewel het plan dus gebiedsgericht wordt ‘uitgerold’) en daar alleen van af te wijken als een bepaald gebied daar echt om vraagt.

3.3.1 Gebiedsgerichte aanpak In Schagen kiezen we voor een gebiedsgerichte aanpak voor het verhuizen van de regels naar het volwaardige omgevingsplan. Voor sommige zaken ook voor een hybride aanpak. Voor thema’s zoals bijvoorbeeld parkeren en archeologie maken we namelijk een uitzondering. Deze laten we in een keer voor de gehele gemeente gelden. Om de gebiedsgerichte aanpak te verwezenlijken wordt de gemeente Schagen opgeknipt in (logische) deelgebieden hierna te noemen verhuisgebieden. Voor het bepalen van de verhuisgebieden, is gekeken naar de opbouw van de huidige bestemmingplannen en de bestemmingen die deze plannen aan de gronden en bouwwerken hebben gegeven. Hieruit is gebleken dat de gemeente Schagen voornamelijk is opgebouwd uit de volgende bestemmingen: - Wonen - Bedrijven - Agrarisch - Natuur - Recreatie - Centrum Verder is bij het bepalen van de verhuisgebieden gekeken naar de op stapel staande wijzigingen van de Omgevingsvisie. In de lange termijnplanning staan de volgende visies op stapel: - Gebiedsvisie woningbouw Petten - Gebiedsvisie kern Callantsoog - Actualiseren omgevingsvisie en definities - Centrumvisie stad Schagen (incl. Markverordening) 19

-

Gebiedsvisie Waarland, Tuitjenhorn, Warmenhuizen

Door de diversiteit aan bestemmingen en functies in combinatie met de relatief kleine schaal, wordt gestart met 't Zand. Het doel is om voor het verhuisgebied 't Zand zo'n compleet (bouw, milieu, verordeningen, bruidsschat) mogelijk 1e wijziging omgevingsplan op te stellen. Door 't Zand als eerste uit te werken kan de grootste winst aan kennis worden behaald. De opgedane kennis kan vervolgens worden ingezet om de andere gebieden om te zetten. Dit kan tijdswinst opleveren bij het uitwerken van de andere gebieden. Omgevingsvisie Lange termijn planning De kern Schagen met de complexe stadse problematiek is uniek ten opzichte van alle dorpskernen. Maar vanwege de geplande gebiedsvisies komt deze na ’t Zand aan de beurt. Zo kunnen we de visie en het omgevingsplan zo veel mogelijk op elkaar aan laten sluiten en wanneer mogelijk ook gezamenlijk een participatietraject te doorlopen. Het buitengebied is als laatste geplaatst, omdat hier in verhouding de minste inwoners profijt van hebben bij het doen van een aanvraag. Daarnaast is ook het buitengebied erg complex. De volgende verhuisgebieden zien wij voor ons: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

‘t Zand (concept bibliotheek) ’t Zand, Groote Keeten, Callantsoog en Petten Volledige stad Schagen Tuitjenhorn en Warmenhuizen Waarland, Sint Maarten, Dirkshorn Dorpen langs de Groote Sloot Eenigenburg, Krabbendam en Valkkoog Volledig buitengebied

Bovenstaande indeling en volgorde is een voorlopige inschatting. Deze indeling kan gedurende het project wijzigen, mocht dit nodig zijn. In hoofdstuk 5 is de volledige voorlopige planning te vinden.

3.3.2 Toelichting omgevingsplanwijziging voor ‘t Zand We zijn gestart met het opstellen van een eerste (wijziging) omgevingsplan voor deelgebied 't Zand. Dit vormt de standaard (bibliotheek) voor het omgevingsplan Schagen. Samen met bureau KuiperCompagnons werken we aan deze standaard bibliotheek. Deze wordt aangevuld per deelgebied en kan gebruikt worden bij nieuwe initiatieven.

3.3.3 Parallel wijzigen Onder het regime van de Wet Ruimtelijke ordening stond elk bestemmingsplan op zichzelf en functioneerde los van andere plannen. Na 1 januari 2024 hebben gemeenten maar één (tijdelijk) omgevingsplan. Dit betekent dat elke wijziging van dat plan automatisch doorwerkt in de volgende wijziging. We verwachten dat er gelijktijdig aan meerdere wijzigingen van het omgevingsplan wordt gewerkt. En deze wijzigingen regelmatig in één raadsvergadering worden vastgesteld. Dit maakt het een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat alle afzonderlijke wijzigingen een coherent en juridisch kloppend geheel blijven vormen. Zeker wanneer de Raad van State achteraf een besluit vernietigt. De onderlinge samenhang tussen de verschillende wijzigingsbesluiten en de volgorde waarin ze genomen worden noemen we ‘parallel wijzigen en besluiten’. De volgende afbeelding laat zien hoe dit werkt. Drie wijzigingen van het omgevingsplan in één raadsvergadering: Wijziging A, wijziging B en wijziging C. 20

Afbeelding 4a Parallel wijzigen en besluiten

Als wijziging A niet wordt vastgesteld door de raad, heeft dat gevolgen voor de wijzigingen B en C. De omgevingswet gaat namelijk uit van één (geconsolideerd) omgevingsplan. Elke wijziging werkt door in de volgende wijziging en kan besluitvorming van andere wijzigingen (B en C) frustreren. Een wijziging is namelijk steeds gebaseerd op de laatst gewijzigde en vastgestelde versie van het omgevingsplan.

Afbeelding 4b Parallel wijzigen en besluiten

Op dit moment is er vanuit het DSO en de plansoftwareleveranciers nog geen technische oplossing voorhanden om parallel wijzigen en besluiten zorgvuldig te coördineren. Hier ligt dus een grote uitdaging. Daarom is het nodig om een ‘regisseur omgevingsplan’ aan te stellen, die het parallel wijzigen en besluiten - en de onderlinge afstemming die daarvoor nodig is - coördineert. Verder wordt er op dit moment gekozen om elke (gebieds-)ontwikkeling in een afzonderlijk (nieuw) hoofdstuk in het omgevingsplan onder te brengen. Dit heeft als voordeel dat de juridische regels voor een specifieke ontwikkeling overzichtelijk gebundeld worden in één hoofdstuk. Hierdoor kunnen de afzonderlijke wijzigingsbesluiten (zoveel mogelijk) los van elkaar functioneren en zullen ze elkaar niet ‘besmetten’. Het nadeel hiervan is dat we niet één integraal omgevingsplan maken, maar in feite de huidige werkwijze (met postzegelbestemmingsplannen) verkapt voortzetten. Om tot één integraal omgevingsplan te komen, worden de afzonderlijke besluiten (hoofdstukken) na een tijdje beleidsneutraal in het omgevingsplan opgenomen. Dit moment is afhankelijk van de omzetting van het gebied dat aan de beurt is. • • • •

We stellen een 'regisseur omgevingsplan’ aan om de afzonderlijke besluiten te coördineren. De (ontwikkel) gebieden worden in aparte hoofdstukken opgenomen; We kiezen voor een zoveel mogelijk gebiedsgerichte aanpak We beginnen met het gebied ’t Zand en creëren hiermee een regelbibliotheek die als basis dient voor de gehele gemeente 21

22

4 Uitgangspunten voor het volwaardige omgevingsplan Alle (decentrale) regels over de fysieke leefomgeving worden overgezet naar het volwaardige omgevingsplan. In dit hoofdstuk komen de uitgangspunten voor het volwaardige omgevingsplan en het stellen van regels aan bod. Het is belangrijk om helderheid te hebben over de manier waarop het definitieve omgevingsplan wordt vormgegeven. We willen tenslotte een uniform en duidelijk plan met heldere kaders. Voor het vormgeven van de regels in het omgevingsplan werken we met een aantal uitgangspunten. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze uitgangspunten dynamisch zijn. Omdat we leren door te doen, doen we veel nieuwe ervaringen op over de inhoud, opzet en het proces van het omgevingsplan. Als uit de praktijk blijkt dat het verstandiger is om een uitgangspunt anders in te vullen, dan zullen we dat ook gaan doen.

4.1 Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten zijn uitgangspunten die gelden voor het gehele omgevingsplan of zelfs algemener; het werken met het omgevingsplan onder de omgevingswet.

4.1.1 Organisatiebedding en structuur De Omgevingswet gaat over veel meer dan nieuwe instrumenten voor het inrichten van de fysieke leefomgeving. Succesvol werken met de nieuwe wet betekent een andere manier van werken: integraal werken, gebiedsgericht werken, samenwerking in de regio met (bestuurlijke en maatschappelijke) partners en samenwerking lokaal met inwoners en ondernemers. Een andere manier van werken dus, binnen de eigen organisatie en daarbuiten. Bij de gemeente Schagen blijkt dat de voorbereiding op de nieuwe wet werd getrokken en gedaan met name door ambtenaren en bestuurders vanuit het ruimtelijk domein. De focus ligt daardoor vooral op de instrumenten van de nieuwe wet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De omgevingsvisie en het omgevingsplan worden echter dynamische plannen die permanent meebewegen met lokale en regionale behoeftes. Als de participatie en samenwerking goed zijn ingericht. Zo is, eind 2021, bij de vaststelling van de omgevingsvisie bepaald dat we om de twee jaar kijken of de omgevingsvisie op een of meer onderdelen moet worden aangepast en/of aangevuld. Het omgevingsplan heeft daarbij een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan beperkt zich tot planologische aspecten en ontwikkelingen en worden getoetst aan een goede ruimtelijke ordening.

Een omgevingsplan heeft betrekking op de gehele fysieke leefomgeving en er wordt getoetst aan een evenwichtige toedeling van 23

functies aan locaties. Zo komen bijvoorbeeld het ruimtelijke en het milieuspoor samen in het omgevingsplan, zijn veiligheid en gezondheid (nieuwe) thema's in het omgevingsrecht en is het beter mogelijk om te sturen op een goede omgevingskwaliteit. In artikel 2.1 van de Omgevingswet is gedefinieerd wat wordt verstaan onder 'de fysieke leefomgeving'. De bewuste keuze van deze transitiefase en haalbare route biedt de gemeente meer mogelijkheden om onze ruimtelijke opgaven op een andere manier aan te pakken. Dit proces biedt een uitdaging in het verbinden van de eigen organisatie met de samenleving en regionale partners. En er ligt een uitdaging in het veel meer integraal laten werken van de eigen organisatie. Maar ook hoe de gemeente Schagen wil omgaan met participatie. Bovendien moet het omgevingsplan voldoen aan de nieuwe inhoudseisen, terminologie en aan de nieuwe digitale standaarden. Dat is nodig om de regels voor burgers en bedrijven makkelijk raadpleegbaar te maken. In dit proces kun je iedereen bij elkaar aan tafel zetten en zul je eerder een integrale manier van werken verder ontwikkelen. Het gaat namelijk om het vertalen van de politieke opdracht vanuit raad en college naar de hele ambtelijke organisatie en terug.

Om het antwoord op de vraag wat de gemeente belangrijk vindt in het fysieke domein en hoe men dat als organisatie gaat realiseren en de juridische vertaling van het omgevingsplan. In het kader van ambtelijke borging is het daarom van belang werksessies te houden met de andere teams om de impact van de transitiefase te delen, uitgaande van de kerninstrumenten beleidscyclus vanuit de Omgevingswet, en daarover de integraliteit af te stemmen en werkafspraken te maken. Ook van belang is de bestuurlijke borging. De transitiefase en met name de uitgangspunten voor de uitwerking van het omgevingsplan heeft vooraf instemming nodig van de college en raad. •

De Omgevingswet vraagt om een verschuiving naar integraal, gebiedsgericht werken in samenwerking met partners. Voor de gemeente Schagen betekent dit dat het omgevingsplan dynamisch moet zijn en regelmatig moet worden herzien op basis van participatie en regionale behoeften. Dit biedt kansen maar vereist ook afstemming en borging binnen de organisatie.

4.1.2 Participatie Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma's naar juridische regels. Bij het opstellen van een omgevingsplan is participatie heel belangrijk. Kennisgeving bij voorbereiden omgevingsplan Als de gemeente Schagen een wijziging van het omgevingsplan gaat maken, dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Dit staat in artikel 10.2, lid 1 van het Omgevingsbesluit. Participatie omschrijven bij vaststellen omgevingsplan Stelt de gemeente Schagen een wijziging van het omgevingsplan vast, dan moet in het vaststellingsbesluit staan hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. En ook wat de gemeenten met de resultaten heeft gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit. Wie de gemeente bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. Wie voert de participatie uit? De verplichting om een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden met participatie geldt voor het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan met de initiatiefnemer afspreken 24

dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie. Maar het bevoegd gezag kan dat niet dwingend opleggen aan de initiatiefnemer. Dat zou in strijd zijn met de regels over participatie. Schagen heeft de ambitie om tot integraal Participatiebeleid te komen. Dit beleid is in verband met de voorbereidende werkzaamheden die daarbij horen nog niet gereed. Het lag daarom voor de hand om gevallen van verplichte participatie reeds aan te wijzen en heeft de gemeenteraad hierover een besluit genomen. Deze verplichting is gekoppeld aan de gevallen waarin ook bindend adviesrecht (met een paar toevoegingen) nodig is, want naar verwachting zal het hierbij eerder gaan om ontwikkelingen met een grotere impact op de omgeving. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14867897/1